27.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 173/1


VERORDENING (EG) Nr. 941/2006 VAN DE RAAD

van 1 juni 2006

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 51/2006, wat blauwe wijting en haring betreft

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 20,

Gelet op het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad (2) zijn voor 2006 de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, alsmede de bij de visserij in acht te nemen voorschriften vastgesteld.

(2)

Na overleg tussen de Gemeenschap en de Faeröer op 23 februari 2006 is een overeenkomst bereikt over een regeling inzake wederzijdse toegang tot de bestanden blauwe wijting en haring in de visserijgebieden van beide partijen. De regeling dient ten uitvoer te worden gelegd.

(3)

Aangezien de vaartuigen die met kieuwnetten op heek visten in ICES-sectoren VI a, b, en VII b, c, j, k en in deelgebied XII niet betrokken waren bij de visserijpraktijken die geleid hebben tot het verbod op het gebruik van kieuwnetten in die gebieden, is het passend dat zij in afwijking van het verbod hun activiteit kunnen voortzetten.

(4)

De Gemeenschap heeft met Noorwegen overleg gevoerd over het beheer van de bestanden van in het voorjaar paaiende Noorse haring (Atlanto-Scandische haring) in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, met name over de uitvoering van de vergunningsvoorschriften.

(5)

Verordening (EG) nr. 51/2006 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I A, I B en IV bij Verordening (EG) nr. 51/2006 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 1 juni 2006.

Voor de Raad

De voorzitster

U. HAUBNER


(1)   PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)   PB L 16 van 20.1.2006, blz. 1.


BIJLAGE

De bijlagen bij Verordening (EG) nr. 51/2006 worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage I A wordt de tabel betreffende blauwe wijting in zone I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIabde, XII en XIV (EG-wateren en internationale wateren), vervangen door:

„Soort

:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone

:

I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIabde, XII en XIV (EG-wateren en internationale wateren)

WHB/1 X 14

Denemarken

52 529  (5)  (6)

Analytische TAC.

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Duitsland

20 424  (5)  (6)

Spanje

44 533  (5)  (6)

Frankrijk

36 556  (5)  (6)

Ierland

40 677  (5)  (6)

Nederland

64 053  (5)  (6)

Portugal

4 137  (5)  (6)

Zweden

12 994  (5)  (6)

Verenigd Koninkrijk

68 161  (5)  (6)

EG

344 063  (5)  (6)

Noorwegen

152 442  (1)  (2)

Faeröer

45 000  (3)  (4)

TAC

2 000 000

2)

In bijlage I A wordt na het bovenstaande het onderstaande ingevoegd:

„Soort

:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Zone

:

EG-wateren in de zones II, IV a (8), VI a (9), VI b, VII (10)

WHB/24A567

Faeröer

10 000  (7)

 

TAC

2 000 000

 

3)

In bijlage I B wordt de tabel betreffende haring in de zones I en II (EG-wateren en internationale wateren) vervangen door:

„Soort

:

Haring

Clupea harengus

Zone

:

EG-wateren en internationale wateren van de zones I en II

HER/1/2.

België

22

 

Denemarken

21 243

 

Duitsland

3 720

 

Spanje

70

 

Frankrijk

917

 

Ierland

5 499

 

Nederland

7 602

 

Polen

1 075

 

Portugal

70

 

Finland

329

 

Zweden

7 872

 

Verenigd Koninkrijk

13 581

 

EG

62 000

 

Faeröer

6 196  (11)

 

TAC

Niet relevant.

De artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 zijn niet van toepassing en artikel 5, lid 2, van die verordening is van toepassing.

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de gespecificeerde zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden:

 

II, V b benoorden 62° NB (Faeröer-wateren) (HER/2A5B-F)

België

2

Denemarken

2 117

Duitsland

371

Spanje

7

Frankrijk

91

Ierland

548

Nederland

758

Polen

107

Portugal

7

Finland

32

Zweden

784

Verenigd Koninkrijk

1 354

4)

In bijlage III wordt in deel A het volgende punt toegevoegd:

„8.5.

In afwijking van de punten 8.3 en 8.4, mogen vaartuigen die in de betrokken gebieden op heek vissen gebruikmaken van kieuwnetten met een maaswijdte van 120 mm op plaatsen waar de kaartdiepte minder dan 600 m bedraagt.”.

5)

In bijlage IV worden de delen I en II als volgt gewijzigd:

„DEEL I

Kwantitatieve beperkingen inzake vergunningen en visdocumenten voor vaartuigen van de Gemeenschap in wateren van derde landen

Visserijzone

Visserijtak

Aantal visvergunningen

Verdeling van vergunningen over de lidstaten

Maximumaantal vaartuigen in het gebied op ieder moment

Noorse wateren en visserijzone rond Jan Mayen

Haring, benoorden 62° 00′ NB

77

DK: 26, DE: 5, FR: 1, IRL: 7, NL: 9, SE: 10, UK: 17

57

Demersale soorten, benoorden 62° 00′ NB

80

FR: 18, PT: 9, DE: 16, ES: 20, UK: 14, IRL: 1

50

Makreel, bezuiden 62° 00′ NB, ringzegenvisserij

11

DE: 1 (12), DK: 26 (12), FR: 2 (12), NL: 1 (12)

Niet relevant

Makreel, bezuiden 62° 00′ NB, trawlvisserij

19

Niet relevant

Makreel, benoorden 62° 00′ NB, ringzegenvisserij

11  (13)

DK: 11

Niet relevant

Industriële soorten, bezuiden 62° 00′ NB

480

DK: 450, UK: 30

150

Wateren van de Faeröer

Elke vorm van trawlvisserij met vaartuigen van ten hoogste 180 voet in de zone tussen 12 en 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer.

26

BE: 0, DE: 4, FR: 4, UK: 18

13

Gerichte visserij op kabeljauw en schelvis met netten met mazen niet kleiner dan 135 mm, beperkt tot het gebied ten zuiden van 62° 28′ NB en ten oosten van 6° 30′ WL.

8  (14)

 

4

Trawlvisserij buiten 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer. In de perioden 1 maart t/m 31 mei en 1 oktober t/m 31 december mogen deze vaartuigen vissen in het gebied tussen 61° 20′ NB en 62° 00′ NB en tussen 12 en 21 mijl vanaf de basislijnen.

70

BE: 0, DE: 10, FR: 40, UK: 20

26

Trawlvisserij op blauwe leng met netten met mazen niet kleiner dan 100 mm in het gebied ten zuiden van 61° 30′ NB en ten westen van 9° 00′ WL en in het gebied tussen 7° 00′ WL en 9° 00′ WL ten zuiden van 60° 30′ NB en in het gebied ten zuidwesten van een lijn tussen 60° 30′ NB, 7° 00′ WL en 60° 00′ NB, 6° 00′ WL.

70

DE: 8 (15), FR: 12 (15), UK: 0 (15)

20  (16)

Gerichte trawlvisserij op zwarte koolvis met netten met mazen niet kleiner dan 120 mm, en waarbij verstevigingsstroppen rond de kuil mogen worden gebruikt.

70

 

22  (16)

Visserij op blauwe wijting. Het totale aantal vergunningen kan met 4 vaartuigen worden verhoogd om in spannen te vissen indien de autoriteiten van de Faeröer zouden beslissen om bijzondere toegangsregels voor een gebied, „main fishing area of blue whiting” genaamd, in te stellen.

36

DE: 3, DK: 19, FR: 2, UK: 5, NL: 5

20

Lijnvisserij

10

UK: 10

6

Makreelvisserij

12

DK: 12

12

Haringvisserij benoorden 62° N

21

DE: 1, DK: 7, FR: 0, UK: 5, IRL: 2, NL: 3, SE: 3

21

Wateren van de Russische Federatie

Alle visserijtakken

pm

 

pm

Kabeljauwvisserij

7  (17)

 

pm

Sprotvisserij

pm

 

pm


DEEL II

Kwantitatieve beperkingen inzake vergunningen en visdocumenten voor vaartuigen van derde landen in Gemeenschapswateren

Vlaggenstaat

Visserijtak

Aantal visvergunningen

Maximumaantal vaartuigen in het gebied op ieder moment

Noorwegen

Haring, benoorden 62° 00′ NB

18

18

Faeröer

Makreel, VI a (benoorden 56° 30′ NB), VII e, f, h, horsmakreel, IV, VI a (benoorden 56° 30′ NB), VII e, f, h; haring, VI a (benoorden 56° 30′ NB)

14

14

Haring, benoorden 62° 00′ N

21

21

Haring, III a

4

4

Industriële visserij op kever en sprot, IV, VI a (benoorden 56° 30′ NB): zandspiering, IV (incl. onvermijdelijke bijvangsten van blauwe wijting)

15

15

Leng en torsk

20

10

Blauwe wijting, II, IV a, VI a (benoorden 56° 30′ NB), VI b, VII (ten westen van 12° 00′ WL)

20

20

Blauwe leng

16

16

Russische Federatie

Haring, III d (Zweedse wateren)

pm

pm

Haring, III d (Zweedse wateren, niet-vissende moederschepen)

pm

pm

Sprot

4  (18)

pm

Barbados

Garnalen Penaeus  (19) (wateren van Frans-Guyana)

5

pm (20)

Snappers (21) (wateren van Frans-Guyana)

5

pm

Guyana

Garnalen Penaeus  (22) (wateren van Frans-Guyana)

pm

pm (23)

Suriname

Garnalen Penaeus  (22) (wateren van Frans-Guyana)

5

pm (24)

Trinidad en Tobago

Garnalen Penaeus  (22) (wateren van Frans-Guyana)

8

pm (25)

Japan

Tonijn (26) (wateren van Frans-Guyana)

pm

 

Korea

Tonijn (27) (wateren van Frans-Guyana)

pm

pm (22)

Venezuela

Snappers (22) (wateren van Frans-Guyana)

41

pm

Haaien (22) (wateren van Frans-Guyana)

4

pm


(1)  Mag worden gevangen in de EG-wateren in de zones II, IV a, VI a ten noorden van 56° 30′ N, VI b, VII ten westen van 12° W.

(2)  Waarvan maximaal 500 ton mag bestaan uit zilvervis (Argentina spp.).

(3)  Vangsten van blauwe wijting mogen onvermijdelijke vangsten van zilvervis bevatten (Argentina spp.).

(4)  Mag worden gevangen in de EG-wateren in de zones VI a ten noorden van 56° 30′ N, VI b, VII ten westen van 12° W.

(5)  Waarvan tot 61 % mag worden gevangen in de Noorse economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen.

(6)  Waarvan tot 2,9 % mag worden gevangen in de wateren van de Faeröer, zone V b.”.

(7)  In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van de Faeröer-eilanden die zijn vastgelegd in de overeenkomst met de kuststaten.

(8)  In zone IV a mag niet meer dan 2 500 ton worden gevangen.

(9)  Ten noorden van 56° 30′ N.

(10)  Ten westen van 12° 00′ WL.”.

(11)  Mag in EG-wateren worden gevist.”.

(12)  Deze verdeling geldt voor de ringzegen- en trawlvisserij.

(13)  Te kiezen uit de elf vergunningen voor ringzegenvisserij op makreel bezuiden 62° 00′ NB.

(14)  Volgens de Goedgekeurde Notulen van 1999 zijn de aantallen voor de gerichte visserij op kabeljauw en schelvis opgenomen in de aantallen voor „Elke vorm van trawlvisserij met vaartuigen van ten hoogste 180 voet in de zone tussen 12 en 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer”.

(15)  Maximale aantal vaartuigen die op enig moment tegelijkertijd in het gebied aanwezig mogen zijn.

(16)  Dit aantal is begrepen in het aantal voor „Trawlvisserij buiten 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer”.

(17)  Uitsluitend voor vaartuigen die de vlag van Letland voeren.

(18)  Uitsluitend voor het Letse deel van de EG-wateren.

(19)  De vergunningen voor garnalenvisserij in de wateren van het Franse departement Guyana worden afgegeven op grond van een visplan dat door de autoriteiten van het betrokken derde land wordt ingediend en is goedgekeurd door de Commissie. De vergunningen zijn slechts geldig voor de visperiode die in het visplan op grond waarvan de vergunning is verleend, is aangegeven.

(20)  Het jaarlijkse aantal zeedagen bedraagt maximaal 200.

(21)  Uitsluitend te vangen met beuglijnen of vallen (snappers) of beuglijnen of netten met een maaswijdte van ten minste 100 mm, te gebruiken op een diepte van meer dan 30 m (haaien). Deze vergunningen mogen alleen afgegeven worden na overlegging van een bewijs dat er een geldig contract bestaat tussen de scheepseigenaar die de vergunning aanvraagt en een verwerkend bedrijf in het Franse departement Guyana en dat dit contract een verplichting bevat om minstens 75 % van alle vangsten van snappers of minstens 50 % van alle vangsten van haaien door het betrokken vaartuig in genoemd Franse departement aan te landen voor verwerking in het betrokken verwerkende bedrijf.

Bovengenoemd contract moet worden geviseerd door de Franse autoriteiten die zich ervan moeten vergewissen dat het zowel correspondeert met de capaciteit van het verwerkende bedrijf waarmee het contract is gesloten en met de doelstellingen voor de ontwikkeling van de economie in Guyana. Een afschrift van dit geviseerde contract moet bij de aanvraag van de vergunning worden gevoegd.

Wanneer de Franse autoriteiten bovenbedoelde visering weigeren, delen zij deze weigering, met redenen omkleed, mee aan de betrokkene en aan de Commissie.

(22)  Van toepassing van 1 januari tot en met 30 april 2006.

(23)  In afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2006.

(24)  Het jaarlijkse aantal zeedagen bedraagt maximaal pm.

(25)  Het jaarlijkse aantal zeedagen bedraagt maximaal 350.

(26)  Uitsluitend te vangen met de beuglijn.

(27)  Waarvan het aantal vaartuigen die met kieuwnetten op kabeljauw vissen, op ieder moment maximaal 10 mag bedragen.”.