10.11.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 292/65


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 9 november 2010

betreffende een vragenlijst voor de verslagen van de lidstaten over de uitvoering van Richtlijn 1999/13/EG van de Raad inzake de beperking van de emissie van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties in de periode 2011-2013

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 7591)

(2010/681/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 1999/13/EG van de Raad van 11 maart 1999 inzake de beperking van de emissie van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties (1), en met name artikel 11, lid 1,

Gezien Richtlijn 91/692/EG van de Raad van 23 december 1991 tot standaardisering en rationalisering van de verslagen over de toepassing van bepaalde richtlijnen op milieugebied (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 11, lid 1, van Richtlijn 1999/13/EG zijn de lidstaten verplicht verslagen over de uitvoering van de richtlijn op te stellen aan de hand van een vragenlijst of een schema, uitgewerkt door de Commissie volgens de procedure van artikel 6 van Richtlijn 91/692/EEG.

(2)

De lidstaten hebben verslagen opgesteld over de uitvoering van de richtlijn in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2004 overeenkomstig Beschikking 2002/529/EG van de Commissie van 27 juni 2002 betreffende een vragenlijst voor de verslagen van de lidstaten over de uitvoering van Richtlijn 1999/13/EG van de Raad inzake de beperking van de emissie van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties (3).

(3)

De lidstaten hebben verslagen opgesteld over de uitvoering van de richtlijn in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007 overeenkomstig Beschikking 2006/534/EG van de Commissie van 20 juli 2006 betreffende een vragenlijst voor de verslagen van de lidstaten over de uitvoering van Richtlijn 1999/13/EG in de periode 2005-2007 (4).

(4)

De lidstaten zijn verplicht uiterlijk op 30 september 2011 verslag uit te brengen over de uitvoering van de richtlijn in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2010 overeenkomstig Beschikking 2007/531/EG van de Commissie van 26 juli 2007 betreffende een vragenlijst voor de verslagen van de lidstaten over de uitvoering van Richtlijn 1999/13/EG van de Raad inzake de beperking van de emissie van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties in de periode 2008-2010 (5).

(5)

Het vierde verslag moet de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 bestrijken.

(6)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 91/692/EEG ingestelde comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De lidstaten gebruiken de vragenlijst in de bijlage bij dit besluit om het verslag over de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013 op te stellen dat bij de Commissie moet worden ingediend overeenkomstig artikel 11, lid 1, van Richtlijn 1999/13/EG.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 9 november 2010.

Voor de Commissie

Janez POTOČNIK

Lid van de Commissie


(1)   PB L 85 van 29.3.1999, blz. 1.

(2)   PB L 377 van 31.12.1991, blz. 48.

(3)   PB L 172 van 2.7.2002, blz. 57.

(4)   PB L 213 van 3.8.2006, blz. 4.

(5)   PB L 195 van 27.7.2007, blz. 47.


BIJLAGE

Vragenlijst over de uitvoering van Richtlijn 1999/13/EG inzake de beperking van de emissie van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties in de periode 2011-2013

1.   Algemene beschrijving

Vermeld relevante wijzigingen in de nationale wetgeving betreffende Richtlijn 1999/13/EG die in de verslagperiode plaatvonden.

2.   Betrokken installaties

2.1.

Vermeld voor alle twintig activiteiten in bijlage II.A.1 en de activiteiten in bijlage II.A.2 hoeveel onder Richtlijn 1999/13/EG vallende installaties op 31 december 2013 tot de onderstaande categorieën behoren:

totaal aantal installaties;

totaal aantal installaties dat tevens onder Richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad (IPPC-richtlijn) valt;

totaal aantal installaties dat over een registratie/vergunning beschikt overeenkomstig Richtlijn 1999/13/EG;

totaal aantal installaties dat is geregistreerd/waaraan een vergunning is verleend met gebruikmaking van het reductieprogramma;

totaal aantal installaties dat overeenkomstig artikel 5, lid 3, onder a), van Richtlijn 1999/13/EG een uitzondering geniet. Verstrek een lijst van de betrokken installaties alsmede een rechtvaardiging voor elk van de gemaakte uitzonderingen;

totaal aantal installaties dat overeenkomstig artikel 5, lid 3, onder b), van Richtlijn 1999/13/EG een uitzondering geniet. Verstrek een lijst van de betrokken installaties met de redenen voor alle gemaakte uitzonderingen.

2.2.

Vermeld voor alle twintig activiteiten in bijlage II.A.1 en de activiteiten in bijlage II.A.2 hoeveel onder Richtlijn 1999/13/EG vallende installaties tot de onderstaande categorieën behoren:

totaal aantal nieuwe installaties dat tijdens de verslagperiode over een registratie/vergunning beschikte overeenkomstig Richtlijn 1999/13/EG;

totaal aantal aanzienlijk gewijzigde installaties dat tijdens de verslagperiode over een registratie/vergunning beschikte overeenkomstig Richtlijn 1999/13/EG.

2.3.

Vermeld hoe de lijst van installaties die over een registratie/vergunning beschikken en de resultaten van het emissietoezicht openbaar worden gemaakt overeenkomstig artikel 12, leden 1 en 2, van Richtlijn 1999/13/EG. Voor het geval deze informatie beschikbaar is via internet, gelieve het URL-adres te vermelden. Zo niet, gelieve de contactgegevens te vermelden waar de informatie kan worden opgevraagd.

3.   Vervanging

Vermeld voor alle twintig activiteiten in bijlage II.A.1 en de activiteiten in bijlage II.A.2 welke van de volgende stoffen of mengsels op 31 december 2013 nog steeds worden gebruikt en in welke (geschatte) hoeveelheden (ton per jaar): stoffen of mengsels waaraan één of meer van de gevarenaanduidingen H340, H350, H350i, H360D of H360F of de risicozinnen R45, R46, R49, R60 of R61 is of zijn toegekend of die van deze aanduidingen moeten zijn voorzien wegens hun gehalte aan vluchtige organische stoffen die krachtens Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels als kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting zijn ingedeeld.

Vermeld, voor zover voorhanden, de stoffen met hun IUPAC-benaming en CAS-nummer en de mengsels met één handelsnaam en geef aan welke relevante stoffen zij bevatten.

Vermeld ook de stoffen die worden gebruikt als vervangers voor bovengenoemde stoffen en mengsels (facultatief).

4.   Controle

Vermeld voor alle twintig activiteiten in bijlage II.A.1 en de activiteiten in bijlage II.A.2 het aantal installaties in 2012 dat overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Richtlijn 1999/13/EG doorlopend wordt gecontroleerd.

5.   Naleving

Vermeld voor alle twintig activiteiten in bijlage II.A.1 en de activiteiten in bijlage II.A.2 de volgende cijfers voor 2012:

aantal aanbieders die de voorschriften van Richtlijn 1999/13/EG hebben overtreden:

a)

omdat zij geen of onvoldoende gegevens hebben verstrekt overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Richtlijn 1999/13/EG waardoor de bevoegde autoriteiten de naleving niet konden nagaan;

b)

in verband met het niet naleven van andere voorschriften van Richtlijn 1999/13/EG, in het bijzonder van de bepalingen van artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 2, artikel 5, artikel 8, leden 2 en 3.

aantal installaties waarvoor de bevoegde autoriteiten de vergunning hebben opgeschort of ingetrokken in het geval van niet-naleving volgens artikel 10, onder b), van Richtlijn 1999/13/EG.

6.   Emissies

Vermeld voor alle twintig activiteiten in bijlage II.A.1 en de activiteiten in bijlage II.A.2 de geschatte hoeveelheid uitgestoten vluchtige organische stoffen (ton) in 2012. Gelieve aan te geven of dit cijfer gebaseerd is op metingen, berekeningen en/of schattingen.

7.    Maak indien mogelijk een raming van:

het totale aantal medewerkers (bij nationale, regionale en lokale autoriteiten) dat betrokken is bij de tenuitvoerlegging en handhaving van Richtlijn 1999/13/EG (facultatief);

de totale kosten (EUR per jaar) voor deze autoriteiten (facultatief).

8.   Eventuele opmerkingen