10.9.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 239/55


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 9 september 2009

betreffende een afwijking op de oorsprongsregels die zijn opgenomen in Besluit 2001/822/EG van de Raad wat suiker uit de Nederlandse Antillen betreft

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 6739)

(2009/699/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Economische Gemeenschap („LGO-besluit”) (1), en met name op artikel 37 van bijlage III,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bijlage III bij Besluit 2001/822/EG heeft betrekking op de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking. Volgens artikel 37 van die bijlage kan van die oorsprongsregels worden afgeweken wanneer dit gerechtvaardigd is voor de ontwikkeling van bestaande industrieën of de vestiging van nieuwe industrieën in een land of gebied. Dat artikel bevat ook de regels waaraan verzoeken om verlenging van een afwijking moeten voldoen.

(2)

In 2002 heeft Nederland een afwijking op de oorsprongsregel aangevraagd voor 3 000 ton niet-ACS suiker per jaar, welke suiker vanuit Colombia in de Nederlandse Antillen wordt ingevoerd om daar te worden bewerkt en vervolgens, over een periode van vijf jaar, naar de Europese Gemeenschap te worden uitgevoerd. Op 10 januari 2003 werd Beschikking 2003/34/EG van de Commissie (2) vastgesteld, waarbij de gevraagde afwijking werd geweigerd. Die beschikking werd op 22 september 2005 door het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen nietig verklaard (3). Bij schrijven van 18 januari 2006 heeft de Commissie bevestigd dat het verzoek geacht werd te zijn aanvaard overeenkomstig het oorspronkelijke verzoek; de geldigheidsduur van de afwijking zou dus verstrijken op 31 december 2007. In dat schrijven heeft de Commissie verzocht door de bevoegde autoriteiten op de hoogte te worden gehouden van de hoeveelheden die op grond van die afwijking werden in- en uitgevoerd.

(3)

Op 2 juni 2009 heeft Nederland namens de Nederlandse Antillen gevraagd om voor de periode van 7 augustus 2009 tot en met 31 december 2010 opnieuw te mogen afwijken van de oorsprongsregels in bijlage III bij Besluit 2001/822/EG. Op 22 juni 2009 hebben de Nederlandse Antillen aanvullende informatie verstrekt. Het verzoek heeft zowel betrekking op een verlenging van de vorige afwijking waarvoor in 2002 een verzoek werd ingediend en op een onafhankelijke nieuwe afwijking. Het heeft in totaal betrekking op 7 500 ton suikerproducten per jaar die van oorsprong zijn uit derde landen en die in de Nederlandse Antillen worden verwerkt om naar de EG te worden uitgevoerd.

(4)

De gevraagde hoeveelheid van 7 500 ton is verdeeld in een hoeveelheid van 3 000 ton als verlenging van het in 2002 ingediende verzoek en een hoeveelheid van 4 500 ton die het onderwerp is van een nieuw verzoek om een afwijking. Voor beide hoeveelheden wordt gevraagd dat ruwe suiker uit derde landen in de Nederlandse Antillen mag worden gearomatiseerd, gekleurd, gemalen en tot suikerklontjes verwerkt die dan van oorsprong uit de landen en gebieden overzee zouden zijn („LGO-oorsprong”).

(5)

Het verzoek is gebaseerd op kwaliteitseisen, daar ACS-suiker in het Caribische gebied niet aan de criteria voldoet om tot suiker van hoge kwaliteit te worden verwerkt voor afnemers in de EG; het verzoek is ook gebaseerd op beschikbaarheid, daar het aanbod van ACS-suiker uit het Caribische gebied vanwege klimaatsomstandigheden voortdurend krap is. Voorts voeren de ACS-staten hun suikerproductie steeds meer rechtstreeks naar de Verenigde Staten en de EG uit. Bovendien produceert de EG geen ruwe rietsuiker die voor de vervaardiging van het eindproduct kan worden gebruikt. Daarom is het gerechtvaardigd dat de Nederlandse Antillen ruwe suiker in naburige derde landen aankopen die geen ACS-staat of LGO zijn en geen deel uitmaken van de EG.

(6)

In verband met het verzoek om een langere geldigheidsduur van de afwijking die in 2002 was aangevraagd en die liep tot 31 december 2007, en wel voor 3 000 ton suikerproducten voor 2009 en 2010, wordt opgemerkt dat in artikel 37, lid 2, van bijlage III bij Besluit 2001/822/EG is bepaald dat voor verzoeken om verlenging van een afwijking dezelfde regels gelden als voor verzoeken om een nieuwe afwijking. Voorts kan een verlenging logischerwijs slechts worden verleend wanneer de voorwaarden die voor de eerdere afwijking golden nog steeds gelden.

(7)

Voorts moet een verzoek om verlenging van een afwijking vóór of kort na het verstrijken van die afwijking worden ingediend. Er is echter aanzienlijke tijd verlopen tussen de einddatum van de vorige afwijking en het verzoek om verlenging. Voorts is de situatie op de markt aanzienlijk gewijzigd sinds het verzoek in 2002 werd ingediend, terwijl het verzoek om verlenging op de elementen van de vorige afwijking is gebaseerd. Hoewel bij het verlenen van de vorige afwijking werd gevraagd dat de bevoegde autoriteiten de Commissie in kennis zouden stellen van de in het kader van de afwijking in- en uitgevoerde hoeveelheden, heeft de Commissie deze informatie niet ontvangen noch werden deze gegevens verstrekt in het verzoek om verlenging. Als gevolg hiervan kan de Commissie het werkelijke gebruik van de vorige afwijking niet beoordelen.

(8)

Daar de aangevraagde verlenging niet in overeenstemming is met de elementen van het vorige, in 2002 ingediende verzoek, kan de Commissie de verlenging niet toestaan.

(9)

De gevraagde nieuwe afwijking op de oorsprongsregels die zijn opgenomen in bijlage III bij Besluit 2001/822/EG voor 4 500 ton producten die zijn ingedeeld onder de GN-codes 1701 99 10 en 1701 91 00 is gerechtvaardigd op grond van artikel 37, leden 1 en 7, van die bijlage, met name wat betreft de ontwikkeling van een bestaande plaatselijke industrie en de voordelen voor de werkgelegenheid en de economie ter plaatse. Daar de afwijking verleend wordt voor producten die daadwerkelijk worden bewerkt en de aan de ruwe suiker toegevoegde waarde ten minste 45 % is van de waarde van het eindproduct, draagt deze bij tot de ontwikkeling van een bestaande industrie.

(10)

In artikel 6 van bijlage III bij Besluit 2001/822/EG zijn de perioden en kwantitatieve limieten vermeld waarvoor cumulatie van de oorsprong tijdelijk kan worden toegestaan en die niet in strijd zijn met de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktorganisatie van de EG, rekening houdend met de legitieme belangen van de bedrijven in de LGO. Afhankelijk van bepaalde voorwaarden in verband met hoeveelheden, toezicht en duur, dient de afwijking te worden toegestaan binnen de grenzen van de gecumuleerde contingenten per jaar als bedoeld in artikel 6, lid 4, van bijlage III die voor 2009 14 000 ton en voor 2010 7 000 ton bedragen. Voor 2009 dient een afwijking voor 4 439,024 ton suiker te worden toegestaan, waarvoor invoervergunningen aan de Nederlandse Antillen zijn verleend. Voor 2010 dient een afwijking te worden verleend voor de hoeveelheden waarvoor aan de Nederlandse Antillen voor dat jaar invoervergunningen voor suiker zullen worden verleend. Wanneer deze voorwaarden in acht worden genomen, is de afwijking niet van dien aard dat een economische sector of een gevestigde industrie in de EG hierdoor ernstige schade lijdt.

(11)

Daar een afwijking wordt gevraagd voor de periode die op 7 augustus 2009 aanvangt, moet de afwijking vanaf die datum worden toegestaan.

(12)

De bepalingen van deze beschikking zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Het verzoek dat Nederland op 2 juni 2009 heeft ingediend voor een verlenging van de afwijking op Besluit 2001/822/EG wat betreft de oorsprongsregels voor suiker uit de Nederlandse Antillen, waarvoor Nederland op 4 oktober 2002 een verzoek had ingediend, is afgewezen.

Artikel 2

In afwijking op bijlage III bij Besluit 2001/822/EG worden in de Nederlandse Antillen bewerkte suikerproducten, ingedeeld onder de GN-codes 1701 99 10 en 1701 91 00 , beschouwd als van oorsprong uit de Nederlandse Antillen wanneer zij verkregen zijn uit suiker die niet van oorsprong is op de voorwaarden die in de artikelen 3, 4 en 5 van deze beschikking zijn vermeld.

Artikel 3

De in artikel 2 bedoelde afwijking is van toepassing op suikerproducten die van 7 augustus 2009 tot en met 31 december 2010 vanuit de Nederlandse Antillen in de Europese Gemeenschap worden ingevoerd binnen de grenzen van de jaarlijkse hoeveelheden voor de invoer van suiker voor 2009 en 2010 zoals vermeld in artikel 6, lid 4, van bijlage III bij Besluit 2001/822/EG en waarvoor aan de Nederlandse Antillen invoervergunningen voor suiker zijn verleend.

Artikel 4

De douane van de Nederlandse Antillen neemt de nodige maatregelen om de kwantitatieve controles te kunnen verrichten bij de uitvoer van de in artikel 2 bedoelde producten.

Zij verwijst naar deze beschikking in alle certificaten inzake goederenverkeer EUR 1 die zij voor deze producten afgeeft.

De bevoegde autoriteiten van Nederland doen de Commissie elk kwartaal opgave van de hoeveelheden waarvoor op grond van deze beschikking certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 zijn afgegeven, en van de volgnummers van die certificaten.

Artikel 5

Vak 7 van de EUR.1-certificaten die ingevolge deze beschikking worden afgegeven, wordt van een van de volgende aantekeningen voorzien:

„Derogation — Decision/2009/699/EC”;

„Dérogation — Décision/2009/699/CE”.

Artikel 6

Deze beschikking is van toepassing van 7 augustus 2009 tot en met 31 december 2010.

Artikel 7

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 9 september 2009.

Voor de Commissie

László KOVÁCS

Lid van de Commissie


(1)   PB L 314 van 30.11.2001, blz. 1.

(2)   PB L 11 van 16.1.2003, blz. 50.

(3)  Zaak T-101/03, Suproco/Commissie, Jurispr. 2005, blz. II-3839.