|
10.10.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 269/11 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 9 oktober 2008
tot wijziging van Besluit 2005/56/EG tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur, voor het beheer van de communautaire maatregelen op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur — overeenkomstig Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad
(2008/785/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (1), en met name op artikel 3, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur (hierna „het agentschap”) is opgericht bij Besluit 2005/56/EG van de Commissie (2). Het beheert de communautaire maatregelen op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur, met inbegrip van projecten die worden gefinancierd door instrumenten van het Europees beleid inzake buitenlandse hulp, door het 9e Europees Ontwikkelingsfonds en op grond van bepaalde overeenkomsten tussen de Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika en Canada. |
|
(2) |
Op 31 december 2006 is de derde fase van het trans-Europees mobiliteitsprogramma voor hoger onderwijs (Tempus III) verlopen. De Commissie heeft besloten deze actie voor 2007-2013 te verlengen (Tempus IV) en die te financieren via drie instrumenten van het Europees beleid inzake buitenlandse hulp, namelijk het instrument voor pretoetredingssteun (IPA), het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument en het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking. |
|
(3) |
Op grond van de initiatieven van de Europese Gemeenschap met de Verenigde Staten van Amerika en Canada heeft de Commissie bovendien besloten de samenwerking op onderwijs- en jeugdgebied met de geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen te versterken. |
|
(4) |
Uit een in opdracht van de Commissie uitgevoerde externe evaluatie die in april 2008 werd afgerond, is gebleken dat het Tempusprogramma (de vierde fase van het programma en de afsluiting van de derde fase) en de projecten die door het instrument voor samenwerking met de geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen worden gefinancierd, het best door het agentschap kunnen worden beheerd. Deze evaluatie bevatte derhalve de aanbeveling de taken van het agentschap uit te breiden met het beheer van deze programma's en projecten. |
|
(5) |
Besluit 2005/56/EG dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd. |
|
(6) |
De in dit besluit vastgestelde bepalingen stemmen overeen met het advies van het Comité voor de uitvoerende agentschappen, |
BESLUIT:
Enig artikel
In artikel 4 van Besluit 2005/56/EG wordt lid 1 vervangen door:
„1. Het agentschap is verantwoordelijk voor het beheer van bepaalde onderdelen van de volgende communautaire programma's:
|
1. |
de in het kader van Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad (3) goedgekeurde projecten op het gebied van het hoger onderwijs die voor financiering in aanmerking komen in het kader van de bepalingen betreffende economische hulp ten gunste van bepaalde landen in Midden- en Oost-Europa (Phare); |
|
2. |
het programma ter bevordering van de ontwikkeling en de distributie van Europese audiovisuele werken (Media II — Ontwikkeling en distributie) (1996-2000), goedgekeurd bij Besluit 95/563/EG van de Raad (4); |
|
3. |
het opleidingsprogramma voor de vakmensen van de Europese audiovisueleprogramma-industrie (Media II — Opleiding) (1996-2000), goedgekeurd bij Besluit 95/564/EG van de Raad (5); |
|
4. |
de tweede fase van het communautaire actieprogramma op onderwijsgebied „Socrates” (2000-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 253/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad (6); |
|
5. |
de tweede fase van het communautaire actieprogramma inzake beroepsopleiding „Leonardo da Vinci” (2000-2006), goedgekeurd bij Besluit 1999/382/EG van de Raad (7); |
|
6. |
het communautaire actieprogramma „Jeugd” (2000-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 1031/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad (8); |
|
7. |
het programma „Cultuur 2000” (2000-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 508/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad (9); |
|
8. |
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs die overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 99/2000 van de Raad (10) in aanmerking komen voor financiering in het kader van de bepalingen betreffende bijstand aan de partnerstaten in Oost-Europa en Centraal-Azië (2000-2006); |
|
9. |
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2666/2000 van de Raad (11) in aanmerking komen voor financiering in het kader van de bepalingen betreffende de steun aan Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro, Servië en Kosovo (Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties) (2000-2006); |
|
10. |
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2698/2000 van de Raad (12) in aanmerking komen voor financiering in het kader van de bepalingen betreffende financiële en technische maatregelen ter ondersteuning van de hervorming van de economische en maatschappelijke structuren in het kader van het Europees-mediterrane partnerschap (Meda); |
|
11. |
de derde fase van het trans-Europees mobiliteitsprogramma voor hoger onderwijs (Tempus III) (2000-2006), goedgekeurd bij Besluit 1999/311/EG van de Raad (13); |
|
12. |
de projecten die voor financiering in aanmerking komen in het kader van de bepalingen van de bij Besluit 2001/196/EG van de Raad (14) goedgekeurde overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika tot vernieuwing van het samenwerkingsprogramma op het gebied van het hoger onderwijs, het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding (2001-2005); |
|
13. |
de projecten die voor financiering in aanmerking komen in het kader van de bepalingen van de bij Besluit 2001/197/EG van de Raad (15) goedgekeurde overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Canada tot vernieuwing van het samenwerkingsprogramma op het gebied van het hoger onderwijs en de beroepsopleiding (2001-2005); |
|
14. |
het programma ter aanmoediging van de ontwikkeling, distributie en promotie van Europese audiovisuele werken (Media Plus — Ontwikkeling, distributie en promotie) (2001-2006), goedgekeurd bij Besluit 2000/821/EG van de Raad (16); |
|
15. |
het opleidingsprogramma voor vakmensen van de Europese audiovisuele programma-industrie (Media-opleiding) (2001-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 163/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad (17); |
|
16. |
het meerjarenprogramma voor de doeltreffende integratie van informatie- en communicatietechnologie (ICT) in de onderwijs- en beroepsopleidingsstelsels in Europa (eLearning-programma) (2004-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 2318/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad (18); |
|
17. |
het communautaire actieprogramma ter bevordering van actief Europees burgerschap („civic participation”) (2004-2006), goedgekeurd bij Besluit 2004/100/EG van de Raad (19); |
|
18. |
het communautaire actieprogramma ter ondersteuning van organisaties die op Europees niveau actief zijn op het terrein van jeugdzaken (2004-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 790/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad (20); |
|
19. |
het communautaire actieprogramma ter bevordering van op Europees niveau actieve organisaties en ter ondersteuning van gerichte activiteiten op het gebied van onderwijs en opleiding (2004-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 791/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad (21); |
|
20. |
het communautaire actieprogramma ter ondersteuning van organisaties die op Europees niveau op cultuurgebied actief zijn (2004-2006), goedgekeurd bij Besluit nr. 792/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad (22); |
|
21. |
het programma voor de verhoging van de kwaliteit van het hoger onderwijs en de bevordering van het intercultureel begrip door middel van samenwerking met derde landen (Erasmus Mundus) (2004-2008), goedgekeurd bij Besluit nr. 2317/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad (23); |
|
22. |
de projecten die voor financiering in aanmerking komen in het kader van de bepalingen van de bij Besluit 2006/910/EG van de Raad (24) goedgekeurde overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika tot vernieuwing van het samenwerkingsprogramma op het gebied van het hoger onderwijs, het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding (2006-2013); |
|
23. |
de projecten die voor financiering in aanmerking komen in het kader van de bepalingen van de bij Besluit 2006/964/EG van de Raad (25) goedgekeurde overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Canada tot vaststelling van een kader voor samenwerking op het gebied van hoger onderwijs, beroepsopleiding en jongeren (2006-2013); |
|
24. |
het actieprogramma op het gebied van een leven lang leren (2007-2013), goedgekeurd bij Besluit nr. 1720/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (26); |
|
25. |
het programma Cultuur (2007-2013), goedgekeurd bij Besluit nr. 1855/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (27); |
|
26. |
het programma „Europa voor de burger” ter bevordering van een actief Europees burgerschap (2007-2013), goedgekeurd bij Besluit nr. 1904/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (28); |
|
27. |
het programma „Jeugd in actie” (2007-2013), goedgekeurd bij Besluit nr. 1719/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (29); |
|
28. |
het programma ter ondersteuning van de Europese audiovisuele sector (Media 2007) (2007-2013), goedgekeurd bij Besluit nr. 1718/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (30); |
|
29. |
de in het kader van Verordening (EEG) nr. 443/92 van de Raad (31) goedgekeurde projecten op het gebied van het hoger onderwijs die voor financiering in aanmerking komen in het kader van de bepalingen betreffende hulp voor economische samenwerking met de ontwikkelingslanden in Azië; |
|
30. |
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs en jeugd die voor financiering in aanmerking komen in het kader van de bepalingen betreffende het bij Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad (32) vastgestelde instrument voor pretoetredingssteun (IPA); |
|
31. |
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs die in aanmerking komen voor financiering in het kader van de bepalingen betreffende het bij Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad (33) ingevoerde Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument; |
|
32. |
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs die in aanmerking komen voor financiering door het bij Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad (34) ingevoerde instrument voor ontwikkelingssamenwerking; |
|
33. |
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs en jeugd die voor financiering in aanmerking komen in het kader van het bij Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad (35) vastgestelde financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen; |
|
34. |
de projecten op het gebied van het hoger onderwijs die in aanmerking komen voor financiering uit de middelen van het 9e Europees Ontwikkelingsfonds (2000-2007) (36). |
(3) PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11."
(4) PB L 321 van 30.12.1995, blz. 25."
(5) PB L 321 van 30.12.1995, blz. 33."
(6) PB L 28 van 3.2.2000, blz. 1."
(7) PB L 146 van 11.6.1999, blz. 33."
(8) PB L 117 van 18.5.2000, blz. 1."
(9) PB L 63 van 10.3.2000, blz. 1."
(10) PB L 12 van 18.1.2000, blz. 1."
(11) PB L 306 van 7.12.2000, blz. 1."
(12) PB L 311 van 12.12.2000, blz. 1."
(13) PB L 120 van 8.5.1999, blz. 30."
(14) PB L 71 van 13.3.2001, blz. 7."
(15) PB L 71 van 13.3.2001, blz. 15."
(16) PB L 336 van 30.12.2000, blz. 82."
(17) PB L 26 van 27.1.2001, blz. 1."
(18) PB L 345 van 31.12.2003, blz. 9."
(19) PB L 30 van 4.2.2004, blz. 6."
(20) PB L 138 van 30.4.2004, blz. 24."
(21) PB L 138 van 30.4.2004, blz. 31."
(22) PB L 138 van 30.4.2004, blz. 40."
(23) PB L 345 van 31.12.2003, blz. 1."
(24) PB L 346 van 9.12.2006, blz. 33."
(25) PB L 397 van 30.12.2006, blz. 14."
(26) PB L 327 van 24.11.2006, blz. 45."
(27) PB L 372 van 27.12.2006, blz. 1."
(28) PB L 378 van 27.12.2006, blz. 32."
(29) PB L 327 van 24.11.2006, blz. 30."
(30) PB L 327 van 24.11.2006, blz. 12."
(31) PB L 52 van 27.2.1992, blz. 1."
(32) PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82."
(33) PB L 310 van 9.11.2006, blz. 1."
(34) PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41."
Gedaan te Brussel, 9 oktober 2008.
Voor de Commissie
Ján FIGEĽ
Lid van de Commissie