|
7.3.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 64/4 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD
van 5 maart 2013
waarbij het Koninkrijk der Nederlanden wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde
(2013/116/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name artikel 395, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij brieven, ingekomen bij de Commissie op 12 juli 2012 en 4 oktober 2012, heeft het Koninkrijk der Nederlanden verzocht om machtiging tot toepassing van een bijzondere maatregel die afwijkt van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de tot voldoening van de btw gehouden persoon. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 395, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 17 oktober 2012 van het verzoek van het Koninkrijk der Nederlanden in kennis gesteld. Bij brief van 19 oktober 2012 heeft de Commissie het Koninkrijk der Nederlanden meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek. |
|
(3) |
Krachtens artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG is de belastingplichtige die goederen levert of diensten verricht, in de regel ook de persoon die tot voldoening van de btw aan de belastingautoriteiten is gehouden. De door het Koninkrijk der Nederlanden gevraagde derogatie strekt er evenwel toe de afnemer van de goederen, onder bepaalde voorwaarden, tot voldoening van de btw te verplichten in het geval van leveringen van specifieke producten, namelijk mobiele telefoons, geïntegreerde schakelingen, spelconsoles en pc’s voor mobiel gebruik. |
|
(4) |
Volgens het Koninkrijk der Nederlanden houdt een aantal bedrijven in deze producten zich bezig met frauduleuze activiteiten door na de verkoop van de producten geen btw te voldoen aan de belastingautoriteiten. Hun afnemers hebben evenwel recht op aftrek van de voorbelasting omdat zij in het bezit zijn van een geldige factuur. In de meest agressieve gevallen worden de goederen verschillende keren geleverd zonder dat er btw wordt voldaan („carrouselfraude”). In deze context heeft de Nederlandse belastingsopsporingsdienst een verschuiving van de fraude geconstateerd van mobiele telefoons en geïntegreerde schakelingen naar spelconsoles en pc’s voor mobiel gebruik. |
|
(5) |
Door de afnemer van de goederen aan te wijzen als degene die tot voldoening van de btw is gehouden, zou een derogatie van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG een einde maken aan de mogelijkheid zich bezig te houden met die vorm van belastingontwijking. |
|
(6) |
Teneinde een doeltreffende werking van de derogatie te garanderen en een verschuiving van de belastingontduiking naar de detailhandel of naar andere producten te voorkomen, moet het Koninkrijk der Nederlanden passende controle- en rapportageverplichtingen invoeren. Daarnaast dient een minimumdrempel voor het belastbaar bedrag het risico dat de fraude naar de detailhandel verschuift, te beperken. |
|
(7) |
De machtiging dient slechts voor een zeer korte periode te gelden, omdat met name niet duidelijk is welk effect de verleggingsregeling mogelijkerwijs heeft op de werking van de btw-stelsels in de lidstaten die deze regeling toepassen, of in andere lidstaten. De machtiging verstrijkt op dezelfde datum als soortgelijke derogaties die zijn toegestaan voor mobiele telefoons en geïntegreerde schakelingen, zodat in de toekomst een omstandiger en geharmoniseerder fraudebestrijdingsbeleid kan worden opgezet. |
|
(8) |
De derogatie heeft geen negatieve gevolgen voor de eigen middelen van de Unie uit de btw, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In afwijking van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG wordt het Koninkrijk der Nederlanden gemachtigd om de belastingplichtige afnemer van de navolgende goederen aan te wijzen als de tot voldoening van de btw gehouden persoon:
|
a) |
mobiele telefoons, dat wil zeggen toestellen die zijn vervaardigd of aangepast voor gebruik in een netwerk waarvoor een vergunning is afgegeven en die op gespecificeerde frequenties werken, ongeacht of zij nog een ander gebruik hebben; |
|
b) |
geïntegreerde schakelingen zoals microprocessoren en centrale verwerkingseenheden, vóórdat deze in een eindproduct zijn ingebouwd; |
|
c) |
spelconsoles, dat wil zeggen consoles waarvan de objectieve kenmerken en voornaamste functies van dien aard zijn dat zij bedoeld zijn voor het spelen van videogames of andere computerspellen, ongeacht of zij nog een ander gebruik hebben; |
|
d) |
laptops en tablet-pc’s. |
De derogatie is van toepassing op leveringen van goederen waarvoor de maatstaf van heffing niet minder dan 10 000 EUR bedraagt.
Artikel 2
De in artikel 1 vervatte derogatie is slechts van toepassing als het Koninkrijk der Nederlanden passende en effectieve controle- en rapportageverplichtingen invoert voor de belastingplichtigen die goederen leveren waarvoor de btw-plicht overeenkomstig dit besluit wordt verlegd.
Artikel 3
Dit besluit wordt van kracht op de dag van kennisgeving ervan.
Dit besluit vervalt op 31 december 2013 of, als dit eerder is, op de datum van inwerkingtreding van de EU-regels krachtens welke alle lidstaten dergelijke maatregelen die afwijken van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG, mogen aannemen.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk der Nederlanden.
Gedaan te Brussel, 5 maart 2013.
Voor de Raad
De voorzitter
M. NOONAN