31.12.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 353/1


BESLUIT VAN DE RAAD

van 21 september 2009

betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van sommige bepalingen van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en IJsland en Noorwegen betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, met inbegrip van de bijlage

(2009/1023/JBZ)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op de artikelen 24 en 38,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij brieven aan de voorzitter van de Raad d.d. 24 september 2008 respectievelijk 7 juli 2008 hebben IJsland en Noorwegen de wens uitgesproken betrokken te worden bij de mechanismen van de politiële en justitiële samenwerking tussen de lidstaten van de Unie zoals die zijn vastgesteld bij Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (1), en bij Besluit 2008/616/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (2), met inbegrip van de bijlage.

(2)

Nadat het voorzitterschap, dat werd bijgestaan door de Commissie en door de delegatie van de lidstaat die het volgende voorzitterschap zal bekleden, hiertoe op 24 oktober 2008 machtiging was verleend, zijn de onderhandelingen afgerond met IJsland en Noorwegen over een overeenkomst betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, met inbegrip van de bijlage („de overeenkomst”).

(3)

Onder voorbehoud van sluiting op een later tijdstip moet de op 28 november 2008 te Brussel geparafeerde overeenkomst worden ondertekend en moet de aangehechte verklaring worden goedgekeurd.

(4)

De overeenkomst voorziet in de voorlopige toepassing van enkele bepalingen. Deze bepalingen dienen voorlopig te worden toegepast in afwachting van de voltooiing van de procedures voor de formele sluiting van de overeenkomst en de inwerkingtreding,

BESLUIT:

Artikel 1

De ondertekening van de overeenkomst wordt namens de Europese Unie goedgekeurd, onder voorbehoud van de sluiting daarvan.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De aan dit besluit gehechte verklaring wordt namens de Europese Unie goedgekeurd.

Artikel 3

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon/personen aan te wijzen die gemachtigd is/zijn tot de ondertekening van de overeenkomst namens de Europese Unie, onder voorbehoud van de sluiting daarvan.

Gedaan te Brussel, 21 september 2009.

Voor de Raad

De voorzitter

T. BILLSTRÖM


(1)  PB L 210 van 6.8.2008, blz. 1.

(2)  PB L 210 van 6.8.2008, blz. 12.


OVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en Ijsland en Noorwegen betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, met inbegrip van de bijlage

DE EUROPESE UNIE,

enerzijds, en

IJSLAND,

en

NOORWEGEN,

anderzijds,

hierna genoemd „de overeenkomstsluitende partijen”,

GELEID DOOR DE WENS de politiële en justitiële samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie en IJsland en Noorwegen te verbeteren, onverminderd de regelgeving ter bescherming van de individuele vrijheid;

OVERWEGENDE dat de huidige betrekkingen tussen de overeenkomstsluitende partijen, met name de overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en Noorwegen inzake de wijze waarop de twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, een toonbeeld zijn van een nauwe samenwerking bij criminaliteitsbestrijding;

BEKLEMTONEND dat alle overeenkomstsluitende partijen belang hebben bij een doeltreffende en vlotte politiële samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie en IJsland en Noorwegen, die verenigbaar is met de grondbeginselen van hun nationale rechtsstelsels en in overeenstemming met de individuele rechten en de beginselen van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950;

INDACHTIG het feit dat Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad van 18 december 2006 betreffende de vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie (1) reeds regels bevat op grond waarvan de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten snel en doeltreffend informatie en inlichtingen kunnen uitwisselen teneinde een strafrechtelijk onderzoek of een criminele-inlichtingenoperatie uit te voeren;

ZICH ERVAN BEWUST DAT het van cruciaal belang is dat exacte informatie snel en doeltreffend kan worden uitgewisseld teneinde de internationale samenwerking op dit gebied te stimuleren. Derhalve dienen procedures te worden ingevoerd om de uitwisseling van gegevens snel, efficiënt en goedkoop te doen verlopen. Met het oog op het gezamenlijke gebruik van gegevens moeten in deze procedures de respectieve verantwoordelijkheden worden bepaald, en moeten de procedures de nodige waarborgen bieden wat betreft de juistheid en de beveiliging van de gegevens bij verstrekking en opslag. Ook dienen er procedures te zijn voor de registratie van uitgewisselde gegevens en beperkingen op het gebruik van die gegevens;

OVERWEGENDE dat IJsland en Noorwegen de wens hebben geuit om een overeenkomst te sluiten die hen in staat stelt in het kader van hun betrekkingen onderling en met de lidstaten van de Europese Unie sommige bepalingen toe te passen van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en Besluit 2008/616/JBZ, betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, met inbegrip van de bijlage;

OVERWEGENDE dat de Europese Unie het sluiten van een dergelijke overeenkomst eveneens noodzakelijk acht;

EROP WIJZEND dat onderhavige overeenkomst derhalve bepalingen bevat die zijn gestoeld op de voornaamste bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ en Besluit 2008/616/JBZ, met inbegrip van de bijlage, welke bepalingen ten doel hebben om de informatie-uitwisseling te bevorderen, en de EU-lidstaten en Noorwegen en IJsland in staat te stellen elkaar toegang te verlenen tot hun geautomatiseerde DNA-analysebestanden, geautomatiseerde dactyloscopische identificatiesystemen en voertuigregisters. In het geval van nationale DNA-analysebestanden en geautomatiseerde dactyloscopische identificatiesystemen moet een hit/no hit-systeem het de verzoekende staat mogelijk maken in een tweede fase in de staat die het dossier beheert met een dossier verband houdende persoonsgegevens op te vragen en, waar nodig, via rechtshulpprocedures, waaronder die welke ingevolge Kaderbesluit 2006/960/JBZ zijn aangenomen, om nadere informatie te verzoeken;

OVERWEGENDE dat deze bepalingen de bestaande procedures aan de hand waarvan de lidstaten, Noorwegen en IJsland kunnen nagaan of een andere staat, en zo ja, welke staat, over de door hen benodigde informatie beschikt, aanzienlijk zouden bespoedigen;

OVERWEGENDE dat grensoverschrijdende gegevensvergelijking een nieuwe dimensie zal geven aan misdaadbestrijding. De informatie die door het vergelijken van gegevens wordt verkregen, zal de deur openen naar nieuwe onderzoeksmethoden en eveneens een cruciale rol spelen in het ondersteunen van de rechtshandhavings- en justitiële autoriteiten van de staten;

OVERWEGENDE dat de regels zijn gebaseerd op het in een netwerk onderbrengen van de nationale databanken van de staten;

OVERWEGENDE dat de staten onder bepaalde voorwaarden al dan niet persoonsgebonden gegevens moeten kunnen verstrekken teneinde de uitwisseling van gegevens over grootschalige evenementen met een grensoverschrijdende dimensie te verbeteren met het oog op de voorkoming van strafbare feiten en de handhaving van de openbare orde en veiligheid;

ZICH ERVAN BEWUST dat niet alleen de verbeterde informatie-uitwisseling, maar ook andere vormen van nauwere samenwerking tussen politiediensten moeten worden gereguleerd, met name waar het gaat om gezamenlijke veiligheidsoperaties (bijv. gezamenlijke patrouilles);

OVERWEGENDE dat nauwere politiële en justitiële samenwerking in strafzaken gepaard moet gaan met de eerbiediging van de grondrechten, met name het recht op eerbiediging van het privé-leven en op bescherming van persoonsgegevens. Deze rechten moeten worden gewaarborgd door specifieke regelingen inzake gegevensbescherming, die op de specifieke aard van verschillende vormen van gegevensuitwisseling moeten zijn toegesneden. Deze regelingen inzake gegevensbescherming moeten met name rekening houden met het specifieke karakter van de grensoverschrijdende online-toegang tot databanken. Aangezien bij online-toegang de staat die het dossier beheert geen voorafgaande controle kan uitvoeren, moet een systeem worden opgezet dat ervoor zorgt dat wel controle achteraf plaatsvindt;

OVERWEGENDE dat het hit/no hit-systeem een structuur voor de vergelijking van anonieme profielen biedt, waarbij aanvullende persoonsgegevens pas na een hit worden uitgewisseld, en dat het nationale recht, met inbegrip van de rechtshulpvoorschriften, bepalend is voor de verstrekking en de ontvangst van die gegevens. Deze opzet waarborgt een adequaat systeem voor gegevensbescherming, met dien verstande dat voor de verstrekking van persoonsgegevens aan een andere staat een toereikend niveau van gegevensbescherming door de ontvangende staten is vereist;

GEZIEN de ruime uitwisseling van informatie en gegevens ten gevolge van een nauwere politiële en justitiële samenwerking, wordt met deze overeenkomst beoogd een passend niveau van gegevensbescherming te waarborgen. Gezorgd wordt voor inachtneming van het beschermingsniveau dat voor de verwerking van persoonsgegevens is vastgesteld in het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, het daarbij behorende Aanvullend Protocol van 8 november 2001 en de beginselen van Aanbeveling R (87) 15 van de Raad van Europa tot regeling van het gebruik van persoonsgegevens op politieel gebied;

ZICH BASEREND op het vertrouwen van de lidstaten van de Europese Unie en IJsland en Noorwegen in de structuur en de werking van elkaars rechtsstelsels;

ERKENNENDE dat de bepalingen van de bilaterale en multilaterale overeenkomsten van toepassing blijven voor alle aangelegenheden die niet in de onderhavige overeenkomst zijn geregeld;

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OMTRENT DE VOLGENDE BEPALINGEN:

Artikel 1

Voorwerp en doel

1.   Behoudens het bepaalde in deze overeenkomst is de inhoud van de artikelen 1 tot en met 24, artikel 25, lid 1, de artikelen 26 tot en met 32 en artikel 34 van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, van toepassing op de bilaterale betrekkingen tussen IJsland en Noorwegen en elke lidstaat van de Europese Unie, alsmede op de betrekkingen tussen IJsland en Noorwegen.

2.   Behoudens het bepaalde in deze overeenkomst is de inhoud van de artikelen 1 tot en met 19 en 21 van Besluit 2008/616/JBZ betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en, met uitzondering van punt 1 van hoofdstuk 4, van de bijlage ervan, van toepassing op de in lid 1 bedoelde betrekkingen.

3.   De verklaringen die de lidstaten uit hoofde van Besluit 2008/616/JBZ en Besluit 2008/615/JBZ hebben afgelegd zijn ook van toepassing op hun betrekkingen met IJsland en Noorwegen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

1.

„overeenkomstsluitende partijen”, de Europese Unie, alsmede IJsland en Noorwegen;

2.

„lidstaat”, een lidstaat van de Europese Unie;

3.

„staat”, een lidstaat, IJsland of Noorwegen;

Artikel 3

Eenvormige toepassing en uitlegging

1.   Ter verwezenlijking van de doelstelling dat de overeenkomstsluitende partijen de bepalingen bedoeld in artikel 1 zo eenvormig mogelijk toepassen en uitleggen, volgen zij de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en van de bevoegde rechtscolleges van IJsland en Noorwegen betreffende deze bepalingen op de voet. Daartoe wordt een mechanisme voor regelmatige wederzijdse kennisgeving van die jurisprudentie opgezet.

2.   IJsland en Noorwegen beschikken over de mogelijkheid om memories of schriftelijke opmerkingen in te dienen bij het Hof van Justitie wanneer een rechterlijke instantie van een lidstaat het Hof van Justitie een prejudiciële vraag voorlegt over de uitlegging van een in artikel 1 bedoelde bepaling.

Artikel 4

Geschillenregeling

Een geschil tussen hetzij IJsland hetzij Noorwegen enerzijds en een lidstaat anderzijds betreffende de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst, van een in artikel 1 bedoelde bepaling of van een daarop betrekking hebbende wijziging kan door een partij bij het geschil verwezen worden naar een vergadering van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van de Europese Unie en van IJsland en Noorwegen, met het oog op een snelle oplossing van het geschil.

Artikel 5

Wijzigingen

1.   Indien een wijziging moet worden aangebracht in een van de in artikel 1, lid 1, genoemde bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ en/of in de in artikel 1, lid 2, genoemde bepalingen van Besluit 2008/616/JBZ, met inbegrip van de bijlage, stelt de Europese Unie zo spoedig mogelijk IJsland en Noorwegen op de hoogte en neemt zij in voorkomend geval hun opmerkingen in ontvangst.

2.   Wijzigingen in de in artikel 1, lid 1, genoemde bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ en/of in de in artikel 1, lid 2, genoemde bepalingen van Besluit 2008/616/JBZ, met inbegrip van de bijlage, worden na aanneming onverwijld door de depositaris ter kennis van IJsland en Noorwegen gebracht.

IJsland en Noorwegen beslissen onafhankelijk of zij de inhoud van een dergelijke wijziging aanvaarden en die in hun interne rechtsorde omzetten. Hun besluit wordt binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving ervan ter kennis van de depositaris gebracht.

3.   Indien de wijziging voor IJsland of Noorwegen niet bindend kan worden dan nadat aan grondwettelijke vereisten is voldaan, stelt IJsland of Noorwegen de depositaris daarvan in kennis bij de kennisgeving. IJsland en Noorwegen delen de depositaris onverwijld, en uiterlijk zes maanden na de kennisgeving door de Raad, schriftelijk mee wanneer aan alle grondwettelijke verplichtingen is voldaan. Vanaf de datum die is vastgesteld voor de inwerkingtreding van de wijziging wat IJsland en Noorwegen betreft, en tot de kennisgeving dat aan de constitutionele eisen is voldaan, wordt het betrokken besluit of de betrokken bepaling door IJsland en Noorwegen waar mogelijk voorlopig toegepast.

4.   Indien hetzij IJsland, hetzij Noorwegen, hetzij beide staten de wijziging niet aanvaarden, wordt de onderhavige overeenkomst jegens de staat of staten die de wijziging niet hebben aanvaard, voor een periode van zes maanden opgeschort, met ingang van de datum die voor de uitvoering door de lidstaten was vastgesteld. De verdragsluitende partijen komen bijeen om elke mogelijkheid om de overeenkomst verder te laten functioneren, te onderzoeken, waarbij ze, waar nodig, uitgaan van gelijkwaardigheid van de wetgevingen. De opschorting wordt opgeheven zodra de betrokken staat / staten mededeelt / mededelen dat hij / zij de betrokken wijziging aanvaardt / aanvaarden of indien de verdragsluitende partijen gezamenlijk besluiten de bestaande overeenkomst opnieuw toe te passen.

5.   Indien de verdragsluitende partijen na afloop van de opschortingsperiode van zes maanden nog niet besloten hebben de overeenkomst opnieuw toe te passen, wordt de toepassing van de overeenkomst ten aanzien van de staat die de wijziging niet heeft aanvaard, beëindigd.

6.   De leden 4 en 5 zijn niet van toepassing op die wijzigingen in de hoofdstukken 3, 4 en 5 van Besluit 2008/615/JBZ of in artikel 17 van Besluit 2008/616/JBZ waarvan IJsland of Noorwegen of beide staten aan de depositaris met redenen omkleed hebben doen weten dat ze onaanvaardbaar zijn. In dit geval blijven, onverminderd het bepaalde in artikel 10, ten aanzien van de staat of de staten die de wijziging had of hadden doorgevoerd, de betrokken bepalingen van toepassing in de versie van voor de wijziging.

Artikel 6

Heronderzoek

De overeenkomstsluitende partijen stemmen ermee in deze overeenkomst uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding gezamenlijk aan een heronderzoek te onderwerpen. Dit onderzoek heeft in het bijzonder betrekking op de praktische uitvoering, de interpretatie en de verdere uitwerking van de overeenkomst en behelst ook aangelegenheden zoals de gevolgen van de verdere ontwikkeling van de Europese Unie met betrekking tot het voorwerp van de overeenkomst.

Artikel 7

Verhouding tot andere instrumenten

1.   Het staat IJsland en Noorwegen vrij om bilaterale of multilaterale overeenkomsten of akkoorden inzake grensoverschrijdende samenwerking met lidstaten die van kracht zijn op het tijdstip van aanneming van de onderhavige overeenkomst, te blijven toepassen, voor zover deze overeenkomsten of akkoorden niet onverenigbaar zijn met de doelstellingen van de onderhavige overeenkomst. IJsland en Noorwegen stellen de depositaris in kennis van de overeenkomsten of akkoorden die van toepassing blijven.

2.   Na de inwerkingtreding van onderhavige overeenkomst staat het IJsland en Noorwegen vrij om andere bilaterale of multilaterale overeenkomsten of akkoorden inzake grensoverschrijdende samenwerking met lidstaten te sluiten of in werking te doen treden, voor zover deze overeenkomsten of akkoorden de mogelijkheid bieden de doelstellingen van de onderhavige overeenkomst te verruimen. IJsland en Noorwegen stellen de depositaris binnen drie maanden na de ondertekening van deze nieuwe overeenkomsten of akkoorden hiervan in kennis, of, voor instrumenten die reeds vóór de inwerkingtreding van de onderhavige overeenkomst waren ondertekend, binnen drie maanden na de inwerkingtreding daarvan.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde overeenkomsten en akkoorden laten de betrekkingen met de staten die daarbij geen partij zijn, onverlet.

4.   De onderhavige overeenkomst laat bestaande overeenkomsten betreffende wederzijdse rechtshulp of wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen onverlet.

Artikel 8

Kennisgevingen, verklaringen en inwerkingtreding

1.   De overeenkomstsluitende partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van de noodzakelijke procedures, waarmee zij te kennen geven dat zij ermee instemmen door de overeenkomst te worden gebonden.

2.   De Europese Unie kan ermee instemmen door deze overeenkomst gebonden te worden ondanks het feit dat de besluiten waarin artikel 25, lid 2, van Besluit 2008/615/JBZ voorziet nog niet ten aanzien van alle lidstaten waarop deze bepaling van toepassing is, zijn genomen.

3.   Artikel 5, leden 1 en 2, worden vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst voorlopig toegepast.

4.   De periode van 3 maanden waarin de laatste zin van artikel 5, lid 2 voorziet vangt, ten aanzien van wijzigingen die tussen de ondertekening en de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden aangebracht, aan op de dag waarop de overeenkomst in werking treedt.

5.   Bij de in lid 1 bedoelde kennisgeving of, indien daarin is voorzien, op enig later tijdstip, leggen IJsland en Noorwegen de in deze overeenkomst voorgeschreven verklaringen af.

6.   Deze overeenkomst treedt tussen de Europese Unie en IJsland in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op de dag waarop de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie heeft geconstateerd dat aan alle formele voorschriften inzake de kennisgeving van instemming om door de overeenkomst te worden gebonden, is voldaan door of namens de Europese Unie en IJsland.

7.   Deze overeenkomst treedt tussen de Europese Unie en Noorwegen in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op de dag waarop de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie heeft geconstateerd dat aan alle formele voorschriften inzake de kennisgeving van instemming om door de overeenkomst te worden gebonden, is voldaan door of namens de Europese Unie en Noorwegen.

8.   Zodra deze overeenkomst in werking is getreden tussen de Europese Unie en IJsland en tussen de Europese Unie en Noorwegen, treedt zij eveneens in werking tussen IJsland en Noorwegen.

9.   Verstrekking van persoonsgegevens op grond van deze overeenkomst kan niet plaatsvinden dan nadat de bepalingen van hoofdstuk 6 van Besluit 2008/615/JBZ in het nationale recht van de bij de verstrekking betrokken staten zijn uitgevoerd.

10.   Teneinde na te gaan of zulks in IJsland en Noorwegen het geval is, vinden overeenkomstig de voorwaarden en regelingen die met deze staten zijn overeengekomen, een evaluatiebezoek en een serie voorafgaande testen plaats, die identiek zijn aan die welke krachtens hoofdstuk 4 van de bijlage bij Besluit 2008/616/JBZ in de lidstaten zijn uitgevoerd.

Aan de hand van het verslag over een brede evaluatie besluit de Raad met eenparigheid van stemmen met ingang van welke datum of data de lidstaten hun persoonsgegevens overeenkomstig deze overeenkomst aan IJsland en aan Noorwegen kunnen doorgeven.

Artikel 9

Toetreding

De toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie schept krachtens deze overeenkomst rechten en verplichtingen tussen die nieuwe lidstaten en IJsland en Noorwegen.

Artikel 10

Opzegging

1.   Deze overeenkomst kan te allen tijde door een van de overeenkomstsluitende partijen worden opgezegd. In geval van opzegging door hetzij IJsland hetzij Noorwegen blijft de overeenkomst van kracht tussen de Europese Unie en de staat die haar niet heeft opgezegd. In geval van opzegging door de Europese Unie vervalt de overeenkomst.

2.   De opzegging van deze overeenkomst op grond van lid 1, wordt van kracht zes maanden na de nederlegging van de kennisgeving van opzegging.

Artikel 11

Depositaris

1.   De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is depositaris van deze overeenkomst.

2.   De depositaris maakt iedere kennisgeving in verband met deze overeenkomst bekend.

Gedaan te Stockholm op 26 november 2009 en te Brussel 30 november 2009 in één exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de IJslandse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Noorse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Thar ceann an Aontais Eorpaigh

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā

Europos Sajungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

På Europeiska unionens vägnar

Fyrir hönd Evrópusambandsins

For Den europeiske union

Image

За Република Исландия

Por la República de Islandia

Za Islandskou republiku

For Republikken Island

Für die Republik Island

Islandi Vabariigi nimel

Για την Δημοκρατία της Ισλανδίας

For the Republic of Iceland

Pour la République d'Islande

Thar ceann Phoblacht na hĺoslainne

Per la Repubblica d'Islanda

Islandes Republikas vārdā

Islandijos Respublikos vardu

Az Izlandi Köztársaság részéről

Għar-Repubblika ta' l-Islanda

Voor de Republiek Ijsland

W imieniu Republiki Islandii

Pela República da Islândia

Pentru Republica Islanda

za Islandskú republiku

Za Republiko Islandijo

Islannin tasavallan puolesta

På Republiken Islands vägnar

Fyrir hönd lýðveldisins Íslands

For Republikken Island

Image

За Кралство Норвегия

Por el Reino de Noruega

Za Norské království

For Kongeriget Norge

Für das Königreich Norwegen

Norra Kuningriigi nimel

Για το Βασίλειο της Νορβηγίας

For the Kingdom of Norway

Pour le Royaume de Norvège

Thar ceann Ríocht na hIorua

Per il Regno di Norvegia

Norvēģijas Karalistes vārdā

Norvegijos Karalystės vardu

A Norvég Királyság részéről

Għar-Renju tan-Norvegia

Voor het Koninkrijk Noorwegen

W imieniu Królestwa Norwegii

Pelo Reino da Noruega

Pentru Regatul Novegiei

Za Nórske kráľovstvo

Za Kraljevino Norveško

Norjan kuningaskunnan puolesta

På Konungariket Norges vägnar

Fyrir hönd Konungsríkisins Noregs

For Kongeriket Norge

Image


(1)  PB L 386 van 29.12.2006, blz. 89.

VERKLARING TER GOEDKEURING BIJ DE ONDERTEKENING VAN DE OVEREENKOMST

De Europese Unie en IJsland en Noorwegen, de ondertekenende partijen van de Overeenkomst betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, met inbegrip van de bijlage („de Overeenkomst”)

verklaren:

 

Met het oog op de uitwisseling van gegevens betreffende DNA-profielen, vingerafdrukken en voertuigkentekens is het noodzakelijk dat IJsland en Noorwegen betreffende elk van deze categorieën met elke van de lidstaten bilaterale verbindingen opzetten.

 

Om deze taak te vergemakkelijken, worden alle beschikbare documenten, alle specifieke software en alle lijsten met nuttige contacten ook aan Noorwegen en IJsland toegezonden.

 

IJsland en Noorwegen kunnen met de lidstaten die dergelijke uitwisselingen reeds hebben uitgevoerd een informeel partnerschap aangaan ten einde in de opgedane ervaringen te delen en zo toegang te krijgen tot praktische en technische bijstand. Over de gang van zaken bij een dergelijk partnerschap dient tussen de betrokken staten overeenstemming te worden bereikt.

 

IJslandse en Noorse deskundigen kunnen zich steeds wenden tot het voorzitterschap van de Raad en/of van de Commissie en/of tot erkende deskundigen op de terreinen met betrekking waartoe ze informatie, verduidelijking of een ander soort hulp wensen. Evenzo kan de Commissie zich, zodra zij met de lidstaten contacten heeft over de voorbereiding van voorstellen of mededelingen, op overeenkomstige wijze tot IJsland en Noorwegen wenden.

 

IJslandse en Noorse deskundigen kunnen worden uitgenodigd voor de vergaderingen van een ad-hocgroep waar deskundigen van de lidstaten zich buigen over de verschillende technische aspecten van het uitwisselen van gegevens betreffende DNA-profielen, vingerafdrukken en voertuigkentekens, die rechtstreeks afhangen van de toepassing door IJsland en/of Noorwegen van bovengenoemde besluiten van de Raad.