21.6.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 168/5


VERORDENING (EG) Nr. 907/2006 VAN DE COMMISSIE

van 20 juni 2006

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende detergentia teneinde de bijlagen III en VII daarbij aan te passen

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia (1), en met name op artikel 13, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 648/2004 waarborgt het vrije verkeer van detergentia in de interne markt en biedt tegelijkertijd een hoog beschermingsniveau voor het milieu en de menselijke gezondheid door de vaststelling van voorschriften voor de totale biologische afbreekbaarheid van oppervlakteactieve stoffen in detergentia en voor de etikettering van de bestanddelen van detergentia.

(2)

Sommige van de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 648/2004 vastgestelde methoden, bijvoorbeeld de ISO 14593-referentiemethode, kunnen ook worden toegepast voor het testen van stoffen die moeilijk oplosbaar zijn in water, indien voor een toereikende dispersie van de stof wordt gezorgd. Nadere instructies voor het testen van moeilijk oplosbare stoffen worden in ISO 10634 gegeven. Er moet echter een aanvullende testmethode worden ingevoerd voor oppervlakteactieve stoffen die moeilijk oplosbaar zijn in water. De voorgestelde aanvullende testmethode is de norm ISO 10708:1997 „Water quality — Evaluation in an aqueous medium of the ultimate aerobic biodegradability of organic compounds”. Het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico's (SCHER) heeft geconcludeerd dat ISO 10708 gelijkwaardig is aan de reeds in bijlage III bij die verordening opgenomen testmethoden, en stond positief tegenover het gebruik ervan.

(3)

Om een hoog niveau van gezondheidsbescherming te waarborgen, moet het grote publiek beter toegang krijgen tot de informatie over de samenstelling van detergentia. Daarom moet op de verpakking van het detergens het adres van de website worden vermeld waar de lijst van bestanddelen als bedoeld in punt D van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 648/2004 gemakkelijk terug te vinden is.

(4)

Allergene geurstoffen moeten worden vermeld indien zij in de vorm van zuivere stoffen zijn toegevoegd. Zij hoeven echter niet te worden vermeld indien zij als samenstellende delen van complexe bestanddelen zoals essentiële oliën of parfums zijn toegevoegd. Met het oog op een grotere transparantie voor de consument moeten allergene geurstoffen in detergentia worden vermeld, ongeacht in welke vorm zij aan het detergens zijn toegevoegd.

(5)

De voor het grote publiek bedoelde lijst van bestanddelen van punt D van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 648/2004 vereist het gebruik van gespecialiseerde wetenschappelijke benamingen die voor het grote publiek veeleer hinderlijk dan nuttig zijn. Bovendien zijn er enkele kleine inconsistenties tussen de informatie die ter beschikking wordt gesteld van het grote publiek en de informatie die overeenkomstig punt C van diezelfde bijlage ter beschikking moet worden gesteld van medisch personeel. De voor het grote publiek bedoelde informatie over bestanddelen moet bevattelijker worden gemaakt door gebruik te maken van de INCI-nomenclatuur die reeds voor bestanddelen van cosmetische producten wordt gebruikt, en de punten C en D moeten op elkaar worden afgestemd.

(6)

Uit de definitie van „detergens” in de verordening blijkt dat de etiketteringsvoorschriften gelden voor alle detergentia, ongeacht of ze al dan niet oppervlakteactieve stoffen bevatten. In punt D van bijlage VII bij Verordening (EG) nr. 648/2004 worden echter voor industriële en institutionele detergentia die oppervlakteactieve stoffen bevatten, andere voorschriften vastgesteld dan voor die welke er geen bevatten. Dit verschil in etiketteringsvoorschriften heeft geen enkel nut en moet worden opgeheven.

(7)

De bijlagen III en VII bij Verordening (EG) nr. 648/2004 moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. Omwille van de duidelijkheid is het wenselijk die bijlagen te vervangen.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité detergentia,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 648/2004 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage III wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze verordening.

2)

Bijlage VII wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1, punt 2, is van toepassing vanaf zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 juni 2006.

Voor de Commissie

Günter VERHEUGEN

Vice-voorzitter


(1)   PB L 104 van 8.4.2004, blz. 1.


BIJLAGE I

„BIJLAGE III

TESTMETHODEN VOOR DE TOTALE BIOLOGISCHE AFBREEKBAARHEID (MINERALISATIE) VAN OPPERVLAKTEACTIEVE STOFFEN IN DETERGENTIA

A.

De referentiemethode in deze verordening voor laboratoriumtesten voor de totale biologische afbreekbaarheid van oppervlakteactieve stoffen is gebaseerd op de norm EN ISO 14593:1999 (CO2 headspace test).

Oppervlakteactieve stoffen in detergentia worden beschouwd als biologisch afbreekbaar indien het volgens een van de onderstaande testen (1) gemeten niveau van biologische afbraak (mineralisatie) binnen 28 dagen ten minste 60 % bedraagt:

1.

de norm EN ISO 14593:1999. Water quality — Evaluation of ultimate aerobic biodegradability of organic compounds in aqueous medium — Method by analysis of inorganic carbon in sealed vessels (CO2 headspace test). Aanpassing vooraf vindt niet plaats. Het beginsel van het venster van tien dagen wordt niet toegepast. (Referentiemethode);

2.

methode C.4-C van Richtlijn 67/548/EEG, bijlage V (CO2-ontwikkelingstest (gewijzigde Sturmtest)). Aanpassing vooraf vindt niet plaats. Het beginsel van het venster van tien dagen wordt niet toegepast;

3.

methode C.4-E van Richtlijn 67/548/EEG, bijlage V (gesloten-flestest). Aanpassing vooraf vindt niet plaats. Het beginsel van het venster van tien dagen wordt niet toegepast;

4.

methode C.4-D van Richtlijn 67/548/EEG, bijlage V (manometrische respirometrie). Aanpassing vooraf vindt niet plaats. Het beginsel van het venster van tien dagen wordt niet toegepast;

5.

methode C.4-F van Richtlijn 67/548/EEG, bijlage V (test van het MITI (ministerie van Internationale Handel en Industrie van Japan)). Aanpassing vooraf vindt niet plaats. Het beginsel van het venster van tien dagen wordt niet toegepast;

6.

de norm ISO 10708:1997. Water quality — Evaluation in an aqueous medium of the ultimate aerobic biodegradability of organic compounds — Determination of biochemical oxygen demand in a two-phase closed bottle test. Aanpassing vooraf vindt niet plaats. Het beginsel van het venster van tien dagen wordt niet toegepast.

B.

Afhankelijk van de fysieke kenmerken van de oppervlakteactieve stof mag, mits dit afdoende wordt gemotiveerd, een van de onderstaande methoden worden gebruikt (2). De eis van ten minste 70 % die voor deze methoden geldt, moet worden beschouwd als equivalent van de eis van ten minste 60 % die geldt voor de onder A genoemde methoden. De passendheid van de keuze van de onderstaande methoden wordt per geval beoordeeld overeenkomstig artikel 5 van deze verordening.

1.

Methode C.4-A van Richtlijn 67/548/EEG, bijlage V (DOC-afvlakkingstest (DOC = opgeloste organische koolstof)). Aanpassing vooraf vindt niet plaats. Het beginsel van het venster van tien dagen wordt niet toegepast. Als criterium voor de biologische afbreekbaarheid gemeten volgens deze test geldt een niveau van ten minste 70 % binnen 28 dagen.

2.

Methode C.4-B van Richtlijn 67/548/EEG, bijlage V (gewijzigde OESO-screeningtest, DOC-afvlakkingstest). Aanpassing vooraf vindt niet plaats. Het beginsel van het venster van tien dagen wordt niet toegepast. Als criterium voor de biologische afbreekbaarheid gemeten volgens deze test geldt een niveau van ten minste 70 % binnen achtentwintig dagen.

NB: De bovengenoemde methoden die uit Richtlijn 67/548/EEG van de Raad komen, zijn ook te vinden in de publicatie „Classification, Packaging and Labelling of Dangerous Substances in the European Union”, Part 2: „Testing Methods”. Europese Commissie 1997. ISBN 92-828-0076-8.


(1)  Deze testen worden het meest geschikt geacht voor oppervlakteactieve stoffen.

(2)  De DOC-methoden kunnen resultaten opleveren over de verwijdering en niet over de totale biologische afbraak. De manometrische-respirometrietest, de MITI-test en de BOD-test in twee fasen zijn in sommige gevallen niet geschikt omdat de hoge aanvankelijke testconcentratie een remmende werking kan hebben.”


BIJLAGE II

„BIJLAGE VII

ETIKETTERING EN GEGEVENSBLAD BETREFFENDE BESTANDDELEN

A.   Etikettering van gehalten

Voor de verpakking van detergentia die aan het grote publiek worden verkocht, gelden de volgende etiketteringsvoorschriften.

De volgende klassen van gewichtspercentage:

minder dan 5 %,

5 % of meer, maar minder dan 15 %,

15 % of meer, maar minder dan 30 %,

30 % en meer,

moeten worden gebruikt om het gehalte van de onderstaande bestanddelen te vermelden indien deze in een concentratie van meer dan 0,2 gewichtspercenten zijn toegevoegd:

fosfaten,

fosfonaten,

anionogene oppervlakteactieve stoffen,

kationogene oppervlakteactieve stoffen,

amfotere oppervlakteactieve stoffen,

niet-ionogene oppervlakteactieve stoffen,

zuurstofbleekmiddelen,

chloorbleekmiddelen,

EDTA en de zouten daarvan,

NTA (nitrilotriazijnzuur) en de zouten daarvan,

fenolen en gehalogeneerde fenolen,

paradichloorbenzeen,

aromatische koolwaterstoffen,

alifatische koolwaterstoffen,

gehalogeneerde koolwaterstoffen,

zeep,

zeolieten,

polycarboxylaten.

Indien de volgende categorieën bestanddelen zijn toegevoegd, moeten deze ongeacht de concentratie worden vermeld:

enzymen,

desinfectiemiddelen,

optische bleekmiddelen,

parfums.

Indien er conserveringsmiddelen zijn toegevoegd, moeten deze ongeacht de concentratie worden vermeld, waarbij, waar mogelijk, de gemeenschappelijke nomenclatuur overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 76/768/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake cosmetische producten (1) moet worden gebruikt.

Allergene geurstoffen, toegevoegd met meer dan 0,01 gewichtsprocent, die voorkomen op de lijst van stoffen in bijlage III, eerste deel, van Richtlijn 76/768/EEG, waarin bij Richtlijn 2003/15/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) de allergene bestanddelen van parfums zijn opgenomen van de lijst die voor het eerst is vastgesteld in advies SCCNFP/0017/98 van het Wetenschappelijk Comité voor cosmetische producten en niet-voedingsproducten (SCCNFP), moeten worden vermeld overeenkomstig de nomenclatuur van die richtlijn, evenals alle andere allergene geurstoffen die later aan bijlage III, eerste deel, van Richtlijn 76/768/EEG worden toegevoegd bij de aanpassing van die bijlage aan de technische vooruitgang.

Indien het SCCNFP vervolgens individuele op risicoanalyse gebaseerde concentratielimieten voor allergene geurstoffen vaststelt, moet de Commissie overeenkomstig artikel 12, lid 2, van deze verordening de aanneming voorstellen van dergelijke limieten ter vervanging van bovengenoemde limiet van 0,01 %.

Het adres van de website waar de in punt D van bijlage VII bedoelde lijst van bestanddelen te vinden is, moet op de verpakking worden vermeld.

Voor detergentia die bestemd zijn om in de industriële en institutionele sector te worden gebruikt en niet aan delen van het grote publiek beschikbaar worden gesteld, behoeft niet aan bovenstaande voorschriften te worden voldaan als in de vorm van technische gegevensbladen, veiligheidsgegevensbladen of op een vergelijkbare geschikte manier gelijkwaardige informatie wordt verstrekt.

B.   Etikettering van doseringsinformatie

Zoals voorgeschreven in artikel 11, lid 4, van deze verordening, gelden de volgende etiketteringsvoorschriften voor de verpakking van detergentia die aan het grote publiek worden verkocht. Op de verpakking van detergentia die aan het publiek worden verkocht en bestemd zijn om als wasmiddel te worden gebruikt, moet de volgende informatie worden vermeld:

de aanbevolen hoeveelheden en/of doseringsvoorschriften, uitgedrukt in milliliter of gram, voor een standaardwasmachinelading, voor de waterhardheidscategorieën zacht, middelhard en hard, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen wasprocédés met één of twee cyclussen;

voor wasmiddelen voor witte was, het aantal standaardwasmachineladingen van „normaal bevuild” wasgoed, en voor wasmiddelen voor fijne was, het aantal standaardwasmachineladingen van „licht bevuild” wasgoed dat met de inhoud van de verpakking kan worden gewassen indien water van gemiddelde hardheid, overeenkomend met 2,5 millimol CaCO3/l, wordt gebruikt;

de capaciteit van meegeleverde maatbekers moet ook in milliliter of in gram worden vermeld, en er moeten onderverdelingen worden aangebracht die de hoeveelheid detergens aangeven die geschikt is voor een standaardwasmachinelading bij een lage, gemiddelde en hoge waterhardheid.

De standaardwasmachinelading bedraagt 4,5 kg droog wasgoed voor wasmiddelen voor witte was en 2,5 kg droog wasgoed voor wasmiddelen voor fijne was, overeenkomstig de definities van Beschikking 1999/476/EG van de Commissie van 10 juni 1999 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor wasmiddelen (3). Wasmiddelen worden als wasmiddel voor witte was beschouwd tenzij de fabrikant voornamelijk wijst op de beschermende eigenschappen van het product, dat wil zeggen op het wassen bij lage temperatuur en van delicate weefsels en kleuren.

C.   Gegevensblad betreffende bestanddelen

Voor het vermelden van bestanddelen op het in artikel 9, lid 3, bedoelde gegevensblad gelden de volgende voorschriften.

Het gegevensblad vermeldt de naam van het detergens en van de fabrikant.

Alle bestanddelen worden vermeld; dit gebeurt in volgorde van het afnemende gewicht ervan en de lijst moet worden onderverdeeld in de volgende klassen van gewichtspercentage:

10 % of meer,

1 % of meer, maar minder dan 10 %,

0,1 % of meer, maar minder dan 1 %,

minder dan 0,1 %.

Onzuiverheden worden niet als bestanddelen beschouwd.

Onder „bestanddelen” wordt verstaan alle chemische stoffen van synthetische of natuurlijke oorsprong die doelbewust in de samenstelling van een detergens worden opgenomen. Voor de toepassing van deze bijlage wordt een parfum, een essentiële olie of een kleurstof als één bestanddeel beschouwd en geen van de daarin opgenomen stoffen hoeft te worden vermeld, met uitzondering van de allergene geurstoffen die zijn opgenomen in de lijst van stoffen in bijlage III, eerste deel, van Richtlijn 76/768/EEG indien de totale concentratie van de allergene geurstof in het detergens hoger is dan de in punt A vermelde limiet.

Van elk bestanddeel worden de gangbare chemische naam of de naam volgens de nomenclatuur van de IUPAC (4) en, indien beschikbaar, de INCI (5)-naam, het CAS-nummer en de benaming volgens de Europese Farmacopee vermeld.

D.   Publicatie van de lijst van bestanddelen

Fabrikanten maken op een website het hierboven vermelde gegevensblad betreffende bestanddelen openbaar, met die uitzondering dat:

informatie over de klassen van gewichtspercentage niet hoeft te worden vermeld;

CAS-nummers niet hoeven te worden vermeld;

de bestanddelen moeten worden vermeld met de naam uit de INCI-nomenclatuur of, indien die naam niet bestaat, met de benaming volgens de Europese Farmacopee. Indien geen van beide namen bestaat, wordt de gangbare chemische naam of de IUPAC-naam gebruikt. Voor een parfum wordt het woord „parfum” gebruikt en voor een kleurstof het woord „colorant”. Een parfum, een essentiële olie of een kleurstof wordt als één bestanddeel beschouwd en geen van de daarin opgenomen stoffen hoeft te worden vermeld, met uitzondering van de allergene geurstoffen die zijn opgenomen in de lijst van stoffen in bijlage III, eerste deel, van Richtlijn 76/768/EEG indien de totale concentratie van de allergene geurstof in het detergens hoger is dan de in punt A vermelde limiet.

De toegang tot de website mag niet aan beperkingen of voorwaarden worden gebonden en de inhoud van de website moet actueel worden gehouden. De website moet een link bieden naar de Pharmacos-website van de Commissie of naar een andere geschikte website die een concordantietabel tussen de INCI-namen, de Europese Farmacopee en de CAS-nummers bevat.

Deze verplichting geldt niet voor industriële of institutionele detergentia of oppervlakteactieve stoffen voor industriële of institutionele detergentia waarvoor een technisch gegevensblad of een veiligheidsgegevensblad beschikbaar is.


(1)   PB L 262 van 27.9.1976, blz. 169. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/80/EG van de Commissie (PB L 303 van 22.11.2005, blz. 32).

(2)   PB L 66 van 11.3.2003, blz. 26.

(3)   PB L 187 van 20.7.1999, blz. 52. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2003/200/EG (PB L 76 van 22.3.2003, blz. 25).

(4)  International Union of Pure and Applied Chemistry.

(5)  International Nomenclature Cosmetic Ingredient.”