|
18.1.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 12/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 73/2006 VAN DE RAAD
van 13 januari 2006
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 92/2002 tot instelling van definitieve antidumpingrechten en tot de definitieve invordering van de voorlopige antidumpingrechten op ureum uit Belarus, Bulgarije, Estland, Kroatië, Libië, Litouwen, Oekraïne en Roemenië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), en met name op de artikelen 8 en 9,
Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg in het kader van het Raadgevend Comité heeft ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
A. VOORAFGAANDE PROCEDURE
|
(1) |
Op 21 oktober 2000 heeft de Commissie met een bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (2) de inleiding aangekondigd van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van ureum uit Belarus, Bulgarije, Egypte, Estland, Kroatië, Libië, Litouwen, Oekraïne, Polen en Roemenië. |
|
(2) |
In het kader van deze procedure werden bij Verordening (EG) nr. 1497/2001 van de Commissie (3) voorlopige antidumpingrechten ingesteld op ureum uit Belarus, Bulgarije, Estland, Kroatië, Libië, Litouwen, Oekraïne en Roemenië en werd de procedure ten aanzien van Egypte en Polen beëindigd. |
|
(3) |
Bij dezelfde verordening heeft de Commissie een verbintenis aanvaard die was aangeboden door een Bulgaarse producent/exporteur, namelijk Chimco AD. Op de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 1497/2001 werd door deze onderneming geproduceerd ureum overeenkomstig artikel 3, lid 1, van die verordening vrijgesteld van de voorlopige antidumpingrechten. |
|
(4) |
Vervolgens werden bij Verordening (EG) nr. 92/2002 van de Raad (4) definitieve antidumpingrechten ingesteld op ureum uit Belarus, Bulgarije, Estland, Kroatië, Libië, Litouwen, Oekraïne en Roemenië. Bij die verordening en op de daarin vermelde voorwaarden werd Chimco AD vrijgesteld van het definitieve antidumpingrecht, mits het door deze onderneming geproduceerde ureum rechtstreeks wordt uitgevoerd naar de eerste onafhankelijke afnemer in de Europese Gemeenschap, daar in de voorlopige fase van de procedure reeds definitief een verbintenis van die onderneming was aanvaard. Zoals vermeld in overweging 137 van de definitieve verordening werd de in de verbintenis vermelde minimumprijs aangepast vanwege de wijziging van de schademarge. |
B. NIET-NAKOMING VAN DE VERBINTENISSEN
|
(5) |
Volgens de verbintenis moet Chimco AD, bij de uitvoer van ureum naar de Europese Gemeenschap, onder andere prijzen hanteren die gelijk zijn aan of hoger dan de in de verbintenis vermelde minimuminvoerprijzen. Of de minimuminvoerprijs in acht is genomen, wordt bepaald aan de hand van de gewogen gemiddelde invoerprijs per kwartaal. Chimco AD had zich er ook toe verbonden de verbintenis niet te ontduiken door compensatieregelingen met derden. Voorts was Chimco AD ertoe verplicht de Europese Commissie ieder kwartaal een verslag te doen toekomen over zijn gehele uitvoer van ureum naar de Europese Gemeenschap. |
|
(6) |
Chimco AD heeft nagelaten voor twee kwartaalverslagen nadere gegevens te verstrekken op een technisch aanvaardbare wijze. Daarna heeft Chimco AD geen gegevens meer doen toekomen in verband met de kwartaalverslagen. De conclusie is derhalve dat Chimco AD niet aan de verplichting heeft voldaan de Europese Commissie ieder kwartaal een verslag te doen toekomen over zijn gehele uitvoer van ureum naar de Europese Gemeenschap en dat zij de verbintenis dus niet is nagekomen. |
|
(7) |
In Verordening (EG) nr. 2082/2005 van de Commissie (5) is nader omschreven op welke wijze de onderneming de verbintenis niet is nagekomen. |
|
(8) |
Gezien het niet-nakomen van de verbintenis is de aanvaarding van de door Chimco AD aangeboden verbintenis (aanvullende Taric-code A272) bij Verordening (EG) nr. 2082/2005 ingetrokken en moet onverwijld een definitief antidumpingrecht worden ingesteld op het door Chimco AD geproduceerde ureum. |
|
(9) |
Overeenkomstig artikel 8, lid 9, van Verordening (EG) nr. 384/96 moet de hoogte van het antidumpingrecht worden vastgesteld aan de hand van de feiten die zijn vastgesteld bij het onderzoek dat tot de verbintenis heeft geleid. Aangezien het betrokken onderzoek bij Verordening (EG) nr. 92/2002 met een definitieve vaststelling van dumping en schade was afgesloten, dient het definitieve antidumpingrecht te worden vastgesteld op het niveau en in de vorm die bij die verordening zijn vastgesteld, namelijk 21,43 EUR per ton van de nettoprijs franco grens Gemeenschap, vóór inklaring. |
C. WIJZIGING VAN VERORDENING (EG) Nr. 92/2002
|
(10) |
Verordening (EG) nr. 92/2002 moet daarom worden gewijzigd, rekening houdend met het bovenstaande, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 92/2002 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In artikel 1, lid 2, wordt de regel betreffende Bulgarije vervangen door:
|
|
2) |
In artikel 2, lid 1, wordt de regel betreffende Bulgarije vervangen door:
|
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 13 januari 2006.
Voor de Raad
De voorzitster
U. PLASSNIK
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(2) PB C 301 van 21.10.2000, blz. 2.
(3) PB L 197 van 21.7.2001, blz. 4.
(4) PB L 17 van 19.1.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1107/2002 (PB L 168 van 27.6.2002, blz. 1).