17.11.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 320/27


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 13 juli 2011

betreffende de steunmaatregelen SA.28903 (C 12/10) (ex N 389/09) van Bulgarije ten gunste van Ruse Industry

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 4903)

(Slechts de tekst in de Bulgaarse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2012/706/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, onder a),

Na de belanghebbenden overeenkomstig de genoemde artikelen (1) te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

I   PROCEDURE

(1)

Op 30 juni 2009 hebben de Bulgaarse autoriteiten bij de Commissie een herstructureringsmaatregel ten gunste van Ruse Industry AD (hierna: „Ruse Industry” of „de onderneming”) aangemeld, in de vorm van uitstel van betaling en herschikking van schulden aan de overheid ten bedrage van 9,85 miljoen euro.

(2)

Op 28 juli 2009 is een gedetailleerd verzoek voor inlichtingen naar de Bulgaarse autoriteiten gezonden. Op 24 augustus 2009 beantwoordde Bulgarije een deel van de vragen en verzocht in dezelfde brief om verlenging van de termijn, die bij brief van 28 augustus 2009 werd verleend. Op 30 september 2009 verstrekte Bulgarije nadere informatie. Op 27 november verzocht de Commissie om nadere toelichting, waarop Bulgarije op 15 december 2009 antwoordde. Op 20 december 2009 werd de termijn wederom verlengd zodat de ontbrekende informatie kon worden verstrekt. Op 17 februari 2010 zond Bulgarije nadere informatie.

(3)

Bij brief van 14 april 2010 stelde de Commissie Bulgarije in kennis van haar besluit de procedure van artikel 108, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie („VWEU”) (2) ten aanzien van de steunmaatregel in te leiden.

(4)

Het besluit van de Commissie om de procedure in te leiden is in het Publicatieblad van de Europese Unie (3) bekendgemaakt.

(5)

De Commissie heeft geen opmerkingen van belanghebbenden ontvangen.

(6)

Bij brief van 10 mei 2010, die op 17 juni 2010 naar de Commissie werd gezonden en op diezelfde dag werd geregistreerd, heeft Bulgarije ten aanzien van het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure opmerkingen ingediend. Op 7 juni 2010 verstrekten de Bulgaarse autoriteiten nadere gegevens.

(7)

Op 29 oktober 2010 zond de Commissie een nieuw verzoek om aanvullende informatie, waarop de Bulgaarse autoriteiten antwoordden bij brief van 12 november 2010, die op 23 november 2010 naar de Commissie werd gezonden en op dezelfde dag werd geregistreerd, en bij brief van 3 december 2010, die op 6 december 2010 naar de Commissie werd gezonden en op dezelfde dag werd geregistreerd.

(8)

Op 11 november 2010 startten de Bulgaarse autoriteiten een faillissementsprocedure tegen de onderneming.

(9)

Bij brief van 14 juni 2010, die op 23 november 2010 naar de Commissie werd gezonden, trokken de Bulgaarse autoriteiten hun aanmelding van 30 juni 2009 in.

II   BESCHRIJVING

De begunstigde

(10)

De begunstigde van de steunmaatregel is Ruse Industry. De onderneming (oorspronkelijk Ruse Shipyard (4)) werd in 1991 opgezet en is gevestigd in Ruse, Bulgarije, een regio die overeenkomstig artikel 107, lid 3, VWEU voor steun in aanmerking komt. In april 1999 is de onderneming met de verkoop van 80 % van de aandelen aan het Duitse bedrijf Rousse Beteiligungsgesellschaft mbH geprivatiseerd.

(11)

Ruse Industry is actief op het gebied van de productie en reparatie van metaalstructuren en de productie van kranen, schepen en scheepsuitrusting (5). Het bedrijf had in 2009 196 werknemers in dienst.

(12)

Zoals in onderstaande tabel wordt aangetoond, liet de onderneming gedurende een periode van enkele jaren voor de aanmelding een constante tendens van een dalende omzet en toenemende verliezen zien. In 2008 registreerde het bedrijf een negatief bedrijfsresultaat en een negatieve cash flow.

Tabel 1

De jaarlijkse omzet en winst van Ruse Industry

in miljoen BGN (6)

2005

2006

2007

2008

jaarlijkse omzet

76 239

65 086

17 963

7 035

winst vóór belastingen

(2 091 )

1 977

(827)

(3 924 )

De schuld aan de staat

(13)

Ten tijde van de aanmelding was Ruse Industry de Bulgaarse staat 9,85 miljoen euro schuldig.

(14)

De schuld is ontstaan door leningovereenkomsten (7) uit 1996 en 1997 tussen het wederopbouw- en ontwikkelingsfonds van de staat en Ruse Shipyard waarbij de hoofdsom destijds 8,45 miljoen dollar bedroeg.

(15)

In april 1999 werd met het Ministerie van Financiën, dat de vorderingen van het wederopbouw- en ontwikkelingsfonds overnam, een overeenkomst („de herschikking van 1999”) gesloten; volgens de overeenkomst werd acht miljoen dollar van de bovengenoemde schuld, vermeerderd met de opgelopen rente, in euro omgezet (8) en verbond Beteiligungsgesellschaft mbH zich er toe dit bedrag in het kader van het plan van de herschikking tussen 1 december 2000 en 30 juni 2006 terug te betalen.

(16)

Op 21 mei 2001 sloten het Ministerie van Financiën en Ruse Industry een nieuwe overeenkomst die de volledige aflossing van de bedrijfsschuld aan de staat (9), vermeerderd met de opgelopen rente, uitstelde tot 30 september 2015 met een terugbetalingstermijn waarbij alleen de rente en niet de hoofdsom moet worden betaald tot 31 maart 2006 („de herschikking van 2001”).

(17)

De totale schuld van de herschikking van 2001 omvatte de hoofdsom van 7,97 miljoen euro, plus 2 miljoen euro aan rente (opgelopen tot 1 april 1999). Volgens deze overeenkomst werd jaarlijks 1 % rente geheven over de hoofdsom, met een achterstandsrente van 3 % per jaar te betalen over achterstallige bedragen (dat wil zeggen wanneer de onderneming te laat was met de terugbetalingen).

(18)

In september 2005, net voordat de terugbetalingstermijn afliep, verzocht de begunstigde om een nieuwe herschikking van zijn schuld aan de staat (naast de overeenkomst van 2001). In december 2006 verklaarde de Bulgaarse commissie voor mededinging het verzoek op grond van de Bulgaarse wet betreffende staatssteun niet-ontvankelijk. Ruse Industry stelde tegen het besluit van de commissie beroep in bij het hooggerechtshof voor administratieve zaken, dat in juli 2007 werd afgewezen. Een tweede beroep tegen dit besluit werd eveneens afgewezen. Desondanks heeft de staat niet geprobeerd om de achterstallige schuld overeenkomstig de herschikking van 2001 daadwerkelijk in te vorderen.

(19)

In juli 2008 bood de begunstigde aan 1 miljoen euro van het achterstallige bedrag in twee gelijke termijnen te betalen. Volgens dit aanbod zou de eerste termijn uiterlijk in oktober 2008 worden betaald en de tweede uiterlijk in februari 2009. Toen Ruse Industry geen van beide betaalde, verlengde de staat, op verzoek van de onderneming, de uiterste datum voor de eerste termijn twee keer: de eerste keer tot december 2008 en vervolgens tot januari 2009.

(20)

Na het uitblijven van de door Ruse Industry toegezegde terugbetalingen, stuurden de Bulgaarse autoriteiten in februari 2009 een aanmaning. Verder zijn in april en tweemaal in juni aanmaningen voor de achterstallige bedragen gezonden. Desondanks heeft de staat de schuld, die niet was terugbetaald zoals in de herschikking van 2001 was vastgelegd, niet daadwerkelijk teruggevorderd.

(21)

Bij brief van 4 juni 2009 verzocht Ruse Industry de Bulgaarse autoriteiten nogmaals om herschikking van zijn schuld aan de staat tot 2019 met een terugbetalingstermijn tot 2012. Naar aanleiding van dit verzoek en in overeenstemming met artikel 108, lid 3, VWEU, heeft Bulgarije de voorgenomen herschikking van de schuld als herstructureringssteun aangemeld.

(22)

Bij brief van 28 juni 2010 stelde Ruse Industry opnieuw aan de staat voor zijn achterstallige schulden volgens de terugbetalingsovereenkomsten in het kader van de herschikking van 2001 terug te betalen. In juli 2010 verbond de onderneming zich ertoe alle achterstallige bedragen in twee gelijke termijnen te betalen: het eerste vóór einde juli 2010 en de tweede vóór eind augustus 2010. De onderneming heeft zich echter niet aan deze afspraak gehouden.

(23)

Volgens de informatie van de Bulgaarse autoriteiten had de begunstigde aan het eind van 2010 1 miljoen euro terugbetaald van het totale verschuldigde bedrag dat in de herschikking van 2001 was overeengekomen. Eind 2010 bedroeg de achterstallige schuld ten aanzien van het totale verschuldigde bedrag 3,7 miljoen euro.

Het niet terugvorderen van de schuld aan de staat

(24)

Uit correspondentie tussen Ruse Industry en de Bulgaarse autoriteiten blijkt dat deze laatsten een aantal aanmaningen hebben gestuurd voor de achterstallige bedragen. Hoewel de begunstigde de bereidheid heeft geuit of vrijwillig heeft voorgesteld de terugbetalingen te doen, heeft deze de achterstallige bedragen in feite nooit volledig volgens de herschikking van 2001 terugbetaald. Afgezien van de aanmaningen is er geen bewijs dat de Bulgaarse autoriteiten enige stappen hebben ondernomen om tot de daadwerkelijke inning van hun vorderingen over te gaan.

(25)

Wat de hoofdsom betreft, heeft Ruse Industry de vastgestelde bedragen (10) niet betaald en heeft de onderneming zich dus niet gehouden aan het halfjaarlijkse terugbetalingsschema. Bovendien is de gewone rente slechts tot juli 2008 betaald.

(26)

Wat de achterstandsrente betreft, hebben de Bulgaarse autoriteiten aangegeven dat de contractueel vastgelegde 3 % (zie overweging 17) over de verschuldigde termijnen geheven is vanaf 2006, toen de onderneming werd geacht met de terugbetaling te beginnen. Ruse heeft deze achterstandsrente alleen tussen augustus 2006 en juli 2008 betaald. Sinds juli 2008 heeft de onderneming de in rekening gebrachte achterstandsrente niet voldaan.

(27)

Op 3 november 2010 deden de Bulgaarse autoriteiten een officieel verzoek tot terugbetaling. Op het tijdstip waarop het verzoek werd gedaan bedroeg de achterstallige schuld 3,7 miljoen euro (waarvan 3,4 miljoen euro hoofdsom, 151 000 euro rente en 140 000 euro achterstandsrente).

(28)

Op het tijdstip van dit verzoek had de begunstigde in totaal 1 miljoen euro, die hij in het kader van de herschikking van 2001 verschuldigd was, terugbetaald (waarvan 245 000 euro hoofdsom, 705 000 euro boete en 50 000 euro achterstandsrente). De laatste feitelijke terugbetaling door Ruse Industry is op 11 juli 2008 gedaan.

(29)

Ten vervolge op het verzoek en het niet-nakomen door de onderneming van haar verplichtingen, leidden de nationale autoriteiten op 11 november 2010 een faillissementsprocedure tegen de begunstigde in, negen jaar na de herschikking van 2001, meer dan vier jaar na het aflopen van de terugbetalingstermijn en meer dan twee jaar na de laatste betaling door Ruse Industry.

(30)

Op 11 november 2010 leidden de Bulgaarse autoriteiten een faillissementsprocedure tegen de begunstigde in.

III   HET BESLUIT TOT INLEIDING VAN EEN PROCEDURE

(31)

Zoals eerder vermeld (zie overweging 21), verzocht de begunstigde in juni 2009 opnieuw om een herschikking van de uitstaande schuld in het kader van de overeenkomst van 2001. Deze geplande herschikking was de maatregel die op 30 juni 2009 als herstructureringssteun bij de Commissie werd aangemeld.

(32)

Volgens de aanmelding voorzag het plan in terugbetaling van de schuld van 9,85 miljoen euro over een periode van 10 jaar (dat wil zeggen tot 2019), met een terugbetalingstermijn tot 30 juni 2012.

(33)

Bulgarije was van mening dat de geplande maatregel als herstructureringssteun op basis van de mededeling van de Commissie Communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (11) verenigbaar was met de interne markt.

(34)

De Commissie had twijfels over de verenigbaarheid van de aangemelde steunmaatregel. Daarom heeft zij op 14 april 2010 de procedure van artikel 108, lid 2, VWEU ingeleid.

(35)

Daarnaast leidde het besluit tot inleiding van de procedure tot de vraag of het niet-terugvorderen van achterstallige schulden volgens de herschikkingovereenkomst van 2001 geen verdere staatssteun zou betekenen.

(36)

Op 23 november 2010 trokken de Bulgaarse autoriteiten hun aanmelding in, waardoor het formele onderzoek van de aangemelde maatregel overbodig werd.

IV   OPMERKINGEN VAN BULGARIJE OVER HET BESLUIT TOT INLEIDING VAN DE PROCEDURE

(37)

Wat het niet-terugvorderen van de schuld betreft, beweert Bulgarije dat de staat zich slechts heeft gedragen als een particuliere investeerder in een markteconomie door de kans om zijn schuld terug te vorderen te vergroten door vrijwillige terugbetaling toe te staan. Bulgarije heeft in dit verband geen gedetailleerde argumenten ingediend.

V   BEOORDELING

De aangemelde herstructureringssteun

(38)

In november 2010 trok Bulgarije de aanmelding van de herschikking van de schuld van Ruse Industry aan de staat in. Daardoor is het formele onderzoek van de aangemelde herstructureringssteunmaatregel overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 659/1999 van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-verdrag (12) overbodig geworden.

Het niet terugvorderen van schulden uit het verleden

Het bestaan van staatssteun

(39)

De te beoordelen maatregel is het niet terugvorderen van de schuld volgens de herschikking van 2001.

(40)

Wat Bulgarije’s toetreding tot de EU betreft en de vraag of dit niet terugvorderen van de schuld sinds 1 januari 2007 mogelijk nieuwe steun vormt in de zin van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999, merkt de Commissie op dat het niet terugbetalen door de begunstigde van de achterstallige bedragen volgens de herschikking van 2001 en het gebrek aan optreden door de staat tot veranderingen in het totale risico van de staat overeenkomstig de herschikking van 2001 heeft geleid. Deze toename van de schuld aan de staat (namelijk het niet terugvorderen) had gevolgen na de datum van toetreding, waardoor de maatregel na de toetreding van toepassing moet worden beschouwd en dus nieuwe staatssteun vormt.

(41)

Bovendien zij opgemerkt dat deze niet-aangemelde maatregel niet viel onder het aanhangsel bij bijlage V bij de toetredingsakte van Bulgarije (13). Preciezer gezegd was zij niet: a) vóór 31 december 1994 uitgevoerd, b) opgenomen in het aanhangsel bij bijlage V, of c) opgenomen in het interim-mechanisme dat in verband met toetreding werd toegepast.

(42)

Tegen deze achtergrond beoordeelt de Commissie hieronder of het niet terugvorderen van de schuld sinds 1 januari 2007 nieuwe steun vormt in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU.

(43)

Op grond van artikel 107, lid 1, VWEU zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.

(44)

De maatregel wordt met staatsmiddelen bekostigd, omdat deze een verlies van overheidsinkomsten oplevert en de besluiten van het Ministerie van Financiën gelden als rechtstreekse besluiten van de staat.

(45)

Bovendien heeft het niet terugvorderen van de schuld alleen betrekking op Ruse Industry en is dit als zodanig selectief.

(46)

Daarnaast is Ruse Industry een onderneming die goederen produceert welke binnen de Unie vrij worden verhandeld. De Commissie meent dan ook dat aan de voorwaarde betreffende de nadelige gevolgen voor de mededinging en het handelsverkeer is voldaan.

(47)

De Commissie moet ook beoordelen of met de maatregel in de vorm van het niet terugvorderen van de schuld een voordeel aan de onderneming wordt verleend die zij anders niet op de markt had kunnen verkrijgen.

(48)

Zoals hierboven is uitgelegd, dateert de schuld van 1996-97 en is deze al twee keer herschikt (in 1999 en in 2001). Wat het niet terugvorderen van de schuld volgens de herschikking van 2001 en het niet-nakomen door de onderneming van haar verplichtingen betreft, zou geen enkele particuliere schuldeiser zich hebben gedragen zoals de Bulgaarse staat. Uit de beschikbare informatie blijkt immers dat vanaf 30 maart 2006, toen de terugbetalingstermijn afliep en de eerste termijnen van de hoofdsom verschuldigd waren, maar niet betaald werden, er geen concrete stappen zijn ondernomen om de schuld terug te vorderen. Bovendien was de financiële situatie van de onderneming zwak (zie tabel 1), aangezien deze een dalende omzet en toenemende verliezen liet zien en het er niet naar uitzag dat de onderneming weer winstgevendheid zou worden. Voorts zij opgemerkt dat, hoewel er voor een deel van de schuld (1,13 miljoen Leva (14)) zekerheden waren bedongen (15), de Bulgaarse autoriteiten evenmin stappen hebben ondernomen om dat deel van de schuld terug te vorderen.

(49)

In feite hebben de Bulgaarse autoriteiten geen enkele toelichting gegeven op de vraag waarom het aflossingsschema niet is toegepast; evenmin hebben zij hun bewering toegelicht dat hun kans op terugvordering van de schuld (gezien de negatieve kredietgeschiedenis van de onderneming) door op vrijwillige terugbetaling te wachten zou zijn verhoogd.

(50)

Een particuliere schuldeiser zou onder gelijke omstandigheden de uitvoering van de overeenkomst hebben verlangd. Daarom is de niet-naleving van de herschikking van 2001 en het niet terugvorderen van de schuld door Bulgarije een voordeel aan Ruse Industry verleend.

Conclusie over het bestaan van staatssteun

(51)

Gelet op het bovenstaande beschouwt de Commissie per 1 januari 2007 het niet terugvorderen van de schuld van Ruse Industry aan de staat als nieuwe steun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU.

Verenigbaarheid

(52)

Wat de mogelijke verenigbaarheid van de maatregel betreft, zij opgemerkt dat Bulgarije dienaangaande geen argumenten heeft aangedragen.

(53)

Zelfs als Ruse Industry formeel als een onderneming in moeilijkheden in de zin van de communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun voor ondernemingen in moeilijkheden kan worden aangemerkt, is niet voldaan aan de voorwaarden voor verenigbare reddings- of herstructureringssteun. Meer in het bijzonder is, wat de reddingssteun betreft, niet aangetoond dat de maatregel beperkt zou blijven tot het noodzakelijke minimum, dat deze kan worden gerechtvaardigd door ernstige sociale moeilijkheden en geen buitengewoon ongunstige Spill-overeffecten naar andere lidstaten zou hebben. Bovendien loopt de maatregel langer dan zes maanden. Wat herstructureringssteun betreft, is, bij gebrek aan een herstructureringsplan niet bewezen dat de levensvatbaarheid op lange termijn wordt hersteld. Evenmin is aangetoond dat de steun tot het minimum beperkt zou blijven en dat buitensporige mededingingsdistorsies zouden worden vermeden.

(54)

De onderneming is gevestigd in een steungebied overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder a), VWEU en komt als zodanig in aanmerking voor regionale steun op basis van de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2007-2013 (16). De maatregel voldoet echter evenmin aan deze richtsnoeren. Wat met name mogelijke exploitatiesteun betreft, deze steun vergemakkelijkt de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën niet, noch is deze in de tijd beperkt, degressief of evenredig aan hetgeen noodzakelijk is om specifieke economische handicaps te verhelpen.

(55)

Er zijn geen andere gronden voor verenigbaarheid van toepassing. Derhalve is de steun onrechtmatig en onverenigbaar met het VWEU.

Terugvordering

(56)

In overeenstemming met het VWEU en met de jurisprudentie van het Hof van Justitie is de Commissie bevoegd om te besluiten dat de betrokken lidstaat staatssteun moet opheffen of wijzigen waarvan zij heeft vastgesteld dat deze onverenigbaar is met de interne markt (17). Bovendien is het vaste rechtspraak van het Hof dat de verplichting van een staat om door de Commissie als onverenigbaar met de interne markt aangemerkte steun in te trekken, bedoeld is om de vroegere toestand (18) te herstellen. In dit verband heeft het Hof bepaald dat dit doel is bereikt zodra de ontvanger de als onwettige staatssteun uitgekeerde bedragen heeft terugbetaald en aldus afstand heeft gedaan van het ten opzichte van de concurrenten op de markt genoten voordeel, en de situatie voorafgaande aan de uitkering van de steun is hersteld (19).

(57)

In overeenstemming met deze jurisprudentie wordt artikel 14 van Verordening (EG) nr. 659/99 bepaald: „Indien negatieve beschikkingen worden gegeven in gevallen van onrechtmatige steun beschikt de Commissie dat de betrokken lidstaat alle nodige maatregelen dient te nemen om de steun van de begunstigde terug te vorderen”.

(58)

Aangezien de onderhavige maatregel als onrechtmatige en onverenigbare steun wordt beschouwd, moet het steunbedrag dan ook worden teruggevorderd om de marktsituatie te herstellen die vóór de steunverlening bestond. Het uitgangspunt voor terugvordering moet daarom het tijdstip zijn waarop het voordeel werd gegund aan de begunstigde onderneming, dat wil zeggen toen de steun aan de begunstigde onderneming ter beschikking werd gesteld, die terugvorderingrente moet betalen tot de feitelijke terugbetaling.

(59)

Het met de interne markt onverenigbare steunelement van de maatregel is het bedrag dat volgens de herschikking van 2001 verschuldigd was maar niet betaald is tussen 1 januari 2007 en 11 november 2010, toen Bulgarije zijn vordering in de faillissementsprocedure leidde. Op dat moment bedroeg het achterstallige bedrag 3,7 miljoen euro. Bulgarije zal het exacte bedrag dat moet worden teruggevorderd, alsmede de daarover verschuldigde rente, moeten berekenen. De als onrechtmatig en onverenigbaar terug te vorderen steunbedragen mogen worden verminderd met de betalingen die buiten de overeenkomsten om zijn verricht.

VI   CONCLUSIE

(60)

Ten eerste merkt de Commissie op dat Bulgarije de aanmelding van de aangemelde schuldherschikking van 9,85 miljoen euro heeft ingetrokken, waardoor de formele onderzoeksprocedure van deze maatregel overbodig is geworden.

(61)

Ten tweede concludeert de Commissie dat het niet terugvorderen van de schuld aan de staat vanaf 1 januari 2007 nieuwe staatssteun vormt ten behoeve van Ruse Industry in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU.

(62)

Aangezien deze staatssteun onrechtmatig en onverenigbaar is, moet deze van de begunstigde worden teruggevorderd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Commissie heeft besloten de formele onderzoeksprocedure uit hoofde van artikel 108, lid 2, VWEU ten aanzien van de aangemelde schuldherschikking van 9,85 miljoen euro te sluiten aangezien Bulgarije zijn aanmelding heeft ingetrokken.

Artikel 2

De staatssteun die Bulgarije vanaf 1 januari 2007 aan Ruse Industry heeft verleend door niet-terugvordering van de schuld aan de staat in strijd met artikel 108, lid 3, VWEU, is onverenigbaar met de interne markt.

Artikel 3

1.   Bulgarije vordert de in artikel 2 bedoelde steun van de begunstigde terug.

2.   De terug te vorderen bedragen omvatten rente vanaf 1 januari 2007 tot het tijdstip van de volledige terugbetaling ervan.

3.   De rente wordt berekend op samengestelde grondslag in overeenstemming met hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 794/2004 (20) van de Commissie.

Artikel 4

1.   De terugvordering van de in artikel 2 bedoelde steun geschiedt onverwijld en daadwerkelijk.

2.   Bulgarije zorgt ervoor dat het onderhavige besluit binnen vier maanden vanaf de datum van kennisgeving ervan ten uitvoer wordt gelegd.

Artikel 5

1.   Binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van dit besluit verstrekt Bulgarije de Commissie de volgende informatie:

a)

het totale bedrag dat van de begunstigde moet worden gevorderd (hoofdsom en rente);

b)

een gedetailleerde beschrijving van de reeds genomen en de voorgenomen maatregelen om aan dit besluit te voldoen;

c)

documenten waaruit blijkt dat de begunstigde gelast werd de steun tot betaling van de steun.

2.   Bulgarije houdt de Commissie op de hoogte van de voortgang die bij de nationale maatregelen ter uitvoering van dit besluit wordt gemaakt, totdat de in het artikel 2 bedoelde steun volledig is terugbetaald. Het verstrekt, op eenvoudig verzoek van de Commissie, onverwijld alle informatie over de maatregelen die reeds zijn genomen of die zullen worden genomen om aan dit besluit te voldoen. Het verstrekt ook gedetailleerde gegevens over de steunbedragen en de invorderingsrente die reeds door de begunstigde zijn terugbetaald.

Artikel 6

Dit besluit is tot de Republiek Bulgarije gericht.

Gedaan te Brussel, 13 juli 2011.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Vicevoorzitter


(1)   PB C 187 van 10.7.2010, blz. 7.

(2)  Vanaf 1.12.2009 zijn de artikelen 87 en 88, EG-Verdrag respectievelijk de artikelen 107 en 108, VWEU geworden. De artikelen 87 en 88, EG-Verdrag en de artikelen 107 en 108, VWEU zijn inhoudelijk identiek. In het kader van dit besluit dienen verwijzingen naar de artikelen 107 en 108, VWEU waar van toepassing opgevat te worden als verwijzingen naar, respectievelijk, de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag.

(3)  Zie voetnoot 2.

(4)  Op 4 april 2009 registreerde het handelsregister van Bulgarije de naamswijziging van Ruse Shipyard in Ruse Industry.

(5)  Deze informatie werd met de aanmelding ontvangen. Opgemerkt dient te worden dat Bulgarije later staande hield dat het bedrijf geen schepen, maar alleen metalen onderdelen produceerde.

(6)  De wisselkoers EUR/BGN is per 5 juli 1999 vastgesteld op 1.9558 ten gevolge van de currency board-regeling die momenteel in Bulgarije geldt.

(7)  Overeenkomst van 15 november 1996 betreffende een lening in vreemde valuta van 1 402 341,08 dollar; overeenkomst van 22 november 1996 over een bedrag van 450 131,17 dollar en de overeenkomst van 27 januari 1997 betreffende de terugbetaling van een eerdere schuld van het bedrijf van 6 597 658,92 (hoofdsom) en 365 575,86 (te betalen) rente vanaf 1 november 1996. Al deze schulden zijn door Stopanksa Banka (staatsbank die failliet is gegaan) aan het wederopbouw- en ontwikkelingsfonds van de staat overgedragen.

(8)  De Bulgaarse autoriteiten hebben de wisselkoers van deze transactie niet vermeld.

(9)  Namelijk de gehele schuld die oorspronkelijk 8 450 131,17 dollar bedroeg, waarvan 8 miljoen dollar al was omgezet op 8 april 1999.

(10)  In 2008 betaalde Ruse Industry slechts een deel van de eerste termijn die in 2006 verschuldigd was (245 000 euro). De andere termijnen zijn nooit betaald.

(11)   PB C 244 van 1.10.04, blz. 2.

(12)   PB C 83 van 27.3.99, blz. 1.

(13)   PB C 157 van 21.6.05, blz. 93.

(14)  Ongeveer 565 000 euro

(15)  In 2001 hadden de in pand gegeven activa een waarde van 1,18 miljoen BGN (ongeveer 590 000 euro).

(16)   PB C 54 van 4.3.2006, blz. 13.

(17)  Zaak C-70/72 Commissie/Duitsland, Jurisprudentie 1973, blz. 813, rechtsoverweging 13.

(18)  Gevoegde zaken C-278/92, C-279/92 en C-280/92, Spanje/Commissie, Jurispr. 1994, blz. I-4103, punt 75.

(19)  Zaak C-75/97, België/Commissie, Jurispr. 1999, blz. I-3671, punten 64-65.

(20)   PB L 140 van 30.4.2004, blz. 1.