29.3.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 91/3


VERORDENING (EG) Nr. 499/2006 VAN DE COMMISSIE

van 28 maart 2006

tot opening van een onderzoek naar de mogelijke ontduiking van de bij Verordening (EG) nr. 769/2002 van de Raad inzake cumarine van oorsprong uit de Volksrepubliek China ingestelde antidumpingrechten door verzending van het in te voeren product vanuit Indonesië of Maleisië al dan niet met aangifte van Indonesië of Maleisië als land van oorsprong

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (hierna „de basisverordening” genoemd), en met name op artikel 13, lid 3, en artikel 14, leden 3 en 5,

Na overleg met het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   VERZOEK

(1)

De Commissie heeft een verzoek ontvangen overeenkomstig artikel 13, lid 3, van de basisverordening om een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontduiking van de antidumpingrechten die zijn ingesteld op cumarine van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

(2)

Het verzoek werd ingediend op 13 februari 2006 door de Europese Raad van de Bonden van de Chemische Nijverheid (CEFIC) namens de enige producent, die goed is voor 100 % van de productie van cumarine in de Gemeenschap.

B.   PRODUCT

(3)

Het product waarbij de rechten mogelijkerwijs worden ontdoken is cumarine, een product dat normaliter wordt aangegeven onder GN-code ex 2932 21 00 , van oorsprong uit de Volksrepubliek China (hierna „het betrokken product” genoemd). De GN-code wordt slechts ter informatie verstrekt.

(4)

Het product waarop het onderzoek betrekking heeft is cumarine die vanuit Indonesië en Maleisië wordt verzonden (hierna „het onderzochte product” genoemd) en die normaliter wordt aangegeven onder dezelfde codes als het betrokken product.

C.   THANS GELDENDE MAATREGELEN

(5)

De maatregelen die thans gelden en mogelijkerwijs worden ontdoken, zijn antidumpingrechten die werden ingesteld bij Verordening (EG) nr. 769/2002 van de Raad (2).

D.   MOTIVERING

(6)

Het verzoek bevat voldoende aanwijzingen dat de antidumpingrechten die gelden voor cumarine van oorsprong uit de Volksrepubliek China worden ontdoken door deze goederen in Indonesië en Maleisië over te laden en van daaruit te verzenden.

(7)

Het volgende bewijs werd voorgelegd:

 

In het verzoek wordt aangetoond dat het patroon van de uitvoer uit de Volksrepubliek China, Indonesië en Maleisië naar de Gemeenschap zich na de instelling van antidumpingrechten op het betrokken product sterk heeft gewijzigd en dat hiervoor afgezien van de instelling van deze rechten geen afdoende reden of verklaring is.

 

Dit gewijzigde patroon van de uitvoer lijkt het gevolg te zijn van het feit dat cumarine van oorsprong uit de Volksrepubliek China in Indonesië en Maleisië wordt overgeladen en vanuit deze landen wordt verzonden.

 

Bovendien bevat het verzoek voldoende aanwijzingen dat de corrigerende werking van de thans ten aanzien van het betrokken product geldende antidumpingmaatregelen, zowel wat de ingevoerde hoeveelheden als wat de prijzen betreft, wordt tenietgedaan. Grote hoeveelheden cumarine die vanuit Indonesië en Maleisië worden ingevoerd, lijken in de plaats te zijn gekomen van het betrokken product uit China. Bovendien zijn er voldoende bewijzen dat deze grotere hoeveelheden die uit vorengenoemde landen worden ingevoerd, worden verkocht tegen prijzen die veel lager zijn dan de niet-schadelijke prijs die werd vastgesteld in het kader van het onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid.

 

Ten slotte bevat het verzoek voldoende aanwijzingen dat de prijzen van de cumarine dumpingprijzen zijn ten opzichte van de normale waarde die eerder voor het betrokken product werd vastgesteld.

 

Mocht in de loop van dit onderzoek blijken dat er afgezien van de verzending van de cumarine via Indonesië en Maleisië andere ontduikingspraktijken worden toegepast die in artikel 13 van de basisverordening zijn vermeld, dan kan het onderzoek ook tot deze praktijken worden uitgebreid.

E.   PROCEDURE

(8)

Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat er voldoende bewijzen zijn om de opening van een onderzoek overeenkomstig artikel 13 van de basisverordening te rechtvaardigen, en de invoer van cumarine die vanuit Indonesië en Maleisië wordt verzonden en al dan niet als van oorsprong uit Indonesië en Maleisië wordt aangegeven, te registreren overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening.

a)   Vragenlijsten

(9)

Om de gegevens te verzamelen die zij voor haar onderzoek noodzakelijk acht, zal de Commissie de volgende partijen vragenlijsten toezenden: de producenten/exporteurs en de organisaties van producenten/exporteurs in Indonesië en Maleisië, de producenten/exporteurs en de organisaties van producenten/exporteurs in de Volksrepubliek China, alsmede de importeurs en organisaties van importeurs in de Gemeenschap die medewerking verleenden aan het onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen heeft geleid of die vermeld waren in het verzoek, alsook de autoriteiten van de Volksrepubliek China, Indonesië en Maleisië. Indien nodig zal ook de bedrijfstak van de Gemeenschap om gegevens worden verzocht.

(10)

In ieder geval dienen alle belanghebbenden zo spoedig mogelijk, maar binnen de in artikel 3 van deze verordening vastgestelde termijn, contact op te nemen met de Commissie om vast te stellen of zij in het verzoek zijn genoemd en eventueel om een vragenlijst te verzoeken binnen de termijn die is vastgesteld in artikel 3, lid 1, van deze verordening, aangezien de termijn die is vastgesteld in artikel 3, lid 2, van deze verordening geldt voor alle belanghebbenden.

(11)

De autoriteiten van de Volksrepubliek China, Indonesië en Maleisië zullen in kennis worden gesteld van de opening van het onderzoek.

b)   Het schriftelijk en mondeling verstrekken van inlichtingen

(12)

Alle belanghebbenden worden hierbij verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en de Commissie het nodige bewijsmateriaal toe te zenden. Bovendien kan de Commissie de belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken en kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

c)   Vrijstelling van registratie van de invoer of van maatregelen

(13)

Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening is de invoer van het onderzochte product niet onderworpen aan de registratieverplichting indien de invoer van deze goederen geen ontduiking inhoudt.

(14)

Daar de mogelijke ontduiking buiten de Gemeenschap plaatsvindt, kan vrijstelling overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening worden verleend aan producenten van het betrokken product die kunnen aantonen dat zij geen banden hebben met producenten waarop de antidumpingmaatregelen van toepassing zijn en dat zij zich niet schuldig maken aan ontduikingspraktijken in de zin van artikel 13, leden 1 en 2, van de basisverordening. Producenten die wensen dat hun vrijstelling wordt verleend, dienen hiertoe een terdege met bewijzen gestaafd verzoek in te dienen binnen de termijn die is vastgesteld in artikel 3, lid 3, van deze verordening.

F.   REGISTRATIE

(15)

Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening dient de invoer van het onderzochte product te worden geregistreerd om te waarborgen dat de antidumpingrechten, indien bij het onderzoek zou blijken dat deze worden ontdoken, alsnog met terugwerkende kracht vanaf de datum van registratie van de uit Indonesië en Maleisië verzonden goederen kunnen worden geheven.

G.   TERMIJNEN

(16)

In het belang van behoorlijk bestuur dient een termijn te worden vastgesteld waarbinnen:

belanghebbenden zich bij de Commissie kunnen aanmelden, hun standpunt schriftelijk kunnen uiteenzetten en de Commissie de antwoorden op de vragenlijst en alle andere gegevens die zij voor het onderzoek nuttig achten kunnen toezenden;

producenten in Indonesië en Maleisië om vrijstelling van registratie van de invoer of van maatregelen kunnen verzoeken;

belanghebbenden kunnen verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

(17)

Er wordt op gewezen dat de meeste in de basisverordening genoemde procedurele rechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de in artikel 3 vastgestelde termijn kenbaar maakt.

H.   MEDEWERKING

(18)

Indien een belanghebbende binnen de gestelde termijnen geen toegang geeft tot de nodige informatie, deze anderszins niet verstrekt of het onderzoek ernstig belemmert, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening op grond van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.

(19)

De Commissie kan de verstrekte informatie, indien deze onjuist of misleidend blijkt, buiten beschouwing laten en gebruikmaken van beschikbare gegevens. Indien een belanghebbende geen, of slechts gedeeltelijk medewerking verleent, en de bevindingen daarom op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, kan het resultaat voor hem ongunstiger zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt een onderzoek geopend op grond van artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 om vast te stellen of bij de invoer in de Gemeenschap van cumarine van GN-code ex 2932 21 00 (TARIC-code 2932 21 00 16) die vanuit Indonesië en Maleisië wordt verzonden en al dan niet als van oorsprong uit Indonesië en Maleisië wordt aangegeven de maatregelen van Verordening (EG) nr. 769/2002 worden ontdoken.

Artikel 2

Overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96 wordt de douaneautoriteiten de opdracht gegeven het nodige te doen om de invoer van de in artikel 1 beschreven goederen te registreren.

Deze registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.

De Commissie kan de douaneautoriteiten bij verordening opdracht geven tot beëindiging van de registratie van de invoer in de Gemeenschap van goederen indien deze zijn vervaardigd door producenten die een verzoek om vrijstelling van de registratie hebben ingediend en konden aantonen dat zij de antidumpingmaatregelen niet hebben ontdoken.

Artikel 3

1.   Vragenlijsten dienen bij de Commissie te worden aangevraagd binnen 15 dagen na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, dienen binnen 40 dagen na de bekendmaking van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie, tenzij anders vermeld, contact met de Commissie op te nemen, hun standpunt uiteen te zetten en de Commissie de antwoorden op de vragenlijst en eventuele andere gegevens te doen toekomen.

3.   Producenten in Indonesië en Maleisië die bij de invoer vrijstelling van registratie of van maatregelen wensen, dienen hiertoe een met bewijsmateriaal gestaafd verzoek in te dienen binnen dezelfde termijn van 40 dagen.

4.   Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

5.   Alle opmerkingen over deze kwestie, verzoeken om een mondeling onderhoud, om vragenlijsten of om vrijstelling van de registratie of van maatregelen moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de betrokkene. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de gegevens waarom in deze verordening wordt verzocht, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die op vertrouwelijke basis worden verstrekt, moeten van het opschrift „Limited” (3) zijn voorzien en moeten overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de basisverordening vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie waarop is vermeld „For inspection by interested parties”.

Correspondentieadres van de Commissie:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Handel

Directoraat B

Kamer: J-79 5/16

B-1049 Brussel

Fax (+32-2) 295 65 05

.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 maart 2006.

Voor de Commissie

Peter MANDELSON

Lid van de Commissie


(1)   PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 (PB L 340 van 23.12.2005, blz. 17).

(2)   PB L 123 van 9.5.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1854/2003 (PB L 272 van 23.10.2003, blz. 1).

(3)  Dit betekent dat de documenten slechts voor intern gebruik zijn bestemd en beschermd zijn in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Deze documenten zijn vertrouwelijk op grond van artikel 19 van de basisverordening en artikel 6 van de WTO-overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van artikel VI van de GATT 1994 (Antidumpingovereenkomst).