|
28.10.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 282/29 |
VERORDENING (EU) Nr. 966/2010 VAN DE COMMISSIE
van 27 oktober 2010
tot opening van een onderzoek naar de mogelijke ontwijking van de bij Verordening (EG) nr. 91/2009 van de Raad ingestelde antidumpingmaatregelen op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China door de invoer van bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen, verzonden uit Maleisië en al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, en tot registratie van deze invoer
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 13, lid 3, en artikel 14, leden 3 en 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 13, lid 3, van de basisverordening heeft de Commissie besloten op eigen initiatief een onderzoek te openen naar de mogelijke ontwijking van de antidumpingmaatregelen die zijn ingesteld op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China. |
A. PRODUCT
|
(2) |
Het product waarvoor de antidumpingmaatregelen mogelijk worden ontweken, bestaat uit bepaalde soorten ijzeren of stalen (met uitzondering van roestvrij stalen) bevestigingsmiddelen, d.w.z. houtschroeven (met uitzondering van kraagschroeven), zelftappende schroeven, andere schroeven en bouten met kop (ook indien met bijbehorende moeren of sluitringen, maar met uitzondering van schroeven, gedraaid of gedecolleteerd uit massief materiaal en waarvan de dikte van de schacht niet meer bedraagt dan 6 mm en met uitzondering van schroeven en bouten voor het bevestigen van bestanddelen van spoorbanen) alsmede sluitringen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China die vallen onder de GN-codes 7318 12 90 , 7318 14 91 , 7318 14 99 , 7318 15 59 , 7318 15 69 , 7318 15 81 , 7318 15 89 , ex 7318 15 90 , ex 7318 21 00 en ex 7318 22 00 . |
|
(3) |
Het onderzochte product is hetzelfde als dat wat in de vorige overweging is omschreven, maar verzonden uit Maleisië, al dan niet van oorsprong uit Maleisië, en momenteel vallend onder dezelfde GN-codes als het betrokken product. |
B. BESTAANDE MAATREGELEN
|
(4) |
De maatregelen die thans gelden en mogelijkerwijs worden ontweken, zijn antidumpingmaatregelen die zijn ingesteld bij Verordening (EG) nr. 91/2009 van de Raad (2). |
C. MOTIVERING
|
(5) |
De Commissie beschikt over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de antidumpingmaatregelen op de invoer van het betrokken product worden ontweken door overlading via Maleisië. |
|
(6) |
De Commissie beschikt over het volgende voorlopige bewijsmateriaal: |
|
(7) |
Er heeft zich een significante verandering in het handelspatroon van de uitvoer uit de Volksrepubliek China en Maleisië naar de Unie voorgedaan na de instelling van de maatregelen ten aanzien van het betrokken product, waarvoor, behoudens de instelling van het recht, geen voldoende reden of verklaring is. |
|
(8) |
Deze verandering in het handelspatroon lijkt te zijn veroorzaakt door overlading van bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China via Maleisië. |
|
(9) |
Voorts zijn er aanwijzingen dat de corrigerende werking van de thans geldende antidumpingmaatregelen op het betrokken product wordt ondermijnd, zowel wat de hoeveelheid als wat de prijs betreft. In plaats van het betrokken product blijken aanzienlijke hoeveelheden van het onderzochte product te worden ingevoerd. Bovendien zijn er voldoende aanwijzingen dat deze toegenomen invoer plaatsvindt tegen prijzen die veel lager zijn dan de geen schade veroorzakende prijs die werd vastgesteld in het kader van het onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid. |
|
(10) |
Ten slotte beschikt de Commissie over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de prijzen van het onderzochte product dumpingprijzen zijn ten opzichte van de normale waarde die eerder voor het betrokken product is vastgesteld. |
|
(11) |
Mocht bij het onderzoek blijken dat er, naast overlading, ook andere ontwijkingspraktijken via Maleisië worden toegepast in de zin van artikel 13 van de basisverordening, dan kan het onderzoek ook op die praktijken betrekking hebben. |
D. PROCEDURE
|
(12) |
Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat er voldoende bewijsmateriaal is om een onderzoek te openen overeenkomstig artikel 13 van de basisverordening en de invoer van het onderzochte product, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, te registreren overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening. |
a) Vragenlijsten
|
(13) |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de bekende producenten-exporteurs en de bekende verenigingen van producenten-exporteurs in Maleisië, aan de bekende producenten-exporteurs en de bekende verenigingen van producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China, aan de bekende importeurs en de bekende verenigingen van importeurs in de Unie en aan de autoriteiten van de Volksrepubliek China en Maleisië. Zo nodig kunnen ook inlichtingen worden ingewonnen bij de bedrijfstak van de Unie. |
|
(14) |
Alle belanghebbenden moeten in ieder geval zo spoedig mogelijk, en binnen de termijn die is vastgesteld in artikel 3 van deze verordening, contact opnemen met de Commissie en, zo nodig, binnen de in artikel 3, lid 1, van deze verordening vermelde termijn een vragenlijst aanvragen, daar de in artikel 3, lid 2, van deze verordening vermelde termijn op alle belanghebbenden van toepassing is. |
|
(15) |
De autoriteiten van de Volksrepubliek China en Maleisië zullen van de opening van het onderzoek op de hoogte worden gebracht. |
b) Schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie
|
(16) |
Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening kan de invoer van het onderzochte product van registratie of maatregelen worden vrijgesteld als deze invoer niet plaatsvindt met ontwijking van de maatregelen. |
|
(17) |
Aangezien de mogelijke ontwijking buiten de Unie plaatsvindt, kan overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening vrijstelling worden verleend aan producenten van bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen in Maleisië die kunnen aantonen dat zij niet verbonden zijn (3) met de producenten waarop de maatregelen van toepassing zijn (4) en dat zij niet betrokken zijn bij enige ontwijking als omschreven in artikel 13, leden 1 en 2, van de basisverordening. Producenten die een vrijstelling wensen te krijgen, moeten binnen de in artikel 3, lid 3, van deze verordening vermelde termijn een voldoende met bewijsmateriaal gestaafd verzoek daartoe indienen. |
E. REGISTRATIE
|
(18) |
Ingevolge artikel 14, lid 5, van de basisverordening dient de invoer van het betrokken product te worden geregistreerd zodat, indien bij het onderzoek blijkt dat er van ontwijking sprake is, met terugwerkende kracht passende antidumpingrechten kunnen worden geheven vanaf de dag waarop met de registratie van deze uit Maleisië verzonden invoer is begonnen. |
F. TERMIJNEN
|
(19) |
Voor een behoorlijk bestuur moeten termijnen worden vastgesteld waarbinnen:
|
|
(20) |
De aandacht wordt erop gevestigd dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de in artikel 3 van deze verordening vermelde termijn bij de Commissie kenbaar maakt. |
G. NIET-MEDEWERKING
|
(21) |
Indien een belanghebbende binnen de vastgestelde termijnen toegang tot de nodige gegevens weigert of deze niet verstrekt, dan wel het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin. |
|
(22) |
Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, wordt deze buiten beschouwing gelaten en kan gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens. Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en de bevindingen daarom overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kunnen de resultaten voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan indien hij wel medewerking had verleend. |
H. TIJDSCHEMA VOOR HET ONDERZOEK
|
(23) |
Het onderzoek zal overeenkomstig artikel 13, lid 3, van de basisverordening binnen negen maanden na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden afgesloten. |
I. VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS
|
(24) |
Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (5). |
J. HEARING
|
(25) |
Indien belanghebbenden van mening zijn dat zij bij de uitoefening van hun recht van verweer moeilijkheden ondervinden, kunnen zij vragen dat de voor de hearing bevoegde ambtenaar van directoraat-generaal Handel wordt ingeschakeld. Hij fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de diensten van de Commissie en kan zo nodig aanbieden te bemiddelen in procedurele kwesties aangaande de bescherming van hun belangen tijdens de procedure, met name voor kwesties inzake toegang tot het dossier, vertrouwelijkheid, verlenging van termijnen en behandeling van schriftelijke en/of mondelinge opmerkingen. Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de webpagina's van de voor de hearing bevoegde ambtenaar op de website van directoraat-generaal Handel (http://ec.europa.eu/trade). |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Er wordt een onderzoek geopend overeenkomstig artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 om te bepalen of de invoer in de Europese Unie van bepaalde soorten ijzeren of stalen (met uitzondering van roestvrij stalen) bevestigingsmiddelen, d.w.z. houtschroeven (met uitzondering van kraagschroeven), zelftappende schroeven, andere schroeven en bouten met kop (ook indien met bijbehorende moeren of sluitringen, maar met uitzondering van schroeven, gedraaid of gedecolleteerd uit massief materiaal en waarvan de dikte van de schacht niet meer bedraagt dan 6 mm en met uitzondering van schroeven en bouten voor het bevestigen van bestanddelen van spoorbanen) alsmede sluitringen, verzonden uit Maleisië en al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, die momenteel vallen onder de GN-codes ex 7318 12 90 , ex 7318 14 91 , ex 7318 14 99 , ex 7318 15 59 , ex 7318 15 69 , ex 7318 15 81 , ex 7318 15 89 , ex 7318 15 90 , ex 7318 21 00 en ex 7318 22 00 (TARIC-codes 7318 12 90 11, 7318 12 90 91, 7318 14 91 11, 7318 14 91 91, 7318 14 99 11, 7318 14 99 91, 7318 15 59 11, 7318 15 59 61, 7318 15 59 81, 7318 15 69 11, 7318 15 69 61, 7318 15 69 81, 7318 15 81 11, 7318 15 81 61, 7318 15 81 81, 7318 15 89 11, 7318 15 89 61, 7318 15 89 81, 7318 15 90 21, 7318 15 90 71, 7318 15 90 91, 7318 21 00 31, 7318 21 00 95, 7318 22 00 31 en 7318 22 00 95), de bij Verordening (EG) nr. 91/2009 ingestelde maatregelen ontwijkt.
Artikel 2
De douaneautoriteiten wordt overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 opgedragen de nodige maatregelen te nemen om de invoer in de Unie van de in artikel 1 van deze verordening omschreven goederen te registreren.
De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.
De Commissie kan de douaneautoriteiten bij verordening opdragen de registratie van de invoer in de Unie te beëindigen indien de betrokken producten zijn vervaardigd door producenten die een vrijstelling van registratie hebben aangevraagd en van wie is vastgesteld dat zij aan de voorwaarden voor een vrijstelling voldoen.
Artikel 3
Vragenlijsten dienen bij de Commissie te worden aangevraagd binnen 15 dagen na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, dienen binnen 37 dagen na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie, tenzij anders vermeld, contact met de Commissie op te nemen, hun standpunt uiteen te zetten en de Commissie de antwoorden op de vragenlijst en eventuele andere gegevens te doen toekomen.
Producenten in Maleisië die vrijstelling wensen te verkrijgen van registratie van de invoer of van de maatregelen dienen binnen dezelfde termijn van 37 dagen een met bewijsmateriaal gestaafd verzoek in te dienen.
Binnen dezelfde termijn van 37 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord.
Inlichtingen, verzoeken om een mondeling onderhoud, om vragenlijsten of om vrijstelling van registratie bij invoer of van de maatregelen moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de belanghebbende. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de informatie waarom in deze verordening wordt verzocht, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die als vertrouwelijk zijn te beschouwen, moeten van het opschrift „Limited” (6) zijn voorzien en moeten overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de basisverordening vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie met het opschrift „For inspection by interested parties”.
Correspondentieadres van de Commissie:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat H |
|
Kamer: N105 4/92 |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
|
Fax +32 22978486 |
|
E-mail: TRADE-AD-FASTENERS-MALAYSIA@ec.europa.eu |
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 oktober 2010.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.
(2) PB L 29 van 31.1.2009, blz. 1.
(3) Overeenkomstig artikel 143 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie houdende bepalingen ter uitvoering van het communautaire douanewetboek worden personen enkel geacht te zijn verbonden indien: a) zij functionaris of directeur zijn van elkaars bedrijven; b) zij door de wettelijke bepalingen worden erkend als in zaken verbonden; c) zij werkgever en werknemer zijn; d) enig persoon, direct of indirect, 5 % of meer van het stemgerechtigde uitstaande kapitaal of aandelen van beiden bezit, controleert of houdt; e) één van hen de ander, direct of indirect, controleert; f) beiden, direct of indirect, worden gecontroleerd door een derde persoon; g) zij samen, direct of indirect, een derde persoon controleren; of h) zij behoren tot dezelfde familie. Personen worden slechts geacht leden te zijn van dezelfde familie indien zij op een van de volgende wijzen met elkaar bloed- of aanverwant zijn: i) echtgenoot en echtgenote, ii) ouder en kind, iii) broers en zusters (of halfbroers en halfzusters), grootouder en kleinkind, v) oom of tante en neef of nicht (oomzeggers), vi) schoonouder en schoondochter of schoonzoon, vii) zwagers en schoonzusters (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1). In deze context wordt onder „persoon” iedere natuurlijke of rechtspersoon verstaan.
(4) Indien producenten evenwel in bovenbedoelde zin verbonden zijn met ondernemingen die onderworpen zijn aan de maatregelen die van kracht zijn ten aanzien van de invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China (de oorspronkelijke antidumpingmaatregelen), kan hun toch vrijstelling worden verleend als er geen bewijs is dat die verbondenheid tot stand is gekomen of gebruikt werd om de oorspronkelijke maatregelen te ontwijken.
(5) PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.
(6) Dit betekent dat het document uitsluitend voor intern gebruik bestemd is. Het document is beschermd krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Het document is vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van de basisverordening en artikel 6 van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst).