18.4.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 100/8


VERORDENING (EG) Nr. 318/2009 VAN DE COMMISSIE

van 17 april 2009

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1914/2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad houdende vaststelling van specifieke maatregelen voor de landbouw ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad van 18 september 2006 houdende vaststelling van specifieke maatregelen voor de landbouw ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (1), en met name op artikel 14,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Gezien de ervaring die is opgedaan bij de toepassing van artikel 34 van Verordening (EG) nr. 1914/2006 van de Commissie (2), dienen de in dat artikel vastgestelde procedures voor de wijziging van het programma te worden verduidelijkt. De uiterste datum voor het indienen van de jaarlijkse aanvragen tot wijziging van het programma moet naar voren worden geschoven om te vermijden dat de goedkeuringsbesluiten te laat worden vastgesteld. Als gevolg van de begrotingsregels moeten de goedgekeurde wijzigingen worden toegepast met ingang van 1 januari van het jaar dat volgt op de wijzigingsaanvraag. Bovendien moeten bepaalde voorschriften met betrekking tot geringe wijzigingen die slechts voor kennisgeving aan de Commissie moeten worden gemeld, nader worden gepreciseerd.

(2)

Verordening (EG) nr. 1914/2006 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor rechtstreekse betalingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 34 van Verordening (EG) nr. 1914/2006 wordt vervangen door:

„Artikel 34

Wijziging van het programma

1.   Wijzigingen van het krachtens artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1405/2006 goedgekeurde programma worden ter goedkeuring aan de Commissie voorgelegd en worden met redenen omkleed, met name aan de hand van de volgende gegevens:

a)

de redenen en de eventuele problemen bij de tenuitvoerlegging die de wijziging van het programma rechtvaardigen;

b)

de verwachte effecten van de wijziging;

c)

de gevolgen voor de financiering en voor de controle op de naleving van de verbintenissen.

Behalve bij overmacht of in uitzonderlijke omstandigheden dient Griekenland de aanvragen tot wijziging van het programma niet vaker dan eens per jaar en per programma in. Deze wijzigingsaanvragen moeten uiterlijk op 1 augustus van elk jaar in het bezit zijn van de Commissie.

Tenzij de Commissie verzet aantekent, past Griekenland de wijzigingen toe met ingang van 1 januari van het jaar na dat waarin de wijzigingsaanvraag is ingediend.

Een vervroegde inwerkingtreding van dergelijke wijzigingen is mogelijk indien de Commissie Griekenland vóór de in de derde alinea genoemde datum schriftelijk ervan in kennis stelt dat de gemelde wijzigingen in overeenstemming zijn met de Gemeenschapswetgeving.

Indien de gemelde wijzigingen niet in overeenstemming zijn met de Gemeenschapswetgeving, stelt de Commissie de betrokken lidstaat daarvan in kennis en worden de wijzigingen pas van toepassing wanneer de Commissie wijzigingen ontvangt die als wel in overeenstemming met deze wetgeving worden beschouwd.

2.   In afwijking van lid 1 geldt voor de volgende wijzigingen dat de Commissie de voorstellen van Griekenland binnen vier maanden nadat deze zijn ingediend, beoordeelt en al dan niet goedkeurt volgens de in artikel 13, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1405/2006 bedoelde procedure:

a)

de opneming van nieuwe maatregelen, acties, producten of steunregelingen in het programma, en

b)

de verhoging van het eenheidsbedrag van de reeds voor elke bestaande maatregel of steunregeling goedgekeurde steun met meer dan 50 % ten opzichte van het bedrag dat gold op het ogenblik van de indiening van de wijzigingsaanvraag.

De aldus goedgekeurde wijzigingen zijn van toepassing met ingang van 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin zij zijn gemeld.

3.   Griekenland mag, zonder gebruik te maken van de in lid 1 omschreven procedure, de volgende wijzigingen aanbrengen, op voorwaarde dat de wijzigingen aan de Commissie worden meegedeeld:

a)

met betrekking tot de geraamde voorzieningsbalansen, wijzigingen van de hoeveelheden van de onder de voorzieningsregeling vallende producten en derhalve van het totale steunbedrag dat voor elke categorie producten wordt toegekend;

b)

met betrekking tot de ondersteuning van de lokale productie, wijzigingen van ten hoogste 20 % van de financiële toewijzing voor elke maatregel, en

c)

wijzigingen als gevolg van het wijzigen van codes en omschrijvingen die zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2658/87 van de Raad (*1) en de producten beschrijven die voor steun in aanmerking komen, op voorwaarde dat deze wijzigingen geen verandering van het product zelf met zich meebrengen.

De in de eerste alinea genoemde wijzigingen worden slechts van toepassing op de dag waarop de Commissie deze ontvangt. Zij moeten naar behoren worden toegelicht en met redenen omkleed, en zij worden slechts éénmaal per jaar ten uitvoer gelegd, behalve in de volgende gevallen:

a)

overmacht of uitzonderlijke omstandigheden,

b)

wijziging van de hoeveelheden van de onder de voorzieningsregeling vallende producten,

c)

wijziging van de statistieknomenclatuur en de codes van het gemeenschappelijk douanetarief, zoals vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 2658/87,

d)

begrotingsoverdrachten binnen de maatregelen inzake productiesteun. Deze laatste wijzigingen moeten evenwel worden gemeld uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de gewijzigde financiële toewijzing betrekking heeft.

(*1)   PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.”."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 april 2009.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 265 van 26.9.2006, blz. 1.

(2)   PB L 365 van 21.12.2006, blz. 64.