13.2.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 38/26


GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 2008/109/GBVB VAN DE RAAD

van 12 februari 2008

betreffende beperkende maatregelen tegen Liberia

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 15,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In 2003 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 1521 (2003) betreffende beperkende maatregelen tegen Liberia aangenomen. Deze maatregelen werden ten uitvoer gebracht bij Gemeenschappelijk Standpunt 2004/137/GBVB van de Raad van 10 februari 2004 betreffende beperkende maatregelen tegen Liberia (1).

(2)

In aansluiting op de aanneming van de Resoluties 1683 (2006) en 1731 (2006) van de VN-Veiligheidsraad heeft de Raad die maatregelen verlengd en gewijzigd via de vaststelling van Gemeenschappelijk Standpunt 2006/518/GBVB van de Raad van 24 juli 2006 tot wijziging en verlenging van bepaalde beperkende maatregelen tegen Liberia (2) en Gemeenschappelijk Standpunt 2007/93/GBVB van de Raad van 12 februari 2007 tot wijziging en verlenging van Gemeenschappelijk Standpunt 2004/137/GBVB betreffende de beperkende maatregelen tegen Liberia (3).

(3)

Gelet op de ontwikkelingen in Liberia heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op 19 december 2007 Resolutie 1792 (2007) aangenomen, waarbij de beperkende maatregelen betreffende wapens en betreffende reizen met nog eens twaalf maanden worden verlengd. Resolutie 1792 (2007) voorziet ook in de verplichting de levering van alle wapens en aanverwant materieel die zijn verstrekt overeenkomstig punt 2 e) of 2 f) van Resolutie 1521 (2003), punt 2 van Resolutie 1683 (2006), of punt 1 b) van Resolutie 1731 (2006), te melden aan het bij punt 21 van Resolutie 1521 (2003) ingestelde comité.

(4)

Met het oog op de duidelijkheid moeten de bovengenoemde maatregelen in één wetgevingsbesluit geconsolideerd worden.

(5)

Om een aantal van deze maatregelen uit te voeren, is een optreden van de Gemeenschap vereist,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van wapens en alle soorten aanverwant materieel, waaronder wapens en munitie, militaire voertuigen en militaire uitrusting, paramilitaire uitrusting en onderdelen daarvoor, aan Liberia door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten — ongeacht of de goederen daar oorspronkelijk vandaan komen — of met gebruik van onder hun vlag varende schepen of tot hun nationale luchtvaartmaatschappij behorende vliegtuigen, is verboden.

2.   Tevens is verboden:

a)

de verstrekking, de verkoop, de levering of de overdracht van technische bijstand, de tussenhandel en andere aan militaire activiteiten gerelateerde diensten, en de levering, de fabricage, het onderhoud of het gebruik van het in lid 1 genoemde materieel, direct of indirect, aan personen, entiteiten of lichamen in Liberia, of voor gebruik in Liberia;

b)

het verstrekken van financiering of financiële bijstand in verband met militaire activiteiten, met inbegrip van schenkingen, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, de levering, de overdracht of uitvoer van het in lid 1 genoemde materieel, direct of indirect, aan personen, entiteiten of lichamen in Liberia, of voor gebruik in Liberia.

Artikel 2

1.   Artikel 1 is niet van toepassing op:

a)

wapens en aanverwant materieel en de bijbehorende technische opleiding of bijstand, uitsluitend bestemd voor ondersteuning van en gebruikmaking door de missie van de Verenigde Naties in Liberia;

b)

wapens en aanverwant materieel en de bijbehorende technische opleiding of bijstand, uitsluitend bestemd voor ondersteuning van en gebruikmaking in een internationaal opleidings- en hervormingsprogramma voor de Liberiaanse strijdkrachten en politie, indien vooraf de goedkeuring is verkregen van het bij punt 21 van Resolutie 1521 (2003) ingestelde comité („het Sanctiecomité”);

c)

niet-dodelijke militaire uitrusting die uitsluitend is bedoeld voor humanitair of beschermend gebruik, noch op de bijbehorende technische bijstand of opleiding indien vooraf de goedkeuring is verkregen van het Sanctiecomité;

d)

beschermende kledingstukken, waaronder scherfwerende vesten en militaire helmen, die door VN-personeel, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel louter voor hun eigen bescherming tijdelijk naar Liberia worden verzonden;

e)

wapens en munitie die voor opleidingsdoeleinden aan de leden van de Speciale Veiligheidsdienst (SSS) werden uitgereikt, en die ter beschikking van de SSS blijven voor onbelemmerd operationeel gebruik, mits de overdracht daarvan aan de SSS tevoren was goedgekeurd door het Sanctiecomité, noch op technische en financiële bijstand in verband met dergelijke wapens en munitie;

f)

wapens en munitie voor gebruik door de leden van de politiemacht en de strijdkrachten van de regering van Liberia die sinds de aanvang van de missie van de Verenigde Naties in Liberia zijn doorgelicht en opgeleid, mits dergelijke leveringen tevoren door het Sanctiecomité op gezamenlijk verzoek van de regering van Liberia en de uitvoerende staat zijn goedgekeurd, noch op technische en financiële bijstand in verband met dergelijke wapens en munitie;

g)

niet-dodelijke militaire uitrusting, met uitzondering van niet-dodelijke wapens en munitie, waarvan vooraf kennis is gegeven aan het Sanctiecomité, die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik door de leden van de politie- en veiligheidsdiensten van de regering van Liberia die sinds de aanvang van de missie van de Verenigde Naties in Liberia in oktober 2003 zijn doorgelicht en opgeleid.

2.   De levering, verkoop of overdracht van wapens en aanverwant materieel, of de verstrekking van diensten als vermeld in lid 1, onder a), b), c), e), f) en g), is onderworpen aan een door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te verlenen vergunning. De lidstaten nemen de in lid 1, onder a), b), c), e), f) en g), bedoelde leveringen per geval in overweging, met volledige inachtneming van de criteria in de Gedragscode van de Europese Unie betreffende wapenuitvoer. De lidstaten eisen toereikende waarborgen tegen misbruik van de krachtens dit lid verleende vergunning en treffen zo nodig maatregelen voor het terughalen van de geleverde wapens en aanverwant materieel.

3.   De lidstaten stellen het Sanctiecomité in kennis van elke levering van wapens en aanverwant materieel overeenkomstig lid 1, onder b), c), f) en g).

Artikel 3

1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen ter voorkoming van de binnenkomst in of de doorvoer door hun respectieve grondgebieden van alle door het Sanctiecomité aangewezen personen die:

a)

een bedreiging vormen voor het vredesproces in Liberia of betrokken zijn bij activiteiten die tot doel hebben de vrede en de stabiliteit in Liberia en de subregio te ondermijnen, waaronder de voornaamste leden van de regering van voormalig president Charles Taylor en hun echtgenoten, alsook de leden van de voormalige Liberiaanse strijdkrachten die banden onderhouden met voormalig president Charles Taylor;

b)

zich schuldig maken aan overtreding van het verbod op de verkoop, de levering, het overbrengen of de uitvoer van wapens en alle soorten aanverwant materieel, waaronder wapens en munitie, militaire voertuigen en militaire uitrusting, paramilitaire uitrusting en onderdelen, dan wel aan overtreding van het verbod op het verstrekken van technische opleiding of bijstand in verband met de levering, de fabricage, het onderhoud of het gebruik van deze uitrusting;

c)

financiële of militaire steun verlenen aan de gewapende rebellengroeperingen in Liberia of in de landen van de regio, of banden hebben met entiteiten die dergelijke steun verlenen.

2.   Niets in lid 1 verplicht een lidstaat om zijn eigen onderdanen de toegang tot zijn grondgebied te weigeren.

3.   Lid 1 is niet van toepassing wanneer het Sanctiecomité bepaalt dat reizen verantwoord zijn om humanitaire redenen, met inbegrip van religieuze voorschriften, of wanneer het comité concludeert dat een vrijstelling anderszins zou bijdragen tot het bereiken van de doelstellingen van de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, namelijk de totstandbrenging van vrede, stabiliteit en democratie in Liberia en duurzame vrede in de subregio.

Artikel 4

Dit gemeenschappelijk standpunt wordt van kracht op de datum waarop het wordt vastgesteld. Het wordt zo nodig gewijzigd of ingetrokken op basis van door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties genomen besluiten.

Artikel 5

Dit gemeenschappelijk standpunt wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 12 februari 2008.

Voor de Raad

De voorzitter

A. BAJUK


(1)   PB L 40 van 12.2.2004, blz. 35. Gemeenschappelijk Standpunt laatstelijk gewijzigd bij Gemeenschappelijk Standpunt 2007/400/GBVB (PB L 150 van 12.6.2007, blz. 15).

(2)   PB L 201 van 25.7.2006, blz. 36.

(3)   PB L 41 van 13.2.2007, blz. 17.