|
5.10.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 271/4 |
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 26 september 2012
waarbij de productie van en groothandel in elektriciteit in macro-zone Noord en macro-zone Zuid in Italië worden vrijgesteld van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, en houdende wijziging van Besluit 2010/403/EU van de Commissie
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 6665)
(Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek)
(Voor de EER relevante tekst)
(2012/539/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (1), en met name artikel 30, leden 5 en 6,
Gezien het verzoek dat door EniPower S.p.A. (hierna „EniPower”) bij e-mail van 29 maart 2012 is ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
I. FEITEN
|
(1) |
Op 29 maart 2012 heeft EniPower bij e-mail een verzoek overeenkomstig artikel 30, lid 5, van Richtlijn 2004/17/EG gericht tot de Commissie. De Commissie heeft de Italiaanse autoriteiten bij e-mail van 11 april 2012 op de hoogte gebracht van dit verzoek en zij heeft de Italiaanse autoriteiten bij e-mail van 25 mei en 25 juli 2012 en EniPower bij e-mail van 25 mei 2012 verzocht aanvullende informatie toe te zenden. De Italiaanse autoriteiten hebben bij e-mail van 20 juni 2012, 21 juni 2012 en 8 augustus 2012 en EniPower heeft bij e-mail van 20 juni 2012 aanvullende informatie toegezonden. |
|
(2) |
Het door EniPower ingediende verzoek heeft betrekking op de productie van en groothandel in elektriciteit op het Italiaanse grondgebied, met uitzondering van Sardinië en Sicilië. |
II. RECHTSKADER
|
(3) |
Bij artikel 30 van Richtlijn 2004/17/EG is bepaald dat opdrachten voor activiteiten waarop die richtlijn van toepassing is, niet onder deze richtlijn vallen wanneer bedoelde activiteit in de lidstaat waarin zij wordt uitgeoefend rechtstreeks aan mededinging blootstaat op marktgebieden tot welke de toegang niet beperkt is. De rechtstreekse blootstelling aan mededinging wordt getoetst aan de hand van objectieve criteria, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de betrokken sector. De toegang tot een markt wordt als niet-beperkt beschouwd indien de lidstaat de desbetreffende EU-wetgeving tot openstelling van een bepaalde (deel)sector ten uitvoer heeft gelegd en heeft toegepast. Deze wetgeving is vermeld in bijlage XI bij Richtlijn 2004/17/EG; voor de elektriciteitssector gaat het om Richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (2). Richtlijn 96/92/EG is vervangen door Richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 96/92/EG (3), die daarna is vervangen door Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG (4). |
|
(4) |
Italië heeft niet alleen Richtlijn 96/92/EG, maar ook Richtlijn 2003/54/EG en Richtlijn 2009/72/EG, ten uitvoer gelegd en toegepast. Bijgevolg, en in overeenstemming met artikel 30, lid 3, eerste alinea, van Richtlijn 2004/17/EG moet de toegang tot de markt als niet-beperkt worden beschouwd op het gehele Italiaanse grondgebied. |
|
(5) |
De rechtstreekse blootstelling aan mededinging moet worden getoetst aan diverse indicatoren, waarbij geen van deze indicatoren op zichzelf doorslaggevend is. Wat de markten betreft waarop dit besluit betrekking heeft, vormt het marktaandeel van de voornaamste spelers op een bepaalde markt één van de te hanteren criteria. Een ander criterium is de concentratiegraad op de markten in kwestie. Gezien de kenmerken van de betrokken markten moet ook rekening worden gehouden met andere criteria, zoals de werking van de balanceringsmarkt, prijsconcurrentie en de mate waarin afnemers van leverancier wisselen. |
|
(6) |
Dit besluit laat de toepassing van de mededingingsregels onverlet. |
III. BEOORDELING
|
(7) |
In Italië vindt de groothandelsverkoop van elektriciteit plaats op beurzen, via spot- of termijncontracten of bilateraal. |
|
(8) |
De spotmarkt bestaat uit de day-aheadmarkt (Mercato del Giorno Prima, MGP) waarop elektriciteit voor de volgende dag wordt verhandeld, en de intra-daymarkt (Mercato Infragiornaliero) waarop de marktdeelnemers hun aan- en verkopen kunnen aanpassen aan de handel op de day-aheadmarkt en de markt voor systeemdiensten (Mercato dei Servizi di Dispacciamento) waarop Terna, de Italiaanse transmissiesysteembeheerder, de elektriciteit aankoopt die vereist is om het systeem te exploiteren en beheren teneinde congestie tussen zones op te lossen, een energiereserve op te bouwen en het systeem in realtime te balanceren. |
|
(9) |
De termijncontracten worden besproken en gesloten op gereguleerde markten: de Mercato a Termine (MTE) (elektriciteitstermijnmarkt) en de Italian Energy Derivatives Exchange (IDEX) en/op over-the-counter-platforms. De Italian Energy Derivatives Exchange is een platform dat bedoeld is voor de handel in instrumenten die gebaseerd zijn op de gemiddelde aankoopprijs (Single National Price). |
|
(10) |
Overeenkomstig de laatste beschikbare informatie is aardgas de belangrijkste brandstof in de Italiaanse energiemix en is deze brandstof goed voor meer dan de helft van de geproduceerde elektriciteit. Op de tweede plaats komen hernieuwbare energiebronnen, goed voor 28 % van de geproduceerde elektriciteit in 2011, waarbij meer concreet 55 % komt van waterkracht, 12 % van windenergie, 13 % van zonne-energie, 13 % van bio-energie en 7 % van geothermische energie (5). |
Omschrijving van de markt
Omschrijving van de productmarkt
|
(11) |
Gezien de precedenten van de Commissie (6) moeten de volgende relevante productmarkten in de elektriciteitssector worden onderscheiden: i) opwekking en groothandelsverkoop; ii) transmissie; iii) distributie en iv) kleinhandelsverkoop. Hoewel sommige van deze markten verder kunnen worden opgedeeld, is het tot dusverre een gevestigde praktijk van de Commissie geweest (7) om het onderscheid te verwerpen tussen een elektriciteitsproductiemarkt en een groothandelsverkoopsmarkt aangezien opwekking als zodanig slechts een eerste stap is in de waardeketen, maar de opgewekte elektriciteitsvolumes worden verhandeld via de groothandelsmarkt. |
|
(12) |
Het verzoek van EniPower heeft betrekking op elektriciteitsproductie en groothandel. In haar beoordeling heeft de Italiaanse mededingingsautoriteit (Autorita Garante della Concorenza e del mercato) en de Italiaanse Autoriteit voor gas en elektriciteit (Autorita per l'energia elettrica e il gas) de groothandelsmarkt gedefinieerd als „de contracten voor de aankoop en de verkoop van elektriciteit gesloten tussen enerzijds marktdeelnemers die beschikken over primaire bronnen van energie (hetzij nationaal opgewekt, hetzij ingevoerd) en anderzijds grote industriële gebruikers (Acquirente Unico en groothandelaars)”. |
|
(13) |
De aanvrager stelt dat de analyse van de groothandelsmarkt ten behoeve van deze aanvraag kan worden beperkt tot de analyse van de day-aheadmarkt aangezien die markt ook de termijncontracten omvat die in elk geval op de day-aheadmarkt moeten worden geprogrammeerd zodra het tijdstip van fysieke levering is aangebroken. Om deze reden dragen de via termijncontracten verhandelde volumes die fysiek worden geleverd, bij tot prijsvorming op de day-aheadmarkt. De aanvrager is van mening dat de intra-daymarkt een aanvulling vormt op de day-aheadmarkt en dat de op de intra-daymarkt verhandelde volumes slechts marginaal zijn in vergelijking met die welke op de day-aheadmarkt worden verhandeld. De markt voor systeemdiensten is op een fundamenteel andere wijze georganiseerd dan de day-aheadmarkt en de intra-daymarkt, aangezien Terna op deze markt de centrale tegenpartij is die er de elektriciteit aankoopt die zij nodig heeft voor een goed en veilig beheer van het nationale systeem. Die inschatting van de aanvrager wordt ondersteund door de Italiaanse mededingingsautoriteit (8) en door de Italiaanse Autoriteit voor elektriciteit en gas (9). |
|
(14) |
In het meest recente besluit van de Commissie overeenkomstig artikel 30 van Richtlijn 2004/17/EG, namelijk Uitvoeringsbesluit 2012/218/EU van de Commissie van 24 april 2012 waarbij de productie van en groothandel in elektriciteit uit conventionele bronnen in Duitsland worden vrijgesteld van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (10), wordt een onderscheid gemaakt tussen twee productmarkten wat de productie van en groothandel in elektriciteit betreft, meer bepaald de markt voor op conventionele wijze geproduceerde elektriciteit en de markt voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen (11). Dit onderscheid werd gemaakt met het oog op de in Duitsland geldende speciale regelgeving met betrekking tot energie uit hernieuwbare bronnen (12). |
|
(15) |
In lijn met Uitvoeringsbesluit 2012/218/EU moet worden onderzocht of de Italiaanse markt voor de productie van en groothandel in elektriciteit dient te worden opgesplitst in twee afzonderlijke productmarkten. De aanvrager en de Italiaanse autoriteiten werd gevraagd hun standpunt daaromtrent te geven. |
|
(16) |
In Italië worden aan de productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen speciale voordelen toegekend (13), onder meer:
|
|
(17) |
De in punt c) van overweging 16 bedoelde stimuleringsregelingen kunnen worden verstrekt via één van de volgende instrumenten: het CIP 6 (14)-mechanisme (Meccanismo CIP6), het allesomvattende tarief (Tariffe Omnicomprensive — FIT), de Groene certificaten (Certificati Verdi — CV) en de Energierekeningen (Conto Energia — CE).
|
|
(18) |
Overeenkomstig de meest recente informatie (17) heeft 45 % van de uit hernieuwbare bronnen geproduceerde elektriciteit (wat ongeveer 12,6 % is van de in 2011 op de day-aheadmarkt verhandelde elektriciteit) recht op een vastgestelde elektriciteitsprijs die onafhankelijk is van vraag en aanbod. De resterende 55 % van de uit hernieuwbare bronnen geproduceerde elektriciteit wordt direct tegen marktprijs verhandeld via bilaterale contracten of op beurzen, maar kan nog steeds genieten van stimuleringsmaatregelen in de vorm van Groene certificaten of Energierekeningen. |
|
(19) |
Zoals de Italiaanse autoriteiten evenwel opmerken (18), moet worden vermeld dat sommige elektriciteit, hoewel opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, geen enkele geldelijke stimulans ontvangt en evenmin van een dispatchingsprioriteit geniet (19). Dergelijke elektriciteit wordt tegen marktprijs verkocht op de day-aheadmarkt net als elektriciteit die op conventionele manier wordt geproduceerd. |
|
(20) |
Aangezien in het algemeen elektriciteit uit alle hernieuwbare bronnen feed-in-prioriteit krijgt, kan worden gesteld dat de productie van dergelijke elektriciteit losstaat van de vraag (20). |
|
(21) |
Wat de elektriciteit betreft waarvoor het CIP 6-mechanisme of het FIT-mechanisme van toepassing is, zijn de productie en de feed-in ook onafhankelijk van de prijs aangezien de marktdeelnemers recht hebben op een vastgesteld gereguleerd tarief. Wat de elektriciteit betreft waarvoor het CV- of het CE-mechanisme geldt, wordt de elektriciteit verkocht op de groothandelsmarkt tegen een tarief dat afhangt van de day-aheadmarkt, maar krijgt die elektriciteit een stimuleringscomponent bovenop het tarief waartegen de elektriciteit op de markt is verkocht. |
|
(22) |
Bovendien verloopt de verkoop van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen waarvoor het CIP 6- en het FIT-mechanisme geldt, doorgaans via de Gestore dei Servizi Energetici (21) (onderneming voor energiediensten — hierna „GSE”), die de elektriciteit overneemt en vervolgens in een tweede fase verkoopt op de groothandelsmarkt. De markt verschilt daarom vanzelfsprekend ook vanuit het oogpunt van de vraagzijde van de groothandelsmarkt voor conventionele elektriciteit. |
|
(23) |
De Italiaanse mededingingsautoriteit stelt dat de markt voor volledig gesubsidieerde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen (in het kader van het CIP 6- en FIT-mechanisme), die goed is voor ongeveer 12 % van het in Italië geproduceerde vermogen, kleiner is dan de Duitse markt voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen (14 % van de totale elektriciteitsmarkt) en dat het niet aangaat om de Italiaanse productmarkt voor elektriciteit op dezelfde wijze als de Duitse op te splitsen. De Commissie is echter van mening dat het de-minimisbeginsel in dit geval niet kan worden ingeroepen. Zelfs wanneer uitsluitend voor 12 % van de totale markt een gegarandeerde prijs geldt, wordt aan op duurzame wijze geproduceerde elektriciteit die op de markt wordt verkocht doorgaans een prioritaire aansluiting en feed-in verleend en krijgen bepaalde energieproducenten ook andere steun dan alleen een gegarandeerde prijs (bv. via de CE- en/of CV-mechanismen). |
|
(24) |
De Italiaanse Autoriteit voor elektriciteit en gas is van oordeel dat de elektriciteit geproduceerd uit hernieuwbare bronnen deel uitmaakt van dezelfde markt als de elektriciteit die op conventionele wijze wordt geproduceerd aangezien elektriciteit uit hernieuwbare bronnen een concurrentiedruk uitoefent op conventionele elektriciteit. |
|
(25) |
De Commissie erkent dat elektriciteit geproduceerd uit hernieuwbare bronnen een concurrentiedruk uitoefent op conventionele elektriciteit. Uit de hierboven uiteengezette feitelijke elementen, met name in de overwegingen 19 tot en met 22, resulteert echter niet dat ook het omgekeerde geldt. Bovendien hebben noch de aanvrager noch de Italiaanse autoriteiten overtuigend bewijs aangevoerd ter ondersteuning van de stelling dat conventionele elektriciteit een concurrentiedruk uitoefent op elektriciteit geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen. Deze laatste kan dus niet worden opgenomen en bekeken in dezelfde markt als die voor conventionele elektriciteit. |
|
(26) |
Gezien de in de overwegingen 11 tot en met 25 besproken elementen worden hierbij, met het oog op de evaluatie van de in artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG neergelegde voorwaarden en onverlet de mededingingswetgeving, twee relevante productmarkten gedefinieerd. De eerste markt wordt omschreven als de markt voor productie van en groothandel in elektriciteit uit conventionele bronnen. Voor de doeleinden van dit besluit wordt de in overweging 19 bedoelde elektriciteit, die niet wordt gesubsidieerd door één van de toepasselijke stimuleringsmechanismen en geen dispatchingsprioriteit krijgt, hoewel geproduceerd met behulp van hernieuwbare bronnen, beschouwd als deel uitmakend van de productmarkt voor de productie van en groothandel in elektriciteit uit conventionele bronnen. De tweede markt wordt omschreven als de markt voor de productie van en groothandel in elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Voor de doeleinden van dit besluit wordt elektriciteit die wordt geproduceerd met gebruikmaking van bronnen die „vergelijkbaar zijn met hernieuwbare energiebronnen” en waarvoor het in punt a) van overweging 17 beschreven CIP 6-mechanisme van toepassing is, beschouwd als deel uitmakend van de productmarkt voor de productie van en groothandel in elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. |
Omschrijving van de geografische markt
Productie van en groothandel in op conventionele wijze geproduceerde elektriciteit
|
(27) |
In de gevestigde praktijk van de Commissie worden de elektriciteitsmarkten doorgaans als van nationale aard (22) of zelfs kleiner (23) beschouwd. Bij gelegenheid heeft de Commissie de mogelijkheid opengelaten van een markt die breder is dan de nationale markt (24). |
|
(28) |
Met betrekking tot de elektriciteitsmarkt in Italië is er ook een andere procedure overeenkomstig artikel 30 van Richtlijn 2004/17/EG opgestart die heeft geresulteerd in Besluit 2010/403/EU van de Commissie van 14 juli 2010 waarbij de productie van en groothandel in elektriciteit in de Italiaanse macro-zone Noord en de kleinhandelsverkoop van elektriciteit aan eindgebruikers, verbonden met het net met middelhoge, hoge en zeer hoge spanning, in Italië worden vrijgesteld van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (25). De desbetreffende aanvraag was ingediend door de Compagnia Valdostana delle Acque en had betrekking op de productie van en groothandel in elektriciteit op het hele grondgebied van Italië, of in het alternatieve geval in de macro-zone Noord. Bij haar onderzoek om na te gaan of de voorwaarden van artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG waren vervuld, heeft de Commissie zich beperkt tot de mededingingssituatie op het grondgebied van de macro-zone Noord wat de productie van en groothandel in elektriciteit betreft. Bij die gelegenheid hebben de Italiaanse autoriteiten bevestigd dat de afbakening van de macro-zone Noord als relevante markt geldig blijft. Zij voegden daar evenwel aan toe „dat er wijzigingen aan de gang zijn zodat de afbakening van de overige macro-zones momenteel niet duidelijk is. In afwachting van uitgebreid onderzoek is een definitieve evaluatie van de concurrentietoestand op deze geografische markten momenteel derhalve niet mogelijk”. |
|
(29) |
De aanvrager merkt op dat de geografische markt opnieuw moet worden afgebakend ten gevolge van de aanzienlijke wijzigingen zowel in de configuratie van het hoogspanningsnet als in de structuur van vraag en aanbod. Meer in het bijzonder is er in de noordelijke en zuidelijke regio's van het land in de afgelopen drie jaar aan de aanbodkant aanzienlijke nieuwe warmtekrachtcapaciteit bijgekomen en zijn er in midden-Italië heel wat hoogefficiënte kolencentrales en in de zuidelijke regio's en in Sardinië en Sicilië vele hernieuwbare energiebronnen bijgekomen. Daarbij komt dat ten gevolge van de economische crisis de vraag vanaf 2008 is teruggelopen. Bijgevolg omschrijft de aanvrager de relevante geografische markt voor de productie van en groothandel in elektriciteit als het gehele grondgebied van Italië, met uitzondering van Sardinië en Sicilië (hierna „continentaal Italië” genoemd). |
|
(30) |
In 2005 hebben de Autoriteit voor elektriciteit en gas en de mededingingsautoriteit een diepgaande analyse uitgevoerd van de geografische markt voor elektriciteit in Italië. De resultaten daarvan zijn gepresenteerd in de studie „Indagine Conoscitiva sullo stato della liberalizzazione nel settore dell'energia elettrica e del gas naturale — IC22” (onderzoek naar de stand van de liberalisering in de elektriciteits- en aardgassector). In deze analyse werden vier afzonderlijke geografische markten onderscheiden:
|
|
(31) |
Gebaseerd op de analyse waarnaar in overweging 30 wordt verwezen, en op de feitelijke marktgegevens in de periode 2008-2011, heeft de aanvrager de volgende indicatoren geanalyseerd:
|
|
(32) |
De Italiaanse autoriteiten werd gevraagd hun standpunt te geven over de huidige omschrijving van de relevante geografische markt in Italië. De Italiaanse Autoriteit voor elektriciteit en gas bevestigde dat de in 2005 gegeven omschrijving van de relevante geografische markt in het „onderzoek naar de stand van de liberalisering in de elektriciteits- en aardgassector” geldig bleef en gaf aan dat zij op basis van de gegevens waarover zij beschikt van mening is dat de relevante geografische markt voor de doeleinden van deze vrijstellingsprocedure moet worden onderverdeeld in vier macro-zones: macro-zone Noord, macro-zone Zuid, macro-zone Sicilië en macro-zone Sardinië. |
|
(33) |
De Italiaanse mededingingsautoriteit heeft het standpunt van de Autoriteit voor elektriciteit en gas bevestigd. Hoewel zij erkent dat bepaalde van de oorspronkelijke knelpunten zijn opgelost dankzij de door Terna uitgevoerde investeringen, heeft de ontwikkeling van de relatie tussen aanbod (ontwikkeling van nieuwe productiecapaciteit) en vraag recentelijk nieuwe netwerkproblemen aan het licht gebracht die in het zuiden lagere tarieven tot gevolg hebben gehad in een hoog percentage volledige uren. Voorts heeft de mededingingsautoriteit aangegeven dat de toepassing van de residuele-vraagtest de verdeling bevestigt van continentaal Italië in twee afzonderlijke zones, namelijk macro-zone Noord en macro-zone Zuid. |
|
(34) |
In het licht van het bovenstaande en in afwezigheid van voldoende aanwijzingen die aantonen dat er daadwerkelijk één enkele markt bestaat voor het geheel van continentaal Italië, kan de Commissie het onmogelijk eens zijn met het standpunt van de aanvrager dat, wat conventionele elektriciteit betreft, de relevante geografische markt geheel continentaal Italië is. |
|
(35) |
Gezien de in de overwegingen 27 tot en met 34 besproken elementen worden, met het oog op de evaluatie van de in artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG neergelegde voorwaarden en onverlet de mededingingswetgeving, de relevante geografische productmarkten voor de productie van en groothandel in elektriciteit uit conventionele bronnen geacht de macro-zone Noord en de macro-zone Zuid te zijn. |
Productie van en groothandel in elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
|
(36) |
Wat de productie van en groothandel in elektriciteit uit hernieuwbare bronnen betreft, als omschreven in overweging 26, is het niet noodzakelijk zich te buigen over het exacte geografische bereik aangezien het resultaat van de analyse hetzelfde blijft onder elke alternatieve marktomschrijving (het gehele grondgebied van Italië, continentaal Italië of or macro-zone Noord en macro-zone Zuid). |
|
(37) |
Er wordt evenwel opgemerkt dat de in overweging 16 genoemde reeks stimuleringsmaatregelen op uniforme wijze wordt toegepast op het hele Italiaanse grondgebied. |
Marktanalyse
Productie van en groothandel in op conventionele wijze geproduceerde elektriciteit
a) Marktaandeel en marktconcentratie
|
(38) |
Het is vaste praktijk van de Commissie (30) om ten aanzien van de elektriciteitsopwekking te stellen dat „een indicator voor de mate van mededinging op de nationale markten […] het totale marktaandeel van de drie grootste producenten [is]”. |
|
(39) |
Overeenkomstig de informatie van de aanvrager bedroeg het gezamenlijke marktaandeel van de drie grootste producenten van elektriciteit uit conventionele bronnen in 2010 48,9 % in macro-zone Noord en 62,7 % in macro-zone Zuid. Als wordt vergeleken met vorige vrijstellingsbesluiten overeenkomstig artikel 30 van Richtlijn 2004/17/EG (31) bevindt de markt voor conventionele elektriciteit zich dus in het midden van de desbetreffende vork. |
|
(40) |
In 2010 bedroeg de Herfindahl-Hirschman-index (HHI) (32), berekend voor de producenten van conventionele elektriciteit, 1 302 in macro-zone Noord en 1 714 in macro-zone Zuid (33), wat beide macro-zones in de categorie van „gematigd geconcentreerde markten” bracht. |
|
(41) |
Het doel van het onderhavige besluit is vast te stellen of de activiteiten van productie en groothandelsverkoop van elektriciteit (op markten waartoe de toegang vrij is) aan een zodanig niveau van mededinging zijn blootgesteld dat dit ervoor zal zorgen dat, ook zonder de discipline die wordt verzekerd door de toepassing van de gedetailleerde regels voor het plaatsen van opdrachten van Richtlijn 2004/17/EG, de plaatsing van opdrachten voor de uitoefening van de activiteiten waarop deze aanvraag betrekking heeft, zal plaatsvinden op een transparante, niet-discriminerende wijze op basis van criteria die het mogelijk maken de economisch voordeligste oplossing aan te wijzen. In deze context is het belangrijk voor ogen te houden dat de ondernemingen die elektriciteit uit hernieuwbare bronnen produceren die door de Onderneming voor energiediensten wordt opgekocht tegen gereguleerde tarieven (de CIP 6- en FIT-mechanismen) of die op een andere wijze het voorwerp uitmaakt van stimuleringsmaatregelen (de CV- en CE-mechanismen), wanneer zij optreden op de elektriciteitsmarkten de mogelijkheid hebben om concurrentiedruk uit te oefenen op de producenten van elektriciteit uit conventionele bronnen. |
|
(42) |
Gelet op bovenstaande cijfers en onverlet de mededingingswetgeving kan voor de doeleinden van dit besluit worden aangenomen dat de concentratiegraad op de markt als indicatie kan worden beschouwd dat in beide macro-zones de markt voor productie en groothandelsverkoop van elektriciteit uit conventionele bronnen blootstaat aan een zekere mate van mededinging. |
b) Andere elementen
|
(43) |
Hoewel de macro-zone Noord en de macro-zone Zuid relevante markten op zichzelf uitmaken, kunnen zij niet worden gezien als volledig geïsoleerd van de omliggende regio's. Italië is momenteel een grote invoerder van elektriciteit en die invoer vindt voornamelijk plaats via de noordgrens. Overeenkomstig de Italiaanse autoriteiten leidt de elektriciteitsinvoer voornamelijk in de macro-zone Noord tot concurrentiedruk (34). De macro-zone Zuid wordt voorzien van elektriciteit uit de macro-zone Noord (35). Dit heeft tot gevolg dat investeringen in de elektriciteitssector in zowel de macro-zone Noord als de macro-zone Zuid niet kunnen worden uitgevoerd zonder rekening te houden met andere producenten in de omringende landen. Deze elementen lijken derhalve niet in tegenspraak met de conclusie dat aanbestedende diensten die in beide macro-zones actief zijn op de markt voor productie uit conventionele bronnen, blootstaan aan mededinging. |
|
(44) |
Voorts, en hoewel het hier slechts een klein deel betreft van de totale hoeveelheid elektriciteit die in een lidstaat wordt geproduceerd en/of verbruikt, moet ook de functionering van de balanceringsmechanismen als een extra indicator worden beschouwd. Overeenkomstig de beschikbare informatie is de werking van het balanceringsmechanisme en de functionering van de intra-daymarkt en de markt voor systeemdiensten zodanig dat dit geen belemmering vormt voor de directe blootstelling van de elektriciteitsproductie aan mededinging. |
|
(45) |
Tot slot blijkt uit een analyse van de situatie inzake van leverancier wisselende klanten (36) dat ook dit element niet in tegenspraak is met de conclusie dat producenten van elektriciteit uit conventionele bronnen in beide macro-zones blootstaan aan mededinging. |
Productie van en groothandel in elektriciteit uit hernieuwbare bronnen
|
(46) |
Elektriciteit die wordt geproduceerd met gebruikmaking van hernieuwbare bronnen heeft recht op een prioritaire aansluiting op het net en heeft prioriteit boven conventionele elektriciteit voor feed-in in het net, wat inhoudt dat de productie van dergelijke elektriciteit onafhankelijk is van de vraag. |
|
(47) |
Wat de vergoeding betreft, zijn er momenteel, zoals aangegeven in overweging 17, diverse stimuleringsmechanismen voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Deze mechanismen hangen af van het specifieke type hernieuwbare bron, de productiecapaciteit en/of het jaar waarin de desbetreffende centrale operationeel is geworden. |
|
(48) |
Van de totale in Italië geproduceerde elektriciteit wordt 12,6 % door GSE tegen een gereguleerd tarief opgekocht (37). GSE is belast met de verkoop van deze elektriciteit, in een tweede fase, op de day-aheadmarkt. In dit geval zijn dus ook de productie en de feed-in onafhankelijk van de marktprijzen aangezien de desbetreffende producenten recht hebben op een vastgestelde gereguleerde vergoeding. |
|
(49) |
Elektriciteit uit hernieuwbare bronnen waarvoor de CV- en CE-stimuleringsmechanismen gelden, wordt door de producenten op de groothandelsmarkt verkocht, maar desondanks ontvangen die producenten een stimuleringscomponent bovenop de prijs waartegen zij die elektriciteit op de markt hebben verkocht. Deze stimuleringscomponent, die in sommige gevallen vrij hoog kan oplopen (zoals bijvoorbeeld de CE voor zonne-elektriciteit), biedt een concurrentievoordeel tegenover de producenten van conventionele elektriciteit. |
|
(50) |
Om de in de overwegingen 46 tot en met 49 gegeven redenen maakt de productie van en groothandel in elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, als omschreven in overweging 26, in Italië deel uit van een gereguleerd systeem. Er kan derhalve niet worden geconcludeerd dat de activiteit van producenten van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen blootstaat aan mededinging. Bijgevolg dienen geen andere indicatoren, zoals genoemd in overweging 5, te worden geëvalueerd. |
|
(51) |
Om de huidige situatie van het wettelijke en feitelijke kader voor de productie van en groothandel in elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in Italië, zoals aan het licht gekomen in de evaluatie van de door EniPower ingediende aanvraag, correct weer te geven en te zorgen voor een samenhangende behandeling op de markt voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, in lijn met het recente precedent van de Commissie als vastgesteld bij Uitvoeringsbesluit 2012/218/EU, moet Besluit 2010/403/EU dienovereenkomstig worden aangepast. |
IV. CONCLUSIES
|
(52) |
Gezien de in de overwegingen 38 tot en met 45 onderzochte elementen moet de voorwaarde rechtstreeks bloot te staan aan mededinging, zoals neergelegd in artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG, als vervuld worden beschouwd wat de productie van en groothandel in elektriciteit uit conventionele bronnen betreft, als gedefinieerd in overweging 26, in zowel de macro-zone Noord als de macro-zone Zuid in Italië. |
|
(53) |
Voorts wordt ook aan de verdere voorwaarde van onbeperkte toegang tot de markt geacht te zijn voldaan en daarom is Richtlijn 2004/17/EG niet van toepassing wanneer aanbestedende diensten opdrachten plaatsen voor de productie van en groothandel in elektriciteit uit conventionele bronnen in de macro-zone Noord en de macro-zone Zuid, of wanneer zij prijsvragen organiseren om in diezelfde geografische zones een dergelijke activiteit te verrichten. |
|
(54) |
Aan de voorwaarde van rechtstreekse blootstelling aan mededinging van artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG wordt evenwel niet geacht te zijn voldaan wat de productie van en groothandel in elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, als gedefinieerd in overweging 26, op het gehele grondgebied van Italië betreft. Aangezien bij Besluit 2010/403/EU contracten zijn vrijgesteld die zijn bedoeld om de productie van en groothandel in elektriciteit in de macro-zone Noord mogelijk te maken zonder een onderscheid te maken tussen conventionele en hernieuwbare bronnen, is het passend dit besluit te wijzigen teneinde de vrijstelling te beperken tot de productie van en groothandel in elektriciteit uit conventionele bronnen. Om het voor de marktdeelnemers mogelijk te maken zich aan te passen aan het nieuwe toepassingsgebied van de vrijstelling, die niet langer betrekking zal hebben op elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, moet een overgangsperiode worden ingesteld. |
|
(55) |
Aangezien de productie van en groothandel in elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, als omschreven in overweging 26, onderworpen blijft aan het bepaalde in Richtlijn 2004/17/EG wordt eraan herinnerd dat contracten die betrekking hebben op onderscheiden activiteiten zullen worden behandeld overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2004/17/EG. In de huidige context houdt dit in dat wanneer een aanbestedende dienst een „gemengde” aanbesteding uitschrijft, dat wil zeggen een aanbesteding die wordt gebruikt ter ondersteuning van de prestaties van zowel activiteiten die zijn vrijgesteld van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG als van niet-vrijgestelde activiteiten, zal worden gekeken naar de activiteiten waarvoor het contract in de eerste plaats is bedoeld. In het geval van een dergelijke gemengde aanbesteding, waarvan het doel voornamelijk de ondersteuning van de productie van en groothandel in elektriciteit uit hernieuwbare bronnen is, blijft het bepaalde in Richtlijn 2004/17/EG van kracht. Wanneer het objectief gesproken onmogelijk is om te bepalen voor welke activiteit het contract voornamelijk is bedoeld, wordt dit contract gegund overeenkomstig de regels van artikel 9, leden 2 en 3, van Richtlijn 2004/17/EG. |
|
(56) |
Dit besluit is gebaseerd op de wettelijke en feitelijke situatie in de periode maart-september 2012, zoals naar voren komt in de door EniPower en de Italiaanse autoriteiten verstrekte informatie. Wanneer betekenisvolle wijzigingen van de wettelijke en feitelijke situatie tot gevolg hebben dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van artikel 30, lid 1, van Richtlijn 2004/17/EG wat de productie van en groothandel in elektriciteit uit conventionele bronnen betreft, kan het onderhavige besluit worden herzien. |
|
(57) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Richtlijn 2004/17/EG is niet van toepassing op opdrachten die door aanbestedende diensten worden gegund en die bedoeld zijn om de productie van en groothandel in uit conventionele bronnen geproduceerde elektriciteit in de macro-zone Zuid in Italië mogelijk te maken.
Richtlijn 2004/17/EG blijft van toepassing op opdrachten die door aanbestedende diensten worden gegund en die bedoeld zijn om de productie van en groothandel in uit hernieuwbare bronnen geproduceerde elektriciteit in de macro-zone Zuid in Italië mogelijk te maken.
Artikel 2
Artikel 1 van Besluit 2010/403/EU wordt als volgt gewijzigd:
|
a) |
punt a) wordt vervangen door:
|
|
b) |
de volgende alinea wordt toegevoegd: „Richtlijn 2004/17/EG is van toepassing op opdrachten die door aanbestedende diensten worden gegund en die bedoeld zijn om de productie van en de groothandel in elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in de macro-zone Noord van Italië mogelijk te maken.”. |
Artikel 3
Artikel 2 is van toepassing met ingang van 15 april 2013.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot de Italiaanse Republiek.
Gedaan te Brussel, 26 september 2012.
Voor de Commissie
Michel BARNIER
Lid van de Commissie
(1) PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1.
(2) PB L 27 van 30.1.1997, blz. 20.
(3) PB L 176 van 15.7.2003, blz. 37.
(4) PB L 211 van 14.8.2009, blz. 55.
(5) Overeenkomstig het schrijven van de Italiaanse mededingingsautoriteit van 21.6.2012, blz. 3.
(6) Zaak COMP M -4110 EO N — ENDESA van 25.4.2006, overweging 10, blz. 3.
(7) Zaak COMP/M. 3696 E.ON — MOL van 21.1.2005, overweging 223, zaak COMP/M.5467, RWE-ESSENT van 23.6.2009, overweging 23.
(8) Overeenkomstig het schrijven van de Italiaanse mededingingsautoriteit van 21.6.2012, blz. 2.
(9) Overeenkomstig het schrijven van de Italiaanse Autoriteit voor elektriciteit en gas van 20.6.2012, blz. 3.
(10) PB L 114 van 26.4.2012, blz. 21.
(11) In dat geval gedefinieerd als onderworpen aan de Duitse Wet voor hernieuwbare energie (Gesetz für den Vorrang Erneuerbarer Energien).
(12) De situatie in Duitsland is als volgt: elektriciteit uit hernieuwbare bronnen krijgt prioritaire toegang tot het net en heeft prioriteit boven conventionele elektriciteit voor feed-in in het net. Aangezien hernieuwbare elektriciteit doorgaans wordt geproduceerd tegen kosten die hoger liggen dan de marktprijs is een systeem ingevoerd waarbij aan dergelijke elektriciteit specifieke steun wordt verleend. Exploitanten van installaties voor hernieuwbare elektriciteit hebben recht op een gereguleerde vaste vergoeding van de transmissienetbeheerders gedurende een periode van 20 jaar plus het jaar van bestelling. Met deze vergoeding worden al hun kosten gedekt en zij ligt dus hoger dan de marktprijs. De desbetreffende exploitanten kunnen derhalve de door hen geproduceerde elektriciteit in het net invoeren ongeacht de op de beurs vastgestelde prijzen.
(13) Overeenkomstig het schrijven van de Italiaanse Autoriteit voor elektriciteit en gas van 20.6.2012, blz. 2.
(14) CIP is het letterwoord voor Comitato Interministeriale Prezzi, de instelling die dit mechanisme in 1992 heeft ingevoerd.
(15) Overeenkomstig het schrijven van de Italiaanse Autoriteit voor elektriciteit en gas van 8.8.2012, blz. 7.
(16) Het is niet langer mogelijk tot dit mechanisme toe te treden aangezien het bij wetgevingsbesluit 79/1999 vervangen is door het systeem van Groene certificaten; centrales die voordien toegang hebben gekregen tot het mechanisme kunnen er gebruik van blijven maken.
(17) Overeenkomstig het schrijven van de Italiaanse mededingingsautoriteit van 21.6.2012, blz. 3.
(18) Overeenkomstig het schrijven van de Italiaanse mededingingsautoriteit van 8.8.2012, blz. 2.
(19) Dit is doorgaans het geval voor elektriciteit die wordt geproduceerd in grote waterkrachtcentrales.
(20) Uitvoeringsbesluit 2012/218/EU, overweging 18.
(21) GSE is de staatsonderneming die het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in Italië bevordert en ondersteunt. GSE is the moedermaatschappij van drie dochterondernemingen: Acquirente Unico AU (unieke aankoper), Gestore dei Mercati Energetici — GME (energiemarktonderneming) en Ricerca sul Sistema Energetico RSE (onderzoek betreffende het energiesysteem), onderneming die actief is op het gebied van onderzoek.
(22) Beschikking 2008/585/EG van de Commissie (PB L 188 van 16.7.2008, blz. 28), overweging 9, Beschikking 2008/741/EG van de Commissie (PB L 251 van 19.9.2008, blz. 35), overweging 9; zaak COMP/M.3440 ENI/EDP/GDP van 9.12.2004, overweging 76-77.
(23) Besluit 2010/403/EU van de Commissie (PB L 186 van 20.7.2010, blz. 44), overweging 9.
(24) Zaak COMP/M.3268 SYDKRAFT/GRANINGE van 30.10.2003, overweging 27 en COMP/M.3665 ENEL/SLOVENSKE ELEKTRARNE van 26.4.2005, overweging 14.
(25) PB L 186 van 20.7.2010, blz. 44.
(26) Bestaande uit de volgende regio's: Valle d'aosta, Piemonte, Ligurië, Lombardije, Trentino, Veneto, Friuli Venezia Giulia en Emilia Romagna.
(27) Bestaande uit de volgende regio's: Toscane, Umbrië en Marche.
(28) Bestaande uit de volgende regio's: Lazio, Abruzzo en Campania.
(29) Bestaande uit de volgende regio's: Molise, Puglia, Basilicata en Calabrië.
(30) Zie Beschikkingen 2009/47/EG (PB L 19 van 23.1.2009, blz. 57); 2008/585/EG; 2008/741/EG; 2007/141/EG (PB L 62 van 1.3.2007, blz. 23); 2007/706/EG (PB L 287 van 1.11.2007, blz. 18); 2006/211/EG (PB L 76 van 15.3.2006, blz. 6) en 2006/422/EG (PB L 168 van 21.6.2006, blz. 33).
(31) Het gezamenlijke marktaandeel van de drie grootste producenten in het Verenigd Koninkrijk (39 %), Oostenrijk (52 %) en Polen (55 %) is kleiner, maar de desbetreffende waarden in Finland (73,6 %) en Zweden (87 %) liggen hoger.
(32) Herfindahl Hirshman-index: gedefinieerd als de som van de kwadraten van de marktaandelen van elke afzonderlijke onderneming. De HHI kan oplopen van bijna 0 tot 10 000, glijdend van een zeer groot aantal kleine firma's tot één producent met monopoliepositie. Een afname van de HHI wijst doorgaans op een toename van de mededinging, een toename wijst op het omgekeerde.
(33) Overeenkomstig de op 20 juni 2012 ontvangen aanvullende informatie van de aanvraag, in antwoord op het schrijven van de Commissie van 25 mei 2012.
(34) Overeenkomstig het schrijven van de Italiaanse Autoriteit voor elektriciteit en gas van 20 juni 2012.
(35) Zoals hierboven vermeld, geldt Richtlijn 2004/17/EG momenteel niet voor producenten van elektriciteit in het noorden ten gevolge van de in 2010 verleende vrijstelling overeenkomstig artikel 30.
(36) Volgens het Jaarverslag 2011 van de Italiaanse Autoriteit voor Electriciteit en Gas (AEEG) bedroeg het overstappercentage bij grote industriële met het hoogspanningsnet verbonden klanten 17,8 % in termen van afnamepunten en 39,1 % in termen van volume.
(37) Deze elektriciteit stemt overeen met de elektriciteit die wordt geproduceerd uit hernieuwbare bronnen waarvoor de in overweging 17 genoemde CIP 6- en FIT-stimuleringsmechanismen gelden.