|
14.11.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 314/25 |
BESLUIT 2012/698/GBVB VAN DE RAAD
van 13 november 2012
betreffende het opzetten van depotcapaciteit voor civiele crisisbeheersingsmissies
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 26, artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft in 2004 zijn goedkeuring gehecht aan het civiel hoofddoel 2008, waarin was bepaald dat de Unie in staat moet zijn om „binnen 5 dagen na goedkeuring van het crisisbeheersingsconcept door de Raad te besluiten om een missie van start te doen gaan” en dat „specifieke civiele vermogens van het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB) binnen 30 dagen na het besluit om de missie te sturen, inzetbaar moeten zijn”. |
|
(2) |
Nadat het civiel hoofddoel 2008 was goedgekeurd, vormden de vaststelling van het civiel hoofddoel 2010 door de Raad in november 2007 en zijn door de Europese Raad in december 2008 onderschreven Verklaring over versterking van vermogens, een verdere politieke impuls om snelle civiele inzetbaarheid aan te pakken. |
|
(3) |
Om duurzaam en kostenefficiënt snel inzetbaar te zijn, is het nodig depotcapaciteit voor civiele crisisbeheersingsmissies op te zetten. Een studie heeft aangetoond dat depotcapaciteit bruikbaar is als doeltreffend instrument voor de opslag van middelen om de voor civiele crisisbeheersingsmissies benodigde fysieke goederen snel in te kunnen zetten. |
|
(4) |
In januari 2010 is een tijdelijke oplossing gevonden voor de opslag van goederen voor civiele crisisbeheersingsmissies; deze bestond eruit overbodig materieel in de gebouwen van politiemissie van de Europese Unie in Bosnië en Herzegovina op te slaan. Op dit moment wordt materieel voor een nieuwe missie van 200 man personeel ook in die gebouwen opgeslagen. Vanwege de tijdelijke aard van deze regeling moet echter een oplossing voor de langere termijn worden gevonden. |
|
(5) |
Overeenkomstig de commandostructuur van civiele crisisbeheersingsmissies moet de civiele operationele commandant, in samenwerking met de Commissie, ervoor kunnen zorgen dat aan de vereisten voor snelle inzetbaarheid en de operationele behoeften van de civiele crisisbeheersingsmissies wordt voldaan. |
|
(6) |
Hiertoe heeft de Raad in zijn conclusies over EVDB van 17 november 2009 benadrukt dat permanente depotcapaciteit voor nieuw en bestaand strategisch materieel van vitaal belang is om materieel voor nieuwe en lopende missies snel in te kunnen zetten, alsmede voor degelijk financieel beheer. Een dergelijk depot moet tot stand komen via een aanbestedingsprocedure die uitmondt in een overeenkomst tussen de Commissie en de depotbeheerder. De Commissie heeft in samenwerking met de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) een passend beschrijving van de opdracht voor de aanbestedingsprocedure voorbereid, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Doelstellingen
1. Ten behoeve van de snelle inzet van materieel voor huidige en toekomstige civiele crisisbeheersingsmissies vergroot de Unie haar capaciteiten, en beoogt met name snel en voortdurend toegang tot essentiële middelen te verzekeren.
2. Daartoe neemt de Unie passende maatregelen om de inzet en het functioneren van haar lopende en toekomstige civiele crisisbeheersingsmissies te verbeteren door een depot op te zetten met de capaciteit om nieuw en gebruikt materieel voor dergelijke missies op te slaan.
Artikel 2
Opzet van een depot
1. Teneinde de in artikel 1 genoemde doelstellingen te bereiken, wordt een depot opgezet. Het wordt in een lidstaat geplaatst en wordt beheerd overeenkomstig de in lid 2 bedoelde overeenkomst en beschrijving van de opdracht.
2. De Commissie sluit een overeenkomst die een beschrijving van de opdracht bevat met een overeenkomstig de toepasselijke aanbestedingsprocedures en in nauwe samenwerking met de EDEO geselecteerde depotbeheerder.
Artikel 3
Uitvoering
1. De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid („hoge vertegenwoordiger”) is belast met de uitvoering van dit besluit.
2. De Commissie en de civiele operationele commandant komen een gedetailleerde regeling overeen voor de uitvoering van dit besluit, met inbegrip van de beschrijving van de opdracht voor het depot. Deze regeling laat de respectieve rollen van de Commissie en de civiele operationele commandant in civiele crisisbeheersingsmissies onverlet. De civiele operationele commandant heeft in het bijzonder toegang tot het depot om technisch en operationeel toezicht uit te oefenen, teneinde de inzetcapaciteit en het correcte functioneren van civiele crisisbeheersingsmissies te verzekeren. De civiele operationele commandant beoordeelt ook de technische geschiktheid van gebruikte middelen voor opslag en toekomstig gebruik, en deelt mede of opgeslagen materieel moet worden hersteld of vervangen.
Artikel 4
Financiële regelingen
1. Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van dit besluit bedraagt 4 312 234 EUR voor de duur van de in artikel 2, lid 2, bedoelde overeenkomst.
2. De financiering van de in lid 1 bedoelde uitgaven wordt beheerd overeenkomstig de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie, waaronder het beginsel van goed financieel beheer.
Artikel 5
Verslaglegging
1. De hoge vertegenwoordiger brengt de Raad tweemaal per jaar verslag uit over de uitvoering van dit besluit.
2. De Commissie informeert de Raad over de financiële aspecten van het functioneren van het depot.
Artikel 6
Herziening
Dit besluit wordt uiterlijk eind 2014 herzien. Deze herziening beoordeelt het nut, de doeltreffendheid en de kostenefficiëntie van het depot in de context van andere beheersmechanismen van middelen voor civiele crisisbeheersingsmissies.
Artikel 7
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 13 november 2012.
Voor de Raad
De voorzitter
V. SHIARLY