24.9.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 247/47


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 21 september 2011

tot vaststelling van een vragenlijst voor de verslagen van de lidstaten over de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 6502)

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/631/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (1), en met name artikel 17, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Richtlijn 2008/1/EG zijn de lidstaten verplicht om de drie jaar verslag uit te brengen over de uitvoering van die richtlijn aan de hand van een vragenlijst die door de Commissie wordt vastgesteld.

(2)

De Commissie heeft vier vragenlijsten vastgesteld. De vierde daarvan, die werd vastgesteld bij Besluit 2010/728/EU van de Commissie (2), had betrekking op de jaren 2009, 2010 en 2011.

(3)

Aangezien de bij Besluit 2010/728/EU vastgestelde vragenlijst bestemd is voor de verslaglegging tot 31 december 2011, dient voor de volgende driejarige verslagperiode een nieuwe vragenlijst te worden vastgesteld, rekening houdend met de ervaring die bij de toepassing van Richtlijn 2008/1/EG en het gebruik van de eerdere vragenlijsten is opgedaan. Omdat Richtlijn 2008/1/EG evenwel met ingang van 7 januari 2014 wordt ingetrokken en wordt vervangen door Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (3), dient de nieuwe vragenlijst slechts op twee jaren betrekking te hebben, namelijk 2012 en 2013. Omwille van de duidelijkheid dient Besluit 2010/728/EU te worden vervangen.

(4)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het comité ex artikel 6 van Richtlijn 91/692/EEG van de Raad (4),

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De lidstaten gebruiken de in de bijlage opgenomen vragenlijst voor de verslagen over de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2008/1/EG.

2.   De in te dienen verslagen bestrijken de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013.

Artikel 2

Besluit 2010/728/EU wordt ingetrokken op 1 januari 2013.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 21 september 2011.

Voor de Commissie

Janez POTOČNIK

Lid van de Commissie


(1)   PB L 24 van 29.1.2008, blz. 8.

(2)   PB L 313 van 30.11.2010, blz. 13.

(3)   PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17.

(4)   PB L 377 van 31.12.1991, blz. 48.


BIJLAGE

DEEL 1

Vragenlijst over de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2008/1/EG inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging

Algemene opmerkingen:

Deze vijfde vragenlijst uit hoofde van Richtlijn 2008/1/EG bestrijkt de jaren 2012 en 2013. Gezien de ervaring die met de uitvoering van Richtlijn 2008/1/EG is opgedaan en de informatie die al is verkregen door middel van de eerdere vragenlijsten, wordt met deze vragenlijst specifiek ingegaan op de veranderingen en op de vorderingen van de lidstaten bij de uitvoering van Richtlijn 2008/1/EG. Aangezien Richtlijn 2008/1/EG met ingang van 7 januari 2014 wordt ingetrokken en wordt vervangen door Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies, bestrijkt de onderhavige verslagperiode twee jaar in plaats van drie. Om de continuïteit te waarborgen en directe vergelijkingen met eerdere antwoorden mogelijk te maken, worden in deze vragenlijst veel elementen van Besluit 2010/728/EU gehandhaafd. Bij vragen die hetzelfde zijn als in voorgaande vragenlijsten kan, mits de situatie ongewijzigd is gebleven, worden volstaan met een verwijzing naar de eerder gegeven antwoorden. Eventuele nieuwe ontwikkelingen dienen in een nieuw antwoord te worden beschreven. Bij de beantwoording van specifieke vragen over bindende algemene voorschriften of officiële richtsnoeren van overheidsinstanties gelieve u een korte beschrijving te geven van het soort regels of richtsnoeren waar het om gaat, en de weblinks of andere middelen te vermelden die toegang daartoe verlenen.

1.   Algemene beschrijving

Hebben de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2008/1/EG moeilijkheden ondervonden ten gevolge van een beperkte beschikbaarheid en capaciteit van het personeel? Beschrijf in voorkomend geval die moeilijkheden alsook eventuele plannen om deze te verhelpen met het oog op de overgang naar Richtlijn 2010/75/EU.

2.   Aantal installaties en vergunningen (artikel 2, leden 3 en 4, en artikel 4)

2.1.

Verstrek nadere informatie over het aantal installaties als bedoeld in Richtlijn 2008/1/EG en het aantal per type activiteit verleende vergunningen (stand aan het eind van de verslagperiode). Maak hierbij gebruik van het model en de toelichtingen in deel 2.

2.2

Algemene gegevens van IPPC-installaties. Verstrek, indien beschikbaar, een link naar openbaar toegankelijke, up-to-date gegevens met de naam, locatie en hoofdactiviteit (bijlage I) van de IPPC-installaties in uw lidstaat. Indien dergelijke gegevens niet openbaar toegankelijk zijn, gelieve een lijst met alle afzonderlijke installaties in te dienen die aan het eind van de verslagperiode in bedrijf zijn (naam, locatie en IPPC-hoofdactiviteit). Is een dergelijke lijst niet beschikbaar, geef dan aan waarom dit het geval is.

3.   Vergunningsaanvragen (artikel 6)

Beschrijf alle algemene bindende voorschriften, richtsnoeren of aanvraagformulieren aan de hand waarvan in het algemeen of met betrekking tot bepaalde specifieke vraagstukken (bijv. methodiek voor de beoordeling van significante emissies van installaties) wordt verzekerd dat aanvragen alle krachtens artikel 6 vereiste informatie bevatten.

4.   Coördinatie van de vergunningsprocedure en -voorwaarden (artikelen 7 en 8)

4.1.

Geef een beschrijving van de eventuele wijzigingen die sinds de laatste verslagperiode zijn aangebracht in de organisatiestructuur van de vergunningsprocedures, met name wat betreft het niveau van de bevoegde autoriteiten en de verdeling van bevoegdheden.

4.2.

Doen zich specifieke problemen voor met betrekking tot de krachtens artikel 7 vereiste volledige coördinatie van de vergunningsprocedure en -voorwaarden, met name wanneer hierbij meer dan één bevoegde autoriteit betrokken is? Geef een beschrijving van de eventueel ter zake vastgestelde wetgeving of richtsnoeren.

4.3.

Welke wettelijke bepalingen, procedures of richtsnoeren worden gehanteerd om te verzekeren dat de bevoegde autoriteiten weigeren een vergunning te verlenen wanneer een installatie niet aan de eisen van Richtlijn 2008/1/EG voldoet? Verstrek, waar mogelijk, informatie over het aantal vergunningen dat is geweigerd en de omstandigheden waaronder dit is gebeurd.

5.   Geschiktheid en adequaatheid van de vergunningsvoorwaarden (artikel 3, lid 1, onder d) en f), artikel 9 en artikel 17, leden 1 en 2)

5.1.

Beschrijf de algemene bindende voorschriften of specifieke richtsnoeren voor bevoegde autoriteiten die zijn uitgevaardigd met betrekking tot:

1.

de procedures en criteria voor de vaststelling van emissiegrenswaarden en andere vergunningsvoorwaarden;

2.

de algemene beginselen voor de bepaling van beste beschikbare technieken;

3.

de tenuitvoerlegging van artikel 9, lid 4.

5.2.

Vraagstukken in verband met de krachtens artikel 17, lid 2, van Richtlijn 2008/1/EG opgestelde BBT-referentiedocumenten (BREF’s):

1.

Hoe wordt, in algemene termen gesteld, bij de bepaling van de beste beschikbare technieken in het algemeen of in specifieke gevallen rekening gehouden met de door de Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 2, gepubliceerde informatie?

2.

Hoe worden de BREF’s concreet gebruikt voor de vaststelling van de vergunningsvoorwaarden?

5.3.

Andere met de vergunningsvoorwaarden verband houdende vraagstukken:

a)

Is er bij de vaststelling van vergunningsvoorwaarden rekening gehouden met milieubeheersystemen? Zo ja, op welke manier?

b)

Welke typen vergunningsvoorwaarden of andere maatregelen zijn doorgaans gehanteerd uit hoofde van artikel 3, lid 1, onder f) (sanering van het terrein na definitieve stopzetting van de activiteiten), en hoe zijn deze in de praktijk gebracht?

c)

Welke typen vergunningsvoorwaarden betreffende energie-efficiëntie zijn doorgaans vastgesteld (artikel 3, lid 1, onder d))?

d)

Is er gebruikgemaakt van de mogelijkheid om overeenkomstig artikel 9, lid 3, géén voorschriften inzake energie-efficiëntie op te leggen, en zo ja, hoe is dit in de praktijk gebracht?

6.   Milieukwaliteitsnormen (artikel 10)

Zijn er gevallen geweest waarin artikel 10 van toepassing was en het gebruik van de beste beschikbare technieken ontoereikend was om te voldoen aan een milieukwaliteitsnorm (als gedefinieerd in artikel 2, punt 7)? Zo ja, gelieve voorbeelden te geven van dergelijke gevallen en van de getroffen aanvullende maatregelen.

7.   Wijzigingen in installaties (artikel 12 en artikel 2, punt 10)

Hoe beslissen de bevoegde autoriteiten in de praktijk, overeenkomstig artikel 12, of een „wijziging van de exploitatie” gevolgen kan hebben voor het milieu (artikel 2, punt 10), en of een dergelijke wijziging een „belangrijke wijziging” is die significante negatieve gevolgen kan hebben voor de mens of het milieu (artikel 2, punt 11)? Verwijs naar relevante wettelijke bepalingen, richtsnoeren of procedures.

8.   Toetsing en bijstelling van de vergunningsvoorwaarden (artikel 13)

8.1.

Is in de nationale of subnationale wetgeving vastgesteld hoe vaak de vergunningsvoorwaarden moeten worden getoetst en waar nodig bijgesteld, of wordt zulks op een andere manier bepaald, bijvoorbeeld door beperking van de geldigheidsduur van vergunningen (artikel 13)? Zo ja, op welke andere manier? Verwijs naar de desbetreffende wetgeving, richtsnoeren of procedures.

8.2.

Wat is de representatieve frequentie voor de toetsing van de vergunningsvoorwaarden? In geval van verschillen tussen installaties of sectoren, wordt u verzocht deze aan de hand van de beschikbare informatie te illustreren.

8.3.

Waaruit bestaat de procedure van toetsing en bijstelling van de vergunningsvoorwaarden? Hoe wordt de bepaling dat de vergunningsvoorwaarden in geval van belangrijke veranderingen in de beste beschikbare technieken opnieuw moeten worden getoetst, ten uitvoer gelegd? Verwijs naar de desbetreffende wetgeving, richtsnoeren of procedures.

9.   Naleving van de vergunningsvoorwaarden (artikel 14)

9.1.

Hoe wordt het bepaalde in artikel 14 - dat exploitanten de bevoegde autoriteiten geregeld op de hoogte stellen van de resultaten van hun controles op de lozingen — in de praktijk ten uitvoer gelegd? Verwijs naar de desbetreffende specifieke regelgeving, procedures of richtsnoeren voor de bevoegde autoriteiten.

9.2.

Dienen alle exploitanten periodiek verslagen in over hun controleactiviteiten? Verstrek informatie over de representatieve frequentie waarmee dergelijke gegevens aan de bevoegde autoriteiten worden voorgelegd. In geval van verschillen tussen sectoren, wordt u verzocht deze aan de hand van de beschikbare informatie te illustreren.

9.3.

Voor zover dit niet reeds is gebeurd in het kader van de verslagen uit hoofde van Aanbeveling 2001/331/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende minimumcriteria voor milieu-inspecties in de lidstaten (1), wordt u verzocht met betrekking tot installaties die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2008/1/EG vallen, informatie te verschaffen over:

1.

de belangrijkste karakteristieken van de door de bevoegde autoriteiten uitgevoerde milieu-inspecties;

2.

het totale aantal terreinbezoeken door de bevoegde autoriteiten gedurende de verslagperiode;

3.

het totale aantal installaties waar zulke bezoeken gedurende de verslagperiode hebben plaatsgevonden;

4.

het totale aantal terreinbezoeken waarbij emissiemetingen en/of bemonstering van afvalstoffen door of namens de bevoegde autoriteiten tijdens de verslagperiode hebben plaatsgevonden;

5.

de typen maatregelen (sancties of andere maatregelen) die zijn getroffen naar aanleiding van ongelukken, incidenten en niet-naleving van de vergunningsvoorwaarden tijdens de verslagperiode.

10.   Grensoverschrijdende samenwerking (artikel 18)

Zijn er tijdens de verslagperiode gevallen geweest waarin de bepalingen van artikel 18 inzake grensoverschrijdende informatie en samenwerking zijn toegepast? Illustreer uw antwoord met voorbeelden van de gebruikte algemene procedures.

11.   Algemene opmerkingen

11.1.

Doen zich in uw lidstaat bepaalde problemen voor met de uitvoering van de richtlijn die aanleiding geven tot bezorgdheid? Zo ja, licht toe.

11.2.

Is er specifieke informatie in verband met de uitvoering van Richtlijn 2010/75/EU in uw lidstaat die van belang is voor een goed begrip van de op grond van deze vragenlijst verstrekte informatie? Zo ja, licht toe.

DEEL 2

Modelformulier voor de beantwoording van vraag 2.1

TYPE INSTALLATIE

A.

INSTALLATIES

B.

BELANGRIJKE WIJZIGINGEN

C.

TOETSING EN BIJSTELLING VAN DE VERGUNNING

Code

Hoofdactiviteit van de installatie zoals vastgesteld in bijlage I bij Richtlijn 2008/1/EG

1.

Aantal installaties

2.

Aantal installaties waarvoor een vergunning is afgegeven die volledig in overeenstemming is met Richtlijn 2008/1/EG

3.

Aantal belangrijke wijzigingen die tijdens de verslagperiode zijn doorgevoerd zonder overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Richtlijn 2008/1/EG afgegeven vergunning

4.

Aantal installaties waarvoor de IPPC-vergunning tijdens de verslagperiode is getoetst overeenkomstig artikel 13 van Richtlijn 2008/1/EG

5.

Aantal installaties waarvoor de IPPC-vergunning tijdens de verslagperiode is bijgesteld overeenkomstig artikel 13 van Richtlijn 2008/1/EG

1

Energie

 

 

 

 

 

1.1

Stookinstallaties

 

 

 

 

 

1.2

Aardolie- en gasraffinaderijen

 

 

 

 

 

1.3

Cokesfabrieken

 

 

 

 

 

1.4

Vergassen en vloeibaar maken van steenkool

 

 

 

 

 

2

Metalen

 

 

 

 

 

2.1

Roosten of sinteren van metaalerts

 

 

 

 

 

2.2

Productie van ruw ijzer en staal

 

 

 

 

 

2.3 (a)

Warmwalsen

 

 

 

 

 

2.3 (b)

Smeden

 

 

 

 

 

2.3 (c)

Aanbrengen van deklagen van gesmolten metaal

 

 

 

 

 

2.4

Smelterijen

 

 

 

 

 

2.5 (a)

Winning van ruwe non-ferrometalen

 

 

 

 

 

2.5 (b)

Smelten van non-ferrometalen

 

 

 

 

 

2.6

Oppervlaktebehandeling van metalen en kunststoffen

 

 

 

 

 

3

Mineralen

 

 

 

 

 

3.1

Productie van cement of kalk

 

 

 

 

 

3.2

Productie van asbest

 

 

 

 

 

3.3

Fabricage van glas

 

 

 

 

 

3.4

Smelten van minerale stoffen

 

 

 

 

 

3.5

Fabricage van keramische producten

 

 

 

 

 

4

Chemicaliën

 

 

 

 

 

4.1

Productie van organische stoffen

 

 

 

 

 

4.2

Productie van anorganische stoffen

 

 

 

 

 

4.3

Productie van meststoffen

 

 

 

 

 

4.4

Fabricage van producten voor gewasbescherming of biociden

 

 

 

 

 

4.5

Fabricage van farmaceutische producten

 

 

 

 

 

4.6

Fabricage van explosieven

 

 

 

 

 

5

Afvalbeheer

 

 

 

 

 

5.1

Verwijdering of terugwinning van gevaarlijke afvalstoffen

 

 

 

 

 

5.2

Verbranding van stedelijk afval

 

 

 

 

 

5.3

Verwijdering van ongevaarlijke afvalstoffen

 

 

 

 

 

5.4

Stortplaatsen

 

 

 

 

 

6

Overige activiteiten

 

 

 

 

 

6.1 (a)

Fabricage van papierpulp

 

 

 

 

 

6.1 (b)

Fabricage van papier en karton

 

 

 

 

 

6.2

Voorbehandeling of verven van vezels of textiel

 

 

 

 

 

6.3

Looien van huiden

 

 

 

 

 

6.4 (a)

Abattoirs

 

 

 

 

 

6.4 (b)

Bewerking en verwerking van levensmiddelen

 

 

 

 

 

6.4 (c)

Bewerking en verwerking van melk

 

 

 

 

 

6.5

Destructie of verwerking van kadavers

 

 

 

 

 

6.6 (a)

Intensieve pluimveehouderij

 

 

 

 

 

6.6 (b)

Intensief fokken van mestvarkens

 

 

 

 

 

6.6 (c)

Intensief fokken van zeugen

 

 

 

 

 

6.7

Oppervlaktebehandeling met behulp van organische oplosmiddelen

 

 

 

 

 

6.8

Fabricage van koolstof of elektrografiet

 

 

 

 

 

6.9

Afvangen van CO2-stromen (Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad (2))

 

 

 

 

 

Totaal

 

 

 

 

 

 

Toelichting bij het model:

De in dit model op te voeren gegevens betreffen het „aantal installaties” en het „aantal belangrijke wijzigingen” conform de definities van „installatie” in artikel 2, punt 3, en van „belangrijke wijziging” in artikel 2, punt 11, van Richtlijn 2008/1/EG.

Het „type installatie” verwijst naar de hoofdactiviteit die in de installatie plaatsvindt. Installaties dienen slechts onder één enkele activiteit te worden opgevoerd, ook wanneer in de installatie meerdere IPPC-activiteiten plaatsvinden.

Verdere aanwijzingen en uitleg met betrekking tot de in de tabel te verstrekken gegevens vindt u in de opmerkingen hieronder. De lidstaten wordt gevraagd de tabel zo volledig mogelijk in te vullen.

A.   „AANTAL INSTALLATIES” aan het eind van de verslagperiode (31 december 2013).

1.

Aantal installaties: het totale aantal IPPC-installaties (zowel nieuwe als reeds langer bestaande) die aan het eind van de verslagperiode in bedrijf zijn in de lidstaat, ongeacht de status van hun vergunning.

2.

Aantal installaties waarvoor een vergunning is afgegeven die volledig in overeenstemming is met Richtlijn 2008/1/EG: het totale aantal IPPC-installaties waarvoor één of meer vergunningen zijn afgegeven in overeenstemming met Richtlijn 2008/1/EG (inclusief pre-IPPC-vergunningen die zijn getoetst/bijgesteld), ongeacht wanneer die vergunning(en) is/zijn afgegeven en of de vergunning om de een of andere reden is getoetst, bijgesteld, gewijzigd of verlengd.

Ter bepaling van het te rapporteren aantal installaties houden de lidstaten rekening met de status van de voor elke installatie afgegeven vergunning(en) aan het eind van de verslagperiode. De aantallen hebben betrekking op installaties, niet op vergunningen. (Er kunnen namelijk meerdere vergunningen zijn afgegeven voor één installatie en vice versa.)

Consistentieregel

:

het totale aantal IPPC-installaties 1) verminderd met het totale aantal installaties waarvoor één of meer geheel aan Richtlijn 2008/1/EG conforme vergunningen zijn afgegeven 2) dient gelijk te zijn aan het aantal installaties waarvoor om een of andere reden geen volledig conforme IPPC-vergunning is afgegeven (procedure niet voltooid, geen volledige dekking voor alle activiteiten, enz.). Indien dit cijfer niet nul is, is er mogelijk sprake van een inbreuk op Richtlijn 2008/1/EG.

B.   „BELANGRIJKE WIJZIGINGEN” in de loop van de verslagperiode (1 januari 2012 — 31 december 2013).

3.

Aantal belangrijke wijzigingen die tijdens de verslagperiode zijn doorgevoerd zonder overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Richtlijn 2008/1/EG afgegeven vergunning: het aantal — bij de bevoegde autoriteiten bekende — belangrijke wijzigingen die daadwerkelijk door de exploitanten werden doorgevoerd zonder de krachtens artikel 12, lid 2 vereiste vergunning.

Indien dit cijfer niet nul is, is er mogelijk sprake van een inbreuk op de IPPC-bepalingen.

C.   „TOETSING EN BIJSTELLING VAN VERGUNNINGEN” in de loop van de verslagperiode (1 januari 2012 — 31 december 2013).

4.

Aantal installaties waarvoor de IPPC-vergunning tijdens de verslagperiode is getoetst overeenkomstig artikel 13 van Richtlijn 2008/1/EG: het totale aantal installaties waarvoor een of meer vergunningen overeenkomstig artikel 13 zijn getoetst.

5.

Aantal installaties waarvoor de IPPC-vergunning tijdens de verslagperiode is bijgesteld overeenkomstig artikel 13 van Richtlijn 2008/1/EG: het totale aantal installaties waarvoor een of meer vergunningen overeenkomstig artikel 13 zijn bijgesteld.

(1)   PB L 118 van 27.4.2001, blz. 41.

(2)   PB L 140 van 5.6.2009, blz. 114.