|
19.8.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 214/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 831/2011 VAN DE RAAD
van 16 augustus 2011
tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bariumcarbonaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 9, lid 4, en artikel 11, leden 2, 5 en 6,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie („Commissie”), ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
1. Huidige maatregelen
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1175/2005 (2) stelde de Raad een definitief antidumpingrecht in op bariumcarbonaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China („VRC”). Het bedrag van het definitieve specifieke recht varieerde van 6,3 tot 56,4 EUR per ton. |
2. Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen
|
(2) |
Na de publicatie in maart 2010 van het bericht van het naderende vervallen van de antidumpingmaatregelen betreffende de invoer van bariumcarbonaat van oorsprong uit de VRC (3), ontving de Commissie op 19 april 2010 een verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op basis van artikel 11, lid 2, van de basisverordening. |
|
(3) |
Het verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen werd ingediend door Solvay & CPC Barium Strontium GmbH & Co. KG („de aanvrager”), de enige producent van bariumcarbonaat in de Europese Unie, die 100 % van de totale productie van bariumcarbonaat van de Unie vertegenwoordigt. De reden voor dit verzoek was dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van de dumping en voortzetting van de schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
|
(4) |
Nadat de Commissie, na overleg met het Raadgevend Comité, had vastgesteld dat er voldoende bewijs was om overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij een bericht van opening in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd (4) („bericht van opening”). |
3. Onderzoek
3.1. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
|
(5) |
Het onderzoek naar de voortzetting of herhaling van dumping en schade had betrekking op de periode van 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2010 (het tijdvak van het nieuwe onderzoek of „TNO”). |
|
(6) |
Het onderzoek naar de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling of het waarschijnlijk is dat de schade zal voortduren, had betrekking op de periode van 1 januari 2007 tot het einde van het TNO („de beoordelingsperiode”). |
3.2. Bij het onderzoek betrokken partijen
|
(7) |
De Commissie heeft de verzoeker, de producenten-exporteurs in de VRC, de importeurs/handelaren, de haar bekende betrokken gebruikers in de Unie en hun verenigingen, de producenten in het referentieland alsook de autoriteiten in de VRC in kennis gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek. |
|
(8) |
De Commissie heeft de belanghebbenden ook in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en binnen de in het bericht van opening vermelde termijn een verzoek in te dienen om te worden gehoord. Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hebben verzocht, zijn gehoord. |
|
(9) |
Gezien het blijkbaar grote aantal in het verzoek genoemde Chinese producenten-exporteurs werd in het bericht van opening overwogen om overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening voor de vaststelling van dumping en van de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping van een steekproef gebruik te maken. |
|
(10) |
Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was — en, zo ja, deze ook samen te stellen — werd aan alle producenten-exporteurs gevraagd zich bij de Commissie kenbaar te maken en haar overeenkomstig het bericht van opening basisinformatie te verstrekken over hun activiteiten in verband met het betrokken product tijdens de periode van 1 juli 2009 tot en met 30 juni 2010. |
|
(11) |
De Commissie ontving van slechts drie ondernemingen of groepen ondernemingen in de VRC een antwoord en daarom werd besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was voor Chinese producenten-exporteurs. |
|
(12) |
De Commissie heeft alle haar bekende belanghebbenden een vragenlijst toegezonden, evenals de partijen die daarom binnen de in het bericht van opening vastgestelde termijn hadden verzocht. |
|
(13) |
Ingevulde vragenlijsten werden ontvangen van de verzoeker en zijn verbonden agent, negen gebruikers, vier importeurs, twee producenten-exporteurs in de VRC en twee producenten in mogelijke referentielanden. Een van de Chinese producenten-exporteurs die reageerden op de vragen die in verband met het samenstellen van de steekproef waren gesteld, besloot niet verder aan de procedure mee te werken. |
|
(14) |
De Commissie verzamelde en controleerde alle gegevens die zij nodig achtte om vast te stellen of voortzetting van de dumping en de daaruit voortvloeiende schade waarschijnlijk was en om het belang van de Unie te bepalen. Bij de volgende ondernemingen werd ter plaatse een controle uitgevoerd:
|
B. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
1. Betrokken product
|
(15) |
Het betrokken product is hetzelfde als in het vorige onderzoek en wordt als volgt gedefinieerd: bariumcarbonaat met een strontiumgehalte van meer dan 0,07 gewichtspercenten en een zwavelgehalte van meer dan 0,0015 gewichtspercenten, in de vorm van poeder of van geperste, dan wel gebrande korrels, van oorsprong uit de VRC, momenteel ingedeeld onder GN-code ex 2836 60 00 . |
|
(16) |
Bariumcarbonaat wordt vooral gebruikt in de baksteen- en tegelindustrie, in de keramische sector en bij de productie van ferriet. Het werd eerder gebruikt bij de productie van kathodestraalbuizen voor televisietoestellen (CRT’s), maar deze toepassing is in de EU verdwenen nadat deze werden vervangen door LCD- en plasmatelevisies. |
2. Soortgelijk product
|
(17) |
Net als in het oorspronkelijke onderzoek is ook in deze procedure gebleken dat bariumcarbonaat dat wordt vervaardigd in de VRC en naar de Unie wordt uitgevoerd, bariumcarbonaat dat wordt vervaardigd en verkocht in het referentieland (India) en bariumcarbonaat dat door de verzoeker in de Unie wordt vervaardigd en verkocht, dezelfde fysische en chemische basiskenmerken hebben en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt. |
|
(18) |
Deze producten worden dan ook beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
C. DUMPING
|
(19) |
Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening werd onderzocht of het waarschijnlijk was dat het vervallen van de bestaande maatregelen tot een voortzetting van de dumping zou leiden. |
1. Algemeen
|
(20) |
Van de 16 bekende Chinese producenten-exporteurs waarmee contact is opgenomen bij de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, antwoordden er drie op de vragen die in verband met het samenstellen van de steekproef waren gesteld, maar werkten er slechts twee volledig mee met de Commissie door een volledige vragenlijst in te vullen. |
2. Referentieland
|
(21) |
Aangezien de VRC een overgangseconomie is, moet de normale waarde voor producenten-exporteurs aan wie een behandeling als marktgerichte onderneming („BMO”) is toegekend overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening, worden vastgesteld aan de hand van de prijs of de door berekening samengestelde waarde in een geschikt derde land met markteconomie („referentieland”). |
|
(22) |
De VS werd in het oorspronkelijke onderzoek als referentieland gebruikt en werd in het onderhavige onderzoek als referentieland voorgesteld om de normale waarde vast te stellen. Het werd echter nodig geacht na te gaan of dit land nog steeds geschikt was voor het onderhavige nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen. Er werden brieven verzonden aan alle bekende producenten van bariumcarbonaat in de wereld, d.w.z. in Brazilië, India, Japan en de VS. Er werden twee reacties ontvangen, één van een producent in de VS en één van een producent in India. |
|
(23) |
Na een zorgvuldige analyse van criteria zoals totale productie, aantal producenten, concurrentie op de markt, totale invoer, antidumpingrechten en douanerechten op de binnenlandse markten van zowel de VS als India, werd besloten India als referentieland te kiezen. India werd op grond van de grotere marktomvang, de grotere omvang van de invoer en de sterkere concurrentie voor dit product op de binnenlandse markt een geschikter referentieland in de zin van artikel 2, lid 7, van de basisverordening geacht dan de VS. Geen van de belanghebbenden heeft hierover opmerkingen of bezwaren gemaakt. Daarom werd de normale waarde voor producenten-exporteurs aan wie geen BMO is toegekend, vastgesteld aan de hand van de gegevens die door de producent in India waren verstrekt. |
3. Dumping van invoer in het TNO
3.1. Normale waarde
|
(24) |
Voor de onderneming waaraan in het oorspronkelijke onderzoek overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basisverordening een BMO is toegekend, heeft de Commissie onderzocht of de binnenlandse verkoop van bariumcarbonaat aan onafhankelijke afnemers in het TNO in representatieve hoeveelheden plaatsvond, d.w.z. of de totale omvang van die verkoop ten minste 5 % van haar uitvoer van het betrokken product naar de Unie bedroeg. Uit het onderzoek bleek dat deze verkoop niet representatief was en daarom moest de normale waarde door berekening worden samengesteld. De vastgestelde normale waarde werd gebaseerd op de totale productiekosten, vermeerderd met de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten („VAA-kosten”) van de onderneming en winst uit binnenlandse verkoop in het kader van normale handelstransacties. |
|
(25) |
Voor de onderneming waaraan in het oorspronkelijke onderzoek geen BMO is toegekend, werd overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening de normale waarde vastgesteld aan de hand van de gecontroleerde gegevens van de medewerkende producent in het referentieland. |
|
(26) |
Eerst werd nagegaan of de totale binnenlandse verkoop van het soortgelijke product aan onafhankelijke afnemers representatief was overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basisverordening, d.w.z. of deze 5 % of meer bedroeg van de totale uitvoer van het betrokken product naar de Unie. De binnenlandse verkoop van de medewerkende producent in India in het TNO werd voldoende representatief geacht. |
|
(27) |
De Commissie heeft vervolgens onderzocht of de binnenlandse verkoop van het soortgelijke product kon worden geacht te hebben plaatsgevonden in het kader van normale handelstransacties in de zin van artikel 2, lid 4, van de basisverordening. Hiertoe werd voor het op de Indiase markt verkochte soortgelijke product het aandeel van de winstgevende binnenlandse verkoop aan onafhankelijke afnemers in het TNO vastgesteld. Aangezien in het TNO geen sprake was van winstgevende verkoop van het soortgelijke product, moest de normale waarde door berekening worden vastgesteld. De normale waarde werd gebaseerd op de totale productiekosten van de betrokken producent, vermeerderd met een redelijk bedrag voor de VAA-kosten, alsmede een redelijke winstmarge, overeenkomstig artikel 2, lid 6, onder c), van de basisverordening. De VAA-kosten en de winst die bij de productiekosten van het soortgelijke product werden opgeteld, kwamen overeen met de bedragen die in het oorspronkelijke onderzoek waren gebruikt en bedroegen respectievelijk 10,6 % en 7,2 %. Er werd geen informatie verstrekt waaruit bleek dat deze bedragen niet redelijk zouden zijn of dat het gebruikte winstbedrag hoger zou zijn dan de winst die andere exporteurs of producenten gewoonlijk maken bij de verkoop van producten van dezelfde algemene categorie op de binnenlandse markt van het land van oorsprong. |
3.2. Uitvoerprijs
|
(28) |
Daar de betrokken medewerkende producenten-exporteurs steeds rechtstreeks hadden uitgevoerd naar onafhankelijke afnemers in de Unie, werd de exportprijs, overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening, vastgesteld aan de hand van de werkelijk betaalde of te betalen prijzen. |
3.3. Vergelijking
|
(29) |
De normale waarde en de uitvoerprijs werden vergeleken af-fabriek. |
|
(30) |
Om een billijke vergelijking te kunnen maken tussen de normale waarde en de uitvoerprijs, zijn overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening enkele correcties toegepast voor bepaalde verschillen met betrekking tot vervoer en provisies, die van invloed waren op de prijzen en de vergelijkbaarheid daarvan. |
3.4. Dumpingmarge
|
(31) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening werd de dumpingmarge vastgesteld door vergelijking van de gewogen gemiddelde normale waarde met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs in hetzelfde handelsstadium. |
|
(32) |
Voor de onderneming waaraan in het oorspronkelijke onderzoek een BMO is toegekend, bleek uit deze vergelijking dat de onderneming de dumping in versterkte mate voortzette. |
|
(33) |
Voor de onderneming waaraan in het oorspronkelijke onderzoek geen BMO is toegekend, kwam uit de vergelijking die overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening werd uitgevoerd, aanzienlijke dumping naar voren. Deze onderneming is goed voor 98 % van de uitvoer waarop het residuele recht wordt toegepast; de overige 2 %, van de producenten-exporteurs die niet aan de procedure hebben meegewerkt, kunnen de vastgestelde dumpingmarge niet beïnvloeden. Daarnaast wordt gezien hun gebrek aan medewerking geoordeeld dat hun dumping niet lager kan zijn dan die van de medewerkende onderneming. |
D. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DUMPING
|
(34) |
Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening werd onderzocht of het waarschijnlijk is dat de intrekking van de maatregelen tot een voortzetting van dumping zou leiden. |
|
(35) |
Wat de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping betreft, is de ontwikkeling van productie en productiecapaciteit in de VRC onderzocht, evenals de waarschijnlijke ontwikkeling van de uitvoer naar de Unie en markten van andere derde landen. |
|
(36) |
Volgens de klacht is de VRC verreweg de grootste producent van bariumcarbonaat ter wereld. Bovendien is de VRC ook de grootste producent van bariet, de belangrijkste grondstof voor de productie van het betrokken product. De twee medewerkende ondernemingen hebben samen een productiecapaciteit van 331 000 t per jaar, ofwel ongeveer drie keer het verbruik van de Unie in het TNO. Daarnaast hebben deze twee ondernemingen een totale reservecapaciteit van 34 000 t, wat genoeg is om te voorzien in de helft van het verbruik van de Unie. |
|
(37) |
Drie van de grootste producenten van bariumcarbonaat wereldwijd (de VS, India en Brazilië) hebben momenteel antidumpingmaatregelen ingesteld op Chinese invoer van het betrokken product. Hieruit kan worden geconcludeerd dat gezien de aanzienlijke reservecapaciteit in China en de dumpingpraktijken op verschillende markten de uitvoer van het product naar de uniale markt zou toenemen indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. |
|
(38) |
Uit het feit dat, ondanks de antidumpingmaatregelen die van toepassing waren op Chinese invoer, de Chinese producenten-exporteurs erin geslaagd zijn in het TNO aanzienlijke hoeveelheden naar de Unie uit te voeren (tegen een gemiddelde prijs van 251 EUR per ton) en hun marktaandeel in de Unie te vergroten, blijkt dat de Chinese exporteurs nog steeds belangstelling hebben voor de uniale markt. |
|
(39) |
Uit de Chinese uitvoerstatistieken blijkt nog duidelijker dat de Unie een aantrekkelijke markt blijft voor de Chinese producenten-exporteurs omdat zij voor hun uitvoer naar de Unie, ondanks de dumping, in enkele gevallen hun hoogste uitvoerprijs behaalden. Volgens de Chinese uitvoerstatistieken was de gemiddelde verkoopprijs naar de Unie in het TNO 269 USD fob, terwijl de gemiddelde prijs bij uitvoer naar India 220 USD bedroeg. |
|
(40) |
Uit de Chinese uitvoerstatistieken bleek dat, ondanks het feit dat de belangrijkste toepassing voor bariumcarbonaat (de productie van CRT’s) werd stopgezet, de Chinese uitvoer wereldwijd steeg van 130 000 t in 2009 tot 158 000 t in 2010. |
|
(41) |
Indien de maatregelen zouden worden ingetrokken, wordt verwacht dat de Chinese uitvoer, gezien de enorme reservecapaciteit van China, naar alle waarschijnlijkheid in de EU terecht zal komen. Het feit dat grote wereldmarkten zoals de VS, India en Brazilië zichzelf beschermen met hoge antidumpingrechten, bevestigt deze conclusie. |
|
(42) |
Deze invoer zou waarschijnlijk met dumping worden voortgezet, aangezien er geen aanwijzingen zijn dat de exporteurs hun prijsbeleid zouden aanpassen als de maatregelen zouden worden ingetrokken. |
|
(43) |
Derhalve wordt geconcludeerd dat de dumping waarschijnlijk zou worden voortgezet. |
E. DEFINITIE VAN DE BEDRIJFSTAK VAN DE UNIE
|
(44) |
De enige medewerkende producent in de Unie was goed voor 100 % van de productie van bariumcarbonaat in de Unie in het TNO. Deze producent wordt dan ook geacht de bedrijfstak van de Unie te zijn in de zin van artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 4, van de basisverordening. |
F. SITUATIE OP DE MARKT VAN DE UNIE
1. Verbruik in de Unie
Tabel 1
Verbruik in de Unie
|
|
2007 |
2008 |
2009 |
TNO |
|
Verbruik (ton) |
123 354 |
104 037 |
62 637 |
76 560 |
|
Index |
100 |
84 |
51 |
62 |
|
Bron: Gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Unie op de vragenlijst en statistieken van Eurostat. |
||||
|
(45) |
Om het verbruik in de Unie te berekenen, werd de omvang van de verkoop in de Unie door de bedrijfstak van de Unie opgeteld bij de omvang van de invoer uit derde landen, gebaseerd op Eurostatgegevens. |
|
(46) |
Op basis hiervan is, zoals in tabel 1 te zien is, het verbruik in de Unie tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk gedaald, namelijk met 38 %, hetgeen voornamelijk te verklaren is door het verdwijnen van de CRT-productieactiviteit in de Unie. |
2. Omvang, marktaandeel en prijzen van de invoer uit de VRC
Tabel 2
Omvang, marktaandeel en prijzen van de invoer uit de VRC
|
|
2007 |
2008 |
2009 |
TNO |
|
Invoervolume (ton) |
76 306 |
64 573 |
37 341 |
48 720 |
|
Index |
100 |
85 |
49 |
64 |
|
Marktaandeel |
61,9 % |
62,1 % |
59,6 % |
63,6 % |
|
Index |
100 |
100 |
96 |
103 |
|
Cif-invoerprijs (EUR/ton) |
230 |
257 |
239 |
251 |
|
Index |
100 |
112 |
104 |
109 |
|
Bron: Eurostat-statistieken. |
||||
|
(47) |
Tijdens de beoordelingsperiode is de omvang van de invoer uit de VRC met 36 % gedaald, terwijl het verbruik in de Unie met 38 % daalde. Ondanks de geldende antidumpingmaatregelen en een daling van het verbruik nam het Chinese marktaandeel tijdens de beoordelingsperiode met drie procentpunten toe. |
|
(48) |
De gemiddelde invoerprijzen uit de VRC namen tijdens de beoordelingsperiode met 9 % toe. De hoogste prijsstijging deed zich voor in 2007 en 2008; de prijzen zakten in 2009 en stegen vervolgens weer in het TNO. |
|
(49) |
De gemiddelde prijs af fabriek van de bedrijfstak van de Unie werd met de gemiddelde Chinese cif-invoerprijzen, grens Unie vergeleken. Deze prijzen zijn afgeleid van Eurostatcijfers en omvatten kosten na invoer, antidumping- en invoerrechten. Uit de vergelijking is gebleken dat de Chinese invoerprijzen de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie tijdens het TNO met 37,9 % onderboden. Op grond van het bovenstaande is geconstateerd dat indien er geen maatregelen hadden gegolden, de Chinese invoerprijzen de prijzen van de bedrijfstak van de Unie met 44,1 % zouden hebben onderboden. |
3. Omvang en marktaandeel van de invoer uit andere derde landen
|
(50) |
De totale omvang van de invoer van bariumcarbonaat uit andere derde landen dan de VRC was verwaarloosbaar en vertegenwoordigde minder dan 1 % van het verbruik in de Unie tijdens de beoordelingsperiode. |
|
(51) |
Hierbij moet worden opgemerkt dat de invoerprijzen uit andere derde landen de prijzen in de Unie in het TNO niet onderboden. |
4. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
4.1. Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
(52) |
Aangezien de bedrijfstak van de Unie slechts uit één producent bestaat, moesten de gegevens over de productie, capaciteit en bezettingsgraad in de vorm van indexcijfers worden opgegeven. Tabel 3 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad in de Unie
|
|||||||||||||||||||||||||
|
(53) |
De productie van de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode met 53 % gedaald. Hierbij moet worden aangetekend dat de bedrijfstak van de Unie zijn productiemodel sinds 2003 heeft aangepast om in te spelen op de nieuwe marktsituatie en het verdwijnen van de CRT-schermactiviteiten in de Unie. Als gevolg hiervan daalde de productiecapaciteit met meer dan 50 %, omdat dezelfde apparatuur nu bij toerbeurt wordt gebruikt voor de productie van het onderzochte product en strontiumcarbonaat. |
|
(54) |
De productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie bleef in de beoordelingsperiode ongewijzigd. De bezettingsgraad liep dus gelijk op met de productievolumen. |
4.2. Voorraden
Tabel 4
Voorraden
|
|
2007 |
2008 |
2009 |
TNO |
|
Index |
100 |
97 |
41 |
41 |
|
Bron: Gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Unie op de vragenlijst. |
||||
|
(55) |
De voorraden namen tijdens de beoordelingsperiode met 59 % af. Deze daling hangt samen met de verminderde vraag en het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om zich aan de nieuwe marktsituatie aan te passen. |
4.3. Omvang van de verkoop en verkoopprijzen
Tabel 5
Omvang van de verkoop, waarde en verkoopprijs per eenheid
|
|
2007 |
2008 |
2009 |
TNO |
|
Omvang van de verkoop (index) |
100 |
84 |
53 |
59 |
|
Waarde van de verkoop (index) |
100 |
92 |
66 |
73 |
|
Verkoopprijs per eenheid (index) |
100 |
109 |
124 |
123 |
|
Bron: Gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Unie op de vragenlijst. |
||||
|
(56) |
De omvang van de verkoop door de bedrijfstak van de Unie nam tijdens de beoordelingsperiode met 41 % af. De grootste daling deed zich voor in 2009 als gevolg van de algemene economische neergang. De omvang van de verkoop van de bedrijfstak van de Unie daalde relatief dus meer dan het verbruik van de Unie in dezelfde periode. De waarde van de verkoop daalde minder sterk dan de omvang, omdat de bedrijfstak van de Unie erin slaagde zijn prijsniveaus tijdens de beoordelingsperiode te verhogen, toen de verkoopprijzen per eenheid met 23 % stegen. |
4.4. Marktaandeel en groei
Tabel 6
Marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie
|
|
2007 |
2008 |
2009 |
TNO |
|
Index |
100 |
100 |
105 |
95 |
|
Bron: Gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Unie op de vragenlijst en gecorrigeerde statistieken van Eurostat. |
||||
|
(57) |
Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie steeg met 5 % in 2009, waarna het in het TNO sterk daalde met 10 %. Dit duidt erop dat bij gebrek aan groei op de markt de bedrijfstak van de Unie zijn marktaandeel niet kon behouden. |
4.5. Werkgelegenheid, productiviteit en lonen
Tabel 7
Werkgelegenheid, lonen en productiviteit
|
|
2007 |
2008 |
2009 |
TNO |
|
Werkgelegenheid (index) |
100 |
87 |
55 |
57 |
|
Lonen (EUR/werknemer) (index) |
100 |
108 |
106 |
113 |
|
Productiviteit (index) |
100 |
91 |
65 |
82 |
|
Bron: Gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Unie op de vragenlijst. |
||||
|
(58) |
De werkgelegenheid daalde tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk als gevolg van de economische neergang en de nieuwe marktsituatie. De gemiddelde lonen stegen met 13 % als gevolg van de hoge inflatie, die een rechtstreekse weerslag hadden op de loonindexering. In dezelfde periode daalde de productiviteit met 18 % als gevolg van de daling van de geproduceerde hoeveelheid, die niet kon worden gecompenseerd door vermindering van het aantal medewerkers. |
4.6. Winstgevendheid
Tabel 8
Winstgevendheid
|
|
2007 |
2008 |
2009 |
TNO |
|
Index |
–100 |
–192 |
–351 |
–206 |
|
Bron: Gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Unie op de vragenlijst. |
||||
|
(59) |
De winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie daalde gedurende de beoordelingsperiode met ruim 106 % als gevolg van de economische neergang en het verdwijnen van de toepassing van CRT-schermen, hetgeen invloed had op zowel de omvang van de verkoop als de productiekosten. De bedrijfstak leed gedurende de beoordelingsperiode voortdurend verlies. |
4.7. Investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken
Tabel 9
Investeringen en rendement van investeringen
|
|
2007 |
2008 |
2009 |
TNO |
|
Investeringen (index) |
100 |
82 |
90 |
97 |
|
Rendement van investeringen (index) |
–100 |
–251 |
–506 |
–176 |
|
Bron: Gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Unie op de vragenlijst. |
||||
|
(60) |
De investeringen bleven tijdens de beoordelingsperiode stabiel. De investeringen van de bedrijfstak van de Unie werden geboekt in het jaar waarin zij plaatsvonden. Het rendement van investeringen (winst uitgedrukt als percentage van de investeringen per jaar) liet tijdens de beoordelingsperiode dezelfde negatieve ontwikkeling zien als de winstgevendheid. |
|
(61) |
Tijdens het onderzoek kon niet worden aangetoond dat de bedrijfstak van de Unie grote problemen had om kapitaal aan te trekken. Wel kon worden vastgesteld dat tijdens de beoordelingsperiode geen investeringen van betekenis waren gedaan. |
4.8. Kasstroom
Tabel 10
Kasstroom
|
|
2007 |
2008 |
2009 |
TNO |
|
Index |
–100 |
–83 |
25 |
32 |
|
Bron: Gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Unie op de vragenlijst. |
||||
|
(62) |
De kasstroom is tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk verbeterd als gevolg van de kleinere voorraden. |
4.9. Hoogte van de dumpingmarge
|
(63) |
Tijdens het TNO was er ondanks de van kracht zijnde maatregelen sprake van nog hogere niveaus van aanmerkelijke dumping, ook al was de dumpingmarge lager dan bij het oorspronkelijke onderzoek; dit blijkt uit de cijfers van zowel de medewerkende producenten-exporteurs als van Eurostat. |
4.10. Herstel van de effecten van eerdere dumping
|
(64) |
In een negatieve economische context die samenhing met de algemene economische neergang en het verdwijnen van één belangrijke toepassing, herstelde de bedrijfstak van de Unie zich niet van de eerdere dumping, met name wat de omvang van de verkoop, de verkoopprijs en de winstgevendheid betreft. Bovendien bleek dat in het TNO nog steeds dumping plaatsvond. |
4.11. Uitvoer door de bedrijfstak van de Unie
Tabel 11
Door de bedrijfstak van de Unie uitgevoerde hoeveelheid
|
|
2007 |
2008 |
2009 |
TNO |
|
Index |
100 |
86 |
45 |
66 |
|
Bron: Gecontroleerde antwoorden van de bedrijfstak van de Unie op de vragenlijst. |
||||
|
(65) |
De uitvoer van bariumcarbonaat door de bedrijfstak van de Unie daalde tijdens de beoordelingsperiode met 34 %. De bedrijfstak van de Unie kon slechts beperkte hoeveelheden uitvoeren vanwege de zware concurrentie van de Chinese uitvoer op niet-uniale markten. De daling van de uitvoer tijdens de beoordelingsperiode valt ook te verklaren door de economische neergang. |
4.12. Conclusie over de situatie van de bedrijfstak van de Unie
|
(66) |
Hoewel alle belangrijke schade-indicatoren, zoals de omvang van de verkoop, de winstgevendheid, de productie, de werkgelegenheid en de productiviteit, tijdens de beoordelingsperiode een negatieve ontwikkeling lieten zien, hadden de antidumpingmaatregelen een verzachtend effect op de situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(67) |
Wat het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie betreft, blijkt uit de licht dalende trend dat de Chinese uitvoer, ondanks de bestaande maatregelen en het dalende verbruik, niet alleen andere landen van de markt uitsloot, maar ook aan marktaandeel won ten koste van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(68) |
Gezien de negatieve ontwikkeling van de indicatoren voor de bedrijfstak van de Unie kan worden geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode aanmerkelijke schade bleef lijden. Daarom werd onderzocht of het waarschijnlijk is dat de schade zou worden voortgezet als de maatregelen zouden vervallen. |
G. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HET VOORTDUREN VAN SCHADE
1. Samenvatting van de analyse van de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping en herhaling van schade veroorzakende dumping
|
(69) |
Er wordt aan herinnerd dat het verbruik op de uniale markt sinds het oorspronkelijke onderzoek aanzienlijk is gedaald als gevolg van het verdwijnen van CRT’s en als gevolg van de economische neergang. In deze omstandigheden is het marktaandeel van Chinese invoer met meer dan 15 % gestegen, terwijl het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie en de invoer uit derde landen sterk daalde. Dit wijst erop dat de Chinese producenten-exporteurs ondanks de geldende maatregelen en het dalende verbruik van de Unie belangstelling voor de uniale markt bleven tonen en erin slaagde derde landen van de uniale markt uit te sluiten. |
|
(70) |
Tevens wordt eraan herinnerd dat de producenten-exporteurs in de VRC zich tijdens het TNO schuldig bleven maken aan dumping en de prijzen van de bedrijfstak van de Unie zeer sterk bleven onderbieden. Op basis hiervan is er geen reden om te veronderstellen dat de Chinese producenten-exporteurs die dumping niet zullen voortzetten en de prijzen van de bedrijfstak van de Unie niet zullen blijven onderbieden. |
|
(71) |
Uit het onderzoek is gebleken dat de Chinese producenten-exporteurs tijdens het TNO over aanzienlijke reservecapaciteiten beschikten, namelijk over ongeveer 280 000 t. Dit is ongeveer driemaal de omvang van de uniale markt in het TNO. Ondanks de verwachte stijging van de vraag in de PRC zal de overcapaciteit naar verwachting blijven bestaan en zal deze de komende jaren zeer aanzienlijk blijven. |
|
(72) |
De markt van de Unie is de belangrijkste uitvoerbestemming voor de VRC. Andere belangrijke exportmarkten zoals de VS en India hebben sterke (5) antidumpingmaatregelen ingesteld ten aanzien van bariumcarbonaat van oorsprong uit de VRC. Deze markten zijn daarom praktisch ontoegankelijk voor de Chinese export. Gezien de belangstelling van de Chinese producenten-exporteurs voor de markt van de Unie, wordt verwacht dat wanneer de maatregelen worden ingetrokken, een aanzienlijke exporthoeveelheid op de markt van de Unie zal terechtkomen, wat de prijzen over het algemeen sterk zal drukken. |
2. Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van voortdurende schade
|
(73) |
Op basis van het voorgaande wordt het waarschijnlijk geacht dat, wanneer de maatregelen worden ingetrokken, de invoer met dumping uit de VRC in de Unie aanzienlijk zal stijgen en een neerwaartse druk op de prijzen tot gevolg zal hebben. Een dergelijke situatie zou waarschijnlijk op middellange termijn leiden tot het verdwijnen van de bedrijfstak van de Unie, omdat die enerzijds door de verkoopdaling de vaste kosten niet meer voldoende zou kunnen spreiden, en anderzijds geen toereikende prijsniveaus zou kunnen bereiken. De voortzetting van de schade werd tijdens de beoordelingsperiode versterkt door de economische neergang en het verdwijnen van een belangrijke toepassing. |
3. Ontwikkelingen na het TNO
|
(74) |
De invoerprijzen stegen van de VRC tussen het einde van het TNO en februari 2011 met 17,8 % terwijl de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie in dezelfde periode slechts met circa 7 % toenamen, maar toch onderbood de invoer uit de VRC na het TNO de uniale prijzen met meer dan 15 %. |
H. BELANG VAN DE UNIE
1. Voorafgaande opmerking
|
(75) |
Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening werd onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd is met het belang van de Unie als geheel. Om het belang van de Unie in haar geheel na te gaan, werd het belang beoordeeld van de diverse partijen, namelijk de bedrijfstak van de Unie, de importeurs en de gebruikers van het betrokken product. |
|
(76) |
Omdat dit een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen is, moet een situatie worden onderzocht waarin al antidumpingmaatregelen van kracht waren, en moet worden nagegaan of deze maatregelen negatieve gevolgen voor de betrokken partijen hadden. |
|
(77) |
Op grond hiervan werd onderzocht of er, ondanks de conclusies inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting van de dumping en de waarschijnlijkheid voortzetting van de schade, dwingende redenen waren die tot de conclusie leidden dat handhaving van de maatregelen in dit bijzondere geval niet in het belang van de Unie was. |
2. Belangen van de bedrijfstak van de Unie
|
(78) |
Uit het onderzoek kwam naar voren dat de bedrijfstak van de Unie zeer kosteneffectief te werk ging. De bedrijfstak bracht het aantal medewerkers terug en veranderde van productiemodel om zich aan te passen aan de nieuwe marktsituatie en het voortbestaan zeker te stellen van de fabriek waar, zoals aangegeven in overweging 53, bariumcarbonaat en strontiumcarbonaat bij toerbeurt worden geproduceerd. Hoewel de maatregelen niet bijdroegen tot het herstel van de financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie, hadden deze wel een verzachtend effect erop. Zonder de maatregelen zou de unialemarkt waarschijnlijk zijn overspoeld met goedkope invoer uit de VRC en had de bedrijfstak van de Unie zijn deuren moeten sluiten. |
|
(79) |
Zoals eerder gezegd, is het productiemodel van de bedrijfstak van de Unie gebaseerd op twee onderling afhankelijke producten; d.w.z. er is voldoende verkoop van beide producten nodig om de vaste kosten te spreiden. Als de maatregelen komen te vervallen, zal de verwachte grotere hoeveelheid invoer met dumping leiden tot een aanzienlijke daling van de bariumcarbonaat-activiteit, hetgeen op zijn beurt de strontiumcarbonaat-activiteit minder winstgevend zal maken en uiteindelijk tot de ontmanteling van de hele fabriek zal leiden. |
|
(80) |
Op basis van het voorgaande werd geconcludeerd dat het in het belang van de bedrijfstak van de Unie is dat de maatregelen tegen de invoer met dumping uit de VRC worden gehandhaafd. |
3. Belangen van niet-verbonden importeurs
|
(81) |
De Commissie heeft alle haar bekende niet-verbonden importeurs een vragenlijst toegezonden. Van vier niet-verbonden importeurs werden antwoorden ontvangen. Twee van deze importeurs waren actief in de productie van een suspensie van bariumcarbonaat, additieven en water, bestemd voor de baksteenindustrie. |
|
(82) |
De importeurs gaven aan dat de instelling van antidumpingrechten de prijzen omhoog had gestuwd. In dit verband moet worden opgemerkt dat dit verschil niet langer merkbaar was, omdat de prijzen bij uitvoer naar de Unie in vergelijking met de gemiddelde prijzen naar alle niet-uniale markten tijdens het TNO op een vergelijkbaar niveau bleken te liggen (6). |
|
(83) |
De importeurs gaven ook aan dat er geen tekort aan bariumcarbonaat op de uniale markt was, hoewel zij met problemen kampten om bariumcarbonaat uit de VRC te betrekken door de toegenomen binnenlandse vraag. Uit de invoerstatistieken kwam echter niet naar voren dat de naar de Unie uitgevoerde hoeveelheden van het betrokken product tijdens of na het TNO waren gedaald. Dit wordt tevens bevestigd door de bevindingen met betrekking tot de overcapaciteit in overweging 71. |
|
(84) |
Tevens bleek dat de geldende maatregelen geen negatieve effecten hadden op de financiële situatie van de importeurs. |
|
(85) |
Op basis van het voorgaande werd geconcludeerd dat de geldende maatregelen geen negatief effect van betekenis op hun financiële situatie hadden en dat de voortzetting van de maatregelen geen ernstige gevolgen voor de importeurs zou hebben. |
4. Belangen van de gebruikers
|
(86) |
De Commissie heeft alle bekende gebruikers een vragenlijst toegezonden. Hierop werd door negen gebruikers van het betrokken product gereageerd. Zoals aangegeven in overweging 16, zijn de belangrijkste industriële verbruikers van bariumcarbonaat in de Unie actief in de baksteen- en tegelindustrie, de keramische sector en de productie van ferriet. |
|
(87) |
Eén gebruiker heeft aangevoerd dat het bestaan of de voortzetting van de maatregelen niet in het belang van de gebruikers zou zijn, zonder deze bewering echter te staven. Geen van de andere gebruikers die op de vragenlijst heeft geantwoord, heeft aangegeven dat de maatregelen een aanmerkelijk effect op hun onderneming had en dat zij moesten worden opgeheven. |
5. Conclusie inzake het belang van de Unie
|
(88) |
Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er geen dwingende redenen zijn om de bestaande antidumpingmaatregelen niet te verlengen. |
I. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(89) |
Alle partijen zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie wil aanbevelen de maatregelen te handhaven. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken en argumenten naar voren brengen. Na de mededeling van feiten en overwegingen werden geen opmerkingen ontvangen. |
|
(90) |
Uit het bovenstaande volgt dat, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening, de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op bariumcarbonaat van oorsprong uit China en die werden ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1175/2005 moeten worden gehandhaafd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op bariumcarbonaat met een strontiumgehalte van meer dan 0,07 gewichtspercenten en een zwavelgehalte van meer dan 0,0015 gewichtspercenten, in de vorm van poeder of van geperste, dan wel gebrande korrels, momenteel ingedeeld onder GN-code ex 2836 60 00 (Taric-code 2836 60 00 10), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
2. De definitieve antidumpingrechten zijn gelijk aan een vast bedrag zoals hieronder vermeld voor producten die door de volgende ondernemingen wordt geproduceerd:
|
Onderneming |
Recht (EUR/t) |
Aanvullende Taric-code |
|
Hubei Jingshan Chutian Barium Salt Corp. Ltd, 62, Qinglong Road, Songhe Town, Jingshan County, Hubei Province, PRC |
6,3 |
A606 |
|
Zaozhuang Yongli Chemical Co. Ltd, South Zhuzibukuang Qichun, Zaozhuang City Center District, Shandong Province, PRC |
8,1 |
A607 |
|
Alle andere ondernemingen |
56,4 |
A999 |
3. Wanneer goederen vóór het brengen in het vrije verkeer zijn beschadigd en de douanewaarde daarom, overeenkomstig artikel 145 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (7), verhoudingsgewijs wordt aangepast aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs, wordt het bedrag van het antidumpingrecht, berekend op grond van bovengenoemde vaste bedragen, verminderd met het percentage dat met de aanpassing aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs overeenstemt.
4. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie; zij geldt voor een periode van vijf jaar.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 16 augustus 2011.
Voor de Raad
De voorzitter
M. DOWGIELEWICZ
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.
(2) PB L 189 van 21.7.2005, blz. 15.
(3) PB C 78 van 27.3.2010, blz. 4.
(4) PB C 192 van 16.7.2010, blz. 4.
(5) De Indiase antidumpingrechten ten aanzien van Chinees bariumcarbonaat variëren van 76,06 USD tot 236 USD per ton; de antidumpingrechten van de VS ten aanzien van Chinees bariumcarbonaat varieert van 34,4 % tot 81,3 %.
(6) Bron: Chinese uitvoerstatistieken.