18.10.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 271/50


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 21 december 2005

betreffende het herstructureringsplan voor de Spaanse steenkoolindustrie en staatssteun voor de jaren 2003-2005, door Spanje voor de jaren 2003 en 2004 ten uitvoer gelegd

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 5410)

(Slechts de tekst in de Spaanse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/693/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name artikel 88, lid 2, eerste alinea,

Na de belanghebbenden overeenkomstig het genoemde artikel te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (1), en gezien deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

(1)

Overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het Verdrag, heeft Spanje bij brief van 19 december 2002 bij de Commissie op grond van Verordening (EG) nr. 1407/2002 van de Raad van 23 juli 2002 betreffende staatssteun voor de kolenindustrie (2), een herstructureringsplan voor de Spaanse steenkoolindustrie aangemeld.

(2)

Bij brieven van 19 februari 2003 en 31 juli 2003 heeft de Commissie om aanvullende informatie verzocht. Spanje heeft aanvullende informatie meegedeeld bij brieven van 18 april 2003 en 3 oktober 2003.

(3)

Bij brief van 16 juni 2003 heeft Spanje de Commissie in kennis gesteld van Ministerieel besluit ECO 768/2003 van 17 maart 2003 betreffende de financiële steunverlening aan steenkoolbedrijven voor het jaar 2003.

(4)

Bij brief van 8 augustus 2003 heeft Spanje, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1407/2002, meegedeeld hoeveel steun voor 2003 aan elk steenkoolbedrijf zou worden verleend.

(5)

Bij brieven van 18 augustus 2003 en 18 september 2003, heeft Spanje, overeenkomstig Beschikking 2002/871/EG van de Commissie van 17 oktober 2002 tot instelling van een gemeenschappelijk kader voor de mededeling van de inlichtingen nodig voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1407/2002 van de Raad betreffende staatssteun voor de kolenindustrie (3) informatie verstrekt over de productiekosten van de verschillende productie-eenheden.

(6)

Bij brief van 10 februari 2004 heeft Spanje de Commissie in kennis gesteld van het Ministerieel besluit betreffende de financiële steun aan steenkoolbedrijven voor het jaar 2004.

(7)

Bij brief van 30 maart 2004 deelde de Commissie Spanje mede dat zij, na onderzoek van de door de Spaanse autoriteiten meegedeelde informatie, had besloten de procedure van artikel 88, lid 2, van het Verdrag in te leiden. Dit besluit werd in het Publicatieblad van de Europese Unie (4) gepubliceerd.

(8)

Bij brieven van 30 juni 2004 en 16 juli 2004 heeft Spanje aanvullende informatie over het herstructureringsplan verstrekt.

(9)

Bij brief van 19 februari 2005 heeft Spanje de Commissie in kennis gesteld van het Ministerieel besluit betreffende de financiële steun aan steenkoolbedrijven voor het jaar 2005.

(10)

Bij brief van 7 september 2005 heeft de Commissie om aanvullende informatie verzocht. Bij brief van 20 oktober 2005 heeft Spanje aanvullende informatie over het herstructureringsplan verstrekt.

(11)

In het licht van de door Spanje meegedeelde informatie dient de Commissie een beslissing te nemen betreffende het herstructureringsplan voor de Spaanse steenkoolindustrie en haar goedkeuring te hechten aan de steun voor de jaren 2003, 2004 en 2005.

(12)

Het herstructureringsplan en de financiële maatregelen vallen onder Verordening (EG) nr. 1407/2002. Krachtens artikel 10, van deze verordening beslist de Commissie of het herstructureringsplan in overeenstemming is met de in de artikelen 4 tot en met 8 neergelegde voorwaarden en criteria en of het beantwoordt aan de doelstellingen van genoemde verordening. Bovendien dient de Commissie, indien zij een positief advies uitbrengt over het plan, krachtens artikel 10, lid 2, van genoemde verordening eveneens te onderzoeken of de voor jaren 2003 tot en met 2005 aangemelde maatregelen in overeenstemming zijn met het herstructureringsplan en, in het algemeen, verenigbaar zijn met de werking van de interne markt.

2.   GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE MAATREGEL

(13)

Op 3 juni 1998 heeft de Commissie bij Beschikking 98/637/EGKS van de Commissie van 3 juni 1998 betreffende financiële steunmaatregelen van Spanje ten behoeve van de kolenindustrie in 1998 (5) een herstructureringsplan voor de Spaanse steenkoolindustrie goedgekeurd voor de periode 1998-2002. Dit plan is gebaseerd op het Herstructureringsplan voor de steenkoolindustrie en het alternatieve ontwikkelingsplan voor mijngebieden 1998-2005, dat op 15 juli 1997 is ondertekend. Het plan was het resultaat van een overeenkomst tussen de Spaanse autoriteiten en de belanghebbende partijen uit de steenkoolsector en bevat een aantal regels voor ondernemingen die steun ontvangen. Na onderzoek van de verenigbaarheid met de algemene en specifieke doelstellingen van Beschikking nr. 3632/93/EGKS van de Commissie van 28 december 1993 tot vaststelling van een communautaire regeling voor de steunmaatregelen van de lidstaten ten behoeve van de kolenindustrie (6) heeft de Commissie het herstructureringsplan voor de periode 1998-2002 goedgekeurd.

(14)

In het licht van het voornemen van de Spaanse regering om steun te verlenen aan de Spaanse steenkoolindustrie na afloop van het EGKS-Verdrag op 23 juli 2002 en overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1407/2002, artikel 9, lid 10, hebben de Spaanse autoriteiten de Commissie op 19 december 2002 in kennis gesteld van een herstructureringsplan inzake de toegang tot steenkoolreserves en de sluiting van productie-eenheden voor de periode 2003-2005

(15)

Dit herstructureringsplan kadert in het voornemen van de Spaanse autoriteiten om ook voor de periode 2003-2005 steun te verlenen aan de steenkoolindustrie, namelijk productiesteun en steun voor de uitzonderlijke kosten van het herstructureringsproces. Het voorstel voor de periode tot 2005 gaat er van uit dat de in de periode 1998-2002 door de ondernemingen en werknemers geleverde inspanningen voor de herstructurering van de sector zullen worden voortgezet in het kader van het Spaanse herstructureringsplan voor de steenkoolindustrie voor de periode 1998-2005, rekening houdend met de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 1407/2002, namelijk een kleinere productie met minder steun en minder werknemers waardoor de productiekosten kunnen worden verlaagd.

(16)

De Spaanse autoriteiten hebben erop gewezen dat bij de beslissing in welke productie-eenheden een minimumproductie wordt gehandhaafd om de toegang tot steenkoolreserves te garanderen onder meer rekening moet worden gehouden met de sociale context. Een ander criterium is de bestaande steenkoolmarkt alsook de tenuitvoerlegging van de milieuwetgeving die zal bepalen welke elektriciteitscentrales kunnen blijven functioneren.

(17)

Naast deze criteria zijn de Spaanse autoriteiten van mening dat ondernemingen door de in het plan voor de periode 2003-2005 voorgestelde algemene vermindering van de steun, aanvragen zullen indienen voor een vrijwillige vermindering van de capaciteit. De mogelijkheid om steun te verlenen voor de sluiting van productie-eenheden zal automatisch leiden tot de voor eind 2005 voorgestelde vermindering van de capaciteit met ongeveer 12 miljoen ton. De Spaanse autoriteiten hebben de Commissie verzekerd dat steun voor de sluiting van productie-eenheden overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 uitsluitend zal worden gebruikt om de sluitingskosten van die eenheden te dekken.

(18)

In de mijnregio’s blijven economie en werkgelegenheid ver beneden het niveau van vóór de herstructurering van de sector. De Spaanse autoriteiten hebben meegedeeld dat zij om die reden meer tijd nodig hebben om een beleid inzake economische ontwikkeling en alternatieve werkgelegenheid voor de steenkoolmijnen te ontwikkelen. Het is niet mogelijk het proces voor de reconversie van de steenkoolindustrie sneller te laten verlopen dan in de plannen is vooropgesteld. De Spaanse autoriteiten argumenteren dat het herstructureringsproces nog maar vijf jaar loopt, veel minder lang dan in andere landen waar een belangrijke steenkoolindustrie heeft bestaan.

(19)

De Spaanse autoriteiten hebben gebruikgemaakt van de mogelijkheid die wordt geboden in artikel 9, lid 8, van Verordening (EG) nr. 1407/2002, waarin wordt bepaald dat de lidstaten de Commissie, in naar behoren gemotiveerde gevallen, uiterlijk in juni 2004 dienden mee te delen welke productie-eenheden onder de in de leden 4 en 6 van genoemd artikel bedoelde plannen vallen.

(20)

Op basis van Beschikking 2002/871/EG hebben de Spaanse autoriteiten de Commissie de productiekosten van de verschillende productie-eenheden meegedeeld voor het referentiejaar 2001/2002 en de jaren 2003-2005.

(21)

Op grond van de definitie van „productie-eenheid” van artikel 2 van Beschikking 2002/871/EG hebben alle steenkoolbedrijven, behalve HUNOSA, hun ondergrondse plaatsen voor de winning van steenkool en de daartoe ten dienste staande infrastructuren omschreven als „één ondergrondse productie-eenheid” en alle bovengrondse plaatsen voor de winning van steenkool en de daartoe ten dienste staande infrastructuren als „één bovengrondse productie-eenheid”.

In de onderstaande tabel zijn de aangemelde productie-eenheden en de productie voor het referentiejaar (2001/2002) weergegeven:

Productie-eenheid

S: Ondergronds

CA Bovengronds

Productiecapaciteit in het referentiejaar

(in tse: ton steenkoolequivalent)

Alto Bierzo, SA

S

104 405

Antracitasde Arlanza, S.L.

S

10 360

Antracitas de Gillon, SA

S

57 100

Antracitas la Granja, SA

S

51 550

CA

8 930

Antracitas de Tineo, SA

S

50 100

Campomanes Hermanos, SA

S

43 320

CARBONAR, SA

S

320 000

Carbones de Arlanza, SA

S

25 332

Carbones de Linares, S.L.

S

12 817

Carbones del Puerto. SA

S

3 400

Carbones el Tunel, S.L.

S

17 420

Carbones de Pedraforca, SA

S

75 110

Carbones San Isidro y María, SL

S

31 920

Compaňía General Minera de Teruel, SA

S

21 000

CA

71 000

Coto Minero del Narcea, SA

Monasterio

S

9 000

Braňas

S

69 000

Coto Minero Jove, SA

S

82 334

E.N. Carbonifera del Sur, SA

Pozo María

S

18 210

Peňarroya

CA

381 240

Emma, Puerto llano

CA

464 040

ENDESA, SA (TERUEL)

Andorra

S

55 070

Andorra

CA

354 310

Gonzalez y Diez, SA

Tin

S

113 098

Buseiro

CA

16 605

Hijos de Baldomero Garcia, SA

S

60 340

Hullas de Coto Cortes, SA

S

282 120

CA

48 340

Huellera Vasco-Leonesa, SA

S

713 533

CA

320 882

INCOMISA, SA

S

9 370

La Carbonifera del Ebro, SA

S

38 426

MALABA, SA

S

26 310

Mina Adelina, SA

S

8 200

Mina Escobal, S.L.

S

3 079

Mina la Sierra, SA

S

5 560

Mina los Compadres, S.L.

S

5 610

Minas de Navaleo, S.L.

S

19 636

Minas de Valdeloso, S.L.

S

9 870

Minas del Principado, SA

S

16 903

MINEX, SA

S

59 520

Minera del Bajo Segre, SA

S

25 164

Minero Siderurgia de. Ponferrrada SA

S

643 000

CA

154 000

Munoz Solé Hermanos, SA

S

23 141

Promotora de Minas del Carbon

CA

50 580

SA Catalano-Aragonesa

S

324 550

CA

504 800

Union Minera del Norte, SA (UMINSA)

S

736 430

CA

86 850

Union Minera Ebro-Segre, SA (UMESA)

S

14 090

Viloria Hermanos, SA

S

73 964

CA

29 844

Virgilio Riesco SA

S

24 680

Mina La Camocha

S

 

HUNOSA — Aller

S

314 000

HUNOSA — Figaredo

S

89 000

HUNOSA — San Nicolas

S

110 000

HUNOSA — Montsacro

S

107 000

HUNOSA — Carrio

S

105 000

HUNOSA — Sotón

S

86 000

HUNOSA — Maria Luisa

S

172 000

HUNOSA — Candil

S

94 000

HUNOSA — Pumarabule

S

73 000

Totaal (Tse)

 

8 023 203

(22)

Bij brief van 3 oktober 2003 hebben de Spaanse autoriteiten de Commissie meegedeeld dat de productie-eenheden Endesa-Souterraine, Encasur-Souterraine en Antracitas de Gillon SA in 2005 zouden sluiten en de Promotora de Minas de Carbon SA (PMC) zijn bovengrondse productie-eenheid zou sluiten.

2.1.   Vermindering van de exploitatiesteun

(23)

Er wordt voorgesteld de exploitatiesteun aan de steenkoolbedrijven jaarlijks met 4 % te verminderen voor de jaren 2003, 2004 en 2005. Voor HUNOSA zal de gemiddelde jaarlijkse vermindering 5,75 % bedragen.

2.2.   Productiecapaciteit

(24)

Wat de productiecapaciteit betreft, heeft de Spaanse regering voorgesteld steun te verlenen voor een steenkoolproductiecapaciteit van ongeveer 12 miljoen ton in 2005. In 2002 bedroeg de totale productie ca. 13 400 000 ton.

2.3.   Begroting

(25)

Wat de exploitatiesteun en de technische en sociale kosten betreft, zijn de volgende cijfers meegedeeld:

(in EUR)

Jaar

Exploitatiesteun (7)

Technische kosten (8)

Technische kosten (9)

2003

568 647 000

81 299 000

469 072 000

2004

539 854 000

82 987 000

490 112 000

2005

513 046 000

96 739 000

484 866 000

(26)

De Spaanse autoriteiten hebben met betrekking tot 2006 en 2007 meegedeeld dat op dit moment geen specifieke doelstellingen kunnen worden vastgesteld voor de periode 2006-2007. De Spaanse autoriteiten stellen voor de jaarlijkse vermindering van de steun met 4 % voort te zetten. Zodra het plan voor de toegang tot steenkoolreserves is goedgekeurd, zullen de details inzake de toewijzing van de steun en de verdeling van de productie (in ton) aan de Commissie worden meegedeeld.

2.4.   Plan betreffende het steenkoolbedrijf HUNOSA

(27)

Voor het steenkoolbedrijf HUNOSA, een overheidsbedrijf, hebben de Spaanse autoriteiten een gedetailleerder plan ingediend. Voor de periode 2002-2005 werd een capaciteitsvermindering vooropgesteld van 1 800 000 ton in 2001 tot 1 340 000 ton in 2005. De steun ter dekking van exploitatieverliezen wordt verminderd van 321 091 000 EUR in 2001 tot 239 281 000 EUR in 2005.

(28)

Een eerste belangrijkste doelstelling van het plan voor HUNOSA voor de periode 2002-2005 was de onderneming te herstructureren en de verliezen terug te schroeven zodat bij inkrimping van de bedrijfsactiviteit op grond van het nationale mijnbouwplan en de communautaire wetgeving rekening wordt gehouden met het sociale en economische belang van HUNOSA in het mijnbekken van Centraal-Asturias. Voorts was het de bedoeling de basis te leggen voor de toekomstige ontwikkeling van de regio rond het Centraal-Asturiaanse mijnbekken door de voorwaarden te scheppen voor de creatie van alternatieve werkgelegenheid. Het plan voorziet ten slotte in een vermindering van de exploitatieverliezen van HUNOSA met 30 % en van het aantal werknemers met 33,6 %, waardoor de productiviteit met 21,4 % toeneemt.

(29)

Het HUNOSA plan omvat de tenuitvoerlegging van een aantal maatregelen om te waarborgen dat de productie wordt verminderd. Ten eerste worden twee van de negen bestaande productie-eenheden gesloten. Ook de kolenwasserij wordt gesloten. De sluiting van deze drie sites komt neer op een vermindering van de productiecapaciteit met 25 %. Ten tweede zullen maatregelen worden genomen om de productiviteit te optimaliseren, waarbij de nadruk wordt gelegd op maatregelen op het gebied van selectie van ontginningssites, modernisering en koolwassingsprocessen. De inspanningen zullen worden toegespitst op de mijnen met de hoogste productiviteit, de laagste totale kosten en de beste kwaliteit. Een deel van de productie diende te worden voorbehouden voor de nabijgelegen elektriciteitscentrale. HUNOSA diende jaarlijks kolen te leveren voor een verbruik van 100 dagen. Ten derde is bij de inkrimping van de bedrijfsactiviteit een vermindering van het aantal werknemers in het bedrijf onvermijdelijk. Ten slotte zal de productie in de looptijd van het plan door de genomen maatregelen met 26,1 % dalen van 1 800 000 ton in 2001 tot een totaal van 1 340 000 ton in 2005.

(30)

Het HUNOSA-plan voorzag in de aanwerving van 550 nieuwe werknemers in de periode 2002-2005. De Spaanse autoriteiten hebben verzekerd dat de nieuwe werknemers, indien aanwervingen nodig blijken, zullen worden geselecteerd uit de werknemers die hun baan hebben verloren door de sluiting van een mijn, met evenwel twee heel beperkte uitzonderingen voor de aanwerving van gespecialiseerde technici en nakomelingen van werknemers uit de eerste groep die zijn omgekomen bij een arbeidsongeval.

(31)

De Spaanse autoriteiten hebben voor de productie-eenheden van HUNOSA die ze tijdens de herstructureringsperiode in stand wensen te houden de volgende kostprijs per tse meegedeeld:

Productie-eenheid

Gemiddelde kosten (EUR/tse)

Verminderingspercentage

2001

2005

Aller

271

237

12,5

San Nicolás

429

317

26,1

Montsacro

342

251

26,6

Carrio

261

223

14,5

Sotón

376

304

19,1

Mo Luisa

371

331

10,8

Candil

411

340

17,3

Gemiddelde

344

278

19,2

(32)

De Spaanse autoriteiten waren van mening dat de vermindering van de productiekosten met ongeveer 20 % in de periode 2002-2005 aantoont dat de productiekosten van de productie-eenheden van HUNOSA kunnen worden verminderd en dat deze trend in de toekomst kan worden versterkt. Volgens de Spaanse autoriteiten betekent de vermindering van de productiekosten een vermindering van de steun aan de onderneming met 25 % en kan ook deze tendens in de toekomst nog worden versterkt.

(33)

Overeenkomstig de in het plan omschreven doelstellingen wordt voorgesteld een aantal maatregelen te nemen om in de regio waar HUNOSA actief is een economische structuur te ontwikkelen als alternatief voor de mijnbouw. De Spaanse autoriteiten hebben met de vakbonden een overeenkomst gesloten om via de verschillende maatregelen van het plan rond het mijnbekken van Centraal-Asturias te streven naar 650 nieuwe banen in de periode 2002-2005.

(34)

Wat betreft de steun voor uitzonderlijke kosten van het herstructureringsproces en lasten uit het verleden die gepaard gaan met de uitvoering van de technische maatregelen op het gebied van de concentratie en selectie van ontginningssites en de capaciteitsaanpassingen die daaruit voortvloeien, hebben de Spaanse autoriteiten verklaard dat er behoefte is aan sociale maatregelen, met name voor de financiering van een vervroegde uitstapregeling. De steun zal deze kosten dekken en andere voorgestelde maatregelen zullen geleidelijk worden teruggeschroefd.

(35)

In de volgende tabel wordt de vermindering van het aantal werknemers weergegeven alsmede de totale steun die volgens het HUNOSA-plan moet worden verleend, zoals voorgesteld in het herstructureringsplan.

Jaar

Aantal werknemers aan het eind van het jaar

Vermindering exploitatiesteun (10)

(in EUR)

Steun voor uitzonderlijke kosten (11)

(in EUR)

2003

4 902

271 593 000

302 557 000

2004

4 437

254 682 000

298 983 000

2005

4 079

239 281 000

286 203 000

(36)

Bij brief van 22 april 2003 hebben de Spaanse autoriteiten de Commissie meegedeeld dat het HUNOSA-plan als voorzorgsmaatregel onder meer voorziet in het behoud van een minimaal eigen productievolume om de toegang tot steenkoolreserves te garanderen.

(37)

Volgens de Spaanse autoriteiten was de minimumproductie van HUNOSA voor het jaar 2005, namelijk 1 340 000 ton, noodzakelijk om te kunnen waarborgen dat HUNOSA kan voldoen aan 30 % van de behoefte (100 dagen) van de elektriciteitscentrales in de omgeving van de HUNOSA-mijnen. De Spaanse autoriteiten stellen voor ook na 2005 dezelfde criteria toe te passen. De Spaanse autoriteiten zijn van mening dat het instandhouden van een strategische productie in de buurt van elektriciteitscentrales een van de belangrijkste doelstellingen is van het plan voor de toegang tot steenkoolreserves.

2.5.   Looptijd van de regeling

(38)

De steun wordt verleend in de periode 2003-2005.

2.6.   Vorm van de steun

(39)

De steun wordt verleend in de vorm van subsidies.

2.7.   Begunstigden

(40)

Productie-eenheden van Spaanse steenkoolbedrijven als bedoeld in overweging 21.

2.8.   Rechtsgrondslag

(41)

Orden ministerial ECO/2731/2003, Orden ministerial ECO/768/2003, Orden ministerial ECO/180/2004 en Orden ministerial ITC/626/2005.

2.9.   Situatie van Spanje op het gebied van energie en milieu

(42)

Volgens Spaanse voorspellingen van de elektriciteitsproductie voor de periode 2000-2011 zal het aandeel van steenkool in de elektriciteitsproductie dalen van 35,9 % in 2000 tot 15 % in 2011. In dezelfde periode zal de elektriciteitsproductie op basis van aardgas toenemen van 9,7 % tot 33,1 %. Hernieuwbare energie zal stijgen van 16,9 % van de elektriciteitsproductie in 2000 tot 28,4 % in 2011. De opwekking van elektriciteit is slechts verantwoordelijk voor 28 % van de totale CO2-uitstoot. Spanje vind het niet logisch dat een verband wordt gelegd tussen de steun die wordt verleend voor de binnenlandse productie van steenkool en de uitstoot van CO2. Het verband moet veeleer worden gelegd tussen elektriciteitsproductie en emissies. Elektriciteitscentrales zullen blijven werken zolang ze technisch en economisch leefbaar zijn, ongeacht of de gebruikte steenkool in het binnenland wordt geproduceerd of wordt ingevoerd.

2.10.   Redenen voor de inleiding van de procedure

(43)

Op 30 maart 2004 heeft de Commissie de formele onderzoeksprocedure ingeleid. De Commissie heeft haar twijfels uitgedrukt wat betreft de verenigbaarheid van het aangemelde plan met de voorwaarden en criteria van Verordening (EG) nr. 1407/2002 en de mate waarin dat plan voldoet aan de doelstellingen van de verordening. De Commissie was van mening dat het plan onvoldoende gedetailleerd was. In haar brief van 30 maart 2004 heeft de Commissie de Spaanse autoriteiten gevraagd:

a)

overeenkomstig artikel 9, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1407/2002 een raming mee te delen van de totale steenkoolproductie per kolenjaar en van het bedrag van de steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit per kolenjaar;

b)

te verduidelijken op grond van welke selectiecriteria productie-eenheden worden opgenomen in het plan voor de toegang tot steenkoolreserves alsmede, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van Verordening (EG) nr.1407/2002, een raming mee te delen van de totale steenkoolproductie per kolenjaar en van het bedrag van de steun voor toegang tot steenkoolreserves per kolenjaar;

c)

te verduidelijken of de steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit per kolenjaar als bedoeld in artikel 9, lid 4 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 van de Raad minstens gelijk dient te zijn aan de steun die Spanje voornemens was toe te kennen aan de ondernemingen/productie-eenheden die worden genoemd in overweging 18 van Beschikking 2002/826/EGKS van de Commissie van 2 juli 2002 inzake steun die in 2001 en in de periode van 1 januari tot 23 juli 2002 door Spanje aan de kolenindustrie is verleend (12);

d)

alle informatie mee te delen betreffende toepassing van de criteria betreffende de degressiviteit van steun en te antwoorden op de vraag of rekening wordt gehouden met factoren met betrekking tot het concurrentievermogen, zoals de evolutie van de productiekosten, en of de steun een sterker degressief verloop kent wanneer een productie-eenheid is opgenomen in een sluitingsplan;

e)

te bevestigen dat productie-eenheden met een totale capaciteit van 1 660 000 t zullen worden gesloten vóór 31 december 2005;

f)

te verduidelijken of de productie-eenheden van Antracitas de Gillon, ENDESA — ondergronds en ENCASUR — ondergronds in het jaar 2003 exploitatiesteun hebben ontvangen; te bevestigen dat de van 1998 tot 2002 aan deze productie-eenheden verleende steun voor uitzonderlijke kosten overeenkomstig artikel 5 van Beschikking nr. 3632/93/EGKS niet hoger ligt dan die kosten, en te bevestigen dat, indien de steun hoger ligt dan de kosten, het verschil door Spanje zal worden teruggevorderd;

g)

mee te delen hoeveel steun in de jaren 2003, 2004 en 2005 in totaal werd toegekend aan HUNOSA, rekening houdend met de door de onderneming meegedeelde dalingen van de productiekosten;

h)

te verduidelijken hoeveel werknemers met een specifieke technische achtergrond er bij HUNOSA maximaal moeten worden aangeworven;

i)

een gedetailleerde toelichting te verschaffen bij de wijzigingen van Ministerieel Besluit ECO/2771/2003 teneinde te garanderen dat artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 correct wordt toegepast en te bevestigen dat uitsluitend overeenkomstig Beschikking 2002/871/EG aangemelde productie-eenheden in aanmerking komen.

3.   OPMERKINGEN VAN SPANJE

(44)

De Spaanse autoriteiten hebben de volgende opmerkingen ingediend na de inleiding van de procedure door de Commissie. Er werden geen opmerkingen ingediend door derden.

3.1.   Steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit (artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1407/2002) en voor de toegang tot steenkoolreserves (artikel 5, lid 3 van genoemde verordening)

(45)

De Spaanse autoriteiten hebben verslagen ingediend inzake de steun die is verleend voor 2003 en 2004, alsmede ramingen voor 2005, waarin de steun wordt ingedeeld naargelang hij werd betaald krachtens artikel 4 dan wel 5 van Verordening (EG) nr. 1407/2002. De aan HUNOSA verleende en te verlenen steun wordt ingedeeld naargelang het gaat om financiering uit de algemene middelen van de overheid dan wel van SEPI (13).

3.1.1.   Productie in de periode 2003-2005

(46)

De sluiting van productiecapaciteit door een aantal ondernemingen levert de volgende productietrend op:

Eenheid: kiloton

 

2001

2002

2003

2004

2005

Productie

13 993

13 372

12 576

12 400

12 000

3.1.2.   Criteria

(47)

De Spaanse autoriteiten hebben meegedeeld welke criteria zijn gehanteerd om productie-eenheden in te delen voor steunverlening op grond van artikel 4 of artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1407/2002. Het belangrijkste criterium waren de productiekosten per tse. Aanvullende criteria:

a)

het bestaan van een markt, namelijk de aanwezigheid van een functionerende elektriciteitscentrale binnen een straal van 100 km;

b)

de solvabiliteit van de onderneming die eigenaar is van de productie-eenheid; in dit opzicht dient er een minimumverhouding te zijn tussen de eigen middelen van de onderneming en de totale activa.

(48)

Ten slotte moet een manier worden gevonden om rekening te houden met de sociale en regionale omstandigheden in de regio waar de productie-eenheid is gevestigd. De noodzaak om dit sociale en regionale criterium te behouden, mag niet worden onderschat. De Spaanse regering is bereid alle door de Commissie voorgestelde voorwaarden in overweging te nemen.

(49)

De definitie van „productie-eenheid” werd getoetst met de ondernemingen die over de grootste productiecapaciteit beschikken en derhalve uit meer dan één productie-eenheid zouden kunnen bestaan. Tot dusver werd, met uitzondering van HUNOSA, de steun geanalyseerd op ondernemingsniveau en werden ondergrondse koolmijnen samengeteld met bovengrondse mijnen.

3.1.3.   Steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit

(50)

De Spaanse autoriteiten hebben verklaard dat, zoals uit het verslag blijkt, alle ondernemingen die in 2002 waren geklasseerd als ondernemingen die steun genieten op grond van artikel 4 van Beschikking nr. 3632/93/EGKS, nog steeds zijn geklasseerd als ondernemingen die steun genieten op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1407/2002.

3.1.4.   Degressief verloop van de steunverlening

(51)

De Spaanse autoriteiten verklaren dat, tot eind 2005, de steun globaal met 4 % per jaar wordt verminderd.

3.2.   Steun voor uitzonderlijke lasten

(52)

De Spaanse autoriteiten hebben de Commissie meegedeeld dat besluit ECO/2731/2003 is gewijzigd teneinde te voldoen aan de eisen van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1407/2002. Het besluit is uitsluitend van toepassing op productie-eenheden die feitelijk sluiten vóór 31 december 2005 en niet op sluitingsprogramma’s die na die datum aflopen. Voorts werd voor de compensatie van de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1407/2002 opgesomde kosten door de opzegging van steenkoolcontracten als gevolg van de sluiting van een productie-eenheid die brandstof leverde, een maximum vastgesteld van 13 EUR per 1 000 warmte-eenheden. Uitsluitend gemotiveerde en behoorlijk gestaafde werkelijke kosten zullen worden vergoed.

3.3.   Voorgaande beschikkingen van de Commissie

3.3.1.   Sluitingen tot en met 31 december 2005

(53)

De Spaanse regering zal voldoen aan de bepalingen van overweging 18 van de preambule van Beschikking 2002/826/EGKS en de productiecapaciteit in de in de overweging opgesomde ondernemingen vóór 31 december 2005 definitief met 1 660 000 t verminderen. Sommige van deze ondernemingen zijn reeds in 2002 begonnen met het terugschroeven van hun productiecapaciteit.

3.3.2.   Productie-eenheden die steun hebben ontvangen voor uitzonderlijke kosten van de sluiting

(54)

Zoals vermeld in de verslagen betreffende de steun voor 2003, 2004 en 2005, is de in 2003 aan Antracitas de Gillón, ENCASUR, ENDESA en PMC (vóór de sluiting in 2004) toegekende steun en de geplande steun voor 2004 en 2005 steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit. De financiële steun voor uitzonderlijke sluitingskosten die tussen 1998 en 2002 is verleend aan ENDESA en ENCASUR, was op dat moment verantwoord om het loonverschil te financieren tussen het algemeen vervroegd pensioen en de door de ondernemingen betaalde 100 %. De Spaanse autoriteiten hebben schriftelijke verbintenissen voorgelegd waarin wordt bevestigd dat de ondernemingen de betrokken productie-eenheden eind 2005 zullen sluiten.

3.4.   Het HUNOSA-plan

3.4.1.   Opmerkingen betreffende de herstructurering van HUNOSA

(55)

De Spaanse autoriteiten hebben gedetailleerde informatie verstrekt over de ingrijpende herstructurering die de jongste jaren heeft plaatsgevonden en de uitvoering van het plan voor de periode 2002-2005. Het plan omvat de sluiting van twee productie-eenheden en betekent een vermindering van de productiecapaciteit met 700 000 t.

3.4.2.   Aan HUNOSA verleende steun tijdens de periode 2003-2005

(56)

De Spaanse autoriteiten hebben verklaard dat de omvang van de herstructureringssteun strikt beperkt blijft tot de kosten van externe sociale verplichtingen en gekoppeld is aan een degelijke verantwoording.

(57)

De contradictie die lijkt te bestaan tussen de aanzienlijke inspanningen om de kosten te drukken en de kleinere vermindering van de productiesteun is in de eerste plaats het gevolg van wijzigingen van de inkomsten door evolutie van de internationale prijzen voor ingevoerde steenkool en de wisselkoers tussen de dollar en de euro. De Spaanse autoriteiten hebben gedetailleerde informatie meegedeeld betreffende de berekening van de inkomsten en toegelicht waarom die in het algemeen lager liggen dan de internationale prijzen voor ingevoerde steenkool.

(58)

De Spaanse autoriteiten hebben eveneens gedetailleerde toelichtingen verschaft betreffende de steun voor uitzonderlijke kosten als gevolg van het herstructureringsproces.

3.4.3.   Informatie betreffende de aanwerving van nieuwe technische specialisten

(59)

De Spaanse autoriteiten hebben erop gewezen dat nieuwe werknemers alleen worden aangeworven voor de invulling van belangrijke posten, met name op het vlak van veiligheid. Sedert de inwerkingtreding van het plan hebben echter geen nieuwe aanwervingen plaatsgevonden. Niettemin hebben de Spaanse autoriteiten voorzichtigheidshalve een maximumcijfer van 100 nieuwe aanwervingen naar voren geschoven.

4.   BEOORDELING VAN DE STEUN

4.1.   Toepassing van artikel 87, lid 1, van het Verdrag

(60)

Om te bepalen of de maatregelen uit het plan moeten worden aangemerkt als steunmaatregelen als bedoeld in artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag, moet worden bepaald of het gaat om steun van de lidstaten dan wel om steun bekostigd uit staatsmiddelen, of bepaalde ondernemingen worden begunstigd, of de maatregelen de mededinging vervalsen of dreigen te vervalsen en of ze het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden.

(61)

De eerste voorwaarde van artikel 87 betekent dat de steun moet worden verleend door staten of uit staatsmiddelen. In dit concrete geval wordt het inzetten van overheidsmiddelen aangetoond door het feit dat de maatregel wordt gefinancierd uit de overheidsbegroting van Spanje en in mindere mate door het SEPI, een overheidsbedrijf dat volledig door de staat wordt gecontroleerd.

(62)

De tweede voorwaarde van artikel 87, lid 1, heeft betrekking op de mogelijkheid dat de maatregel bepaalde begunstigden bevoordeelt. In de eerste plaats moet worden bepaald of de maatregel een economisch voordeel oplevert voor de begunstigde ondernemingen en ten tweede of dit voordeel aan een specifieke soort van ondernemingen wordt toegekend. De steun levert duidelijke economische voordelen op voor de steenkoolbedrijven die subsidies ontvangen voor lopende uitgaven die ze normaal zelf hadden moeten bekostigen. Deze uitgaven zijn het verschil tussen enerzijds de te verwachten productiekosten en inkomsten en anderzijds de kosten die voortvloeien uit de herstructurering. De steenkoolbedrijven ontvangen een gedeeltelijke compensatie voor deze kosten. Bovendien zijn de betrokken maatregelen uitsluitend bedoeld voor steenkoolbedrijven in Spanje. Deze ondernemingen worden begunstigd ten opzichte van hun concurrenten; m.a.w. de maatregelen zijn selectief.

(63)

Krachtens de derde en vierde voorwaarde van artikel 87, lid 1, mag de steun de mededinging niet vervalsen of dreigen te vervalsen of het handelsverkeer tussen lidstaten ongunstig beïnvloeden. In dit concrete geval dreigen de maatregelen de mededinging te vervalsen daar ze de financiële positie en actiemiddelen van de begunstigde ondernemingen versterken ten aanzien van hun niet-begunstigde concurrenten. Zelfs indien de intracommunautaire handel in steenkool heel beperkt is en de betrokken ondernemingen niet uitvoeren, hebben ondernemingen uit andere lidstaten minder mogelijkheden om hun producten uit te voeren naar de Spaanse markt.

(64)

Bijgevolg vallen de maatregelen in kwestie onder het toepassingsgebied van artikel 87, lid 1, van het Verdrag en kunnen zij alleen als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd indien zij aan de voorwaarden voldoen om voor één van de in het Verdrag genoemde afwijkingen in aanmerking te komen.

4.2.   Toepassing van Verordening (EG) nr. 1407/2002

(65)

Aangezien zowel het EGKS-Verdrag als Beschikking nr. 3632/93/EGKS op 23 juli 2002 zijn verstreken, en gezien artikel 87, lid 3, onder e), van het Verdrag, moet de verenigbaarheid van de aangemelde steunmaatregel worden getoetst aan Verordening (EG) nr. 1407/2002.

(66)

In Verordening (EG) nr. 1407/2002 zijn de regels vastgesteld die in acht moeten worden genomen bij de toekenning van staatssteun aan de steenkoolindustrie met het oog op de herstructurering van de sector Deze regels houden rekening met de sociale en regionale aspecten van de herstructurering van de steenkoolindustrie en met de behoefte om een minimale binnenlandse steenkoolproductie in stand te houden om de toegang tot steenkoolreserves te waarborgen. Gelet op de ongunstige concurrentiepositie van de steenkoolproductie in de Gemeenschap tegenover ingevoerde steenkool moet het herstructureringsproces van de steenkoolindustrie worden voortgezet.

(67)

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel dient de productie van gesubsidieerde kolen beperkt te blijven tot wat strikt noodzakelijk is om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstelling de continuïteit van de energievoorziening te garanderen. De Commissie herinnert in deze context aan haar mededeling „Duurzame ontwikkeling in Europa voor een betere wereld: Een strategie van de Europese Unie voor duurzame ontwikkeling”, ook bekend onder de naam strategie van Gothenburg voor duurzame ontwikkeling, waarbij wordt gestreefd naar de „beperking van de klimaatverandering en een intensiever gebruik van schone energie” (14).

(68)

Overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 kunnen lidstaten steun verlenen voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit. Eén van voorwaarden waaraan moet worden voldaan is dat de exploitatie van de betrokken productie-eenheden onder een plan voor bedrijfssluiting dient te vallen.

(69)

Overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1407/2002 kunnen lidstaten aan een onderneming productiesteun verlenen voor een bepaalde productie-eenheid of groep productie-eenheden. Een van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan, is dat de exploitatie van de betrokken productie-eenheden of groep productie-eenheden van eenzelfde onderneming onder een plan inzake toegang tot steenkoolreserves valt.

(70)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 mogen lidstaten steun verlenen om de uitzonderlijke kosten te dekken die voortkomen of die zijn voortgekomen uit de rationalisering en herstructurering van de kolenindustrie en die geen verband houden met de huidige productie wanneer het bedrag ervan niet hoger is dan de genoemde kosten. De soorten kosten ten gevolge van rationalisering en herstructurering van de kolenindustrie worden omschreven in de bijlage bij deze verordening.

(71)

Bij brief van 30 maart 2004 heeft de Commissie haar twijfels uitgedrukt betreffende de verenigbaarheid van het aangemelde plan met de voorwaarden en criteria van Verordening (EG) nr. 1407/2002 en met de doelstellingen van de verordening. De Commissie was van mening dat een gedetailleerder plan moest worden voorgelegd. Na deze brief heeft Spanje de Commissie verschillende malen gedetailleerde informatie verschaft over het herstructureringsplan. Hierna zal de Commissie het herstructureringsplan en de in het kader daarvan verleende steun voor de jaren 2003, 2004 en 2005 onderzoeken op basis van deze nieuwe informatie.

4.3.   Naleving van voorafgaande beschikkingen van de Commissie

(72)

In haar brief van 30 maart 2004 oordeelde de Commissie dat de Spaanse autoriteiten niet uitdrukkelijk hebben verklaard de voorwaarden van voorgaande beschikkingen van de Commissie beschikkingen die op grond van het EGKS-Verdrag zijn gegeven, met name Beschikking 2002/826/EGKS, te zullen naleven. Bij Beschikking 2002/826/EGKS is Spanje gemachtigd om steun te verlenen op voorwaarde dat de betrokken productie-eenheden worden opgenomen in een sluitingsplan en zij hun productiecapaciteit tegen 2005 met 1 660 000 ton verminderen. Spanje dient deze voorwaarden na te leven. Het feit dat het EGKS-Verdrag verstreken is en Verordening (EG) nr. 1407/2002 in werking is getreden, doet niets af aan de verbintenissen uit het verleden. Deze verbintenissen moeten volledig worden nageleefd en de Commissie dient toe te zien op de naleving van de voorwaarden van de beschikkingen die zijn gegeven op grond van het EGKS-Verdrag.

(73)

Het vorige plan voor de sluiting en inkrimping van de bedrijfsactiviteit op basis van Beschikking nr. 3632/93/EGKS is goedgekeurd bij Beschikking 2002/826/EGKS. Bij verschillende gelegenheden en in verschillende brieven aan de Commissie hebben de Spaanse autoriteiten aanvaard dat de verbintenissen uit het verleden volledig moeten worden nagekomen en expliciet bevestigd dat de besluiten betreffende de sluiting van de in overweging 18 van Beschikking 2002/826/EGKS opgesomde productie-eenheden overeenkomstig de geldende regels zal worden uitgevoerd. Dit betekent dat uiterlijk in 2005 de productiecapaciteit met 1 660 000 ton moet worden verminderd. Op basis van de door de Spaanse autoriteiten meegedeelde informatie heeft de Commissie inderdaad kunnen vaststellen dat deze vermindering van de capaciteit is doorgevoerd.

(74)

De Commissie gaat er van uit dat de vermindering van de productiecapaciteit heeft plaatsgevonden in de productie-eenheden die reeds waren opgenomen in het plan voor de sluiting of de inkrimping van de bedrijfsactiviteit op basis van Beschikking 3632/93EGKS. Dit zijn de in overweging 18 van Beschikking 2002/826/EGKS opgesomde productie-eenheden.

(75)

Volgens voorgaande plannen voor de sluiting of inkrimping van de bedrijfsactiviteit moesten de productie-eenheden van Antracitas de Gillon SA, ENDESA (ondergronds) en ENCASUR (ondergronds) voor eind 2002 worden gesloten. Er is echter gebleken dat deze productie-eenheden in 2003 en een deel van 2004 nog hebben gefunctioneerd.

(76)

Op aandringen van de Commissie zijn de ondergrondse productie-eenheden van ENDESA en ENCASUR en de productie-eenheid van Antracitas de Gillon gesloten. De bovengrondse productie-eenheid van Promotora de Minas de Carbon is eveneens gesloten op 31 maart 2004. De Commissie heeft schriftelijke verbintenissen ontvangen waarin de ondernemingen bevestigen dat ze de betrokken productie-eenheden in 2005 zullen sluiten.

(77)

De Commissie heeft op basis van de door Spanje meegedeelde informatie onderzocht of de overeenkomstig artikel 5 van Beschikking 3632/93/EGKS aan deze ondernemingen verleende steun om de uitzonderlijke kosten van de sluiting van productie-eenheden te dekken niet hoger lag dan de kosten.

(78)

Aangezien de vereiste vermindering van de productiecapaciteit is bereikt door de in overweging 18 van Beschikking 2002/826/EGKS opgesomde productie-eenheden en de productie-eenheden die, krachtens dezelfde beschikking, geacht werden te sluiten, uiteindelijk ook zijn gesloten, komt de Commissie tot het besluit dat Spanje de voorgaande beschikkingen van de Commissie heeft nageleefd.

4.4.   Steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit (artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1407/2002) en voor de toegang tot steenkoolreserves (artikel 5, lid 3 van genoemde verordening)

(79)

In haar schrijven van 30 maart 2004 verklaarde de Commissie dat Spanje heeft meegedeeld hoeveel steun voor bedrijfsvoering het in totaal heeft verleend. De Spaanse autoriteiten hebben echter noch het totaalbedrag van de steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit, als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1407/2002, noch het totaalbedrag van de steun voor de toegang tot steenkoolreserves als bedoeld in artikel 5, lid 3 van die verordening meegedeeld. De Spaanse autoriteiten hebben evenmin meegedeeld aan welke criteria productie-eenheden moeten voldoen om in aanmerking te komen voor steun.

(80)

Een ander element dat bij de Commissie vragen oproept is het feit dat de Spaanse autoriteiten niet hebben bepaald welke productiecapaciteit in totaal dient te worden gesloten vóór 31 december 2005, respectievelijk 31 december 2007, hoewel dit krachtens artikel 4, onder a), en artikel 9, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1407/2002 één van de voorwaarden is waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit. Het geraamde steunbedrag kan alleen worden toegekend indien de totale capaciteitsvermindering wordt meegedeeld.

(81)

Wat betreft de productiecapaciteit en de minimumproductie om de toegang tot steenkoolreserves te waarborgen, heeft de Commissie in haar schrijven van 30 maart 2004 aan Spanje meegedeeld dat de verantwoording niet verenigbaar lijkt met de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 vermelde doelstelling. Het plan voor de toegang tot steenkoolreserves en de steun voor de toegang tot steenkoolreserves moeten worden verantwoord op basis van de behoefte om een minimale binnenlandse steenkoolproductie in stand te houden om te toegang tot de reserves te garanderen. De sociale en regionale aspecten van de herstructurering van de sector kunnen alleen worden gebruikt als verantwoording van het sluitingsplan en van de steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit.

(82)

De Spaanse autoriteiten hebben informatie verstrekt over de kosten van productie-eenheden. Voor elke onderneming, behalve HUNOSA, heeft Spanje de ondergrondse mijnen en daarmee verbonden infrastructuur gedefinieerd als één ondergrondse productie-eenheid. Voor bovengrondse mijnen werd dezelfde methode gevolgd. De toepassing van Verordening (EG) nr. 1407/2002 is gebaseerd op het begrip „productie-eenheid”. Op 30 maart 2004 drukte de Commissie haar twijfels uit betreffende de volledigheid van de informatie in het licht van de in artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 vastgestelde voorwaarden.

4.4.1.   Onderscheid tussen steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit en steun voor de toegang tot steenkoolreserves.

(83)

Na de inleiding van de procedure heeft Spanje de steun ingedeeld naargelang hij is verleend op grond van artikel 4, respectievelijk artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1407/2002. In de periode 2003-2005 hebben de volgende productie-eenheden steun ontvangen op grond van artikel 4: Antracitas de Gillon SA, Coto Minera Jove SA, de ondergrondse productie-eenheid van Endesa, de ondergrondse productie-eenheid van Encasur, González y Díez SA, Industria y Comercial Minera SA (INCOMISA), Mina Escobal S.L., Mina la Camocha, Minas de Valdeloso S.L., Promotora de Minas de Carbón SA en Virgilio Riesco SA Mina Escobal S.L., gesloten in 2004 et Promotora de Minas de Carbón SA, gesloten in 2005. Ook de twee productie-eenheden van het publieke steenkoolbedrijf HUNOSA die zijn gesloten, Pumarabule en Figaredo, hebben steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit ontvangen. Andere productie-eenheden hebben steun ontvangen voor de toegang tot steenkoolreserves. Deze productie-eenheden worden in overweging 21 genoemd.

(84)

Op basis van de nieuwe informatie die is meegedeeld, komt de Commissie tot het besluit dat de Spaanse autoriteiten de productiesteun op een goede manier hebben ingedeeld in steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit enerzijds en steun voor de toegang tot steenkoolreserves anderzijds. Bovendien hebben de Spaanse autoriteiten bevestigd dat de voorwaarden van artikel 4, onder a), van Verordening (EG) nr. 1407/2002, dat productie-eenheden waaraan steun voor inkrimping van de bedrijfsactiviteit wordt verleend, uiterlijk in 2007 moeten worden gesloten, zullen worden nageleefd.

4.4.2.   Toe te passen criteria

(85)

De Commissie neemt akte van de mededeling door de Spaanse autoriteiten aan de Commissie dat de productiekost per tse als belangrijkste criterium zal worden gehanteerd bij de beoordeling van een aanvraag voor productiesteun. Dit criterium strookt met artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 omdat het kan worden beschouwd als een duidelijke aanwijzing dat de steun zal worden toegekend aan de productie-eenheden met de beste economische perspectieven.

(86)

Als aanvullende criteria wordt door de Spaanse autoriteiten het bestaan van een markt gehanteerd, dit wil zeggen dat er zich binnen een straal van 100 km een functionerende elektriciteitscentrale dient te bevinden, alsmede de solvabiliteit van de onderneming die eigenaar is van de productie-eenheid. In dit opzicht dient er een minimumverhouding te zijn tussen de eigen middelen van de onderneming en de totale activa. Dit laatste criterium zal ertoe bijdragen dat steun wordt verleend aan de eenheden met de beste economische perspectieven. Het voorgaande criterium kan louter als aanvullend criterium worden gebruikt. Ter wille van de continuïteit van de energievoorziening en ook om financiële redenen, aangezien er een verband is met de transportkosten, kan rekening worden gehouden met de locatie, maar mag dit niet de belangrijkste factor zijn. In het algemeen is de Commissie van oordeel dat de door de Spaanse autoriteiten gehanteerde criteria stroken met Verordening (EG) nr. 1407/2002.

(87)

Op basis van de door de Spaanse autoriteiten meegedeelde informatie, heeft de Commissie de definitie van productie-eenheid die wordt gehanteerd in het herstructureringsplan onderzocht. In het verleden analyseerde Spanje de steun op ondernemingsniveau en werden ondergrondse en bovengrondse mijnen samen geteld. Spanje heeft deze analyse aangepast en de steun onderzocht per productie-eenheid overeenkomstig de definitie van Verordening (EG) nr. 1407/2002. Voorts heeft Spanje de bij Beschikking 2002/871/EG vastgestelde informatie meegedeeld aan de Commissie. De Commissie is derhalve van mening dat de definitie die Spanje in het herstructureringsplan heeft gehanteerd, in overeenstemming is met genoemde verordening.

(88)

De Commissie neemt akte van het feit dat de productiecapaciteit door het herstructureringsplan zal dalen tot 12 miljoen ton. In het licht van de algemene energiesituatie in Spanje, met name de intentie van de Spaanse autoriteiten om het aandeel van steenkool in de elektriciteitsproductie terug te schroeven van 35,9 % tot 15 % in 2011, lijkt de vermindering van de capaciteit tot 12 miljoen ton een goede maatregel die zal helpen om deze doelstelling te bereiken. Dit productieniveau moet vóór eind 2005 moet worden bereikt en kan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1407/2002 worden beschouwd als een strategische reserve. Bijgevolg worden de productie-eenheden die onder het deel van het herstructureringsplan vallen dat betrekking heeft op de toegang tot steenkoolreserves, geacht in aanmerking te komen voor steun voor de toegang tot steenkoolreserves indien ze voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 4 en 5 van de verordening.

(89)

Voorts is voldaan aan het belangrijkste criterium, dat de hoeksteen van de verordening vormt: de degressiviteit van de steun. De overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 verleende steun is jaarlijks met 4 % verminderd. De Commissie vindt deze vermindering aanvaardbaar. De Commissie heeft er rekening mee gehouden dat de Spaanse autoriteiten hebben aangekondigd dat ook in 2006 en 2007 wordt gestreefd naar een vermindering met telkens met 4 %.

(90)

In het licht van het voormelde oordeelt de Commissie dat de Spaanse autoriteiten voldoende duidelijkheid hebben verschaft inzake de criteria op grond waarvan aan productie-eenheden hetzij steun voor de inkrimping van de bedrijfsactiviteit, hetzij voor de toegang tot steenkoolreserves wordt verleend. Deze criteria zijn in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1407/2002, en met name artikel 4, onder a) en artikel 9, lid 6, onder a).

(91)

De Commissie herinnert de Spaanse autoriteiten er in dit verband aan dat bij beslissingen over de instandhouding van een strategische reserve geen rekening kan worden gehouden met de sociale en regionale context. Met de sociale en regionale context kan alleen rekening worden gehouden bij de toepassing van de voorwaarden voor de toekenning van steun voor de inkrimping van de bedrijfsactiviteit en van steun voor uitzonderlijke kosten van het herstructureringsproces.

4.4.3.   Berekening van de inkomsten

(92)

De Spaanse autoriteiten hebben gedetailleerde cijfers verschaft over de steenkoolprijzen. Als aanvulling op de informatie van de Spaanse regering werd toegelicht dat de door de Spaanse regering verleende steun de facto overeenstemt met het verschil tussen de productiekosten en de gemiddelde verkoopprijs van Spaanse steenkool, die lager lag dan de gemiddelde prijs van uit derde lande ingevoerde steenkool. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan de lagere kwaliteit van de Spaanse steenkool en in mindere mate aan het feit dat de prijzen worden vastgesteld in langetermijncontracten, terwijl voor ingevoerde steenkool de spotmarktprijs van een bepaalde dag geldt.

(93)

De Spaanse autoriteiten hebben verklaard dat de invloed van variaties van internationale prijzen op de prijs voor binnenlandse steenkool in de praktijk ongeveer drie trimesters later merkbaar zijn. Anderzijds blijkt de kwaliteit van de Spaanse steenkool een stuk lager te zijn dan die van de op de internationale markt verhandelde steenkool. Dit leidt tot een veel lagere prijs voor binnenlandse steenkool. De betaalde prijs varieert naar gelang van de elektriciteitscentrale aangezien ook de kwaliteit van de in de verschillende mijnen gewonnen steenkool verschilt. De verbrandingswaarde van steenkool kan variëren tussen 7 en 35 %, afhankelijk van de mijn waar ze is ontgonnen.

(94)

De in Spanje geproduceerde steenkool is meestal van lage kwaliteit wegens het hoge water- en asgehalte, het lage vluchtigheidsgehalte, of om beide redenen. Er bestaat geen wereldmarkt voor steenkool van lage kwaliteit aangezien alle steenkoolproducerende landen hun steenkool van lage kwaliteit in de buurt van de mijnlocaties gebruiken. Het gebruik van deze soorten steenkool in elektriciteitscentrales leidt tot hogere investerings- en onderhoudskosten voor de eigenaars van de centrales, daar ze niet alleen specifieke branders dienen te installeren met hogere gebruiks- en onderhoudskosten, maar ook omdat dit soort elektriciteitscentrales minder efficiënt is dan de normale steenkoolcentrales.

(95)

De Spaanse autoriteiten hebben uitgelegd dat het economisch niet haalbaar is de kwaliteit van de steenkool te verbeteren tot een met de kwaliteit van ingevoerde steenkool vergelijkbaar niveau aangezien het productieproces daardoor veel duurder en minder competitief zou worden.

(96)

Sedert 1998 wordt de verkoopprijs van steenkool bepaald via rechtstreekse onderhandelingen tussen de producerende productie-eenheden en de steenkoolcentrales, zonder interventie van de administratie. Alleen bij ernstige conflicten kan de administratie tussenbeide komen. De Spaanse autoriteiten hebben afschriften bezorgd van de contracten tussen een aantal elektriciteitscentrales die op steenkool functioneren en de steenkoolbedrijven om aan te tonen welke prijs aan de steenkoolbedrijven is betaald. De berekening van de steenkoolprijs bevat een formule betreffende de kwaliteit van de steenkool waarin onder meer rekening wordt gehouden met het gehalte vluchtige stoffen, as, vocht, zwavel en met de verbrandingswaarde.

(97)

De steenkoolprijzen in Spanje zijn gebaseerd op langetermijncontracten tussen de steenkoolbedrijven en hun klanten. De huidige contracten zijn geldig tot 31 december 2005. De prijzen hangen af van de volgende parameters:

CIF-prijzen (15) in VS-dollar voor elke periode van steenkoolinvoer uit derde landen naar de EU, uitgedrukt in VS-dollar/tse en gepubliceerd door de EU;

de wisselkoers tussen de VS-dollar en de euro in deze periode voor de omzetting van de CIF-prijs in VS-dollar naar euro; de wisselkoers tussen VS-dollar en euro is geëvolueerd van 0,8955 in 2001 tot 1,25 in 2005;

om de prijs voor de steenkoolcentrale te bepalen op basis van de uitkomst in euro werden de transportkosten tussen de haven en de elektriciteitscentrale afgetrokken van de CIF-prijs die moet worden betaald voor levering in havens;

tot slot wordt een kwaliteitscorrectie gehanteerd, zoals hieronder wordt toegelicht.

(98)

Spanje berekent de gemiddelde invoerprijs van steenkool in Spanje. De berekening van de gemiddelde invoerprijs is gebaseerd op statistische data van steenkoolimporteurs in Spanje en exporteurs uit derde landen.

(99)

Om dit systeem naar behoren te kunnen laten functioneren, dient de berekende steenkoolprijs een weerspiegeling te zijn van de steenkoolprijzen op de wereldmarkt. Om dit te controleren heeft de Commissie deze prijs vergeleken met de MCIS, Steam Coal Marker Prices, de standaardreferentie voor spotmarktprijzen van steenkool.

(100)

Volgens de Spaanse autoriteiten wordt het verschil tussen de MCIS Steam Coal Marker Price en het door hen berekende gemiddelde verklaard doordat dat de MCIS-prijs uitsluitend gebaseerd is op contracten die op een bepaalde dag op de spotmarkt zijn gesloten, terwijl de door hen berekende prijs is gebaseerd op alle contracten die op een bepaalde dag geldig zijn, met inbegrip van langetermijncontracten. Bijgevolg liggen de Spaanse prijzen bij stijgende spotmarktprijzen meestal lager dan de spotmarktprijs en hoger dan de spotmarktprijs bij dalende spotmarktprijzen. Het langetermijngemiddelde van de twee cijfers is grosso modo gelijk: Van 1996 tot 2004 bedroeg de gemiddelde MCIS-prijs 43,3 EUR/tse. Het Spaanse gemiddelde lag slechts een fractie lager. De Commissie is derhalve van oordeel dat de Spaanse berekening van de steenkoolprijs een correcte weergave is van de steenkoolprijs op de wereldmarkt.

(101)

Op basis van de voormelde parameters bedroeg de gemiddelde prijs in 200145,85 EUR werd voor 2005 een prijs van 36 EUR voorspeld. De inkomsten lagen in 2001 uitzonderlijk hoog, voornamelijk door de boeking op brutobasis van een aantal uitzonderlijke en speciale inkomsten in dat jaar. Bijgevolg heeft de vermindering van de productiekosten met 20 % niet geleid tot een evenredige vermindering van de totale productiesteun die zal worden verleend voor de periode 2003-2005.

(102)

Het totale steunbedrag wordt bepaald nadat elke productie-eenheid een auditverslag heeft ingediend met de productiekosten en inkomsten. Indien het verschil tussen de productiekosten en de inkomsten aan het eind van het kolenjaar lager blijkt uit te vallen dan voorspeld, zal het totale steunbedrag worden verminderd en moet de teveel betaalde steun worden terugbetaald.

(103)

In het licht van het voorgaande is de Commissie van oordeel dat Spanje op voldoende gedetailleerde wijze heeft verklaard hoe de inkomsten van de steenkoolbedrijven werden berekend. De meegedeelde informatie heeft de Commissie ervan overtuigd dat bij de berekening van de inkomsten de juiste steenkoolprijzen zijn gehanteerd. Op basis van de meegedeelde informatie, in het bijzonder de contracten tussen elektriciteitscentrales en steenkoolbedrijven, komt de Commissie tot het besluit dat artikel 4, onder b), en artikel 4, onder c), van Verordening (EG) nr. 1407/2002 zijn nageleefd aangezien de productiesteun niet hoger lag dan het verschil tussen de productiekosten en de inkomsten in het respectievelijke kolenjaar en de steun niet tot gevolg zal hebben dat de leveringsprijs voor steenkool uit de Gemeenschap lager is dan die van steenkool van vergelijkbare kwaliteit uit derde landen. De Commissie zal er nauwlettend op toezien dat bij berekeningen voor de nieuwe contracten tussen elektriciteitscentrales en steenkoolbedrijven die ingaan op 1 januari 2006, rekening wordt gehouden met de huidige hoge wereldprijs voor steenkool. Ten slotte stelt de Commissie vast dat ook is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4, onder d), en artikel 4, onder e), van genoemde verordening.

4.5.   Steun voor uitzonderlijke kosten (artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1407/2002)

(104)

In haar schrijven van 30 maart 2004 deelde de Commissie mee dat zij van oordeel was dat de Spaanse autoriteiten onvoldoende hebben toegelicht welke criteria moeten worden gehanteerd om op grond van artikel 7 van (EG) nr. 1407/2002 steun te verlenen voor uitzonderlijke kosten die geen verband houden met de productie (lasten uit het verleden). Bij brief van 3 oktober 2003 heeft Spanje de Commissie meegedeeld dat deze steun uitsluitend zal worden toegekend aan productie-eenheden die in de periode 2003-2005 worden gesloten en het bedrag niet hoger zal liggen dan de kosten. In het Ministerieel besluit ECO/2731/2003 van 24 september 2003 worden deze voorwaarden echter niet expliciet vermeld. Ministerieel Besluit ECO/2731/2003 bevatte onvoldoende garanties om te waarborgen dat de steun om de kosten van de sluiting van productie-eenheden te dekken deze kosten niet overstijgt en dat de betrokken productie-eenheden vóór 31 december 2005 zullen worden gesloten. De Commissie was van oordeel dat de door Spanje gehanteerde criteria voor de berekening van de steun om de sluitingskosten van productie-eenheden te dekken, een bedrag van 13 EUR per vermindering met duizend calorieën, berekend op basis van de in de contracten met elektriciteitscentrales vastgestelde vermindering van de kolenbevoorrading, onvoldoende garandeert dat wordt voldaan aan de bepalingen van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1407/2002. De Commissie was tevens de mening toegedaan dat de steun op basis van dit artikel erg hoog leek, waarbij de vraag rijst of de in dit kader voorgestelde steun in verhouding tot de omvang van het herstructureringsproces niet te hoog is.

(105)

Op basis van de nieuwe informatie die Spanje heeft meegedeeld, constateert de Commissie dat Ministerieel Besluit ECO/2731/2003 is aangepast aan de bepalingen van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1407/2002. Het besluit is nu uitsluitend van toepassing op productie-eenheden die sluiten vóór 31 december 2005. In het besluit wordt verduidelijkt dat de compensatie van 13 EUR per 1 000 calorieën voor steenkoolcontracten die worden geannuleerd door de sluiting van een productie-eenheid een maximumbedrag is en dat uitsluitend de werkelijk bewezen sluitingskosten worden vergoed. In dit verband hebben de Spaanse autoriteiten meegedeeld dat ze in 2004 minder steun hebben verleend. In 2004 bedroeg de werkelijk toegekende steun om de uitzonderlijke kosten te dekken 518 986 EUR in plaats van de voorspelde 555 227 EUR.

(106)

De Commissie is van mening dat Spanje een bevredigende uitleg heeft verschaft voor de uitzonderlijke kosten van het herstructureringsproces die worden vergoed. Spanje heeft de steunbedragen voor de verschillende in de bijlage van Verordening (EG) nr. 1407/2002 vermelde categorieën aangepast. De Commissie heeft hierdoor kunnen vaststellen dat de bedragen, die voornamelijk verband houden met de vervroegde uittredingsregelingen, niet hoger liggen dan de kosten en dat de steun voor de uitzonderlijke kosten van de herstructurering derhalve kan worden goedgekeurd. Gelet op de context van de vermindering van het aantal werknemers, de sluiting van mijncapaciteit en de degressiviteit van de productiesteun, heeft de door de Spaanse autoriteiten meegedeelde informatie de Commissie overtuigd dat de te vergoeden kosten niet te hoog liggen ten opzichte van de omvang van het herstructureringsproces. In het volgende hoofdstuk zal een aparte evaluatie worden gemaakt van de steun voor de uitzonderlijke kosten van het herstructureringsproces van het overheidsbedrijf HUNOSA.

4.6.   Het plan voor HUNOSA

(107)

Wat HUNOSA betreft, heeft de Commissie in haar schrijven van 30 maart 2004 benadrukt dat het bedrijf was opgenomen in het sluitingsplan op basis van Beschikking nr. 3632/93/EGKS. Om sociale en regionale redenen zou de sluiting echter pas na 2002 plaatsvinden. De productiekosten van deze onderneming liggen zeer hoog in vergelijking met de productiekosten van andere steenkoolbedrijven in de Gemeenschap. De Commissie was van mening dat de vermindering van het aantal werknemers en de productie beneden het Europese gemiddelde liggen. Het plan voorziet in de sluiting van twee van de negen productie-eenheden. Bij brief van 3 oktober 2003 heeft Spanje aangekondigd dat de productiekosten nog met 20 % zouden worden verminderd waardoor de steun in 2005 met 25 % kan worden teruggeschroefd. De in zijn schrijven van 3 oktober 2003 door Spanje aangekondigde vermindering van de productiekosten zou moeten leiden tot een verdere vermindering van de steun aan HUNOSA tot een bedrag van 176 460 750 EUR in 2005.

(108)

Bij brief van 30 maart 2004 heeft de Commissie meegedeeld dat het voorstel om, wat HUNOSA betreft, 30 % van het steenkoolverbruik (het equivalent van 100 dagen verbruik) voor te behouden voor de elektriciteitscentrales in de regio mogelijk in strijd is met de interne markt.

4.6.1.   Het herstructureringsproces van HUNOSA

(109)

De Spaanse autoriteiten hebben bevestigd dat ze de intentie hebben het herstructureringsproces van HUNOSA overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1407/2002 voort te zetten om de steunbedragen aanzienlijk terug te schroeven en zowel de productiecapaciteit als het aantal werknemers aanzienlijk te beperken. Deze herstructureringsmaatregelen moeten worden beoordeeld in de context van het sociale en regionale belang van HUNOSA binnen de autonome regio Asturias.

(110)

De Spaanse autoriteiten hebben de Commissie gedetailleerde informatie bezorgd over het herstructureringsproces van HUNOSA, de ontwikkeling van de kosten en inkomsten, de vooruitzichten en hoeveel steun zal worden verleend.

(111)

Het plan omvat de volgende elementen:

vermindering van het aantal werknemers met 33,6 %;

vermindering van de productiecapaciteit met 25 % en sluiting van twee productie-eenheden: Pumarabule en Figaredo, samen goed voor een vermindering met 700 000 ton;

sluiting van een steenkoolwasserij;

verhoging van de productiviteit met 21,4 %;

een vermindering van de productie met 26,1 %;

vermindering van de productiekosten met 20 %;

vermindering van de totale steun met 25 % tijdens de periode 2003-2005, te vergelijken met een vermindering met 12 % tijdens de 4 jaar daarvoor.

(112)

Sinds 1986, het jaar waarin Spanje is toegetreden tot de Gemeenschap, zijn dit de cijfers betreffende het herstructureringsproces:

een vermindering van het aantal werknemers met 71,9 % bij de bedrijven HUNOSA en Minas de Figaredo; d.i. een daling van 21 911 werknemers in 1986 tot 6 151 in 2001;

een vermindering van de productiecapaciteit van de ondergrondse mijnen met 47,3 %;

een vermindering van de productie met 53,3 %;

een vermindering van de totale productiesteun met 40 % sinds 1992 in tegenwoordige termen en met 56 % uitgedrukt in nominale waarde;

(113)

In de periode 1998-2004 is de steun aan HUNOSA in gecorrigeerde termen met 32 % gedaald, te vergelijken met een algemeen gemiddelde in de Spaanse mijnbouw van 25,7 %. Sinds 1992 is de totale steun aan HUNOSA verminderd met 54 % in gecorrigeerde termen en met 69 % in nominale waarde.

(114)

Voorts blijkt dat de Spaanse autoriteiten ook na het herstructureringsplan 2003-2005 zijn doorgegaan met de herstructurering van HUNOSA. In 2003 werd uiteindelijk 264 480 000 EUR productiesteun verleend, terwijl een bedrag van 271 593 000 EUR was voorspeld; dit is andermaal een vermindering met 2,6 %. De steun voor uitzonderlijke herstructureringskosten bedroeg 240 689 000 EUR, terwijl een bedrag van 302 557 000 EUR was voorspeld, een vermindering met 20,4 %.

(115)

In het jaar 2004 is de productie gedaald tot 1 070 000 t, 20 % minder dan gepland. Eind 2004 was het aantal werknemers gedaald tot 4 137. In 2004 werd in totaal 247 483 EUR productiesteun verleend, in plaats van het geplande bedrag van 254 682 EUR, andermaal een daling met 2,8 %.

(116)

Eind 2005 zal het aantal werknemers naar verwachting met 14 % zijn verminderd (tot 3 500 werknemers), hetgeen verder gaat dan in het plan.

(117)

Het feit dat de productiekosten van HUNOSA zo hoog liggen, is vooral te wijten aan de fysische omstandigheden van de mijnen. Het steenkoolgehalte is vrij laag, waardoor de mijnbouw zich over een groot gebied uitstrekt en er veel infrastructuur nodig is. Door de ongewoon lage densiteit ligt ook automatisering niet voor de hand. Bovendien draagt het herstructureringsproces, met name de aanzienlijke vermindering van het aantal werknemers en het grote aantal werknemers dat vroegtijdig uittreedt, ook niet bij tot optimalisering van de productiekosten. Door een beter beheer en een concentratie van de productie in de eenheden waar de steenkoolwinning en automatisering daarvan vanuit technisch oogpunt het makkelijkst is en tegen de laagste kosten kan worden uitgevoerd, is HUNOSA erin geslaagd de productiekosten te drukken. Door het inschakelen van andere instrumenten, de lopende automatisering en informatisering, en de modernisering van de installaties en de productieprocessen is de productiviteit verbeterd. Door deze maatregelen zullen de productiekosten in de toekomst nog verder dalen.

(118)

De Commissie stelt evenwel vast dat de vermindering van de productiekosten met 20 % tijdens de periode 2001-2005 niet heeft geleid tot een evenredige vermindering van de productiesteun met 20 %. Volgens de Spaanse autoriteiten komt dit door het verschil in inkomsten tussen 2001 en 2005. In 2001 lagen de gemiddelde inkomsten veel hoger dan het gemiddelde in 2005: 37 EUR/tse.

(119)

De Spaanse autoriteiten hebben een gedetailleerde toelichting verschaft betreffende deze inkomsten van HUNOSA. De prijs is vastgesteld in langetermijncontracten, die in sterke mate, binnen een vrije markt, tot stand komen door vrije onderhandelingen tussen HUNOSA en zijn klanten.

(120)

Op basis van deze nieuwe informatie concludeert de Commissie dat de schijnbare contradictie tussen de aanzienlijke inspanningen om de kosten te verminderen en de lagere degressiviteit van de productiesteun in de eerste plaats het gevolg is van de gewijzigde inkomsten door de ontwikkeling van de internationale prijzen voor ingevoerde steenkool en de wisselkoers tussen de dollar en de euro. Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 4.4.3 betreffende de berekening van de inkomsten, liggen de inkomsten voor de periode 2003-2005 in vergelijking lager dan de inkomsten van 2001. Op basis van de informatie die ter zake door de Spaanse autoriteiten is meegedeeld, met name de contracten tussen HUNOSA en de vijf elektriciteitscentrales die met steenkool van HUNOSA worden bevoorraad, heeft de Commissie kunnen vaststellen dat bij de berekening van de inkomsten van HUNOSA de juiste cijfers zijn gehanteerd.

4.6.2.   Steun voor de inkrimping van de bedrijfsactiviteiten van HUNOSA

(121)

De in het verleden aan HUNOSA verleende steun voor de inkrimping van de bedrijfsactiviteit heeft betrekking op de productie-eenheden van HUNOSA die zijn gesloten. In dit verband is de Commissie van oordeel dat, wat HUNOSA betreft, de voorgaande beschikkingen van de Commissie zijn nageleefd.

4.6.3.   Steun voor de toegang tot steenkoolreserves

(122)

Het HUNOSA-plan voorziet in de sluiting van de mijnen van Pumarabule en Figaredo, wat een onomkeerbare capaciteitsvermindering met 700 000 ton betekent. Volgens de Commissie kan men ervan uitgaan dat de andere productieplannen deel uitmaken van het plan voor de toegang tot steenkoolreserves. De Spaanse autoriteiten hebben er echter op gewezen dat dit in de periode na 2005 zou kunnen veranderen. De Commissie kan instemmen met deze visie, omdat ze ruimte laat voor een verdere vermindering van de totale steun in de jaren na 2005.

(123)

Om te verklaren waarom de productie van HUNOSA deel uitmaakt van het plan voor de toegang tot steenkoolreserves, verwijzen de Spaanse autoriteiten naar de toegankelijkheid van de reserves vanuit technisch oogpunt, de vraag van de nabijgelegen elektriciteitscentrales de kwaliteit van de steenkool en de behoeften van de steenkoolcentrales die zijn uitgerust met installaties die zijn afgestemd op de door HUNOSA geproduceerde kwaliteit van steenkool. De Commissie stelt vast dat Spanje is afgestapt van het criterium van de 100 dagen-voorraad voor de meest nabijgelegen steenkoolcentrale. De Spaanse autoriteiten hebben uitgelegd dat dit een hypothetisch voorbeeld was en nooit is bedoeld om als criterium te worden gehanteerd. Dit voorbeeld belet niet dat de Spaanse autoriteiten hebben beslist dat HUNOSA voldoende reserves diende te produceren om te voldoen aan een bepaald percentage van de vraag van de in de regio gevestigde elektriciteitscentrales. In het licht van de flexibiliteit van dit criterium wijst de Commissie erop dat van de Spaanse autoriteiten mag worden verwacht dat ze het vrij verkeer van goederen niet belemmeren.

(124)

Op basis van de redenering van de Spaanse autoriteiten is de Commissie van mening dat de productie van ongeveer 1 miljoen ton in 2005 kan worden beschouwd als een deel van de strategische steenkoolproductiereserve die de Spaanse autoriteiten in stand wensen te houden. De Commissie sluit zich aan bij de Spaanse analyse dat het HUNOSA-plan 2003-2005 een onmisbaar overgangsinstrument vormt om in een latere fase te bepalen welke productie-eenheden zullen worden opgenomen in het nieuwe plan betreffende de toegang tot steenkoolreserves voor de periode 2006-2010. In het licht van de aanzienlijke vermindering van de productie en de sterke vermindering van de steun, is het plan in overeenstemming met de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1407/2002 en vormt het een goede basis op grond waarvan het herstructureringsproces kan worden voortgezet. Aangezien de reserves van HUNOSA noodzakelijk zijn om in 2005 een totale steenkoolproductie van 12 miljoen ton te bereiken, kan de Commissie ermee instemmen dat de reserves van HUNOSA in de periode 2003-2005 worden opgenomen in het plan voor de toegang tot steenkoolreserves. De Commissie herinnert de Spaanse autoriteiten er evenwel aan dat het plan voor de toegang tot steenkoolreserves, en met name de positie van HUNOSA daarin en gelet op de hoge productiekosten van dat bedrijf, moet worden herzien voor de periode 2006-2010. De productie van HUNOSA en mogelijke subsidies zullen in die periode aanzienlijk moeten worden teruggeschroefd.

4.6.4.   Steun om de uitzonderlijke kosten van het herstructureringsproces van HUNOSA te dekken

(125)

De Spaanse autoriteiten hebben gedetailleerde informatie verstrekt betreffende de steun voor de uitzonderlijke kosten van het herstructureringsproces als bedoeld in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 en de kosten uitgesplitst in technische en sociale kosten. Zie de onderstaande tabel:

(1000 EUR)

 

2003

2004

2005

Veiligheidswerk-zaamheden, kosten voor de sanering van voormalige mijnsites

11 684

11 984

13 766

Uitzonderlijke intrinsieke waardevermindering

9 514

10 902

22 905

Totale technische kosten

21 198

22 886

36 638

Kosten voor vervroegde uittreding

277 969

273 019

247 300

Vergoedingen

3 005

2 705

2 404

Steenkool-bevoorrading

385

373

361

Totale sociale kosten

281 359

276 097

250 065

Totaal

302 557

298 983

286 203

(126)

Volgens ramingen van HUNOSA zullen in de periode 2002-2005 2 622 werknemers vervroegd uittreden met een kostprijs van ongeveer 417 000 EUR per werknemer. Zoals reeds aangetoond voor het jaar 2003, kunnen deze kosten variëren. Er werd uiteindelijk 20 % minder steun verleend dan voorspeld.

(127)

Overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 heeft de Commissie er rekening mee gehouden dat HUNOSA in de getroffen regio 20 % van de rechtstreekse werkgelegenheid aanbiedt en het moeilijk is alternatieve werkgelegenheid te creëren bovenop de 18 000 arbeidsplaatsen die sinds 1986 zijn gecreëerd. HUNOSA is van bijzonder groot economisch en sociaal belang voor de autonome regio Asturias. De Commissie begrijpt dat Spanje tijd nodig heeft om in die regio bijkomende alternatieve economische activiteiten te ontwikkelen.

(128)

Op grond van de door de Spaanse autoriteiten meegedeelde informatie, oordeelt de Commissie dat de steun voldoet aan de voorwaarden van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1407/2002. De steun heeft betrekking op de in de bijlage opgesomde maatregelen en bedraagt niet meer dan de kosten.

4.6.5.   Aanwerving van nieuwe werknemers

(129)

Uit de door Spanje meegedeelde informatie blijkt dat in de periode 2003-2005 geen nieuwe mijnwerkers zijn aangeworven. De Commissie vindt dit positief en herinnert de Spaanse autoriteiten eraan dat dit een belangrijk element is bij de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen zowel nu als in de toekomst verenigbaar zijn met de verordening.

4.6.6.   Conclusie betreffende het herstructureringsplan van HUNOSA

(130)

De Commissie is van oordeel dat HUNOSA aanzienlijke inspanningen heeft geleverd om te herstructureren en dat het in dit stadium en in het licht van het sociale en regionale belang van HUNOSA onredelijk zou zijn aan te dringen op nog verder gaande maatregelen. De Commissie concludeert derhalve dat het herstructureringsplan van HUNOSA in overeenstemming is met de doelstelling en de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1407/2002. Er is steun verleend om bij te dragen tot het herstructureringsproces en daarbij is rekening gehouden met de sociale en regionale context van HUNOSA binnen de autonome regio Asturias. De gedetailleerde extra informatie die Spanje heeft verstrekt en de bijkomende herstructureringsmaatregelen, die verder gaan dan het aanvankelijke herstructureringsplan, hebben de aanvankelijke twijfels van de Commissie, met name inzake de berekening van de steunbedragen en de criteria waarmee rekening werd gehouden, weggenomen. De Commissie herinnert de Spaanse autoriteiten er in het licht van de nieuwe herstructureringsmaatregelen en het plan voor de toegang tot steenkoolreserves voor de periode 2006-2010 evenwel aan dat de positie van HUNOSA moet worden herbekeken en dat bijkomende herstructureringsmaatregelen noodzakelijk zijn.

4.7.   Algemene beoordeling van het herstructureringsplan 2003-2005

(131)

Het herstructureringsplan omvat de elementen van het plan voor de toegang tot steenkoolreserves als bedoeld in artikel 9, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1407/2002 van de Raad en het sluitingsplan als bedoeld in lid 4 van dat artikel. Overeenkomstig artikel 10, lid 1, van deze verordening kan de Commissie het voorgestelde plan goedkeuren. Op basis van artikel 10, lid 2, van genoemde verordening kan de Commissie eveneens een beslissing nemen betreffende de toegekende, respectievelijk door de Spaanse autoriteiten vooropgestelde steun aan de steenkoolindustrie voor de jaren 2003, 2004 en 2005. Bij de beoordeling of het plan al dan niet voldoet aan de richtlijn dient de Commissie rekening te houden met de voorwaarden en criteria van de artikelen 4 tot en met 8 en of al dan niet wordt voldaan aan de doelstelling van de verordening.

(132)

Op basis van de door Spanje aangemelde herstructureringsmaatregelen, is de Commissie van oordeel dat de vermindering van de staatssteun zal leiden tot een verdere permanente vermindering van de steenkoolproductie. Overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 vertoont de totale steun een dalende trend en wordt voor geen enkel jaar na 2003 meer steun verleend dan het door de Commissie voor het jaar 2001 goedgekeurde bedrag. Wat de toegang tot steenkoolreserves betreft, als bedoeld in artikel 5, lid 3, van genoemde verordening, stelt Spanje voor in 2005 de toegang te waarborgen tot een totale capaciteit van 12 miljoen tse. Om deze doelstelling te bereiken, werd de productiecapaciteit met 1 600 000 ton verminderd.

(133)

Zelfs met een lichte daling van de gemiddelde productiekosten in de Spaanse steenkoolindustrie blijven de productiekosten zeer hoog. Hoewel de prijzen op de wereldmarkt gestegen zijn, zal de ongunstige economische positie van de Spaanse steenkool tegenover ingevoerde steenkool de volgende jaren niet significant verbeteren.

(134)

De Commissie is van oordeel dat de aangemelde gegevens en het kader voor de jaren 2006 en 2007 een goede uitgangsbasis vormen waarbij wordt voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden. Spanje heeft verzekerd dat het de productie en de totale steun in die jaren verder en aan hetzelfde tempo als in de periode 2003-2005 zal verminderen. De Commissie aanvaardt derhalve het huidige niveau en de relevantie van de door Spanje meegedeelde informatie voor 2006 en 2007. De gedetailleerde gegevens betreffende de totale steun voor de periode 2006-2007, als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van Verordening (EG) nr. 1407/2002, zullen later door Spanje worden meegedeeld, samen met de herstructureringsmaatregelen voor de periode tot 2010. De Commissie oordeelt dat deze planning verantwoord is gelet op de sociale en regionale gevolgen van de sluiting van de productie-eenheden en rekening houdend met het feit dat Spanje expliciet heeft verklaard dat het zal voldoen aan de voorwaarde dat de steun een degressief verloop dient te kennen, ook in de periode na 2005. Het laatste element is cruciaal voor de beoordeling door de Commissie aangezien genoemde verordening precies tot doel heeft uiteindelijk te komen tot een significante vermindering van de staatssteun aan de steenkoolindustrie.

(135)

Spanje heeft ervoor geopteerd dezelfde steunregeling toe te passen als in het verleden. De herstructureringsmaatregelen stroken enerzijds met het belang van de continuïteit van de energievoorziening en bieden anderzijds de mogelijkheid het herstructureringsproces voort te zetten. De aangemelde omvang van de steun is nodig omdat het de toegang tot steenkool waarborgt alsmede de noodzakelijk geachte vermindering van de steenkoolactiviteit. Zonder steun zou de steenkoolproductie in Spanje moeten worden stopgezet omdat ze niet rendabel is.

(136)

De Commissie is van mening dat de geraamde productiecapaciteit van 12 miljoen tse voor 2005 voor de Spaanse energievoorziening verantwoord is in het licht van de continuïteit van de voorziening en het algemene energiebeleid. In haar beoordeling heeft de Commissie er rekening mee gehouden dat Spanje in de periode tot 2010 werk zal maken van een verhoging van het aandeel hernieuwbare energie in zijn energiemix.

(137)

Gelet op de aanzienlijke gevolgen van de aangemelde herstructureringsmaatregelen voor de arbeidsmarkt heeft de Commissie er bij de beoordeling van haar plan rekening mee gehouden dat de sociale en regionale gevolgen van de herstructurering van de Spaanse steenkoolindustrie zoveel mogelijk moet worden beperkt.

(138)

Uit de aanmelding leidt de Commissie af dat de volgende doelstellingen aan de basis liggen van de planning voor de Spaanse steenkoolindustrie: degressiviteit van de behoefte aan financiële steun, vermindering van de productie en de productiekosten, waarborgen van een tijdige levering en een behoorlijke kwaliteit aan de klant, een sociaal aanvaardbare vermindering van de werkgelegenheid en rekening houden met de regionale gevolgen van de maatregelen.

(139)

De Commissie oordeelt derhalve dat het Spaanse herstructureringsplan voldoende gedetailleerd is voor de periode 2003-2005 en een goede uitgangsbasis vormt voor de jaren 2006 en 2007. Bovendien biedt het herstructureringsplan binnen de context van de primaire energievoorziening tot 2010 een goed overzicht van de rol van steenkool in het energie- en milieubeleid.

(140)

In het licht van het voorgaande en rekening houdend met de genomen maatregelen, die verder gaan dan het aanvankelijk aangemelde herstructureringsplan, oordeelt de commissie dat het door Spanje aangemelde plan verenigbaar is met de doelstellingen en criteria van Verordening (EG) nr. 1407/2002 en met name met de criteria van artikel 9, leden 4 en 6. Aangezien de steun voor de jaren 2003, 2004 en 2005 toegekend is of zal worden toegekend op basis van en overeenkomstig het herstructureringsplan, besluit de Commissie op basis van artikel 10, lid 2, van genoemde verordening dat de steun in overeenstemming met de verordening is verleend.

5.   CONCLUSIE

(141)

De Commissie stelt vast dat de door Spanje op onrechtmatige wijze verleende steun aan de steenkoolindustrie voor de jaren 2003 en 2004 strijdig is met artikel 88, lid 3, van het Verdrag. Na een analyse van de door Spanje meegedeelde maatregelen en informatie, oordeelt de Commissie op basis van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1407/2002 dat het herstructureringsplan voor de steenkoolindustrie voor de periode 2003-2005 en de op basis van het herstructureringsplan verleende steun voor de jaren 2003 tot en met 2005 verenigbaar is met de interne markt. Spanje wordt hierbij gemachtigd de steun uit te keren,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Het herstructureringsplan voor de steenkoolindustrie en de staatssteun voor de jaren 2003-2005, die door Spanje voor de jaren 2003 en 2004 ten uitvoer zijn gelegd, zijn verenigbaar met de interne markt als bedoeld in artikel 87, lid 3, van het EG-Verdrag. Spanje wordt hierbij gemachtigd de steun uit te keren.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk Spanje.

Gedaan te Brussel, 21 december 2005.

Voor de Commissie

Andris PIEBALGS

Lid van de Commissie


(1)   PB C 182 van 15.7.2004, blz. 3.

(2)   PB L 205 van 2.8.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

(3)   PB L 300 van 5.11.2002, blz. 42.

(4)  Zie voetnoot 1.

(5)   PB L 303 van 13.11.1998. blz. 57.

(6)   PB L 329 van 30.12.1993, blz. 12.

(7)  Artikel 4 en artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1407/2002

(8)  Artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1407/2002.

(9)  Artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1407/2002

(10)  Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1407/2002

(11)  Artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1407/2002

(12)   PB L 296 van 30.10.2002, blz. 73.

(13)  Sociedad Estatal de Ecónomia y Hacienda (staatsmaatschappij voor industriële participaties), in 1996 ingesteld onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Economische zaken en financiën.

(14)  COM(2001) 264 definitief, blz. 11

(15)  Kosten, verzekering en vervoer