|
25.1.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 22/17 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD
van 22 januari 2013
tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2010/39/EU waarbij de Portugese Republiek wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt van de artikelen 168, 193 en 250 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde
(2013/56/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name artikel 395, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij brief, ingekomen bij het secretariaat-generaal van de Commissie op 18 april 2012, heeft Portugal verzocht om een maatregel te mogen blijven toepassen die afwijkt van de bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het recht op aftrek, de tot voldoening van de belasting gehouden persoon en de verplichting een aangifte inzake de belasting over de toegevoegde waarde (btw) in te dienen, waarvoor het land bij Uitvoeringsbesluit 2010/39/EU van de Raad (2) machtiging had verkregen. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 395, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/EG heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 1 juni 2012 van het verzoek van Portugal in kennis gesteld. Bij brief van 6 juni 2012 heeft de Commissie Portugal meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek. |
|
(3) |
De door Portugal gevraagde derogatiemaatregel wijkt af van de bepalingen in Richtlijn 2006/112/EG aangezien de maatregel voorziet in de toepassing van een bijzondere facultatieve regeling voor specifieke ondernemingen in de huis-aan-huisverkoop die aan bepaalde eisen voldoen en toestemming hebben gekregen van de bevoegde belastingautoriteiten („gemachtigde ondernemingen”). Deze gemachtigde ondernemingen maken gebruik van een specifiek businessmodel door hun producten rechtstreeks aan wederverkopers te verkopen, die op hun beurt diezelfde producten rechtstreeks aan de eindverbruikers verkopen. |
|
(4) |
De maatregel wijkt af van artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG waarin is geregeld dat een belastingplichtige recht heeft op aftrek van btw op de aan hem geleverde goederen en diensten ten behoeve van zijn belaste handelingen, door gemachtigde ondernemingen het recht te geven de btw in aftrek te brengen die is verschuldigd of betaald door hun wederverkopers voor diezelfde goederen, die zij aan deze wederverkopers hebben geleverd. |
|
(5) |
De maatregel wijkt af van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG waarin de verschuldigdheid van de btw is geregeld, door de gemachtigde ondernemingen waarop de regeling van toepassing is, aan te wijzen als de persoon die de btw op de goederenleveringen van hun wederverkopers aan de eindverbruikers moet voldoen. |
|
(6) |
De maatregel wijkt af van artikel 250 van Richtlijn 2006/112/EG waarin de verplichting is geregeld om een btw-aangifte in te dienen, door de verplichting om een btw-aangifte in te dienen met betrekking tot de goederen die de gemachtigde ondernemingen aan de wederverkoper hebben geleverd en met betrekking tot de levering van die goederen aan de eindverbruikers, te verleggen naar deze ondernemingen. |
|
(7) |
De derogatiemaatregel mag alleen worden toegepast op ondernemingen waarvan de gehele omzet bestaat uit huis-aan-huisverkoop door wederverkopers die in eigen naam en voor eigen rekening optreden, mits alle door de onderneming verkochte producten zijn opgenomen in een vooraf opgestelde lijst met de prijzen voor de verkoop aan eindverbruikers en de ondernemingen hun producten rechtstreeks aan wederverkopers verkopen, die deze op hun beurt rechtstreeks aan eindverbruikers verkopen. |
|
(8) |
De derogatiemaatregel zorgt ervoor dat de btw die in het stadium van de detailhandel wordt geïnd op de verkoop van producten van de gemachtigde ondernemingen, daadwerkelijk aan de schatkist wordt afgedragen en zij gaat op die manier belastingfraude tegen. Zij vereenvoudigt ook de inning van btw voor de belastingdienst en zorgt voor een lastenverlaging op het gebied van de btw voor de wederverkopers. |
|
(9) |
Volgens de door Portugal verstrekte informatie zijn de juridische en feitelijke omstandigheden die de rechtvaardiging vormden voor de toepassing van de derogatiemaatregel, ongewijzigd en nog steeds relevant. Portugal moet daarom worden gemachtigd om die maatregel toe te passen gedurende een nieuwe periode, die echter in de tijd wordt beperkt, zodat een evaluatie kan worden verricht van de noodzaak en de doeltreffendheid van de derogatiemaatregel. |
|
(10) |
Indien Portugal een verdere verlenging na 2015 nodig acht, moet aan de Commissie een verslag worden voorgelegd over de toepassing van de derogatiemaatregel met inbegrip van het verzoek om verlenging, uiterlijk op 31 maart 2015, zodat er voldoende tijd blijft voor de Commissie om het verzoek te bestuderen en, als zij met een voorstel zou komen, voor de Raad om hieraan zijn goedkeuring te geven. |
|
(11) |
De derogatiemaatregel zal geen noemenswaardige invloed hebben op de totale belastingopbrengst van Portugal in het stadium van het eindverbruik en geen negatieve gevolgen voor de eigen middelen van de Unie uit de btw. |
|
(12) |
Uitvoeringsbesluit 2010/39/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Uitvoeringsbesluit 2010/39/EU wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 4, tweede alinea, wordt de datum „31 december 2012” vervangen door „31 december 2015”. |
|
2) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: „Artikel 4 bis Een verzoek om verlenging van de in dit besluit vervatte maatregel dient de Commissie uiterlijk op 31 maart 2015 te worden voorgelegd, tezamen met een verslag over de toepassing van die maatregel.”. |
Artikel 2
Dit besluit wordt van kracht op de dag van de kennisgeving ervan.
Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot de Republiek Portugal.
Gedaan te Brussel, 22 januari 2013.
Voor de Raad
De voorzitter
M. NOONAN