20.7.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 186/1


VERORDENING (EU) Nr. 632/2010 VAN DE COMMISSIE

van 19 juli 2010

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat International Accounting Standard (IAS) 24 en International Financial Reporting Standard (IFRS) 8 betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (1), en met name op artikel 3, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie (2) werd een aantal op 15 oktober 2008 bestaande internationale standaarden en interpretaties goedgekeurd.

(2)

Op 4 november 2009 heeft de International Accounting Standards Board (IASB) een herziene International Accounting Standard (IAS) 24 Informatieverschaffing over verbonden partijen (hierna „herziene IAS 24” genoemd) gepubliceerd. Het doel van de wijzigingen waarin de herziene IAS 24 voorziet, is de definitie van verbonden partij te vereenvoudigen en tegelijkertijd bepaalde interne inconsistenties weg te nemen. Tevens wordt met de overheid verbonden entiteiten enige lastenverlichting geboden wat de hoeveelheid door hen te verstrekken informatie over transacties met verbonden partijen betreft.

(3)

Overleg met de werkgroep van technische deskundigen van EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group) heeft bevestigd dat de herziene IAS 24 beantwoordt aan de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vervatte technische goedkeuringscriteria. Overeenkomstig Besluit 2006/505/EG van de Commissie van 14 juli 2006 tot oprichting van een werkgroep voor de beoordeling van adviezen over verslaggevingsstandaarden om de Commissie van advies te dienen over de objectiviteit en neutraliteit van de adviezen van de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) (3) heeft de werkgroep voor de beoordeling van adviezen over verslaggevingsstandaarden het goedkeuringsadvies van EFRAG bestudeerd en in haar advies aan de Commissie verklaard dat het evenwichtig en objectief is.

(4)

De goedkeuring van de herziene IAS 24 brengt met zich mee dat International Financial Reporting Standard (IFRS) 8 wordt gewijzigd om de samenhang tussen de internationale standaarden voor jaarrekeningen te waarborgen.

(5)

Verordening (EG) nr. 1126/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

International Accounting Standard (IAS) 24 wordt vervangen door de in de bijlage bij deze verordening vervatte herziene IAS 24;

2)

International Financial Reporting Standard (IFRS) 8 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Elke onderneming past de in de bijlage bij deze verordening opgenomen herziene IAS 24 en wijziging in IFRS 8 toe uiterlijk vanaf de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat na 31 december 2010 van start gaat.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 juli 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.

(2)   PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1.

(3)   PB L 199 van 21.7.2006, blz. 33.


BIJLAGE

INTERNATIONALE STANDAARDEN VOOR JAARREKENINGEN

IAS 24

IAS 24 Informatieverschaffing over verbonden partijen

IFRS 8

Wijziging in IFRS 8 Operationele segmenten

Reproductie toegestaan binnen de Europese Economische Ruimte. Alle bestaande rechten voorbehouden buiten de EER, met uitzondering van het recht van reproductie voor persoonlijk of ander eerlijk gebruik. Nadere inlichtingen te verkrijgen bij de IASB op het volgende adres: www.iasb.org

International Accounting Standard 24

Informatieverschaffing over verbonden partijen

DOEL

1

Het doel van deze standaard is ervoor te zorgen dat de jaarrekening van een entiteit de nodige informatie bevat om de aandacht te vestigen op de mogelijkheid dat haar financiële positie en de winst of het verlies kunnen zijn beïnvloed door het bestaan van verbonden partijen en door transacties en uitstaande saldi, met inbegrip van verbintenissen, met dergelijke partijen.

TOEPASSINGSGEBIED

2

Deze standaard moet worden toegepast bij:

(a)

het identificeren van relaties en transacties tussen verbonden partijen;

(b)

het identificeren van uitstaande saldi, met inbegrip van verbintenissen, tussen een entiteit en haar verbonden partijen;

(c)

het identificeren van de omstandigheden waarin informatieverschaffing op de onder (a) en (b) bedoelde punten is vereist; en

(d)

het identificeren van de op deze punten vereiste informatieverschaffing.

3

Deze standaard vereist informatieverschaffing over relaties, transacties en uitstaande saldi, met inbegrip van verbintenissen, met verbonden partijen in de geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekening van een moedermaatschappij, een deelnemer in een joint venture of een belegger, die wordt gepresenteerd overeenkomstig IAS 27 Geconsolideerde jaarrekening en enkelvoudige jaarrekening. Deze standaard is ook van toepassing op enkelvoudige jaarrekeningen.

4

Transacties met verbonden partijen en uitstaande saldi met andere entiteiten binnen een groep worden in de jaarrekening van een entiteit vermeld. Transacties en uitstaande saldi tussen verbonden partijen binnen een groep worden geëlimineerd bij de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening van de groep.

DOELSTELLING VAN INFORMATIEVERSCHAFFING OVER VERBONDEN PARTIJEN

5

Relaties tussen verbonden partijen zijn een normaal verschijnsel in het bedrijfsleven. Entiteiten voeren bijvoorbeeld vaak gedeeltelijk hun bedrijfsactiviteiten via dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen. In deze omstandigheden is de entiteit door de aanwezigheid van zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis in staat het financiële en operationele beleid te beïnvloeden van de entiteit waarin wordt geïnvesteerd.

6

Een relatie tussen verbonden partijen zou invloed kunnen hebben op de winst of het verlies en op de financiële positie van een entiteit. Verbonden partijen kunnen transacties aangaan die niet-verbonden partijen niet zouden aangaan. Zo zou bijvoorbeeld een entiteit die goederen tegen kostprijs aan haar moedermaatschappij verkoopt, deze mogelijk niet onder gelijke voorwaarden aan een andere klant verkopen. Zo ook worden transacties tussen verbonden partijen mogelijk niet uitgevoerd tegen dezelfde bedragen die gelden voor niet-verbonden partijen.

7

De winst of het verlies en de financiële positie van een entiteit kunnen door een relatie met een verbonden partij worden beïnvloed, zelfs indien er geen transacties tussen verbonden partijen plaatsvinden. Het louter bestaan van de relatie kan voldoende zijn om de transacties van de entiteit met andere partijen te beïnvloeden. Een dochteronderneming kan bijvoorbeeld haar relaties met een handelspartner beëindigen als haar moedermaatschappij een nieuwe dochteronderneming verwerft die dezelfde activiteiten uitvoert als de voormalige handelspartner. Daarnaast kan een partij besluiten geen activiteiten te ondernemen omdat een andere partij invloed van betekenis kan uitoefenen. Een moedermaatschappij kan een dochteronderneming bijvoorbeeld opdragen zich niet met onderzoek en ontwikkeling bezig te houden.

8

Om deze redenen kan kennis van transacties, uitstaande saldi, met inbegrip van verbintenissen, en relaties tussen een entiteit en verbonden partijen invloed hebben op de beoordeling van de bedrijfsactiviteiten van de entiteit door de gebruikers van de jaarrekening, evenals op de beoordeling van de risico’s en kansen waarvoor de entiteit zich gesteld ziet.

DEFINITIES

9

De volgende begrippen worden in deze standaard gebruikt met de hierna omschreven betekenis:

Een verbonden partij is een natuurlijke persoon of entiteit die verbonden is met de entiteit die haar jaarrekening opstelt (in deze standaard de „verslaggevende entiteit” genoemd).

(a)

Een natuurlijke persoon of een nauwe verwant van de natuurlijke persoon is met een verslaggevende entiteit verbonden indien deze persoon:

(i)

zeggenschap of gezamenlijke zeggenschap over de verslaggevende entiteit uitoefent;

(ii)

invloed van betekenis over de verslaggevende entiteit uitoefent; dan wel

(iii)

behoort tot de managers op sleutelposities in de verslaggevende entiteit of in een moedermaatschappij van de verslaggevende entiteit.

(b)

Een entiteit is met een verslaggevende entiteit verbonden indien zich één van de volgende situaties voordoet:

(i)

De entiteit en de verslaggevende entiteit behoren tot dezelfde groep (dit betekent dat alle moedermaatschappijen, dochterondernemingen en zusterondernemingen met elkaar zijn verbonden).

(ii)

Een entiteit is een geassocieerde deelneming of joint venture van de andere entiteit (of een geassocieerde deelneming of joint venture van een lid van een groep waartoe de andere entiteit behoort).

(iii)

Beide entiteiten zijn joint ventures van eenzelfde derde partij.

(iv)

Een entiteit is een joint venture van een derde entiteit en de andere entiteit is een geassocieerde deelneming van de derde entiteit.

(v)

De entiteit is een regeling inzake vergoedingen na uitdiensttreding ten bate van werknemers van ofwel de verslaggevende entiteit, ofwel een entiteit die met de verslaggevende entiteit verbonden is. Indien de verslaggevende entiteit zelf een dergelijke regeling is, zijn de aan de regeling betalende werkgevers ook met de verslaggevende entiteit verbonden.

(vi)

Een onder (a) bedoelde natuurlijke persoon oefent zeggenschap of gezamenlijke zeggenschap uit over de entiteit.

(vii)

Een onder (a)(i) bedoelde persoon oefent invloed van betekenis over de entiteit uit of behoort tot de managers op sleutelposities in de entiteit (of in een moedermaatschappij van de entiteit).

Een transactie tussen verbonden partijen is een overdracht van middelen, dienstverleningen of verplichtingen tussen een verslaggevende entiteit en een verbonden partij, ongeacht of hiervoor een prijs in rekening wordt gebracht.

Nauwe verwanten van een natuurlijke persoon zijn die verwanten van wie kan worden verwacht dat ze invloed kunnen uitoefenen op die natuurlijke persoon, of door die natuurlijke persoon kunnen worden beïnvloed in hun handelsactiviteiten met de entiteit, en omvatten:

(a)

de kinderen en echtgenoot of partner van de natuurlijke persoon;

(b)

de kinderen van de echtgenoot of partner van de natuurlijke persoon; en

(c)

personen die afhankelijk zijn van de natuurlijke persoon of van de echtgenoot of partner van de natuurlijke persoon.

Beloning omvat alle personeelsbeloningen (zoals gedefinieerd in IAS 19 Personeelsbeloningen), met inbegrip van personeelsbeloningen waarop IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen van toepassing is. Personeelsbeloningen zijn alle vormen van vergoedingen die zijn betaald of nog worden betaald of verstrekt door of voor rekening van de entiteit in ruil voor verrichte prestaties ten behoeve van de entiteit. Daaronder vallen ook die vormen van beloning die voor rekening van de moedermaatschappij van de entiteit ten behoeve van de entiteit zijn betaald. Beloning omvat:

(a)

kortetermijnpersoneelsbeloningen, zoals lonen, salarissen en socialezekerheidsbijdragen, vakantiegeld, doorbetaling van loon bij ziekte, winstdeling en bonussen (indien betaalbaar binnen twaalf maanden na het einde van de periode) en beloningen in natura (zoals medische zorgverlening, huisvesting, auto’s en gratis of deels door de entiteit betaalde goederen of diensten) voor huidige werknemers;

(b)

vergoedingen na uitdiensttreding, zoals pensioenen, levensverzekeringen en medische zorgverlening na uitdiensttreding;

(c)

andere langetermijnpersoneelsbeloningen, waaronder sabbatsverlof, jubileumuitkeringen of andere voordelen die samenhangen met een langdurig dienstverband, uitkeringen voor langdurige arbeidsongeschiktheid en, indien ze niet volledig betaalbaar zijn binnen twaalf maanden na het einde van de periode, winstdelingen, bonusregelingen en uitgestelde vergoedingen;

(d)

ontslagvergoedingen; en

(e)

op aandelen gebaseerde betalingen.

Zeggenschap is de macht om het financiële en operationele beleid van een entiteit te sturen teneinde voordelen te verkrijgen uit haar activiteiten.

Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van de zeggenschap over een economische activiteit.

Managers op sleutelposities zijn die personen die bevoegd en verantwoordelijk zijn voor het plannen en het sturen van en het uitoefenen van zeggenschap over de activiteiten van de entiteit, hetzij op directe hetzij op indirecte wijze, met inbegrip van elke directeur (bestuurslid of anderszins) van die entiteit.

Invloed van betekenis is de macht om deel te nemen aan de financiële en operationele beleidsbeslissingen van de entiteit, maar houdt geen zeggenschap in over het desbetreffende beleid. Invloed van betekenis kan worden verworven door het bezit van aandelen, op grond van de wet of op grond van een overeenkomst.

Overheid verwijst naar lokale, nationale of internationale overheden, overheidsinstellingen en gelijkaardige instanties.

Een met de overheid verbonden entiteit is een entiteit waarover door de overheid zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis wordt uitgeoefend.

10

Bij de afweging ten aanzien van het mogelijke bestaan van een relatie tussen verbonden partijen, moet de economische realiteit van de relatie in acht worden genomen, en niet louter de juridische vorm.

11

In de context van deze standaard zijn de volgende partijen geen verbonden partijen:

(a)

twee entiteiten die uitsluitend een directeur of een andere manager op een sleutelpositie gemeen hebben, of waarbij een manager op een sleutelpositie in de ene entiteit invloed van betekenis over de andere entiteit uitoefent;

(b)

twee deelnemers in een joint venture die uitsluitend de gezamenlijke zeggenschap over een joint venture uitoefenen;

(c)

(i)

kredietverschaffers,

(ii)

vakbondsorganisaties,

(iii)

openbare nutsbedrijven, en

(iv)

departementen en instellingen van de overheid die geen zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis over de verslaggevende entiteit uitoefent,

zijn geen verbonden partijen louter op grond van hun normale handelsactiviteiten met een entiteit (hoewel zij de bewegingsvrijheid van een entiteit kunnen beïnvloeden of in haar besluitvormingsproces kunnen participeren); en

(d)

een klant, leverancier, franchiseverlener, distributeur of algemeen agent met wie een entiteit een aanzienlijk aantal transacties verricht, is geen verbonden partij louter op grond van de daaruit voortvloeiende economische afhankelijkheid.

12

In de definitie van een verbonden partij omvat een geassocieerde deelneming alle dochterondernemingen van de geassocieerde deelneming en een joint venture alle dochterondernemingen van de joint venture. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat een dochteronderneming van een geassocieerde deelneming en de investeerder die invloed van betekenis over de geassocieerde deelneming uitoefent, met elkaar verbonden zijn.

INFORMATIEVERSCHAFFING

Alle entiteiten

13

Relaties tussen een moedermaatschappij en haar dochterondernemingen moeten worden vermeld, ongeacht of er transacties tussen hen hebben plaatsgevonden. Een entiteit moet de naam van haar moedermaatschappij vermelden en, indien deze afwijkt, de uiteindelijke partij die zeggenschap uitoefent. Indien noch de moedermaatschappij van de entiteit, noch de uiteindelijke partij die zeggenschap uitoefent een publiekelijk beschikbare geconsolideerde jaarrekening opstelt, moet ook de naam worden vermeld van de eerstvolgende, hoogst in rang zijnde moedermaatschappij die dat wel doet.

14

Teneinde gebruikers van jaarrekeningen in staat te stellen zich een beeld te vormen van de gevolgen van relaties met verbonden partijen voor een entiteit, is het gepast om de relatie met verbonden partijen te vermelden als er zeggenschap bestaat, ongeacht of er transacties tussen de verbonden partijen hebben plaatsgevonden.

15

De verplichting tot vermelding van relaties tussen een moederonderneming en haar dochterondernemingen komt in aanvulling op de toelichtingseisen van IAS 27, IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen en IAS 31 Belangen in joint ventures.

16

In alinea 13 wordt naar de eerstvolgende, hoogst in rang zijnde moedermaatschappij verwezen. Dit is de eerste moedermaatschappij in de groep volgend op de directe moedermaatschappij die een publiekelijk beschikbare geconsolideerde jaarrekening opstelt.

17

Een entiteit moet de beloning voor managers op sleutelposities vermelden, in totaal en uitgesplitst naar de volgende categorieën:

(a)

kortetermijnpersoneelsbeloningen;

(b)

vergoedingen na uitdiensttreding;

(c)

andere langetermijnpersoneelsbeloningen;

(d)

ontslagvergoedingen; en

(e)

op aandelen gebaseerde betalingen.

18

Indien tijdens de perioden waarop de jaarrekening betrekking heeft transacties met verbonden partijen hebben plaatsgevonden, moet een entiteit de aard van de relatie met de verbonden partijen vermelden, en tevens de nodige informatie over deze transacties en uitstaande saldi, met inbegrip van verbintenissen, verstrekken opdat gebruikers de mogelijke invloed van de relatie op de jaarrekening kunnen begrijpen. Deze vereisten inzake informatieverschaffing komen in aanvulling op de vereisten in alinea 17. De informatieverschaffing moet ten minste het volgende omvatten:

(a)

het bedrag van de transacties;

(b)

het bedrag van uitstaande saldi, met inbegrip van verbintenissen, en:

(i)

hun termijnen en voorwaarden, inclusief of zij gedekt zijn, en de aard van de vergoeding die bij de afwikkeling moet worden verstrekt; en

(ii)

details van alle gegeven of ontvangen garanties;

(c)

voorzieningen voor dubieuze vorderingen gerelateerd aan het bedrag van de uitstaande saldi; en

(d)

de last van oninbare of dubieuze vorderingen die door verbonden partijen is verschuldigd en die tijdens de periode is opgenomen.

19

De informatie die op grond van alinea 18 is vereist, moet voor elk van de volgende categorieën afzonderlijk worden vermeld:

(a)

de moedermaatschappij;

(b)

entiteiten die gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis over de entiteit uitoefenen;

(c)

dochterondernemingen;

(d)

geassocieerde deelnemingen;

(e)

joint ventures waarin de entiteit een deelnemer is;

(f)

managers op sleutelposities in de entiteit of in haar moedermaatschappij; en

(g)

andere verbonden partijen.

20

De classificatie van te betalen bedragen aan en te ontvangen bedragen van verbonden partijen in de verschillende categorieën zoals alinea 19 vereist, is een aanvulling op de vereiste informatieverschaffing in IAS 1 Presentatie van de jaarrekening die bepaalt dat informatie ofwel in het overzicht van de financiële positie ofwel in de toelichting moet worden gepresenteerd. De categorieën zijn uitgebreid om een uitvoerigere analyse van saldi tussen verbonden partijen te geven en zijn van toepassing op transacties tussen verbonden partijen.

21

Voorbeelden van transacties die worden vermeld indien zij met een verbonden partij zijn aangegaan:

(a)

in- of verkopen van goederen (gereed of niet-gereed);

(b)

in- of verkopen van materiële vaste activa en andere activa;

(c)

verrichten of ontvangen van diensten;

(d)

leaseovereenkomsten;

(e)

overdracht van onderzoek en ontwikkeling;

(f)

overdrachten ingevolge licentieovereenkomsten;

(g)

overdrachten ingevolge financieringsovereenkomsten (inclusief leningen en kapitaalstortingen in geldmiddelen of in natura);

(h)

verstrekken van garanties of zekerheden;

(i)

verbintenissen om iets te doen indien in de toekomst een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt of niet plaatsvindt, met inbegrip van nog uit te voeren contracten (*1) (opgenomen en niet-opgenomen); en

(j)

afwikkeling van verplichtingen voor rekening van de entiteit of door de entiteit voor rekening van de betrokken verbonden partij.

22

De deelname door een moedermaatschappij of dochteronderneming aan een toegezegdpensioenregeling waarbij risico's tussen groepsentiteiten worden gedeeld, is een transactie tussen verbonden partijen (zie alinea 34B van IAS 19).

23

Mededelingen dat transacties tussen verbonden partijen plaatsvonden onder voorwaarden gelijkwaardig aan de voorwaarden die gelden in een zakelijke, objectieve transactie tussen onafhankelijke partijen, worden alleen gedaan indien dergelijke voorwaarden kunnen worden gestaafd.

24

Posten van soortgelijke aard mogen in totalen worden vermeld, tenzij een afzonderlijke vermelding nodig is om de gevolgen van transacties tussen verbonden partijen voor de jaarrekening van de entiteit te begrijpen.

Met de overheid verbonden entiteiten

25

Een verslaggevende entiteit is van de vereisten inzake informatieverschaffing van alinea 18 vrijgesteld voor transacties en uitstaande saldi, met inbegrip van verbintenissen, met:

(a)

de overheid die zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis over de verslaggevende entiteit uitoefent; en

(b)

een andere entiteit die een verbonden partij is omdat dezelfde overheid zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis over zowel de verslaggevende entiteit als de andere entiteit uitoefent.

26

Indien een verslaggevende entiteit de vrijstelling van alinea 25 toepast, dan moet zij het volgende in verband met de in alinea 25 bedoelde transacties en daarmee samenhangende uitstaande saldi vermelden:

(a)

de naam van de overheid en de aard van haar relatie met de verslaggevende entiteit (d.w.z. zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis);

(b)

de volgende informatie, waarbij voldoende in detail wordt getreden om gebruikers van de jaarrekening van de entiteit in staat te stellen inzicht te verwerven in de gevolgen van transacties met verbonden partijen voor de jaarrekening van de entiteit:

(i)

de aard en het bedrag van elke afzonderlijke significante transactie; en

(ii)

voor andere transacties die collectief maar niet afzonderlijk significant zijn, een kwalitatieve of kwantitatieve indicatie van de omvang ervan. De soorten transacties zijn die welke in alinea 21 zijn vermeld.

27

Om op oordeelkundige wijze te bepalen hoe gedetailleerd de informatie moet zijn die in overeenstemming met de vereisten van alinea 26(b) moet worden verschaft, moet de verslaggevende entiteit rekening houden met de vraag hoe nauw de relatie met de betrokken verbonden partij is, alsook met andere factoren die voor het bepalen van de significantie van de transactie van belang zijn, zoals het feit of de transactie:

(a)

significant is qua omvang;

(b)

niet tegen marktvoorwaarden is uitgevoerd;

(c)

buiten de normale dagelijkse bedrijfsactiviteiten valt (bijvoorbeeld de aan- en verkoop van bedrijven);

(d)

aan toezichthoudende instanties moet worden meegedeeld;

(e)

aan het hoger management moet worden gerapporteerd;

(f)

door de aandeelhouders moet worden goedgekeurd.

INGANGSDATUM EN OVERGANGSBEPALINGEN

28

Entiteiten moeten deze standaard retroactief toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2011 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan, ofwel van de gehele standaard, ofwel van de krachtens de alinea's 25, 26 en 27 verleende gedeeltelijke vrijstelling voor met de overheid verbonden entiteiten. Indien een entiteit ofwel de gehele standaard, ofwel deze gedeeltelijke vrijstelling toepast op perioden die vóór 1 januari 2011 aanvangen, moet zij dit feit vermelden.

INTREKKING VAN IAS 24 (2003)

29

Deze standaard vervangt IAS 24 Informatieverschaffing over verbonden partijen (herziene versie van 2003).

(*1)  In IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa worden nog uit te voeren contracten gedefinieerd als contracten waarbij geen van de partijen enige verplichting heeft uitgevoerd of waarbij beide partijen hun verplichtingen gedeeltelijk en in dezelfde mate hebben uitgevoerd.

Bijlage

Wijziging in IFRS 8 Operationele segmenten

A1

Alinea 34 wordt gewijzigd zoals hierna beschreven (de nieuwe tekst is onderstreept en de verwijderde tekst doorgehaald) en alinea 36B wordt toegevoegd.

34

Een entiteit moet informatie verschaffen over de mate waarin zij van haar belangrijke cliënten afhankelijk is. Indien de opbrengsten uit transacties met één enkele externe cliënt ten minste 10 procent van de opbrengsten van een entiteit bedragen, moet de entiteit dit feit vermelden, alsook het totaalbedrag van de opbrengsten uit de verkoop aan elke soortgelijke cliënt en de identiteit van het segment dat (de segmenten die) de opbrengsten heeft (hebben) gerapporteerd. De entiteit hoeft noch de identiteit van een belangrijke cliënt, noch het door elk segment gerapporteerde bedrag aan opbrengsten uit de verkoop aan de betrokken cliënt te vermelden. Binnen het bestek van deze IFRS moet een groep entiteiten waarvan een verslaggevende entiteit weet dat zij onder gezamenlijke zeggenschap staan, als een enkele cliënt worden aangemerkt;. Er is echter oordeelsvorming vereist bij het beoordelen of ook een (nationale, federale, provinciale, territoriale, lokale of buitenlandse) de overheid (met inbegrip van lokale, nationale of internationale overheden, overheidsinstellingen en gelijkaardige instanties) en entiteiten waarvan de verslaggevende entiteit weet dat zij onder de zeggenschap van die de overheid staan, moeten als een enkele cliënt worden aangemerkt. De verslaggevende entiteit moet bij deze beoordeling rekening houden met de mate van economische integratie van de betrokken entiteiten.

36B

Bij IAS 24 Informatieverschaffing over verbonden partijen (herziene versie van 2009) is alinea 34 gewijzigd voor jaarperioden die op of na 1 januari 2011 aanvangen. Als een entiteit IAS 24 (herziene versie van 2009) op een eerdere periode toepast, moet ook de wijziging in alinea 34 op die eerdere periode worden toegepast.