|
20.3.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 72/17 |
RICHTLIJN 2010/19/EU VAN DE COMMISSIE
van 9 maart 2010
tot wijziging van Richtlijn 91/226/EEG van de Raad en Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad met het oog op aanpassing aan de technische vooruitgang op het gebied van opspatafschermingssystemen voor bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens ervan
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (kaderrichtlijn) (1), en met name op artikel 39, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Richtlijn 91/226/EEG van de Raad van 27 maart 1991 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake opspatafschermingssystemen bij bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (2) is een van de bijzondere richtlijnen in het kader van de bij Richtlijn 2007/46/EG vastgestelde EG-typegoedkeuringsprocedure. De bepalingen van Richtlijn 2007/46/EG betreffende systemen, onderdelen en technische eenheden voor voertuigen zijn daarom van toepassing op Richtlijn 91/226/EEG. |
|
(2) |
Vanwege de verplichte toepassing van de EG-typegoedkeuringsprocedure op alle onder Richtlijn 2007/46/EG vallende voertuigcategorieën moeten geharmoniseerde voorschriften worden vastgesteld voor de opspatafscherming van alle onder Richtlijn 91/226/EEG vallende voertuigcategorieën. Bovendien moet worden verduidelijkt dat die voorschriften niet verplicht zijn voor terreinvoertuigen. Ten slotte moeten Richtlijn 91/226/EEG en bijlage IV bij Richtlijn 2007/46/EG in het licht van de opgedane ervaring aan de technische vooruitgang worden aangepast. |
|
(3) |
De Richtlijnen 91/226/EEG en 2007/46/EG moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(4) |
De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het technische comité Motorvoertuigen, |
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Richtlijn 91/226/EEG wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Het overzicht van de bijlagen en de bijlagen I, II en III worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze richtlijn. |
|
2) |
De ongenummerde bijlage „Afbeeldingen” wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze richtlijn. |
Artikel 2
Punt 43 van bijlage IV en van de aanhangsels 2 en 4 van bijlage XI bij Richtlijn 2007/46/EG komt als volgt te luiden:
|
„43 |
Opspatafschermingssystemen |
Richtlijn 91/226/EEG |
|
|
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
X” |
Artikel 3
1. Met ingang van 9 april 2011 mogen de lidstaten, om redenen die verband houden met opspatafscherming, niet weigeren nationale of EG-typegoedkeuring te verlenen voor voertuigen en onderdelen die voldoen aan Richtlijn 91/226/EEG, zoals gewijzigd bij deze richtlijn.
2. Met ingang van 9 april 2011 weigeren de lidstaten, om redenen die verband houden met opspatafscherming, nationale of EG-typegoedkeuring te verlenen voor voertuigen en onderdelen die niet voldoen aan Richtlijn 91/226/EEG, zoals gewijzigd bij deze richtlijn.
3. Wanneer krachtens Richtlijn 2007/46/EG EG-typegoedkeuring voor gehele voertuigen wordt aangevraagd, hoeven voertuigtypen waarvoor een nationale of EG-typegoedkeuring met betrekking tot de opspatafscherming is verleend, niet te voldoen aan de voorschriften betreffende opspatafscherming in Richtlijn 91/226/EEG.
Artikel 4
1. De lidstaten dienen uiterlijk op 8 april 2011 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.
Zij passen die bepalingen toe vanaf 9 april 2011.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 5
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 6
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 9 maart 2010.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
BIJLAGE I
1.
Het overzicht van de bijlagen bij Richtlijn 91/226/EEG wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
de titel van aanhangsel 3 van bijlage II komt als volgt te luiden: „Inlichtingenformulier voor EG-onderdeeltypegoedkeuring”; |
|
b) |
de titel van bijlage III komt als volgt te luiden:
|
|
c) |
de regel „Afbeeldingen (1 tot en met 9)” komt als volgt te luiden:
|
2.
Bijlage I bij Richtlijn 91/226/EEG wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
de punten 9, 10 en 11 komen als volgt te luiden: „9. Hefbare as Een as zoals gedefinieerd in punt 2.15 van bijlage I bij Richtlijn 97/27/EG. 10. Onbeladen voertuig Een voertuig in rijklare toestand zoals gedefinieerd in punt 2.6 van bijlage I bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (*1). 11. Loopvlak Het deel van de band zoals gedefinieerd in punt 2.8 van bijlage II bij Richtlijn 92/23/EEG. |
|
b) |
de volgende punten 13, 14 en 15 worden toegevoegd: „13. Opleggertrekkend voertuig Een trekkend voertuig zoals gedefinieerd in punt 2.1.1.2.2 van bijlage I bij Richtlijn 97/27/EG. 14. Technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand De maximummassa van het voertuig zoals gedefinieerd in punt 2.6 van bijlage I bij Richtlijn 97/27/EG. 15. Voertuigtype In verband met opspatafscherming, complete, incomplete of voltooide voertuigen die op de volgende punten niet onderling verschillen:
|
3.
Bijlage II bij Richtlijn 91/226/EEG wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
de punten 2 tot en met 3.4.3 worden vervangen door: „2. Aanvraag van EG-onderdeeltypegoedkeuring 2.1. De fabrikant kan overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2007/46/EG een aanvraag indienen voor de EG-typegoedkeuring van een opspatafscherming. 2.2. Een model van het inlichtingenformulier is opgenomen in aanhangsel 3. 2.3. Bij de voor de uitvoering van de typegoedkeuringstests verantwoordelijke technische dienst wordt het volgende ingediend: vier monsters: drie voor de tests en één dat het laboratorium voor eventuele latere verificaties bewaart. Het laboratorium kan om meer monsters verzoeken. 2.4. Opschriften Op elk monster moet duidelijk en onuitwisbaar de handelsnaam of het merk, en het type worden vermeld; bovendien moet voldoende ruimte worden vrijgelaten voor het EG-onderdeeltypegoedkeuringsmerk. 3. Verlening van EG-onderdeeltypegoedkeuring 3.1. Indien aan de desbetreffende voorschriften is voldaan, wordt EG-typegoedkeuring verleend overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 2007/46/EG. 3.2. Een model van het EG-typegoedkeuringscertificaat is opgenomen in aanhangsel 4. 3.3. Aan elk goedgekeurd type opspatafscherming wordt een goedkeuringsnummer overeenkomstig bijlage VII bij Richtlijn 2007/46/EG toegekend. Dezelfde lidstaat mag hetzelfde nummer niet aan een ander type opspatafscherming toekennen. 3.4. Elke opspatafscherming conform een krachtens deze richtlijn goedgekeurd type, wordt voorzien van een EG-onderdeeltypegoedkeuringsmerk, dat zodanig op de afscherming wordt aangebracht dat het onuitwisbaar is en ook na montage van de opspatafscherming op het voertuig duidelijk leesbaar is. 3.5. Overeenkomstig punt 1.3 van het aanhangsel van bijlage VII bij Richtlijn 2007/46/EG wordt aan het goedkeuringsnummer het symbool „A” toegevoegd voor opspatafschermingen op basis van energieabsorptie en het symbool „S” voor opspatafschermingen op basis van lucht/waterscheiding.”; |
|
b) |
de aanhangsels 1 tot en met 4 komen als volgt te luiden: „Aanhangsel 1 Tests voor opspatafschermingen op basis van energieabsorptie 1. Principe Het doel van de test is het kwantificeren van het vermogen van een afscherming om water vast te houden dat er met een aantal stralen op wordt gericht. De testopstelling moet de omstandigheden nabootsen waaraan de afscherming wordt onderworpen wanneer deze op een voertuig is gemonteerd, wat betreft het volume en de snelheid van het water dat door het loopvlak van de band van de grond wordt opgeworpen. 2. Benodigdheden Zie figuur 8 in bijlage V voor een beschrijving van de testopstelling. 3. Testomstandigheden
4. Procedure
5. Resultaten
„Aanhangsel 2 Tests voor opspatafschermingen op basis van lucht/waterscheiding 1. Principe Het doel van de test is het bepalen van de doeltreffendheid van poreus materiaal dat water moet vasthouden waarmee het door middel van een lucht/waterdrukverstuiver wordt besproeid. De testopstelling moet de omstandigheden nabootsen waaraan het materiaal wordt onderworpen wanneer het op een voertuig is gemonteerd, wat betreft het volume en de snelheid van het water dat door de banden wordt opgeworpen. 2. Benodigdheden Zie figuur 9 in bijlage V voor een beschrijving van de testopstelling. 3. Testomstandigheden
4. Procedure
5. Resultaten
„Aanhangsel 3 Inlichtingenformulier nr. ... voor de EG-typegoedkeuring van een opspatafscherming (Richtlijn 91/226/EEG) De onderstaande gegevens moeten, indien van toepassing, in drievoud worden overgelegd en vergezeld gaan van een inhoudsopgave. Eventuele tekeningen moeten op een passende schaal en met voldoende details, in A4-formaat of tot dat formaat gevouwen worden ingediend. Op eventuele foto’s moeten voldoende details te zien zijn. Indien de systemen, onderdelen of technische eenheden elektronisch gestuurde functies hebben, moeten gegevens over de prestaties worden verstrekt. 0. ALGEMEEN
1. BESCHRIJVING VAN DE AFSCHERMING
„Aanhangsel 4
„Addendum bij EG-typegoedkeuringscertificaat nr. ... betreffende de onderdeeltypegoedkeuring van opspatafschermingen overeenkomstig Richtlijn 91/226/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2010/19/EU 1. Aanvullende informatie
|
4.
Bijlage III bij Richtlijn 91/226/EEG wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
de punten 0.1 en 0.2 komen als volgt te luiden: „TOEPASSINGSGEBIED
|
|
b) |
punt 4 komt als volgt te luiden: „4. Positie van de zijafscherming aan de buitenzijde De afstand „c” tussen het in de lengterichting lopende raakvlak aan de buitenzijde van de band — waarbij een eventuele uitstulping van de band vlak bij het wegdek buiten beschouwing wordt gelaten — en de binnenrand van de zijafscherming mag niet meer bedragen dan 100 mm (figuren 1a en 1b van bijlage V).”; |
|
c) |
de punten 4.1 en 4.2 worden geschrapt; |
|
d) |
punt 7.1.1 komt als volgt te luiden:
|
|
e) |
punt 7.1.3 komt als volgt te luiden:
|
|
f) |
de punten 7.2.1, 7.2.2 en 7.2.3 komen als volgt te luiden:
|
|
g) |
de volgende punten 7.2.5 en 7.2.6 worden ingevoegd:
|
|
h) |
punt 7.3.1 komt als volgt te luiden:
|
|
i) |
punt 7.3.3 komt als volgt te luiden:
|
|
j) |
in punt 7.3.5 wordt de verwijzing naar „figuur 4b” vervangen door een verwijzing naar „figuur 4 van bijlage V”; |
|
k) |
punt 9.3.2.1 komt als volgt te luiden:
|
|
l) |
het volgende punt 10 wordt toegevoegd:
|
|
m) |
het aanhangsel wordt geschrapt; |
|
n) |
de volgende aanhangsels 1 en 2 worden toegevoegd: „Aanhangsel 1 INLICHTINGENFORMULIER Nr. ... VOOR DE EG-TYPEGOEDKEURING VAN EEN VOERTUIG WAT DE MONTAGE VAN OPSPATAFSCHERMINGSSYSTEMEN BETREFT (RICHTLIJN 91/226/EEG, LAATSTELIJK GEWIJZIGD BIJ RICHTLIJN 2010/19/EU) (*3) (Voor de toelichting: zie bijlage I bij Richtlijn 2007/46/EG) De onderstaande gegevens moeten, indien van toepassing, in drievoud worden overgelegd en vergezeld gaan van een inhoudsopgave. Eventuele tekeningen moeten op een passende schaal en met voldoende details, in A4-formaat of tot dat formaat gevouwen worden ingediend. Op eventuele foto’s moeten voldoende details te zien zijn. Indien de systemen, onderdelen of technische eenheden elektronisch gestuurde functies hebben, moeten gegevens over de prestaties worden verstrekt. 0. ALGEMEEN 0.1. Merk (handelsnaam van de fabrikant): 0.2. Type:
0.3. Middel tot identificatie van het type, indien aangebracht op het voertuig (b):
0.4. Voertuigcategorie (c): 0.5. Naam en adres van de fabrikant: 0.8. Adres van de assemblagefabriek(en): 1. ALGEMENE BOUWWIJZE VAN HET VOERTUIG 1.1. Foto’s en/of tekeningen van een representatief voertuig: 1.3. Aantal assen en wielen:
2. MASSA’S EN AFMETINGEN (f) (g) (in kg en mm) (in voorkomend geval naar tekening verwijzen): 2.1. Wielbasis of -bases (bij volle belasting) (g) (l): 2.6. Massa in rijklare toestand (maximum en minimum voor elke variant) Massa van het voertuig in rijklare toestand met carrosserie en, in het geval van een trekker van een andere categorie dan M1, met koppelinrichting, indien gemonteerd door de fabrikant, of massa van het chassis of het chassis met cabine, zonder carrosserie en/of koppelinrichting indien niet gemonteerd door de fabrikant (met inbegrip van de massa van vloeistoffen, gereedschap, reservewiel, indien gemonteerd, en bestuurder en, voor bussen en toerbussen, een bijrijder als er voor hem een zitplaats aanwezig is) (h) (maximum en minimum voor elke variant):
2.8. Technisch toelaatbare maximummassa volgens fabrieksopgave (1) (3): 9. CARROSSERIE 9.20. Opspatafschermingssysteem
Datum, dossier „Aanhangsel 2
„Addendum EG-TYPEGOEDKEURINGSCERTIFICAAT Nr. ... BETREFFENDE DE TYPEGOEDKEURING VAN EEN VOERTUIG OVEREENKOMSTIG RICHTLIJN 91/226/EEG, LAATSTELIJK GEWIJZIGD BIJ RICHTLIJN 2010/19/EU 1. Aanvullende informatie
5. Eventuele opmerkingen: |
(*1) PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1.”;
(*2) PB L 168 van 26.6.1978, blz. 45.”;”
(1) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(*3) Voor voertuigen van categorie N1, en voor voertuigen van categorie N2 met een technisch toelaatbare maximummassa van niet meer dan 7,5 ton waarvoor de vrijstelling van punt 0.1 van bijlage III bij deze richtlijn wordt toegepast, mag het inlichtingenformulier van bijlage II bij Richtlijn 78/549/EEG worden gebruikt.
BIJLAGE II
„BIJLAGE V
AFBEELDINGEN
Figuur 1a
Breedte (q) van het spatbord (a) en positie van de zijafscherming (j)
Figuur 1b
Voorbeeld van de meting van de zijafscherming aan de buitenzijde
Figuur 2
Afmetingen van het spatbord en de zijafscherming aan de buitenzijde
Opmerking:
Figuur 3
Positie van het spatbord en de spatlap
Figuur 4
Tekening van een opspatafschermingssysteem (spatbord, spatlap, zijafscherming aan de buitenzijde) met opspatafschermingen (op basis van energieabsorptie) voor meervoudige assen
Figuur 5
Tekening van een opspatafschermingssysteem met opspatafschermingen (op basis van energieabsorptie) voor assen met niet-gestuurde wielen of volgwielen
(bijlage III, punten 6.2 en 8)
Figuur 6
Tekening van een opspatafschermingssysteem met opspatafschermingen op basis van water/luchtscheiding voor assen met gestuurde wielen, niet-gestuurde wielen of volgwielen
Opmerking:
Figuur 7
Tekening van een opspatafschermingssysteem met opspatafschermingen (spatbord, spatlap, zijafscherming aan de buitenzijde) voor meervoudige assen waarbij de afstand tussen de banden niet meer dan 300 mm bedraagt
Opmerking:
Figuur 8
Testopstelling voor opspatafschermingen op basis van energieabsorptie
(bijlage II, aanhangsel 1)
Opmerking:
Figuur 9
Testopstelling voor opspatafschermingen op basis van lucht/waterscheiding
(bijlage II, aanhangsel 2)
”