11.2.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 38/45


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 9 februari 2012

betreffende de erkenning van Ghana overeenkomstig Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 616)

(Voor de EER relevante tekst)

(2012/75/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (1), en met name artikel 19, lid 3, eerste alinea,

Gezien het verzoek van Cyprus van 13 mei 2005,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van Richtlijn 2008/106/EG kunnen lidstaten besluiten door derde landen afgegeven passende vaarbevoegdheidsbewijzen te erkennen wanneer de betrokken landen door de Commissie zijn erkend. De betrokken derde landen dienen te voldoen aan alle vereisten van het Verdrag van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van 1978 (het STCW-verdrag) (2), als herzien in 1995.

(2)

Het verzoek tot erkenning van Ghana is per brief van 13 mei 2005 ingediend door Cyprus. Ingevolge dit verzoek heeft de Commissie het opleidings- en diplomeringssysteem voor zeevarenden in Ghana onderzocht om na te gaan of Ghana aan de vereisten van het STCW-verdrag voldoet en of gepaste maatregelen zijn getroffen om fraude met bewijzen te voorkomen. Deze beoordeling is gebaseerd op de resultaten van een inspectie door deskundigen van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid in december 2009. Tijdens die inspectie zijn een aantal tekortkomingen van de opleidings- en diplomeringssystemen aan het licht gekomen.

(3)

De Commissie heeft de lidstaten een verslag bezorgd met de resultaten van haar beoordeling.

(4)

Bij brief van 20 december 2010 heeft de Commissie Ghana gevraagd aan te tonen dat de geconstateerde tekortkomingen waren weggewerkt.

(5)

Bij brief van 21 februari 2011 heeft Ghana de gevraagde informatie en het bewijsmateriaal verstrekt betreffende de tenuitvoerlegging van gepaste en voldoende corrigerende maatregelen om het merendeel van de tijdens de beoordeling geconstateerde tekortkomingen weg te werken.

(6)

Er is nog sprake van twee tekortkomingen. De eerste tekortkoming is dat Ghana niet volledig waarborgt dat bij de marine of op een loodsboot vervulde diensttijd relevant is voor de vereiste bekwaamheden voor diplomering. De andere tekortkoming heeft betrekking op de opleiding tot brandweerman en op de uitrusting van een nautische opleidingsinstelling. Ghana werd daarom verzocht hieromtrent verdere corrigerende maatregelen te nemen. Deze tekortkomingen rechtvaardigen echter niet dat het algemene niveau van naleving van de voorschriften van het STCW-verdrag inzake de opleiding en diplomering van zeevarenden door Ghana in vraag wordt gesteld.

(7)

Het resultaat van de beoordeling van de naleving en de evaluatie van de door de Ghanese autoriteiten verstrekte informatie tonen aan dat Ghana aan alle relevante eisen van het STCW-verdrag voldoet en dat het land passende maatregelen heeft getroffen om fraude met bewijzen te verhinderen.

(8)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 19 van Richtlijn 2008/106/EG wordt Ghana erkend wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 9 februari 2012.

Voor de Commissie

Siim KALLAS

Vicevoorzitter


(1)   PB L 323 van 3.12.2008, blz. 33.

(2)  Aangenomen door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).