|
26.4.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 112/3 |
VERORDENING (EG) Nr. 634/2006 VAN DE COMMISSIE
van 25 april 2006
tot vaststelling van de handelsnorm voor sluitkool en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1591/87
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), en met name op artikel 2, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Sluitkool is een van de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2200/96 vermelde producten waarvoor een handelsnorm moet gelden. Verordening (EEG) nr. 1591/87 van de Commissie van 5 juni 1987 tot vaststelling van kwaliteitsnormen voor sluitkool, spruitkool, bleekselderij en spinazie (2) is herhaaldelijk gewijzigd. Duidelijkheidshalve moeten de voorschriften voor sluitkool worden gescheiden van die voor de overige producten waarop Verordening (EEG) nr. 1591/87 betrekking heeft, en worden vastgesteld in een afzonderlijke verordening. |
|
(2) |
Voor het behoud van de doorzichtigheid op de internationale markten dient daarbij rekening te worden gehouden met „UN/ECE Standard FFV-09 concerning marketing and quality control of headed cabbages” (UN/ECE-norm FFV-09 betreffende het in de handel brengen en de kwaliteitscontrole van sluitkool) die is aanbevolen door de „Working Party on Agricultural Quality Standards” (Werkgroep kwaliteitsnormen voor landbouwproducten) van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (UN/ECE). |
|
(3) |
Verpakkingen die een mengsel van verschillende soorten sluitkool bevatten, komen op de markt steeds vaker voor. Daarom moeten de aanduidingsvoorschriften voor dergelijke verpakkingen worden verduidelijkt. |
|
(4) |
De toepassing van de nieuwe norm moet ertoe leiden dat geen producten van onbevredigende kwaliteit meer op de markt komen, dat de productie wordt afgestemd op de eisen van de consument en dat handelsrelaties op basis van eerlijke concurrentie worden vergemakkelijkt, waarbij een en ander de productie rendabeler zal helpen maken. |
|
(5) |
De norm is van toepassing in alle handelsstadia. Tijdens het vervoer over grote afstanden, de opslag gedurende enige tijd of de verschillende behandelingen van de producten kunnen deze een kwaliteitsverlies ondergaan als gevolg van hun biologische ontwikkeling of hun meer of minder bederfelijke aard. Bij de toepassing van de norm in de handelsstadia na de verzending dient met dit kwaliteitsverlies rekening te worden gehouden. |
|
(6) |
Verordening (EEG) nr. 1591/87 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor verse groenten en fruit, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De handelsnorm voor sluitkool van GN-code 0704 90 is opgenomen in de bijlage.
2. De norm is onder de bij Verordening (EG) nr. 2200/96 vastgestelde voorwaarden van toepassing in alle handelsstadia.
In de stadia na de verzending mogen de producten evenwel de volgende afwijkingen ten opzichte van de voorschriften van de norm vertonen:
|
a) |
een lichte vermindering van de versheid en van de turgescentie; |
|
b) |
een gering kwaliteitsverlies als gevolg van hun ontwikkeling en hun meer of minder bederfelijke aard. |
Artikel 2
Verordening (EEG) nr. 1591/87 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De titel wordt vervangen door: „Verordening (EEG) nr. 1591/87 van de Commissie van 5 juni 1987 tot vaststelling van kwaliteitsnormen voor spruitkool, bleekselderij en spinazie”. |
|
2) |
In artikel 1, eerste alinea, wordt het eerste streepje geschrapt. |
|
3) |
Bijlage I wordt geschrapt. |
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 25 april 2006.
Voor de Commissie
Mariann FISCHER BOEL
Lid van de Commissie
(1) PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 47/2003 van de Commissie (PB L 7 van 11.1.2003, blz. 64).
(2) PB L 146 van 6.6.1987, blz. 36. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).
BIJLAGE
HANDELSNORM VOOR SLUITKOOL
1. DEFINITIE VAN HET PRODUCT
Deze norm heeft betrekking op sluitkool van variëteiten (cultivars) van Brassica oleracea L. var. capitata L. (inclusief rodekool en spitskool) en van Brassica oleracea L. var. sabauda L. (savooienkool) die bestemd is om als vers product aan de consument te worden geleverd, exclusief sluitkool voor industriële verwerking.
2. KWALITEITSVOORSCHRIFTEN
In deze norm wordt aangegeven aan welke kwaliteitseisen sluitkool na opmaak en verpakking moet voldoen.
A. Minimumeisen
In alle kwaliteitsklassen moet sluitkool, onverminderd de voor elke klasse geldende specifieke eisen en de toegestane toleranties, als volgt zijn:
|
— |
intact; ontbrekende buitenste bladeren en barstjes in de stronk worden niet als een gebrek beschouwd, |
|
— |
vers van uiterlijk, |
|
— |
niet geschoten, |
|
— |
gezond; geen producten die zijn aangetast door rot of die zodanige afwijkingen vertonen dat zij niet meer geschikt zijn voor consumptie, |
|
— |
nagenoeg vrij van plagen, |
|
— |
nagenoeg vrij van beschadiging door plagen, |
|
— |
zuiver, nagenoeg vrij van zichtbare vreemde stoffen, |
|
— |
vrij van abnormaal uitwendig vocht, |
|
— |
vrij van een vreemde geur en/of smaak. |
De stronk moet dicht onder de aanzet van de bladeren zijn afgesneden; de bladeren moeten stevig vastzitten en het snijvlak moet glad zijn.
Sluitkool moet in een zodanige conditie zijn dat zij:
|
— |
bestand is tegen vervoer en goederenbehandeling, |
|
— |
in goede staat op de plaats van bestemming kan aankomen. |
B. Indeling in klassen
Sluitkool wordt ingedeeld in de twee hieronder omschreven klassen:
i) Klasse I
Sluitkool van klasse I moet van goede kwaliteit zijn en de kenmerken van de variëteit bezitten. Zij moet vast zijn, afhankelijk van de variëteit.
Sluitkool moet tot vlak bij de stronk van overbodig blad zijn ontdaan. Bij groene savooienkool en vroege kool is enig omblad als bescherming toegestaan.
Sluitkool mag evenwel de volgende kleine afwijkingen vertonen, op voorwaarde dat deze het algemene uiterlijk, de kwaliteit, de houdbaarheid en de presentatie in de verpakking van het product niet nadelig beïnvloeden:
|
— |
scheurtjes in de buitenste bladeren, |
|
— |
lichte kneuzingen en het in geringe mate ontdaan zijn van niet-gave bladdelen, |
|
— |
lichte vorstschade. |
ii) Klasse II
Tot deze klasse behoort sluitkool die niet in klasse I kan worden ingedeeld, maar die voldoet aan de in afdeling A omschreven minimumeisen.
Op voorwaarde dat de sluitkool nog haar essentiële kenmerken op het gebied van kwaliteit, houdbaarheid en presentatie bezit, zijn de volgende afwijkingen toegestaan:
|
— |
scheuren in de buitenste bladeren, |
|
— |
het ontdaan zijn van meer blad, mits de essentiële kenmerken van de variëteit behouden blijven, |
|
— |
kneuzingen en/of beschadigingen die niet dieper gaan dan de buitenste twee bladeren, |
|
— |
lichte sporen van beschadiging door plagen of door ziekte die niet dieper gaan dan de buitenste twee bladeren, |
|
— |
vorstschade. |
3. SORTERINGSVOORSCHRIFTEN
De sortering naar grootte is gebaseerd op het gewicht per stuk. Sluitkool moet ten minste 350 gram per stuk wegen.
In eenzelfde verpakkingseenheid mag het gewicht van het zwaarste exemplaar niet meer dan het dubbele van dat van het lichtste exemplaar bedragen. Als het zwaarste exemplaar niet meer dan 2 kilogram weegt, mag het verschil in gewicht tussen het zwaarste en het lichtste exemplaar tot 1 kilogram bedragen.
De voorschriften voor de sortering naar grootte gelden niet voor miniproducten.
Onder „miniproducten” wordt verstaan sluitkool van door veredeling en/of speciale teelttechnieken verkregen variëteiten (cultivars) die kleine exemplaren opleveren, met uitsluiting van onvolgroeide of te kleine sluitkool van andere dan dergelijke minivariëteiten. Alle andere voorschriften van de norm zijn van toepassing.
4. TOLERANTIES
Per verpakkingseenheid zijn toleranties in kwaliteit en grootte toegestaan voor producten die niet voldoen aan de eisen van de vermelde klasse.
A. Toleranties in kwaliteit
i) Klasse I
10 % van het aantal of het gewicht mag bestaan uit sluitkool die niet aan de eisen voor deze klasse voldoet, maar die wel aan de eisen voor klasse II voldoet of, bij wijze van uitzondering, binnen de toleranties voor klasse II valt.
ii) Klasse II
10 % van het aantal of het gewicht mag bestaan uit sluitkool die niet aan de eisen voor deze klasse en evenmin aan de minimumeisen voldoet, met uitsluiting evenwel van sluitkool die zichtbaar door rot is aangetast of enige andere afwijking vertoont waardoor zij niet meer geschikt is voor consumptie.
B. Toleranties in grootte
Voor alle klassen mag 10 % van het aantal of het gewicht bestaan uit sluitkool die niet aan de vastgestelde eisen voldoet.
Geen enkel exemplaar mag echter minder dan 300 gram wegen.
5. VOORSCHRIFTEN INZAKE DE PRESENTATIE
A. Uniformiteit
De inhoud van elke verpakkingseenheid mag slechts bestaan uit sluitkool van dezelfde oorsprong, dezelfde variëteit en dezelfde kwaliteit.
Sluitkool van klasse I moet uniform van vorm en kleur zijn.
Miniproducten mogen niet sterk in grootte verschillen.
Verschillende soorten sluitkool die onder deze norm vallen, mogen echter samen worden verpakt, op voorwaarde dat de producten in het mengsel van uniforme kwaliteit zijn en, voor elke betrokken soort, uniform zijn wat variëteit, grootte en oorsprong betreft.
Het zichtbare gedeelte van de inhoud van de verpakkingseenheid moet representatief zijn voor het geheel.
In afwijking van het bepaalde in de eerste tot en met de vijfde alinea mogen de producten waarvoor deze norm geldt, onder de in Verordening (EG) nr. 48/2003 van de Commissie (1) vastgestelde voorwaarden met verschillende soorten verse groenten en fruit worden vermengd in verkoopverpakkingen met een nettogewicht van niet meer dan 3 kilogram.
B. Verpakking
Sluitkool moet zo zijn verpakt dat de producten goed worden beschermd.
Het materiaal aan de binnenkant van de verpakkingseenheid moet nieuw en schoon zijn en mag de producten niet uitwendig of inwendig kunnen beschadigen. Er mag materiaal, met name papier of zegels, met handelsaanduidingen worden gebruikt, mits de bedrukking of etikettering met niet-giftige inkt of lijm geschiedt.
In de verpakkingseenheid mogen geen vreemde stoffen voorkomen.
Bij het verwijderen van op elk product afzonderlijk aangebrachte etiketten mag geen zichtbaar spoor van lijm achterblijven en mag de schil niet beschadigd raken.
6. AANDUIDINGSVOORSCHRIFTEN
1. Op elke verpakkingseenheid moeten op één kant duidelijk leesbaar, onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar de volgende gegevens worden vermeld:
A. Identificatie
De naam en het adres van de verpakker en/of de verzender.
Deze vermelding mag worden vervangen:
|
— |
voor alle verpakkingen behalve voorverpakkingen, door de door een officiële dienst bepaalde of goedgekeurde code van de verpakker en/of de verzender, voorafgegaan door de vermelding „verpakker en/of verzender” of een gelijkwaardige afkorting; |
|
— |
uitsluitend voor voorverpakkingen, door de naam en het adres van de in de Gemeenschap gevestigde verkoper, voorafgegaan door de vermelding „verpakt voor:” of een gelijkwaardige vermelding. In dat geval moet de etikettering tevens een code van de verpakker en/of de verzender bevatten. De verkoper verstrekt alle door de controlediensten noodzakelijk geachte inlichtingen met betrekking tot de betekenis van die code. |
B. Aard van het product
|
— |
„Rodekool”, „wittekool”, „spitskool”, „savooienkool” of een gelijkwaardige benaming indien de inhoud van buitenaf niet zichtbaar is. |
|
— |
Voor een mengsel van verschillende soorten sluitkool:
|
C. Oorsprong van het product
|
— |
Land van oorsprong en, eventueel, productiegebied of nationale, regionale of lokale oorsprongsbenaming. |
|
— |
Op verpakkingseenheden die een mengsel van soorten sluitkool van uiteenlopende oorsprong bevatten, moet elk land van oorsprong worden vermeld naast de naam van de betrokken soort. |
D. Handelskenmerken
|
— |
Klasse. |
|
— |
Aantal stuks. |
|
— |
In voorkomend geval, „minisluitkool”, „babysluitkool” of een andere voor miniproducten passende benaming. |
E. Officieel controlemerk (facultatief)
2. De in paragraaf 1 bedoelde gegevens hoeven niet te worden aangebracht op de verpakkingseenheden (colli) wanneer deze laatste verkoopverpakkingen bevatten die van buitenaf zichtbaar zijn en elk van die gegevens zijn voorzien. Op deze verpakkingseenheden mag geen enkele aanduiding voorkomen die misverstanden kan veroorzaken. Wanneer deze verpakkingseenheden op een pallet worden aangeboden, moet zichtbaar op ten minste twee zijden van de pallet een blad zijn bevestigd waarop de betrokken gegevens zijn vermeld.