|
16.11.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 316/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 1688/2006 VAN DE COMMISSIE
van 15 november 2006
houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 2375/2002 wat betreft bepaalde invoercertificaten die zijn afgegeven voor tranche 4 van deelcontingent III in het kader van de tariefcontingenten voor de invoer van zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), en met name op artikel 12, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 2375/2002 van de Commissie van 27 december 2002 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit uit derde landen (2) zijn drie deelcontingenten ingesteld voor zachte tarwe van verschillende oorsprong. Deelcontingent III betreft andere derde landen dan de Verenigde Staten van Amerika en Canada. Het is in vier driemaandelijkse tranches verdeeld. Tranche 4 heeft betrekking op de periode van 1 oktober tot en met 31 december. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2375/2002 zijn de certificaten die in het kader van die verordening zijn afgegeven vanaf de dag van feitelijke afgifte vijfenveertig dagen geldig. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 5, lid 1, derde alinea, en artikel 9, eerste alinea, onder a), van Verordening (EG) nr. 2375/2002 wordt op het invoercertificaat slechts één land van oorsprong vermeld en is het slechts geldig voor producten van oorsprong uit dat land. |
|
(4) |
Sinds 1 oktober 2006 is de invoerstroom in de Gemeenschap van zachte tarwe van oorsprong uit Oekraïne verstoord door de invoering door dat land van controlemaatregelen en de beperking van zijn uitvoer. Dat zal er waarschijnlijk toe leiden dat de marktdeelnemers, in ieder geval voor een deel, niet meer in staat zullen zijn hun verbintenissen voor reeds afgegeven invoercertificaten waarop Oekraïne als land van oorsprong staat aangegeven, gestand te doen. |
|
(5) |
Om deze marktdeelnemers niet te benadelen en om de correcte uitvoering van dit contingent te garanderen, moet voor het gebruik van deze afgegeven certificaten een zekere flexibiliteit worden geïntroduceerd. Hiertoe moet hun geldigheid, in afwijking van Verordening (EG) nr. 2375/2002, worden verlengd tot eind 2006 en moet het gebruik van die certificaten voor de invoer van zachte tarwe van oorsprong uit andere derde landen dan Oekraïne worden toegestaan, met uitzondering van de Verenigde Staten van Amerika en van Canada. |
|
(6) |
De geldigheidsduur van de sinds 1 oktober 2006 afgegeven invoercertificaten voor de invoer van zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit (GN-code 1001 90 99 ), voor het in artikel 3 van genoemde verordening bedoelde deelcontingent III (volgnummer 09.4125) zal vanaf 16 november 2006 verstrijken. De in deze verordening vervatte wijzigingen dienen dus zo snel mogelijk te worden toegepast. Daarom moet worden bepaald dat deze verordening op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie in werking treedt. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In afwijking van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2375/2002 kan de geldigheidsduur van invoercertificaten die zijn afgegeven voor de invoer van zachte tarwe van een andere dan van hoge kwaliteit, voor het in artikel 3 van die verordening bedoelde deelcontingent III (volgnummer 09.4125) tussen 1 oktober 2006 en 16 november 2006, waarbij in vak 8 als land van oorsprong „Oekraïne” is vermeld, op verzoek van de titularissen daarvan tot en met 31 december 2006 worden verlengd. Hiertoe trekt de autoriteit die het betrokken certificaat heeft afgegeven dit certificaat in, en vervangt zij het door een nieuw certificaat met als uiterste geldigheidsdatum 31 december 2006, of verlengt zij de geldigheidsduur van het oorspronkelijke certificaat tot en met 31 december 2006.
Artikel 2
In afwijking van artikel 9, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 2375/2002 mogen de in artikel 1 van de onderhavige verordening bedoelde invoercertificaten worden gebruikt voor de invoer van zachte tarwe van oorsprong uit alle derde landen, met uitzondering van de Verenigde Staten van Amerika en van Canada.
Artikel 3
1. In vak 44 van de douaneaangiften voor de invoer uit hoofde van de in artikel 1 bedoelde invoercertificaten wordt de volgende vermelding aangebracht:
„Invoer overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1688/2006 van de Commissie”.
2. De lidstaten verstrekken de Commissie uiterlijk op 15 februari 2007 langs elektronische weg de volgende gegevens:
|
a) |
de hoeveelheden (in ton) uit hoofde van de in artikel 1 bedoelde invoercertificaten ingevoerde producten; |
|
b) |
het nummer en de afgiftedatum van het certificaat uit hoofde waarvan de invoer heeft plaatsgevonden. |
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 november 2006.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).
(2) PB L 358 van 31.12.2002, blz. 88. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 971/2006 (PB L 176 van 30.06.2006, blz. 51).