18.12.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 348/28


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 14 december 2012

ter uitvoering van Beschikking 2009/470/EG van de Raad wat betreft de financiële steun van de Unie aan het EU-referentielaboratorium voor het opsporen van bepaalde residuen van 1 januari tot en met 31 december 2012

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 9286)

(Slechts de tekst in de Nederlandse taal is authentiek)

(2012/790/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Beschikking 2009/470/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1), en met name artikel 31, leden 1 en 2,

Gezien Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (2), en met name artikel 32, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Aan de referentielaboratoria van de Europese Unie kan financiële steun van de Unie worden toegekend overeenkomstig artikel 31 van Beschikking 2009/470/EG.

(2)

Overeenkomstig artikel 75 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (3) (hierna „het Financieel Reglement” genoemd) en artikel 90, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie (4) (hierna „de uitvoeringsvoorschriften” genoemd) moet de vastlegging van een uitgave uit de EU-begroting worden voorafgegaan door een financieringsbesluit waarin de essentiële elementen worden uiteengezet van de actie die een uitgave meebrengt, en dat is vastgesteld door de instelling of door de door haar gedelegeerde autoriteiten.

(3)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 926/2011 van de Commissie van 12 september 2011 ter uitvoering van Beschikking 2009/470/EG van de Raad wat betreft de financiële steun van de Unie aan de referentielaboratoria van de EU voor diervoeders, levensmiddelen en diergezondheid (5) bepaalt dat de financiële steun van de Unie wordt toegekend als de goedgekeurde werkprogramma’s daadwerkelijk zijn uitgevoerd en de begunstigden alle nodige informatie binnen bepaalde termijnen verstrekken.

(4)

Bij Verordening (EU) nr. 563/2012 van de Commissie van 27 juni 2012 tot wijziging van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van EU-referentielaboratoria betreft (6) is RIKILT — Instituut voor Voedselveiligheid in Wageningen, Nederland, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2012 aangewezen als EU-referentielaboratorium voor het opsporen van bepaalde residuen.

(5)

RIKILT heeft in september 2011 als onderdeel van zijn kandidatuur een voorlopig werkprogramma voor 2012 overgelegd. Na te zijn aangewezen, heeft het een geactualiseerd werkprogramma en de bijbehorende begrotingsramingen ingediend. De Commissie heeft het geactualiseerde werkprogramma en de bijbehorende begrotingsramingen die door de referentielaboratoria van de Europese Unie voor 2012 zijn ingediend, geëvalueerd en goedgekeurd.

(6)

Het werkprogramma wordt sinds 1 januari 2012 uitgevoerd. Er is dus met ingang van 1 januari 2012 financiering nodig.

(7)

Aangezien het werkprogramma voor 2012 een voldoende gedetailleerd kader vormt in de zin van artikel 90, leden 2 en 3, van de uitvoeringsvoorschriften, is dit besluit een financieringsbesluit.

(8)

Bijgevolg moet aan de aangewezen referentielaboratoria van de Europese Unie financiële steun van de Unie worden toegekend met het oog op de medefinanciering van hun activiteiten voor het vervullen van de in artikel 32 van Verordening (EG) nr. 882/2004 vastgestelde functies en taken. De financiële steun van de Unie moet 100 % bedragen van de subsidiabele kosten zoals gedefinieerd in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 926/2011.

(9)

Overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (7) moeten programma’s om dierziekten uit te roeien of te bestrijden (veterinaire maatregelen) worden gefinancierd uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF). Voorts bepaalt artikel 13, tweede alinea, van die verordening dat in deugdelijk gemotiveerde uitzonderingsgevallen de door de lidstaten en door de begunstigden van steun uit het ELGF verrichte uitgaven voor administratieve en personeelskosten voor onder Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (8) vallende maatregelen en programma’s door het ELGF worden gefinancierd. Met het oog op de financiële controles zijn de artikelen 9, 36 en 37 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van toepassing.

(10)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het op 27 september 2011 door RIKILT — Instituut voor Voedselveiligheid, onderdeel van Wageningen University & Research Centre, ingediende werkprogramma voor 2012 wordt goedgekeurd.

2.   De Unie kent aan RIKILT — Instituut voor Voedselveiligheid, onderdeel van Wageningen University & Research Centre, financiële steun toe voor het opsporen van bepaalde residuen. Het laboratorium vervult de in punt 12, onder a), van deel I van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 882/2004 vermelde functies en taken.

3.   De financiële steun van de Unie bedraagt 100 % van de door dat instituut voor het werkprogramma gemaakte subsidiabele kosten zoals gedefinieerd in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 926/2011, en bedraagt ten hoogste 470 000 EUR voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2012, waarvan maximaal 25 000 EUR is bestemd voor de organisatie van een technische workshop over het opsporen van bepaalde residuen.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot RIKILT — Instituut voor Voedselveiligheid, onderdeel van Wageningen University & Research Centre, Akkermaalsbos 2, Gebouw 123, 6708 WB Wageningen, Nederland.

Gedaan te Brussel, 14 december 2012.

Voor de Commissie

Tonio BORG

Lid van de Commissie


(1)   PB L 155 van 18.6.2009, blz. 30.

(2)   PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(3)   PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(4)   PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.

(5)   PB L 241 van 17.9.2011, blz. 2.

(6)   PB L 168 van 28.6.2012, blz. 24.

(7)   PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.

(8)   PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19.