|
30.12.2009 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 351/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1297/2009 VAN DE RAAD
van 22 december 2009
tot intrekking van het bij Verordening (EG) nr. 172/2008 ingestelde antidumpingrecht op ferrosilicium van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (“de basisverordening”), en met name op artikel 11, leden 3 en 6,
Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité heeft ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Bestaande maatregelen
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 172/2008 van de Raad (2) (“de oorspronkelijke verordening”) werd een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op ferrosilicium (“FeSi”) van oorsprong uit de Volksrepubliek China, Egypte, Kazachstan, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Rusland. De maatregelen bestaan uit ad-valoremrechten van 5,4 % tot 33,9 % afhankelijk van het land van oorsprong, met uitzondering van vier ondernemingen, die uitdrukkelijk in de oorspronkelijke verordening zijn vermeld en waarvoor individuele rechten gelden. |
1.2. Verzoek om een nieuw onderzoek
|
(2) |
Na de instelling van definitieve maatregelen ontving de Commissie een verzoek om een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening (“het tussentijdse nieuwe onderzoek”). Het verzoek, dat alleen een onderzoek naar dumping betrof, werd ingediend door een producent-exporteur uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Silmak Dooel Export Import (“de indiener van het verzoek” of “Silmak”). De indiener van het verzoek heeft meegewerkt aan het onderzoek, dat heeft geleid tot de bevindingen en de conclusies in de oorspronkelijke verordening (“het oorspronkelijke onderzoek”). Voor de indiener van het verzoek, die de enige bekende producent-exporteur van het betrokken product in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is, geldt een antidumpingrecht van 5,4 %. |
|
(3) |
In zijn verzoek om een tussentijds nieuw onderzoek argumenteerde de indiener dat uit een vergelijking van zijn door berekening vastgestelde normale waarde en zijn prijzen bij uitvoer naar de Unie bleek dat de dumpingmarge aanzienlijk lager was dan het huidige niveau van de maatregel. Daarom was handhaving van de maatregel op het huidige niveau niet langer noodzakelijk om de gevolgen van dumping te neutraliseren. |
1.3. Opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek
|
(4) |
Daar de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een procedure voor een tussentijds nieuw onderzoek in te leiden, besloot zij overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek te openen dat uitsluitend dumping door Silmak betrof. De Commissie heeft op 22 april 2009 een bericht van opening in het Publicatieblad van de Europese Unie (3) gepubliceerd en heeft een onderzoek aangevat. |
1.4. Betrokken product en soortgelijk product
|
(5) |
Het betrokken product in het tussentijdse nieuwe onderzoek is hetzelfde als dat in het oorspronkelijke onderzoek, namelijk een ferrolegering met meer dan 8 gewichtspercenten doch minder dan 96 gewichtspercenten silicium en met ten minste 4 gewichtspercenten ijzer. FeSi wordt vervaardigd in elektrische boogovens door het reduceren van kwarts met behulp van koolstofhoudende stoffen. Het product wordt hoofdzakelijk gebruikt als desoxidatiemiddel en als legeringscomponent in de ijzer- en staalindustrie. FeSi wordt verkocht in de vorm van brokken, korrels of poeder en bestaat in verschillende kwaliteiten, afhankelijk van het gehalte aan silicium en onzuiverheden (zoals aluminium). Een siliciumgehalte van 70 % of meer wordt als een hoge zuiverheidsgraad beschouwd, een siliciumgehalte tussen 55 % en 70 % als een gemiddelde zuiverheidsgraad en een siliciumgehalte van minder dan 55 % als een lage zuiverheidsgraad. Het betrokken product wordt momenteel ingedeeld onder de GN-codes 7202 21 00 , 7202 29 10 en 7202 29 90 . |
|
(6) |
Het in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië vervaardigde en aldaar op de binnenlandse markt verkochte product en het product dat naar de Unie wordt uitgevoerd, hebben dezelfde fysische, technische en chemische basiseigenschappen en worden in wezen voor dezelfde doeleinden gebruikt, zodat zij als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening worden beschouwd. |
1.5. Betrokken partijen
|
(7) |
De Commissie heeft de bedrijfstak van de Unie, de indiener van het verzoek en de autoriteiten van het land van uitvoer van de opening van het tussentijdse nieuwe onderzoek in kennis gesteld. Belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en konden binnen de in het bericht van opening vermelde termijn een verzoek indienen om te worden gehoord. Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hadden verzocht, werden gehoord. |
|
(8) |
De Commissie heeft de indiener van het verzoek een vragenlijst toegezonden en heeft het antwoord binnen de vastgestelde termijn ontvangen. De Commissie heeft alle gegevens die zij voor de vaststelling van dumping nodig achtte, verzameld en gecontroleerd en heeft de indiener van het verzoek een controlebezoek gebracht:
|
1.6. Onderzoektijdvak
|
(9) |
Het onderzoek naar dumping had betrekking op de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 (“het onderzoektijdvak” of “OT”). |
2. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK
2.1. Normale waarde
|
(10) |
Ingevolge artikel 2, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie eerst voor de indiener van het verzoek onderzocht of zijn binnenlandse verkoop van het soortgelijke product aan onafhankelijke afnemers representatief was, d.w.z. of de totale op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheid ten minste 5 % bedroeg van de naar de Unie uitgevoerde totale hoeveelheid. |
|
(11) |
Aangezien uit het onderzoek is gebleken dat er in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië geen representatieve binnenlandse verkoop van het soortgelijke product was, moest de normale waarde worden berekend. Overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening werd de normale waarde berekend door bij de productiekosten van de uitgevoerde soorten een redelijk bedrag voor VAA-kosten (verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten) en een redelijke winstmarge op te tellen. |
|
(12) |
Om vast te stellen of de eigen VAA-kosten van de indiener van het verzoek en de op de binnenlandse verkoop van het soortgelijke product gemaakte winstmarge konden worden gebruikt, onderzocht de Commissie vervolgens of er tijdens het OT binnenlandse verkoop van FeSi had plaatsgevonden die overeenkomstig artikel 2, lid 4, van de basisverordening kon worden geacht in het kader van normale handelstransacties te hebben plaatsgevonden. Er werd vastgesteld dat de onderneming tijdens het OT zeer weinig winstgevende handelstransacties op de binnenlandse markt had, die slechts zeer kleine hoeveelheden vertegenwoordigden. De onderneming voerde aan dat deze transacties experimentele productsoorten betroffen en bijgevolg niet konden worden geacht in het kader van normale handelstransacties te hebben plaatsgevonden. Het argument werd onderzocht en aanvaard. |
|
(13) |
Op grond van de bovenstaande analyse werd geconcludeerd dat de indiener van het verzoek het soortgelijke product tijdens het OT niet in het kader van normale handelstransacties op de binnenlandse markt heeft verkocht. Op grond van artikel 2, lid 6, onder c), werd het bijgevolg redelijk geacht de normale waarde te berekenen volgens dezelfde methode als tijdens het oorspronkelijke onderzoek. Gezien de vergelijkbare productie- en verkoopstructuur van de Egyptische producenten werden de productiekosten van de indiener van het verzoek vermeerderd met de gewogen gemiddelde VAA-kosten van de Egyptische producenten in het oorspronkelijke onderzoek, en met een winstmarge van 5 %, wat voor dit soort goederenmarkt als een redelijke winst werd beschouwd. |
2.2. Uitvoerprijs
|
(14) |
Aangezien alle uitvoer naar de Unie door de indiener van het verzoek rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers ging, werden de uitvoerprijzen overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening vastgesteld op grond van de werkelijk betaalde of te betalen prijzen voor het betrokken product. |
2.3. Vergelijking
|
(15) |
De vergelijking tussen de gewogen gemiddelde normale waarde en de gewogen gemiddelde uitvoerprijs geschiedde op basis van de prijs af fabriek en in hetzelfde handelsstadium. Om te zorgen voor een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs werd overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening rekening gehouden met verschillen in factoren waarvan werd aangetoond dat zij van invloed waren op de prijzen en de vergelijkbaarheid daarvan. Daartoe werden correcties verricht voor de kosten van verscheping en verzekering, lading, verpakking en aanverwante kosten, financiële kosten, bankkosten en door de indiener van het verzoek betaalde antidumpingrechten waar die van toepassing en gerechtvaardigd waren. |
2.4. Dumpingmarge
|
(16) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening werd de gewogen gemiddelde normale waarde per soort vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van de overeenkomstige soort van het betrokken product. Uit de vergelijking bleek dat er geen sprake was van dumping. |
3. BLIJVENDE AARD VAN DE GEWIJZIGDE OMSTANDIGHEDEN
|
(17) |
Overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening werd ook onderzocht of de gewijzigde omstandigheden redelijkerwijs als van blijvende aard konden worden aangemerkt. |
|
(18) |
In dit verband is uit het onderzoek gebleken dat Silmak aanzienlijke inspanningen had geleverd om zijn productiestructuur te wijzigen en productsoorten van hogere kwaliteit (met een siliciumgehalte van 75 % of meer) te produceren, wat tot een stijging van zijn uitvoerprijzen heeft geleid, die gemiddeld hoger was dan de stijging van de kosten. |
|
(19) |
De indiener van het verzoek heeft ten volle aan dit tussentijdse nieuwe onderzoek meegewerkt, en aan de hand van de verzamelde en gecontroleerde gegevens kon een dumpingmarge worden vastgesteld die op de eigen gegevens van de indiener van het verzoek, onder meer op zijn individuele prijzen bij uitvoer naar de Unie was gebaseerd. Uit die berekening blijkt dat de handhaving van de maatregel op zijn huidige niveau niet langer gerechtvaardigd is. |
|
(20) |
Uit bewijsmateriaal dat tijdens het onderzoek werd verzameld en gecontroleerd, blijkt eveneens dat de veranderingen in de productiestructuur van de indiener van het verzoek als van blijvende aard moeten worden aangemerkt. Tijdens het onderzoek wees geen enkel element op het tegendeel. Daarom wordt het niet waarschijnlijk geacht dat de omstandigheden die tot de opening van dit tussentijdse nieuwe onderzoek hebben geleid in de nabije toekomst op zodanige wijze zullen veranderen dat dit gevolgen zou hebben voor de bevindingen van het tussentijdse nieuwe onderzoek. Daarom wordt geconcludeerd dat de gewijzigde omstandigheden van blijvende aard zijn. |
4. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(21) |
Uit de vergelijking van de uitvoergegevens van de indiener van het verzoek met de Eurostat-gegevens blijkt dat de door de onderneming tijdens het OT uitgevoerde hoeveelheid van het betrokken product overeenstemde met de totale hoeveelheid van het betrokken product die tijdens dezelfde periode uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de Unie is ingevoerd. |
|
(22) |
Gezien de resultaten van het nieuwe onderzoek wordt het passend geacht het antidumpingrecht op het betrokken product van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in te trekken. |
|
(23) |
De belanghebbenden werden in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op basis waarvan de Commissie wilde aanbevelen de maatregel die bij Verordening (EG) nr. 172/2008, in te trekken. Zij werden in de gelegenheid gesteld om hierover opmerkingen te maken. Geen enkele belanghebbende heeft opmerkingen ingediend, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van ferrosilicium, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 7202 21 00 , 7202 29 10 en 7202 29 90 , van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, dat krachtens artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 was geopend, wordt beëindigd en de maatregel die van toepassing is op de invoer van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië wordt ingetrokken.
Artikel 2
De verordening treedt in werking op de dag nahaar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 december 2009.
Voor de Raad
De voorzitter
A. CARLGREN
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1.