|
20.8.2009 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 215/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 759/2009 VAN DE COMMISSIE
van 19 augustus 2009
tot wijziging van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor schapen en geiten
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad van 17 december 2003 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor schapen en geiten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en de Richtlijnen 92/102/EEG en 64/432/EEG (1), en met name op artikel 10, lid 1, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 21/2004 bepaalt dat elke lidstaat een identificatie- en registratieregeling voor schapen en geiten overeenkomstig het bepaalde in die verordening moet vaststellen. |
|
(2) |
Die regeling omvat vier elementen, namelijk: identificatiemiddelen om elk individueel dier te identificeren, bijgewerkte registers op elk bedrijf, verplaatsingsdocumenten, en een centraal register en/of geautomatiseerd gegevensbestand. In de bijlage bij die verordening worden de voorwaarden vastgelegd waaraan deze elementen moeten voldoen. |
|
(3) |
Artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 21/2004 bepaalt momenteel dat dieren die bestemd zijn om te worden geslacht voordat ze twaalf maanden oud zijn en die niet bestemd zijn voor het intracommunautaire handelsverkeer of voor uitvoer naar derde landen, volgens de in de bijlage, afdeling A, punt 7, van die verordening beschreven methode mogen worden geïdentificeerd. In bepaalde gevallen worden dieren die oorspronkelijk bestemd waren om te worden geslacht later toch voor fokdoeleinden gebruikt in andere bedrijven dan het geboortebedrijf. Daarom moet worden toegestaan dat dergelijke dieren individueel worden geïdentificeerd nadat zij hun geboortebedrijf hebben verlaten, op voorwaarde dat het individuele dier tot zijn geboortebedrijf kan worden getraceerd. |
|
(4) |
In afdeling C van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 21/2004 wordt vermeld welke gegevens het verplaatsingsdocument moet bevatten. Om de individuele identificatiecode van elk dier op het verplaatsingsdocument te kunnen registreren, moeten de dieren bij het verlaten van het bedrijf individueel worden uitgelezen. De dieren worden in het bedrijf van bestemming nogmaals uitgelezen. Om de administratieve lasten te beperken, moet het onder bepaalde voorwaarden toegestaan zijn de identificatiecodes van de dieren in het bedrijf van bestemming te registreren in plaats van in het bedrijf van vertrek. |
|
(5) |
Artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 21/2004 bepaalt dat bepaalde houders de gehouden dieren ten minste eenmaal per jaar tellen. Afdeling D van de bijlage bij die verordening stelt vast welke gegevens het geautomatiseerde gegevensbestand moet bevatten. Het resultaat van de telling maakt deel uit van die gegevens. Om de administratieve lasten te beperken, moet het in de lidstaten waar het geautomatiseerde gegevensbestand naast de krachtens afdeling D van die bijlage vereiste informatie ook de individuele identificatiecodes van elk dier in de bedrijven bevat, toegestaan zijn deze resultaten niet te registreren. |
|
(6) |
Verordening (EG) nr. 21/2004 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 21/2004 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 augustus 2009.
Voor de Commissie
Androulla VASSILIOU
Lid van de Commissie
BIJLAGE
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 21/2004 wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
In afdeling A wordt punt 7, derde alinea, vervangen door: „Overeenkomstig dit punt geïdentificeerde dieren die bestemd zijn om langer dan twaalf maanden te worden gehouden, dan wel bestemd zijn voor het intracommunautaire handelsverkeer of voor uitvoer naar derde landen, worden overeenkomstig de punten 1 tot en met 4 geïdentificeerd om de volledige traceerbaarheid van elk dier tot het geboortebedrijf te garanderen.”. |
|
2. |
In afdeling C wordt punt 2 vervangen door:
|
|
3. |
In afdeling D wordt punt 1, onder f), vervangen door:
|