3.7.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 169/17


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 18 juni 2010

betreffende het gebruik van gereguleerde stoffen als hulpstof overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2010) 3847)

(Slechts de teksten in de Duitse, de Franse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Poolse en de Portugese taal zijn authentiek)

(2010/372/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (1), en met name op artikel 8, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het gebruik van ozonafbrekende stoffen als hulpstof is een van de weinige resterende emissieveroorzakende toepassingen die krachtens Verordening (EG) nr. 1005/2009 nog zijn toegestaan. De uitstoot van ozonafbrekende stoffen brengt wellicht ernstige schade toe aan de ozonlaag. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat de emissies die door het gebruik van ozonafbrekende stoffen als hulpstof worden veroorzaakt, verwaarloosbaar blijven.

(2)

Bovendien beperkt artikel 8, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1005/2009, met het oog op de verantwoordelijkheden van de Unie uit hoofde van Besluit X/14 van de partijen bij het Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken, het gebruik van gereguleerde stoffen als hulpstof tot 1 083 metrieke ton per jaar en de emissies als gevolg van het gebruik als hulpstof tot 17 metrieke ton per jaar.

(3)

De jongste jaren heeft zich een onverwachtse toename van het gebruik van gereguleerde stoffen als hulpstof voorgedaan, die de naleving van Besluit X/14 door de Unie in het gedrang dreigde te brengen en een strikter beheer van de toepassingen noodzakelijk heeft gemaakt.

(4)

Krachtens artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1005/2009 dient een lijst te worden opgesteld van ondernemingen die gereguleerde stoffen als technische hulpstof mogen gebruiken, waarbij voor iedere onderneming de maximumhoeveelheden worden vastgesteld die ter aanvulling mogen worden ingezet, respectievelijk mogen worden uitgestoten.

(5)

De lijst van ondernemingen met de corresponderende hoeveelheden stoffen dient te worden gebaseerd op de door de lidstaten ingediende verslagen en zodanig te worden bijgesteld dat de Unie de in artikel 8, lid 4, vastgestelde maximumwaarden niet overschrijdt. De toewijzing van de ter aanvulling ingezette hoeveelheden moet gebaseerd worden op de gemiddelde behoeften in de jaren 2005 tot en met 2008. Bij de berekening van de gemiddelde vraag van elke onderneming dienen jaren gedurende welke de betrokken onderneming geen gereguleerde stoffen als hulpstof heeft gebruikt, buiten beschouwing te blijven. De maximumwaarde wordt vastgesteld op 124 % van het gemiddelde van de onderneming, teneinde rekening te houden met schommelingen in de jaarlijkse vraag en tegelijk te garanderen dat de maximumwaarde voor de Unie in haar geheel wordt nageleefd.

(6)

Het is passend te voorzien in de mogelijkheid van overdracht van quota tussen de in de bijlage vermelde ondernemingen, teneinde het voor die ondernemingen gemakkelijker te maken om in te spelen op veranderende marktbehoeften. Een quotum dient evenwel te vervallen wanneer de installatie waarvoor het werd toegekend, buiten gebruik wordt gesteld. Wanneer een dergelijke installatie buiten gebruik wordt gesteld, dient de onderneming derhalve de Commissie en de betrokken lidstaat daarvan in kennis te stellen.

(7)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1005/2009 ingestelde comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

1.   „Ter aanvulling ingezette hoeveelheid”: de totale hoeveelheid, in metrieke ton, van een gereguleerde stof, hetzij nieuw geproduceerd, teruggewonnen of geregenereerd, die niet eerder in de procescyclus is gebruikt en die voor het eerst in de procescyclus wordt opgenomen.

2.   „Emissie”: de totale hoeveelheid, in metrieke ton, van een gereguleerde stof die bij het gebruik van die stof als hulpstof en bij de met dat gebruik samenhangende opslag en hantering op de plaats van de installatie vrijkomt in de lucht, het water of de bodem.

Artikel 2

Toegestane toepassingen als hulpstof en maximumemissies en -hoeveelheden

1.   De bijlage bij dit besluit bevat de lijst van ondernemingen die met ingang van 1 januari 2010 gereguleerde stoffen als hulpstof mogen gebruiken.

2.   Elke onderneming gebruikt uitsluitend de stof en het proces zoals vermeld in de bijlage.

3.   De in de bijlage vastgestelde hoeveelheden die door elke onderneming jaarlijks ter aanvulling mogen worden ingezet respectievelijk jaarlijks mogen worden uitgestoten, worden niet overschreden. Een toegewezen quotum vervalt aan het einde van het jaar waarin de installatie waarvoor het quotum werd toegekend, definitief buiten gebruik wordt gesteld.

Artikel 3

Overdracht van toegewezen quota

Een onderneming mag het ter aanvulling in te zetten quotum dat haar voor een in de bijlage genoemde bestaande installatie werd toegewezen, geheel of gedeeltelijk overdragen aan een andere in de bijlage genoemde onderneming, ongeacht de stof of de toepassing waarvoor de hoeveelheid werd toegewezen. De begunstigde mag de overgedragen hoeveelheid gebruiken voor de stof en voor de toepassing die de begunstigde in de bijlage werden toegewezen. De overdracht wordt pas van kracht nadat daarvan kennis is gegeven aan de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten en nadat de ontvangst van die kennisgeving door de Commissie is bevestigd.

Artikel 4

Kennisgeving van buitengebruikstelling

Ingeval een betrokken installatie buiten gebruik wordt gesteld, stellen de in de bijlage vermelde ondernemingen binnen een termijn van drie maanden de Commissie en de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de installatie zich bevindt, daarvan in kennis.

Artikel 5

Datum van toepassing

Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 januari 2010.

Artikel 6

Dit besluit is gericht tot de volgende ondernemingen:

Anwil SA

Ul. Torunska 222

87-805 Wloclawek

POLEN

Arkema France S.A.

420 rue d'Estienne D'Orves

92705 Colombes Cedex

FRANKRIJK

Bayer Material Science AG

CAS-PR-CKD, Gebäude B669

41538 Dormhagen

DUITSLAND

CUF Quimicos Industriais SA

Quinta da Industria Beduidu

3860-680 Estarreja

PORTUGAL

Potasse et Produits Chimiques SA

95 rue du General de Gaulle

68802 Thann Cedex

FRANKRIJK

Perstorp France SAS

Rue Lavoisier BP 21

38801 Le Pont de Claix

FRANKRIJK

Solvay Solexis S.p.A.

Viale Lombardia 20

20021 Bollate (MI)

ITALIË

Teijin Twaron BV

Oosterhorn 6

9936 AD Farmsum

NEDERLAND

Gedaan te Brussel, 18 juni 2010.

Voor de Commissie

Connie HEDEGAARD

Lid van de Commissie


(1)   PB L 286 van 31.10.2009, blz. 1.


BIJLAGE

[Deze bijlage wordt niet gepubliceerd omdat zij vertrouwelijke commerciële informatie bevat.]