|
14.9.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 241/17 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 8 augustus 2007
tot vaststelling van regels voor de uitvoering van de bepalingen over vervoer in Beschikking 2007/162/EG, Euratom van de Raad tot instelling van een financieringsinstrument voor civiele bescherming
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 3769)
(Voor de EER relevante tekst)
(2007/606/EG, Euratom)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
Gelet op Beschikking 2007/162/EG, Euratom van de Raad van 5 maart 2007 tot instelling van een financieringsinstrument voor civiele bescherming (1), en met name op artikel 4, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Beschikking 2001/792/EG, Euratom van de Raad (2) werd een communautair mechanisme ter vergemakkelijking van versterkte samenwerking bij bijstandsinterventies in het kader van civiele bescherming, hierna „het mechanisme” genoemd, vastgesteld. Bij Beschikking 2004/277/EG, Euratom van de Commissie (3) werden daarvoor uitvoeringsbepalingen vastgesteld. Voor de definitie van deelnemende landen en derde landen moet naar die beschikking worden verwezen. |
|
(2) |
Beschikking 2007/162/EG, Euratom behelst speciale bepalingen voor de financiering van bepaalde vervoermiddelen bij ernstige noodsituaties, om een snelle en effectieve reactie daarop te vergemakkelijken. |
|
(3) |
Er moeten regels en procedures worden vastgesteld voor de verzoeken van de deelnemende landen om financiële steun van de Gemeenschap voor hun hulptransporten naar het getroffen land en de behandeling van die verzoeken door de Commissie. Daartoe moeten regels en procedures worden vastgesteld voor het gemeenschappelijk gebruik van vervoermiddelen of de bepaling van de vervoermiddelen die beschikbaar zijn, aangezien een van de voorwaarden voor het verstrekken van financiële steun is dat alle andere mogelijkheden voor het vinden van vervoer in het kader van het mechanisme uitgeput zijn. Om te zorgen voor een snelle, doeltreffende reactie van de Gemeenschap op ernstige noodsituaties moet een periode worden vastgesteld na afloop waarvan verzoeken voor financiering door de Gemeenschap in aanmerking kunnen worden genomen. |
|
(4) |
Met het oog op de transparantie, de coherentie en de doeltreffendheid moet worden vastgesteld welke informatie in de verzoeken om vervoersteun en de antwoorden hierop van de deelnemende landen en de Commissie moet worden verstrekt. |
|
(5) |
Wanneer financiële steun van de Gemeenschap kan worden verleend overeenkomstig Beschikking 2007/162/EG, Euratom, dienen de deelnemende landen de keuze te hebben hetzij om een subsidie, hetzij om een vervoerdienst te verzoeken. |
|
(6) |
Vastgesteld moet worden welke informatie in aanmerking moet worden genomen om te bepalen of aan de in artikel 4, lid 2, onder c), i) en iii), van Beschikking 2007/162/EG, Euratom genoemde criteria en de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid uit het Financieel Reglement is voldaan. |
|
(7) |
Het is noodzakelijk vast te stellen welke kosten in aanmerking komen aangezien de financiële steun van de Gemeenschap krachtens Beschikking 2007/162/EG, Euratom de vorm kan aannemen van subsidies of contracten voor overheidsopdrachten, die worden toegekend overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (4). |
|
(8) |
In Beschikking 2007/162/EG, Euratom is bepaald dat lidstaten die om financiële steun van de Gemeenschap voor hun hulptransporten verzoeken, uiterlijk 180 dagen na de interventie ten minste 50 % van de ontvangen communautaire middelen moeten terugbetalen. Hiervoor moeten regels en procedures worden vastgesteld. De kosten van de Commissie moeten worden beschouwd als door de lidstaten ontvangen middelen in de zin van artikel 4, lid 3, van Beschikking 2007/162/EG, Euratom. |
|
(9) |
Aangezien de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van uitrusting en vervoer ten behoeve van de civiele beschermingsbijstand die zij in het kader van het mechanisme aanbieden en de Commissie alleen een ondersteunende rol heeft bij de financiering van aanvullende vervoermiddelen op verzoek van de lidstaten, moeten de financiële belangen van de Gemeenschap in verband met eventuele schadevergoeding worden gevrijwaard door te bepalen dat het deelnemende land dat om vervoersteun verzoekt, geen verzoek om schadevergoeding bij de Gemeenschap zal indienen indien de schade het gevolg is van het verstrekken van vervoersteun in het kader van deze beschikking, tenzij bewezen is dat de schade het gevolg is van fraude of grove schuld. |
|
(10) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor civiele bescherming, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Onderwerp
Deze beschikking bevat regels voor de uitvoering van acties op vervoersgebied die uit hoofde van artikel 4, lid 2, onder b) en c), en artikel 4, lid 3, van Beschikking 2007/162/EG, Euratom in aanmerking komen voor financiële steun van de Gemeenschap.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze beschikking gelden de volgende definities:
|
a) |
„deelnemend land”: de betekenis die eraan wordt gegeven in artikel 2 van Beschikking 2004/277/EG, Euratom van de Commissie; |
|
b) |
„derde land”: de betekenis die eraan wordt gegeven in artikel 2 van Beschikking 2004/277/EG, Euratom van de Commissie; |
|
c) |
„getroffen land”: het deelnemende land of het derde land dat wordt getroffen door een ernstige noodsituatie waarvoor het mechanisme wordt ingeschakeld; |
|
d) |
„deelnemend land dat om vervoersteun verzoekt”: het deelnemende land dat in het kader van het mechanisme steun vraagt voor zijn hulptransport naar het getroffen land; |
|
e) |
„civiele beschermingsbijstand”: teams, deskundigen of modules op het gebied van de civiele bescherming met hun uitrusting, alsmede hulpgoederen die nodig zijn om de onmiddellijke gevolgen van een noodsituatie te lenigen. |
Artikel 3
Procedures bij verzoeken om steun via het mechanisme voor hulptransporten en bij de reacties hierop
1. De in de artikelen 4 en 5 bedoelde procedures zijn van toepassing wanneer deelnemende landen via het mechanisme verzoeken om steun voor het vervoer van hun civiele beschermingsbijstand naar een getroffen land, hierna „vervoersteun” genoemd.
2. Wanneer een verzoek om vervoersteun ook een verzoek om financiële steun omvat, kan die pas door de Commissie in overweging worden genomen wanneer de in lid 1 bedoelde procedures zijn afgesloten.
3. Verzoeken moeten door de in artikel 12 bedoelde bevoegde instantie schriftelijk aan de Commissie worden gericht. Zij moeten de in deel A van de bijlage bedoelde informatie bevatten.
4. Alle verzoeken om vervoersteun in het kader van deze beschikking, de reacties hierop en de tussen de deelnemende landen en de Commissie uitgewisselde informatie worden naar het bij Beschikking 2004/277/EG, Euratom opgerichte waarnemings- en informatiecentrum van de Commissie (Monitoring and Information Centre — MIC) gezonden en door dit centrum verwerkt.
5. De verzoeken kunnen per fax, per e-mail of via het bij Beschikking 2004/277/EG, Euratom opgerichte gemeenschappelijke noodcommunicatie- en informatiesysteem (Common Emergency Communication and Information System — CECIS) worden ingediend. Per fax of e-mail of via het CECIS ingediende verzoeken waarbij ook om financiering door de Gemeenschap wordt gevraagd, worden aanvaard mits de door de bevoegde instantie ondertekende originelen vervolgens onverwijld naar de Commissie worden gezonden.
Artikel 4
Verzoeken om steun voor het gezamenlijk gebruik van vervoermiddelen of het bepalen van de vervoermiddelen die beschikbaar zijn
1. Wanneer de Commissie in het kader van het mechanisme een verzoek om steun ontvangt voor het gezamenlijk gebruik van vervoermiddelen of voor het bepalen van de vervoermiddelen die beschikbaar zijn om civiele beschermingsbijstand naar een getroffen land te vervoeren, stelt zij de door de deelnemende landen krachtens artikel 3, onder e), van Beschikking 2001/792/EG, Euratom aangewezen contactpunten van dit verzoek in kennis.
2. In de kennisgeving verzoekt de Commissie de deelnemende landen haar gegevens te verstrekken over vervoermiddelen die zij aan het deelnemende land dat het verzoek heeft gedaan, beschikbaar kan stellen.
3. De Commissie stelt in de in lid 2 bedoelde kennisgeving ook een periode vast, na afloop waarvan verzoeken om financiering door de Gemeenschap in aanmerking kunnen worden genomen. Die periode bedraagt niet meer dan 24 uur te rekenen vanaf de kennisgeving. De Commissie kan de periode tot minimaal zes uur inkorten wanneer dat nodig is om doeltreffend op dringende, levensbedreigende noden te reageren.
Artikel 5
Reacties op verzoeken om steun voor het gezamenlijk gebruik van vervoermiddelen of het bepalen van de vervoermiddelen die beschikbaar zijn
1. De deelnemende landen stellen de Commissie er naar aanleiding van een verzoek om steun voor het gezamenlijk gebruik van vervoermiddelen of het bepalen van de vervoermiddelen die beschikbaar zijn zo spoedig mogelijk van in kennis dat zij op vrijwillige basis vervoermiddelen beschikbaar kunnen stellen. Die informatie moet de in deel B van de bijlage bedoelde elementen bevatten.
2. Deelnemende landen die geen geschikte vervoermiddelen beschikbaar hebben, dienen de Commissie daarvan onverwijld in kennis te stellen.
3. De Commissie bundelt de informatie over de beschikbare vervoermiddelen en stuurt die zo snel mogelijk naar het deelnemende land dat het verzoek heeft gedaan en naar de andere deelnemende landen.
4. Behalve de in lid 3 bedoelde informatie stuurt de Commissie de deelnemende landen ook alle andere informatie die zij heeft over elders, zoals op de commerciële markt, beschikbare vervoermiddelen en vergemakkelijkt zij de toegang van de deelnemende landen tot die aanvullende vervoermiddelen.
5. Het deelnemende land dat het verzoek doet, licht de Commissie in over de door hem gekozen vervoersoplossingen en neemt contact op met de deelnemende landen die de steun geven of met de door de Commissie geïdentificeerde marktdeelnemer.
6. De Commissie stelt alle deelnemende landen in kennis van de keuze van het deelnemende land dat het verzoek heeft gedaan. Dat land brengt de Commissie regelmatig op de hoogte van de vorderingen bij het verlenen van de civiele beschermingsbijstand.
Artikel 6
Verzoek om een subsidie
1. Wanneer een mogelijke vervoersoplossing is gevonden, maar financiering door de Gemeenschap nodig is om het vervoer van de civiele beschermingsbijstand mogelijk te maken, kan het deelnemende land de Gemeenschap om een subsidie vragen.
2. Het deelnemende land moet in zijn verzoek aangeven welk percentage van de in aanmerking komende kosten het zal terugbetalen. Dat percentage bedraagt niet minder dan 50 %. De Commissie stelt alle deelnemende landen onverwijld in kennis van het verzoek.
3. De Commissie kan met de desbetreffende bevoegde instanties van de deelnemende landen partnerschapskaderovereenkomsten als bedoeld in artikel 163 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie (5) sluiten om de procedures in het kader van dit artikel te vergemakkelijken.
Artikel 7
Verzoek om een vervoerdienst
1. In andere gevallen dan die bedoeld in artikel 6 kan het deelnemende land dat om vervoersteun verzoekt, de Commissie vragen met een particuliere of andere onderneming een contract voor een vervoerdienst te sluiten om zijn civiele beschermingsbijstand naar het getroffen land te vervoeren.
2. Na ontvangst van een verzoek als bedoeld in lid 1 stelt de Commissie onverwijld alle deelnemende landen van het verzoek in kennis en licht zij het deelnemende land dat om een vervoerdienst verzoekt, in over eventuele beschikbare oplossingen en de kosten hiervan.
3. Op basis van de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie-uitwisseling geeft het deelnemende land een schriftelijke bevestiging van zijn verzoek om een vervoerdienst en van zijn belofte de Commissie overeenkomstig artikel 10 terug te betalen. Het deelnemende land geeft aan welk percentage van de kosten het zal terugbetalen. Dat percentage bedraagt niet minder dan 50 %.
4. Het deelnemende land stelt de Commissie onverwijld in kennis van alle veranderingen in het verzoek om een vervoerdienst.
Artikel 8
Besluit over financiering door de Gemeenschap
1. Wat artikel 4, lid 2, onder c), ii), van Beschikking 2007/162/EG, Euratom betreft, worden alle andere mogelijkheden voor het vinden van vervoer in het kader van het mechanisme geacht te zijn uitgeput wanneer de in de artikelen 4 en 5 van deze beschikking bedoelde procedures niet binnen de door de Commissie krachtens artikel 4, lid 3, vastgestelde periode tot een regeling hebben geleid.
2. Om vast te stellen of aan de in artikel 4, lid 2, onder c), i) en iii), van Beschikking 2007/162/EG, Euratom en de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid uit het Financieel Reglement is voldaan, worden de volgende elementen in aanmerking genomen:
|
a) |
de informatie in het door het deelnemende land overeenkomstig artikel 3, lid 3, ingediende verzoek om financiering door de Gemeenschap; |
|
b) |
de door het getroffen land gemelde behoeften; |
|
c) |
de behoeften zoals deze eventueel worden beoordeeld door de deskundigen die tijdens de noodsituatie verslag uitbrengen aan de Commissie; |
|
d) |
andere door de deelnemende landen en internationale organisaties verstrekte relevante en betrouwbare informatie waarover de Commissie ten tijde van haar besluit beschikt; |
|
e) |
de efficiëntie en doeltreffendheid van de vervoersoplossingen die de tijdige verstrekking van de civiele beschermingsbijstand moeten garanderen; |
|
f) |
andere maatregelen van de Commissie. |
3. De deelnemende landen verstrekken alle aanvullende informatie die nodig is om te beoordelen of aan de in artikel 4, lid 2, onder c), van Beschikking 2007/162/EG, Euratom genoemde criteria is voldaan. De deelnemende landen stellen de Commissie zo spoedig mogelijk na de ontvangst van een verzoek van de Commissie om dergelijke informatie op de hoogte.
4. Het besluit over de acties die voor financiële steun uit hoofde van artikel 4, lid 2, onder c), van Beschikking 2007/162/EG, Euratom in aanmerking komen, noemt het maximumbedrag van de financiering van een bepaald verzoek door de Gemeenschap, waarbij rekening wordt gehouden met de beschikbare begrotingsmiddelen.
5. Het besluit over financiële steun wordt onverwijld meegedeeld aan het deelnemende land dat om financiële steun verzocht. Het wordt ook aan alle andere deelnemende landen meegedeeld.
Artikel 9
In aanmerking komende kosten
De volgende kosten komen in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap:
|
a) |
kosten in verband met de overbrenging van de vervoermiddelen naar de plaats van verzending op het grondgebied van het deelnemende land dat de civiele beschermingsbijstand aanbiedt, waaronder de kosten van alle diensten, vergoedingen, logistieke en behandelingskosten, kosten van brandstoffen en eventuele accommodatie en andere indirecte kosten zoals belastingen, rechten in het algemeen en doorvoerkosten; |
|
b) |
kosten die ontstaan tussen de plaats van verzending op het grondgebied van het deelnemende land dat de civiele beschermingsbijstand aanbiedt en de uiteindelijke bestemming, waaronder de kosten van alle diensten, vergoedingen, logistieke en behandelingskosten, kosten van brandstoffen en eventuele accommodatie en andere indirecte kosten zoals belastingen, rechten in het algemeen en doorvoerkosten; |
|
c) |
kosten die nodig zijn voor de terugreis van de vervoermiddelen en eventueel van de teams en hun uitrusting. |
Alle kosten moeten naar behoren worden gemotiveerd.
Artikel 10
Terugbetaling van de financiering door de Gemeenschap
1. Voor de door de Commissie volgens de procedure van artikel 6 toegekende financiering stuurt de Commissie het deelnemende land dat van de financiering door de Gemeenschap heeft geprofiteerd, binnen 90 dagen na de voltooiing van de vervoeroperatie waarvoor financiële steun van de Gemeenschap werd toegekend een invorderingsopdracht over een bedrag dat overeenkomt met de bepalingen van het toekenningsbesluit en dat ten minste 50 % van de ontvangen middelen en minimaal 50 % van de in aanmerking komende kosten uitmaakt.
2. Voor de door de Commissie volgens de procedure van artikel 7 gemaakte kosten stuurt de Commissie de deelnemende landen die van de financiering door de Gemeenschap hebben geprofiteerd, binnen 90 dagen na de voltooiing van de vervoeroperatie waarvoor financiële steun van de Gemeenschap werd toegekend een invorderingsopdracht over een bedrag dat overeenkomt met de bepalingen van het besluit van de Commissie over het verzoek om een vervoerdienst en dat ten minste 50 % van de vervoerkosten uitmaakt.
Artikel 11
Schadevergoeding
Het deelnemende land dat om vervoersteun verzoekt, vraagt de Commissie geen schadevergoeding voor schade aan zijn eigendommen of voor schade voor zijn personeel wanneer die schade het gevolg is van het verstrekken van vervoersteun in het kader van deze beschikking, tenzij bewezen is dat de schade het gevolg is van fraude of grove schuld.
Artikel 12
Aanwijzing van bevoegde instanties
De deelnemende landen wijzen de bevoegde instanties aan, die gemachtigd zijn om financiële steun uit hoofde van deze beschikking bij de Commissie te vragen en te ontvangen en stellen de Commissie daar binnen 60 dagen na de kennisgeving van deze beschikking van in kennis. Wijzigingen in die informatie worden onverwijld ter kennis van de Commissie gebracht.
Artikel 13
Adressaten
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 8 augustus 2007.
Voor de Commissie
Stavros DIMAS
Lid van de Commissie
(1) PB L 71 van 10.3.2007, blz. 9.
(2) PB L 297 van 15.11.2001, blz. 7.
(3) PB L 87 van 25.3.2004, blz. 20.
(4) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 478/2007 (PB L 111 van 28.4.2007, blz. 13).
BIJLAGE
DEEL A
Informatie die moet worden verstrekt door deelnemende landen die vragen om vervoersteun voor civielebeschermingsbijstand
|
(1) |
Ramp/noodsituatie: |
|
(2) |
Verwijzingen naar berichten van het waarnemings- en informatiecentrum van de Commissie (MIC). |
|
(3) |
Verzoekend land/verzoekende organisatie. |
|
(4) |
Uiteindelijke ontvanger/begunstigde van de vervoerde hulpgoederen. |
|
(5) |
Informatie over de te vervoeren civiele beschermingsbijstand, waaronder een nauwkeurige beschrijving van de goederen (gewicht, grootte, volume, vloeroppervlak), de verpakking (met verwijzing naar verpakkingsnormen voor vervoer door de lucht, over land of over zee), gevaarlijke goederen, kenmerken van de voertuigen (totaal gewicht, grootte, volume, vloeroppervlak), aantal personen dat de reis maakt en andere voorschriften op juridisch, hygiënisch, gezondheids- of douanegebied die van belang zijn voor het hulptransport. |
|
(6) |
Informatie over de wijze waarop deze bijstand tegemoetkomt aan de behoeften van het getroffen land onder verwijzing naar het verzoek van het getroffen land of de beoordeling van de behoeften. |
|
(7) |
Indien beschikbaar, informatie over de (on)mogelijkheid de soort(en) hulpgoederen die vervoerd moeten worden, in voldoende hoeveelheden ter plaatse aan te schaffen of te distribueren. |
|
(8) |
Reden(en) waarom aanvullende vervoermiddelen noodzakelijk zijn om de doeltreffendheid van de civiele beschermingsbijstand in het kader van het mechanisme te waarborgen. |
|
(9) |
Informatie over de situatie met betrekking tot deze bijstand door het getroffen land of de coördinerende instantie. |
|
(10) |
Verlangde route voor het hulptransport. |
|
(11) |
Plaats/haven van lading en plaatselijk contactpunt. |
|
(12) |
Plaats/haven van lossing en plaatselijk contactpunt. |
|
(13) |
Datum/tijd waarop de hulpgoederen gereed, verpakt en klaar voor vervoer vanuit de haven van lading zijn. |
|
(14) |
Informatie over mogelijkheden de bijstand naar een andere plaats/haven van lading/centrum voor verder vervoer te brengen. |
|
(15) |
Eventueel aanvullende informatie. |
|
(16) |
Informatie over mogelijke bijdragen aan de vervoerskosten. |
|
(17) |
Informatie over een verzoek om financiering door de Gemeenschap (indien van toepassing). |
|
(18) |
Bevoegde instantie/handtekening. |
DEEL B
Informatie die moet worden verstrekt door deelnemende landen of de commissie wanneer zij vervoersteun voor civielebeschermingsbijstand aanbieden
|
(1) |
Ramp/noodsituatie: |
|
(2) |
Land/organisatie/contactpunt dat/die steun aanbiedt. |
|
(3) |
Verwijzingen naar berichten van het waarnemings- en informatiecentrum van de Commissie (MIC) en van het deelnemende land/de organisatie die om vervoersteun verzoekt. |
|
(4) |
Technische gegevens van het vervoeraanbod, waaronder beschikbare soorten vervoermiddelen, data en tijdstippen van vervoer, aantal benodigde bewegingen of vluchten. |
|
(5) |
Bijzonderheden, beperkingen en modaliteiten betreffende de civiele beschermingsbijstand die moet worden vervoerd, zoals gewicht, omvang, volume, vloeroppervlak, verpakking, eventuele gevaarlijke goederen, voorbereiding voertuig, vereisten met betrekking tot de behandeling, personeel dat de reis maakt en andere voorschriften op juridisch, hygiënisch, gezondheids- of douanegebied die van belang zijn voor het vervoer of voor het afleveren van de bijstand. |
|
(6) |
Voorgestelde route voor het vervoer van de bijstand. |
|
(7) |
Plaats/haven van lading en plaatselijk contactpunt. |
|
(8) |
Plaats/haven van lossing en plaatselijk contactpunt. |
|
(9) |
Datum/tijd waarop de bijstand gereed, verpakt en klaar voor vervoer vanuit de haven van lading moet zijn. |
|
(10) |
Informatie over een eventueel verzoek de bijstand naar een andere plaats/haven van lading/vervoersknooppunt te brengen. |
|
(11) |
Eventueel aanvullende informatie. |
|
(12) |
Informatie over een mogelijk verzoek om bijdragen in de vervoerkosten en gegevens over eventuele bijzondere voorwaarden of restricties met betrekking tot het aanbod. |
|
(13) |
Informatie over het verzoek om financiering door de Gemeenschap (indien van toepassing). |