|
18.9.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 246/33 |
VERORDENING (EU) Nr. 823/2010 VAN DE COMMISSIE
van 17 september 2010
tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 452/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de productie en ontwikkeling van statistieken over onderwijs en een leven lang leren, wat betreft statistieken over de deelname van volwassenen aan een leven lang leren
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Verordening (EG) nr. 452/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 betreffende de productie en de ontwikkeling van statistieken over onderwijs en een leven lang leren (1), en met name op artikel 6, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 452/2008 is een gemeenschappelijk raamwerk vastgesteld voor de systematische productie van Europese statistieken over onderwijs en een leven lang leren. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 452/2008 moet de Commissie bepaalde uitvoeringsmaatregelen vaststellen om zeker te stellen dat de toe te zenden gegevens van hoge kwaliteit zijn. |
|
(3) |
Er moeten maatregelen worden vastgesteld ter uitvoering van afzonderlijke statistische werkzaamheden voor de productie van statistieken over de deelname van volwassenen aan een leven lang leren als omschreven in deelgebied 2 van Verordening (EG) nr. 452/2008. |
|
(4) |
Bij de productie en verspreiding van Europese statistieken over onderwijs en een leven lang leren moeten de nationale en Europese statistische instanties rekening houden met de beginselen van de praktijkcode Europese statistieken, die de Commissie in haar Aanbeveling van 25 mei 2005 over de onafhankelijkheid, integriteit en verantwoordingsplicht van de nationale en communautaire statistische instanties heeft bekrachtigd (2). |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor het Europees statistisch systeem, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De verzameling van gegevens voor de eerste enquête over deelname en niet-deelname van volwassenen aan een leven lang leren (enquête volwasseneneducatie) vindt plaats van 1 juli 2011 tot en met 30 juni 2012. De referentieperiode waarvan de gegevens over de deelname aan activiteiten in het kader van een leven lang leren worden verzameld, zijn de twaalf maanden voorafgaand aan de verzamelperiode.
De gegevens worden elke vijf jaar verzameld.
Artikel 2
De enquête betreft de leeftijdsgroep van 25-64 jaar. De leeftijdsgroepen 18-24 jaar en 65-69 jaar zijn voor de enquête facultatief.
Artikel 3
De variabelen betreffende de thema's van de enquête als gespecificeerd in deelgebied 2 van Verordening (EG) nr. 452/2008 en de uitsplitsingen ervan worden in bijlage I bij de onderhavige verordening vastgesteld.
Artikel 4
De gegevensbronnen en steekproefomvang betreffende deelgebied 2 zijn in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 452/2008 gespecificeerd. De steekproef- en nauwkeurigheidsvereisten om aan deze eisen te voldoen worden in bijlage II bij de onderhavige verordening gespecificeerd.
Artikel 5
De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) een kwaliteitsverslag over de enquête naar deelname en niet-deelname van volwassenen aan een leven lang leren overeenkomstig de in artikel 4, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 452/2008 genoemde kwaliteitscriteria en de overige eisen die in bijlage III bij de onderhavige verordening worden gespecificeerd.
Artikel 6
Met het oog op een vergaande harmonisatie van de enquêteresultaten tussen de landen stelt de Commissie (Eurostat) in nauwe samenwerking met de lidstaten een handleiding voor de enquête volwasseneneducatie voor waarin methodologische en praktische aanbevelingen en richtsnoeren voor de uitvoering van de enquête, alsmede een standaardvragenlijst zijn opgenomen.
Artikel 7
Binnen zes maanden na het einde van de nationale verzamelperiode verstrekken de lidstaten de Commissie (Eurostat) schone microgegevensbestanden.
Binnen drie maanden na de verstrekking van de microgegevensbestanden verstrekken de lidstaten de Commissie (Eurostat) het kwaliteitsverslag.
Artikel 8
De in deze verordening gespecificeerde eisen zijn minimumeisen. De lidstaten kunnen op nationaal niveau nadere eisen specificeren, op voorwaarde dat wordt voldaan aan de kwaliteitseisen uit hoofde van deze verordening.
Artikel 9
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 september 2010.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 145 van 4.6.2008, blz. 227.
(2) COM(2005) 217 definitief.
BIJLAGE I
Variabelen
Opmerkingen over de tabel:
Alle variabelen moeten worden verstrekt, tenzij onder de naam van de variabele „facultatief” staat. De in artikel 7 bedoelde gegevens en metagegevens worden langs elektronische weg aan Eurostat ter beschikking gesteld met behulp van het centrale punt voor gegevenstoezending of andere passende IT-hulpmiddelen. De codes en codelijsten in de onderstaande tabel zijn slechts ter indicatie. In de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie verstrekt de Commissie (Eurostat) de formaten voor de indiening van de gegevens.
|
Naam variabele en status |
Code |
Omschrijving |
Betreft |
||
|
COUNTRY |
|
LAND VAN VERBLIJF |
iedereen |
||
|
|
2 cijfers |
Gebaseerd op de ISO-landennomenclatuur, zie voor bijzonderheden de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
REGION |
|
REGIO VAN VERBLIJF |
iedereen |
||
|
|
2 cijfers |
Codering overeenkomstig NUTS op 2-cijferniveau |
|
||
|
DEG_URB |
|
URBANISATIEGRAAD VAN HET GEBIED WAAR HET HUISHOUDEN WOONT |
iedereen |
||
|
|
1 |
Dichtbevolkt gebied |
|
||
|
|
2 |
Gebied met gemiddelde bevolkingsdichtheid |
|
||
|
|
3 |
Dunbevolkt gebied |
|
||
|
REFYEAR |
|
REFERENTIEJAAR VAN DE ENQUÊTE |
iedereen |
||
|
|
4 cijfers |
|
|
||
|
REFMONTH |
|
MAAND VAN DE ENQUÊTE |
iedereen |
||
|
|
1-12 |
|
|
||
|
RESPID |
|
Identificatie van de respondent |
iedereen |
||
|
|
numeriek |
Identificatiecode van elk record |
|
||
|
RESPWEIGHT |
|
WEGINGSCOËFFICIËNT VOOR INDIVIDUEN |
iedereen |
||
|
|
numeriek |
Wegingscoëfficiënt voor individuen (met drie door een punt gescheiden decimalen) |
|
||
|
NFEACTWEIGHT |
|
WEGINGSCOËFFICIËNT VOOR NIET-FORMELE ACTIVITEITEN |
NFENUM≥1 |
||
|
|
numeriek |
Wegingscoëfficiënt voor niet-formele activiteiten geselecteerd in NFERAND1 en NFERAND2 (met drie decimalen en de punt als decimaalteken) |
|
||
|
of |
numeriek (facultatief) |
Wegingscoëfficiënt voor niet-formele activiteiten geselecteerd in NFERAND1, NFERAND2 en NFERAND3 (met drie decimalen en de punt als decimaalteken) |
|
||
|
|
0 |
NFENUM = 0 |
|
||
|
INTMETHOD |
|
Gebruikte methode voor gegevensverzameling |
iedereen |
||
|
|
|
Voor codes zie de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
INTLANG |
|
Voor het interview gebruikte taal |
iedereen |
||
|
|
2 cijfers |
Codes gebaseerd op de ISO-landennomenclatuur; zie voor bijzonderheden de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
(HHNBPERS) |
|
AANTAL PERSONEN IN HET HUISHOUDEN (INCLUSIEF RESPONDENT) |
iedereen |
||
|
HHNBPERS_0_4 |
0-98 |
0-4 jaar |
|
||
|
HHNBPERS_5_13 |
0-98 |
5-13 jaar |
|
||
|
HHNBPERS_14_15 |
0-98 |
14-15 jaar |
|
||
|
HHNBPERS_16_24 |
0-98 |
16-24 jaar |
|
||
|
HHNBPERS_25_64 |
1-98 |
25-64 jaar |
|
||
|
HHNBPERS_65plus |
0-98 |
65 jaar en ouder |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
HHTYPE |
|
TYPE HUISHOUDEN |
iedereen |
||
|
|
10 |
Eenpersoonshuishouden |
|
||
|
|
21 |
Een ouder met kind(eren) jonger dan 25 jaar |
|
||
|
|
22 |
Paar zonder kind(eren) jonger dan 25 jaar |
|
||
|
|
23 |
Paar met kind(eren) jonger dan 25 jaar |
|
||
|
|
24 |
Paar of een ouder met kind(eren) jonger dan 25 jaar en andere personen in het huishouden |
|
||
|
|
30 |
Andere |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
HHLABOUR |
|
SAMENSTELLING HUISHOUDEN NAAR ARBEIDSSITUATIE |
iedereen |
||
|
HHLABOUR_EMP |
0-98 |
Aantal werkenden van 16-64 jaar in het huishouden |
|
||
|
HHLABOUR_NEMP |
0-98 |
Aantal werklozen of niet-actieven van 16-64 jaar in het huishouden |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
HHINCOME |
|
MAANDELIJKS NETTO-INKOMEN VAN HET HUISHOUDEN |
iedereen |
||
|
|
1 |
Minder dan het eerste deciel |
|
||
|
|
2 |
Tussen eerste en tweede deciel |
|
||
|
|
3 |
Tussen tweede en derde deciel |
|
||
|
|
4 |
Tussen derde en vierde deciel |
|
||
|
|
5 |
Tussen vierde en vijfde deciel |
|
||
|
|
6 |
Tussen vijfde en zesde deciel |
|
||
|
|
7 |
Tussen zesde en zevende deciel |
|
||
|
|
8 |
Tussen zevende en achtste deciel |
|
||
|
|
9 |
Tussen achtste en negende deciel |
|
||
|
|
10 |
Meer dan negende deciel |
|
||
|
|
0 |
Weigering (facultatief) |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
SEX |
|
GESLACHT |
iedereen |
||
|
|
1 |
Man |
|
||
|
|
2 |
Vrouw |
|
||
|
|
|
GEBOORTEJAAR EN -MAAND |
|
||
|
BIRTHYEAR |
4 cijfers |
Geboortejaar in vier cijfers |
iedereen |
||
|
BIRTHMONTH |
1-12 |
Geboortemaand in twee cijfers |
iedereen |
||
|
CITIZEN |
|
STAATSBURGERSCHAP |
iedereen |
||
|
|
0 |
Zelfde als land van verblijf |
|
||
|
|
2 cijfers |
Gebaseerd op de ISO-landennomenclatuur; zie voor bijzonderheden de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
BIRTHPLACE |
|
GEBOORTELAND |
iedereen |
||
|
|
0 |
Geboren in dit land |
|
||
|
|
2 cijfers |
Gebaseerd op de ISO-landennomenclatuur; zie voor bijzonderheden de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
RESTIME |
|
VERBLIJFSDUUR IN DIT LAND |
BIRTHPLACE ≠ 0 |
||
|
|
1 |
Een jaar en minder in dit land |
|
||
|
|
2-10 |
Aantal jaren, voor degenen die twee tot tien jaar in dit land verblijven |
|
||
|
|
11 |
Verblijft langer dan tien jaar in dit land |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (BIRTHPLACE = 0) |
|
||
|
MARSTALEGAL |
|
BURGERLIJKE STAAT |
iedereen |
||
|
|
1 |
Ongehuwd |
|
||
|
|
2 |
Gehuwd (inclusief geregistreerd partnerschap) |
|
||
|
|
3 |
Niet-hertrouwde weduwnaar/weduwe |
|
||
|
|
4 |
Gescheiden van tafel en bed en niet hertrouwd |
|
||
|
|
5 |
Gescheiden |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
MARSTADEFACTO |
|
FEITELIJKE SAMENLEVINGSVORM (samenwoning) |
iedereen |
||
|
|
1 |
Samenwonend |
|
||
|
|
2 |
Niet-samenwonend |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
HATLEVEL |
|
HOOGSTE NIVEAU VAN MET SUCCES AFGESLOTEN ONDERWIJS OF OPLEIDING |
iedereen |
||
|
|
01 |
Geen formeel onderwijs of lager dan ISCED 1 |
|
||
|
|
11 |
ISCED 1 |
|
||
|
|
21 |
ISCED 2 |
|
||
|
|
22 |
ISCED 3c (minder dan twee jaar) |
|
||
|
|
31 |
ISCED 3c (twee jaar of meer) |
|
||
|
|
32 |
ISCED 3 a, b |
|
||
|
|
30 |
ISCED 3 (geen onderscheid tussen a, b of c mogelijk) |
|
||
|
|
40 |
ISCED 4 |
|
||
|
|
51 |
ISCED 5b |
|
||
|
|
52 |
ISCED 5a |
|
||
|
|
60 |
ISCED 6 |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
HATFIELD |
|
ONDERWERP/INHOUD VAN HOOGSTE NIVEAU VAN MET SUCCES AFGESLOTEN ONDERWIJS OF OPLEIDING |
HATLEVEL = 22 tot 60 |
||
|
|
000 |
Algemeen vormende opleidingen |
|
||
|
|
100 |
Lerarenopleiding en pedagogiek |
|
||
|
|
200 |
Letteren en kunsten |
|
||
|
|
222 |
Vreemde talen |
|
||
|
|
300 |
Sociale wetenschappen, bedrijfskunde en rechten |
|
||
|
|
400 |
Fysische wetenschappen, wiskunde en informatica (geen onderscheid mogelijk) |
|
||
|
|
420 |
Biowetenschappen (inclusief biologie en milieukunde) |
|
||
|
|
440 |
Fysische wetenschappen (inclusief natuurkunde, scheikunde en aardwetenschappen) |
|
||
|
|
460 |
Wiskunde en statistiek |
|
||
|
|
481 |
Informatica |
|
||
|
|
482 |
Computergebruik |
|
||
|
|
500 |
Techniek, industrie en bouwkunde |
|
||
|
|
600 |
Landbouw en diergeneeskunde |
|
||
|
|
700 |
Gezondheidszorg en welzijn |
|
||
|
|
800 |
Diensten |
|
||
|
|
999 |
Niet bekend |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (HATLEVEL ≠ 22 tot 60) |
|
||
|
|
of 010-863 (facultatief) |
Onderwerp/inhoud facultatief in drie cijfers gecodeerd; zie voor bijzonderheden de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
HATYEAR |
|
JAAR WAARIN HET HOOGSTE ONDERWIJS- OF OPLEIDINGSNIVEAU MET SUCCES WERD AFGESLOTEN |
HATLEVEL ≠ 01, - 1 |
||
|
|
4 cijfers |
De vier cijfers invullen van het jaar waarin het hoogste onderwijs- of opleidingsniveau met succes werd afgesloten |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (HATLEVEL = 01, - 1) |
|
||
|
HATVOC (facultatief) |
|
RICHTING VAN HOOGSTE NIVEAU VAN MET SUCCES AFGESLOTEN ONDERWIJS OF OPLEIDING |
HATLEVEL = 22 tot 40 en (REFYEAR- HATYEAR) ≤ 20 |
||
|
|
1 |
Algemeen vormend onderwijs |
|
||
|
|
2 |
Beroepsonderwijs |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (HATLEVEL ≠ 22 tot 40 of (REFYEAR- HATYEAR) > 20 |
|
||
|
HATOTHER (facultatief) |
|
ANDER MET SUCCES AFGESLOTEN FORMEEL ONDERWIJS- OF OPLEIDINGPROGRAMMA DAN „HATLEVEL” |
HATLEVEL = 22 tot 60 en (REFYEAR- HATYEAR) ≤ 20 |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (HATLEVEL ≠ 22 tot 60 of (REFYEAR- HATYEAR) > 20 |
|
||
|
HATOTHER_LEVEL (facultatief) |
|
Niveau van het formele onderwijsprogramma |
HATOTHER = 1 |
||
|
|
22-60 |
Gecodeerd als HATLEVEL |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (HATOTHER ≠ 1) |
|
||
|
HATOTHER_VOC (facultatief) |
|
Richting van het formele onderwijsprogramma |
HATOTHER = 1 en HATOTHER_LEVEL = 22 tot 40 |
||
|
|
1-2 |
Gecodeerd als HATVOC |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (HATOTHER ≠ 1 of HATOTHER_LEVEL ≠ 22 tot 40) |
|
||
|
HATOTHER_FIELD (facultatief) |
|
Onderwerp/inhoud van het formele onderwijsprogramma |
HATOTHER = 1 en HATOTHER_LEVEL = 22 tot 60 |
||
|
|
000-800 |
Gecodeerd als HATFIELD |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (HATOTHER ≠ 1 of HATOTHER_LEVEL ≠ 22 tot 60) |
|
||
|
HATCOMP (facultatief) |
|
PROCEDURE INGELEID VOOR ERKENNING VAN VAARDIGHEDEN EN COMPETENTIES |
iedereen |
||
|
|
1 |
Ja, certificaat verkregen |
|
||
|
|
2 |
Ja, procedure loopt |
|
||
|
|
3 |
Nee |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
HATCOMPHIGH (facultatief) |
|
ERKENNING VAN VAARDIGHEDEN EN COMPETENTIES GEEFT TOEGANG TOT EEN HOGER FORMEEL ONDERWIJSPROGRAMMA DAN HET IN „HATLEVEL” GENOEMDE NIVEAU |
HATCOMP = 1,2 en HATLEVEL ≠ 01, - 1 |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (HATCOMP ≠ 1,2 of HATLEVEL = 01, - 1) |
|
||
|
DROPHIGH |
|
FORMEEL ONDERWIJS VAN HOGER NIVEAU DAN IN „HATLEVEL” ZONDER DIPLOMA VERLATEN |
HATLEVEL ≠ 01, - 1 en (REFYEAR- HATYEAR) ≤ 20 |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (HATLEVEL = 01, - 1 of (REFYEAR- HATYEAR) > 20) |
|
||
|
DROPLEVEL |
|
NIET VOLTOOID NIVEAU VAN FORMEEL ONDERWIJS |
DROPHIGH = 1 |
||
|
|
21 |
ISCED 2 |
|
||
|
|
22 |
ISCED 3c (minder dan twee jaar) |
|
||
|
|
31 |
ISCED 3c (twee jaar of meer) |
|
||
|
|
32 |
ISCED 3 a, b |
|
||
|
|
30 |
ISCED 3 (geen onderscheid tussen a, b of c mogelijk) |
|
||
|
|
40 |
ISCED 4 |
|
||
|
|
51 |
ISCED 5b |
|
||
|
|
52 |
ISCED 5a |
|
||
|
|
60 |
ISCED 6 |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (DROPHIGH ≠ 1) |
|
||
|
DROPVOC (facultatief) |
|
RICHTING VAN HET NIET-VOLTOOIDE FORMELE ONDERWIJS |
DROPLEVEL = 22 tot 40 en (REFYEAR- HATYEAR) ≤ 20 |
||
|
|
1 |
Algemeen vormend onderwijs |
|
||
|
|
2 |
Beroepsonderwijs |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (DROPLEVEL ≠ 22 tot 40 of (REFYEAR- HATYEAR) > 20 |
|
||
|
MAINSTAT |
|
VOORNAAMSTE HUIDIGE ARBEIDSSITUATIE |
iedereen |
||
|
|
|
Heeft een baan of beroepsbezigheid, met inbegrip van onbetaald werk voor een familiebedrijf, met inbegrip van een praktijkopleiding, betaalde stage enz.: |
|
||
|
|
11 |
|
|
||
|
|
12 |
|
|
||
|
|
20 |
Werkloos |
|
||
|
|
31 |
Leerling, student, opleiding, onbetaalde stage |
|
||
|
|
32 |
Gepensioneerd of vervroegd uitgetreden of zelfstandige activiteit opgegeven |
|
||
|
|
33 |
Blijvend arbeidsongeschikt |
|
||
|
|
34 |
Militaire dienstplicht |
|
||
|
|
35 |
Doet het huishouden |
|
||
|
|
36 |
Anderszins niet-actief |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
JOBSTAT |
|
POSITIE IN HET BEDRIJF |
MAINSTAT = 11, 12 |
||
|
|
11 |
Werkgever |
|
||
|
|
12 |
Zelfstandige zonder werknemers |
|
||
|
|
21 |
Werknemer met een vaste baan of een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd |
|
||
|
|
22 |
Werknemer met een tijdelijke baan of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd |
|
||
|
|
30 |
Medewerkend gezinslid |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (MAINSTAT ≠ 11, 12) |
|
||
|
JOBISCO |
|
BEROEP |
MAINSTAT = 11, 12 |
||
|
|
2 cijfers |
ISCO-08, gecodeerd op 2-cijferniveau |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (MAINSTAT ≠ 11,12) |
|
||
|
LOCNACE |
|
ECONOMISCHE ACTIVITEIT VAN DE LOKALE EENHEID |
MAINSTAT = 11, 12 |
||
|
|
2 cijfers |
NACE Rev. 2, gecodeerd op 2-cijferniveau |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (MAINSTAT ≠ 11, 12) |
|
||
|
LOCSIZEFIRM |
|
AANTAL WERKENDE PERSONEN IN DE LOKALE EENHEID |
JOBSTAT = 11, 21, 22, 30 |
||
|
|
1 |
1 t/m 10 personen |
|
||
|
|
2 |
11 t/m 19 personen |
|
||
|
|
3 |
20 t/m 49 personen |
|
||
|
|
4 |
50 t/m 249 personen |
|
||
|
|
5 |
250 of meer personen |
|
||
|
|
7 |
Onbekend, maar 10 of meer personen |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (JOBSTAT ≠ 11, 21, 22, 30) |
|
||
|
JOBTIME |
|
JAAR WAARIN DE BETROKKENE IN HUIDIGE EERSTE WERKKRING IS BEGONNEN |
MAINSTAT = 11, 12 |
||
|
|
4 cijfers |
Desbetreffende jaar in vier cijfers |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (MAINSTAT ≠ 1,2) |
|
||
|
|
|
HOOGSTE NIVEAU VAN DOOR OUDERS (VOOGD) MET SUCCES AFGESLOTEN ONDERWIJS OF OPLEIDING |
iedereen |
||
|
HATFATHER |
|
VADER (MANNELIJKE VOOGD) |
|
||
|
|
1 |
Lager middelbaar of minder |
|
||
|
|
2 |
Hoger middelbaar |
|
||
|
|
3 |
Tertiair/hoger |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
HATMOTHER |
|
MOEDER (VROUWELIJKE VOOGD) |
iedereen |
||
|
|
1 |
Lager middelbaar of minder |
|
||
|
|
2 |
Hoger middelbaar |
|
||
|
|
3 |
Tertiair/hoger |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
|
BEROEP VAN DE OUDERS (VOOGD) |
iedereen |
||
|
ISCOFATHER |
|
HOOFDBEROEP VAN DE VADER |
|
||
|
(facultatief) |
0-9 |
ISCO-08, gecodeerd op 1-cijferniveau |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (vader heeft nooit een baan gehad, geen vader) |
|
||
|
ISCOMOTHER |
|
HOOFDBEROEP VAN DE MOEDER |
iedereen |
||
|
(facultatief) |
0-9 |
ISCO-08, gecodeerd op 1-cijferniveau |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (moeder heeft nooit een baan gehad, geen moeder) |
|
||
|
SEEKINFO |
|
HEEFT IN DE LAATSTE 12 MAANDEN INFORMATIE OVER OPLEIDINGSMOGELIJKHEDEN GEZOCHT |
iedereen |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
SEEKFOUND |
|
INFORMATIE GEVONDEN |
SEEKINFO = 1 |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (SEEKINFO ≠ 1) |
|
||
|
SEEKSOURCE |
|
INFORMATIEBRON |
SEEKINFO = 1 |
||
|
|
0 |
Geen van onderstaande bronnen |
|
||
|
|
1-7 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van 7 bronnen |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (SEEKINFO ≠ 1) |
|
||
|
|
|
Lijst van bronnen (meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
SEEKSOURCE_1 |
|
Internet |
|
||
|
SEEKSOURCE_2 |
|
Gezinslid, buur, collega |
|
||
|
SEEKSOURCE_3 |
|
Werkgever |
|
||
|
SEEKSOURCE_4 |
|
Begeleidingsdiensten (bv. beroepskeuzevoorlichting door bureau voor arbeidsvoorziening) |
|
||
|
SEEKSOURCE_5 |
|
Onderwijs- of opleidingsinstelling (school, hogeschool, centrum, universiteit) |
|
||
|
SEEKSOURCE_6 |
|
Massamedia (tv, radio, kranten, affiche) |
|
||
|
SEEKSOURCE_7 |
|
Boeken |
|
||
|
|
|
Elke SEEKSOURCE_x-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd, -2 voor niet van toepassing (SEEKINFO ≠ 1) |
|
||
|
FED |
|
DEELNAME AAN FORMEEL ONDERWIJS IN DE LAATSTE 12 MAANDEN |
iedereen |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
FEDNUM |
|
AANTAL ACTIVITEITEN IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS WAARAAN IN DE LAATSTE 12 MAANDEN IS DEELGENOMEN |
FED = 1 |
||
|
|
0 |
Geen (FED = 2) |
|
||
|
|
1-3 |
Aantal activiteiten |
|
||
|
FEDLEVEL |
|
NIVEAU VAN DE RECENTSTE ACTIVITEIT IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS |
FEDNUM ≥ 1 |
||
|
|
11 |
ISCED 1 |
|
||
|
|
21 |
ISCED 2 |
|
||
|
|
22 |
ISCED 3c (minder dan twee jaar) |
|
||
|
|
31 |
ISCED 3c (twee jaar of meer) |
|
||
|
|
32 |
ISCED 3 a, b |
|
||
|
|
40 |
ISCED 4 (zonder onderscheid tussen a, b of c) |
|
||
|
|
51 |
ISCED 5b |
|
||
|
|
52 |
ISCED 5a |
|
||
|
|
60 |
ISCED 6 |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
FEDFIELD |
|
ONDERWERP/INHOUD VAN DE RECENTSTE ACTIVITEIT IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS |
FEDNUM ≥ 1 en FEDLEVEL = 22 tot 60 |
||
|
|
|
Gebaseerd op de ISCED 1997 — onderwerp/inhoud van onderwijs |
|
||
|
|
010 |
Basisprogramma’s |
|
||
|
|
080 |
Taal- en rekenvaardigheid |
|
||
|
|
090 |
Persoonlijke ontwikkeling |
|
||
|
|
140 |
Lerarenopleiding en pedagogiek |
|
||
|
|
210 |
Kunsten |
|
||
|
|
220 |
Humaniora |
|
||
|
|
222 |
Vreemde talen |
|
||
|
|
310 |
Sociale en gedragswetenschappen |
|
||
|
|
320 |
Journalistiek en informatie |
|
||
|
|
340 |
Bedrijfskunde en administratie |
|
||
|
|
380 |
Rechten |
|
||
|
|
420 |
Biowetenschappen |
|
||
|
|
440 |
Fysische wetenschappen |
|
||
|
|
460 |
Wiskunde en statistiek |
|
||
|
|
481 |
Informatica |
|
||
|
|
482 |
Computergebruik |
|
||
|
|
520 |
Techniek en technische dienstverlening |
|
||
|
|
540 |
Industrie en procestechniek |
|
||
|
|
580 |
Architectuur en bouwkunde |
|
||
|
|
620 |
Landbouw, bosbouw en visserij |
|
||
|
|
640 |
Diergeneeskunde |
|
||
|
|
720 |
Gezondheidszorg |
|
||
|
|
760 |
Maatschappelijke dienstverlening |
|
||
|
|
810 |
Persoonlijke dienstverlening |
|
||
|
|
840 |
Vervoerswetenschappen en logistiek |
|
||
|
|
850 |
Milieubescherming |
|
||
|
|
860 |
Veiligheid |
|
||
|
|
999 |
Onbekend of niet gespecificeerd |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDNUM = 0 of FEDLEVEL ≠ 22 tot 60) |
|
||
|
|
of 010-863 (facultatief) |
Onderwerp/inhoud facultatief in drie cijfers gecodeerd, zie voor bijzonderheden de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
FEDVOC |
|
RICHTING VAN HET RECENTSTE ONDERWIJS OF DE RECENTSTE OPLEIDING |
FEDLEVEL = 22 tot 40 |
||
|
|
1 |
Algemeen vormend onderwijs |
|
||
|
|
2 |
Beroepsonderwijs |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDLEVEL ≠ 22 tot 40) |
|
||
|
FEDMETHOD |
|
VOORNAAMSTE LEERMETHODE BIJ DE RECENTSTE ACTIVITEIT IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS |
FEDNUM ≥ 1 |
||
|
|
1 |
Traditionele (frontale) onderwijsmethode |
|
||
|
|
2 |
Afstandsonderwijs met behulp van een online- of offlinecomputer |
|
||
|
|
3 |
Afstandsonderwijs met behulp van traditioneel lesmateriaal |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
FEDREASON |
|
REDENEN OM AAN DE RECENTSTE ACTIVITEIT OP HET GEBIED VAN FORMEEL ONDERWIJS DEEL TE NEMEN |
FEDNUM ≥ 1 |
||
|
|
0 |
Geen van onderstaande redenen |
|
||
|
|
1-9 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van 9 redenen |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
|
|
Lijst van redenen (meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
FEDREASON_01 |
|
Om mijn werk beter te doen en/of mijn carrièremogelijkheden te vergroten |
|
||
|
FEDREASON_02 |
|
Om minder snel mijn baan te verliezen |
|
||
|
FEDREASON_03 |
|
Om mijn kansen op een baan te vergroten of om van baan/beroep te veranderen |
|
||
|
FEDREASON_04 |
|
Om mijn eigen bedrijf te starten |
|
||
|
FEDREASON_05 |
|
Deelname was verplicht |
|
||
|
FEDREASON_06 |
|
Om kennis/vaardigheden te verwerven die nuttig zijn voor mijn dagelijks leven |
|
||
|
FEDREASON_07 |
|
Om mijn kennis/vaardigheden te verbeteren met betrekking tot een onderwerp dat me interesseert |
|
||
|
FEDREASON_08 |
|
Om een certificaat te verkrijgen |
|
||
|
FEDREASON_09 |
|
Om nieuwe mensen te leren kennen/omdat ik het leuk vind |
|
||
|
|
|
Elke FEDREASON_x-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd, -2 voor niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
FEDWORKTIME |
|
RECENTSTE ACTIVITEIT IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS TIJDENS BETAALDE WERKTIJD (INCLUSIEF BETAALD VERLOF OF RECUPERATIEVERLOF) |
FEDNUM ≥ 1 |
||
|
|
1 |
Alleen tijdens betaalde werkuren |
|
||
|
|
2 |
Vooral tijdens betaalde werkuren |
|
||
|
|
3 |
Vooral buiten betaalde werkuren |
|
||
|
|
4 |
Alleen buiten betaalde werkuren |
|
||
|
|
5 |
De betrokkene had toen geen werk |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
(FEDVOLUME) |
|
LESOMVANG VAN DE RECENTSTE ACTIVITEIT IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS |
FEDNUM ≥ 1 |
||
|
FEDNBHOURS |
3 cijfers |
Totaal aantal uren onderwijs |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
FEDNBWEEKS (facultatief) |
1-52 |
Aantal weken |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
FEDDURPERWEEK (facultatief) |
1-98 |
Gemiddeld aantal onderwijsuren per week |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
FEDPAIDBY |
|
GEDEELTELIJKE OF VOLLEDIGE BETALING VAN LESGELD, INSCHRIJVINGSGELD, EXAMENGELD, UITGAVEN VOOR BOEKEN OF TECHNISCHE STUDIEMIDDELEN VOOR DE RECENTSTE ACTIVITEIT IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS DOOR: |
FEDNUM ≥ 1 |
||
|
|
0 |
Geen van onderstaande keuzemogelijkheden |
|
||
|
|
1-5 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van 5 mogelijkheden |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
|
|
Lijst van mogelijkheden (meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
FEDPAIDBY_1 |
|
Werkgever of toekomstige werkgever |
|
||
|
FEDPAIDBY_2 |
|
Openbare diensten voor arbeidsvoorziening |
|
||
|
FEDPAIDBY_3 |
|
Andere overheidsinstellingen |
|
||
|
FEDPAIDBY_4 |
|
Een lid van het huishouden of familielid |
|
||
|
FEDPAIDBY_5 |
|
Uzelf |
|
||
|
|
|
Elke FEDPAIDBY_x-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd, -2 voor niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
FEDPAIDFULL (facultatief) |
|
VOLLEDIGE BETALING VAN LESGELD, INSCHRIJVINGSGELD, EXAMENGELD, UITGAVEN VOOR BOEKEN OF TECHNISCHE STUDIEMIDDELEN VOOR DE RECENTSTE ACTIVITEIT IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS DOOR DEGENE DIE IN „FEDPAIDBY” IS AANGEGEVEN |
FEDPAIDBY ≥ = 1 |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee (slechts een deel van de kosten) |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDPAIDBY = 0, - 1, - 2) |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord (totale kosten niet bekend) |
|
||
|
FEDPAIDVAL |
|
PERSOONLIJK OF DOOR EEN LID VAN HET HUISHOUDEN OF FAMILIELID BETAALDE LESGELD, INSCHRIJVINGSGELD, EXAMENGELD, UITGAVEN VOOR BOEKEN OF TECHNISCHE STUDIEMIDDELEN VOOR DE RECENTSTE ACTIVITEIT IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS |
FEDPAIDBY_4 = 1 of FEDPAIDBY_5 = 1 |
||
|
|
|
In euro’s |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDPAIDBY_4 ≠ 1 en FEDPAIDBY_5 ≠ 1) |
|
||
|
FEDUSE |
|
GEBRUIK VAN DE BIJ DE RECENTSTE ACTIVITEIT IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS VERWORVEN VAARDIGHEDEN OF KENNIS |
FEDNUM ≥ 1 |
||
|
|
1 |
Veel |
|
||
|
|
2 |
Redelijk veel |
|
||
|
|
3 |
Weinig |
|
||
|
|
4 |
Helemaal niet |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
FEDSAT (facultatief) |
|
TEVREDEN MET DE RECENTSTE ACTIVITEIT IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS |
FEDNUM ≥ 1 |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
FEDUNSATREASON (facultatief) |
|
REDEN(EN) VOOR ONTEVREDENHEID MET DE RECENTSTE ACTIVITEIT IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS |
FEDSAT = 2 |
||
|
|
0 |
Geen van onderstaande redenen |
|
||
|
|
1-5 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van 5 redenen |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDSAT ≠ 2) |
|
||
|
|
|
Lijst van redenen (meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
FEDUNSATREASON_1 |
|
Relevantie/nut |
|
||
|
FEDUNSATREASON _2 |
|
Niveau van de opleiding te laag |
|
||
|
FEDUNSATREASON _3 |
|
Niveau van de opleiding te hoog |
|
||
|
FEDUNSATREASON _4 |
|
Kwaliteit van het onderwijs |
|
||
|
FEDUNSATREASON _5 |
|
Organisatie van het onderwijs (plaats, materiaal, lesruimte enz.) |
|
||
|
|
|
Elke FEDUNSATREASON_x-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd, -2 voor niet van toepassing (FEDSAT ≠ 2) |
|
||
|
FEDOUTCOME |
|
RESULTAAT VAN DE BIJ DE RECENTSTE ACTIVITEIT IN HET KADER VAN FORMEEL ONDERWIJS VERWORVEN VAARDIGHEDEN OF KENNIS |
FEDNUM ≥ 1 |
||
|
|
0 |
Geen van onderstaande mogelijkheden |
|
||
|
|
1-8 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van 8 mogelijkheden |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
|
|
Lijst van mogelijkheden (meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
FEDOUTCOME_1 |
|
Een (nieuwe) baan gekregen |
|
||
|
FEDOUTCOME_2 |
|
Promotie gekregen (FEDWORKTIME = 1, 2, 3, 4) |
|
||
|
FEDOUTCOME_3 |
|
Opslag gekregen (FEDWORKTIME = 1, 2, 3, 4) |
|
||
|
FEDOUTCOME_4 |
|
Nieuwe taken gekregen (FEDWORKTIME = 1, 2, 3, 4) |
|
||
|
FEDOUTCOME_5 |
|
Betere prestaties op het werk (FEDWORKTIME = 1, 2, 3, 4) |
|
||
|
FEDOUTCOME_6 |
|
Persoonlijke redenen (andere mensen ontmoet, vaardigheden op algemene gebieden opgefrist enz.) |
|
||
|
FEDOUTCOME_7 |
|
Nog geen resultaat |
|
||
|
FEDOUTCOME_8 |
|
Geen resultaat verwacht |
|
||
|
|
|
Elke FEDOUTCOME_x-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd, -2 voor niet van toepassing (FEDNUM = 0) |
|
||
|
(NFE) |
|
DEELNAME AAN EEN VAN DE VOLGENDE ACTIVITEITEN IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN OM KENNIS OF VAARDIGHEDEN OP WELK GEBIED DAN OOK (INCLUSIEF HOBBIES) TE VERBETEREN |
iedereen |
||
|
NFECOURSE |
|
|
iedereen |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
NFEWORKSHOP |
|
|
iedereen |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
NFEGUIDEDJT |
|
|
iedereen |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
NFELESSON |
|
|
iedereen |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
NFENUM |
|
AANTAL NIET-FORMELE ACTIVITEITEN IN HET KADER VAN ONDERWIJS EN OPLEIDING WAARAAN IN DE LAATSTE 12 MAANDEN IS DEELGENOMEN |
NFECOURSE = 1 of NFEWORK SHOP = 1 of NFEGUIDED JT = 1 of NFELESSON = 1 |
||
|
|
0 |
Geen (NFECOURSE=NFEWORKSHOP=NFEGUIDEDJT=NFELESSON=2) |
|
||
|
|
1-98 |
Aantal activiteiten |
|
||
|
|
|
TYPE ACTIVITEIT (MAXIMAAL 10) |
|
||
|
(NFEACT01) |
|
|
|
||
|
NFEACT01_TYPE |
|
Soort activiteit |
NFENUM ≥ 1 |
||
|
|
1 |
Cursussen |
|
||
|
|
2 |
Workshops en seminars |
|
||
|
|
3 |
Begeleide on-the-job-training |
|
||
|
|
4 |
Privélessen |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFENUM = 0) |
|
||
|
(NFEACT02) |
|
|
NFENUM ≥ 2 |
||
|
NFEACT02_TYPE |
|
Gecodeerd als NFEACT01_TYPE |
|
||
|
(NFEACT03) |
|
|
NFENUM ≥ 3 |
||
|
NFEACT03_TYPE |
|
Gecodeerd als NFEACT01_TYPE |
|
||
|
(NFEACT04) |
|
|
NFENUM ≥ 4 |
||
|
NFEACT04_TYPE |
|
Gecodeerd als NFEACT01_TYPE |
|
||
|
(NFEACT05) |
|
|
NFENUM ≥ 5 |
||
|
NFEACT05_TYPE |
|
Gecodeerd als NFEACT01_TYPE |
|
||
|
(NFEACT06) |
|
|
NFENUM ≥ 6 |
||
|
NFEACT06_TYPE |
|
Gecodeerd als NFEACT01_TYPE |
|
||
|
(NFEACT07) |
|
|
NFENUM ≥ 7 |
||
|
NFEACT07_TYPE |
|
Gecodeerd als NFEACT01_TYPE |
|
||
|
(NFEACT08) |
|
|
NFENUM ≥ 8 |
||
|
NFEACT08_TYPE |
|
Gecodeerd als NFEACT01_TYPE |
|
||
|
(NFEACT09) |
|
|
NFENUM ≥ 9 |
||
|
NFEACT09_TYPE |
|
Gecodeerd als NFEACT01_TYPE |
|
||
|
(NFEACT10) |
|
|
NFENUM ≥ 10 |
||
|
NFEACT10_TYPE |
|
Gecodeerd als NFEACT01_TYPE |
|
||
|
NFEPURP10 |
|
TEN MINSTE EEN VAN DE 10 ACTIVITEITEN IS EEN BEROEPSGERICHTE ACTIVITEIT |
NFENUM ≥ 1 |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFENUM = 0) |
|
||
|
NFEWORKTIME10 |
|
TEN MINSTE EEN VAN DE 10 ACTIVITEITEN VOND PLAATS TIJDENS BETAALDE WERKTIJD (INCLUSIEF BETAALD VERLOF EN RECUPERATIEVERLOF) |
NFENUM ≥ 1 |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee (ook als de betrokkene toen geen werk had) |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFENUM = 0) |
|
||
|
NFEPAIDBY10 |
|
TEN MINSTE EEN VAN DE 10 ACTIVITEITEN IS GEHEEL OF GEDEELTIJK DOOR DE WERKGEVER BETAALD |
NFENUM ≥ 1 |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee (ook als de betrokkene toen geen werk had) |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFENUM = 0) |
|
||
|
NFERAND1 |
|
CODE VAN DE EERSTE WILLEKEURIG GESELECTEERDE ACTIVITEIT |
NFENUM ≥ 1 |
||
|
|
01-10 |
Identificatiecode van de eerste willekeurig geselecteerde activiteit (code van de activiteit als in de variabelen NFEACTxx) |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFENUM = 0) |
|
||
|
NFERAND1_TYPE |
|
Zoals in NFEACT01_TYPE t/m NFEACT10_TYPE voor de eerste willekeurig geselecteerde activiteit vermeld |
|
||
|
NFEPURP1 |
|
DOEL VAN DE ACTIVITEIT |
NFERAND1 ≠ - 2 |
||
|
|
1 |
Vooral beroepsgericht |
|
||
|
|
2 |
Vooral persoonlijke/niet-beroepsgerichte redenen |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
NFEFIELD1 |
|
ONDERWERP/INHOUD VAN DE EERSTE ACTIVITEIT |
NFERAND1 ≠ - 2 |
||
|
|
|
Gecodeerd als FEDFIELD |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
|
of 010-863 (facultatief) |
Onderwerp/inhoud facultatief in drie cijfers gecodeerd; zie voor bijzonderheden de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
NFEMETHOD1 |
|
VOORNAAMSTE LEERMETHODE VOOR DE EERSTE ACTIVITEIT |
NFERAND1 ≠ - 2 en NFERAND1_TYPE ≠ 2,3 |
||
|
|
1 |
Traditionele (frontale) onderwijsmethode |
|
||
|
|
2 |
Afstandsonderwijs met behulp van een online- of offlinecomputer |
|
||
|
|
3 |
Afstandsonderwijs met behulp van traditioneel lesmateriaal |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2 of NFERAND1_TYPE = 2,3) |
|
||
|
NFEREASON1 |
|
REDENEN OM AAN DE EERSTE ACTIVITEIT DEEL TE NEMEN (de codes die van toepassing zijn op NFERAND1_TYPE = 3, zijn in de handleiding voor de enquête volwasseneneducatie gedefinieerd) |
NFERAND1 ≠ - 2 |
||
|
|
0 |
Geen van onderstaande redenen |
|
||
|
|
1-9 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van 9 redenen |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
|
|
Lijst van redenen (meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
NFEREASON1_01 |
|
Om mijn werk beter te doen en/of mijn carrièremogelijkheden te vergroten |
|
||
|
NFEREASON1_02 |
|
Om minder snel mijn baan te verliezen |
|
||
|
NFEREASON1_03 |
|
Om mijn kansen op een baan te vergroten of om van baan/beroep te veranderen |
|
||
|
NFEREASON1_04 |
|
Om mijn eigen bedrijf te starten |
|
||
|
NFEREASON1_05 |
|
Deelname was verplicht |
|
||
|
NFEREASON1_06 |
|
Om kennis/vaardigheden te verwerven die nuttig zijn voor mijn dagelijks leven |
|
||
|
NFEREASON1_07 |
|
Om mijn kennis/vaardigheden te verbeteren met betrekking tot een onderwerp dat me interesseert |
|
||
|
NFEREASON1_08 |
|
Om een certificaat te verkrijgen |
|
||
|
NFEREASON1_09 |
|
Om nieuwe mensen te leren kennen/omdat ik het leuk vind |
|
||
|
|
|
Elke NFEREASON1_x-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd, -2 voor niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
NFEWORKTIME1 |
|
EERSTE ACTIVITEIT TIJDENS BETAALDE WERKTIJD (INCLUSIEF BETAALD VERLOF EN RECUPERATIEVERLOF) |
NFERAND1 ≠ - 2 en NFERAND1_TYPE ≠ 3 |
||
|
|
1 |
Alleen tijdens betaalde werkuren |
|
||
|
|
2 |
Vooral tijdens betaalde werkuren |
|
||
|
|
3 |
Vooral buiten betaalde werkuren |
|
||
|
|
4 |
Alleen buiten betaalde werkuren |
|
||
|
|
5 |
De betrokkene had toen geen werk |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2 of NFERAND1_TYPE = 3) |
|
||
|
(NFEVOLUME1) |
|
LESOMVANG VAN DE EERSTE ACTIVITEIT |
NFERAND1 ≠ - 2 |
||
|
NFENBHOURS |
3 cijfers |
Totaal aantal uren onderwijs |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
NFENBWEEKS1 (facultatief) |
1-52 |
Aantal weken |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
NFEDURPERWEEK1 (facultatief) |
1-98 |
Gemiddeld aantal onderwijsuren per week |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
NFEPROVIDER1 |
|
AANBIEDER VAN DE EERSTE ACTIVITEIT |
NFERAND1 ≠ - 2 |
||
|
|
1 |
Instelling voor formeel onderwijs |
|
||
|
|
2 |
Instelling voor onderwijs en opleiding van niet-formele aard |
|
||
|
|
3 |
Commerciële instelling waar onderwijs en opleiding niet de voornaamste activiteit zijn (bv. leveranciers van apparatuur) |
|
||
|
|
4 |
Werkgever |
|
||
|
|
5 |
Werkgeversorganisaties, kamers van koophandel |
|
||
|
|
6 |
Vakbonden |
|
||
|
|
7 |
Non-profitorganisaties (bv. culturele vereniging, politieke partij) |
|
||
|
|
8 |
Particulieren (bv. studenten die privéles geven) |
|
||
|
|
9 |
Niet-commerciële instelling waar onderwijs en opleiding niet de voornaamste activiteit zijn (bv. bibliotheken, musea, ministeries) |
|
||
|
|
10 |
Andere |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
NFECERT1 |
|
CERTIFICAAT NA AFRONDING VAN DE EERSTE ACTIVITEIT |
NFERAND1 ≠ - 2 |
||
|
|
1 |
Ja, door de werkgever, een beroepsorganisatie of wettelijk vereist |
|
||
|
|
2 |
Ja, niet door de werkgever, een beroepsorganisatie of wettelijk vereist |
|
||
|
|
3 |
Nee (bewijs van deelname) |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
NFEPAIDBY1 |
|
GEDEELTELIJKE OF VOLLEDIGE BETALING VAN LESGELD, INSCHRIJVINGSGELD, EXAMENGELD, UITGAVEN VOOR BOEKEN OF TECHNISCHE STUDIEMIDDELEN VOOR DE EERSTE ACTIVITEIT |
NFERAND1 ≠ - 2 en NFERAND1_TYPE ≠ 3 |
||
|
|
0 |
Geen van onderstaande mogelijkheden |
|
||
|
|
1-5 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van 5 mogelijkheden |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2 of NFERAND1_TYPE = 3) |
|
||
|
|
|
Lijst van mogelijkheden (meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
NFEPAIDBY1_1 |
|
Werkgever of toekomstige werkgever |
|
||
|
NFEPAIDBY1_2 |
|
Openbare diensten voor arbeidsvoorziening |
|
||
|
NFEPAIDBY1_3 |
|
Andere overheidsinstellingen |
|
||
|
NFEPAIDBY1_4 |
|
Een lid van het huishouden of familielid |
|
||
|
NFEPAIDBY1_5 |
|
Uzelf |
|
||
|
|
|
Elke NFEPAIDBY1_x-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd, -2 voor niet van toepassing (NFERAND1 = - 2 of NFERAND1_TYPE = 3) |
|
||
|
NFEPAIDFULL1 (facultatief) |
|
VOLLEDIGE BETALING VAN LESGELD, INSCHRIJVINGSGELD, EXAMENGELD, UITGAVEN VOOR BOEKEN OF TECHNISCHE STUDIEMIDDELEN VOOR DE EERSTE ACTIVITEIT DOOR DEGENE DIE IN „NFEPAIDBY” IS AANGEGEVEN |
NFEPAIDBY1 ≥1 |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee (slechts een deel van de kosten) |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord (totale kosten niet bekend) |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFEPAIDBY1 = 0, - 1, - 2) |
|
||
|
NFEPAIDVAL1 |
|
PERSOONLIJK OF DOOR EEN LID VAN HET HUISHOUDEN OF FAMILIELID BETAALDE LESGELD, INSCHRIJVINGSGELD, EXAMENGELD, UITGAVEN VOOR BOEKEN OF TECHNISCHE STUDIEMIDDELEN VOOR DE EERSTE ACTIVITEIT |
NFEPAIDBY1_4 = 1 of NFEPAIDBY1_5 = 1 |
||
|
|
|
In euro’s |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFEPAIDBY1_4 ≠ 1 en NFEPAIDBY1_5 ≠ 1) |
|
||
|
NFEUSE1 |
|
GEBRUIK VAN DE BIJ DE EERSTE ACTIVITEIT VERWORVEN VAARDIGHEDEN OF KENNIS |
NFERAND1 ≠ - 2 |
||
|
|
1 |
Veel |
|
||
|
|
2 |
Redelijk veel |
|
||
|
|
3 |
Weinig |
|
||
|
|
4 |
Helemaal niet |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
NFESAT1 (facultatief) |
|
TEVREDEN MET DE EERSTE ACTIVITEIT |
NFERAND1 ≠ - 2 |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
NFEUNSATREASON1 (facultatief) |
|
REDEN(EN) VOOR ONTEVREDENHEID MET DE EERSTE ACTIVITEIT |
NFESAT1 = 2 |
||
|
|
0 |
Geen van onderstaande redenen |
|
||
|
|
1-5 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van 5 redenen |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFESAT1 ≠ 2) |
|
||
|
|
|
Lijst van redenen (meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
NFEUNSATREASON1_1 |
1 |
Relevantie/nut |
|
||
|
NFEUNSATREASON1_2 |
2 |
Niveau van de opleiding te laag |
|
||
|
NFEUNSATREASON1_3 |
3 |
Niveau van de opleiding te hoog |
|
||
|
NFEUNSATREASON1_4 |
4 |
Kwaliteit van het onderwijs |
|
||
|
NFEUNSATREASON1_5 |
5 |
Organisatie van het onderwijs (plaats, materiaal, lesruimte enz.) |
|
||
|
|
|
Elke NFEUNSATREASON1_x-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd, -2 voor niet van toepassing (NFESAT ≠ 2) |
|
||
|
NFEOUTCOME1 |
|
RESULTAAT VAN DE BIJ DE EERSTE ACTIVITEIT VERWORVEN VAARDIGHEDEN OF KENNIS |
NFERAND1 ≠ - 2 |
||
|
|
0 |
Geen van onderstaande mogelijkheden |
|
||
|
|
1-8 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van 8 mogelijkheden |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
|
|
Lijst van mogelijkheden (meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
NFEOUTCOME1_1 |
|
Een (nieuwe) baan gekregen |
|
||
|
NFEOUTCOME1_2 |
|
Promotie gekregen (NFEWORKTIME1 = 1, 2, 3, 4) |
|
||
|
NFEOUTCOME1_3 |
|
Opslag gekregen (NFEWORKTIME1 = 1, 2, 3, 4) |
|
||
|
NFEOUTCOME1_4 |
|
Nieuwe taken gekregen (NFEWORKTIME1 = 1, 2, 3, 4) |
|
||
|
NFEOUTCOME1_5 |
|
Betere prestaties op het werk (NFEWORKTIME1 = 1, 2, 3, 4) |
|
||
|
NFEOUTCOME1_6 |
|
Persoonlijke redenen (andere mensen ontmoet, vaardigheden op algemene gebieden opgefrist enz.) |
|
||
|
NFEOUTCOME1_7 |
|
Nog geen resultaat |
|
||
|
NFEOUTCOME1_8 |
|
Geen resultaat verwacht |
|
||
|
|
|
Elke NFEOUTCOME1_x-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd, -2 voor niet van toepassing (NFERAND1 = - 2) |
|
||
|
NFERAND2 |
|
CODE VAN DE TWEEDE WILLEKEURIG GESELECTEERDE ACTIVITEIT |
NFENUM ≥ 2 |
||
|
|
01-10 |
Identificatiecode van de tweede willekeurig geselecteerde activiteit (code van de activiteit als in de variabelen NFEACTxx) |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFENUM = 0, 1) |
|
||
|
NFERAND2_TYPE |
|
Zoals in NFEACT01_TYPE t/m NFEACT10_TYPE voor de tweede willekeurig geselecteerde activiteit vermeld |
|
||
|
NFEPURP2 |
|
Zelfde codering als NFEPURP1 |
NFERAND2 ≠ - 2 |
||
|
NFEFIELD2 |
|
Zelfde codering als NFEFIELD1 |
NFERAND2 ≠ - 2 |
||
|
NFEMETHOD2 |
|
Zelfde codering als NFEMETHOD1 |
NFERAND1 ≠ - 2 en NFERAND1_TYPE ≠ 2,3 |
||
|
NFEREASON2 |
|
Zelfde codering als NFEREASON1 en onderdelen daarvan |
NFERAND2 ≠ - 2 |
||
|
NFEWORKTIME2 |
|
Zelfde codering als NFEWORKTIME1 |
NFERAND2 ≠ - 2 en NFERAND2_TYPE ≠ 3 |
||
|
NFENBWEEKS2 |
|
Zelfde codering als NFENBWEEKS1 |
NFERAND2 ≠ - 2 |
||
|
NFEDURPERWEEK2 |
|
Zelfde codering als NFEDURPERWEEK1 |
NFERAND2 ≠ - 2 |
||
|
NFEPROVIDER2 |
|
Zelfde codering als NFEPROVIDER1 |
NFERAND2 ≠ - 2 |
||
|
NFECERT2 |
|
Zelfde codering als NFECERT1 |
NFERAND2 ≠ - 2 |
||
|
NFEPAIDBY2 |
|
Zelfde codering als NFEPAIDBY1 en onderdelen daarvan |
NFERAND2 ≠ - 2 en NFERAND2_TYPE ≠ 3 |
||
|
NFEPAIDFULL2 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEPAIDFULL1 |
NFEPAIDBY2 ≥ = 1 |
||
|
NFEPAIDVAL2 |
|
Zelfde codering als NFEPAIDVAL1 |
NFEPAIDBY2_4 = 1 of NFEPAIDBY2_5 = 1 |
||
|
NFEUSE2 |
|
Zelfde codering als NFEUSE1 |
NFERAND2 ≠ - 2 |
||
|
NFESAT2 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFESAT1 |
NFERAND2 ≠ - 2 |
||
|
NFEUNSATREASON2 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEUNSATREASON1 en onderdelen daarvan |
NFESAT2 = 2 |
||
|
NFEOUTCOME2 |
|
Zelfde codering als NFEOUTCOME1 en onderdelen daarvan |
NFERAND2 ≠ - 2 |
||
|
NFERAND3 (optional) |
|
CODE VAN DE DERDE WILLEKEURIG GESELECTEERDE ACTIVITEIT |
NFENUM ≥ 3 |
||
|
|
01-10 |
Identificatiecode van de derde willekeurig geselecteerde activiteit (code van de activiteit als in de variabelen NFEACTxx) |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (NFENUM = 0, 1, 2) |
|
||
|
NFERAND3_TYPE (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFERAND1_TYPE |
NFERAND3 ≠ - 2 |
||
|
NFEPURP3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEPURP1 |
NFERAND3 ≠ - 2 |
||
|
NFEFIELD3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEFIELD1 |
NFERAND3 ≠ - 2 |
||
|
NFEMETHOD3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEMETHOD1 |
NFERAND3 ≠ - 2 en NFERAND3_TYPE ≠ 2,3 |
||
|
NFEREASON3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEREASON1 en onderdelen daarvan |
NFERAND3 ≠ - 2 |
||
|
NFEWORKTIME3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEWORKTIME1 |
NFERAND3 ≠ - 2 en NFERAND3_TYPE ≠ 3 |
||
|
NFENBWEEKS3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFENBWEEKS1 |
NFERAND3 ≠ - 2 |
||
|
NFEDURPERWEEK3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEDURPERWEEK1 |
NFERAND3 ≠ - 2 |
||
|
NFEPROVIDER3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEPROVIDER1 |
NFERAND3 ≠ - 2 |
||
|
NFECERT3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFECERT1 |
NFERAND3 ≠ - 2 |
||
|
NFEPAIDBY3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEPAIDBY1 en onderdelen daarvan |
NFERAND3 ≠ - 2 en NFERAND3_TYPE ≠ 3 |
||
|
NFEPAIDFULL3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEPAIDFULL1 |
NFEPAIDBY3 ≥ = 1 |
||
|
NFEPAIDVAL3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEPAIDVAL1 |
NFEPAIDBY3_4 = 1 of NFEPAIDBY3_5 = 1 |
||
|
NFEUSE3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEUSE1 |
NFERAND3 ≠ - 2 |
||
|
NFESAT3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFESAT1 |
NFERAND3 ≠ - 2 |
||
|
NFEUNSATREASON3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEUNSATREASON1 en onderdelen daarvan |
NFESAT3 = 2 |
||
|
NFEOUTCOME3 (facultatief) |
|
Zelfde codering als NFEOUTCOME1 en onderdelen daarvan |
NFERAND3 ≠ - 2 |
||
|
DIFFICULTY |
|
PROBLEMEN IN VERBAND MET DEELNAME (OF GROTERE DEELNAME) AAN ONDERWIJS EN OPLEIDING IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN |
iedereen |
||
|
|
1 |
U heeft aan formele of niet-formele onderwijs- en opleidingsactiviteiten deelgenomen en wilde niet aan meer activiteiten deelnemen |
|
||
|
|
2 |
U heeft aan formele of niet-formele onderwijs- en opleidingsactiviteiten deelgenomen, maar wilde aan meer activiteiten deelnemen |
|
||
|
|
3 |
U heeft niet aan formele of niet-formele onderwijs- en opleidingsactiviteiten deelgenomen en wilde dat ook niet |
|
||
|
|
4 |
U heeft niet aan formele of niet-formele onderwijs- en opleidingsactiviteiten deelgenomen, maar had dat wel gewild |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
DIFFTYPE |
|
TYPE PROBLEEM |
DIFFICULTY = 1 tot 4 |
||
|
|
0 |
Geen van onderstaande problemen |
|
||
|
|
01-11 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van 11 problemen |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (DIFFICULTY ≠ 1 tot 4) |
|
||
|
|
|
Lijst van mogelijkheden (meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
DIFFTYPE_01 |
|
|
|
||
|
DIFFTYPE_02 |
|
|
|
||
|
DIFFTYPE_03 |
|
|
|
||
|
DIFFTYPE_04 |
|
|
|
||
|
DIFFTYPE_05 |
|
|
|
||
|
DIFFTYPE_06 |
|
|
|
||
|
DIFFTYPE_07 |
|
|
|
||
|
DIFFTYPE_08 |
|
|
|
||
|
DIFFTYPE_09 |
|
|
|
||
|
DIFFTYPE_10 |
|
|
|
||
|
DIFFTYPE_11 |
|
|
|
||
|
|
|
Elke DIFFTYPE_xx-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd, -2 voor niet van toepassing (DIFFICULTY ≠ 1 tot 4) |
|
||
|
DIFFMAIN |
|
BELANGRIJKSTE PROBLEEM |
DIFFTYPE = 1- 11 |
||
|
|
01-11 |
Code van het probleem van 01 t/m 11 (code van het probleem als voor de DIFFTYPE-variabelen) |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (DIFFTYPE ≠ 1- 11) |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
INF |
|
DEELNAME AAN ANDERE ACTIVITEITEN IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN (ZELFSTUDIE OM KENNIS OF VAARDIGHEDEN TE VERBETEREN) |
iedereen |
||
|
|
1 |
Ja, één activiteit |
|
||
|
|
2 |
Ja, ten minste twee activiteiten |
|
||
|
|
3 |
Nee |
|
||
|
(INFACT1) |
|
IDENTIFICATIE VAN DE RECENTSTE ACTIVITEIT |
|
||
|
INFFIELD1 |
|
Onderwerp/inhoud van de activiteit |
INF = 1, 2 |
||
|
|
|
Gecodeerd als FEDFIELD |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (INF ≠ 1, 2) |
|
||
|
|
of 010-863 (facultatief) |
Onderwerp/inhoud facultatief in drie cijfers gecodeerd; zie voor bijzonderheden de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
INFPURP1 |
|
Doel van deze activiteit |
INF = 1, 2 |
||
|
|
1 |
Vooral beroepsgericht |
|
||
|
|
2 |
Vooral persoonlijke/niet-beroepsgerichte redenen |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (INF ≠ 1, 2) |
|
||
|
INFMETHOD1 |
|
Gebruik van een informele leermethode voor deze activiteit |
INF = 1, 2 |
||
|
|
1 |
Van een familielid, vriend of collega leren |
|
||
|
|
2 |
Met behulp van gedrukt materiaal (boeken, vaktijdschriften enz.) |
|
||
|
|
3 |
Met behulp van een computer (online of offline) |
|
||
|
|
4 |
Via tv, radio of video |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (INF ≠ 1,2) |
|
||
|
(INFACT2) |
|
IDENTIFICATIE VAN DE OP EEN NA RECENTSTE ACTIVITEIT |
INF = 2 |
||
|
INFFIELD2 INFPURP2 INFMETHOD2 |
|
Zelfde codering als INFACT1 en de onderdelen INFFIELD1, INFPURP1 en INFMETHOD1 |
|
||
|
|
|
Niet van toepassing (INF ≠ 2) |
|
||
|
ICTCOMPUTER |
|
REEDS UITGEVOERDE ACTIVITEITEN IN VERBAND MET COMPUTERS |
iedereen |
||
|
|
0 |
Nooit een computer gebruikt of een van de onderstaande activiteiten uitgeoefend |
|
||
|
|
1-6 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van activiteiten 1 t/m 6 |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
|
Lijst van voorbeelden van activiteiten waarmee vaardigheden kunnen worden beoordeeld (van laag naar hoog, meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
ICTCOMPUTER_1 |
|
Activiteit 1 |
|
||
|
ICTCOMPUTER_2 |
|
Activiteit 2 |
|
||
|
ICTCOMPUTER_3 |
|
Activiteit 3 |
|
||
|
ICTCOMPUTER_4 |
|
Activiteit 4 |
|
||
|
ICTCOMPUTER_5 |
|
Activiteit 5 |
|
||
|
ICTCOMPUTER_6 |
|
Activiteit 6 |
|
||
|
|
|
Elke ICTCOMPUTER_x-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd |
|
||
|
ICTINTERNET (facultatief) |
|
REEDS UITGEVOERDE ACTIVITEITEN IN VERBAND MET INTERNET |
ICTCOMPU TER = 1-6, - 1 |
||
|
|
0 |
Nooit internet gebruikt of een van de onderstaande activiteiten uitgeoefend |
|
||
|
|
1-6 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van activiteiten 1 t/m 6 |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
|
Lijst van voorbeelden van activiteiten waarmee vaardigheden kunnen worden beoordeeld (van laag naar hoog, meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
ICTINTERNET_1 |
|
Activiteit 1 |
|
||
|
ICTINTERNET_2 |
|
Activiteit 2 |
|
||
|
ICTINTERNET_3 |
|
Activiteit 3 |
|
||
|
ICTINTERNET_4 |
|
Activiteit 4 |
|
||
|
ICTINTERNET_5 |
|
Activiteit 5 |
|
||
|
ICTINTERNET_6 |
|
Activiteit 6 |
|
||
|
|
|
Elke ICTINTERNET_x-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd |
|
||
|
LANGMOTHER |
|
MOEDERTAAL (MOEDERTALEN) |
iedereen |
||
|
|
|
Codes gebaseerd op de ISO-landennomenclatuur; zie voor bijzonderheden de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
|
2 cijfers |
Eerste taal |
|
||
|
|
2 cijfers |
Tweede taal (00 indien geen) |
|
||
|
LANGUSED |
|
ANDERE TALEN NAAST MOEDERTAAL (MOEDERTALEN) |
iedereen |
||
|
|
0-98 |
Aantal andere talen |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
LANGUSED_1 |
2 cijfers |
1 — Code van de eerste taal of 00 (geen) |
|
||
|
LANGUSED_2 |
2 cijfers |
2 — Code van de tweede taal of 00 (geen) |
|
||
|
LANGUSED_3 |
2 cijfers |
3 — Code van de derde taal of 00 (geen) |
|
||
|
LANGUSED_4 |
2 cijfers |
4 — Code van de vierde taal of 00 (geen) |
|
||
|
LANGUSED_5 |
2 cijfers |
5 — Code van de vijfde taal of 00 (geen) |
|
||
|
LANGUSED_6 |
2 cijfers |
6 — Code van de zesde taal of 00 (geen) |
|
||
|
LANGUSED_7 |
2 cijfers |
7 — Code van de zevende taal of 00 (geen) |
|
||
|
|
|
Elke LANGUSED_x-variable word gecodeerd op basis van de ISO-landennomenclatuur; zie voor bijzonderheden de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
LANGBEST1 |
|
BESTE VREEMDE TAAL |
LANGUSED ≠ 0, - 1 |
||
|
|
|
Gebaseerd op de ISO-landennomenclatuur; zie voor bijzonderheden de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
|
2 cijfers |
Eerste vreemde taal (2-cijfercode) |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (LANGUSED = 0, - 1) |
|
||
|
LANGLEVEL1 |
|
KENNIS VAN BESTE VREEMDE TAAL |
LANGBEST1 ≠ - 1, - 2 |
||
|
|
1 |
Ik kan de meest gebruikelijke alledaagse uitdrukkingen verstaan en gebruiken. Ik gebruik de taal voor informele dingen en situaties. |
|
||
|
|
2 |
Ik begrijp de essentie van duidelijk taalgebruik en kan eenvoudige tekst produceren. Ik kan ervaringen en gebeurtenissen beschrijven en redelijk vloeiend communiceren. |
|
||
|
|
3 |
Ik begrijp een breed scala aan veeleisende teksten en gebruik de taal flexibel. Ik beheers de taal vrijwel volledig. |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (LANGBEST1 = - 1, - 2) |
|
||
|
LANGBEST2 |
|
OP EEN NA BESTE VREEMDE TAAL |
LANGUSED ≠ 0, 1, - 1 |
||
|
|
|
Gebaseerd op de ISO-landennomenclatuur; zie voor bijzonderheden de in artikel 6 genoemde handleiding voor de enquête volwasseneneducatie |
|
||
|
|
2 cijfers |
Tweede vreemde taal (2-cijfercode) |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (LANGUSED = 0, 1, - 1) |
|
||
|
LANGLEVEL2 |
|
KENNIS VAN OP EEN NA BESTE VREEMDE TAAL |
LANGBEST2 ≠ - 1, - 2 |
||
|
|
|
Zelfde codering als LANGLEVEL1 |
|
||
|
CULTPAR1 (facultatief) |
|
AANTAL KEREN DAT U IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN BIJ EEN LIVEOPTREDEN BENT GEWEEST |
iedereen |
||
|
|
1 |
1 t/m 6 keer in de afgelopen 12 maanden |
|
||
|
|
2 |
Meer dan 6 keer in de afgelopen 12 maanden |
|
||
|
|
3 |
Nooit |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
CULTPAR2 (facultatief) |
|
AANTAL KEREN DAT U IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN NAAR DE BIOSCOOP BENT GEWEEST |
iedereen |
||
|
|
1 |
1 t/m 6 keer in de afgelopen 12 maanden |
|
||
|
|
2 |
Meer dan 6 keer in de afgelopen 12 maanden |
|
||
|
|
3 |
Nooit |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
CULTPAR3 (facultatief) |
|
AANTAL BEZOEKEN AAN CULTURELE BEZIENSWAARDIGHEDEN IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN |
iedereen |
||
|
|
1 |
1 t/m 6 keer in de afgelopen 12 maanden |
|
||
|
|
2 |
Meer dan 6 keer in de afgelopen 12 maanden |
|
||
|
|
3 |
Nooit |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
CULTPAR4 (facultatief) |
|
AANTAL KEREN DAT U IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN BIJ EEN LIVESPORTEVENEMENT BENT GEWEEST |
iedereen |
||
|
|
1 |
1 t/m 6 keer in de afgelopen 12 maanden |
|
||
|
|
2 |
Meer dan 6 keer in de afgelopen 12 maanden |
|
||
|
|
3 |
Nooit |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
CULTNEWS (facultatief) |
|
KRANTEN GELEZEN (OP PAPIER OF OP INTERNET) IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN |
iedereen |
||
|
|
1 |
Dagelijks of bijna dagelijks |
|
||
|
|
2 |
Ten minste eenmaal per week (maar niet elke dag) |
|
||
|
|
3 |
Ten minste eenmaal per maand (maar niet elke week) |
|
||
|
|
4 |
Minder dan eenmaal per maand |
|
||
|
|
5 |
Nooit |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
CULTBOOK (facultatief) |
|
BOEKEN GELEZEN IN DE GELOPEN 12 MAANDEN |
iedereen |
||
|
|
1 |
Ja |
|
||
|
|
2 |
Nee |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
CULTBOOKNUM (facultatief) |
|
AANTAL GELEZEN BOEKEN IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN |
CULTBOOK = 1 |
||
|
|
1 |
Minder dan 5 |
|
||
|
|
2 |
5 t/m 9 |
|
||
|
|
3 |
Meer dan 10 |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
- 2 |
Niet van toepassing (CULTBOOK ≠ 1) |
|
||
|
SOCIALPAR (facultatief) |
|
DEELNAME AAN EEN VAN DE VOLGENDE ACTIVITEITEN IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN |
iedereen |
||
|
|
0 |
Geen van onderstaande activiteiten |
|
||
|
|
1-6 |
Aantal antwoorden in de onderstaande lijst van 6 activiteiten |
|
||
|
|
- 1 |
Geen antwoord |
|
||
|
|
|
Lijst van activiteiten (meerdere antwoorden toegestaan) |
|
||
|
SOCIALPAR _1 |
|
Activiteiten van politieke partijen of vakbonden |
|
||
|
SOCIALPAR _2 |
|
Activiteiten van beroepsorganisaties |
|
||
|
SOCIALPAR _3 |
|
Activiteiten van vrijetijdsgroepen of -organisaties |
|
||
|
SOCIALPAR _4 |
|
Activiteiten van liefdadigheidsorganisaties |
|
||
|
SOCIALPAR _5 |
|
Informeel vrijwilligerswerk |
|
||
|
SOCIALPAR _6 |
|
Activiteiten van religieuze organisaties |
|
||
|
|
|
Elke SOCIALPAR_x-variabele wordt gecodeerd: 1 indien geselecteerd, 2 indien niet geselecteerd |
|
BIJLAGE II
Steekproef- en nauwkeurigheidsvereisten
|
1. |
Overeenkomstig de bijlage van Verordening (EG) nr. 452/2008 wordt „de steekproefomvang [van de enquête volwasseneneducatie] vastgesteld op grond van nauwkeurigheidsvereisten die niet voorschrijven dat de nationale steekproefomvang meer dan 5 000 personen moet omvatten, uitgaande van een enkelvoudige aselecte steekproef. Binnen deze grenzen gelden voor specifieke subpopulaties welbepaalde steekproefcriteria”. |
|
2. |
De nettosteekproef (exclusief de unit-non-respons) moet voor een reeks in punt 3 genoemde indicatoren schattingen geven met een betrouwbaarheidsinterval van 95 %. De halve lengte van het betrouwbaarheidsinterval voor elke indicator mag niet hoger zijn dan de drempelwaarde in punt 3, tenzij op nationaal niveau een effectieve steekproefomvang van meer dan 5 000 personen vereist is. |
|
3. |
De relevante indicatoren en de maximale halve lengte van het 95 %-betrouwbaarheidsinterval zijn:
Voor landen waarvan de omvang van de bevolking van 25-64 jaar één tot drie en een half miljoen bedraagt, moeten de drempelwaarden in de kolom „Maximale halve lengte van het 95 %-betrouwbaarheidsinterval” met 20 % worden verhoogd. Voor landen waarvan de omvang van de bevolking van 25-64 jaar minder dan één miljoen bedraagt, moeten de drempelwaarden in de kolom „Maximale halve lengte van het 95 %-betrouwbaarheidsinterval” met 40 % worden verhoogd. |
|
4. |
Deze eisen hebben betrekking op een steekproef van ingezeten eenheden van 25-64 jaar. Nationale steekproeven van een grotere omvang moeten schattingen mogelijk maken van de ingezeten bevolking van 25-64 jaar die in overeenstemming zijn met de nauwkeurigheidsvereisten van de punten 2 en 3. |
BIJLAGE III
Kwaliteitseisen en kwaliteitsverslag
De kwaliteitseisen betreffende de gegevens van de enquête volwasseneneducatie hebben betrekking op relevantie, nauwkeurigheid, actualiteit en precisie, toegankelijkheid en duidelijkheid, vergelijkbaarheid, en samenhang overeenkomstig artikel 4, onder d), van Verordening (EG) nr. 452/2008.
De lidstaten dienen een kwaliteitsverslag in zoals vastgesteld in artikel 7 van deze verordening. Dit verslag moet worden opgesteld overeenkomstig een door de Commissie (Eurostat) verstrekt standaardformaat voor kwaliteitsverslagen. Bij het kwaliteitsverslag wordt een kopie van de nationale vragenlijst gevoegd.
1. RELEVANTIE
|
— |
Uitvoering van de enquête en mate waarin de statistieken in de huidige en potentiële gebruikersbehoeften voorzien. |
|
— |
Beschrijving en classificatie van gebruikers. |
|
— |
Individuele behoeften van de afzonderlijke gebruikersgroepen. |
|
— |
Beoordeling of en in hoeverre in deze behoeften is voorzien. |
2. NAUWKEURIGHEID
2.1. Steekproeffouten
|
— |
Beschrijving van de steekproefopzet en de verkregen steekproef. |
|
— |
Beschrijving van de berekening van de uiteindelijke gewichten, inclusief het non-responsmodel en de gebruikte hulpvariabelen. |
|
— |
Variatiecoëfficiënten van de schattingen naar steekproefstratum met betrekking tot de in bijlage II, punt 3, genoemde relevante indicatoren. |
|
— |
Software voor het schatten van de variantie. |
|
— |
Er moet met name een beschrijving worden gegeven van de gebruikte hulpvariabelen of informatie. |
|
— |
Wanneer een non-responsanalyse wordt gemaakt, een beschrijving van de systematische fouten in de steekproef en de resultaten. |
2.2. Niet-steekproeffouten
2.2.1. Dekkingsfouten
|
— |
Beschrijving van het voor de steekproeftrekking gebruikte register en van de algemene kwaliteit ervan. |
|
— |
Informatie in het register en de actualiseringsfrequentie. |
|
— |
Fouten door discrepanties tussen het steekproefkader en de doelpopulatie en subpopulaties (te ruime dekking, te geringe dekking, misclassificatie). |
|
— |
Methoden die zijn gebruikt om deze informatie te verkrijgen. |
|
— |
Aantekeningen over de verwerking van misclassificaties. |
2.2.2. Meetfouten
Beoordeling van fouten die zich bij de verzameling van de gegevens hebben voorgedaan door bijvoorbeeld:
|
— |
het ontwerp van de vragenlijst (resultaten van voorafgaande testen of laboratoriummethoden; vraagstrategieën); |
|
— |
de meldende eenheid/respondent (reacties van respondenten); |
|
— |
het informatiesysteem van de respondent en het gebruik van administratieve bestanden (overeenstemming tussen het administratief en enquêteconcept, bv. referentieperiode, beschikbaarheid van individuele gegevens); |
|
— |
wijzen van gegevensverzameling. |
2.2.3. Verwerkingsfouten
Beschrijving van de verwerking van de gegevens:
|
— |
verwerkingssysteem en gebruikte hulpmiddelen; |
|
— |
fouten door codering, bewerking, weging, tabellering enz.; |
|
— |
kwaliteitscontroles op macro-/microniveau; |
|
— |
uitsplitsing van correcties en mislukte bewerkingen in ontbrekende waarden, fouten en tegenstrijdigheden. |
2.2.4. Fouten door non-respons
|
— |
Een beschrijving van de maatregelen in verband met herbenaderingen. |
|
— |
Unit- en item-responspercentages. |
|
— |
Evaluatie van de unit-non-respons en de item-non-respons. |
|
— |
Volledig verslag over de toerekeningsprocedures, inclusief de methoden die voor de toerekening en/of herweging zijn toegepast; |
|
— |
Methodologische aantekeningen over en resultaten van de non-responsanalyse of andere methoden om het effect van de non-respons te evalueren. |
3. ACTUALITEIT EN PRECISIE
|
— |
Tabel met de begin- en einddata voor elk van de volgende fasen van het project: verzameling van gegevens, herinneringsbrieven en follow-up, controle en bewerking van de gegevens, verdere validatie en toerekening, onderzoek naar non-respons (indien van toepassing), schattingen, alsmede toezending van de gegevens aan Eurostat en verspreiding van de nationale resultaten. |
4. TOEGANKELIJKHEID EN DUIDELIJKHEID
|
— |
Voorwaarden voor toegang tot gegevens. |
|
— |
Schema voor de verspreiding van de resultaten. |
|
— |
Kopie van documenten over de voor de ingediende statistieken gebruikte methoden. |
5. VERGELIJKBAARHEID
|
— |
Waar dat relevant is, moeten de landen nadere toelichting verstrekken over:
|
6. SAMENHANG
|
— |
Vergelijking van statistieken over hetzelfde verschijnsel of aspect uit andere enquêtes of bronnen. |
|
— |
Beschrijving van de wijze waarop aan de eisen van deze verordening is voldaan, zodat de geografische vergelijkbaarheid van de gegevens kan worden beoordeeld. |
7. KOSTEN EN BELASTING
|
— |
Een analyse van de belasting en het nut op nationaal niveau, waarbij bijvoorbeeld onderstaande aspecten in aanmerking worden genomen:
|
|
— |
problematische vragen of modules uit de enquête; |
|
— |
problemen met de indeling van leeractiviteiten en de definitie van leeractiviteiten, problemen met classificaties;
|