|
17.2.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 49/21 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 8 februari 2007
tot wijziging van Besluit 2005/56/EG tot oprichting van het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur, voor het beheer van de communautaire maatregelen op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur — overeenkomstig Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
(2007/114/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd (1), en met name op artikel 3, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 4 van Besluit 2005/56/EG van de Commissie (2) is het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur (hierna „het agentschap” genoemd) belast met bepaalde taken in verband met het beheer van communautaire programma’s op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur. |
|
(2) |
Op 31 december 2006 waren de meeste aan het agentschap gedelegeerde programma’s afgelopen. Zij zullen worden vervangen door nieuwe programma’s voor de periode 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013. |
|
(3) |
Uit de in november 2006 in opdracht van de Commissie overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Besluit 2005/56/EG uitgevoerde externe evaluatie is gebleken dat het agentschap de gunstigste optie is voor het beheer van bepaalde gecentraliseerde onderdelen van communautaire programma’s op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur. In het kader van deze evaluatie werd aanbevolen om ook taken in verband met het beheer van de gecentraliseerde onderdelen van de nieuwe programma’s op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur aan het agentschap toe te vertrouwen. |
|
(4) |
In het licht van deze evaluatie dient aan het agentschap niet alleen het beheer van deze nieuwe programma’s te worden opgedragen, maar ook dat van projecten die — hoewel zij tot het huidige werkterrein van het agentschap behoren — in aanmerking komen voor financiering in het kader van andere regelingen en met andere middelen, zoals projecten die gefinancierd zouden kunnen worden in het kader van de steun van de Gemeenschap aan de landen in het westelijke Balkangebied, met de middelen van het Europees Ontwikkelingsfonds, via bepaalde instrumenten van het Europees nabuur- en partnerschapsbeleid, het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking en economische samenwerking en op basis van overeenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding en jongeren. |
|
(5) |
Voorts wil de Commissie aan het agentschap de implementatie van het informatienetwerk voor onderwijs in Europa („Eurydice”) op communautair niveau toevertrouwen overeenkomstig actie 6.1 van de tweede fase van het communautaire actieprogramma op onderwijsgebied „Socrates” en het horizontale programma van het actieprogramma op het gebied van levenslang leren. |
|
(6) |
Om een duurzaam en doeltreffend beheer van de nieuwe aan het agentschap toevertrouwde programma’s te kunnen garanderen, moet ten slotte de periode waarvoor het agentschap opgericht is, worden gewijzigd en afgestemd op de looptijd van deze nieuwe programma's. De bestaansperiode van het agentschap dient ook een afbouwperiode van twee jaar na de beëindiging van de looptijd van deze nieuwe programma’s te omvatten (2014-2015) om het agentschap in staat te stellen de tijdens het laatste jaar van deze periode geselecteerde projecten af te ronden. |
|
(7) |
Besluit 2005/56/EG dient derhalve te worden gewijzigd. |
|
(8) |
De in dit besluit vastgestelde bepalingen stemmen overeen met het advies van het Comité voor de uitvoerende agentschappen. |
BESLUIT:
Artikel 1
Besluit 2005/56/EG wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 3 wordt lid 1 vervangen door: „1. Het agentschap wordt opgericht voor de periode die begint op 1 januari 2005 en eindigt op 31 december 2015.”. |
|
2) |
In artikel 4 wordt lid 1 vervangen door: „1. Het agentschap is verantwoordelijk voor het beheer van bepaalde onderdelen van de volgende communautaire programma’s:
" (2)
" (3)
" (4)
" (5)
" (6)
" (7)
" (8)
" (9)
" (10)
" (11)
" (12)
" (13)
" (14)
" (15)
" (16)
" (17)
" (18)
" (19)
" (20)
" (21)
" (22)
" (23)
" (24)
" (25)
" (26)
" (27)
" (28)
" |
|
3) |
Aan artikel 4, lid 2, wordt het volgende punt d) toegevoegd:
|
|
4) |
Artikel 6 wordt vervangen door: „Artikel 6 Subsidie Onverminderd andere ontvangsten, ontvangt het agentschap ten behoeve van zijn werkzaamheden een in de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen opgenomen subsidie alsmede middelen van het Europees Ontwikkelingsfonds. Deze subsidie en deze middelen zijn afkomstig van de gelden die zijn toegewezen aan de in artikel 4, lid 1, vermelde programma’s en zo nodig van gelden die bestemd zijn voor andere communautaire programma’s waarvan de uitvoering krachtens artikel 4, lid 3, aan het agentschap is toevertrouwd.”. |
Artikel 2
Gedaan te Brussel, 1 januari 2007.
Dit besluit treedt in werking op 8 februari 2007.
Voor de Commissie
Ján FIGEĽ
Lid van de Commissie