|
23.7.2009 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 191/10 |
VERORDENING (EG) Nr. 637/2009 VAN DE COMMISSIE
van 22 juli 2009
tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen betreffende de geschiktheid van rasbenamingen voor landbouw- en groentegewassen
(Gecodificeerde versie)
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 2002/53/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen (1), en met name op artikel 9, lid 6,
Gelet op Richtlijn 2002/55/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (2), en met name op artikel 9, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 930/2000 van de Commissie van 4 mei 2000 tot vaststelling van nadere bepalingen betreffende de geschiktheid van rasbenamingen voor landbouw- en groentegewassen (3) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (4). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze verordening te worden overgegaan. |
|
(2) |
In de Richtlijnen 2002/53/EG en 2002/55/EG zijn algemene voorschriften met betrekking tot de geschiktheid van rasbenamingen vastgesteld, waarbij wordt verwezen naar artikel 63 van Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (5). |
|
(3) |
Voor de toepassing van de Richtlijnen 2002/53/EG en 2002/55/EG is het dienstig uitvoeringsbepalingen voor het hanteren van de in artikel 63 van Verordening (EG) nr. 2100/94 aangegeven criteria vast te stellen, meer in het bijzonder wanneer er een van de in de leden 3 en 4 van dat artikel bedoelde beletsels voor het gebruik van de betrokken rasbenaming is. Vooreerst gelden deze nadere bepalingen slechts voor de volgende beletsels:
|
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de toepassing van artikel 9, lid 6, eerste alinea, van Richtlijn 2002/53/EG en artikel 9, lid 6, eerste alinea, van Richtlijn 2002/55/EG worden in deze verordening uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor het hanteren van bepaalde in artikel 63 van Verordening (EG) nr. 2100/94 aangegeven criteria voor de goedkeuring van rasbenamingen.
Artikel 2
1. Als een handelsmerk bestaat in de vorm van het oudere recht van een derde, dan ontstaat een verbod om een rasbenaming op het grondgebied van de Gemeenschap te gebruiken door aan de voor de goedkeuring van de rasbenaming bevoegde instantie het betrokken handelsmerk mee te delen dat in één of meer lidstaten of op Gemeenschapsniveau gedeponeerd was vóór de goedkeuring van de betrokken rasbenaming, identiek is aan of gelijkt op de betrokken rasbenaming en geregistreerd is voor goederen die identiek zijn aan of gelijken op het betrokken ras.
2. Als een geografische aanduiding of een oorsprongsbenaming voor landbouwproducten of levensmiddelen bestaat in de vorm van het oudere recht van een derde, dan ontstaat een verbod op een rasbenaming in de Gemeenschap als deze benaming indruist tegen artikel 13 van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (6) wat betreft de overeenkomstig artikel 3, lid 3, artikel 5, lid 4, tweede alinea, artikel 5, lid 6, artikel 6 en artikel 7, lid 4, van die verordening of het vroegere artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad (7) in een lidstaat of de Gemeenschap beschermde geografische aanduiding of oorsprongsbenaming voor goederen die identiek zijn aan of gelijken op het betrokken ras.
3. Een bezwaar tegen de geschiktheid van een benaming op grond van een ouder recht zoals bedoeld in lid 2 kan vervallen indien de eigenaar van dit recht schriftelijk toestemming heeft gegeven om de benaming voor het ras te gebruiken, mits deze toestemming het publiek niet kan misleiden wat de werkelijke oorsprong van het product betreft.
4. Wanneer de aanvrager in het bezit is van een ouder recht op de voorgestelde benaming of op een deel daarvan, is artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2100/94 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3
1. Een rasbenaming geldt in de volgende gevallen als moeilijk herkenbaar en hanteerbaar voor de gebruikers ervan:
|
a) |
wanneer het een fantasienaam betreft die:
|
|
b) |
wanneer het een code betreft die:
|
2. Bij de indiening van het voorstel voor een rasbenaming moet de aanvrager aangeven of de voorgestelde benaming een fantasienaam of een code is.
3. Wanneer de aanvrager niets meedeelt over de vorm van de voorgestelde benaming, wordt deze als fantasienaam aangemerkt.
Artikel 4
Om uit te maken of een rasbenaming identiek is aan of kan worden verward met die van een ander ras, geldt het volgende:
|
a) |
„kan worden verward met”: hieronder vallen onder meer rasbenamingen die zich slechts door één letter of door diakritische tekens onderscheiden van de benaming van een ras van een nauw verwante soort dat officieel tot de handel toegelaten is in de Gemeenschap, in de Europese Economische Ruimte of op het grondgebied van een verdragsluitende partij bij het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten (UPOV), of waarvoor in deze gebieden een kwekersrecht geldt. Een verschil van slechts één letter in een bestaande afkorting als afzonderlijk onderdeel van de rasbenaming wordt echter niet als verwarrend beschouwd. Een verschil van één letter die zo duidelijk uitkomt dat de benaming duidelijk verschilt van eerder geregistreerde rasbenamingen wordt evenmin als verwarrend beschouwd. Verschillen van twee of meer letters worden niet als verwarrend beschouwd tenzij de letters alleen van plaats zijn verwisseld. Een verschil van één cijfer tussen getallen (in gevallen waarin getallen in een fantasienaam zijn toegestaan) wordt niet als verwarrend beschouwd. Onverminderd artikel 6, geldt de eerste alinea niet voor rasbenamingen in de vorm van een code als ook de referentierasbenaming een code is. Voor benamingen in de vorm van een code volstaat een verschil van slechts één teken, letter of cijfer om twee codes van elkaar te onderscheiden. Bij het vergelijken van benamingen in de vorm van een code wordt niet gelet op spaties; |
|
b) |
een „nauw verwante soort” is een soort als omschreven in bijlage I; |
|
c) |
een „ras dat niet meer bestaat” is een ras dat niet langer in de handel is; |
|
d) |
„een officiële rassenlijst” is de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen of voor groentegewassen dan wel een register dat wordt samengesteld en bijgehouden door het Communautair Bureau voor plantenrassen of door een officieel orgaan van de lidstaten van de Gemeenschap of van de Europese Economische Ruimte of van een verdragsluitende partij bij het UPOV; |
|
e) |
„een ras waarvan de benaming geen bijzondere betekenis verkregen heeft”: hierbij geldt dat een rasbenaming die ooit in een officiële rassenlijst is opgenomen en daardoor mogelijk bijzondere betekenis verkregen heeft, na afloop van een periode van tien jaar nadat het ras uit dat register geschrapt is, geacht wordt deze bijzondere betekenis verloren te hebben. |
Artikel 5
Als benamingen die algemeen voor het in de handel brengen van goederen worden gebruikt of waarvan op grond van andere rechtsvoorschriften het gebruik vrij is, gelden meer in het bijzonder:
|
a) |
namen van munteenheden of met maten en gewichten verband houdende termen; |
|
b) |
uitdrukkingen die op grond van wettelijke voorschriften uitsluitend voor de daarin aangegeven doeleinden mogen worden gebruikt. |
Artikel 6
Een rasbenaming wordt geacht misleidend te zijn of verwarring te veroorzaken, wanneer die benaming:
|
a) |
ten onrechte de indruk wekt dat het ras bijzondere eigenschappen of een bijzondere waarde heeft; |
|
b) |
ten onrechte de indruk wekt dat het ras verwant is aan of ontstaan is uit een bepaald ander ras; |
|
c) |
op zodanige wijze naar een specifieke eigenschap of waarde verwijst dat daardoor ten onrechte de indruk ontstaat dat uitsluitend dat ras deze eigenschap of waarde bezit, terwijl deze ook eigen kan zijn aan andere rassen die tot dezelfde soort behoren; |
|
d) |
doordat zij lijkt op een bekende handelsnaam, die echter geen gedeponeerd handelsmerk of rasbenaming is, de indruk wekt dat het om een ander ras gaat of misleidend is ten aanzien van de identiteit van de aanvrager, de voor de instandhouding van het ras verantwoordelijke persoon of de kweker; |
|
e) |
geheel of gedeeltelijk bestaat uit:
|
|
f) |
een geografische naam bevat die misleiding van het publiek wat betreft de kenmerken of waarde van het ras waarschijnlijk maakt. |
Artikel 7
In de vorm van een code goedgekeurde rasbenamingen moeten in de lijsten van officieel goedgekeurde rassen van de lidstaten of in de betrokken gemeenschappelijke rassenlijst duidelijk worden aangegeven door verwijzing naar een voetnoot met de vermelding „in de vorm van een code goedgekeurde rasbenaming”.
Artikel 8
Verordening (EG) nr. 930/2000 wordt ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.
Artikel 9
1. Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2. Deze verordening is niet van toepassing op rasbenamingen die de aanvrager vóór 25 mei 2000 ter goedkeuring aan de bevoegde autoriteit heeft voorgelegd.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 juli 2009.
Voor de Commissie
Androulla VASSILIOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 193 van 20.7.2002, blz. 1.
(2) PB L 193 van 20.7.2002, blz. 33.
(3) PB L 108 van 5.5.2000, blz. 3.
(4) Zie bijlage II.
(5) PB L 227 van 1.9.1994, blz. 1.
BIJLAGE I
NAUW VERWANTE SOORTEN
„Nauw verwante soorten”, als bedoeld in artikel 4, onder b), worden als volgt gedefinieerd:
|
a) |
als er meer dan één categorie binnen één geslacht is, is de lijst van categorieën in punt 1 van toepassing; |
|
b) |
als de categorieën meer dan één geslacht omvatten, is de lijst van categorieën in punt 2 van toepassing; |
|
c) |
voor niet in de lijsten van categorieën in de punten 1 en 2 opgenomen geslachten en soorten wordt een geslacht in de regel als een categorie beschouwd. |
1. Categorieën binnen één geslacht
|
Categorieën |
Wetenschappelijke namen |
|
Categorie 1.1 |
Brassica oleracea |
|
Categorie 1.2 |
Brassica met uitzondering van Brassica oleracea |
|
Categorie 2.1 |
Beta vulgaris — suikerbiet, voederbiet |
|
Categorie 2.2 |
Beta vulgaris — rode biet, inclusief Cheltenham beet, snijbiet |
|
Categorie 2.3 |
Beta met uitzondering van de categorieën 2.1 en 2.2 |
|
Categorie 3.1 |
Cucumis sativus |
|
Categorie 3.2 |
Cucumis melo |
|
Categorie 3.3 |
Cucumis met uitzondering van de categorieën 3.1 en 3.2 |
|
Categorie 4.1 |
Solanum tuberosum |
|
Categorie 4.2 |
Solanum met uitzondering van de categorie 4.1 |
2. Categorieën die meer dan één geslacht omvatten
|
Categorieën |
Wetenschappelijke namen |
|
Categorie 201 |
Secale, Triticale, Triticum |
|
Categorie 203 (*1) |
Agrostis, Dactylis, Festuca, Festulolium, Lolium, Phalaris, Phleum en Poa |
|
Categorie 204 (*1) |
Lotus, Medicago, Ornithopus, Onobrychis, Trifolium |
|
Categorie 205 |
Cichorium, Lactuca |
(*1) De categorieën 203 en 204 worden niet alleen vastgesteld op grond van nauw verwante soorten.
BIJLAGE II
Ingetrokken verordening met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan
|
Verordening (EG) nr. 930/2000 van de Commissie |
|
|
Verordening (EG) nr. 1831/2004 van de Commissie |
|
|
Verordening (EG) nr. 920/2007 van de Commissie |
BIJLAGE III
Concordantietabel
|
Verordening (EG) nr. 930/2000 |
De onderhavige verordening |
|
Artikel 1 |
Artikel 1 |
|
Artikel 2 |
Artikel 2 |
|
Artikel 3 |
Artikel 3 |
|
Artikel 4 |
Artikel 4 |
|
Artikel 5, onder a) |
Artikel 5, onder a) |
|
Artikel 5, onder c) |
Artikel 5, onder b) |
|
Artikel 6, onder a) tot en met d) |
Artikel 6, onder a) tot en met d) |
|
Artikel 6, onder e), i) en ii) |
Artikel 6, onder e), i) en ii) |
|
Artikel 6, onder e), iv) |
Artikel 6, onder e), iii) |
|
Artikel 6, onder f) |
Artikel 6, onder f) |
|
Artikel 7 |
Artikel 7 |
|
— |
Artikel 8 |
|
Artikel 8 |
Artikel 9 |
|
Bijlage |
Bijlage I |
|
— |
Bijlagen II en III |