15.3.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 75/12


VERORDENING (EU) Nr. 223/2012 VAN DE COMMISSIE

van 14 maart 2012

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake meststoffen, met het oog op de aanpassing van de bijlagen I en IV aan de technische vooruitgang

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen (1), en met name artikel 31, leden 1 en 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Ingevolge artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2003/2003 mag een meststof die tot een in bijlage I bij die verordening vermeld type meststoffen behoort en aan de in die verordening vastgestelde voorwaarden voldoet, als „EG-meststof” worden aangeduid.

(2)

Tot de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2003/2003 vermelde typen meststoffen behoren enkele typen die uitsluitend in de vorm van een fijn poeder mogen worden verkocht, terwijl andere typen ook in de vorm van een suspensie mogen worden verkocht. Voor landbouwers is het gezondheidsrisico van meststoffen in de vorm van suspensies kleiner wanneer die worden toegepast in omstandigheden waarbij bij het gebruik van fijn poeder stof zou worden geïnhaleerd. Om de blootstelling van landbouwers aan stof te verminderen, moet de mogelijkheid suspensies te gebruiken worden uitgebreid tot typen meststoffen met de micronutriënt mangaan, terwijl het aantal bestanddelen die in bestaande boor- en kopersuspensies voor bemesting zijn toegestaan, ook moet worden uitgebreid.

(3)

Verordening (EG) nr. 2003/2003 voorziet in het gebruik van complexvormers als bestanddeel van meststoffen met micronutriënten. Geen van die meststoffen is evenwel als EG-meststof aangeduid omdat bijlage I bij die verordening geen lijst met toegelaten complexvormers bevat en omdat er geen typeaanduidingen voor meststoffen met complexvormers zijn. Omdat er nu geschikte complexvormers (zouten van lignosulfonzuur, hierna „LS” genoemd) op de markt zijn, moeten deze worden toegevoegd aan de lijst van toegelaten complexvormers en moeten hiervoor typeaanduidingen worden gecreëerd. De bestaande typeaanduidingen voor meststofoplossingen moeten ook worden aangepast om het gebruik van complexvormers mogelijk te maken, maar deze oplossingen mogen elk niet meer dan één complexvormer bevatten teneinde officiële controles te vergemakkelijken.

(4)

In verband met de nieuwe regels voor oplossingen en suspensies van micronutriënten moeten die typen meststoffen een nieuw etiket krijgen. Meststoffen met een etiket dat aan de oude regels voldoet, zullen evenwel nog enige tijd in voorraad blijven. De fabrikanten moeten daarom voldoende tijd krijgen om de nieuwe etiketten op te stellen en alle bestaande voorraden nog te verkopen.

(5)

Verordening (EG) nr. 2003/2003 bevat regels voor de etikettering van meststoffen met meer dan een micronutriënt, maar bijlage I van die verordening geeft niet de desbetreffende typeaanduiding. Bij Verordening (EU) nr. 137/2011 werd onder punt E.2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2003/2003 tabel E.2.4 opgenomen met de desbetreffende typeaanduidingen en duidelijker regels voor meststoffen met meer dan een micronutriënt. Tabel E.2.4 vereist evenwel enige etiketteringsgegevens, die in bepaalde gevallen niet in overeenstemming zijn met het vereiste uit hoofde van artikel 6, lid 6, en artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2003/2003. Tabel E.2.4 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. De marktdeelnemers moeten een overgangsperiode krijgen om zich aan de nieuwe regels aan te passen en hun voorraden meststoffen met meer dan een micronutriënt nog te verkopen.

(6)

N,N'-di(2-hydroxybenzyl)ethyleendiamine-N,N'-diazijnzuur, hierna „HBED” genoemd, is een organische chelaatvormer voor micronutriënten. Met HBED gecheleerd ijzer wordt gebruikt bij ijzertekorten en ter bestrijding van ijzerchlorose bij een groot aantal fruitsoorten. Eliminatie van ijzerchlorose en zijn symptomen zorgt ervoor dat het gebladerte groen is, er sprake is van een goede groei en het fruit zich goed ontwikkelt. Met HBED gecheleerd ijzer is in Polen toegelaten zonder dat dit schade voor het milieu heeft veroorzaakt. HBED moet daarom worden toegevoegd aan de lijst van toegelaten organische chelaatvormers voor micronutriënten in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2003/2003. Er moet evenwel worden voorzien in een overgangsperiode, zodat HBED pas na de publicatie van de desbetreffende EN-norm wordt toegelaten.

(7)

Dicyaandiamide/1,2,4-triazool, hierna „DCD/TZ” genoemd, en 1,2,4-triazool/3-methylpyrazool, hierna „TZ/MP” genoemd, zijn nitrificatieremmers die worden gebruikt in combinatie met meststoffen die stikstof als nutriënt bevatten in de vorm van ureum en/of ammoniumzouten. Zij zorgen ervoor dat de stikstof langer beschikbaar is voor de gewassen, en zij verminderen het lekken van nitraten en de emissie van distikstofoxide in de atmosfeer.

(8)

N-(2-nitrofenyl)fosforzuurtriamide, hierna „2-NPT” genoemd, is een ureaseremmer voor ureumhoudende stikstofmeststoffen, die ervoor moet zorgen dat de stikstof langer voor de planten beschikbaar is en de ammoniakemissies in de atmosfeer afnemen.

(9)

DCD/TZ, TZ/MP en 2-NPT worden al jaren in Duitsland gebruikt en DCD/TZ en TZ/MP ook in Tsjechië; daar is aangetoond dat zij efficiënt zijn en geen gevaar voor het milieu vormen. DCD/TZ, TZ/MP en 2-NPT moeten daarom worden toegevoegd aan de lijst van toegelaten nitrificatie- en ureaseremmers in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2003/2003 zodat er door de landbouwers in de Unie op ruimere schaal gebruik van kan worden gemaakt.

(10)

Verordening (EG) nr. 2003/2003 schrijft de controle van EG-meststoffen voor overeenkomstig de in bijlage IV bij die verordening beschreven bemonsterings- en analysemethoden. Sommige van die methoden worden evenwel internationaal niet erkend en moeten worden vervangen door de onlangs door het Europees Comité voor normalisatie ontwikkelde EN-normen.

(11)

EN-normen worden gewoonlijk door middel van een interlaboratoriumvergelijking gevalideerd om de reproduceerbaarheid en de herhaalbaarheid van de analysemethoden te kwantificeren. Derhalve moet een onderscheid worden gemaakt tussen gevalideerde EN-normen en niet-gevalideerde methoden teneinde de EN-normen te bepalen waarvan de statistische betrouwbaarheid is aangetoond.

(12)

Om de wetgeving te vereenvoudigen en een latere herziening te vergemakkelijken, moet de volledige tekst van de analysemethoden in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 2003/2003 worden vervangen door verwijzingen naar de EN-normen die het Europees Comité voor normalisatie heeft gepubliceerd.

(13)

Verordening (EG) nr. 2003/2003 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(14)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 32 van Verordening (EG) nr. 2003/2003 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen

1.   Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2003/2003 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

2.   Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 2003/2003 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Punt 1, onder a), b) i), c) i), c) ii), d) i), e) i), f) i), en punt 2 van bijlage I zijn van toepassing met ingang van 4 april 2013.

Punt 3, nummer 11, van bijlage I is van toepassing met ingang van 4 juli 2012.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 14 maart 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 304 van 21.11.2003, blz. 1.


BIJLAGE I

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2003/2003 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Punt E.1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in punt E.1.1 komt rubriek 1 (f) als volgt te luiden:

„1 (f)

Boormeststof in suspensie

Product verkregen door suspensie van meststoffen van type 1 (a) en/of 1 (b) en/of 1 (c) en/of 1 (d) in water

2 % B totaal

Bij de aanduiding dienen de namen van de bestanddelen te worden vermeld

Boor (B) totaal

Boor (B) oplosbaar in water, indien aanwezig”;

b)

punt E.1.2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

rubriek 2 (c) komt als volgt te luiden:

„2 (c)

Kobaltmeststof in oplossing

Waterige oplossing van meststoffen van type 2 (a) en/of 2 (b) of 2 (d)

2 % Co oplosbaar in water

Wanneer de typen 2 (a) en 2 (d) worden gemengd, moet de gecomplexeerde fractie ten minste 40 % van het in water oplosbare Co uitmaken

Bij de aanduiding dienen te worden vermeld:

1)

de naam van de anorganische anionen, indien aanwezig

2)

de naam van elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar kobalt (indien aanwezig) cheleert en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

of

de naam van de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd, indien aanwezig

Kobalt (Co) oplosbaar in water

Kobalt (Co) gecheleerd door elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar kobalt cheleert en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

Kobalt (Co) dat is gecomplexeerd door de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

Facultatief: kobalt (Co) totaal gecheleerd door toegelaten chelaatvormer(s)”;

ii)

de volgende rubriek 2 (d) wordt toegevoegd:

„2 (d)

Kobaltcomplex

In water oplosbaar product dat kobalt bevat dat chemisch aan één toegelaten complexvormer is gebonden

5 % Co oplosbaar in water, en de gecomplexeerde fractie moeten ten minste 80 % van het in water oplosbare kobalt uitmaken

Bij de aanduiding dient de naam te worden vermeld van de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

Kobalt (Co) oplosbaar in water

Totaal gecomplexeerd kobalt (Co)”;

c)

punt E.1.3 wordt als volgt gewijzigd:

i)

rubriek 3 (f) komt als volgt te luiden:

„3 (f)

Kopermeststof in oplossing

Waterige oplossing van meststoffen van type 3 (a) en/of 3 (d) of 3 (i)

2 % Cu oplosbaar in water

Wanneer de typen 3 (a) en 3 (i) worden gemengd, moet de gecomplexeerde fractie ten minste 40 % van het in water oplosbare Cu uitmaken

Bij de aanduiding dienen te worden vermeld:

1)

de naam van de anorganische anionen, indien aanwezig

2)

de naam van elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar koper cheleert (indien aanwezig) en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

of

de naam van de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

Koper (Cu) oplosbaar in water

Koper (Cu) gecheleerd door elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar koper cheleert en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

Koper (Cu) gecomplexeerd door de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

Facultatief: Koper (Cu) totaal, gecheleerd door toegelaten chelaatvormer(s)”;

ii)

rubriek 3 (h) komt als volgt te luiden:

„3 (h)

Kopermeststof in suspensie

Product verkregen door suspensie van meststoffen van type 3 (a) en/of 3 (b) en/of 3 (c) en/of 3 (d) en/of 3 (g) in water

17 % Cu totaal

Bij de aanduiding dienen te worden vermeld:

1)

de naam van de anionen, indien aanwezig

2)

de naam van elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar koper cheleert (indien aanwezig) en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

Koper (Cu) totaal

Koper (Cu) oplosbaar in water, indien aanwezig

Koper (Cu) gecheleerd door elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar koper cheleert en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd”;

iii)

de volgende rubriek 3 (i) wordt toegevoegd:

„3 (i)

Kopercomplex

In water oplosbaar product dat koper bevat dat chemisch aan één toegelaten complexvormer is gebonden

5 % Cu oplosbaar in water, en de gecomplexeerde fractie moet ten minste 80 % van het in water oplosbare koper uitmaken

Bij de aanduiding dient de naam te worden vermeld van de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

Koper (Cu) oplosbaar in water

Totaal gecomplexeerd koper (Cu)”;

d)

punt E.1.4 wordt als volgt gewijzigd:

i)

rubriek 4 (c) komt als volgt te luiden:

„4 (c)

IJzermeststof in oplossing

Waterige oplossing van meststoffen type 4 (a) en/of 4 (b) of 4 (d)

2 % Fe oplosbaar in water

Wanneer de typen 4 (a) en 4 (d) worden gemengd, moet de gecomplexeerde fractie ten minste 40 % van het in water oplosbare Fe uitmaken

Bij de aanduiding dienen te worden vermeld:

1)

de naam van de anorganische anionen, indien aanwezig

2)

de naam van elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar ijzer cheleert (indien aanwezig) en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

of

de naam van de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

IJzer (Fe) oplosbaar in water

IJzer (Fe) gecheleerd door elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar ijzer cheleert en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

IJzer (Fe) gecomplexeerd door de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

Facultatief: ijzer (Fe) totaal gecheleerd door toegelaten chelaatvormer(s)”;

ii)

de volgende rubriek 4 (d) wordt toegevoegd:

„4 (d)

IJzercomplex

In water oplosbaar product dat ijzer bevat dat chemisch aan één toegelaten complexvormer is gebonden

5 % Fe oplosbaar in water, en de gecomplexeerde fractie moet ten minste 80 % van het in water oplosbare ijzer uitmaken

Bij de aanduiding dient de naam te worden vermeld van de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

IJzer (Fe) oplosbaar in water

Totaal gecomplexeerd ijzer (Fe)”;

e)

punt E.1.5 wordt als volgt gewijzigd:

i)

rubriek 5 (e) komt als volgt te luiden:

„5 (e)

Mangaanmeststof in oplossing

Waterige oplossing van meststoffen van type 5 (a) en/of 5 (b) en/of 5 (g)

2 % Mn oplosbaar in water

Wanneer de typen 5 (a) en 5 (g) worden gemengd, moet de gecomplexeerde fractie ten minste 40 % van het in water oplosbare Mn uitmaken

Bij de aanduiding dienen te worden vermeld:

1)

de naam van de anorganische anionen, indien aanwezig

2)

de naam van elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar mangaan cheleert (indien aanwezig) en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

of

de naam van de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

Mangaan (Mn) oplosbaar in water

Mangaan (Mn) gecheleerd door elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar mangaan cheleert en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

Mangaan (Mn) gecomplexeerd door de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

Facultatief: mangaan (Mn) totaal gecheleerd door toegelaten chelaatvormer(s)”;

ii)

de volgende rubrieken 5 (f) en 5 (g) worden toegevoegd:

„5 (f)

Mangaanmeststof in suspensie

Product verkregen door suspensie van meststoffen van type 5 (a) en/of 5 (b) en/of 5 (c) in water

17 % Mn totaal

Bij de aanduiding dienen te worden vermeld:

1)

de naam van de anionen, indien aanwezig

2)

de naam van elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar mangaan cheleert (indien aanwezig) en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

Mangaan (Mn) totaal

Mangaan (Mn) oplosbaar in water, indien aanwezig

Mangaan (Mn) gecheleerd door elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar mangaan cheleert en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

5 (g)

Mangaancomplex

In water oplosbaar product dat mangaan bevat dat chemisch aan één toegelaten complexvormer is gebonden

5 % Mn oplosbaar in water, en de gecomplexeerde fractie moet ten minste 80 % van het in water oplosbare mangaan uitmaken

Bij de aanduiding dient de naam te worden vermeld van de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

Mangaan (Mn) oplosbaar in water

Totaal gecomplexeerd mangaan (Mn)”;

f)

punt E.1.7 wordt als volgt gewijzigd:

i)

rubriek 7 (e) komt als volgt te luiden:

„7 (e)

Zinkmeststof in oplossing

Waterige oplossing van meststoffen van type 7 (a) en/of 7 (b) of 7 (g)

2 % Zn oplosbaar in water

Wanneer de typen 7 (a) en 7 (g) worden gemengd, moet de gecomplexeerde fractie ten minste 40 % van het in water oplosbare Zn uitmaken

Bij de aanduiding dienen te worden vermeld:

1)

de naam van de anorganische anionen, indien aanwezig

2)

de naam van elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar zink cheleert (indien aanwezig) en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

of

de naam van de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

Zink (Zn) oplosbaar in water

Zink (Zn) van elke toegelaten chelaatvormer die ten minste 1 % in water oplosbaar zink cheleert en die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd

Zink (Zn) gecomplexeerd door de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

Facultatief: zink (Zn) totaal, gecheleerd door toegelaten chelaatvormer(s)”;

ii)

de volgende rubriek 7 (g) wordt toegevoegd:

„7 (g)

Zinkcomplex

In water oplosbaar product dat zink bevat dat chemisch aan één toegelaten complexvormer is gebonden

5 % Zn oplosbaar in water, en de complexvormige fractie moet ten minste 80 % van het in water oplosbare zink uitmaken

Bij de aanduiding dient de naam te worden vermeld van de toegelaten complexvormer die volgens een Europese norm kan worden geïdentificeerd

Zink (Zn) oplosbaar in water

Totaal gecomplexeerd zink (Zn)”.

2)

In punt E.2 komt tabel E.2.4 als volgt te luiden:

„Nr.

Typeaanduiding

Bereidingswijze en hoofdbestanddelen

Minimumgehalte aan nutriënten (in massapercenten)

Aanduiding van de nutriënten

Andere eisen

Andere gegevens over de typeaanduiding

Nutriënten waarvan het gehalte moet worden aangegeven

Vorm en oplosbaarheid van de nutriënten

Overige criteria

1

2

3

4

5

6

1

Mengsel van micronutriënten

Product verkregen door het mengen van twee of meer meststoffen van type E.1 of door het oplossen of in suspensie brengen van twee of meer meststoffen van type E.1 in water

1)

Totaal aan micronutriënten 5 % voor een vast mengsel

of

2)

totaal aan micronutriënten 2 % voor een vloeibaar mengsel

Elke micronutriënt overeenkomstig punt E.2.1

Onmiddellijk na de typeaanduiding de naam van elke aanwezige micronutriënt met zijn chemische symbool in alfabetische volgorde van de chemische symbolen, gevolgd door de naam (namen) van zijn tegenion(en)

Totaal gehalte van elke micronutriënt in massapercenten van de meststof, tenzij een micronutriënt volledig in water oplosbaar is.

Het in water oplosbare gehalte van elke micronutriënt in massapercenten van de meststof, wanneer dat gehalte ten minste de helft van het totale gehalte bedraagt. Wanneer een micronutriënt volledig in water oplosbaar is, wordt alleen het in water oplosbare gehalte aangegeven.

Wanneer een micronutriënt chemisch aan een organisch molecuul gebonden is, wordt het gehalte van de micronutriënt onmiddellijk na het in water oplosbare gehalte in massapercenten van de meststof aangegeven, gevolgd door het woord „chelaatvormer” of „complexvormer” met de naam van elke toegelaten chelaatvormer of complexvormer als vermeld in punt E.3. De naam van het organische molecuul mag worden vervangen door zijn afkorting.

De volgende verklaring onder de verplichte en facultatieve verklaringen: „Alleen te gebruiken in geval van duidelijke behoefte. De benodigde doses niet overschrijden.”.”.

3)

Punt E.3.1 komt als volgt te luiden:

„E.3.1.   Chelaatvormers (1)

De volgende zuren en de natrium-, kalium- en ammoniumzouten daarvan:

Nr.

Naam

Alternatieve naam

Formule

CAS-nummer van het zuur (2)

1

ethyleendiaminetetraäzijnzuur

EDTA

C10H16O8N2

60-00-4

2

2-hydroxyethylethyleendiaminetriazijnzuur

HEEDTA

C10H18O7N2

150-39-0

3

diethyleentriaminepentaäzijnzuur

DTPA

C14H23O10N3

67-43-6

4

ethyleendiamine- N,N’-di[(o-hydroxyfenyl)azijnzuur]

[o,o] EDDHA

C18H20O6N2

1170-02-1

5

ethyleendiamine- N-[(o-hydroxyfenyl)azijnzuur]- N'-[(p-hydroxyfenyl)azijnzuur]

[o,p] EDDHA

C18H20O6N2

475475-49-1

6

ethyleendiamine- N,N’-di[(o-hydroxymethylfenyl)azijnzuur]

[o,o] EDDHMA

C20H24O6N2

641632-90-8

7

ethyleendiamine- N-[(o-hydroxymethylfenyl)azijnzuur]- N'-[(p-hydroxymethylfenyl)azijnzuur]

[o,p] EDDHMA

C20H24O6N2

641633-41-2

8

ethyleendiamine- N,N’-di[(5-carboxy-2-hydroxyfenyl)azijnzuur]

EDDCHA

C20H20O10N2

85120-53-2

9

ethyleendiamine- N,N'-di[(2-hydroxy-5-sulfofenyl)azijnzuur] en condensatieproducten daarvan

EDDHSA

C18H20O12N2S2 + n*(C12H14O8N2S)

57368-07-7 en 642045-40-7

10

iminodibarnsteenzuur

IDHA

C8H11O8N

131669-35-7

11

N,N'-di(2-hydroxybenzyl)ethyleendiamine-N,N'-diazijnzuur

HBED

C20H24N2O6

35998-29-9.

(1)  De chelaatvormers moeten worden geïdentificeerd en gekwantificeerd volgens de Europese normen die op de vermelde chelaatvormers betrekking hebben.”."

4)

Punt E.3.2 komt als volgt te luiden:

„E.3.2.   Complexvormers (3)

De volgende complexvormers zijn alleen toegelaten in producten voor fertigatie en/of toediening op het blad; Zn-, Fe-, Cu- en Mn-lignosulfonaat kunnen evenwel direct op de bodem worden toegepast.

De volgende zuren en de natrium-, kalium- en ammoniumzouten daarvan:

Nr.

Naam

Alternatieve naam

Formule

CAS-nummer van het zuur (4)

1

Lignosulfonzuur

LS

Geen chemische formule beschikbaar

8062-15-5

(3)  De complexvormers moeten worden geïdentificeerd volgens de Europese normen die op de vermelde complexvormers betrekking hebben.”."

5)

Aan punt F.1 worden de volgende rubrieken toegevoegd:

„2

Product dat dicyaandiamide (DCD) en 1,2,4-triazool (TZ) bevat

EG# EINECS nr. 207-312-8

EG# EINECS nr. 206-022-9

Minimaal 2,0

Maximaal 4,0

 

Mengverhouding 10:1

(DCD:TZ)

3

Product dat 1,2,4-triazool (TZ) en 3-methylpyrazool (MP) bevat

EG# EINECS nr. 206-022-9

EG# EINECS nr. 215-925-7

Minimaal 0,2

Maximaal 1,0

 

Mengverhouding 2:1

(TZ:MP)”.

6)

Aan punt F.2 wordt de volgende rubriek toegevoegd:

„2

N-(2-nitrofenyl)-fosforzuurtriamide (2-NPT)

EG# EINECS nr. 477-690-9

Minimaal 0,04

Maximaal 0,15”.

 

 


(1)  De chelaatvormers moeten worden geïdentificeerd en gekwantificeerd volgens de Europese normen die op de vermelde chelaatvormers betrekking hebben.”.

(3)  De complexvormers moeten worden geïdentificeerd volgens de Europese normen die op de vermelde complexvormers betrekking hebben.”.”


(2)  Uitsluitend ter informatie.

(4)  Uitsluitend ter informatie.


BIJLAGE II

Bijlage IV, deel B, van Verordening (EG) nr. 2003/2003 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De methoden 3.1.1 tot en met 3.1.4 komen als volgt te luiden:

„Methode 3.1.1

Extractie van fosfor oplosbaar in minerale zuren

EN 15956: Meststoffen — Extractie van fosfor oplosbaar in minerale zuren

Deze analysemethode is aan een ringtest onderworpen.

Methode 3.1.2

Extractie van fosfor oplosbaar in 2 % mierenzuur

EN 15919: Meststoffen — Extractie van fosfor oplosbaar in 2 % mierenzuur

Deze analysemethode is niet aan een ringtest onderworpen.

Methode 3.1.3

Extractie van fosfor oplosbaar in 2 % citroenzuur

EN 15920: Meststoffen — Extractie van fosfor oplosbaar in 2 % citroenzuur

Deze analysemethode is niet aan een ringtest onderworpen.

Methode 3.1.4

Extractie van oplosbaar fosfor, oplosbaar in neutraal ammoniumcitraat

EN 15957: Meststoffen — Extractie van fosfor oplosbaar in neutraal ammoniumcitraat

Deze analysemethode is aan een ringtest onderworpen.”.

2)

De methoden 3.1.5.1 tot en met 3.1.5.3 komen als volgt te luiden:

„Methode 3.1.5.1

Extractie van oplosbaar fosfor volgens Petermann bij 65 °C

EN 15921: Meststoffen — Extractie van oplosbaar fosfor volgens Petermann bij 65 °C

Deze analysemethode is niet aan een ringtest onderworpen.

Methoden 3.1.5.2

Extractie van oplosbaar fosfor volgens Petermann bij omgevingstemperatuur

EN 15922: Meststoffen — Extractie van oplosbaar fosfor volgens Petermann bij omgevingstemperatuur

Deze analysemethode is niet aan een ringtest onderworpen.

Methoden 3.1.5.3

Extractie van fosfor, oplosbaar in Joulie's alkalisch ammoniumcitraat

EN 15923: Meststoffen — Extractie van fosfor, oplosbaar in Joulie's alkalisch ammoniumcitraat

Deze analysemethode is niet aan een ringtest onderworpen.”.

3)

Methode 3.1.6 komt als volgt te luiden:

„Methode 3.1.6

Extractie van in water oplosbaar fosfor

EN 15958: Meststoffen — Extractie van in water oplosbaar fosfor

Deze analysemethode is aan een ringtest onderworpen.”.

4)

Methode 3.2 komt als volgt te luiden:

„Methode 3.2

Bepaling van geëxtraheerd fosfor

EN 15959: Meststoffen — Bepaling van geëxtraheerd fosfor

Deze analysemethode is aan een ringtest onderworpen.”.

5)

De methoden 7.1 en 7.2 komen als volgt te luiden:

„Methode 7.1

Bepaling van de maalfijnheid (droge procedure)

EN 15928: Meststoffen — Bepaling van de fijnheid volgens de droge methode

Deze analysemethode is niet aan een ringtest onderworpen.

Methode 7.2

Bepaling van de fijnheid van malen van zachte natuurlijke fosfaten

EN 15924: Meststoffen — Bepaling van de fijnheid van zachte natuurfosfaten

Deze analysemethode is niet aan een ringtest onderworpen.”.

6)

De methoden 8.1 tot en met 8.5 worden vervangen door:

"Methode 8.1

Extractie van totaal calcium, totaal magnesium, totaal natrium en totaal zwavel in de vorm van sulfaten

EN 15960: Meststoffen — Extractie van totaal calcium, totaal magnesium, totaal natrium en totaal zwavel in de vorm van sulfaten

Deze analysemethode is niet aan een ringtest onderworpen.

Methode 8.2

Extractie van de totale hoeveelheid zwavel aanwezig in verschillende vormen

EN 15925: Meststoffen — Extractie van de totale hoeveelheid zwavel aanwezig in verschillende vormen

Deze analysemethode is niet aan een ringtest onderworpen.

Methode 8.3

Extractie van in water oplosbaar calcium, magnesium, natrium en zwavel in de vorm van sulfaten

EN 15961: Meststoffen — Extractie van in water oplosbaar calcium, magnesium, natrium en zwavel in de vorm van sulfaten

Deze analysemethode is niet aan een ringtest onderworpen.

Methode 8.4

Extractie van in water oplosbare zwavel waarvan zwavel in verschillende vormen aanwezig is

EN 15926: Meststoffen — Extractie van in water oplosbare zwavel waarvan zwavel in verschillende vormen aanwezig is

Deze analysemethode is niet aan een ringtest onderworpen.

Methode 8.5

Extractie van en bepaling van elementair zwavel

EN 16032: Meststoffen — Extractie van en bepaling van elementair zwavel

Deze analysemethode is niet aan een ringtest onderworpen.”.

7)

De volgende methode 8.11 wordt ingevoegd:

„Methode 8.11

Bepaling van calcium en formiaat in calciumbladmeststoffen

EN 15909: Meststoffen — Bepaling van calcium en formiaat in calciumbladmeststoffen

Deze analysemethode is aan een ringtest onderworpen.”.

8)

Methode 11.3 komt als volgt te luiden:

„Methode 11.3

Bepaling van ijzer gechelateerd door o,o-EDDHA, o,o-EDDHMA en HBED

EN 13368-2: Meststoffen — Bepaling van chelaatvormers in meststoffen door chromatografie. Deel 2: Bepaling van ijzer gechelateerd door o,o-EDDHA, o,o-EDDHMA en HBED door ionpaarchromatografie

Deze analysemethode is aan een ringtest onderworpen.”.

9)

De volgende methoden 11.6, 11.7 en 11.8 worden ingevoegd:

„Methode 11.6

Bepaling van IDHA

EN 15950: Meststoffen — Bepaling van N-(1,2-dicarboxyethyl)-D,L-asparaginezuur (iminodibarnsteenzuur, IDHA) met hogedrukvloeistofchromatografie (HPLC)

Deze analysemethode is aan een ringtest onderworpen.

Methode 11.7

Bepaling van lignosulfonaat

EN 16109: Meststoffen — Bepaling van het gehalte aan gecomplexeerde micronutriëntionen in meststoffen — Identificatie van lignosulfonaat

Deze analysemethode is aan een ringtest onderworpen.

Methode 11.8

Bepaling van het gehalte aan gecomplexeerde micronutriënten en de fractie gecomplexeerde micronutriënten

EN 15962: Bepaling van het gehalte aan gecomplexeerde micronutriënten en de fractie gecomplexeerde micronutriënten

Deze analysemethode is aan een ringtest onderworpen.”.

10)

De volgende methoden 12.3, 12.4 en 12.5 worden ingevoegd:

„Methode 12.3

Bepaling van 3-methylpyrazool

EN 15905: Meststoffen — Bepaling van 3-methylpyrazool (MP) met behulp van hogedrukvloeistofchromatografie (HPLC)

Deze analysemethode is aan een ringtest onderworpen.

Methode 12.4

Bepaling van TZ

EN 16024: Meststoffen — Bepaling van 1H-1,2,4-triazool in ureum en in meststoffen die ureum bevatten met behulp van hogedrukvloeistofchromatografie (HPLC)

Deze analysemethode is aan een ringtest onderworpen.

Methode 12.5

Bepaling van 2-NPT

EN 16075: Meststoffen — Bepaling van N-(2-nitrofenyl)fosforzuurtriamide (2-NPT) in ureum en in meststoffen die ureum bevatten — Methode met behulp van chromatografie voor hoogwaardige vloeistof (HPLC)

Deze analysemethode is aan een ringtest onderworpen.”.