14.12.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 330/43


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 13 december 2011

tot beëindiging van de antisubsidieprocedure betreffende de invoer van bepaald polyethyleentereftalaat van oorsprong uit Oman en Saudi-Arabië

(2011/834/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn (1) („de basisverordening”), en met name artikel 14,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

(1)

Op 3 januari 2011 heeft de Europese Commissie („de Commissie”) een klacht ontvangen betreffende de vermoede subsidiëring van bepaald polyethyleentereftalaat („PET”) van oorsprong uit Oman en Saudi-Arabië („de betrokken landen”) die schade toebrengt aan de bedrijfstak van de Unie.

(2)

De klacht is overeenkomstig artikel 10 van de basisverordening ingediend door het Committee of Polyethylene Terephthalate (PET) Manufacturers in Europe (CPME) („de klager”) namens producenten die goed zijn voor een groot deel, in dit geval meer dan 50 %, van de totale productie van bepaald PET in de Unie.

(3)

De klacht bevatte voorlopig bewijsmateriaal over het bestaan van de subsidiëring en de daardoor ontstane aanmerkelijke schade, dat toereikend werd geacht om de inleiding van een antisubsidieprocedure te rechtvaardigen.

(4)

Vóór de inleiding van de procedure heeft de Commissie overeenkomstig artikel 10, lid 7, van de basisverordening de regeringen van Oman en Saudi-Arabië ervan in kennis gesteld dat zij een met bewijsmateriaal gestaafde klacht had ontvangen dat bepaald PET van oorsprong uit Oman en Saudi-Arabië met subsidiëring werd ingevoerd en de bedrijfstak van de Unie hierdoor aanmerkelijke schade leed. De regeringen van Oman en Saudi-Arabië werden afzonderlijk voor overleg uitgenodigd om de situatie ten aanzien van de inhoud van de klacht te verduidelijken en om overeenstemming te bereiken over een oplossing. Tijdens dat overleg kon geen overeenstemming worden bereikt.

(5)

Na raadpleging van het Raadgevend Comité heeft de Commissie door middel van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (2) op 16 februari 2011 een antisubsidieprocedure ingeleid met betrekking tot de invoer in de Europese Unie van bepaald PET van oorsprong uit Oman en Saudi-Arabië.

(6)

Op dezelfde dag heeft de Commissie een antidumpingprocedure ingeleid betreffende de invoer in de Unie van bepaald PET van oorsprong uit de betrokken landen (3).

(7)

De Commissie heeft een vragenlijst gestuurd naar de bedrijfstak van de Unie, de producenten-exporteurs in de betrokken landen, de importeurs, de haar bekende verenigingen en de autoriteiten van de betrokken landen. Belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en een verzoek om te worden gehoord in te dienen.

(8)

Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hadden gevraagd, werden gehoord.

B.   INTREKKING VAN DE KLACHT EN BEËINDIGING VAN DE PROCEDURE

(9)

Het CPME heeft bij brief van 12 oktober 2011 aan de Commissie de klacht officieel ingetrokken.

(10)

Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van de basisverordening kan de procedure worden beëindigd wanneer de klacht wordt ingetrokken, tenzij dit strijdig is met het belang van de Unie.

(11)

In dit verband wordt opgemerkt dat de Commissie geen redenen heeft gevonden die erop duiden dat beëindiging niet in het belang van de Unie is, terwijl de belanghebbenden evenmin redenen hebben aangevoerd. Derhalve was de Commissie van oordeel dat deze procedure moet worden beëindigd. De belanghebbenden werden hiervan in kennis gesteld en zij kregen de gelegenheid opmerkingen te maken.

(12)

Sommige belanghebbenden spraken hun steun uit voor beëindiging van de procedure. Andere belanghebbenden verzochten om mededeling van de bevindingen van het onderzoek, hoewel zij de beëindiging van de procedure steunden.

(13)

Er zij in dit verband op gewezen dat de Commissie niet tot een conclusie over haar bevindingen is gekomen en daarom niet in de positie is om de vóór de intrekking van de klacht verzamelde gegevens mee te delen.

(14)

Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat er geen dwingende redenen bestaan om deze procedure niet te beëindigen.

(15)

De Commissie concludeert daarom dat de antisubsidieprocedure betreffende de invoer in de Unie van bepaald polyethyleentereftalaat (PET) van oorsprong uit Oman en Saudi-Arabië moet worden beëindigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De antisubsidieprocedure betreffende de invoer van polyethyleentereftalaat met een viscositeitscoëfficiënt van 78 ml/g of meer volgens de ISO-norm 1628-5, van oorsprong uit Oman en Saudi-Arabië en ingedeeld onder de GN-code 3907 60 20 , wordt beëindigd.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 13 december 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93.

(2)   PB C 49 van 16.2.2011, blz. 21.

(3)   PB C 49 van 16.2.2011, blz. 16.