23.12.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 343/119


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 21 december 2011

betreffende de vaststelling van een financieringsbesluit ter ondersteuning van vrijwillige surveillancestudies naar het verlies van bijenkolonies

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 9597)

(2011/881/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Beschikking 2009/470/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1), en met name de artikelen 22, 23 en 24,

Gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (2), en met name op artikel 75, lid 2,

Gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (3) (hierna „de uitvoeringsvoorschriften” genoemd), en met name artikel 90,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 2009/470/EG stelt de procedures vast voor de financiële bijdrage van de Gemeenschap in de uitgaven op veterinair gebied.

(2)

Met name artikel 22 van Beschikking 2009/470/EG bepaalt dat de Gemeenschap de nodige technische en wetenschappelijke maatregelen kan nemen voor de ontwikkeling van communautaire wetgeving op veterinair gebied of de lidstaten daarin kan bijstaan.

(3)

De mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de gezondheid van honingbijen (4) biedt een overzicht van de reeds genomen en de lopende acties van de Commissie op het gebied van de gezondheid van honingbijen in de EU. Het belangrijkste thema van de mededeling is de bijensterfte. In verscheidene landen van de wereld en ook in de EU werden gevallen van bijensterfte gerapporteerd.

(4)

Het EFSA-project uit 2009 „Sterfte onder bijen en bewaking van bijen in Europa” heeft geconcludeerd dat de bewakingssystemen in de EU over het algemeen zwak zijn, dat gegevens op het niveau van de lidstaten ontbreken en er op EU-niveau geen vergelijkbare gegevens voorhanden zijn.

(5)

De voornaamste door de Commissie voorgestelde acties waren de aanwijzing van een EU-referentielaboratorium (EURL) voor bijengezondheid, en de uitvoering van surveillancestudies naar het verlies van bijenkolonies, die voor de technische aspecten door het EURL worden ondersteund en door de Commissie worden medegefinancierd.

(6)

De eerste stap is al gezet, aangezien het EURL voor bijengezondheid is aangewezen bij Verordening (EU) nr. 87/2011 van de Commissie (5) en sinds 1 april 2011 operationeel is. (ANSES — Sophia Antipolis — FR).

(7)

Op verzoek van de Commissie heeft het EURL voor bijengezondheid een technisch document opgesteld met de titel „Basis for a pilot surveillance project on honey bee colony losses” (Basis voor een proefproject voor surveillancestudies naar het verlies van bijenkolonies) (te vinden op http://ec.europa.eu/food/animal/liveanimals/bees/bee_health_en.htm), dat dient als richtsnoer voor de lidstaten bij het uitvoeren van hun surveillancestudies.

(8)

Om de beschikbaarheid van gegevens over bijengezondheid te verbeteren moet bijstand en steun worden verleend aan bepaalde surveillancestudies naar het verlies van bijenkolonies in de lidstaten

(9)

De lidstaten werd verzocht om de Commissie hun op het technisch document van het EURL voor bijengezondheid gebaseerde surveillancestudies voor 30 september 2011 toe te sturen.

(10)

Twintig lidstaten hebben hun voorstellen voor surveillancestudies ingediend. Deze voorstellen zullen technisch en financieel geëvalueerd worden om te beoordelen of zij beantwoorden aan het technische document „Basis for a pilot surveillance project on honey bee colony losses”. Na de beoordeling en selectie zal in een volgend besluit van de Commissie het medefinancieringspercentage van maximaal 70 % en het bedrag van de individuele bijdrage aan elke lidstaat worden vastgelegd.

(11)

De surveillancestudies moeten bestaan uit controles van de bijenstallen vóór de winterperiode, gevolgd door een bezoek na de winter. Een volgend bezoek wordt tijdens de zomer gepland. Afhankelijk van de door de lidstaten uitgewerkte programma’s zal het eerste bezoek naar verwachting vóór de winter van 2012 worden uitgevoerd, terwijl het tweede in de loop van het volgende jaar zal worden uitgevoerd. Daarom is het dienstig de periode van 1 januari 2012 tot en met 30 juni 2013 te beschouwen als periode waarin dit besluit van toepassing is.

(12)

Er moet worden voorzien in financiering door de Unie voor deze studies door de toewijzing van 3 750 000 EUR.

(13)

Dit besluit vormt een financieringsbesluit in de zin van artikel 75, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en artikel 90 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002.

(14)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De bijdrage van de Europese Unie voor de uitvoering van de surveillancestudies naar het verlies van bijenkolonies wordt vastgesteld op 3 750 000 EUR. De bijdrage is van toepassing voor de periode van 1 januari 2012 tot en met 30 juni 2013.

2.   De bijdrage, als bedoeld in lid 1, voor maximaal 70 % is beperkt tot de kosten met betrekking tot:

i)

de uitvoering van laboratoriumtests, en

ii)

personeel dat specifiek ingezet wordt voor:

bemonstering, en

de monitoring van de gezondheidsstatus van bijenstallen en bijenkolonies.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 21 december 2011.

Voor de Commissie

John DALLI

Lid van de Commissie


(1)   PB L 155 van 18.6.2009, blz. 30.

(2)   PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)   PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.

(4)  COM(2010) 714 definitief.

(5)   PB L 29 van 3.2.2011, blz. 1.