|
15.8.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 220/6 |
VERORDENING (EG) Nr. 813/2008 VAN DE RAAD
van 11 augustus 2008
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 74/2004 tot instelling van een definitief compenserend recht op katoenhoudend beddenlinnen uit India
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn (1),
Gelet op artikel 2 van Verordening (EG) nr. 74/2004 van de Raad van 13 januari 2004 tot instelling van een definitief compenserend recht op katoenhoudend beddenlinnen uit India (2),
Gezien het voorstel van de Commissie, ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. VOORAFGAANDE PROCEDURE
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 74/2004 („de oorspronkelijke verordening”) heeft de Raad een definitief compenserend recht ingesteld op katoenhoudend beddenlinnen, vallende onder de GN-codes ex 6302 21 00 (Taric-codes 6302 21 00 81, 6302 21 00 89), ex 6302 22 90 (Taric-code 6302 22 90 19), ex 6302 31 00 (Taric-code 6302 31 00 90) en ex 6302 32 90 (Taric-code 6302 32 90 19), van oorsprong uit India. Gezien het grote aantal medewerkende producenten/exporteurs van het betrokken product in India werd overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EG) nr. 2026/97 („de basisverordening”) een steekproef van Indiase producenten/exporteurs samengesteld en voor de ondernemingen in de steekproef werden individuele rechten ingesteld variërend van 4,4 % tot 10,4 %, terwijl voor de andere medewerkende ondernemingen die geen deel uitmaakten van de steekproef een recht van 7,6 % werd vastgesteld. Voor alle andere ondernemingen werd een residueel recht van 10,4 % ingesteld. |
|
(2) |
Artikel 2 van de oorspronkelijke verordening bepaalt dat wanneer een nieuwe producent/exporteur in India ten genoegen van de Commissie aantoont dat hij het in artikel 1, lid 1, van die verordening omschreven product in het onderzoektijdvak (1 oktober 2001 tot en met 30 september 2002) niet naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd (eerste criterium), hij geen banden heeft met exporteurs of producenten in India waarop de bij deze verordening ingestelde compenserende maatregelen van toepassing zijn (tweede criterium), en hij het betrokken product na het onderzoektijdvak waarop de maatregelen zijn gebaseerd naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd of dat hij een onherroepelijke contractuele verplichting heeft een aanzienlijke hoeveelheid van dit product naar de Gemeenschap uit te voeren (derde criterium), artikel 1, lid 3, van die verordening kan worden gewijzigd door de nieuwe producenten/exporteurs het recht toe te kennen dat van toepassing is op de medewerkende ondernemingen die niet in de steekproef zijn opgenomen, dat wil zeggen 7,6 %. |
|
(3) |
De oorspronkelijke verordening is drie keer gewijzigd: bij Verordening (EG) nr. 2143/2004 van de Raad (3), Verordening (EG) nr. 122/2006 van de Raad (4) en Verordening (EG) nr. 1840/2006 van de Raad. Bij alle drie de verordeningen werden in de bijlage de namen toegevoegd van ondernemingen die het betrokken product exporteerden en aan de criteria van de oorspronkelijke verordening beantwoordden. |
B. VERZOEKEN OM BEHANDELING ALS NIEUWE PRODUCENT/EXPORTEUR
|
(4) |
Twintig Indiase ondernemingen hebben sinds de bekendmaking van de vorige wijzigingsverordening een verzoek ingediend om dezelfde behandeling te krijgen als de ondernemingen die aan het oorspronkelijke onderzoek hebben meegewerkt en niet in de steekproef zijn opgenomen („behandeling als nieuwe producent/exporteur”). |
|
(5) |
De twintig onderstaande ondernemingen dienden een dergelijk verzoek in:
|
|
(6) |
Elf ondernemingen hebben niet geantwoord op de vragenlijst die bedoeld was om na te gaan of zij voldeden aan de in artikel 2 van de oorspronkelijke verordening vastgestelde voorwaarden; hun verzoeken zijn daarom afgewezen. |
|
(7) |
De resterende negen ondernemingen hebben volledige antwoorden op de vragenlijst ingediend en zijn daarom in aanmerking genomen om als nieuwe producent/exporteur te worden behandeld. |
|
(8) |
Het bewijsmateriaal dat twee van bovengenoemde Indiase producenten/exporteurs hebben overgelegd, wordt voldoende geacht om aan te tonen dat zij aan de criteria van de oorspronkelijke verordening voldoen en bijgevolg om hun het recht toe te kennen dat van toepassing is op de medewerkende ondernemingen die niet in de steekproef zijn opgenomen (7,6 %) en hen toe te voegen aan de lijst van producenten/exporteurs in de bijlage bij de oorspronkelijke verordening, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2143/2004, Verordening (EG) nr. 122/2006 en Verordening (EG) nr. 1840/2006. |
|
(9) |
De door de zeven resterende ondernemingen ingediende verzoeken om als nieuwe producent/exporteur te worden behandeld, zijn om onderstaande redenen afgewezen. |
|
(10) |
Twee ondernemingen konden niet aantonen dat zij het betrokken product na het onderzoektijdvak naar de Gemeenschap hadden uitgevoerd of dat zij onherroepelijke contractuele verplichtingen hadden aangegaan om aanzienlijke hoeveelheden van het betrokken product naar de Gemeenschap uit te voeren. Zij voldeden bijgevolg niet aan het derde criterium. |
|
(11) |
Eén onderneming legde het verkoopgrootboek voor de beoordelingsperiode niet voor en kon dus niet aantonen dat zij het betrokken product tijdens het onderzoektijdvak niet had geëxporteerd. Een andere onderneming bleek het betrokken product tijdens het onderzoektijdvak te hebben geëxporteerd. Deze ondernemingen voldeden bijgevolg niet aan het eerste criterium. |
|
(12) |
Eén onderneming stuurde het antwoord op de vragenlijst na de termijn in en er ontbraken cruciale documenten in het verzoek. Eén andere onderneming antwoordde niet op een schriftelijke ingebrekestelling waarin om meer informatie werd verzocht. Deze twee ondernemingen legden dus onvoldoende bewijsmateriaal over om aan te tonen dat zij beantwoordden aan de criteria van de oorspronkelijke verordening. |
|
(13) |
Tot slot werd vastgesteld dat één onderneming verbonden was met een onderneming die in de oorspronkelijke verordening werd genoemd; haar verzoek om behandeling als nieuwe producent/exporteur werd dan ook afgewezen aangezien zij niet aan het tweede criterium voldeed. |
|
(14) |
Ondernemingen die geen behandeling als nieuwe producent/exporteur hadden verkregen, werden op de hoogte gebracht van de redenen voor dit besluit en werden in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken. |
|
(15) |
Alle argumenten en standpunten van belanghebbenden werden onderzocht en waar nodig werd er terdege rekening mee gehouden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De volgende ondernemingen worden toegevoegd aan de lijst van Indiase producenten die in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 74/2004 is opgenomen:
|
Onderneming |
Stad |
|
Home Fashions International |
Kerala |
|
GHCL Ltd |
Gujarat |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 11 augustus 2008.
Voor de Raad
De voorzitter
B. KOUCHNER
(1) PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(2) PB L 12 van 17.1.2004, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1840/2006 (PB L 355 van 15.12.2006, blz. 4).