tot wijziging van de bijlagen II en IV bij Richtlijn 2009/158/EG van de Raad tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 2068)
(Voor de EER relevante tekst)
(2011/214/EU)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2009/158/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (1), en met name artikel 34,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
Bij Richtlijn 2009/158/EG van de Raad worden veterinairrechtelijke voorschriften vastgesteld voor het handelsverkeer in de Unie en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren. Bijlage II bij die richtlijn bevat de regels voor de erkenning van inrichtingen voor het handelsverkeer van die producten in de Unie. De hoofdstukken II, III en IV van die bijlage bevatten de voorschriften voor de voorzieningen in en de werking van inrichtingen, programma’s voor gezondheidscontrole en de criteria voor schorsing of intrekking van de erkenning van een inrichting; deze voorschriften omvatten tests op bepaalde micro-organismen, Salmonella en Mycoplasma, die moeten worden uitgevoerd in inrichtingen die voor het handelsverkeer binnen de Unie zijn erkend.
(2)
Uit de ervaring met de toepassing van de voorschriften voor de voorzieningen in en de werking van inrichtingen van hoofdstuk II van bijlage II bij Richtlijn 2009/158/EG is gebleken dat die voorschriften aan de huidige praktijken in de sector moeten worden aangepast, met name wat het leggedrag van de verschillende soorten pluimvee betreft.
(3)
Daarnaast moeten de hoofdstukken III en IV van bijlage II bij Richtlijn 2009/158/EG worden gewijzigd in verband met de wetenschappelijke vooruitgang in de diagnosemethoden voor Mycoplasma overeenkomstig hoofdstuk 2.3.5 van het Manual of Diagnostic Tests and Vaccines van de Werelddiergezondheidsorganisatie en wijzigingen in de nomenclatuur van Salmonella volgens het samenwerkingscentrum voor referentie en onderzoek op het gebied van Salmonella van de Wereldgezondheidsorganisatie in het White-Kauffmann-Le Minor-schema voor antigene formules van salmonellaserovars overeenkomstig hoofdstuk 2.3.11 van het Manual of Diagnostic Tests and Vaccines van de Werelddiergezondheidsorganisatie.
(4)
Bijlage III bij Richtlijn 2009/158/EG bevat de voorschriften voor het inenten van pluimvee. Die bijlage moet worden gewijzigd om daar specifieke voorschriften voor inenting tegen salmonella in op te nemen.
(5)
Ook moeten sommige verwijzingen naar inenting tegen aviaire influenza in de modellen van veterinaire certificaten in bijlage IV bij Richtlijn 2009/158/EG worden gewijzigd.
(6)
Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (2) bevat voorschriften om adequate en doeltreffende maatregelen te treffen voor de opsporing en bestrijding van salmonella en andere zoönoseverwekkers. Volgens die verordening moeten koppels en beslagen van oorsprong van bepaalde in bijlage I bij die verordening genoemde diersoorten op bepaalde zoönoses en zoönoseverwekkers worden onderzocht voordat de levende dieren of broedeieren uit het levensmiddelenbedrijf van herkomst worden verzonden De data en de resultaten van de tests worden opgenomen in de desbetreffende veterinaire certificaten zoals bepaald bij de wetgeving van de Unie, waaronder Richtlijn 2009/158/EG.
(7)
Bijlage IV bij Richtlijn 2009/158/EG bevat de modellen van veterinaire certificaten voor het handelsverkeer in pluimvee en broedeieren binnen de Unie.
(8)
Verordening (EG) nr. 584/2008 van de Commissie van 20 juni 2008 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft een communautaire doelstelling voor het verminderen van de prevalentie van Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium bij kalkoenen bepaalt dat de testvoorschriften vanaf 1 januari 2010 ook gelden voor koppels kalkoenen (3), zodat de desbetreffende veterinaire certificaten in bijlage IV bij Richtlijn 2009/158/EG dienovereenkomstig gewijzigd moeten worden.
(9)
De bijlagen II, III en IV bij Richtlijn 2009/158/EG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(10)
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen II, III, en IV bij Richtlijn 2009/158/EG worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
De bijlagen II, III en IV bij Richtlijn 2009/158/EG worden als volgt gewijzigd:
1)
Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:
a)
hoofdstuk II wordt als volgt gewijzigd:
i)
de tekst onder A, punt 2, onder e), komt als volgt te luiden:
„e)
De eieren moeten:
i)
geregeld worden verzameld, ten minste eenmaal per dag en zo spoedig mogelijk na het leggen;
ii)
zo spoedig mogelijk gereinigd en ontsmet worden, tenzij zij op een broederij in dezelfde lidstaat worden ontsmet;
iii)
in een nieuwe of een schone, ontsmette verpakking worden verpakt.”;
ii)
de tekst onder B, punt 2, onder e), eerste streepje, komt als volgt te luiden:
„—
de eieren, tussen aankomst en inleggen of op het tijdstip van verzending voor het handelsverkeer binnen de Unie of de uitvoer naar een derde land, tenzij zij al op het vermeerderingsbedrijf van oorsprong zijn ontsmet,”;
b)
de hoofdstukken III en IV komen als volgt te luiden:
„HOOFDSTUK III
PROGRAMMA VOOR GEZONDHEIDSCONTROLE
De programma’s voor gezondheidscontrole op ziekten moeten, onverminderd de hygiënische maatregelen en de artikelen 16 en 17, ten minste voorzien in controlevoorschriften voor de onder A tot en met D aangegeven besmettingen en pluimveesoorten.
A. Besmetting met Salmonella Pullorum (1), Salmonella Gallinarum (2) en Salmonella arizonae(3)
1. Betrokken soorten
a)
Voor Salmonella Pullorum en Salmonella Gallinarum: kippen, kalkoenen, parelhoenders, kwartels, fazanten, patrijzen en eenden.
b)
Voor Salmonella arizonae: kalkoenen.
2. Gezondheidscontroleprogramma
a)
De besmetting wordt vastgesteld via serologisch en/of bacteriologisch onderzoek (*1).
b)
De voor het onderzoek vereiste bemonstering heeft naargelang van het geval betrekking op bloed, niet-uitgekomen embryo’s (in de schaal gestorven embryo’s), zwakke kuikens, meconium, postmortemweefsel, met name lever, milt, eierstok/eileider en de ileocaecale overgang (*2).
c)
Voor feces-/meconiummonsters en darmmonsters moet directe verrijking in seleniet-cysteïnebouillon worden toegepast. Indien in de monsters een minimale competitieve flora wordt verwacht (bv. bij in de schaal gestorven embryo’s) kan gebruik worden gemaakt van niet-selectieve voorverrijking gevold door selectieve verrijking in Rappaport-Vassiliadis-sojabouillon (RVS) of Müller-Kauffmann-tetrathionaat-novobiocinebouillon (MKTTn) (*3)(*4).
d)
Wanneer er bij een koppel bloedmonsters worden genomen om via serologisch onderzoek Salmonella Pullorum en Salmonella Gallinarum of Salmonella arizonae op te sporen, moeten de prevalentie van de besmetting in de lidstaat en de eerdere incidentie ervan in de inrichting in aanmerking worden genomen bij de bepaling van het aantal te nemen monsters. Er moet echter altijd een statistisch valide aantal monsters worden genomen voor serologisch en/of bacteriologisch onderzoek ter opsporing van besmetting.
e)
Een koppel moet in de loop van elke legperiode worden gecontroleerd op het moment dat het meest geschikt is voor het opsporen van de desbetreffende ziekte.
f)
Er mogen geen monsters voor bacteriologisch onderzoek worden genomen van pluimvee dat of eieren die in de twee à drie weken voorafgaande aan het onderzoek met antimicrobiële geneesmiddelen zijn behandeld.
g)
Met de detectiemethoden moeten de serologische reacties op besmetting met Salmonella Pullorum en Salmonella Gallinarum kunnen worden onderscheiden van serologische reacties op Salmonella Enteritidis-vaccin, ingeval dit vaccin is gebruikt (*5). In geval van serologische bewaking mag dus niet met dit vaccin worden ingeënt. Is wel ingeënt, dan moet bacteriologisch onderzoek plaatsvinden, mits met de gebruikte bevestigingsmethode levende vaccinstammen van veldstammen kunnen worden onderscheiden.
B. Besmetting met Mycoplasma gallisepticum en Mycoplasma meleagridis
1. Betrokken soorten
a)
Voor Mycoplasma gallisepticum: kippen en kalkoenen.
b)
Voor Mycoplasma meleagridis: kalkoenen.
2. Gezondheidscontroleprogramma
a)
De besmetting wordt vastgesteld aan de hand van gevalideerd serologisch en/of bacteriologisch onderzoek en/of moleculaire tests. De aanwezigheid van laesies op de luchtzakwand bij eendagskuikens van kippen en kalkoenen duidt op besmetting met Mycoplasma en moet worden onderzocht.
b)
De voor het onderzoek op Mycoplasma vereiste bemonstering heeft naar gelang van het geval betrekking op bloed, eendagskuikens van kippen en kalkoenen, sperma of swabs van de trachea, de choanae, de cloaca of de luchtzakken; met name moeten monsters van de eileider en de penis van kalkoenen worden genomen ter opsporing van Mycoplasma meleagridis.
c)
Bij de onderzoeken ter opsporing van Mycoplasma gallisepticum of Mycoplasma meleagridis wordt gebruikgemaakt van een representatief monster zodat in de opfok- en de legperiode, namelijk juist vóór het begin van de leg en vervolgens om de drie maanden, permanente controle op besmetting kan worden uitgeoefend.
C. Resultaten en te nemen maatregelen
Het resultaat van de controle wordt als negatief aangemerkt indien geen enkel dier positief reageert. Is er wel een positieve reactie, dan wordt het koppel van besmetting verdacht en moeten de maatregelen van hoofdstuk IV erop worden toegepast.
D. Indien een pluimveebedrijf meer dan een afzonderlijke productie-eenheid heeft, kan de bevoegde veterinaire instantie voor de gezonde productie-eenheden van een bedrijf waar de besmetting aanwezig is, afwijken van de maatregelen voor het opnieuw verlenen van goedkeuring zoals vermeld in hoofdstuk IV, punt 3, onder b), mits de bevoegde dierenarts heeft bevestigd dat de structuur en de omvang van deze productie-eenheden, alsmede de aldaar uitgevoerde verrichtingen van zodanige aard zijn dat deze productie-eenheden, op het vlak van huisvesting, verzorging en voederen, volledig apart staan zodat de betrokken ziekte zich niet van de ene productie-eenheid naar de andere kan verspreiden.
HOOFDSTUK IV
CRITERIA VOOR SCHORSING OF INTREKKING VAN DE ERKENNING VAN EEN INRICHTING
1.
De erkenning van een inrichting wordt geschorst:
a)
wanneer niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden van hoofdstuk II;
b)
totdat een adequaat onderzoek naar de ziekte is ingesteld,
indien:
—
wordt vermoed dat de inrichting met aviaire influenza of met de ziekte van Newcastle is besmet,
—
in de inrichting pluimvee of broedeieren zijn binnengebracht die afkomstig zijn van een inrichting waarbij een besmetting door aviaire influenza of de ziekte van Newcastle vermoed wordt of bevestigd is,
—
geconstateerd is dat tussen de inrichting en een haard van aviaire influenza of van de ziekte van Newcastle contacten hebben plaatsgevonden waardoor de besmetting kan zijn overgebracht;
c)
totdat nieuwe onderzoeken zijn verricht, indien de resultaten van de controles die overeenkomstig de hoofdstukken II en III zijn uitgevoerd in verband met een mogelijke besmetting met Salmonella Pullorum Salmonella Gallinarum, Salmonella arizonae, Mycoplasma gallisepticum of Mycoplasma meleagridis, aanleiding geven tot het vermoeden van een haard;
d)
totdat de door de officiële dierenarts gevraagde maatregelen zijn uitgevoerd, indien is geconstateerd dat de inrichting niet voldoet aan de in hoofdstuk I, punt 1, onder a), b) en c), vastgestelde eisen.
2.
De erkenning van een inrichting wordt ingetrokken indien:
a)
wordt bevestigd dat de inrichting met aviaire influenza of met de ziekte van Newcastle is besmet;
b)
een besmettingshaard met Salmonella Pullorum, Salmonella Gallinarum, Salmonella arizonae, Mycoplasma gallisepticum of Mycoplasma meleagridis bij een nieuw onderzoek wordt bevestigd;
c)
de maatregelen om te voldoen aan het bepaalde in hoofdstuk I, punt 1, onder a), b) en c), na een nieuwe aanmaning van de officiële dierenarts aan de voor de inrichting verantwoordelijke persoon nog steeds niet zijn uitgevoerd.
3.
Voorwaarden voor het opnieuw verlenen van de erkenning:
a)
wanneer de erkenning ingetrokken is wegens het uitbreken van aviaire influenza of de ziekte van Newcastle, kan de erkenning opnieuw worden verleend 21 dagen nadat reiniging en ontsmetting hebben plaatsgevonden, indien er is geruimd;
b)
wanneer de erkenning is ingetrokken wegens het uitbreken van:
—
Salmonella Pullorum en Salmonella Gallinarum of Salmonella arizonae, kan de erkenning opnieuw worden verleend nadat de inrichting negatief is bevonden bij twee controles die met een tussenpoos van ten minste 21 dagen zijn verricht nadat het koppel is geruimd en na ontsmetting van de inrichting, waarvan de doeltreffendheid is aangetoond met geschikte tests op droge oppervlakken;
—
Mycoplasma gallisepticum of Mycoplasma meleagridis, kan de erkenning opnieuw worden verleend nadat het hele koppel negatief is bevonden bij twee controles die met een tussenpoos van ten minste 60 dagen zijn verricht, dan wel nadat de inrichting negatief is bevonden bij twee controles die met een tussenpoos van ten minste 21 dagen zijn verricht na ontsmetting nadat het hele besmette koppel is geruimd.”.
2)
Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:
a)
punt 1 komt als volgt te luiden:
„1.
Bij inenting van pluimvee of koppels die broedeieren produceren, moet voor het gebruikte vaccin door de bevoegde autoriteit van een van de lidstaten een vergunning voor het in de handel brengen zijn afgegeven.”;
b)
het volgende punt 3 wordt toegevoegd:
„3.
Ten aanzien van inenting tegen ongeacht welk salmonellaserotype moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
a)
de salmonella-inentingsprogramma’s mogen niet van invloed zijn op de serologische opsporing in het kader van veldonderzoek of leiden tot fout-positieve testresultaten;
b)
in het kader van nationale bestrijdingsprogramma’s mogen geen levende salmonellavaccins worden gebruikt:
i)
bij fok- of gebruikspluimvee gedurende het voortplantings-, respectievelijk legstadium, tenzij is aangetoond dat het gebruik van de vaccins veilig is en zij voor dat doel zijn toegelaten overeenkomstig Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad (*6);
ii)
als de fabrikant geen geschikte methode biedt om veldstammen van salmonella bacteriologisch van vaccinstammen te onderscheiden.
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de hierboven beschreven broedeieren:
a) voldoen aan:
(1) hetzij [de artikelen 6, 8 en 18 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;]
(1) (2) hetzij [artikel 6, onder a), i) en ii), en onder b), en de artikelen 8 en 18 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;]
(3) b) voldoen aan artikel 15, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;]
(4) c) voldoen aan (de) Besluit(en) …/…/EU van de Commissie tot vaststelling van aanvullende garanties ten aanzien van … (ziekte(n) vermelden) overeenkomstig artikel 16 of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
d) afkomstig zijn van pluimvee dat:
(1) hetzij [niet is ingeënt tegen Newcastle disease.]
(1) hetzij [is ingeënt tegen Newcastle disease met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
op … (datum) op de leeftijd van … weken.]
II.2. Verklaring inzake de volksgezondheid
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de hierboven beschreven broedeieren:
(5) a) afkomstig zijn van een koppel dat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad is getest op salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid.
Datum van de laatste bemonstering van het koppel waarvan het testresultaat bekend is: …
Resultaat van alle testen in het koppel:
(1) (6) hetzij [positief,]
(1) (6) hetzij [negatief,]
(5) b) en dat in het kader van het in punt II.2., onder a), bedoelde bestrijdingsprogramma noch Salmonella Enteritidis, noch Salmonella Typhimurium werd gevonden
II.3. Aanvullende gezondheidsverklaring
(1) II.3.1. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Beschikking 2006/415/EG van de Commissie.
(1) II.3.2. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Beschikking 2006/563/EG van de Commissie.
(1) (7) II.3.3. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Besluit …/…/EU van de Commissie betreffende vaccinatie tegen aviaire influenza.
Opmerkingen
Deel I:
Vak I.16.: registratienummer (voor wagons, containers en vrachtwagens), vluchtnummer of naam van het schip.
Vak I.31.: categorie: kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ouderdieren/legkippen/mestdieren/andere.
identificatie: identificatie van het ouderkoppel en merknaam.
(2) Alleen van toepassing als aan II.3.1. of II.3.2. is voldaan.
(3) Certificeren in geval van verzending naar een lidstaat met een door de Europese Unie erkende status als lidstaat waar niet tegen Newcastle disease wordt ingeënt, momenteel Finland en Zweden; zo niet moet deze verwijzing worden doorgehaald.
(4) Invullen indien van toepassing.
(5) De garanties in punt II.2. gelden alleen voor pluimvee van de soort Gallus gallus en voor kalkoenen.
(6) Als een of meer van de resultaten tijdens de levensduur van het koppel positief waren voor Salmonella Infantis, Salmonella Virchow of Salmonella Hadar aangeven als positief.
(7) Geldt alleen voor lidstaten waar volgens een door de Europese Unie goedgekeurd vaccinatieprogramma tegen aviaire influenza wordt ingeënt.
De kleur van het stempel en de handtekening moet verschillen van de kleur van de andere gegevens op het certificaat.
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart hierbij dat de hierboven beschreven eendagskuikens:
a) voldoen aan:
(1) hetzij i) [de artikelen 6, 9 en 18 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;]
(1) (2) hetzij [artikel 6, onder a), i) en ii), en onder b), en de artikelen 9 en 18 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;]
(1) (3) hetzij ii) indien zij afkomstig zijn van overeenkomstig de eisen van model HEP van Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie ingevoerde broedeieren, artikel 6, onder a), en artikel 9, onder b) en c), van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;]
(1) (2) (3) hetzij [indien zij afkomstig zijn van overeenkomstig de eisen van model HEP van Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie ingevoerde broedeieren, artikel 6, onder a), i) en ii), en artikel 9, onder b) en c), van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad];
(4) b) voldoen aan artikel 15, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
(5) c) voldoen aan (de) Besluit(en) …/…/EU van de Commissie tot vaststelling van aanvullende garanties ten aanzien van … (ziekte(n) vermelden) overeenkomstig artikel 16 of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
(1) d) hetzij [niet zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(1) hetzij [zijn ingeënt tegen Newcastle disease met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
op … (datum);]
e) afkomstig zijn van pluimvee dat:
(1) hetzij [niet is ingeënt tegen Newcastle disease;]
(1) hetzij [is ingeënt tegen Newcastle disease met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
op … (datum);]
(6) f) en dat, als de eendagskuikens voor koppels fok- of gebruikspluimvee bestemd zijn, zij afkomstig zijn van koppels waarbij met negatief resultaat de test is verricht overeenkomstig Beschikking 2003/644/EG van de Commissie.
II.2. Verklaring inzake de volksgezondheid
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart hierbij dat de hierboven beschreven eendagskuikens:
(7) a) afkomstig zijn van een koppel dat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad is getest op salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid.
Datum van de laatste bemonstering van het koppel waarvan het testresultaat bekend is: …
Resultaat van alle testen in het koppel:
(1) (8) hetzij [positief,]
(1) (8) hetzij [negatief,]
(7) b) en dat, als de eendagskuikens voor vermeerderingsdoeleinden bestemd zijn, in het kader van het in punt II.2., onder a), bedoelde bestrijdingsprogramma noch Salmonella Enteritidis, noch Salmonella Typhimurium werd gevonden.).
(1) (8) (1) (1) II.3.1. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Besluit …/…/EU van de Commissie betreffende beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza van een ander subtype dan H5N1.
(1) II.3.2. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Beschikking 2006/415/EG van de Commissie.
(1) (9) II.3.3. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Besluit …/…/EU ivan de Commissie betreffende vaccinatie tegen aviaire influenza.
Opmerkingen
Deel I:
Vak I.6: nr(s). van bijbehorende diergezondheidscertificaten.
Vak I.16: registratienummer (voor wagons, containers en vrachtwagens), vluchtnummer of naam van het schip.
Vak I.19: de juiste GS-codes gebruiken: 01.05, 01.06.39.
Vak I.31: categorie: kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ouderdieren/legkippen/mestdieren/andere.
leeftijd: datum van uitkomen invullen.
identificatie: identificatie van het ouderkoppel en merknaam.
aantal verpakkingen: aantal kratten of kooien invullen.
Deel II:
(1) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(2) Alleen van toepassing als aan II.3.1. of II.3.2. is voldaan..
(3) Wanneer de eendagskuikens afkomstig zijn van uit een derde land ingevoerde broedeieren, moet de periode van afzondering op het bedrijf van bestemming, als bedoeld in deel II van bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie, in acht worden genomen. De bevoegde autoriteit van de plaats van eindbestemming van de eendagskuikens moet via het Traces-systeem over deze eis worden geïnformeerd.
(4) Certificeren in geval van verzending naar een lidstaat met een door de Europese Unie erkende status als lidstaat waar niet tegen Newcastle disease wordt ingeënt, momenteel Finland en Zweden; zo niet moet deze verwijzing worden doorgehaald
(5) Invullen indien van toepassing.
(6) Als de zending bestemd is voor Finland of Zweden; zo niet moet deze verwijzing worden doorgehaald.
(7) De garanties in punt II.2. gelden alleen voor pluimvee van de soort Gallus gallus en voor kalkoenen.
(8) Als voor de hierna vermelde serotypen een of meer van de resultaten positief waren tijdens de levensduur van het koppel, aangeven als positief:
koppels fokpluimvee van Gallus gallus: Salmonella Hadar, Salmonella Virchow en Salmonella Infantis;
koppels gebruikspluimvee: Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium.
(9) Geldt alleen voor lidstaten waar volgens een door de Europese Unie goedgekeurd vaccinatieprogramma tegen aviaire influenza wordt ingeënt.
De kleur van het stempel en de handtekening moet verschillen van de kleur van de andere gegevens op het certificaat.
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het hierboven beschreven pluimvee:
a) voldoet aan de artikelen 6, 10 en 18 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
(1) b) voldoet aan artikel 15, lid 1), onder c), van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
(2) c) voldoen aan (de) Besluit(en) …/…/EU van de Commissie tot vaststelling van aanvullende garanties ten aanzien van … (ziekte(n) vermelden) overeenkomstig artikel 16 of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
(3) d) hetzij [niet is ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [is ingeënt tegen Newcastle disease met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
op … (datum) op de leeftijd van … weken;]
(4) e) dat bij het fokpluimvee met negatief resultaat de test is verricht overeenkomstig Beschikking 2003/644/EG van de Commissie;
(3) f) dat bij de legkippen (gebruikspluimvee voor de productie van consumptie-eieren) met negatief resultaat de test is verricht overeenkomstig Beschikking 2004/235/EG van de Commissie.
II.2. Verklaring inzake de volksgezondheid
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het hierboven beschreven pluimvee:
(5) a) afkomstig is van een koppel dat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad is getest op salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid.
Datum van de laatste bemonstering van het koppel waarvan het testresultaat bekend is: …
Resultaat van alle testen in het koppel:
(3) (6) hetzij [positief,]
(3) (6) hetzij [negatief,]
(5) b) en dat, als het pluimvee voor vermeerderingsdoeleinden bestemd is, in het kader van het in punt II.2., onder a), bedoelde bestrijdingsprogramma noch Salmonella Enteritidis, noch Salmonella Typhimurium werd gevonden.
II.3. Aanvullende gezondheidsverklaring
(1) (7) II.3.1. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Besluit …/…/EU van de Commissie betreffende vaccinatie tegen aviaire influenza.
Opmerkingen
Deel I:
Vak I.16.: registratienummer (voor wagons, containers en vrachtwagens), vluchtnummer of naam van het schip.
Vak I.19.: de juiste GS-codes gebruiken: 01.05, 01.06.39.
Vak I.31.: categorie: kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ouderdieren/legkippen/mestdieren/andere.
identificatie: identificatie van het koppel van oorsprong en merknaam.
Deel II:
(1) Certificeren in geval van verzending naar een lidstaat met een door de Europese Unie erkende status als lidstaat waar niet tegen Newcastle disease wordt ingeënt, momenteel Finland en Zweden; zo niet moet deze verwijzing worden doorgehaald.
(1) a) hetzij [het pluimvee, de eendagskuikens of de broedeieren als hierboven beschreven, voldoet/voldoen aan artikel 14 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;]
(1) (2) hetzij [de eendagskuikens of broedeieren als hierboven beschreven, voldoen aan artikel 14, lid 1, en artikel 14, lid 2, eerste alinea, onder a) tot en met d), en tweede alinea, van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;]
(3) b) het pluimvee, de eendagskuikens of de broedeieren als hierboven beschreven, voldoet/voldoen aan artikel 15, lid 1, van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
(4) c) het pluimvee, de eendagskuikens of de broedeieren als hierboven beschreven, voldoet/voldoen aan (de) Besluit(en) …/…/EU van de Commissie tot vaststelling van aanvullende garanties ten aanzien van … (ziekte(n) vermelden) overeenkomstig artikel 16 of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
d) het pluimvee:
(1) hetzij [niet is ingeënt tegen Newcastle disease;]
(1) hetzij [is ingeënt tegen Newcastle disease met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
op … (datum) op de leeftijd van … weken;]
e) de eendagskuikens:
(1) hetzij [niet zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(1) hetzij [zijn ingeënt tegen Newcastle disease met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
op … (datum);]
f) het pluimvee waarvan de eendagskuikens afkomstig zijn:
(1) hetzij [niet is ingeënt tegen Newcastle disease;]
(1) hetzij [is ingeënt tegen Newcastle disease met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
op … (datum) op de leeftijd van … weken;]
g) het pluimvee waarvan de broedeieren afkomstig zijn:
(1) hetzij [niet is ingeënt tegen Newcastle disease.]
(1) hetzij [is ingeënt tegen Newcastle disease met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
(5) (8) a) het pluimvee, de eendagskuikens of de broedeieren afkomstig is/zijn van een koppel dat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad is getest op salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid.
Datum van de laatste bemonstering van het koppel waarvan het testresultaat bekend is: …
Pluimvee, eendagskuikens en broedeieren in partijen van minder dan 20 stuks (met uitzondering van loopvogels en broedeieren daarvan)
II. Informatie over de gezondheid
II.a. Referentienummer certificaat
II.b.
(1) (6) hetzij [positief,]
(1) (6) hetzij [negatief,]
(5) b) en dat, als het fokpluimvee, eendagskuikens of broedeieren voor vermeerderingsdoeleinden betreft, in het kader van het in punt II.2., onder a), bedoelde bestrijdingsprogramma noch Salmonella Enteritidis, noch Salmonella Typhimurium werd gevonden.
II.3. Aanvullende gezondheidsverklaring
(1) II.3.1. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Beschikking 2006/415/EG van de Commissie.
(1) II.3.2. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Beschikking 2006/563/EG van de Commissie.
(1) (7) II.3.3. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Besluit …/…/EU van de Commissie betreffende vaccinatie tegen aviaire influenza.
Opmerkingen
Deel I:
Vak I.16.: registratienummer (voor wagons, containers en vrachtwagens), vluchtnummer of naam van het schip.
Vak I.19.: de juiste GS-codes gebruiken: 01.05, 01.06.39, 04.07.
Vak I.31.: categorie: kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ouderdieren/legkippen/mestdieren/andere.
identificatie: identificatie van de koppels van oorsprong.
leeftijd: datum van verzameling (voor broedeieren) of leeftijd bij benadering (voor pluimvee) invullen.
Deel II:
(1) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(2) Alleen van toepassing als aan II.3.1. of II.3.2. is voldaan.
(3) Certificeren in geval van verzending naar een lidstaat met een door de Europese Unie erkende status als lidstaat waar niet tegen Newcastle disease wordt ingeënt, momenteel Finland en Zweden; zo niet moet deze verwijzing worden doorgehaald.
(4) Invullen indien van toepassing.
(5) De garanties in punt II.2 gelden alleen als het pluimvee of de eendagskuikens behoren tot, of de broedeieren afkomstig zijn van, de soort Gallus gallus of kalkoenen.
(6) Als voor de hierna vermelde serotypen een of meer van de resultaten positief waren tijdens de levensduur van het koppel, aangeven als positief:
koppels fokpluimvee van Gallus gallus: Salmonella Hadar, Salmonella Virchow en Salmonella Infantis;
koppels gebruikspluimvee: Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium.
(7) Geldt alleen voor lidstaten waar volgens een door de Europese Unie goedgekeurd vaccinatieprogramma tegen aviaire influenza wordt ingeënt.
(8) In het geval van primaire productie van pluimvee voor particulier huishoudelijk gebruik of die leidt tot rechtstreekse levering, door de producent, van kleine hoeveelheden primaire producten aan de eindverbruiker of plaatselijke detailhandelszaken die de producten rechtstreeks aan de eindverbruiker leveren, overeenkomstig artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2160/2003, moet onmiddellijk vóór verzending een geschikte test worden uitgevoerd en moet de datum van die test worden ingevuld.
De kleur van het stempel en de handtekening moet verschillen van de kleur van de andere gegevens op het certificaat.
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het hierboven beschreven pluimvee:
(1) a) hetzij [voldoet aan de artikelen 11 en 18 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;]
(1) (2) hetzij [voldoet aan artikel 11 onder a), b) en c), en artikel 18 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;]
(3) b) voldoet aan artikel 15, lid 1, onder d), van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
(4) c) voldoet aan (de) Besluit(en) …/…/EU van de Commissie tot vaststelling van aanvullende garanties ten aanzien van … (ziekte(n) vermelden) overeenkomstig artikel 16 of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
(1) d) hetzij [niet is ingeënt tegen Newcastle disease;]
(1) hetzij [is ingeënt tegen Newcastle disease met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
op … (datum) op de leeftijd van … weken;]
(5) e) voldoet aan artikel 13 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad.
II.2. Verklaring inzake de volksgezondheid
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het hierboven beschreven pluimvee:
(6) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad is getest op salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid.
Datum van de laatste bemonstering van het koppel waarvan het testresultaat bekend is: …
Resultaat van alle testen in het koppel:
(1) (7) hetzij [positief.]
(1) (7) hetzij [negatief.]
II.3. Aanvullende gezondheidsverklaring
(1) II.3.1. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Beschikking 2006/415/EG van de Commissie.
(1) II.3.2. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Beschikking 2006/563/EG van de Commissie.
(1) (8) II.3.3. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Besluit …/…/EU van de Commissie betreffende vaccinatie tegen aviaire influenza.
Opmerkingen
Deel I:
Vak I.16.: registratienummer (voor wagons, containers en vrachtwagens), vluchtnummer of naam van het schip.
Vak I.19.: de juiste GS-codes gebruiken: 01.05, 01.06.39.
Vak I.31.: categorie: kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ouderdieren/legkippen/mestdieren/andere.
identificatie: identificatie van het ouderkoppel en merknaam.
leeftijd: leeftijd van het pluimvee bij benadering invullen.
(2) Alleen van toepassing als aan II.3.1. of II.3.2. is voldaan.
(3) Certificeren in geval van verzending naar een lidstaat met een door de Europese Unie erkende status als lidstaat waar niet tegen Newcastle disease wordt ingeënt, momenteel Finland en Zweden; zo niet moet deze verwijzing worden doorgehaald.
(4) Invullen indien van toepassing.
(5) Als de zending bestemd is voor Finland of Zweden; zo niet moet deze verwijzing worden doorgehaald.
(6) De garanties in punt II.2. gelden alleen voor slachtpluimvee van de soort Gallus gallus en voor kalkoenen.
(7) Als een of meer van de resultaten voor Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium positief waren tijdens de levensduur van het koppel, aangeven als positief.
(8) Geldt alleen voor lidstaten waar volgens een door de Europese Unie goedgekeurd vaccinatieprogramma tegen aviaire influenza wordt ingeënt.
De kleur van het stempel en de handtekening moet verschillen van de kleur van de andere gegevens op het certificaat.
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het hierboven beschreven pluimvee:
a) voldoet aan de artikelen 12 en 18 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
(1) b) voldoet aan artikel 15, lid 1), onder c), van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
(2) c) voldoet aan (de) Besluit(en) …/…/EU van de Commissie tot vaststelling van aanvullende garanties ten aanzien van … (ziekte(n) vermelden) overeenkomstig artikel 16 of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG van de Raad;
(3) d) hetzij [niet is ingeënt tegen Newcastle disease.]
(3) hetzij [is ingeënt tegen Newcastle disease met:
(naam en type (levend of geïnactiveerd) van de in het vaccin/de vaccins gebruikte NDV-stam)
op … (datum) op de leeftijd van … weken.]
II.2. Aanvullende gezondheidsverklaring
(3) II.2.1. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Beschikking 2006/605/EG van de Commissie.
(3) (4) II.2.2. Deze zending voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Besluit …/…/EU van de Commissie betreffende vaccinatie tegen aviaire influenza..
Opmerkingen
Deel I:
Vak I.16.: registratienummer (voor wagons, containers en vrachtwagens), vluchtnummer of naam van het schip.
Vak I.19.: de juiste GS-codes gebruiken: 01.05, 01.06.39.
Vak I.31.: categorie: kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ouderdieren/legkippen/mestdieren/andere.
identificatie: identificatie van de koppels van oorsprong.
leeftijd: leeftijd van het pluimvee bij benadering invullen.
Deel II:
(1) Certificeren in geval van verzending naar een lidstaat met een door de Europese Unie erkende status als lidstaat waar niet tegen Newcastle disease wordt ingeënt, momenteel Finland en Zweden; zo niet moet deze verwijzing worden doorgehaald.
(2) Invullen indien van toepassing.
(3) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(4) Geldt alleen voor lidstaten waar volgens een door de Europese Unie goedgekeurd vaccinatieprogramma tegen aviaire influenza wordt ingeënt.
De kleur van het stempel en de handtekening moet verschillen van de kleur van de andere gegevens op het certificaat.
(1) Met Salmonella Pullorum wordt bedoeld Salmonella enterica subspecies enterica serovar Gallinarum biochemische variant (biovar) Pullorum.
(2) Met Salmonella Gallinarum wordt bedoeld Salmonella enterica subspecies enterica serovar Gallinarum biochemische variant (biovar) Gallinarum.
(3) Met Salmonella arizonae wordt bedoeld Salmonella enterica subspecies arizonae serogroep K (O18) arizonae.
(*1) Bij serologisch onderzoek bij andere vogelsoorten dan kippen kan zich soms een onaanvaardbaar hoog percentage fout-positieve reacties voordoen.
(*2) Milieumonsters zijn in de regel niet geschikt om Salmonella Pullorum en Salmonella Gallinarum op betrouwbare wijze op te sporen.
(*3) Direct uitplaten van aseptisch afgenomen weefsels op een minimaal selectieve agar, zoals MacConkey-agar, kan ook zinvol zijn voor de diagnose.
(*4)Salmonella Pullorum en Salmonella Gallinarum groeien niet goed in het gemodificeerde semisolide Rappaport-Vassiliadis-medium (MRSV) dat voor de bewaking van zoönotische Salmonella spp. in de Unie wordt gebruikt.
(*5) Er bestaat op dit moment geen test die een onderscheid kan maken tussen de reactie op besmetting met Salmonella Pullorum en Salmonella Gallinarum en inenting tegen dit serotype.