|
23.4.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 111/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 357/2008 VAN DE COMMISSIE
van 22 april 2008
tot wijziging van bijlage V bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën
(Voor de EER relevante tekst)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (1), en met name op artikel 23 bis, onder g),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 999/2001 bevat voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE’s) bij dieren. Zij is van toepassing op de productie en het in de handel brengen van levende dieren en producten van dierlijke oorsprong, en in een aantal specifieke gevallen op de uitvoer daarvan. |
|
(2) |
Bijlage V bij Verordening (EG) nr. 999/2001 bevat de voorschriften voor de verwijdering en vernietiging van gespecificeerd risicomateriaal. |
|
(3) |
Verschillende factoren duiden op een gunstige trend in de BSE-epidemie (BSE: boviene spongiforme encefalopathie) en de situatie is de laatste jaren duidelijk verbeterd dankzij de ingevoerde risicobeperkingsmaatregelen, met name het totale voederverbod en de verwijdering en vernietiging van gespecificeerd risicomateriaal. |
|
(4) |
Een van de strategische doelstellingen van het op 15 juli 2005 door de Commissie vastgestelde TSE-stappenplan (2) is het garanderen en behouden van het huidige niveau van consumentenbescherming door verder op een veilige verwijdering van gespecificeerd risicomateriaal toe te zien, maar met wijziging van de lijst of de leeftijd van de dieren voor de verwijdering van gespecificeerd risicomateriaal op basis van nieuwe en voortschrijdende wetenschappelijke inzichten. |
|
(5) |
In haar advies van 19 april 2007 heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid geconcludeerd dat volgens de huidige stand van de wetenschappelijke kennis de infectiviteit in het centrale zenuwstelsel van runderen waarschijnlijk aantoonbaar wordt als omstreeks drie kwart van de incubatietijd is verstreken en dat te verwachten valt dat de infectiviteit in runderen van 33 maanden nog niet aantoonbaar of nog niet aanwezig is. |
|
(6) |
De gemiddelde leeftijd van in de Gemeenschap gemelde positieve BSE-gevallen is tussen 2001 en 2006 gestegen van 86 naar 121 maanden. In dezelfde periode zijn slechts zeven BSE-gevallen gemeld bij runderen jonger dan 35 maanden, van de in totaal 7 413 BSE-gevallen die zijn aangetroffen onder de bijna 60 miljoen runderen die in totaal in de Gemeenschap zijn getest. |
|
(7) |
Er is dus een wetenschappelijke basis voor een herziening van de leeftijdsgrens voor de verwijdering van bepaalde typen gespecificeerd risicomateriaal bij runderen, met name de wervelkolom. Gezien de ontwikkeling van de infectiviteit in het centrale zenuwstelsel gedurende de incubatietijd, de leeftijdsopbouw van de positieve BSE-gevallen en de gedaalde blootstelling van na 1 januari 2001 geboren runderen kan de leeftijdsgrens voor verwijdering van de wervelkolom inclusief achterwortelganglia van runderen als gespecificeerd risicomateriaal worden verhoogd van 24 tot 30 maanden. De definitie van gespecificeerd risicomateriaal in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 999/2001 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
Verordening (EG) nr. 999/2001 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In bijlage V bij Verordening (EG) nr. 999/2001 komt punt 1, onder a) ii), als volgt te luiden:
|
„ii) |
de wervelkolom, exclusief de staartwervels, de doornuitsteeksels en dwarsuitsteeksels van de hals-, borst- en lendenwervels, de crista sacralis mediana en de alae sacrales, maar inclusief de achterwortelganglia, van dieren ouder dan 30 maanden, en”. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 april 2008.
Voor de Commissie
Androulla VASSILIOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 315/2008 van de Commissie (PB L 94 van 5.4.2008, blz. 3).
(2) COM(2005) 322 def.