10.7.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/25


VERORDENING (EU) Nr. 606/2010 VAN DE COMMISSIE

van 9 juli 2010

inzake de goedkeuring van een vereenvoudigd instrument, ontwikkeld door de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol), voor de raming van het brandstofverbruik van bepaalde vliegtuigexploitanten met een geringe emissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name op artikel 14, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Een volledige, consistente, transparante en nauwkeurige monitoring en rapportage van emissies van broeikasgassen overeenkomstig de richtsnoeren die zijn vastgesteld in Beschikking 2007/589/EG van de Commissie van 18 juli 2007 tot vaststelling van richtsnoeren voor de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (2), is van fundamenteel belang voor een doeltreffend functioneren van de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten die bij Richtlijn 2003/87/EG is ingesteld.

(2)

Krachtens artikel 14, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG moet een vliegtuigexploitant met ingang van 1 januari 2010 voor elk kalenderjaar de hoeveelheid kooldioxide die wordt uitgestoten door de vluchten die hij of zij exploiteert, overeenkomstig de bij Beschikking 2007/589/EG vastgestelde richtsnoeren monitoren en rapporteren.

(3)

Elke vliegtuigexploitant dient een monitoringplan op te stellen en bij zijn of haar administrerende lidstaat in te dienen, waarin de maatregelen worden opgenomen die hij of zij voornemens is in te voeren om zijn of haar emissie te monitoren en te rapporteren, en de bevoegde instanties van de administrerende lidstaat dienen deze monitoringplannen overeenkomstig de bij Beschikking 2007/589/EG vastgestelde richtsnoeren goed te keuren.

(4)

Deel 4 van bijlage XIV bij Beschikking 2007/589/EG beperkt de administratieve belasting voor bepaalde vliegtuigexploitanten die verantwoordelijk zijn voor een beperkt aantal vluchten per jaar of een geringe uitstoot van kooldioxide hebben, door een vereenvoudigde procedure vast te stellen voor de raming van het brandstofverbruik van de vliegtuigen die ze exploiteren met behulp van instrumenten die worden toegepast door de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) of andere relevante organisaties, die alle relevante luchtverkeersinformatie kunnen verwerken zoals die waarover Eurocontrol beschikt, indien deze instrumenten door de Commissie zijn goedgekeurd.

(5)

Eurocontrol heeft een vereenvoudigd instrument voor de raming van het brandstofverbruik en de uitstoot van kooldioxide voor specifieke vluchten tussen vliegvelden ontwikkeld en gedocumenteerd. Dat instrument gebruikt de reële lengte van de route van elke vlucht op basis van de meest gedetailleerde luchtverkeers- en operationele vluchtinformatie die momenteel beschikbaar is en houdt rekening met de verbruikte brandstof tijdens alle delen van een bepaalde vlucht, zoals aan de vertrekgate, tijdens het taxiën, opstijgen en landen, op kruissnelheid en tijdens activiteiten in verband met de regeling van het luchtverkeer. Het instrument gebruikt statistisch robuuste coëfficiënten voor het brandstofverbruik van de belangrijkste vliegtuigtypes en een algemenere benadering voor andere vliegtuigen waarbij de coëfficiënten voor het brandstofverbruik worden bepaald aan de hand van de maximale opstijgmassa van het vliegtuig, hetgeen aanvaardbare onzekerheidsniveaus oplevert.

(6)

Dit instrument voldoet aan de eisen van de bij Beschikking 2007/589/EG vastgestelde richtsnoeren ten aanzien van de aanpak op basis van individuele vluchten, reële lengte van de route en statistisch betrouwbare brandstofverbruik-relaties. Dit instrument dient derhalve beschikbaar te zijn en te worden goedgekeurd voor gebruik door de desbetreffende vliegtuigexploitanten, zodat deze op een administratief minder belastende wijze aan hun monitoring- en rapportageverplichtingen kunnen voldoen.

(7)

Het is mogelijk dat een vliegtuigexploitant om redenen waarop hij of zij geen invloed heeft, het reële brandstofverbruik voor een bepaalde vlucht niet kan monitoren. In deze omstandigheden dient het door kleine emittenten gebruikte instrument voor de raming van het brandstofverbruik, als er geen andere methoden zijn om het reële brandstofverbruik te bepalen, ook voor andere vliegtuigexploitanten beschikbaar te zijn voor de bepaling van ramingen van het brandstofverbruik voor specifieke vluchten waarvoor gegevens over het reële brandstofverbruik ontbreken.

(8)

Krachtens deel 6 van bijlage XIV bij Beschikking 2007/589/EG moet een vliegtuigexploitant die een instrument voor de raming van het brandstofverbruik gebruikt, in zijn of haar monitoringplan aantonen dat aan de voorwaarden voor kleine emittenten wordt voldaan en een bevestiging en een beschrijving van het gebruikte instrument opnemen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het door de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) (3) ontwikkelde instrument voor de raming van het brandstofverbruik wordt goedgekeurd voor gebruik door:

1.

kleine emittenten teneinde te voldoen aan hun monitoring- en rapportageverplichtingen uit hoofde van artikel 14, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG en deel 4 van bijlage XIV bij Beschikking 2007/589/EG;

2.

alle vliegtuigexploitanten uit hoofde van deel 5 van bijlage XIV bij Beschikking 2007/589/EG met het oog op de raming van het brandstofverbruik van bepaalde vluchten die vallen onder bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG, wanneer de voor de monitoring van de uitstoot van kooldioxide benodigde gegevens ten gevolge van omstandigheden waarop de vliegtuigexploitant geen invloed heeft ontbreken en niet kunnen worden bepaald via een andere methode die in het monitoringplan van de exploitant wordt gespecificeerd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 juli 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.

(2)   PB L 229 van 31.8.2007, blz. 1.

(3)  www.eurocontrol.int/ets/small_emitters