|
1.6.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 142/16 |
VERORDENING (EU) Nr. 459/2012 VAN DE COMMISSIE
van 29 mei 2012
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie wat de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 6) betreft
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (1), en met name artikel 5, lid 3,
Gezien Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (kaderrichtlijn) (2), en met name artikel 39, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 715/2007 en Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (3) stellen gemeenschappelijke technische voorschriften vast voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en vervangingsonderdelen met het oog op hun emissies en stellen voorschriften vast voor de conformiteit van in gebruik zijnde voertuigen, de duurzaamheid van emissiebeperkingssystemen, boorddiagnosesystemen (OBD-systemen), de meting van het brandstofverbruik en de toegankelijkheid van reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen. |
|
(2) |
Krachtens Verordening (EG) nr. 715/2007 moet een deeltjesaantalnorm worden vastgesteld voor voertuigen die zijn uitgerust met een motor met elektrische ontsteking en moeten worden goedgekeurd volgens de Euro 6-normen. |
|
(3) |
De deeltjes die voertuigen uitstoten, kunnen in de alveolen van de menselijke longen worden afgezet en zo tot ademhalingsaandoeningen, hart- en vaatziekten en een verhoogde mortaliteit leiden. Daarom is het van algemeen belang dat er een hoog niveau van bescherming tegen die deeltjes is. |
|
(4) |
Voor het meten van de deeltjesemissies van voertuigen met elektrische ontsteking wordt momenteel het voor dieselvoertuigen ontworpen meetprotocol van het deeltjesmeetprogramma gebruikt. Er is echter aangetoond dat de groottespectra en de chemische samenstelling van deeltjesemissies van voertuigen met elektrische ontsteking kunnen verschillen van die van dieselvoertuigen. De deeltjesgroottespectra en de chemische samenstelling, alsmede de doeltreffendheid van de huidige meettechniek bij het beperken van schadelijke emissies van deeltjes, moeten nauwlettend worden gevolgd. Het is mogelijk dat voor voertuigen met elektrische ontsteking het meetprotocol in de toekomst moet worden herzien. |
|
(5) |
Op basis van de huidige kennis is het emissieniveau van conventionele motoren met indirecte benzine-inspuiting, die de brandstof in de inlaatspruitstukken of inlaatpoorten spuiten in plaats van rechtstreeks in de verbrandingskamer, laag. Daarom lijkt het gerechtvaardigd om nieuw regelgevend werk voor het ogenblik te beperken tot voertuigen met motoren met directe inspuiting, hoewel de deeltjesemissies van alle motoren met elektrische ontsteking verder moeten worden onderzocht en gevolgd, met name wat het groottespectrum en de chemische samenstelling van uitgestoten deeltjes en de emissies in reële rijomstandigheden betreft, en de Commissie zo nodig aanvullende regelgevende maatregelen moet voorstellen, waarbij ook rekening wordt gehouden met het toekomstige marktaandeel van motoren met indirecte benzine-inspuiting. |
|
(6) |
In Verordening (EG) nr. 692/2008 is de grenswaarde voor het aantal uitgestoten deeltjes van Euro 6-dieselvoertuigen vastgesteld op 6 × 1011 #/km. Volgens het beginsel van technologisch neutrale regelgeving moet een respectieve emissiegrenswaarde voor Euro 6-voertuigen met elektrische ontsteking dezelfde zijn, aangezien niet bewezen is dat deeltjes die door motoren met elektrische ontsteking worden uitgestoten een lagere specifieke toxiciteit hebben dan deeltjes die door dieselmotoren worden uitgestoten. |
|
(7) |
Naar verwachting zullen benzinedeeltjesfilters beschikbaar komen, een doeltreffende nabehandelingstechnologie die de deeltjesemissies van voertuigen met elektrische ontsteking beperkt en tegen een redelijke prijs in sommige Euro 6-voertuigen kan worden ingebouwd. Daarnaast lijkt het waarschijnlijk dat binnen drie jaar na het verstrijken van de bindende Euro 6-data in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 715/2007 een soortgelijke vermindering van het aantal uitgestoten deeltjes kan worden bereikt met ingrepen in de motor zelf, vaak tegen aanzienlijk lagere kosten. Elke ingreep in de motor zelf moet van toepassing zijn op alle bedrijfsomstandigheden van de motor zodat, wanneer er geen nabehandelingssysteem voorhanden is, de emissieniveaus in reële rijomstandigheden niet verslechteren. |
|
(8) |
Om alle nodige technologieën te kunnen ontwikkelen en in voldoende aanlooptijd te voorzien, moet in twee stappen worden gewerkt, waarbij de Euro 6-grenswaarden voor het aantal dieseldeeltjes in een tweede fase ook op voertuigen met elektrische ontsteking en directe inspuiting worden toegepast. |
|
(9) |
Er moet aandacht worden besteed aan de deeltjesemissies van voertuigen met elektrische ontsteking in reële rijomstandigheden en aan de ontwikkeling van desbetreffende testprocedures. Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van Euro 6 moet de Commissie overeenkomstige meetprocedures hebben ontwikkeld en ingevoerd. |
|
(10) |
De Commissie moet het effect van deeltjesaantalreductiemaatregelen op de CO2-emissies van voertuigen met elektrische ontsteking nauwlettend volgen. |
|
(11) |
Krachtens artikel 4, lid 7, van Verordening (EG) nr. 692/2008 mag voor voertuigen die onder die verordening vallen, pas typegoedkeuring wat Euro 6-emissienormen betreft, worden verleend wanneer boorddiagnosegrenswaarden (OBD-grenswaarden) zijn vastgesteld. OBD is een belangrijk instrument om storingen in systemen voor verontreinigingsbeheersing op te sporen. |
|
(12) |
In haar Mededeling 2008/C 182/08 over de toepassing en de toekomstige ontwikkeling van de Gemeenschapswetgeving met betrekking tot emissies van lichte bedrijfsvoertuigen en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (Euro 5 en Euro 6) (4) heeft de Commissie een reeks OBD-grenswaarden voorgesteld, die in grote lijnen overeenkomen met de grenswaarden die vanaf 2013 gelden voor de meeste lichte voertuigen in de Verenigde Staten en Canada, waar de meerderheid van de OBD-systemen in voertuigen aan de regels van de Californian Air Resources Board (CARB) voldoet. Het op één lijn brengen van de EU-voorschriften met die van de Verenigde Staten beantwoordt aan de doelstellingen van internationale harmonisatie en biedt een hoog niveau van milieubescherming. |
|
(13) |
De OBD-voorschriften van de Verenigde Staten zijn echter een technologische uitdaging voor de voertuigfabrikanten die niet naar de Verenigde Staten exporteren. Daarom moet een aanvangsperiode van drie jaar worden vastgesteld waarin soepelere OBD-voorschriften gelden, waardoor de sector meer aanlooptijd krijgt. |
|
(14) |
De in Verordening (EG) nr. 692/2008 vastgestelde definitieve Euro 6-OBD-grenswaarden voor CO, NMHC en PM moeten minder streng zijn dan de waarden die in Mededeling 2008/C 182/08 worden voorgesteld, teneinde rekening te houden met de bijzondere technische moeilijkheden op die gebieden. Bovendien mag in deze verordening geen Euro 6-OBD-grenswaarde voor het deeltjesaantal worden vastgesteld. |
|
(15) |
In een latere fase moet een evaluatie worden gemaakt van de milieubehoefte, de technische haalbaarheid en de kosten-batenverhouding van strengere Euro 6-OBD-grenswaarden voor CO en NMHC, alsook van de vaststelling van een Euro 6-OBD-grenswaarde voor het deeltjesaantal. Indien de desbetreffende voorschriften op basis van die evaluatie worden gewijzigd, moet dit gepaard gaan met een geschikte aanlooptijd voor de sector. Gezien de complexiteit van OBD-systemen bedraagt die aanlooptijd doorgaans drie tot vier jaar. |
|
(16) |
Verordening (EG) nr. 715/2007 en Verordening (EG) nr. 692/2008 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(17) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het technisch comité motorvoertuigen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 715/2007 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 3 wordt aan het eind van punt 17 de punt vervangen door een puntkomma. |
|
2) |
In artikel 3 wordt het volgende punt 18 toegevoegd: „18. „motor met directe inspuiting”: een motor die kan werken in een modus waarin de brandstof in de inlaatlucht wordt gespoten nadat de lucht door de inlaatkleppen is gegaan.”. |
|
3) |
In artikel 10 wordt het volgende lid 7 toegevoegd: „7. Tot drie jaar na de in de leden 4 en 5 genoemde toepasselijke data voor nieuwe typegoedkeuringen en de registratie, de verkoop of het in het verkeer brengen van nieuwe voertuigen, wordt op verzoek van de fabrikant op voertuigen met een elektrischeontstekingsmotor met directe inspuiting een emissiegrens van 6 × 1012 #/km voor het deeltjesaantal toegepast.”. |
|
4) |
Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening. |
Artikel 2
Verordening (EG) nr. 692/2008 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 4 wordt lid 7 geschrapt. |
|
2) |
De bijlagen I, XI en XVI worden gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening. |
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 mei 2012.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1.
(2) PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1.
BIJLAGE I
Wijzigingen in Verordening (EG) nr. 715/2007
Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2007 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De tekst in de tweede rij van de laatste kolom van tabel 1 (Euro 5-emissiegrenswaarden) komt als volgt te luiden: „Deeltjesaantal (PN)”. |
|
2) |
Tabel 2 komt als volgt te luiden: „Tabel 2 Euro 6-emissiegrenswaarden
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) Voor voertuigen waarvoor op basis van de emissiegrenswaarden van deze tabel een typegoedkeuring is verleend met het vorige protocol voor deeltjesmassameting vóór 1.9.2011, geldt een emissiegrens van 5,0 mg/km voor de deeltjesmassa.
(2) De grenswaarden voor de deeltjesmassa en het deeljesaantal bij motoren met elektrische ontsteking zijn alleen van toepassing op voertuigen met motoren met directe inspuiting.
(3) Tot drie jaar na de in artikel 10, leden 4 en 5, genoemde data voor respectievelijk nieuwe typegoedkeuringen en nieuwe voertuigen wordt op verzoek van de fabrikant op Euro 6-voertuigen met elektrische ontsteking en directe inspuiting een emissiegrens van 6,0 × 1012#/km voor het deeltjesaantal toegepast. Vóór het einde van die periode moet een typegoedkeuringstestmethode worden toegepast die een doeltreffende beperking van het aantal uitgestoten deeltjes in reële rijomstandigheden waarborgt.”.
BIJLAGE II
Wijzigingen in Verordening (EG) nr. 692/2008
Verordening (EG) nr. 692/2008 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Aanhangsel 6 van bijlage I wordt als volgt gewijzigd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2) |
Bijlage XI wordt als volgt gewijzigd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3) |
In bijlage XVI komt punt 6.2 als volgt te luiden:
|