9.4.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 89/7


BESLUIT VAN DE RAAD

van 29 maart 2010

tot wijziging en verlenging van Besluit 2007/641/EG houdende afsluiting van het overleg met de Republiek Fiji-eilanden krachtens artikel 96 van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en artikel 37 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking

(2010/208/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (1) en gewijzigd in Luxemburg op 25 juni 2005 (2) (hierna de „ACS-EG-partnerschapsovereenkomst” genoemd), en met name op artikel 96,

Gezien het Intern Akkoord van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de te nemen maatregelen en te volgen procedures voor de tenuitvoerlegging van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst (3), en met name op artikel 3,

Gezien Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (hierna „instrument voor onwikkelingssamenwerking” genoemd) (4), en met name op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De in artikel 9 van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst bedoelde essentiële elementen zijn geschonden.

(2)

De in artikel 3 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking bedoelde waarden zijn geschonden.

(3)

Op 18 april 2007 is, overeenkomstig artikel 96 van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en artikel 37 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking, formeel overleg geopend met de ACS-landen en de Republiek Fiji-eilanden, waarbij de autoriteiten van de Republiek Fiji-eilanden specifieke verbintenissen zijn aangegaan om de door de Europese Unie geïdentificeerde problemen te verhelpen.

(4)

Sommige van deze verbintenissen hebben reeds tot concrete initiatieven geleid, maar ettelijke belangrijke verbintenissen betreffende essentiële elementen van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking moeten nog steeds worden uitgevoerd, en voorts is de situatie met betrekking tot een aantal essentiële verbintenissen onlangs sterk achteruitgegaan, meer bepaald de afschaffing van de grondwet en wederom grote vertraging bij het organiseren van verkiezingen.

(5)

De looptijd van Besluit 2007/641/EG (5) zoals verlengd bij Besluit 2009/735/EG van de Raad (6), vervalt op 31 maart 2010. De looptijd van Besluit 2007/641/EG moet derhalve worden verlengd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Besluit 2007/641/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 3, lid 2, wordt de datum „31 maart 2010” vervangen door de datum „1 oktober 2010”.

2)

De bijlage wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 29 maart 2010.

Voor de Raad

De voorzitster

E. ESPINOSA


(1)   PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

(2)   PB L 287 van 28.10.2005, blz. 4.

(3)   PB L 317 van 15.12.2000, blz. 376.

(4)   PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41.

(5)   PB L 260 van 5.10.2007, blz. 15.

(6)   PB L 262 van 6.10.2009, blz. 43.


BIJLAGE

Z.Exc.Ratu Epeli NAILATIKAU

President van de Republiek Fiji-eilanden

Suva

Republiek Fiji-eilanden

Excellentie,

De Europese Unie hecht groot belang aan de bepalingen van artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou en artikel 3 van de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking. Het ACS-EG-partnerschap is gebaseerd op de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat, die essentiële elementen zijn van de Overeenkomst van Cotonou en de grondslag vormen van onze betrekkingen.

Op 11 december 2006 veroordeelde de Raad van de Europese Unie de militaire machtsovername in Fiji.

In overeenstemming met artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou, en aangezien de militaire machtsovername van 5 december 2006 een schending vormde van de in artikel 9 van die overeenkomst genoemde essentiële elementen, heeft de Europese Unie Fiji uitgenodigd voor het in de overeenkomst bedoelde overleg, teneinde de situatie grondig te onderzoeken en voor zover nodig maatregelen te nemen om tot een oplossing te komen.

Het formele gedeelte van dat overleg ging op 18 april 2007 van start in Brussel. De Europese Unie was verheugd dat de interim-regering bij die gelegenheid enkele belangrijke verbintenissen bevestigde met betrekking tot de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de democratische beginselen en de rechtsstaat, zoals hierna wordt aangegeven, en positieve stappen voorstelde met betrekking tot hun tenuitvoerlegging.

Helaas heeft zich sedertdien een aantal negatieve ontwikkelingen voorgedaan, met name in april 2009, waardoor Fiji thans inbreuk maakt op een aantal verbintenissen. Deze inbreuken betreffen vooral de afschaffing van de grondwet, de zeer aanzienlijke vertraging bij het organiseren van parlementsverkiezingen, en schendingen van de mensenrechten. Hoewel de naleving van de verbintenissen grote vertraging heeft opgelopen, blijft het grootste deel van deze verbintenissen nog zeer relevant voor de huidige situatie in Fiji en daarom is de lijst van verbintenissen als bijlage bij deze brief gevoegd. Aangezien Fiji eenzijdig een aantal essentiële verbintenissen heeft opgezegd, heeft dit voor Fiji geleid tot verlies van ontwikkelingshulp.

In een geest van partnerschap, dat immers de grondsteen vormt van de Overeenkomst van Cotonou, is de Europese Unie echter bereid opnieuw formeel overleg aan te gaan, zodra er redelijk vooruitzicht is op een positieve afloop van dit overleg. De interim-premier heeft op 1 juli 2009 een plan voor hervormingen en voor een terugkeer naar de democratische rechtsstaat gepresenteerd. De Europese Unie is bereid een dialoog aan te gaan over dit plan en te overwegen of het als basis kan dienen voor nieuw overleg. In dit verband heeft de Europese Unie besloten de bestaande passende maatregelen ten aanzien van Fiji te verlengen om aldus nieuw overleg een kans te geven. Hoewel een aantal passende maatregelen niet langer actueel is, besloot de Europese Unie deze niet eenzijdig te actualiseren, maar veeleer verdere mogelijkheden tot nieuw overleg met Fiji te exploreren. Het is bijgevolg van bijzonder belang dat de interim-regering zich verbindt tot een brede binnenlandse politieke dialoog en tot flexibiliteit met betrekking tot het tijdschema voor het hervormingsplan. Hoewel de Europese Unie altijd is uitgegaan en steeds zal blijven uitgaan van de essentiële elementen en fundamentele beginselen van de herziene Overeenkomst van Cotonou, met name wat betreft de sleutelrol van dialoog en het nakomen van wederzijdse verplichtingen, wordt er met klem op gewezen dat er van de kant van de Europese Unie geen vooraf bepaalde conclusies zijn met betrekking tot de uitkomst van toekomstig overleg.

Indien nieuw overleg resulteert in serieuze verbintenissen van Fiji, verbindt zich de Europese Unie ertoe deze passende maatregelen spoedig en in positieve zin te herzien. Indien echter de situatie in Fiji niet verbetert, is verdere beperking van ontwikkelingshulp voor Fiji in de toekomst onvermijdelijk. De komende besluiten van de Europese Unie inzake begeleidende maatregelen voor landen van het suikerprotocol en het nationale indicatieve programma voor het 10e EOF met betrekking tot Fiji zullen afhankelijk worden gesteld van de evaluatie van de vooruitgang die wordt geboekt met de terugkeer naar de rechtsstaat.

In afwachting van nieuw overleg roept de Europese Unie Fiji op de versterkte politieke dialoog voort te zetten en te intensiveren.

De passende maatregelen zijn de volgende:

humanitaire hulp en directe steun aan maatschappelijke organisaties mogen worden voortgezet;

samenwerkingsactiviteiten die reeds lopende zijn, met name in het kader van het 8e en 9e EOF, mogen worden voortgezet;

samenwerkingsactiviteiten die de terugkeer naar de democratie bevorderen en leiden tot beter bestuur, mogen worden voortgezet, behalve in bepaalde zeer uitzonderlijke omstandigheden;

de tenuitvoerlegging van begeleidende maatregelen voor de hervorming van de suikersector in 2006 mag worden voortgezet. De financieringsovereenkomst is op 19 juni 2007 op technisch niveau in Fiji ondertekend. De financieringsovereenkomst omvat overigens een opschortingsclausule;

de instemming van de interim-regering op 19 juni 2007 met het rapport van 7 juni 2007 van de onafhankelijke verkiezingsdeskundigen van het Forum van de eilanden in de Stille Oceaan („Pacific Islands Forum”) is in overeenstemming met verbintenis nr. 1, waarover de interim-regering op 18 april 2007 met de Europese Unie een akkoord bereikte. Bijgevolg mag de voorbereiding en ondertekening van het meerjarige indicatieve programma voor de begeleidende maatregelen van de suikerhervorming in 2008-2010 doorgaan;

de opstelling, de ondertekening op technisch niveau en de tenuitvoerlegging van het landenstrategiedocument en het nationale indicatieve programma voor het 10e EOF met daarbij een indicatieve financiële bijdrage, alsmede de mogelijke toewijzing van een stimuleringstranche van maximaal 25 % van dat bedrag, is afhankelijk van de naleving van de verbintenissen met betrekking tot de mensenrechten en de rechtsstaat; daarbij geldt met name dat de interim-regering de grondwet moet respecteren; dat de onafhankelijkheid van het justitiële apparaat volledig moet worden gerespecteerd; dat de op 6 september 2007 opnieuw ingevoerde noodtoestand zo spoedig mogelijk wordt opgeheven; dat alle vermeende mensenrechtenschendingen moeten worden onderzocht of in behandeling worden genomen op basis van de verschillende procedures en binnen de daarvoor bestemde fora op de Fiji-eilanden; verder moet de interim-regering zich tot het uiterste inspannen om intimiderend bedoelde verklaringen van veiligheidsinstanties te vermijden;

de suikertoewijzing voor 2007 is nul;

de beschikbaarstelling van de suikertoewijzing voor 2008 was afhankelijk van voldoende indicaties van de geloofwaardige en tijdige voorbereiding van verkiezingen, in overeenstemming met de overeengekomen verbintenissen, met name het tijdstip van de verkiezingen, de vaststelling van de grenzen van de nieuwe kiesdistricten en de hervorming van de kieswet in overeenstemming met de grondwet; voorts maatregelen voor het goede functioneren van het verkiezingsbureau, waaronder de benoeming van een verkiezingstoezichthouder vóór 30 september 2007, in overeenstemming met de grondwet. Deze suikertoewijzing voor 2008 verviel definitief op 31 december 2009;

de suikertoewijzing voor 2009 werd in mei 2009 geschrapt, aangezien de interim-regering besloten had de algemene verkiezingen uit te stellen tot september 2014;

de suikertoewijzing voor 2010 wordt afhankelijk gesteld van de vorderingen met de voortzetting van het democratische proces;

aanvullende steun voor de voorbereiding en tenuitvoerlegging van de voornaamste verbintenissen, met name de steun voor het voorbereiden en/of houden van verkiezingen, is mogelijk bovenop de steun die in deze brief wordt beschreven;

de regionale samenwerking, en de deelname van Fiji daaraan, blijft intact;

de samenwerking met de Europese Investeringsbank en het Centrum voor de Ontwikkeling van het Bedrijfsleven mag worden voortgezet, mits de aangegane verbintenissen op tijd worden nagekomen.

De controle op de naleving van de verbintenissen geschiedt overeenkomstig de in de bijlage genoemde verbintenissen met betrekking tot regelmatige dialoog, samenwerking met missies en rapportage.

Voorts verwacht de Europese Unie dat Fiji volledig samenwerkt met het Forum van de eilanden in de Stille Oceaan („Pacific Islands Forum”) wat betreft de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de Groep van Eminente Personen die door de ministers van Buitenlandse Zaken van het Forum op hun bijeenkomst van 16 maart 2007 in Vanuatu werden goedgekeurd.

De Europese Unie blijft de situatie in Fiji nauwlettend volgen. Op grond van artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou zal met Fiji een versterkte politieke dialoog worden gevoerd met het oog op de eerbiediging van de mensenrechten, het herstel van de democratie en de eerbiediging van de rechtsstaat totdat beide partijen concluderen dat de verbeterde dialoog zijn vrucht heeft afgeworpen.

Indien de tenuitvoerlegging van de verbintenissen door de interim-regering wordt vertraagd, stopgezet of ongedaan gemaakt, behoudt de Europese Unie zich het recht voor de passende maatregelen te wijzigen.

De Europese Unie benadrukt dat de privileges van Fiji in de samenwerking met de Europese Unie afhankelijk zijn van de eerbiediging van de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou en de waarden bedoeld in de verordening tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking. Teneinde de Europese Unie ervan te overtuigen dat de interim-regering bereid is de verbintenissen volledig na te komen, is het essentieel dat er snelle en substantiële vorderingen worden gemaakt bij de naleving van de overeengekomen verbintenissen.

Met de meeste hoogachting,

Gedaan te Brussel,

Voor de Commissie

Voor de Raad

BIJLAGE BIJ DE BIJLAGE

MET DE REPUBLIEK FIJI-EILANDEN OVEREENGEKOMEN VERBINTENISSEN

A.   Eerbiediging van de democratische beginselen

Verbintenis nr. 1

Er worden binnen 24 maanden na 1 maart 2007 vrije en eerlijke verkiezingen gehouden, afhankelijk van de bevindingen van de evaluatie door de onafhankelijke auditeurs die zijn benoemd door het secretariaat van het Forum van de eilanden in de Stille Oceaan („Pacific Islands Forum”). De procedures die voorafgaan aan de organisatie van de verkiezingen en de organisatie van de verkiezingen zelf zullen worden gecontroleerd en waar nodig aangepast en herzien op basis van wederzijds overeengekomen ijkpunten. Dit houdt met name het volgende in:

de interim-regering keurt vóór 30 juni 2007 een tijdschema goed met daarin de data waarop de verschillende stappen moeten worden voltooid die nodig zijn ter voorbereiding van de nieuwe parlementsverkiezingen;

in het tijdschema worden het tijdstip van de verkiezingen, de herziening van de districtgrenzen en de hervorming van de kieswet gespecificeerd;

de vaststelling van de districtgrenzen en de hervorming van de kieswet geschieden in overeenstemming met de grondwet;

er worden in overeenstemming met de grondwet maatregelen genomen voor het goede functioneren van het verkiezingsbureau, waaronder de benoeming van een verkiezingstoezichthouder vóór 30 september 2007;

de benoeming van de vicepresident geschiedt in overeenstemming met de grondwet.

Verbintenis nr. 2

De interim-regering houdt bij de goedkeuring van belangrijke wetgevende, begrotings- en andere beleidsinitiatieven en veranderingen rekening met overleg dat is gepleegd met maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen.

B.   Rechtsstaat

Verbintenis nr. 1

De interim-regering spant zich tot het uiterste in om intimiderend bedoelde verklaringen van veiligheidsinstanties te vermijden.

Verbintenis nr. 2

De interim-regering eerbiedigt de grondwet van 1997 en garandeert dat grondwettelijke instellingen, zoals de Mensenrechtencommissie van de Fiji-eilanden, de Commissie voor de openbare dienst en de Commissie grondwettelijke instellingen normaal en onafhankelijk kunnen functioneren. De aanzienlijke onafhankelijkheid en het functioneren van de Grote Raad van Stamhoofden worden gewaarborgd.

Verbintenis nr. 3

De onafhankelijkheid van het justitiële apparaat wordt volledig gerespecteerd, zodat dit ongestoord kan functioneren en zijn vonnissen door alle betrokkenen worden geëerbiedigd. Daarbij wordt met name het volgende gegarandeerd:

de interim-regering zorgt ervoor dat het tribunaal bedoeld in artikel 138, lid 3 van de grondwet uiterlijk op 15 juli 2007 wordt aangesteld;

benoemingen en/of ontslagen van rechters geschieden voortaan strikt in overeenstemming met de grondwettelijke bepalingen en procedurele voorschriften;

leger, politie en interim-regering onthouden zich van inmenging in de activiteiten van het justitiële apparaat. Alle ambten binnen het justitiële apparaat worden ten volle geëerbiedigd.

Verbintenis nr. 4

Alle strafrechtelijke procedures in verband met corruptie worden via de gepaste justitiële kanalen afgehandeld; alle andere organen die worden ingesteld om vermeende gevallen van corruptie te onderzoeken, werken samen binnen de grondwettelijke grenzen.

C.   Mensenrechten en fundamentele vrijheden

Verbintenis nr. 1

De interim-regering stelt al het noodzakelijke in het werk om ervoor te zorgen dat vermeende mensenrechtenschendingen worden onderzocht of in behandeling worden genomen in overeenstemming met de verschillende procedures en binnen de daarvoor bestemde fora, overeenkomstig de wetgeving van de Fiji-eilanden.

Verbintenis nr. 2

De interim-regering heft de noodtoestand in mei 2007 op, afhankelijk van eventuele bedreigingen van de nationale veiligheid of de openbare orde en veiligheid.

Verbintenis nr. 3

De interim-regering zorgt ervoor dat de Mensenrechtencommissie van de Fiji-eilanden volledig onafhankelijk en in overeenstemming met de grondwet kan functioneren.

Verbintenis nr. 4

De vrijheid van meningsuiting en de mediavrijheid worden in al hun vormen gewaarborgd, in overeenstemming met de grondwet.

D.   Naleving van de verbintenissen

Verbintenis nr. 1

De interim-regering verbindt zich ertoe regelmatig een dialoog te voeren, zodat kan worden vastgesteld of er vooruitgang is geboekt, en verleent de autoriteiten/vertegenwoordigers van de Europese Unie en de Europese Gemeenschap onbeperkt toegang tot informatie over alle vraagstukken die verband houden met de mensenrechten en het vreedzaam herstel van de democratie en de rechtsstaat in Fiji.

Verbintenis nr. 2

De interim-regering werkt volledig mee met eventuele missies van de Europese Unie en de Europese Gemeenschap met het oog op de evaluatie van en het toezicht op de vooruitgang.

Verbintenis nr. 3

De interim-regering stelt eenmaal in de drie maanden, te beginnen op 30 juni 2007, voortgangsverslagen op met betrekking tot de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou en de verbintenissen.

Bepaalde vraagstukken kunnen alleen effectief worden aangepakt met een pragmatische benadering, rekening houdende met de realiteit van het heden en vooruitblikkend op de toekomst.