14.1.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 9/52


AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2008

betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 8625)

(Slechts de teksten in de Spaanse, de Duitse, de Griekse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Maltese, de Nederlandse, de Portugese, de Sloveense, de Finse en de Zweedse taal zijn authentiek)

(2009/23/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 211,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 106, lid 2, van het Verdrag kunnen de lidstaten munten uitgeven onder voorbehoud van goedkeuring van de Europese Centrale Bank met betrekking tot de omvang van de uitgifte.

(2)

Overeenkomstig artikel 106, lid 2, tweede zin, van het Verdrag heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 975/98 van 3 mei 1998 over de denominaties en technische specificaties van voor circulatie bestemde euromuntstukken (1) harmonisatiemaatregelen op dit gebied genomen.

(3)

Overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro (2) zijn in euro of in cent luidende muntstukken die aan de nominale waarden en technische specificaties voldoen de enige muntstukken die in alle „deelnemende” lidstaten, zoals gedefinieerd in die verordening, de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben.

(4)

Overeenkomstig de gebruikelijke praktijk in de deelnemende lidstaten dienen voor circulatie bestemde euromuntstukken, met inbegrip van voor circulatie bestemde herdenkingsmunten, tegen nominale waarde in omloop te worden gebracht. Dit sluit echter niet uit dat een aantal muntstukken dat een gering percentage van de totale waarde van de uitgegeven muntstukken vertegenwoordigt, tegen een hogere prijs wordt verkocht indien deze muntstukken met een speciaal kenmerk zijn geproduceerd of in een speciale verpakking worden gepresenteerd.

(5)

Euromuntstukken circuleren niet alleen in de lidstaat van uitgifte maar in het gehele eurogebied en zelfs daarbuiten. Tegen deze achtergrond is het raadzaam op de nationale zijde van het euromuntstuk een duidelijke vermelding van de lidstaat van uitgifte aan te brengen zodat geïnteresseerde muntgebruikers gemakkelijk kunnen achterhalen welke de lidstaat van uitgifte is.

(6)

Euromunten hebben een gemeenschappelijke Europese zijde en een kenmerkende nationale zijde. Op de gemeenschappelijke Europese zijde van de euromuntstukken is zowel de naam van de eenheidsmunt als de denominatie van het muntstuk weergegeven. Op de nationale zijde zou noch de naam van de eenheidsmunt, noch de denominatie van het muntstuk mogen worden herhaald.

(7)

Het ontwerp voor de nationale zijde van de euromuntstukken wordt door de deelnemende lidstaten gekozen, maar dient volledig omringd te zijn door de twaalf sterren van de Europese vlag.

(8)

Voor wijzigingen van de nationale zijde van de euromuntstukken dienen de deelnemende lidstaten gemeenschappelijke regels te volgen. De ontwerpen die voor de nationale zijden van normale voor circulatie bestemde euromuntstukken worden gebruikt, mogen in principe niet worden gewijzigd, tenzij het staatshoofd naar wie op een muntstuk wordt verwezen, verandert.

(9)

Herdenkingsmunten zijn specifieke, voor circulatie bestemde munten waarbij het normale nationale ontwerp is vervangen door een ander nationaal ontwerp om een bepaald onderwerp te herdenken. Het muntstuk van 2 euro is voor dit doel het meest geschikt, vooral wegens zijn grote diameter en zijn technische kenmerken, die een adequate bescherming tegen vervalsing bieden.

(10)

Uitgiften van voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten zouden alleen onderwerpen van groot nationaal of Europees belang mogen herdenken, aangezien dergelijke munten bestemd zijn om in het gehele eurogebied te circuleren. Aan minder belangrijke onderwerpen zou eerder aandacht moeten worden besteed door de uitgifte van euroverzamelmunten, die niet voor circulatie bestemd zijn en die gemakkelijk van voor circulatie bestemde euromunten te onderscheiden moeten zijn. Herdenkingsmunten die gezamenlijk door alle deelnemende lidstaten worden uitgegeven, dienen voor uiterst belangrijke Europese onderwerpen te worden voorbehouden.

(11)

De uitgiftebeperking van één voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunt per lidstaat van uitgifte per jaar heeft goed gefunctioneerd en dient te worden gehandhaafd, samen met de extra mogelijkheid van een gezamenlijke uitgifte door alle deelnemende lidstaten van een voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunt. Daarnaast mogen lidstaten een voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunt uitgeven ingeval de functie van staatshoofd tijdelijk vacant is of voorlopig wordt waargenomen.

(12)

Voor voor circulatie bestemde herdenkingsmunten dienen bepaalde oplagebeperkingen te worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat dergelijke munten een klein percentage van het totale aantal in omloop zijnde muntstukken van 2 euro blijven vormen. Tegelijkertijd moeten deze oplagebeperkingen de uitgifte van een voldoende hoeveelheid munten mogelijk maken opdat herdenkingsmunten werkelijk in omloop kunnen komen.

(13)

Aangezien de euromuntstukken in het gehele eurogebied circuleren, vormen de kenmerken van het nationale ontwerp ervan een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang. De lidstaten van uitgifte dienen elkaar geruime tijd voor de geplande datum van uitgifte van nieuwe nationale zijden in kennis te stellen. Te dien einde dienen de lidstaten van uitgifte hun voorontwerpen van euromuntstukken toe te zenden aan de Commissie, die zal verifiëren of deze voorontwerpen met deze aanbeveling in overeenstemming zijn.

(14)

De lidstaten zijn over de in deze aanbeveling uiteengezette richtsnoeren geraadpleegd, zodat rekening kon worden gehouden met hun diverse nationale werkwijzen en voorkeuren op dit gebied.

(15)

De Gemeenschap heeft monetaire overeenkomsten gesloten met het Vorstendom Monaco, de Republiek San Marino en Vaticaanstad volgens welke deze een bepaalde hoeveelheid euromuntstukken mogen uitgeven. De gemeenschappelijke richtsnoeren dienen ook van toepassing te zijn op de voor circulatie bestemde muntstukken die door deze staten worden uitgegeven.

(16)

Vóór eind 2015 dient een evaluatie van deze aanbeveling te worden uitgevoerd om na te gaan of de richtsnoeren dienen te worden gewijzigd.

(17)

Deze aanbeveling dient in de plaats te komen van de aanbeveling van de Commissie van 29 september 2003 inzake een gemeenschappelijke werkwijze voor wijziging van het ontwerp van de nationale voorzijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken (3) en de aanbeveling van de Commissie van 3 juni 2005 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken (4),

BEVEELT AAN:

1.   In omloop brengen van euromuntstukken

Voor circulatie bestemde euromuntstukken worden tegen nominale waarde in omloop gebracht. Dit sluit niet uit dat een gering percentage van de uitgegeven euromuntstukken tegen een hogere prijs wordt verkocht indien dit gerechtvaardigd is door redenen zoals een speciaal kenmerk of een speciale verpakking.

2.   Identificatie van de lidstaat van uitgifte

Op de nationale zijde van alle denominaties van de voor circulatie bestemde euromuntstukken wordt aangegeven welke de lidstaat van uitgifte is. Dit geschiedt door middel van de vermelding van hetzij de naam van de betrokken lidstaat, hetzij een afkorting daarvan.

3.   Geen vermelding van de naam van de munteenheid en van de denominatie van het muntstuk

1.

Op de nationale zijde van de voor circulatie bestemde euromuntstukken mag noch de denominatie, noch enigerlei deel van de denominatie van het muntstuk worden herhaald. Op deze zijde mag evenmin de naam van de eenheidsmunt of van de onderverdeling ervan worden herhaald, tenzij een dergelijke vermelding het gevolg is van het gebruik van een ander alfabet.

2.

Het randschrift van het muntstuk van 2 euro kan melding maken van de denominatie, mits alleen het cijfer „2” of de term „euro” of beide worden gebruikt.

4.   Ontwerp van de nationale zijden

Op de nationale zijde van de voor circulatie bestemde euromuntstukken zijn de 12 Europese sterren afgebeeld. Deze sterren omringen volledig het nationale ontwerp met het jaartal en de vermelding van de lidstaat van uitgifte. De Europese sterren worden op dezelfde wijze afgebeeld als op de Europese vlag.

5.   Wijziging van de nationale zijde van normale voor circulatie bestemde euromuntstukken

Onverminderd punt 6 mogen de ontwerpen die voor de nationale zijden van de voor circulatie bestemde, in euro of in cent luidende muntstukken worden gebruikt, niet worden gewijzigd, tenzij het staatshoofd naar wie op een muntstuk wordt verwezen, verandert. Het is de lidstaten van uitgifte evenwel toegestaan het ontwerp van euromuntstukken waarop het staatshoofd is afgebeeld om de vijftien jaar aan te passen teneinde met een verandering in het voorkomen van het staatshoofd rekening te houden. Het is lidstaten van uitgifte eveneens toegestaan hun nationale ontwerpen van euromuntstukken aan te passen om deze geheel met deze aanbeveling in overeenstemming te brengen.

Het feit dat de functie van staatshoofd tijdelijk vacant is of voorlopig wordt waargenomen, geeft niet het recht de nationale zijden van de normale voor circulatie bestemde euromuntstukken te wijzigen.

6.   Uitgifte van voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten

1.

Uitgiften van voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten met een nationaal ontwerp dat verschilt van dat van de normale voor circulatie bestemde euromuntstukken mogen alleen onderwerpen van groot nationaal of Europees belang herdenken. Voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten die gezamenlijk worden uitgegeven door alle deelnemende lidstaten, als omschreven in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 974/98 (hierna de „deelnemende lidstaten” genoemd), mogen alleen uiterst belangrijke Europese onderwerpen herdenken. De uitgifte van dergelijke euroherdenkingsmunten moet worden goedgekeurd door de Raad.

2.

De uitgifte van voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten voldoet aan de volgende regels:

a)

het aantal uitgiften is beperkt tot één per lidstaat van uitgifte per jaar, behalve in de volgende gevallen:

i)

alle deelnemende lidstaten geven gezamenlijk voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit;

ii)

ter gelegenheid van het feit dat de functie van staatshoofd tijdelijk vacant is of voorlopig wordt waargenomen, kan een voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunt worden uitgegeven;

b)

voor dergelijke uitgiften wordt uitsluitend het muntstuk van 2 euro gebruikt;

c)

het totale aantal per uitgifte in omloop gebrachte munten mag niet groter zijn dan het grootste van de volgende twee maxima:

i)

0,1 % van het totale aantal muntstukken van 2 euro dat tot het begin van het jaar vóór het jaar van uitgifte van de herdenkingsmunt door alle deelnemende lidstaten in omloop is gebracht; dit maximum mag worden verhoogd tot 2,0 % van het totale aantal door alle deelnemende lidstaten in omloop gebrachte muntstukken van 2 euro indien een zeer symbolische gebeurtenis van echt mondiale betekenis wordt herdacht; in dat geval geeft de lidstaat van uitgifte de volgende vier jaar geen andere euroherdenkingsmunten met gebruikmaking van het verhoogde maximum uit en geeft hij de redenen voor de keuze van het verhoogde maximum wanneer hij de in punt 7 bedoelde informatie verstrekt;

ii)

5,0 % van het totale aantal muntstukken van 2 euro dat tot het begin van het jaar vóór het jaar van uitgifte van de herdenkingsmunt door de betrokken lidstaat van uitgifte in omloop is gebracht;

d)

het randschrift van voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten is hetzelfde als dat van normale voor circulatie bestemde euromuntstukken.

7.   Informatieprocedure en bekendmaking van toekomstige veranderingen

De lidstaten stellen elkaar in kennis van de nieuwe voorontwerpen van nationale zijden van euromuntstukken, met inbegrip van het randschrift, en van de omvang van de uitgifte voordat zij deze ontwerpen officieel goedkeuren. Te dien einde worden nieuwe voorontwerpen van euromuntstukken in de regel ten minste zes maanden vóór de geplande datum van uitgifte door de lidstaat van uitgifte aan de Commissie toegezonden. De Commissie verifieert of de richtsnoeren van deze aanbeveling in acht zijn genomen en stelt de andere lidstaten onverwijld daarvan in kennis via het bevoegde subcomité van het Economisch en Financieel Comité. Indien en wanneer de Commissie van oordeel is dat de richtsnoeren van deze aanbeveling niet in acht zijn genomen, beslist het bevoegde subcomité van het Economisch en Financieel Comité of het ontwerp wordt goedgekeurd.

Het bevoegde subcomité van het Economisch en Financieel Comité dient zijn goedkeuring te hechten aan de ontwerpen van voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten die gezamenlijk door alle deelnemende lidstaten worden uitgegeven.

Alle relevante informatie over nieuwe ontwerpen van nationale zijden van euromuntstukken wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

8.   Toepassingsgebied van de aanbevolen werkwijzen

Deze aanbeveling is van toepassing op de nationale zijden en randschriften van zowel normale voor circulatie bestemde euromuntstukken als voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten. Zij is niet van toepassing op de nationale zijden en randschriften van zowel normale voor circulatie bestemde euromuntstukken als voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten die voor het eerst zijn uitgegeven of goedgekeurd volgens de vóór de aanneming van deze aanbeveling overeengekomen informatieprocedure.

9.   Intrekking van eerdere aanbevelingen

De Aanbevelingen 2003/734/EG en 2005/491/EG worden ingetrokken.

10.   Adressaten

Deze aanbeveling is gericht tot alle deelnemende lidstaten.

Gedaan te Brussel, 19 december 2008.

Voor de Commissie

Joaquín ALMUNIA

Lid van de Commissie


(1)   PB L 139 van 11.5.1998, blz. 6.

(2)   PB L 139 van 11.5.1998, blz. 1.

(3)   PB L 264 van 15.10.2003, blz. 38.

(4)   PB L 186 van 18.7.2005, blz. 1.