|
19.3.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 71/1 |
VERORDENING (EU) Nr. 219/2010 VAN DE RAAD
van 15 maart 2010
tot wijziging van de bij Verordening (EU) nr. 53/2010 vastgestelde vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden, als gevolg van de sluiting van de voor 2010 geldende bilaterale visserijovereenkomsten met Noorwegen en de Faeröer
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 43, lid 3,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) nr. 53/2010 (1) zijn voor 2010 de vangstmogelijkheden vastgesteld voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Europese Unie en, voor vaartuigen van de Europese Unie, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn. |
|
(2) |
De vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen in de wateren van Noorwegen en de Faeröer en in de EU-wateren met betrekking tot bestanden die met die landen gedeeld, gemeenschappelijk beheerd of uitgewisseld worden, alsmede de vangstmogelijkheden in EU-wateren voor vaartuigen die de vlag van Noorwegen en de Faeröer voeren, worden jaarlijks bepaald na overleg over de visserijrechten overeenkomstig de procedure die in de overeenkomsten of protocollen inzake visserijbetrekkingen met die landen zijn vastgesteld (2). |
|
(3) |
In afwachting van de afronding van het overleg over de voor 2010 geldende regelingen met Noorwegen en de Faeröer, zijn bij Verordening (EU) nr. 53/2010 voorlopige vangstmogelijkheden voor de betrokken visbestanden vastgesteld. |
|
(4) |
Op 15 januari en 26 januari 2010 is het overleg met de Faeröer, respectievelijk met Noorwegen afgerond en zijn de regelingen voor de voor 2010 geldende vangstmogelijkheden vastgesteld. Als gevolg daarvan moeten de bij Verordening (EU) nr. 53/2010 vastgestelde, voor 2010 geldende voorlopige vangstmogelijkheden voor de betrokken visbestanden worden vervangen door de vangstmogelijkheden die bij die regelingen zijn bepaald. |
|
(5) |
Tijdens haar in 2009 gehouden jaarlijkse vergadering heeft de Commissie voor de visserij in het centraalwestelijke deel van de Stille Oceaan nogmaals bevestigd dat twee in volle zee gelegen gebieden van het verdragsgebied met ingang van 1 januari 2010 gesloten moeten worden voor de visserij op grootoogtonijn en geelvintonijn door ringzegenvaartuigen, en heeft deze commissie voor elk lid een vangstbeperking voor zwaardvis ingevoerd. Deze nieuwe bepalingen moeten in EU-recht worden omgezet. |
|
(6) |
Derhalve dient Verordening (EU) nr. 53/2010 dienovereenkomstig te worden gewijzigd. |
|
(7) |
Met het oog op de continuïteit van de visserijactiviteiten dient deze verordening met ingang van 1 januari 2010 van toepassing te zijn. Om dezelfde redenen dient zij onmiddellijk na publicatie in werking te treden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) nr. 53/2010 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 1, lid 2, wordt geschrapt. |
|
2) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: „Artikel 30 bis Gesloten gebieden voor de ringzegenvisserij De visserij met ringzegens op grootoogtonijn en geelvintonijn is verboden in de volgende, in volle zee gelegen gebieden:
|
|
3) |
Bijlage IA wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening. |
|
4) |
Bijlage IB wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening. |
|
5) |
Bijlage IH wordt vervangen door de tekst in bijlage III bij deze verordening. |
|
6) |
Bijlage III wordt vervangen door de tekst in bijlage IV bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2010.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 maart 2010.
Voor de Raad
De voorzitter
E. ESPINOSA
(1) PB L 21 van 26.1.2010, blz. 1.
(2) PB L 226 van 29.8.1980, blz. 48 (Noorwegen); PB L 226 van 29.8.1980, blz. 12 (Faeröer).
BIJLAGE I
Bijlage IA bij Verordening (EU) nr. 53/2010 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De tabel betreffende zandspiering in EU-wateren van IIa, IIIa en IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2) |
De tabel voor torsk in EU-wateren en in internationale wateren van V, VI en VII wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3) |
De tabel betreffende torsk in de Noorse wateren van IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
4) |
De tabel betreffende haring in IIIa wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5) |
De tabel betreffende haring in EU-wateren van IV benoorden 53° 30′ NB wordt vervangen door:
Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zone niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
6) |
De tabel betreffende haring in Noorse wateren bezuiden 62° NB wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||
|
7) |
De tabel betreffende bijvangsten van haring in IIIa wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
8) |
De tabel betreffende bijvangsten van haring in EU-wateren van IIa en in IV; VIId wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
9) |
De tabel betreffende haring in VIId; IVc wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
10) |
De tabel betreffende haring in de EU-wateren en internationale wateren van Vb, VIb en VIaN wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
11) |
De tabel betreffende kabeljauw in het Skagerrak wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
12) |
De tabel betreffende kabeljauw in EU-wateren van IIa en IV; het gedeelte van IIIa dat niet bij het Skagerrak en het Kattegat hoort, wordt vervangen door:
Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zone niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
13) |
De tabel betreffende kabeljauw in Noorse wateren bezuiden 62° NB wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||
|
14) |
De tabel betreffende kabeljauw in VIId wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
15) |
De tabel betreffende zeeduivel in de Noorse wateren van IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
16) |
De tabel betreffende schelvis in IIIa, EU-wateren van IIIb, IIIc en IIId wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
17) |
De tabel betreffende schelvis in EU-wateren van IIa en IV wordt vervangen door:
Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zone niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
18) |
De tabel betreffende schelvis in Noorse wateren bezuiden 62° NB wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||
|
19) |
De tabel betreffende wijting in IIIa wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
20) |
De tabel betreffende wijting in de EU-wateren van IIa en in IV wordt vervangen door:
Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zone niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
21) |
De tabel betreffende wijting en pollak in de Noorse wateren bezuiden 62° NB wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||
|
22) |
De tabel betreffende blauwe wijting in de Noorse wateren van II en IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
23) |
De tabel betreffende blauwe wijting in EU-wateren en internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
24) |
De tabel betreffende blauwe wijting in VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
25) |
De tabel voor blauwe wijting in EU-wateren van II, IVa, V, VI ten noorden van 56° 30′ NB en VII ten westen van 12° WL wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||
|
26) |
De tabel betreffende blauwe leng in EU-wateren en internationale wateren van VI en VII wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
27) |
De tabel betreffende leng in EU-wateren en internationale wateren van VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
28) |
De tabel betreffende leng in de Noorse wateren van IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
29) |
De tabel betreffende langoustine in de Noorse wateren van IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
30) |
De tabel betreffende Noorse garnaal in IIIa wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
31) |
De tabel betreffende Noorse garnaal in de Noorse wateren bezuiden 62° NB wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
32) |
De tabel betreffende schol in het Skagerrak wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
33) |
De tabel betreffende schol in het Kattegat wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
34) |
De tabel betreffende schol in EU-wateren van IIa en IV; het gedeelte van IIIa dat niet bij het Skagerrak en het Kattegat hoort, wordt vervangen door:
Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zone niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
35) |
De tabel betreffende koolvis in IIIa; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc, IIId en IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
36) |
De tabel betreffende koolvis in VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; EU-wateren en internationale wateren van XII en XIV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
37) |
De tabel betreffende koolvis in de Noorse wateren bezuiden 62° NB wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||
|
38) |
De tabel betreffende Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot in EU-wateren van IIa en IV; EU-wateren en internationale wateren van Vb en VI wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
39) |
De tabel betreffende makreel in IIIa; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc, IIId en IV wordt vervangen door:
Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
40) |
De tabel betreffende makreel in VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV wordt vervangen door:
Bijzondere voorwaarden: In de onderstaande zone mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de hieronder opgegeven hoeveelheden worden gevangen, en uitsluitend van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 september tot en met 31 december.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
41) |
De tabel betreffende makreel in VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 wordt vervangen door:
Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zone niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
42) |
De tabel betreffende tong in EU-wateren van II en IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
43) |
De tabel betreffende sprot in IIIa wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
44) |
De tabel betreffende sprot in EU-wateren van IIa en IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
45) |
De tabel betreffende horsmakreel in EU-wateren van IVb, IVc en VIId wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
46) |
De tabel betreffende horsmakreel in EU-wateren van IIa, IVa, VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, b, d, e; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
47) |
De tabel betreffende kever in IIIa; EU-wateren van IIa en IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
48) |
De tabel betreffende kever in de Noorse wateren van IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
49) |
De tabel betreffende industrievisserij in de Noorse wateren van IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||
|
50) |
De tabel betreffende gecombineerde quota in EU-wateren van Vb, VI en VII wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||
|
51) |
De tabel betreffende andere soorten in de Noorse wateren van IV wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
52) |
De tabel betreffende andere soorten in EU-wateren van IIa, IV en VIa benoorden 56° 30′ NB wordt vervangen door:
|
||||||||||||||||||||||||||||||
(1) Exclusief wateren binnen zes mijl van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk bij Shetland, Fair Isle en Foula.
(2) Te vangen in zone IV.”.
(3) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.
(4) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII.
(5) Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 25 % per vaartuig in Vb, VI en VII is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in Vb, VI en VII mogen niet meer bedragen dan 3 000 t.
(6) Met inbegrip van leng. De quota voor Noorwegen zijn 6 140 t leng en 2 923 t torsk. Deze quota mogen tot 2 000 t onderling gewisseld worden en de betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in Vb, VI en VII worden gevangen.”.
(7) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm.
(8) Te vangen in het Skagerrak.”.
(9) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. Elke lidstaat moet zijn aanlanding van haring aan de Commissie melden, uitgesplitst naar IVa en IVb.
(10) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken.
(11) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor die soorten.”.
(12) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm.”.
(13) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm.”.
(14) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm.
(15) Uitgezonderd het Blackwater-bestand: het gaat om het haringbestand van het zeegebied van de Theemsmonding in een gebied dat wordt begrensd door een lijn die rechtwijzend zuid gaat vanaf Landguard Point (51° 56′ NB, 1° 19,1′ OL) tot 51° 33′ NB en vandaar rechtwijzend west naar een punt op de kust van het Verenigd Koninkrijk.
(16) Tot 50 % van dit quotum mag worden gevangen in IVb. Gebruikmaking van deze bijzondere voorwaarde moet evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld (HER/*04B.).”.
(17) Bedoeld is het haringbestand in VIa, benoorden 56° 00′ NB, en in het gedeelte van VIa ten oosten van 07° 00′ WL en benoorden 55° 00′ NB, met uitzondering van de Clyde.
(18) Mag uitsluitend in VIa benoorden 56° 30′ NB worden gevangen.”.
(19) Voor het gebruik van dit quotum gelden de in punt 1 van het aanhangsel van deze bijlage vastgestelde voorwaarden.
(20) Met toestemming van de lidstaten mogen vaartuigen die deelnemen aan initiatieven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra vangsten verrichten voor een hoeveelheid die niet groter is dan 5 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, op voorwaarde dat:
|
— |
het vaartuig gebruikmaakt van aan een sensorsysteem gekoppelde camera’s in een gesloten televisiecircuit (CCTV) waarmee alle visserij- en verwerkingsactiviteiten die aan boord van het vaartuig plaatsvinden, worden geregistreerd; |
|
— |
alle kabeljauwvangsten van dat vaartuig in mindering worden gebracht op het quotum, met inbegrip van de vissen die kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat; |
|
— |
de extra vangsten niet meer bedragen dan 30 % van de normale vangstbeperking die op een dergelijk vaartuig van toepassing is, of niet groter zijn dat een hoeveelheid die in die zin kan worden gerechtvaardigd dat de visserijmortaliteit van het kabeljauwbestand gegarandeerd niet zal toenemen; |
|
— |
wanneer een lidstaat constateert dat een aan het initiatief deelnemend vaartuig niet aan de bovenvermelde voorwaarden voldoet, deze lidstaat de toestemming die hij aan dat vaartuig heeft gegeven om extra vangsten te verrichten intrekt en dat vaartuig uitsluit van verdere deelname aan het initiatief.”. |
(21) Voor het gebruik van dit quotum gelden de in punt 1 van het aanhangsel van deze bijlage vastgestelde voorwaarden.
(22) Met toestemming van de lidstaten mogen vaartuigen die deelnemen aan initiatieven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra vangsten verrichten voor een hoeveelheid die niet groter is dan 5 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, op voorwaarde dat:
|
— |
het vaartuig gebruikmaakt van aan een sensorsysteem gekoppelde camera’s in een gesloten televisiecircuit (CCTV) waarmee alle visserij- en verwerkingsactiviteiten die aan boord van het vaartuig plaatsvinden, worden geregistreerd; |
|
— |
alle kabeljauwvangsten van dat vaartuig in mindering worden gebracht op het quotum, met inbegrip van de vissen die kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat; |
|
— |
de extra vangsten niet meer bedragen dan 30 % van de normale vangstbeperking die op een dergelijk vaartuig van toepassing is, of niet groter zijn dat een hoeveelheid die in die zin kan worden gerechtvaardigd dat de visserijmortaliteit van het kabeljauwbestand gegarandeerd niet zal toenemen; |
|
— |
wanneer een lidstaat constateert dat een aan het initiatief deelnemend vaartuig niet aan de bovenvermelde voorwaarden voldoet, deze lidstaat de toestemming die hij aan dat vaartuig heeft gegeven om extra vangsten te verrichten intrekt en dat vaartuig uitsluit van verdere deelname aan het initiatief. |
(23) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken.
(24) Bijvangsten van schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soort.”.
(25) Voor het gebruik van dit quotum gelden de in punt 2 van het aanhangsel van deze bijlage vastgestelde voorwaarden.
(26) Met toestemming van de lidstaten mogen vaartuigen die deelnemen aan initiatieven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra vangsten verrichten voor een hoeveelheid die niet groter is dan 5 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, op voorwaarde dat:
|
— |
het vaartuig gebruikmaakt van aan een sensorsysteem gekoppelde camera’s in een gesloten televisiecircuit (CCTV) waarmee alle visserij- en verwerkingsactiviteiten die aan boord van het vaartuig plaatsvinden, worden geregistreerd; |
|
— |
alle kabeljauwvangsten van dat vaartuig in mindering worden gebracht op het quotum, met inbegrip van de vissen die kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat; |
|
— |
de extra vangsten niet meer bedragen dan 30 % van de normale vangstbeperking die op een dergelijk vaartuig van toepassing is, of niet groter zijn dat een hoeveelheid die in die zin kan worden gerechtvaardigd dat de visserijmortaliteit van het kabeljauwbestand gegarandeerd niet zal toenemen; |
|
— |
wanneer een lidstaat constateert dat een aan het initiatief deelnemend vaartuig niet aan de bovenvermelde voorwaarden voldoet, deze lidstaat de toestemming die hij aan dat vaartuig heeft gegeven om extra vangsten te verrichten intrekt en dat vaartuig uitsluit van verdere deelname aan het initiatief.”. |
(27) Exclusief naar schatting 264 t industriële bijvangst.”.
(28) Exclusief naar schatting 746 t industriële bijvangst.
(29) Bijvangsten van kabeljauw, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soort.”.
(30) Exclusief naar schatting 773 t industriële bijvangst.”.
(31) Voor het gebruik van dit quotum gelden de in punt 3 van het aanhangsel van deze bijlage vastgestelde voorwaarden.
(32) Exclusief naar schatting 1 063 t industriële bijvangst.
(33) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken.
(34) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten.”.
(35) Waarvan tot 68 % mag worden gevangen in de Noorse economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM1).
(36) Mag in de wateren van de Faeröer worden gevangen met inachtneming van de voor de Europese Unie beschikbare totale toegangshoeveelheid van 14 000 t (WHB/*05B-F).
(37) Te vangen in de EU-wateren van II, IVa, VIa ten noorden van 56° 30′ NB, VIb en VII ten westen van 12° WL. (WHB/*8CX34). In IVa mag ten hoogste 40 000 t worden gevangen.
(38) Waarvan tot 500 t mag bestaan uit zilversmelten (Argentina spp.).
(39) Vangsten van blauwe wijting mogen onvermijdelijke vangsten van zilversmelten (Argentina spp.) bevatten.
(40) Te vangen in de EU-wateren van II, IVa, V, VIa ten noorden van 56° 30′ NB, VIb en VII ten westen van 12° WL. In IVa mag ten hoogste 2 250 t worden gevangen.”.
(41) Waarvan tot 68 % mag worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM2).
(42) Mag in de wateren van de Faeröer worden gevangen met inachtneming van de voor de Europese Unie beschikbare totale toegangshoeveelheid van 14 000 t (WHB/*05B-F).”.
(43) In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van Noorwegen die zijn vastgelegd in de overeenkomst met de kuststaten.
(44) In zone IV mag ten hoogste 21 753 t worden gevangen, d.w.z. 25 % van het toegangsniveau van Noorwegen.
(45) In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van de Faeröer die zijn vastgelegd in de overeenkomst met de kuststaten.
(46) Mag ook worden gevangen in zone VIb. In zone IV mag ten hoogste 3 500 t worden gevangen.”.
(47) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.
(48) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII.
(49) Bijvangsten van grenadiervis en zwarte haarstaart worden op dit quotum in mindering gebracht. Te vangen in de EU-wateren van VIa ten noorden van 56° 30′ NB en VIb.”.
(50) Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 25 % per vaartuig in Vb, VI en VII is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in VI en VII mogen niet meer bedragen dan 3 000 t.
(51) Inclusief torsk. De quota voor Noorwegen zijn 6 140 t leng en 2 923 t torsk en mogen tot 2 000 t onderling gewisseld worden. De betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in Vb, VI en VII worden gevangen.
(52) Inclusief torsk. Te vangen in VIb en VIa benoorden 56° 30′ NB.
(53) Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 20 % per vaartuig in VIa en VIb is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in VI mogen echter niet meer bedragen dan 75 t.”.
(54) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soort.”.
(55) Mag uitsluitend in de EU-wateren van IV en in IIIa worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel.”.
(56) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak en wijting worden in mindering gebracht op de quota voor deze soort.”.
(57) Waarvan 350 t wordt toegewezen aan Noorwegen en moet worden gevangen in de EU-wateren van IIa en VI. In VI mag deze hoeveelheid alleen met beuglijnen worden gevangen.”.
(58) Overeenkomstig de verklaring van de Raad en de Commissie tijdens de bijeenkomst van ministers voor visserij op 14 en 15 december 2009 over de visserij in Noorse wateren, mag bovenop dit quotum een hoeveelheid van 7 234 t worden gevangen in de EU-wateren van dit TAC-gebied; deze hoeveelheid stemt overeen met het in 2009 onbenutte quotum voor deze soort in de Noorse wateren van IV.
(59) Waarvan 242 t te vangen in Noorse wateren bezuiden 62° NB (MAC/*04N-).
(60) Bij het vissen in Noorse wateren worden bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis in mindering gebracht op de quota voor deze soort.
(61) Mag tevens in de Noorse wateren van IVa worden gevangen.
(62) Af te trekken van het Noorse TAC-aandeel („toegangsquotum”). Dit quotum omvat het Noorse aandeel in de Noordzee-TAC van 39 054 t. Dit quotum mag uitsluitend in IVa worden gevangen, behalve 3 000 t die mag worden gevangen in IIIa.
(63) Mag worden gevangen in IIa, VIa benoorden 56° 30′ NB, IVa, VIId, VIIe, VIIf en VIIh.
(64) Mag worden gevangen in VIa benoorden 56° 30′ NB, VIIe, VIIf en VIIh. Mag tevens worden gevangen in de EU-wateren van IVa benoorden 59° NB van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 september tot en met 31 december.
(65) De hoeveelheden die met andere lidstaten mogen worden geruild, mogen in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen (MAC/*8ABD). De door Spanje, Portugal of Frankrijk te ruil aangeboden hoeveelheden die in VIIIa, VIIIb en VIIId moeten worden gevangen, mogen echter niet meer dan 25 % van de quota van de gevende lidstaat bedragen.
(66) Mag uitsluitend in de EU-wateren van IV worden gevangen.”.
(67) Met inbegrip van zandspiering.
(68) Mag uitsluitend in de EU-wateren van IV worden gevangen.
(69) Mag worden gevangen in IV en VIa benoorden 56° 30′ NB. Bijvangst van blauwe wijting wordt in mindering gebracht op het quotum voor blauwe wijting voor VIa, VIb en VII.
(70) 1 832 t mag als haring worden gevangen met netten met een maaswijdte kleiner dan 32 mm. Als het quotum van 1 832 t haring is opgebruikt, zijn alle visserijactiviteiten met een maaswijdte kleiner dan 32 mm verboden.
(71) Voorlopige TAC. De definitieve TAC zal in het licht van nieuw wetenschappelijk advies in de eerste helft van 2010 worden vastgesteld.”.
(72) Tot 5 % van dit quotum dat in VIId wordt gevist, mag in mindering worden gebracht op het quotum voor het gebied: EU-wateren van IIa, IVa, VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV. Gebruikmaking van deze bijzondere voorwaarde moet evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld (JAX/*2A-14).
(73) Mag uitsluitend in de EU-wateren van IV worden gevangen.”.
(74) Tot 5 % van de vangsten die in het kader van dit quotum worden gedaan in EU-wateren van IIa of IVa, mogen in mindering worden gebracht op het quotum voor de EU-wateren van IVb, IVc en VIId. Gebruikmaking van deze bijzondere voorwaarde moet evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld (JAX/*4BC7D).
(75) Tot 5 % van dit quotum mag worden gevangen in VIId. Gebruikmaking van deze bijzondere voorwaarde moet evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld (JAX/*07D).
(76) Mag worden gevangen in IVa, VIa benoorden 56° 30′ NB, VIIe, VIIf en VIIh.”.
(77) Het quotum mag uitsluitend in de EU-wateren van IIa, IIIa en IV worden gevangen.
(78) Dit quotum mag uitsluitend in IV en VIa benoorden 56° 30′ NB worden gevangen.”.
(79) Inclusief onvermijdelijke bijvangst van horsmakreel.”.
(80) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten.
(81) Waarvan tot 400 t mag bestaan uit horsmakreel.”.
(82) Enkel met beuglijnen te vangen; met inbegrip van grenadiervissen, diepzeekabeljauw en gaffelkabeljauw.”.
(83) Door Noorwegen aan Zweden toegekend quotum op traditioneel niveau voor „andere soorten”.
(84) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijtakken; uitzonderingen kunnen worden opgenomen na overleg.”.
(85) Beperkt tot IIa en IV.
(86) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijtakken; uitzonderingen kunnen worden opgenomen na overleg.
(87) In de gebieden IV en VIa benoorden 56° 30′ NB beperkt tot bijvangsten van witvis.”.
BIJLAGE II
Bijlage IB bij Verordening (EU) nr. 53/2010 wordt vervangen door:
„BIJLAGE IB
NOORDOOSTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN EN GROENLAND
ICES-zones I, II, V, XII, XIV en Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1
|
Soort: |
Sneeuwkrabben Chionoecetes spp. |
Gebied: |
Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1 (PCR/N01GRN) |
||
|
Ierland |
62 |
|
|
|
|
|
Spanje |
437 |
|
|
|
|
|
EU |
500 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
|
|
|
Soort: |
Haring Clupea harengus |
Gebied: |
EU-wateren en internationale wateren van I en II (HER/1/2.) |
||
|
België |
34 |
|
|
||
|
Denemarken |
33 079 |
|
|
||
|
Duitsland |
5 793 |
|
|
||
|
Spanje |
109 |
|
|
||
|
Frankrijk |
1 427 |
|
|
||
|
Ierland |
8 563 |
|
|
||
|
Nederland |
11 838 |
|
|
||
|
Polen |
1 674 |
|
|
||
|
Portugal |
109 |
|
|
||
|
Finland |
512 |
|
|
||
|
Zweden |
12 257 |
|
|
||
|
Verenigd Koninkrijk |
21 148 |
|
|
||
|
EU |
96 543 |
|
|
||
|
Noorwegen |
86 889 |
|
|
||
|
TAC |
1 483 000 |
|
|
Analytische TAC
|
|
Bijzondere voorwaarden:
Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zone niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
|
Noorse wateren ten noorden van 62° NB en de visserijzone rond Jan Mayen (HER/*2AJMN) |
|
|
België |
30 |
|
|
Denemarken |
29 771 |
|
|
Duitsland |
5 214 |
|
|
Spanje |
98 |
|
|
Frankrijk |
1 284 |
|
|
Ierland |
7 707 |
|
|
Nederland |
10 654 |
|
|
Polen |
1 507 |
|
|
Portugal |
98 |
|
|
Finland |
461 |
|
|
Zweden |
11 032 |
|
|
Verenigd Koninkrijk |
19 033 |
|
|
Soort: |
Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: |
Noorse wateren van I en II (COD/1N2AB.) |
||
|
Duitsland |
2 423 |
|
|
|
|
|
Griekenland |
300 |
|
|
|
|
|
Spanje |
2 702 |
|
|
|
|
|
Ierland |
300 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
2 224 |
|
|
|
|
|
Portugal |
2 702 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
9 398 |
|
|
|
|
|
EU |
20 050 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: |
Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1; Groenlandse wateren van V en XIV (COD/N01514) |
||
|
Duitsland |
1 636 |
|
|
||
|
Verenigd Koninkrijk |
364 |
|
|
||
|
EU |
2 500 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Kabeljauw Gadus morhua |
Gebied: |
I en IIb (COD/1/2B.) |
||
|
Duitsland |
3 928 |
|
|
|
|
|
Spanje |
10 155 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
1 676 |
|
|
|
|
|
Polen |
1 838 |
|
|
|
|
|
Portugal |
2 144 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
2 515 |
|
|
|
|
|
Alle lidstaten |
100 |
|
|
||
|
EU |
22 356 |
|
|
||
|
TAC |
593 000 |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Kabeljauw en schelvis Gadus morhua en Melanogrammus aeglefinus |
Gebied: |
Wateren van de Faeröer van Vb (C/H/05B-F.) |
||
|
Duitsland |
10 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
60 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
430 |
|
|
|
|
|
EU |
500 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Heilbot Hippoglossus hippoglossus |
Gebied: |
Groenlandse wateren van V en XIV (HAL/514GRN) |
||
|
Portugal |
1 000 |
|
|
||
|
EU |
1 075 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
|
|
|
Soort: |
Heilbot Hippoglossus hippoglossus |
Gebied: |
Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1 (HAL/N01GRN) |
||
|
EU |
75 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
|
|
|
Soort: |
Lodde Mallotus villosus |
Gebied: |
IIb (CAP/02B.) |
||
|
EU |
0 |
|
|
|
|
|
TAC |
0 |
|
|
|
|
|
Soort: |
Lodde Mallotus villosus |
Gebied: |
Groenlandse wateren van V en XIV (CAP/514GRN) |
||
|
Alle lidstaten |
0 |
|
|
|
|
|
EU |
0 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
|
|
|
Soort: |
Schelvis Melanogrammus aeglefinus |
Gebied: |
Noorse wateren van I en II (HAD/1N2AB.) |
||
|
Duitsland |
439 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
264 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
1 347 |
|
|
|
|
|
EU |
2 050 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Blauwe wijting Micromesistius poutassou |
Gebied: |
Wateren van de Faeröer (WHB/2A4AXF) |
||
|
Denemarken |
1 188 |
|
|
|
|
|
Duitsland |
81 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
130 |
|
|
|
|
|
Nederland |
113 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
1 188 |
|
|
|
|
|
EU |
2 700 |
|
|
|
|
|
TAC |
540 000 |
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||
|
Soort: |
Leng en blauwe leng Molva molva en Molva dypterygia |
Gebied: |
Wateren van de Faeröer van Vb (B/L/05B-F.) |
||
|
Duitsland |
791 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
1 755 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
154 |
|
|
|
|
|
EU |
2 700 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Noorse garnaal Pandalus borealis |
Gebied: |
Groenlandse wateren van V en XIV (PRA/514GRN) |
||
|
Denemarken |
1 282 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
1 282 |
|
|
|
|
|
EU |
7 000 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Noorse garnaal Pandalus borealis |
Gebied: |
Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1 (PRA/N01GRN) |
||
|
Denemarken |
2 000 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
2 000 |
|
|
|
|
|
EU |
4 000 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Koolvis Pollachius virens |
Gebied: |
Noorse wateren van I en II (POK/1N2AB.) |
||
|
Duitsland |
2 400 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
386 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
214 |
|
|
|
|
|
EU |
3 000 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Koolvis Pollachius virens |
Gebied: |
Internationale wateren van I en II (POK/1/2INT) |
||
|
EU |
0 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
|
|
|
Soort: |
Koolvis Pollachius virens |
Gebied: |
Wateren van de Faeröer van Vb (POK/05B-F.) |
||
|
België |
49 |
|
|
|
|
|
Duitsland |
301 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
1 463 |
|
|
|
|
|
Nederland |
49 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
563 |
|
|
|
|
|
EU |
2 425 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides |
Gebied: |
Noorse wateren van I en II (GHL/1N2AB.) |
||
|
Duitsland |
25 |
|
|
||
|
Verenigd Koninkrijk |
25 |
|
|
||
|
EU |
50 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides |
Gebied: |
Internationale wateren van I en II (GHL/1/2INT) |
||
|
EU |
0 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
|
|
|
Soort: |
Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides |
Gebied: |
Groenlandse wateren van V en XIV (GHL/514GRN) |
||
|
Duitsland |
6 271 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
330 |
|
|
|
|
|
EU |
7 500 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides |
Gebied: |
Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1 (GHL/N01GRN) |
||
|
Duitsland |
1 850 |
|
|
|
|
|
EU |
2 800 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Makreel Scomber scombrus |
Gebied: |
Noorse wateren van IIa (MAC/02A-N.) |
||
|
Denemarken |
11 626 |
|
|
||
|
EU |
11 626 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Makreel Scomber scombrus |
Gebied: |
Wateren van de Faeröer van Vb (MAC/05B-F.) |
||
|
Denemarken |
3 765 |
|
|
||
|
EU |
3 765 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: |
EU-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV (RED/51214.) |
||
|
Estland |
210 |
|
|
|
|
|
Duitsland |
4 266 |
|
|
|
|
|
Spanje |
749 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
398 |
|
|
|
|
|
Ierland |
1 |
|
|
|
|
|
Letland |
76 |
|
|
|
|
|
Nederland |
2 |
|
|
|
|
|
Polen |
384 |
|
|
|
|
|
Portugal |
896 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
10 |
|
|
|
|
|
EU |
6 992 |
|
|
||
|
TAC |
46 000 |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: |
Noorse wateren van I en II (RED/1N2AB.) |
||
|
Duitsland |
766 |
|
|
||
|
Spanje |
95 |
|
|
||
|
Frankrijk |
84 |
|
|
||
|
Portugal |
405 |
|
|
||
|
Verenigd Koninkrijk |
150 |
|
|
||
|
EU |
1 500 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: |
Internationale wateren van I en II (RED/1/2INT) |
||
|
EU |
Niet relevant |
|
|
||
|
TAC |
8 600 |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: |
Groenlandse wateren van V en XIV (RED/514GRN) |
||
|
Duitsland |
6 041 |
|
|
||
|
Frankrijk |
30 |
|
|
||
|
Verenigd Koninkrijk |
42 |
|
|
||
|
EU |
8 000 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: |
IJslandse wateren van Va (RED/05A-IS) |
||
|
België |
0 |
|
|
||
|
Duitsland |
0 |
|
|
||
|
Frankrijk |
0 |
|
|
||
|
Verenigd Koninkrijk |
0 |
|
|
||
|
EU |
0 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Roodbaarzen Sebastes spp. |
Gebied: |
Wateren van de Faeröer van Vb (RED/05B-F.) |
||
|
België |
11 |
|
|
|
|
|
Duitsland |
1 473 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
99 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
17 |
|
|
|
|
|
EU |
1 600 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Bijvangsten |
Gebied: |
Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1 (XBC/N01GRN) |
||
|
EU |
2 300 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
|
|
|
Soort: |
Andere soorten (31) |
Gebied: |
Noorse wateren van I en II (OTH/1N2AB.) |
||
|
Duitsland |
117 |
|
|
||
|
Frankrijk |
47 |
|
|
||
|
Verenigd Koninkrijk |
186 |
|
|
||
|
EU |
350 |
|
|
||
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Andere soorten (32) |
Gebied: |
Wateren van de Faeröer van Vb (OTH/05B-F.) |
||
|
Duitsland |
305 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
275 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
180 |
|
|
|
|
|
EU |
760 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
|
|
Soort: |
Platvis |
Gebied: |
Wateren van de Faeröer van Vb (FLX/05B-F.) |
||
|
Duitsland |
54 |
|
|
|
|
|
Frankrijk |
42 |
|
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk |
204 |
|
|
|
|
|
EU |
300 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.” |
|
(1) Bij het rapporteren van vangsten aan de Commissie worden tevens de gevangen hoeveelheden in elk van de volgende gebieden gerapporteerd: het gereglementeerde gebied van NEAFC, de EU-wateren, de wateren van de Faeröer, de Noorse wateren, de visserijzone rond Jan Mayen, de visserijbeschermingszone rond Svalbard.
(2) Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het TAC-aandeel van Noorwegen („toegangsquotum”). Dit quotum mag worden gevangen in de EU-wateren ten noorden van 62° NB.
(3) Zodra de som van de vangsten van alle lidstaten 86 889 t bedraagt, worden geen nieuwe vangsten meer toegestaan.
(3) Te vangen ten zuiden van 61° NB in West-Groenland en ten zuiden van 62° NB in Oost-Groenland.
(4) De vaartuigen moeten een wetenschappelijk waarnemer aan boord hebben.
(5) Waarvan 500 t toegewezen aan Noorwegen. Mag uitsluitend bezuiden 62° NB in XIV en Va en bezuiden 61° NB in NAFO 1 worden gevangen.
(6) Met uitzondering van Duitsland, Spanje, Frankrijk, Polen, Portugal en het Verenigd Koninkrijk.
(7) De toewijzing van het aandeel van het voor de Europese Unie beschikbare kabeljauwbestand in de zone Spitsbergen en Bereneiland laat de uit het Verdrag van Parijs van 1920 voortvloeiende rechten en verplichtingen geheel onverlet.
(8) Te vangen door niet meer dan zes EU-beugvaartuigen die gericht op heilbot vissen. Vangsten van aanverwante soorten worden op dit quotum in mindering gebracht.
(9) Waarvan 75 t, uitsluitend met beuglijnen te vangen, aan Noorwegen is toegewezen.
(10) Waarvan 75 t, met beuglijnen te vangen, aan Noorwegen is toegewezen.
(11) TAC overeengekomen door de Europese Unie, de Faeröer, Noorwegen en IJsland.
(12) Bijvangsten van maximaal 952 t grenadiervis en zwarte haarstaart worden op dit quotum in mindering gebracht.
(13) Waarvan 3 100 t is toegewezen aan Noorwegen en 1 335 t aan de Faeröer.
(14) Enkel als bijvangst.
(15) Waarvan 824 t is toegewezen aan Noorwegen en 75 t aan de Faeröer.
(16) Waarvan 800 t is toegewezen aan Noorwegen en 150 t aan de Faeröer. Enkel in NAFO 1 te vangen.
(17) Mag ook worden gevangen in IVa en in internationale wateren van IIa (MAC/*04NA2A).
(18) Mag in EU-wateren van IVa (MAC/*04A.) worden gevangen.
(19) Ten hoogste 70 % van het quotum mag worden gevangen in het gebied met de onderstaande coördinaten; in de periode van 1 april tot en met 10 mei mag ten hoogste 15 % van het quotum in dat gebied worden gevangen. (RED/*5X14.).
|
Punt nr. |
Noorderbreedte |
Westerlengte |
|
1 |
64° 45′ |
28° 30′ |
|
2 |
62° 50′ |
25° 45′ |
|
3 |
61° 55′ |
26° 45′ |
|
4 |
61° 00′ |
26° 30′ |
|
5 |
59° 00′ |
30° 00′ |
|
6 |
59° 00′ |
34° 00′ |
|
7 |
61° 30′ |
34° 00′ |
|
8 |
62° 50′ |
36° 00′ |
|
9 |
64° 45′ |
28° 30′ |
(20) Enkel als bijvangst.
(21) Er zal enkel worden gevist in de periode van 15 augustus tot en met 30 november 2010. De visserij wordt gesloten wanneer de TAC volledig is opgebruikt door de verdragsluitende partijen bij de NEAFC. De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de datum waarop het NEAFC-secretariaat de verdragsluitende partijen van de NEAFC heeft meegedeeld dat de TAC volledig is opgebruikt. Vanaf die datum wordt door de lidstaten het gericht vissen op roodbaarzen door vaartuigen die hun vlag voeren, verboden.
(22) De vaartuigen beperken hun bijvangsten van roodbaarzen in andere visserijtakken tot maximaal 1 % van de totale aan boord gehouden vangst.
(23) Mag alleen met pelagische trawls worden gevangen. Mag ten westen of ten oosten van Groenland worden gevangen. De quota mogen in het gereglementeerde NEAFC-gebied worden gevangen mits de Groenlandse voorwaarden voor vangstrapportage vervuld zijn (RED/*51214).
(24) Waarvan 1 500 t is toegewezen aan Noorwegen en 385 t aan de Faeröer.
(25) Ten hoogste 70 % van het quotum mag worden gevangen in het gebied met de onderstaande coördinaten; in de periode van 1 april tot en met 10 mei mag ten hoogste 15 % van het quotum in dat gebied worden gevangen. (RED/*5-14.)
|
Punt nr. |
Noorderbreedte |
Westerlengte |
|
1 |
64° 45′ |
28° 30′ |
|
2 |
62° 50′ |
25° 45′ |
|
3 |
61° 55′ |
26° 45′ |
|
4 |
61° 00′ |
26° 30′ |
|
5 |
59° 00′ |
30° 00′ |
|
6 |
59° 00′ |
34° 00′ |
|
7 |
61° 30′ |
34° 00′ |
|
8 |
62° 50′ |
36° 00′ |
|
9 |
64° 45′ |
28° 30′ |
(26) Inclusief onvermijdelijke bijvangst (bijvangst van kabeljauw niet toegestaan).
(27) Te vissen tussen juli en december.
(28) Voorlopig quotum in afwachting van de uitkomst van het visserijoverleg met IJsland voor 2010.
(29) Bijvangsten worden gedefinieerd als vangsten van andere soorten dan de in de vismachtiging vermelde doelsoorten van het vaartuig. Mag ten oosten of ten westen van Groenland worden gevangen.
(30) Waarvan 120 t grenadiervis aan Noorwegen wordt toegewezen. Uitsluitend te vangen in V, XIV en NAFO 1.
(31) Enkel als bijvangst.
(32) Exclusief soorten zonder handelswaarde.
BIJLAGE III
Bijlage IH bij Verordening (EU) nr. 53/2010 wordt vervangen door:
„BIJLAGE IH
WCFPC-gebied
|
Soort: |
Zwaardvis Xiphias gladius |
Gebied: |
Het gedeelte van het WCFPC-gebied ten zuiden van 20° ZB (F7120S) |
||
|
EU |
3 170,36 |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
|
Analytische TAC”
|
|
BIJLAGE IV
Bijlage III bij Verordening (EU) nr. 53/2010 wordt vervangen door:
„BIJLAGE III
Kwantitatieve beperkingen inzake vismachtigingen voor EU-vaartuigen in wateren van derde landen
|
Gebied |
Visserij |
Aantal vismachtigingen |
Verdeling van de vismachtigingen over de lidstaten |
Maximumaantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn |
|
Noorse wateren en visserijzone rond Jan Mayen (6) |
Haring, benoorden 62° 00′ NB |
93 |
DK: 32, DE: 6, FR: 1, IE: 9, NL: 11, PL: 1, SV: 12, UK: 21 |
69 |
|
Demersale soorten, benoorden 62° 00′ NB |
80 |
DE: 16, IE: 1, ES: 20, FR: 18, PT: 9, UK: 14 |
50 |
|
|
Makreel, bezuiden 62° 00′ NB, ringzegenvisserij |
31 |
DK: 26 (1), DE: 4 (1), FR: 2 (1), IE: 40 (1), NL: 11 (1), SE: 9 (1), UK: 36 (1) |
niet relevant |
|
|
Makreel, bezuiden 62° 00′ NB, trawlvisserij |
97 |
niet relevant |
||
|
Makreel, benoorden 62° 00′ NB, ringzegenvisserij |
11 (2) |
DK: 11 |
niet relevant |
|
|
Soorten voor de industrievisserij, benoorden 62° 00′ NB |
480 |
DK: 450, UK: 30 |
150 |
|
|
Wateren van de Faeröer (7) |
Elke vorm van trawlvisserij met vaartuigen van ten hoogste 180 voet in de zone tussen 12 en 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer |
26 |
BE: 0, DE: 4, FR: 4, UK: 18 |
13 |
|
Gerichte visserij op kabeljauw en schelvis met netten met mazen niet kleiner dan 135 mm, beperkt tot het gebied ten zuiden van 62° 28′ NB en ten oosten van 6° 30′ WL |
8 (3) |
|
4 |
|
|
|
Trawlvisserij buiten 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer. In de perioden 1 maart-31 mei en 1 oktober-31 december mogen deze vaartuigen vissen in het gebied tussen 61° 20′ NB en 62° 00′ NB en tussen 12 en 21 mijl vanaf de basislijnen. |
70 |
BE: 0, DE: 10, FR: 40, UK: 20 |
26 |
|
Trawlvisserij op blauwe leng met netten met mazen niet kleiner dan 100 mm in het gebied ten zuiden van 61° 30′ NB en ten westen van 9° 00′ WL en in het gebied tussen 7° 00′ WL en 9° 00′ WL ten zuiden van 60° 30′ NB en in het gebied ten zuidwesten van een lijn tussen 60° 30′ NB, 7° 00′ WL en 60° 00′ NB, 6° 00′ WL |
70 |
20 (5) |
||
|
|
Gerichte trawlvisserij op koolvis met netten met mazen niet kleiner dan 120 mm, en waarbij verstevigingsstroppen rond de kuil mogen worden gebruikt |
70 |
|
22 (5) |
|
Visserij op blauwe wijting. Het totale aantal vismachtigingen kan met 4 vaartuigen worden verhoogd om in spannen te vissen indien de autoriteiten van de Faeröer zouden beslissen om bijzondere toegangsregels voor een gebied, „main fishing area of blue whiting” genaamd, in te stellen. |
36 |
DE: 3, DK: 19, FR: 2, NL: 5, UK: 5 |
20 |
|
|
Lijnvisserij |
10 |
UK: 10 |
6 |
|
|
Makreelvisserij |
12 |
DK: 12 |
12 |
|
|
Haringvisserij benoorden 61° NB |
21 |
DK: 7, DE: 1, IE: 2, FR: 0, NL: 3, SV: 3, UK: 5 |
21 |
(1) Deze verdeling geldt voor de ringzegen- en trawlvisserij.
(2) Te kiezen uit de elf vismachtigingen voor ringzegenvisserij op makreel bezuiden 62° 00′ NB.
(3) Volgens de goedgekeurde notulen van 1999 zijn de aantallen voor de gerichte visserij op kabeljauw en schelvis opgenomen in de aantallen voor „Elke vorm van trawlvisserij met vaartuigen van ten hoogste 180 voet in de zone tussen 12 en 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer”.
(4) Maximumaantal vaartuigen dat op enig moment tegelijkertijd in het gebied aanwezig mag zijn.
(5) Dit aantal is begrepen in het aantal voor „Trawlvisserij buiten 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer”.
(6) De vismachtigingen voor visserijactiviteiten in deze wateren mogen pas worden verleend vanaf de datum van sluiting van de bilaterale visserijovereenkomst met Noorwegen voor 2010.
(7) De vismachtigingen voor visserijactiviteiten in deze wateren mogen pas worden verleend vanaf de datum van sluiting van de bilaterale visserijovereenkomst met de Faeröer voor 2010.”.