|
8.3.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 69/1 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 7 juni 2005
betreffende het bedrijfsherstructureringsplan van Alitalia
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1651)
(Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek)
(Voor de EER relevante tekst)
(2006/176/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,
Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),
Na de belanghebbenden overeenkomstig genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (1), en gezien deze opmerkingen,
Overwegende hetgeen volgt:
I. PROCEDURE
|
(1) |
Op 15 oktober 2004 heeft Italië het bedrijfsherstructureringsplan van de maatschappij Alitalia bij de Commissie aangemeld, en met name de geplande herkapitalisatie van de maatschappij en de door de overheidsholding Fintecna SpA geplande investering in haar grondafhandelingsactiviteiten. Naar aanleiding van een verzoek om nadere gegevens van de Commissie van 21 oktober heeft Italië de Commissie een aantal gegevens verstrekt bij brieven van 21, 23 en 29 december 2004, alsook tijdens een aantal bijeenkomsten op respectievelijk 27 oktober, 26 november en 14 december 2004. |
|
(2) |
Bij brief van 20 januari 2005 (SG (2005) D/200261) heeft de Commissie Italië in kennis gesteld van haar besluit om de procedure van artikel 88, lid 2, van het Verdrag in te leiden ten aanzien van de onderhavige steunmaatregel. |
|
(3) |
De Commissie heeft de procedure ingeleid bij besluit van 19 januari 2005 („besluit tot inleiding van de procedure”), bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie van 19 februari 2005 (2). De Commissie heeft de belanghebbenden verzocht hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregel kenbaar te maken binnen een maand na de datum van bekendmaking, dus uiterlijk op 19 maart 2005. |
|
(4) |
Op 17, 18 en 22 maart 2005 (3) hebben derden opmerkingen aan de Commissie toegezonden en verklaard dat deze geen vertrouwelijke gegevens bevatten. De Commissie heeft deze opmerkingen (ook die welke laattijdig waren ingediend) dan ook aan de Italiaanse autoriteiten doorgestuurd, bij brieven van 18 en 30 maart 2005, met het verzoek binnen een maand te reageren. Met het oog op de grootst mogelijke transparantie van de procedure hebben de diensten van de Commissie besloten ook rekening te houden met de laattijdig ingediende opmerkingen van derden, en deze net zoals de tijdig ontvangen opmerkingen van derden aan de Italiaanse autoriteiten door te sturen (wat is gebeurd op 30 maart). De reactie van Italië op de opmerkingen van derden en op het besluit tot inleiding van de procedure, zijn aan de Commissie toegezonden bij brieven van 18 en 20 april 2005. |
|
(5) |
Voorts was er op 8 april 2005 een bijeenkomst met de Italiaanse autoriteiten. Naar aanleiding daarvan heeft Italië de bij vorengenoemde brieven van 18 en 20 april door de Commissie gevraagde gegevens toegezonden. Bij brieven van 22 en 28 april 2005, 31 mei 2005 en 6 juni 2005 heeft Italië nog nadere gegevens doen toekomen waarom de Commissie onder andere op 20 april had verzocht. |
II. BESCHRIJVING
II.1. Situatie in juli 2004 en aanmelding
II.1.1. Recente financiële ontwikkeling van Alitalia
|
(6) |
De financiële situatie van de maatschappij, die momenteel voor 62,3 % door de Italiaanse staat wordt gecontroleerd, is vanaf 2003 sterk achteruitgegaan. Uit de balans 2003 bleek een toename van de verliezen, vóór belastingen en uitzonderlijke financiële lasten (379,5 miljoen euro in 2003 tegenover 118,5 miljoen euro in 2002). In 2004 daalde de omzet met 6 % ten opzichte van 2003, met aanzienlijke gevolgen overigens voor de boekingswijze van de luchthaventaksen. Over het geheel genomen wordt voor het hele boekjaar 2004 een nettoverlies van 850 miljoen euro verwacht. Het resultaat van het vierde kwartaal 2004 (- 104 miljoen euro vóór belastingen en buitengewone posten) viel niettemin beter uit dan dat van 2003 (- 151 miljoen euro). Tegen deze achtergrond heeft de Commissie op 20 juli 2004 bij besluit van 20 juli 2004 (4) een reddingssteunmaatregel goedgekeurd voor maximaal 400 miljoen euro („besluit inzake reddingssteun”), bestaande uit een staatsgarantie voor kaskredieten tegen een rente van 4,43 % per jaar, die binnen maximaal 12 maanden na de laatste uitbetaling van de middelen moesten worden terugbetaald. Volgens het rekeningverslag van de bestuurders van Alitalia van 30 juni 2004 zouden met deze lening de financiële behoeften van de onderneming tot maart 2005 kunnen worden gedekt. |
|
(7) |
De Italiaanse autoriteiten zijn in het kader van bovengenoemd besluit van de Commissie de volgende verbintenissen aangegaan:
|
II.1.2. De aangemelde herstructureringsmaatregelen
|
(8) |
Op 20 september 2004 heeft de raad van bestuur van Alitalia een nieuw ondernemingsplan („Piano industriale 2005-2008”) goedgekeurd om het hoofd te bieden aan de sterk verslechterde financiële situatie. Het plan omvat een volledige reeks maatregelen met het oog op het herstel van de economische levensvatbaarheid van de onderneming dankzij een verhoging van de productiviteit en het aantal werkuren, kostenbeheersing, een beter gebruik van de vloot, enz. Het nieuwe plan voorziet ook in de scheiding van de twee activiteiten van Alitalia: enerzijds de luchtvervoersactiviteiten („AZ Fly”), waarvoor de rechtsvorm van de huidige maatschappij gehandhaafd blijft, en anderzijds de dienstverlenende activiteiten („AZ Services”), die worden ondergebracht in een dochteronderneming die zich zal bezighouden met onderhouds-, grondafhandelings-, informatica- en gedeelde diensten (shared services). Het plan voorziet ook in de afvloeiing van 3 679 werknemers in Italië via hiertoe vastgestelde regelingen, zoals de „cassa integrazione” (werkloosheidsregeling), die is uitgebreid tot de luchtvervoerssector, om de sociale gevolgen van deze maatregelen te verzachten. |
|
(9) |
De herstructurering van Alitalia omvat een dubbele herkapitalisatie:
|
II.1.2.1. De herkapitalisatie van AZ Fly
|
(10) |
Net zoals bij de herkapitalisatie van 2002 moet de bijdrage van de staat tegelijk met die van de particuliere sector worden geleverd; de Italiaanse autoriteiten hebben zich bereid verklaard dezelfde verbintenissen aan te gaan als destijds. Aangezien de aanmelding in een zeer vroeg stadium was gebeurd, waren de intentieverklaringen van de banken, waarin zij zich bereid verklaren in te staan voor de goede afloop van de operatie wat de deelname van de particuliere investeerders betreft, echter nog niet voorhanden op het moment van de aanmelding. Bovendien moet een aantal aspecten van de operatie nog nader worden bepaald, zoals bijvoorbeeld een aan de herkapitalisatie voorafgaande kapitaalvermindering ter compensatie van de eerdere verliezen; dit kan van invloed zijn op het aandeel waarop de staat, met inachtneming van haar verbintenis om Alitalia te privatiseren, kan intekenen. |
II.1.2.2. De herkapitalisatie van AZ Services
|
(11) |
De twee partijen, Alitalia en Fintecna, hebben twee intentieverklaringen ondertekend en met de hulp van hun respectieve adviseurs overeenstemming bereikt over een valorisatiesysteem waarmee Fintecna tegen 2008 een rentabiliteit van ongeveer 25 % van de geïnvesteerde middelen zou halen; een aantal aspecten moet echter nog door de partijen worden overeengekomen. |
II.2. Eerste beoordeling van de Commissie in het besluit tot inleiding van de procedure
|
(12) |
Op basis van de beschikbare gegevens kan de Commissie niet uitsluiten dat de hierboven beschreven herkapitalisaties staatssteun vormen, omdat zij niet in overeenstemming zijn met het principe van de particuliere investeerder in een markteconomie. Aangezien Alitalia reeds in aanmerking is gekomen voor herstructureringssteun, die is goedgekeurd in 1997, bevestigd in 2001 en verleend tussen 1996 en 2001, kan de maatschappij op basis van het principe van eenmalige steun niet nog eens steun ontvangen. |
|
(13) |
De Commissie wenste dus ten aanzien van de herkapitalisatie van AZ Fly voor een bedrag van 1,2 miljard euro definitieve garanties met betrekking tot de effectieve en parallelle participatie van de particuliere sector en de door Italië in juli 2004 aangegane verbintenis om de maatschappij te privatiseren. |
|
(14) |
Wat betreft de controle over AZ Services door de overheidsholding Fintecna wenste de Commissie, mede aan de hand van een onafhankelijke expertise, de rentabiliteit van de gehele operatie na te gaan zodra de uitvoeringsbepalingen daarvan waren vastgesteld, ook met betrekking tot de toekomstige contractuele betrekkingen en rekening houdend met het bestaan van preferente aandelen. |
|
(15) |
De Commissie heeft derhalve besloten de formele onderzoeksprocedure in te leiden om, gelet op de kritieke kaspositie van de onderneming, zo snel mogelijk na te gaan of de twee herkapitalisatiemaatregelen verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt. |
|
(16) |
Voorts wil zij de belanghebbende derden in de gelegenheid stellen te reageren op alle aspecten van het herstructurerings- en herkapitalisatieplan van Alitalia die volgens hen onder haar aandacht moeten worden gebracht. Als de onder dit besluit vallende herkapitalisatiemaatregelen als „staatssteun” worden aangemerkt, zouden alle op dit gebied geldende communautaire voorschriften moeten worden toegepast om een besluit te nemen over de eventuele verenigbaarheid ervan. Nieuwe herstructureringssteun zou echter zeker een inbreuk vormen op het principe van eenmalige steun (aangezien de maatschappij Alitalia in het verleden reeds staatssteun heeft ontvangen en er sinds het laatste herstructureringsplan 2000-2001 nog geen periode van tien jaar is verlopen). De Commissie heeft er voorts op gewezen dat in het kader van de in 1997 toegestane herstructureringssteun was besloten dat geen andere vergelijkbare steun zou worden verleend. Tot slot zijn de Italiaanse autoriteiten op het moment van de goedkeuring van de reddingssteun in juli 2004 een analoge verbintenis aangegaan in verband met de herkapitalisatie. |
|
(17) |
In haar besluit tot inleiding van de procedure concludeert de Commissie dat zij, mochten de herkapitalisatiemaatregelen of de aan Alitalia toegekende voordelen als staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag worden aangemerkt, betwijfelt dat deze steun verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kan zijn op grond van de uitzonderingen van artikel 87, leden 2 en 3, van het Verdrag. |
III. OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN
III.1. Mededeling met betrekking tot de opmerkingen van belanghebbenden
|
(18) |
De Commissie merkt op dat de belanghebbende derden (een aantal luchtvaartmaatschappijen en een representatieve vereniging van een aantal luchtvaartmaatschappijen) deels kritiek hebben op de geplande financieringen, namelijk de herkapitalisatie van AZ Fly en de verwerving van de controle over AZ Services door Fintecna, naar aanleiding waarvan de onderzoeksprocedure is ingeleid bij besluit van 19 januari 2005, doch vooral op het gebruik door Alitalia van de reddingssteun en met name op de ontwikkeling van de maatschappij op het gebied van de routes en het prijsbeleid. In de onderstaande opmerkingen van derden heeft de Commissie getracht deze twee aspecten los van elkaar te behandelen. De Commissie wijst erop dat zij met het oog op de grootst mogelijke transparantie bij de besluitvorming en voor het geval een aspect van de herkapitalisatie als steun zou worden aangemerkt en dus als zodanig zou moeten worden beoordeeld, de belanghebbende derden wel in de mogelijkheid heeft gesteld hun opmerkingen over de reddingssteun te formuleren, doch dat de procedure niet is ingeleid ten aanzien van dit punt. |
III.2. Opmerkingen van belanghebbenden
III.2.1. Door acht Europese maatschappijen op 17 maart 2005 gezamenlijk ingediende opmerkingen
|
(19) |
De acht luchtvaartmaatschappijen Austrian Airlines, British Airways, Finnair, Hapag Lloyd Flug, Iberia, Lufthansa, Scandinavian Airlines en TAP, hierna „de acht maatschappijen” genoemd, stellen in hun gezamenlijke brief van 17 maart 2005 dat de voorwaarden voor de toekenning van de reddingssteun niet zijn vervuld, dat het plan voor de herstructurering van Alitalia nieuwe steunmaatregelen inhoudt en dat de combinatie van de twee spill-over effecten heeft teweeggebracht. |
III.2.1.1. Opmerkingen met betrekking tot de herkapitalisaties
|
(20) |
De acht maatschappijen zijn van oordeel dat de Commissie zich te veel concentreert op de vermindering van de staatsparticipatie in Alitalia en dat ook de verenigbaarheid van de herkapitalisatie van AZ Fly, de verwerving van de controle over AZ Services en de maatregelen inzake overheidssteun ook betwistbaar zijn; volgens hen is niet gehandeld overeenkomstig het principe van de particuliere investeerder omdat Alitalia niet kan garanderen dat de investeringen voldoende vruchten zullen afwerpen. In een bijlage merken de acht maatschappijen het volgende op:
|
III.2.1.2. Opmerkingen met betrekking tot de commerciële ontwikkelingen en de reddingssteun
|
(21) |
Volgens de acht maatschappijen is het kritieke punt dat Alitalia gebruik heeft gemaakt van technieken om haar capaciteit te verhogen en nieuwe routes te openen die volgens hen verlieslatend zijn door het agressieve prijsbeleid van Alitalia. |
|
(22) |
Volgens de acht maatschappijen konden de nieuwe routes naar Oost-Europa worden geopend dankzij de theoretische sluiting van oude routes die in realiteit worden geëxploiteerd door partners zoals Air France en Alitalia Express en waarop Alitalia onbeperkt plaatsen kan verkopen en de desbetreffende omzet kan binnenhalen dankzij code sharing-overeenkomsten zonder beperkingen. |
|
(23) |
Voorts is de opening van nieuwe routes naar Skopje, Zagreb, Timisoara, Budapest, Sarajevo en Sint-Petersburg in november 2004 volgens hen economische nonsens; de meeste daarvan hangen nauw samen met „ethnische” verkeersstromen in de zomermaanden en Alitalia heeft het bij de opening van deze lijnen toegepaste prijsbeleid ook later nog toegepast om haar toestellen te vullen, wat tot verlieslatende lijnen heeft geleid. |
|
(24) |
De acht maatschappijen besluiten dat de permanente steun aan AZ Fly een onbevredigend status quo in stand houdt dat een definitieve oplossing voor een consolidering en een beperking van de activiteiten in de weg staat en ondertussen de moeilijkheden van de maatschappij overdraagt op haar efficiëntere concurrenten. De maatschappijen verzoeken de Commissie derhalve de nodige voorzieningen te treffen om deze situatie bij te sturen. |
|
(25) |
In bijlage 2 bij hun brief van 17 maart 2005 vergelijken de acht maatschappijen de ontwikkeling van het aanbod van Alitalia in de eerste week van respectievelijk juni 2004 en juni 2005:
|
|
(26) |
Aan de hand van de bij de brief gevoegde tabellen illustreren de acht maatschappijen hun argumentering betreffende de volgende punten:
|
|
(27) |
Tot slot betwisten de acht maatschappijen in bijlage 1 bij hun brief de noodzaak van de reddingssteun op grond van de volgende redenen:
|
III.2.2. Aanvullende opmerkingen van British Airways (BA) van 18 maart 2005
III.2.2.1. Opmerkingen met betrekking tot de herkapitalisaties
|
(28) |
In haar brief aan de Commissie van 18 maart 2005 herinnert BA aan de eerder aan Alitalia toegekende en door de Commissie goedgekeurde steun; BA vindt dat de geplande herkapitalisaties in de huidige situatie niet in overeenstemming zijn met het principe van de particuliere investeerder in een markteconomie, en dat zij nieuwe steun vormen die onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt. BA betreurt dat de in het besluit tot inleiding van de procedure verstrekte gegevens ontoereikend zijn en vraagt extra tijd om haar opmerkingen over eventuele nieuwe documenten te formuleren. De maatschappij noemt in dit verband de voorwaarden voor de aan Alitalia toegekende leningen en de overdracht van de schulden aan AZ Services. |
III.2.2.2. Opmerkingen met betrekking tot de commerciële ontwikkelingen en de reddingssteun
|
(29) |
BA bevestigt de gezamenlijk met de overige zeven luchtvaartmaatschappijen geformuleerde opmerkingen en is van oordeel dat Alitalia de reddingssteun heeft gebruikt om zich verder te ontwikkelen tot buiten de grenzen van de markt. BA voelt zich met name benadeeld door de route Italië-Delhi, waarvoor de Italiaanse markt beperkt is en die daarentegen grotendeels op de Britse markt is gericht. |
|
(30) |
BA brengt nog drie andere aspecten naar voren:
|
III.2.3. Aanvullende opmerkingen van Austrian Airlines van 17 maart 2005
|
(31) |
In een brief met aanvullende gegevens die op 17 maart 2005 aan de Commissie is toegezonden, neemt Austrian Airlines (OS) grotendeels de gezamenlijk met de andere zeven luchtvaartmaatschappijen geformuleerde argumenten of die van BA over. Met betrekking tot Alitalia's marktgedrag en de reddingssteun onderstreept OS evenwel dat Alitalia's marktgedrag een bijzondere impact heeft gehad op zijn eigen marktpositie, aangezien OS opereert op een nabij gelegen markt waar reeds veel andere concurrentievormen zijn, die door OS weliswaar als „normaal” worden beschouwd voor zover er geen sprake is van overheidssteun, maar die toch duidelijk aanwezig zijn (low cost maatschappijen of maatschappijen uit Centraal-Europa, zoals Czech Airlines bijvoorbeeld). |
|
(32) |
Bij haar brief heeft OS kopieën van interne e-mails gevoegd waarin wordt getracht aan te tonen dat Alitalia op een bepaalde markt en op een bepaald moment als prijsleider opereert; voorts zijn een aantal vergelijkende tabellen bijgevoegd voor vluchten vanuit Brussel van Alitalia en OS op een twintigtal routes in de periode maart-mei 2005. |
III.2.4. Opmerkingen van de ELFAA van 22 maart 2005
|
(33) |
De ELFAA (European Low Fares Airline Association), die in maart 2005 uit tien luchtvaartmaatschappijen bestond (Norwegian, Transavia, Hapag-Lloyd Express, Air Berlin, Flybe, Sterling, Sky Europe, Wizzair, Sverige flyg en Ryanair) heeft haar opmerkingen bij fax van 22 maart 2005 aan de Commissie toegezonden. |
|
(34) |
Wat de vorm betreft, wenst de ELFAA toegang te hebben tot het dossier als belanghebbende partij, en wenst zij bovendien te worden geraadpleegd voordat een definitief besluit wordt genomen. Zij betreurt dat de Commissie niet heeft gewacht op de definitieve gegevens van Italië om de procedure in te leiden, en is van oordeel dat dit, én het feit dat in de tekst van het besluit tot inleiding van de procedure de uitdrukking „ernstige twijfels” niet voorkomt, aangeeft dat de Commissie de voorschriften inzake staatssteun in het onderhavige geval niet strikt wil toepassen. |
III.2.4.1. Opmerkingen met betrekking tot de herkapitalisaties
|
(35) |
Wat de inhoud van het besluit tot inleiding van de procedure betreft, kant de ELFAA zich resoluut tegen de door Italië vastgestelde maatregelen. Zij noemt met name de overdracht van 1,6 miljard euro schulden van Alitalia Fly aan AZ Servizi, de overheidssteun voor een bedrag van 300 miljoen euro voor het sociaal plan en de geplande herkapitalisatie van AZ Fly door de Italiaanse staat voor een bedrag van 750 miljoen euro. |
III.2.4.2. Opmerkingen met betrekking tot de commerciële ontwikkelingen en de reddingssteun
|
(36) |
De ELFAA is van oordeel dat Alitalia met de bekendmaking van haar voornemen om haar vloot uit te breiden, een concurrerend bedrijf over te nemen en nieuwe routes te openen inbreuk heeft gemaakt op de voorwaarden voor reddingssteun. Voorts wijst de ELFAA erop dat AZ het exclusieve gebruik heeft van bepaalde luchthaveninfrastructuur zonder dat de kosten daarvan volledig worden doorberekend in de kosten die aan de maatschappij worden gefactureerd, en dat AZ openbaredienstverplichtingen aanvoert die niet gerechtvaardigd zijn op grond van Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad van 23 juli 1992 met betrekking tot de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire routes (6); De ELFAA verwijst in dit verband naar het recente geval van de 18 routes tussen Sardinië en het vasteland (7). |
IV. OPMERKINGEN VAN ITALIË
|
(37) |
Net zoals de opmerkingen van de belanghebbende derden is ook de reactie van Italië opgesplitst in twee delen: enerzijds de aspecten ten aanzien waarvan de procedure is ingeleid (d.w.z. de geplande herkapitalisatie van AZ Fly en de verwerving van een deelneming in AZ Services door Fintecna) en anderzijds de reacties met betrekking tot de controle op de in 2004 goedgekeurde reddingssteun, waarvoor de Commissie om de reacties van derden en van Italië had verzocht. Wat dit laatste aspect betreft, gaat het om de ontwikkeling van het aanbod en het marktgedrag van Alitalia, alsook om de voorwaarden voor het gebruik van de door de reddingssteun gegarandeerde lening. Tot slot worden een paar reacties van Italië vermeld met betrekking tot een aantal opmerkingen van derden die los staan van deze twee aspecten. |
|
(38) |
Italië is van oordeel dat de opmerkingen van de ELFAA onontvankelijk zijn omdat ze dateren van 21 maart 2005 en dus geformuleerd zijn na afloop van de termijn van één maand vanaf de bekendmaking van het besluit tot inleiding van de procedure, doch heeft niettemin ook op deze opmerkingen gereageerd. |
|
(39) |
De Italiaanse autoriteiten hebben voorts een nota aan de Commissie toegezonden waarin zij aandringen op een spoedige positieve beschikking; zij wijzen erop dat de datum van de vergadering van de aandeelhouders van Alitalia in verband met de goedkeuring van de rekeningen 2004 was vastgesteld op 27 en 28 juni, d.w.z. net binnen de wettelijke termijn van 180 dagen na afsluiting van het boekjaar; voorts melden ze dat de vergadering van de raad van bestuur betreffende de goedkeuring van de ontwerp-balans was gepland voor 20 mei 2005 (8). Bij ontstentenis van een goedkeuring door de Commissie van de herkapitalisatie, of ten minste een indicatie daarvan, sluit Alitalia het risico niet uit dat de balans, gelet op de geaccumuleerde verliezen, zal moeten worden opgesteld uitgaande van een liquidatie en niet van een voortzetting van het boekjaar. |
IV.1. In het kader van het besluit tot inleiding van de procedure ingediende opmerkingen
IV.1.1. Met betrekking tot de herkapitalisatie van AZ Fly
|
(40) |
In dit verband preciseert Italië dat Alitalia zich tot een aantal Italiaanse en buitenlandse bankinstellingen heeft gewend voor intentiebrieven waarin deze verklaren in te staan voor de goede afloop van de geplande herkapitalisatie, in de geest van de intentiebrieven die bij de herkapitalisatie van 2002 waren ontvangen en in overeenstemming met de verzoeken van de Commissie. Italië verklaart van de Deutsche Bank een dergelijke toezegging te hebben verkregen, die ook betrekking heeft op het aandeel van de Italiaanse staat waarvoor deze niet zal kunnen inschrijven op de herkapitalisatie vanwege de verbintenis om zijn participatie aan het eind van de operatie op minder dan 50 % van het kapitaal van Alitalia te brengen. Italië is van oordeel dat de grotere reikwijdte van deze verbintenis ten opzichte van 2002 betekent dat de privatisering effectief uitvoerbaar is en bevestigt dat de teneur van de brief alle twijfels omtrent het bedrag en de precieze voorwaarden van de participatie van de staat in de herkapitalisatie wegneemt. |
|
(41) |
De Commissie heeft een kopie van de toezeggingsbrief van 19 april 2004 van de Deutsche Bank aan Alitalia ontvangen, waarbij eerstgenoemde accepteert een overeenkomst te sluiten om de goede afloop van de herkapitalisatie te (laten) garanderen voor een bedrag van 1,2 miljard euro, met een maximumrisico van 650 miljoen euro en hoe dan ook voor een bedrag waarmee de participatie van de Italiaanse staat kan worden teruggebracht tot 49,9 % van het kapitaal van de maatschappij. De Deutsche Bank en AZ Fly zijn overeengekomen dat de prijs of de prijsklasse voor de uitgifte van de nieuwe aandelen gezamenlijk zal worden vastgesteld en zal worden verlaagd met ten minste […] (*1) % ten opzichte van de beursprijs, na aftrek van de waarde van het intekenrecht. |
|
(42) |
Italië heeft de Commissie een analyse door de Deutsche Bank doen toekomen waarin de omstandigheden van de herkapitalisatie van AZ Fly worden vergeleken met die van analoge operaties op een aantal Europese markten vanaf 2003:
|
|
(43) |
Italië heeft gepreciseerd dat het bovengenoemde verschil van […] % geldt voor alle nieuw uitgegeven aandelen en heeft verklaard geen enkel ander verzoek van de Deutsche Bank te hebben ontvangen met betrekking tot specifieke voorwaarden voor de inschrijving op de door de bank te garanderen aandelen; tussen de Deutsche Bank en het ministerie van Economisch Zaken bestaat evenmin een dergelijke overeenkomst. |
|
(44) |
De garantie- en beheerspremies zijn vastgesteld op […] % van de door de Deutsche Bank of het consortium gegarandeerde waarde; hierbij komt nog een bereidstellingsprovisie van […] %. Italië heeft in dit verband een analyse van de Deutsche Bank toegezonden waaruit blijkt dat deze totale premie [van ongeveer 5 %] (*2) van de gegarandeerde waarde in overeenstemming is met de vaste praktijk voor dergelijke operaties sinds eind 2002:
|
|
(45) |
Om de effectiviteit van de gelijktijdige inschrijving van de particuliere sector ten volle te garanderen, hebben de Italiaanse autoriteiten de Commissie op 22 april 2005 de volgende formele toezegging doen toekomen: „De Italiaanse autoriteiten verbinden zich tot de inschrijving op de door Alitalia geplande kapitaalverhoging volgens dezelfde marktvoorwaarden als de aan particuliere investeerders geboden voorwaarden, met name wat betreft de uitgifteprijs en de rechten in verband met de nieuw uitgegeven aandelen, voor een dusdanig aandeel dat de eigen participatie in het kapitaal van de maatschappij aan het eind van de operatie op 49,9 % kan worden gebracht. Voorts verbinden de Italiaanse autoriteiten zich ertoe, na kennis te hebben genomen van de inhoud van de brief die op 19 april 2005 door de Deutsche Bank aan Alitalia en vervolgens aan de Permanente Vertegenwoordiging is toegezonden (12), pas in te schrijven op de kapitaalverhoging wanneer de opschortende voorwaarden van de toezegging door de Deutsche Bank in de vorengenoemde brief zijn vervuld en de voor de inschrijving verantwoordelijke instellingen er zich derhalve formeel en zonder voorbehoud — met uitzondering van de gebruikelijke voorwaarden in verband met gevallen van overmacht, oorlogsdaden, terrorisme en dergelijke meer — toe hebben verbonden in te staan voor de „goede afloop” van de herkapitalisatie. Tot slot gaan de Italiaanse autoriteiten de volgende verbintenissen aan: de Commissie in het bezit stellen van de definitieve contracten met de banken die de bovengenoemde formele en onvoorwaardelijke toezeggingen voor de inschrijving bevatten onmiddellijk nadat deze zijn gesloten en nadat het ministerie van Economische Zaken en Financiën heeft ingeschreven op de kapitaalverhoging; na afloop van de operatie de Commissie een informatieverslag doen toekomen met de bedragen van de effectieve inschrijving op de vorengenoemde kapitaalverhoging.”. |
|
(46) |
Voorts betwist Italië het standpunt dat de privatisering (13) van alleen AZ Fly in strijd is met de in het besluit inzake reddingssteun opgenomen verbintenissen. Italië beroept zich hierbij op de tekst van het besluit tot inleiding van de procedure (14) en de aan de operatie AZ Services inherente logica van het particuliere beheer. Deze logica heeft zowel betrekking op de verwerving van de participatie door Fintecna in AZ Services als op de uiteindelijk beoogde overdracht van de betrokken activiteiten aan derden. |
|
(47) |
Met betrekking tot het effect van niet te voorziene en ongunstige marktomstandigheden op het verloop van de operatie betwist Italië de verwijzing naar Iberia door de belanghebbende derden; in dit geval moest de Commissie elke eventuele nieuwe steunmaatregel uitsluiten omdat de maatschappij niet met dergelijke omstandigheden was geconfronteerd. Italië stelt daarentegen dat de verbintenis tot privatisering door de Commissie altijd afhankelijk is gesteld van de aanwezigheid van niet-onvoorzienbare en niet-ongunstige marktomstandigheden (15). |
|
(48) |
Voorts heeft Italië de Commissie op 22 april 2004 de bijgewerkte versie van het ondernemingsplan van Alitalia doen toekomen, die op 14 april 2004 door de raad van bestuur is goedgekeurd. Het herziene plan berust op dezelfde logica als het oorspronkelijke plan en maakt een onderscheid tussen twee fasen: de sanering, die in 2005 en 2006 moet plaatsvinden, en het herstel, in de periode 2007-2008; terwijl de tweede fase voorziet in een ontwikkeling van het aanbod dankzij nieuwe vliegtuigen, is de eerste fase erop gericht de continuïteit van de activiteit, de maximalisering van de bestaande capaciteit en het herstel van de productiviteit te garanderen. In het herziene plan wordt nota genomen van een verhoging met 30 % van de brandstofprijs ten opzichte van het vorige plan (met een jaarlijkse toename van de kosten met ongeveer 75 miljoen euro) en wordt uitgegaan van voorzichtiger hypothesen over de opbrengst van korte en middellange vluchten omdat concurrerende low cost maatschappijen tot de nationale markt zijn toegetreden. Het herziene plan handhaaft evenwel het geplande rentabiliteitsniveau, dankzij verscherpte maatregelen op het vlak van de kosten, die een extra besparing van ongeveer 160 miljoen euro in 2006 moeten opleveren doordat de nieuwe leiding de maatschappij beter kent en de diverse initiatieven goed verlopen. Het evenwichtspunt zou dus hoe dan ook tegen eind 2006 worden bereikt en de exploitatiekosten, gemeten in CATK (eenheidsprijs per aangeboden tonkilometer), zouden teruglopen, zoals gepland in oktober 2004, met ongeveer […] % over de looptijd van het plan, met een iets gunstiger vertrekbasis in 2004; de marge, berekend als EBITDAR (16), zou stijgen van […] % in 2005 tot 14 % in 2008 (in het oorspronkelijke plan was dit respectievelijk […] en 14 %). |
IV.1.2. Met betrekking tot de herkapitalisatie van AZ Services door Fintecna
|
(49) |
In dit verband wijst Italië erop dat de Commissie besloten heeft de hulp van Ernst & Young Italia in te roepen om zich ervan te verzekeren dat de operatie verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt; het land formuleert geen aanvullende opmerkingen, maar bevestigt dat de onderhandelingen tussen Italië en Fintecna doorgaan. De overdracht van de grondactiviteiten van Alitalia aan AZ Services, een aan de herkapitalisatie voorafgaande operatie die was gepland voor eind april 2005, heeft effectief plaatsgevonden (17). |
|
(50) |
Met betrekking tot de preferente aandelen wijzen de Italiaanse autoriteiten erop dat deze in Europa heel courant zijn en verwijzen zij naar de statuten van Volkswagen AG en Unilever; de Italiaanse autoriteiten wijzen ook op het belang van dit soort kapitaal in bedrijven als Hugo Boss, Henkel en Porsche, waar het 40 tot 50 % van de aandelen uitmaakt en, zij het in mindere mate, in andere bedrijven zoals Abertis, BMW, MAN en RWE. |
|
(51) |
De Italiaanse autoriteiten zijn van oordeel dat de participatie van AZ Fly in AZ Services niet in de hurdle rate mag worden doorberekend; de maatschappij participeert namelijk niet in de kapitaalverhoging van AZ Services, integendeel, zij herleidt haar participatie geleidelijk aan tot een minimum. |
|
(52) |
Met betrekking tot de beweringen dat de schulden van Alitalia zouden worden overgedragen aan AZ Services wijzen de Italiaanse autoriteiten erop dat de financiële schulden van Alitalia ((1,7 miljard euro) converteerbare obligaties of schulden met zakelijke zekerheden op de vloot betreffen; alle financiële schulden blijven dus ten laste van AZ Fly. |
|
(53) |
Voorts heeft Italië de tussen Fintecna en Alitalia overeengekomen voorwaarden gepreciseerd voor de toekomstige verdeling van de opbrengst uit de investering in AZ Services zoals vastgesteld in de tussen de partijen ondertekende intentieverklaring van 13 oktober 2004 (18). Zij zijn overeengekomen dat de huidige en toekomstige deelname van Alitalia aan de onderhandelingen over een eventuele overdracht van activiteiten van AZ Services, evenals de bereidheid om deze te bevorderen (mede via contractuele regelingen), voor zover ze geen verslechtering van de contractuele positie op het gebied van diensten en prijzen inhouden, in aanmerking moet komen voor een compensatie die meer zou moeten bedragen dan de gewone mathematische deelname in de winst van AZ Services. Fintecna en Alitalia zijn derhalve overeengekomen dat het door Fintecna verkregen aandeel in de rentabiliteit, dat meer bedraagt dan 25 % van de in het ondernemingsplan vastgestelde Internal Rate of Return (IRR) (19),voor […] % van het deel bovenop dit bedrag zal worden terugbetaald aan Alitalia. Dit zal worden berekend op basis van de verrichte overdrachten, voor zover die zijn afgerond, of, op 31.12.2008, op basis van de van Fintecna verkregen stromen en de waardering van het bedrijfskapitaal van AZ Services in handen van Fintecna. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van dezelfde methode als in het huidige aan de Commissie verstrekte ondernemingsplan, alsook van het verslag van een onafhankelijke deskundige. |
|
(54) |
Met betrekking tot de toekomstige contractuele betrekkingen tussen AZ Fly en AZ Services preciseert Italië dat de voor de diverse dienstverleningen gehanteerde tarieven nog steeds in overeenstemming zullen zijn met de markttarieven, ook wanneer uit de onderhandelingen hogere tarieven zouden voortvloeien dan de door Alitalia voorgestelde tarieven. Dit alles heeft geleid tot een verlaging van de korting voor onderhoudsdiensten van […] tot […] % ten gunste van AZ Fly, onverminderd het feit dat de maximale korting normaliter wordt toegekend aan een maatschappij die het onderhoud van haar vloot voor zeven jaar exclusief aan één enkele leverancier toevertrouwt. Op diezelfde wijze blijft de met Fintecna overeengekomen premie van […] % voor de facturering van de grondafhandelingsdiensten in overeenstemming met de markttarieven. |
|
(55) |
Na de vergadering van de raad van bestuur van Alitalia op 26 maart 2005 heeft Italië de Commissie op 1 juni 2005 ook het definitieve contract tussen Alitalia en Fintecna doen toekomen, waarbij de voorwaarden voor de participatie van deze laatste in AZ Services worden geregeld. |
|
(56) |
Italië heeft gepreciseerd dat de andere door de partijen overeengekomen bepaling, namelijk de retrocessie aan AZ Fly van een deel van de productiviteitswinsten voor een maximumwaarde van […] % van de facturering ([…] miljoen euro over vier jaar in het aangemelde plan (20)) precies overeenkomt met de compensatie voor deze waarden; de huidige ondernemingsplannen van AZ Fly en AZ Services bevatten coherente hypothesen op het gebied van prijzen van gefactureerde/betaalde diensten en eventuele toekomstige tarieven (voor AZ Services) en producten (voor AZ Fly). |
|
(57) |
Na de op 14 april 2005 goedgekeurde herziening van het ondernemingsplan 2005-2008 heeft Italië de Commissie verzekerd dat dit geen materiële gevolgen heeft voor AZ Services en dus niet van invloed is op de waardering van de onderneming en de rentabiliteit van de door Fintecna geplande investering. In dit verband is gepreciseerd, met behulp van de documenten van Mediobanca, dat de uiteindelijke waarde blijft zoals gepland, dat de initiële waarde van AZ Services 94 miljoen euro zal bedragen, in plaats van 97 miljoen zoals aanvankelijk gepland, en dat de inbreng van Fintecna 216 miljoen euro zal bedragen in plaats van 221 miljoen zoals eerst gepland, en dat het interne rendement (IRR) op 25,3 % zou worden gehandhaafd. |
|
(58) |
Met betrekking tot het statuut en de aard van het onafhankelijke bedrijf Fintecna hebben de Italiaanse autoriteiten bovenop het genoemde in punt 33 van het besluit tot inleiding van de procedure bevestigd dat het statuut van Fintecna voor geen enkele afwijking in aanmerking komt: met andere woorden, zijn raad van bestuur, die overigens wordt benoemd door de aandeelhouders, d.w.z. door de Italiaanse staat, legt voor zijn beheerskeuzes rekenschap af tegenover derden en de maatschappij; in het kader van het faillissementsrecht heeft de maatschappij dezelfde status als een privaatrechtelijke maatschappij; er is geen enkele algemene of bijzondere wettelijke garantie meer van de Italiaanse staat ten gunste van Fintecna en de maatschappij is alle verplichting'n inzake openbaarmaking nagekomen op grond waarvan de enige aandeelhouder kan worden ontheven van de aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 2362 van het Italiaanse burgerlijk wetboek. |
|
(59) |
Op verzoek van de Commissie heeft Italië ook de aard van de betrekkingen tussen Fintecna en ex IRI S.p.A. toegelicht. Nadat IRI op 27 juni 2000 in vereffening was gesteld, is de staat overgegaan tot de reorganisatie en de overdracht van de participaties van de vennootschap. 53 % van de Alitalia-aandelen in handen van IRI zijn bij besluit van 21 december 2000 overgedragen aan de schatkist voor een voorlopig bedrag van 1 797 128 641 402 ITL ((654,5 miljoen euro). Dit bedrag moet worden gecorrigeerd na de (zij het gedeeltelijke) overdracht van de effecten of na een evaluatie door twee consulenten indien de schatkist dit nodig acht. De overdracht ging niet gepaard met een betaling, maar wel met de toekenning van een renteloos krediet door IRI aan de schatkist voor hetzelfde bedrag. |
|
(60) |
Bij de herkapitalisatie van Alitalia, door de Commissie goedgekeurd op 19 juni 2002, is een deel ervan gereserveerd voor de schatkist, om de laatste twee tranches van de ontvangen herstructureringssteun in het kapitaal op te nemen. Aangezien de andere aandeelhouders waren uitgesloten van het optierecht, en overeenkomstig artikel 2441 van het burgerlijk wetboek, was de waarde van het aandeel ((0,96 euro) met het oog hierop gevalideerd door Deloitte and Touche, de auditeur van Alitalia. Deze waarde is ook gebruikt voor de vaststelling van de definitieve waarde van de overdracht in 2000 door IRI aan de schatkist, zoals vastgesteld bij besluit van 2 juni 2002, op een bedrag van ongeveer 788 miljoen euro. Voorts is in het besluit bepaald dat als laatste vervaldag van de renteloze lening de datum van de goedkeuring van IRI's rekeningen 2002 geldt. |
|
(61) |
Tot slot is in een besluit van 2 april 2003 vastgesteld dat Fintecna IRI heeft overgenomen op 1 december 2002 en de voorwaarden voor de aflossing van de lening heeft herzien, aangezien dit nu minder dringend was geworden; de datum voor de aflossing, en derhalve voor de terugbetaling door de schatkist, is uitgesteld tot de overdracht van de totale participatie van de schatkist of tot vóór de goedkeuring van de rekeningen 2004 van Fintecna, d.w.z. tot uiterlijk 30 juni 2005. |
IV.2. Opmerkingen met betrekking tot de controle op de reddingssteun
|
(62) |
Zoals gedetailleerd is aangegeven in de punten 63 tot en met 84 wijzen de Italiaanse autoriteiten erop dat de opmerkingen van de belanghebbende derden vaak gebaseerd lijken te zijn op onnauwkeurige gegevens en gefixeerd op een beweerde verhoging van de aangeboden capaciteit en het beweerde bestaan van afbraakprijzen op de geëxploiteerde routes. De opmerkingen van de belanghebbende derden omvatten volgens hen bovendien „agressieve”, doch ongefundeerde beweringen, zoals bijvoorbeeld in verband met het bestaan van dubbele steun in 1997 en 2002, of de aankoop van nieuwe vliegtuigen, waartoe in feite reeds in 2002 besloten was. |
|
(63) |
Voorts vindt Italië de kritiek van de belanghebbende derden contradictorisch omdat ze enerzijds de Italiaanse maatschappij ervan beschuldigen de middelen van de reddingssteun te gebruiken om de capaciteit te verhogen en anderzijds de steun niet noodzakelijk achten vanwege de laattijdige benutting ervan. |
IV.2.1. Opmerkingen met betrekking tot het aanbod en het marktgedrag van Alitalia
IV.2.1.1. Opmerkingen met betrekking tot het aanbod en de capaciteit
|
(64) |
Italië onderstreept in de eerste plaats dat Alitalia sinds 2000 een „downsizingbeleid” voert dat bepalend is geweest voor de gestage vermindering van het aanbod; als gevolg daarvan zijn de aangeboden tonkilometers teruggelopen van 5,7 miljard in 2005 tot 4,2 miljard in 2002, met een overeenkomstige vermindering van de gemiddelde dagelijkse inzet van vliegtuigen (7 uur en 41 minuten voor een vliegtuig voor de middellange afstand in de winter 2003-2004 tegenover een marktgemiddelde van 8 uur en 30 minuten). Hierdoor konden de concurrenten van Alitalia aanzienlijke marktaandelen veroveren op een aantal expanderende markten zoals China, Oost-Europa en India. Pas vanaf 2003 en vooral vanaf 2004 kwam er een heropleving (met respectievelijk 4,4 en 4,8 miljard aangeboden tonkilometers); in 2005 zal dit naar verwachting 5,5 miljard zijn. Deze tendens is ingegaan in de winter 2004-2005 en zou moeten leiden tot een sterke toename van de dagelijkse inzet van vliegtuigen in overeenstemming met de beste praktijken in de sector. |
|
(65) |
Ter rechtvaardiging van de verhoging van het aanbod tussen de zomer 2004 en de zomer 2005 (de concurrenten van Alitalia hadden als referentieweek de eerste week van juni 2004 en die van juni 2005 opgegeven), heeft Italië ter illustratie de volgende tabel verstrekt: Evolutie aangeboden tonkilomter zomer 2005 vs zomer 2004
Voor deze ontwikkeling worden de volgende redenen opgegeven:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(66) |
Italië merkt op dat wanneer de per 31.3.2004 bestaande vloot (186 vliegtuigen) onveranderd was gebleven, de verhoging van de aangeboden capaciteit nog hoger was geweest (+[…] % tegenover 14,9 %). De verhoogde inzet gaat samen met een inkrimping van de vloot: op 31.12.2005 zal die zijn teruggelopen tot […] vliegtuigen door de „phase out” van de MD 80-82. Deze vloot en de capaciteit daarvan komt overeen met die van de hele groep Alitalia, dus met inbegrip van Alitalia Express. |
|
(67) |
Voorts heeft Italië bevestigd dat tot de geplande aankoop van de twee airbussen A 319 reeds vóór 31 december 2002 was besloten. |
|
(68) |
De inzet van de vloot is daarentegen sterk toegenomen als gevolg van de reorganisatie van het netwerk van verbindingen met als doel de benutting van de productiemiddelen, vliegtuigen en bemanning te maximaliseren en als gevolg van de reorganisatie van de onderhoudsdiensten, waarbij de activiteiten 's nachts worden geconcentreerd. Zo had Alitalia met 186 vliegtuigen op 31 maart 2004 een inzet van […] %, gelijk aan […] toestellen; op 31 maart 2005 bereikt Alitalia met 184 toestellen een inzet van […] %, gelijk aan […] vliegtuigen. |
|
(69) |
Italië concludeert hieruit dat het voor de maatschappij perfect mogelijk is haar aanbod aanzienlijk uit te breiden en de bij de goedkeuring van de reddingssteun aangegane verbintenissen inzake capaciteit toch na te komen. Dit extra aanbod is geconcentreerd op markten met het grootste groeipercentage van en naar Italië en waarvoor geen rechtstreekse verbindingen bestonden, een situatie waarvan de concurrenten van Alitalia hebben geprofiteerd; het betreft de landen van Oost-Europa, China en India. Deze markten kennen volgens Alitalia een groei van en naar Italië met respectievelijk 6,3 en 7,3 % in 2004 en 2005 wat Oost-Europa betreft, 10,5 en 11,2 % wat China betreft, en 5,9 en 7,2 % wat India betreft. Met betrekking tot Oost-Europa wijst Italië erop dat de groei van Alitalia op deze markten een stimulerend effect heeft op de vraag, zoals blijkt uit het feit dat de toename van de dagelijkse boekingen het extra aanbod van de maatschappij overschrijdt. |
|
(70) |
Met betrekking tot het door BA aangehaalde bijzondere geval van Delhi betwist Italië het bestaan van het aangevoerde vervangingseffect. Delhi was één van de belangrijkste passagiersvervoersstromen vanuit Italië zonder rechtstreekse verbinding (87 passagiers per dag in beide richtingen en aanzienlijke volumes vrachtvervoer); de markt kent een sterke groei en vertoont niet-seizoensgebonden kenmerken met pieken in de winter die interessant zijn vanuit het oogpunt van de benutting van de capaciteit. |
|
(71) |
Het schrappen van bepaalde frequenties tussen Rome en Parijs had volgens Italië te maken met een verzoek van Air France om het evenwicht te herstellen in het kader van de joint venture overeenkomst tussen de twee maatschappijen; het aandeel in de joint venture van de door Air France geëxploiteerde frequenties op deze verbinding is namelijk toegenomen van […] % in de zomer 2004 tot […] % in de zomer 2005. |
IV.2.1.2. Opmerkingen met betrekking tot de rentabiliteit van de routes
|
(72) |
Italië heeft aangegeven dat de opening van nieuwe routes leidt tot een verbetering van de rentabiliteit van de onderneming; hiertoe moeten deze routes, die beschikbaar zijn geworden dankzij de verhoogde inzet van vliegtuigen, een positieve brutomarge hebben, d.w.z. dat de marginale opbrengsten hoger moeten liggen dan de marginale kosten, ook al hebben zij volgens de logica van de dalende marginale rentabiliteit een lagere gemiddelde rentabiliteit dan de rest van het net. De door Italië verstrekte gegevens voor eind september en de laatste ramingen voor 2005 wijzen allemaal op een positieve rentabiliteit. |
|
(73) |
Op verzoek van de Commissie naar aanleiding van de analyse door haar consulent, Ernst & Young, die voor de nieuwe routes naar Scandinavië voor december 2004 negatieve brutomarges te zien geeft, heeft Italië een aantal aanvullende gegevens verstrekt. In de eerste plaats wordt aangegeven dat aan het einde van het jaar, en in het bijzonder in de maand oktober, de opbrengsten per aangeboden tonkilometer bijzonder laag uitvielen (14,2 % minder dan in oktober 2003) als gevolg van de ongerustheid in verband met de hachelijke financiële situatie van Alitalia. Het verschil wat betreft de boekingen in portefeuille is geleidelijk aan teruggelopen in de periode september-oktober 2004 ten opzichte van diezelfde periode in 2003 en begin oktober voor de boekingen van december zelfs negatief geworden. |
|
(74) |
Voorts geeft Italië aan dat de effectieve rentabiliteit van een route volgens de in de sector geldende voorschriften moet worden geëvalueerd na drie IATA-seizoenen, wil men het effect van de opening van de route en de seizoensgebondenheid uitschakelen. |
|
(75) |
Tot slot preciseert Italië dat bij de evaluatie van de rentabiliteit van een maatschappij zoals Alitalia, namelijk een netwerkexploitant, de extra marge die wordt gegenereerd door het uit de nieuwe routes voortvloeiende verkeer („feeder value”) in aanmerking moet worden genomen; de verstrekte gegevens vertonen positieve feeder values voor alle verbindingen, inclusief voor de drie Scandinavische routes die een negatieve directe marge hebben (22). |
IV.2.1.3. Opmerkingen met betrekking tot de prijszetting
|
(76) |
In antwoord op de kritiek van de concurrenten op het door Alitalia gevoerde beleid van price leadership preciseren de Italiaanse autoriteiten dat de commerciële strategie van de maatschappij erop gericht was de prijzen af te stemmen op de referentieprijs van de concurrenten, om te voorkomen dat deze van een concurrentievoordeel zouden profiteren bij prijsgevoeliger klanten. Van dit beleid van price matching werd slechts afgeweken bij de lancering van nieuwe routes of bij promotie-initiatieven van beperkte duur (enkele weken). |
|
(77) |
Italië legt uit dat deze praktijken perfect normaal zijn op de markt voor internationaal luchtvaartverkeer en dat alle concurrenten van Alitalia deze strategie systematisch volgen om dezelfde redenen (23). Door de toegekende reddingssteun zou Alitalia vergeleken met de marktpraktijken slechts in beperkte mate gebruik hebben gemaakt van de promotietarieven. |
|
(78) |
Uiteindelijk blijkt uit controles die Alitalia heeft verricht voor 159 gevallen (in totaal 91 %) dat het door Alitalia voor een bepaalde periode gehanteerde tarief op 175 rechtstreekse en onrechtstreekse, al dan niet nieuwe routes die door de acht maatschappijen en OS in hun opmerkingen zijn aangegeven, in 18 % van de gevallen meer, in het merendeel van de gevallen (69 %) even veel en in 2 % van de gevallen minder dan 6 euro minder bedroeg dan het tarief van de concurrentie. In 16 gevallen (9 % van alle routes) ligt het tarief van Alitalia lager dan dat van de concurrent: 11 gevallen (6 %) betreffen promoties op nieuwe bestemmingen, waarvan 2 vanuit Sint-Petersburg en 8 van of naar Zagreb; 5 gevallen (3 %) daarentegen betreffen promoties op vóór de zomer 2004 bestaande routes. Half april 2005, de datum van hun antwoord, hebben de Italiaanse autoriteiten gemeld dat deze promoties in een situatie van price leadership waren afgelopen. |
|
(79) |
Met betrekking tot de beweerde exploitatie van vluchten met een negatieve brutomarge op de route Malpensa Sint-Petersburg preciseert Italië dat:
|
IV.2.2. Opmerkingen met betrekking tot het gebruik van de door de reddingssteun gegarandeerde lening
|
(80) |
Italië preciseert dat de steun volledig is gebruikt binnen de in het besluit inzake reddingssteun vastgestelde periode, d.w.z. vóór 31 maart 2005. Italië heeft dan ook gepreciseerd dat de volledige terugbetaling in theorie op 31 maart 2006 zou moeten plaatsvinden, d.w.z. 12 maanden na de inning van de laatste tranche van de lening. De Italiaanse autoriteiten hebben evenwel geaccepteerd er zich toe te verbinden de reddingssteun terug te betalen binnen acht werkdagen na de herkapitalisatie van AZ Fly en hoe dan ook vóór 31 december 2005. |
|
(81) |
De Italiaanse autoriteiten zijn van oordeel dat de hierboven bekritiseerde uitgaven (kerosine, lonen, enz.) deel uitmaken van de exploitatiekosten die nodig zijn om de onderneming draaiende te houden, en dus nauw samenhangen met de kasbehoeften, in overeenstemming met de richtsnoeren van 1999. |
|
(82) |
Met betrekking tot het tijdschema voor het gebruik van de lening preciseren de Italiaanse autoriteiten dat in het besluit inzake reddingssteun niet is bepaald dat de steun binnen bepaalde termijnen moet worden gebruikt en dat het beheer van het gebruik ervan in de bij de goedkeuring door de Commissie vastgestelde periode geen enkel extra voordeel voor de begunstigde inhoudt en helemaal geen nieuwe steun vormt. De termijnen blijken dus in overeenstemming te zijn met het besluit inzake reddingssteun van de Commissie. |
|
(83) |
Italië voert voorts twee argumenten ter ondersteuning van de legitimiteit van het gebruik van de reddingssteun en van de hoogte daarvan aan. Het land vermeldt in de eerste plaats het gemiddelde bedrag aan liquiditeiten dat een luchtvaartmaatschappij nodig heeft: in het verleden kwam dit bedrag overeen met ongeveer zes weken omzet; door de gebeurtenissen op 11 september 2001 is dit momenteel echter veeleer 10-12 weken. Uit de rekeningen over eind 2003 van de belangrijkse luchtvaartmaatschappijen blijkt dat deze gemiddeld 17 % van hun omzet beschikbaar hebben in liquiditeiten en equivalenten, met schommelingen van 9 tot 28 %; deze waarde van 17 % zou voor Alitalia overeenkomen met ongeveer 700 miljoen euro. Een bedrag van 500 miljoen euro aan effectief beschikbare liquiditeiten kan dus nog als redelijk worden beschouwd. |
|
(84) |
In de tweede plaats wijst Italië ook op de aanzienlijke schokken die de luchtvervoerssector heeft ondergaan en die de bovengenoemde tendens hebben versterkt, in het bijzonder wat de kwetsbaarste maatschappijen betreft. Leveranciers hebben dan ook een zeer voorzichtige houding aangenomen ten aanzien van Alitalia. In dit verband heeft Italië de brieven van een aantal leveranciers verstrekt die deze tendens bevestigen. Ter illustratie worden enkele voorbeelden gegeven:
Tot slot verwijst Italië naar het proces dat SEA (Società esercizi aeroportuali) heeft aangespannen tegen de rechtbank van Milaan, die beslag heeft laten leggen op 28 miljoen euro op 16 bankrekeningen, wat de kaspositie van Alitalia heeft geblokkeerd totdat de sommen werden vrijgegeven. |
IV.3. Andere opmerkingen
|
(85) |
Wat betreft de opmerkingen van derden die geen betrekking hebben op de herkapitalisaties of de controle op de reddingssteun, en vooral de opmerkingen van BA over de situatie in Milaan, is Italië van oordeel dat deze niet onder de procedure vallen en dus onontvankelijk zijn. Het feit dat een vierde dagelijkse vlucht op Milaan-Linate voor BA onmogelijk zou zijn, heeft volgens Italië echter louter te maken met het ontbreken van beschikbare slots. Alitalia Express van zijn kant moest een ander slot voor die bestemming gebruiken dat volgens Italië geheel volgens de regels is overgedragen overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van „slots” op communautaire luchthavens (24). Italië herinnert er daarentegen aan dat Alitalia reeds meer dan tien jaar een nieuw slot tracht te verkrijgen op Londen-Heathrow. |
|
(86) |
Voorts ontkent Italië tariefcontroles voor verbindingen van de „zesde-luchtvrijheid” te hebben verricht, in tegenstelling tot andere lidstaten zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk; juist om een einde te maken aan een discriminerende situatie ten aanzien van de Italiaanse maatschappijen — die geen lagere tarieven mochten toepassen dan de tarieven die de Duitse en Engelse maatschappijen op hun markt toepasten, terwijl deze laatste dat op de Italiaanse markt systematisch wel deden — heeft ENAC in de zomer 2004 maatregelen inzake tariefcontroles genomen op basis van de geldende bilaterale overeenkomsten. Na de interventie van de Commissie hebben de Italiaanse autoriteiten van deze praktijk afgezien op basis van wederkerigheid met de andere lidstaten. |
|
(87) |
Met betrekking tot de opmerkingen van ELFAA betwist Italië het bestaan van enig voordeel in termen van directe financiële vergoedingen voor Alitalia. Het land is van oordeel dat de maatschappij de luchthavens volledig in overeenstemming met de nationale en communautaire regelgeving exploiteert. Wat de opmerkingen in verband met de overheidsdiensten betreft, exploiteert Alitalia sinds januari 2004 de verbinding Rome-Cagliari zonder enige financiële vergoeding van de staat, hoewel de aanbesteding hier oorspronkelijk wel in voorzag. De maatschappij heeft de 18 recentelijk opgelegde openbaredienstverplichtingen op routes tussen Sardinië en het Italiaanse vasteland bij de Commissie aangeklaagd, die de kwestie momenteel onderzoekt. Tot slot heeft Alitalia alleen overheidsvergoedingen ontvangen, overeenkomstig de aanbesteding en Verordening (EEG) nr. 2408/92 (25), voor de routes Rome-Crotone en Milaan-Crotone; beide routes zijn door de maatschappij overigens opgegeven en de activiteiten zullen op 30 april 2005 worden stopgezet. |
|
(88) |
Met betrekking tot de financiering van de afvloeiingen verklaart Italië dat de uitbreiding van de sociale voorzieningen tot de sector van het luchtvaartverkeer een algemene sociaal-economische maatregel is waarbij gebruik wordt gemaakt van dezelfde instrumenten als in andere sectoren zoals bijvoorbeeld de metaalverwerkende industrie. De Italiaanse autoriteiten hebben gepreciseerd dat bij de toepassing van de „cassa integrazione” in de luchtvervoerssector dezelfde voorwaarden golden als voor de andere economische sectoren in het verleden en dat er geen bijzondere voordelen aan waren verbonden. De uitbreiding van deze regeling tot de arbeiders in de industrie, op basis van een wet van 5 november 1968, of tot de sector van de schoonmaakbedrijven, op basis van een wetsdecreet van 19 juli 1994, heeft volgens dezelfde voorwaarden plaatsgevonden en is onmiddellijk of, in het tweede geval, met terugwerkende kracht in werking getreden. Wat de sector van het luchtvaartverkeer betreft, hebben andere Italiaanse luchtvaartmaatschappijen (Meridiana, Volare of Azzurra Air) of buitenlandse maatschappijen (Swiss en Britisch Airways) reeds een vergoedingsaanvraag voor hun personeel ingediend of zijn ze voornemens dit te doen. |
|
(89) |
Voorts heeft Italië verzocht om de rectificatie van een aantal onnauwkeurigheden en materiële fouten die volgens haar in de tekst van het besluit tot inleiding van de procedure zijn geslopen (26). |
V. RESULTATEN VAN DE EXPERTISE VAN EEN ONAFHANKELIJKE DESKUNDIGE IN OPDRACHT VAN DE COMMISSIE
|
(90) |
Zoals reeds aangekondigd in het besluit tot inleiding van de procedure heeft de Commissie besloten een aantal aspecten van dat besluit te laten analyseren door een door haar aangewezen deskundige. In het stadium van de inleiding van de procedure was een onafhankelijke evaluatie van het plan voor de herkapitalisatie van AZ Services nodig en, in het bijzonder, van de door Fintecna verwachte rentabiliteit uit haar deelname aan de operatie (27). Bovendien had de Commissie naar aanleiding van de opmerkingen die de belanghebbenden kenbaar hadden gemaakt vóór de inleiding van de procedure en in het kader van haar taak om de toegekende steun te controleren, haar voornemen te kennen gegeven om eventueel met de hulp van een deskundige na te gaan of de door Italië op het moment van het besluit inzake reddingssteun aangegane commerciële verbintenissen met betrekking tot de routes en de prijzen waren nagekomen en of de door deze steun gegarandeerde lening in overeenstemming met dit besluit werd gebruikt (28). |
|
(91) |
De Commissie heeft deze opdracht op 4 februari 2005 toevertrouwd aan Ernst & Young Italia, een deskundige waarop zij reeds eerder een beroep had gedaan in verband met de herstructureringssteun aan Alitalia, en die dus kan voortbouwen op een grondige kennis van het dossier. De Commissie preciseert geen gebruik te hebben gemaakt van de in het besluit tot inleiding van de procedure geboden mogelijkheid om desgewenst een beroep te doen op een in overleg met de Italiaanse autoriteiten aangewezen deskundige (29). Ernst & Young Italia (hierna „de deskundige” genoemd) heeft deze opdracht uitsluitend onder toezicht van de diensten van de Commissie verricht. De deskundige heeft het eindverslag op 13 april 2005 aan de Commissie voorgelegd; de belangrijkste conclusies ervan worden toegelicht in de punten 93 tot en met 148. Er zij op gewezen dat dit verslag geen certificatie van de rekeningen of van de ramingen voor Alitalia of AZ Services in de zin van een volledige audit inhoudt, maar wel wat doorgaans een „parere pro veritate” (fairness opinion) wordt genoemd over de hieronder aangegeven punten die zijn aangegeven door Alitalia, Fintecna en hun respectieve consulenten Mediobanca en Citigroup. |
|
(92) |
Na de goedkeuring van het door Alitalia herziene plan, inclusief het deel met betrekking tot AZ Services, op 14 april 2005, heeft de Commissie op 20 april 2005 de deskundige verzocht na te gaan of zijn eerdere conclusies nog geldig waren in het licht van het herziene plan. Het verslag daarover is ingediend op 22 april 2005. |
V.1. Conclusies met betrekking tot de aangemelde operatie AZ Services
|
(93) |
Deze conclusies komen overeen met het deel van het besluit tot inleiding van de procedure dat betrekking heeft op de verwerving van de controle over AZ Services door Fintecna, het geschatte rendement van de operatie voor Fintecna en de aard van de toekomstige commerciële betrekkingen tussen AZ Fly en AZ Services. De Commissie merkt op dat het andere deel van het besluit tot inleiding van de procedure (de herkapitalisatie van AZ Fly) geen deel uitmaakte van de analyse van de deskundige. Gepreciseerd zij dat alle hieronder aangegeven cijfers, tenzij anders is aangegeven, ontleend zijn aan de herziene versie van het ondernemingsplan 2005-2008 van AZ Services van 14 april 2005 en aan de desbetreffende analyses door Mediobanca en Citigroup, die zijn herzien in het verslag van de deskundige van 22 april 2005. Op 25 mei 2005 zijn nadere gegevens verstrekt. |
V.1.1. Opmerkingen met betrekking tot de verschillen tussen het oorspronkelijke plan van oktober 2004 en het herziene plan van april 2005
|
(94) |
De deskundige heeft de belangrijkste verschillen tussen het oorspronkelijke in oktober ingediende plan en het herziene plan van april 2005 in detail uiteengezet. Met het herziene plan wordt voornamelijk beoogd het jaar 2005 in overeenstemming te brengen met de na het oorspronkelijke plan ingediende balans: de prognoses voor de activiteiten 2005 zijn herzien, de wisselkoers EUR/USD is afgestemd op de huidige situatie en het tijdschema voor de uitvoering van de besparingsmaatregelen is aangepast aan de verwezenlijkingen. Het werkterrein van AZ Services is enigszins veranderd door onder andere de stopzetting van de grondafhandelingsdiensten op de luchthaven van Caïro; om juridische redenen konden die niet worden overgedragen aan derden die geen luchtvaartmaatschappij zijn. De activiteiten kunnen aanzienlijk verschillen van het ene plan tot het andere, terwijl kosten en opbrengsten elkaar soms compenseren. Over het geheel genomen is het effect echter beperkt, behalve voor het jaar 2005, waarin met een iets hogere activiteit en lagere kosten op het niveau van de EBIT (30) de verliezen zijn gedaald van […] tot […] miljoen euro. In 2008, het jaar dat wordt gebruikt voor de vaststelling van de waarde, stijgt de EBIT met […] miljoen euro, van […] tot […] miljoen euro. Hoewel de EBIT en de EBITDA (31) stijgen, wat de definitieve waarde zou moeten doen toenemen, kunnen de verdeling ervan naar activiteit en de toenemende investeringen die van invloed zijn op de voor de aandeelhouder beschikbare kasstroom, een omgekeerd effect hebben. |
V.1.2. Conclusies met betrekking tot de berekening van de rentabiliteit voor Fintecna
|
(95) |
In dit verband heeft de deskundige een analyse verricht van de door Mediobanca (financieel consulent van Alitalia) gebruikte methode voor de vaststelling van de door Fintecna verwachte IRR (32) uit de investering in AZ Services, die op 25,3 % is geschat. De deskundige heeft geconstateerd dat de toegepaste berekeningsmethoden in overeenstemming waren met de door de doctrine en de beroepspraktijk voorgeschreven methoden. Daarnaast heeft de deskundige de werkzaamheden van Citigroup bestudeerd, een door Fintecna aangewezen consulent, en een eigen sensibiliteitsanalyse verricht. Zijn conclusie luidt als volgt: „we hebben geen elementen gevonden die erop wijzen dat de methode voor de vaststelling van een IRR van 25,3 % voor de investering van Fintecna in AZ Services niet correct is.” |
|
(96) |
Voorts heeft de deskundige de details van de door Fintecna geplande nieuwe investeringsstromen, voor een totaal van 216 miljoen euro, zoals beschreven in punt 37 van het besluit tot inleiding van de procedure, alsook de opsplitsing daarvan in preferente en gewone aandelen, en de door Mediobanca verrichte en in punt 38 van vorengenoemd besluit beschreven berekening nog opnieuw onderzocht. |
|
(97) |
De investeringen door Fintecna zijn als volgt gepland:
In totaal zal de inbreng van Fintecna 216 miljoen euro bedragen en het maatschappelijk kapitaal van AZ Services 310 miljoen euro. |
|
(98) |
Wat de door Mediobanca verrichte berekening van het rendement betreft, is de schatting van het rendement van de operatie gebaseerd op een uitstapkoers die was berekend op basis van de stromen voor 2008: voor 2008 wordt een cashflow, exclusief de te voorziene onderhoudsinvesteringen, de uitzonderlijke operaties van 2008, met name met betrekking tot de herstructureringsuitgaven en de fiscale aanpassingen, d.w.z. de voor de aandeelhouder beschikbare cashflow, van ongeveer 35,6 miljoen euro verwacht. Na de aanpassing is de eindwaarde (34) op 442,7 miljoen euro berekend. De verdeling van de eindwaarde over de aandeelhouders, Fintecna en AZ Fly, wordt in grote mate bepaald door de structuur van het kapitaal:
|
|
(99) |
De deskundige heeft bevestigd dat de toegepaste berekeningsmethode, met name de „perpetual capitalization of normalized flows” op dit gebied een gangbare methode is. Voorts heeft hij gepreciseerd dat het in aanmerking genomen percentage van de kosten (Ke: cost of equity), namelijk 10,2 %, gebaseerd is op een risicovrij percentage, afgeleid uit de staatseffecten, van 4,25 %, een marktpremie van 4,50 %, een aan als vergelijkbaar genoteerde maatschappijen (35) ontleende risicocoëfficiënt (beta levered) van 0,88 en ten slotte een premie van 2 % als indidatie van het risico dat is verbonden aan het feit dat AZ Services geen genoteerde maatschappij is. |
|
(100) |
Vervolgens heeft de deskundige de desbetreffende berekeningen van Citigroup gecontroleerd. Hij heeft gepreciseerd dat die is uitgegaan van dezelfde basisgegevens, doch gebruik heeft gemaakt van één van de andere standaardmethoden voor de berekening van de eindwaarde, die niet gebaseerd is op de duurzame groei van de cashflow van de onderneming, maar wel op de toepassing van op basis van de EBITDA berekende market multiples van elke activiteit van AZ Services (onderhoud, grondafhandelingsdiensten, personeel en call center, informatica); deze multiples zijn ontleend aan vergelijkbare maatschappijen die op dezelfde markten opereren, soms met een vermindering van 30 % door de monopsonistische situatie waarvan de betrokken activiteiten van AZ profiteren. Citigroup is uitgegaan van vier successcenario's die gebaseerd zijn op het plan van AZ Services, waaronder de volledige verwezenlijking van de doelstellingen ten aanzien van de besparingen, een nieuwe omzet afkomstig van derden en de verwezenlijking van de doelstellingen ten aanzien van de besparingen voor 60 % en van de doelstellingen ten aanzien van de omzet voor 85 %. |
|
(101) |
Op basis van de oorspronkelijke hypothese waarvan Mediobanca is uitgegaan, zou de IRR voor Fintecna, volgens de toegepaste market multiples, tussen 29 en 38,3 %, liggen en dus boven die van Mediobanca (36). Het gemiddelde van de vier hypothesen zou, uitgaande van niet-officiële hypothesen waarbij derhalve de grootste voorzichtigheid is geboden, een IRR geven van 18,7 % tot 27,1 %; de door Mediobanca berekende waarde bevindt zich binnen deze marge. Alleen de ongunstigste hypothese zou een aanzienlijk lagere IRR geven, tussen 9,1 % en 17,1 %, die weliswaar ten minste even veel als de kapitaalkosten zou bedragen. De deskundige merkt op dat Citigroup in zijn berekeningen geen rekening heeft gehouden met het voor Fintecna beschikbare eindbedrag aan liquiditeiten van 29 miljoen euro, dat volgens de algemeen aanvaarde praktijk in de berekening zou moeten worden opgenomen en deze cijfers zou verbeteren. De deskundige concludeert dat de door Citigroup verrichte analyse de conclusies van Mediobanca bevestigt. |
|
(102) |
Los van de validering van de door Mediobanca en Citigroup verrichte analyses heeft de deskundige eigen controles verricht, met name een sensibiliteitsanalyse van de IRR op basis van de eindwaarde van AZ Services en van de kapitaalkosten en het inflatiepercentage enerzijds, en van een nieuwe berekening van de eindwaarde van AZ Services anderzijds. |
|
(103) |
Op basis van de in het gewijzigde plan voorziene kapitaalverhoging door Fintecna met 216 miljoen euro, met een niet-beschikbare eindwaarde van 345,5 miljoen euro ten gunste van Fintecna en een IRR van 25,3 %, is de deskundige tot de conclusie gekomen dat een eindwaarde van minder dan 10 % (320 miljoen euro), door bijvoorbeeld aan Fintecna toe te rekenen resultaten van minder dan 10 % (37), een IRR van 20,7 % zou geven. Een eindwaarde van minder dan 20 % ten opzichte van het plan (284 miljoen euro) zou een IRR van 15,8 % geven; een eindwaarde van meer dan 20 % ten opzichte van het plan (426 miljoen euro) zou een IRR van 33,8 % opleveren. |
|
(104) |
Er zijn diverse risicoscenario's uitgedacht die een verschillende risicocoëfficiënt (de zogenoemde betacoëfficiënt) en verschillende kapitaalkosten (Ke) opleveren; deze scenario's zijn samengevat in de onderstaande tabel met de eindwaarde voor Fintecna (exclusief de huidige beschikbare middelen voor een bedrag van 29 miljoen euro), het percentage van het interne rendement (IRR) en de contante nettowaarde van de stromen (NPV), omgerekend tegen de kapitaalkosten van elk scenario. Er zij aan herinnerd dat de NPV de diverse betalingsstromen aanpast, die overeenkomen met de kapitaalverhogingen waarop Fintecna heeft ingeschreven, en ook de inkomsten, die in dit geval overeenkomen met de geschatte eindwaarde en het aan het eind van de periode beschikbare gedeelte; een positieve NPV-waarde wijst op een waardevermeerdering voor de investeerder.
Het basisscenario is het scenario waarvan Alitalia, Fintecna en hun consulenten zijn uitgegaan. Bij „equity beta”-scenario wordt rekening gehouden met het feit dat de laag geschatte schuldenlast van AZ Services automatisch leidt tot een te laag geschatte betacoëfficiënt; een equity beta van 1 komt overeen met de coëfficiënt van maatschappijen die op dezelfde markt opereren, zonder toepassing van de verlaging in verband met de schuldenlast van AZ Services; dit geeft een verhoging met ongeveer een half punt van de kapitaalkosten. Het „KE + 2 %”-scenario komt overeen met een betacoëfficiënt van 1,32, die gelijk is aan het gemiddelde van de hoogste „equity beta” van het proefmonster, ook weer zonder toepassing van de verlaging in verband met de schuldenlast van AZ Services; dit geeft een verhoging met 2 punten van de kapitaalkosten. Bij het „NPV in evenwicht”-scenario wordt uitgegaan van een NPV-waarde gelijk aan nul, namelijk de drempelwaarde voor de rentabiliteit van de operatie; dit geeft kapitaalkosten van 13,27 %, d.w.z. een betacoëfficiënt van 1,56. Het „KE — 2 %”- scenario daarentegen komt overeen met een verlaging van de kapitaalkosten met 2 punten, door het wegvallen van de liquiditeitsrisicopremie, een aanzienlijke daling van de betacoëfficiënt of een combinatie van de twee. |
|
(105) |
Tot slot heeft de deskundige een volledige herevaluatie van AZ Services verricht; hiertoe is gebruik gemaakt van de methode van Citigroup, op grond waarvan de waarde van de onderneming gelijk is aan de som van de waarden van elke activiteit. Deze waarden zijn berekend op basis van een market multiple van de EBITDA voor de grondafhandelingsdiensten, het personeel en het call center, en van de EBITDA minus investeringen in informatica; voor de laatste twee activiteiten is dezelfde vermindering van 30 % in aanmerking genomen. De deskundige heeft gepreciseerd dat de methode van de market multiples betrouwbaarder wordt naarmate de financiële markten zich ontwikkelen en dat zowel de doctrine als de internationale praktijken er steeds meer belang aan hechten. Wat het onderhoud betreft, hebben de bijzondere structuur van de activiteit, waarbij het merendeel van de diensten nog steeds wordt verleend door filialen van luchtvaartmaatschappijen, en de beperkte looptijd van de contracten in onderhandeling de deskundige ertoe aangezet uit te gaan van de waarde van de activa 2008, wat volgens hem ook een gebruikelijke methode is voor de waardering van ondernemingen (38). Op basis hiervan en van de financiële situatie in 2008 zou de totale eindwaarde voor Fintecna 408 tot 430 miljoen euro bedragen, wat een IRR van 28,2 tot 30,9 % geeft en de berekeningen van Mediobanca en Citigroup bevestigt. |
|
(106) |
De deskundige heeft besloten dat het gunstige verschil in IRR ten opzichte van dezelfde berekeningen op basis van het eerste plan van oktober 2004 hoofdzakelijk te maken heeft met het uitstel van de investering van Fintecna (2006 in plaats van 2005). |
V.1.3. Conclusies met betrekking tot de hypothesen in de door Alitalia en Fintecna ondertekende intentiebrieven
|
(107) |
In haar besluit tot inleiding van de procedure verklaart de Commissie (39) dat drie punten, die volgens de op 13 oktober 2004 tussen Alitalia en Fintecna ondertekende intentiebrief nog moesten worden besproken, aanzienlijk van invloed kunnen zijn op de rentabiliteit van de operatie. De Commissie heeft derhalve verzocht deze punten specifiek te laten onderzoeken door de deskundige. |
V.1.3.1. Behandeling van de herstructureringskosten
|
(108) |
De deskundige heeft bevestigd dat in de intentiebrief is bepaald dat de door Alitalia berekende herstructureringskosten te haren laste blijven wanneer ze hoger zouden uitvallen dan de aan AZ Services overgedragen reserve. Deze reserve bedroeg in het oorspronkelijke plan 88,8 miljoen euro en kwam volgens de gedetailleerde analyses volledig overeen met het geschatte deel van de bovengenoemde kosten die moeten worden gedekt bovenop de reeds in de passiva voor 2005 opgenomen personeelskosten. In het herziene plan van april 2005 is deze reserve eind 2004 verlaagd tot 75 miljoen euro omdat de kosten, voor ongeveer 15 miljoen euro, reeds waren opgenomen in de rekeningen over het boekjaar 2004. De deskundige heeft bevestigd dat de verbintenis van Alitalia inhoudt dat er geen effect te verwachten valt op de IRR van Fintecna. |
V.1.3.2. Behandeling van de doelstellingen van het herstructureringsplan
|
(109) |
De deskundige heeft kunnen vaststellen dat de kosten in het voor de berekening van de IRR gebruikte plan van AZ Services in overeenstemming waren met de daarin vastgestelde doelstellingen inzake efficiëntie; het plan voorziet namelijk in een jaarlijks maximumpercentage van […] % van de gefactureerde bedragen dat moet worden terugbetaald aan AZ Fly indien de doelstellingen zijn bereikt. Dit komt overeen met ongeveer […] miljoen euro per jaar, of, over de periode 2005-2008, […] miljoen euro in het herziene plan. De deskundige heeft gepreciseerd dat deze schatting volgens het bestuur van Alitalia is bevestigd door de diverse opstellers van het plan, inclusief de consulenten, die ze hebben opgenomen in hun berekeningen. |
V.1.3.3. Behandeling van de door de overdracht van activa of bedrijfsactiviteiten gegenereerde meerwaarden
|
(110) |
De deskundige heeft bevestigd dat de behandeling van deze eventuele meerwaarden, die op het moment van zijn analyse nog moesten worden overeengekomen, niet van invloed zou zijn op de rentabiliteit van Fintecna wanneer de gedeeltelijke retrocessie ervan aan AZ Fly pas zou plaatsvinden na alle tot en met 31 december 2008 geplande overdrachten, en slechts betrekking zou hebben op het gedeelte van de IRR bovenop de door Mediobanca op 25,3 % geschatte rentabiliteit van Fintecna. De partijen hebben de consulent laten weten dat zij deze benadering willen toepassen voor de onderhandeling over de clausule. |
V.1.4. Conclusies met betrekking tot het gebruik van preferente aandelen ten gunste van Fintecna
|
(111) |
De deskundige heeft in de eerste plaats gewezen op de talrijke soorten aandelen waarin het Italiaanse recht voorziet; naar aanleiding van de hervorming van het vennootschapsrecht van 1 januari 2004 zijn aan de voorrang bij de uitbetaling van een dividend, zoals in het onderhavige geval, niet langer beperkingen verbonden wat de daaraan verbonden stemrechten betreft. De enige echte beperking is dat aandelen waarvoor een beperkt of voorwaardelijk stemrecht geldt, zoals preferente aandelen, niet meer dan de helft van het maatschappelijk kapitaal mogen uitmaken (40). |
|
(112) |
De deskundige noemt 3 voorbeelden van genoteerde particuliere vennootschappen (FIAT S.p.A, Unipol Assicurazioni S.p.A. en het Istituto Finanziario Industriale S.p.A.) die gebruik maken van preferente aandelen die onder andere voorrang geven bij de winstuitkering in de vorm van een vast bedrag per aandeel of een percentage van de nominale waarde. |
|
(113) |
De deskundige heeft bevestigd geen elementen te hebben gevonden die tot de conclusie leiden dat de toekenning van preferente aandelen aan één enkele (publieke of particuliere) aandeelhouder niet in overeenstemming zou zijn met het Italiaanse recht. Het enige voordeel is de prioritaire en verhoogde toegang tot de winstverdeling. |
V.1.5. Conclusies met betrekking tot de geraamde facturering van dienstverleningen van AZ Services aan AZ Fly tegen marktvoorwaarden
|
(114) |
Het verslag van de deskundige is grotendeels gewijd aan zijn specifieke werkzaamheden op dit gebied en bevat toelichtingen bij de in het plan van AZ Services vastgestelde factureringsvoorwaarden; dit plan is opgesteld door Alitalia met de hulp van McKinsey die de analyse-elementen rechtstreeks aan de maatschappij heeft verstrekt. De werkzaamheden, waarvan de conclusies hieronder worden weergegeven, hadden betrekking op alle activiteiten van de onderneming (onderhoud, grondafhandelingsdiensten, informatica en gedeelde diensten of shared services: personeel en call center) . De deskundige heeft algemeen geconcludeerd geen elementen te hebben gevonden die tot de conclusie leiden dat de in het plan voorziene methode voor de vaststelling van de prijzen volgens marktcriteria niet correct is. |
|
(115) |
Er zij op gewezen dat de verdeling per activiteit, op een totale geraamde omzet van […] miljoen euro voor AZ Services in 2008 er volgens het verslag van de consulent van Fintecna (Citigroup) als volgt zou uitzien: onderhoud: […] miljoen euro; grondafhandelingsdiensten: […] miljoen euro; ICT (informatica): […] miljoen euro; personeel en call center (of gedeelde diensten): […] miljoen euro (41). |
V.1.5.1. Met betrekking tot de geraamde facturering van de onderhoudsdiensten
|
(116) |
De prijsvorming is hoofdzakelijk gebaseerd op een prijsvergelijking in de sector uit een onafhankelijke studie van Aero Strategy (42). De deskundige heeft de voor een aantal elementen gebruikte berekeningsmethode (bijvoorbeeld voor het zware onderhoud (heavy maintenance) en onderdelen? van de A320-familie, en het onderhoud van de motor van een CFM56-5B-reactor) in detail uiteengezet met het oog op de controle van de grondslagen ervan (periodiciteit, kosten per uur, aantal uren, stukken, enz.). Voorts heeft hij twee hypothesen toegelicht waarvan bij deze prijsvorming is uitgegaan:
|
V.1.5.2. Met betrekking tot geraamde facturering van de grondafhandelingsdiensten
|
(117) |
Voor de in het plan aangegeven prijzen is uitgegaan van de prijs die Alitalia betaalt op vergelijkbare luchthavens (43) of van offertes die de maatschappij heeft ontvangen op dezelfde luchthavens als die waarop AZ Services opereert (44). Aan deze prijzen is een met Fintecna overeengekomen marge van […] % toegevoegd. Het jaarlijkse effect van de verlaging van deze marge komt overeen met een extra EBITDA voor AZ Services (van […] miljoen euro in 2005 tot […] miljoen euro in 2008). |
V.1.5.3. Met betrekking tot de geraamde facturering van de informaticadiensten en de gedeelde diensten
|
(118) |
Bij gebrek aan andere gegevens heeft Alitalia de prijzen geschat op basis van de offertes van in de verwerving van de genoemde maatschappijen geïnteresseerde maatschappijen en deze ook verlaagd met het door diezelfde maatschappijen voorgestelde kortingspercentage. De deskundige heeft kunnen vaststellen dat dit percentage overeenkwam met het maximum van wat op het gebied van gedeelde diensten wordt aangeboden, en met het minimum wat op het gebied van informatica wordt aangeboden. Aangezien de omzetprognoses voor deze twee secundaire activiteiten vergelijkbaar zijn (in 2005 respectievelijk 62 miljoen euro en 64 miljoen euro — exclusief de interne dienstverrichtingen — op een totaal van 935 miljoen euro), zou de toepassing van het gemiddelde in beide gevallen geen sterk uiteenlopende resultaten opleveren. |
V.2. Conclusies met betrekking tot de voorwaarden voor reddingssteun
|
(119) |
Deze conclusies komen voort uit de aanvullende controles waarom de Commissie had verzocht naar aanleiding van de aantijgingen in verband met de niet-naleving van de door Italië bij de goedkeuring van de reddingssteun op 20 juli 2004 aangegane verbintenissen. Deze verbintenissen hielden in dat zou worden afgezien van nieuwe investeringen, dat de nieuw geopende routes rendabel zouden zijn en dat niet met afbraakprijzen zou worden gewerkt; voorts is ook het gebruik van de door de reddingssteun gegarandeerde lening onderzocht. |
V.2.1. Conclusies met betrekking tot het afzien van nieuwe investeringen
|
(120) |
De deskundige heeft onderzoek gedaan naar de structuur van de vloot op respectievelijk 31 december 2003 en 31 december 2004. Hij heeft vastgesteld dat slechts één vliegtuig, een Embraer 170, is toegevoegd aan de vloot die werd gebruikt na 1 juli 2004, dus nadat de Commissie tot de toekenning van reddingssteun had besloten. De raad van bestuur van Alitalia had tot de aankoop van dit vliegtuig besloten op 19 juni 2002, dus vóór 31 december 2002. |
V.2.2. Conclusies met betrekking tot de analyse van de rentabiliteit van de nieuwe, in de zomer 2004 geopende routes
|
(121) |
De deskundige heeft op basis van de verrichte werkzaamheden en gelet op het beperkte aantal hieronder toegelichte uitzonderingen geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn dat de door Alitalia aangegane verbintenis om de nieuwe routes te exploiteren met positieve marges niet is nagekomen. |
|
(122) |
Aangezien het voor de rentabiliteit toegepaste criterium de brutomarge was, is de deskundige nagegaan of de in aanmerking genomen elementen aanleiding konden geven tot opmerkingen. De brutomarge (of „flight contribution”) is gedefinieerd als de opbrengst (passagiers en andere) uit een bepaalde route, na aftrek van de commerciële kosten (provisies,…), de distributiekosten (CRS en kosten in verband met de verkoopstructuur en promotie-initiatieven die proportioneel worden geboekt bij de opbrengst van de route) en de variabele exploitatiekosten (brandstof, luchthavenbelastingen, dienst aan boord, vergoedingen voor de bemanning, enz.). De marge is berekend op basis van enerzijds de directe marge die wordt gegenereerd door de passagiers van de vlucht zelf en anderzijds de marge uit de feeder value die daar bovenop komt, d.w.z. de marge die wordt gegenereerd door deze passagiers die aansluitingen bij dezelfde maatschappij boeken. |
|
(123) |
De deskundige herinnert eraan dat bij een constante capaciteit (aantal vliegtuigen) die voortkomt uit de investeringen waartoe is besloten vóór 31 december 2002, logischerwijs kan worden uitgegaan van een afnemende marginale rentabiliteit. Zo worden de extra middelen die vrijkomen door een beter gebruik van de vloot (en waarvoor, vooral vanaf de winter 2004, de deskundige wijst op de gegevens in punt 47 van het besluit tot inleiding van de procedure) noodzakelijkerwijs toegewezen aan routes die minder rendabel zijn dan de reeds geopende routes. |
|
(124) |
De deskundige heeft voor de in de zomer 2004 geopende routes onderzoek gedaan naar de rentabiliteit eind september 2004, de voor eind december 2004 geraamde rentabiliteit en die van de balans 2005. Voor de in de winter 2004 geopende routes wordt verwezen naar de laatste ramingen 2005. De conclusie luidt dat van de 25 belangrijkste onderzochte gevallen alle eind september 2004 gepresenteerde directe rentabiliteiten (12 in de zomer 2004 geopende routes) of in de balans 2005 geraamde rentabiliteiten, voor deze 25 routes nu reeds positief zijn of, in uitzonderlijke gevallen, gelijk aan nul (2 gevallen eind september 2004, 1 eind december 2004 en naar verwachting 1 in 2005); slechts 3 in de zomer 2004 geopende routes vertonen eind december een negatieve directe brutomarge. In de onderstaande punten worden deze gevallen in detail toegelicht. |
|
(125) |
De drie routes met een negatieve directe economische tendens eind december 2004 hebben als bestemming Scandinavië: respectievelijk Malpensa-Kopenhagen ([…] miljoen euro eind december tegenover […] miljoen euro eind september 2004), Malpensa-Stockholm ([…] miljoen euro eind december 2004 tegenover […] eind september 2004) en Fiumicino-Stockholm ([…] miljoen euro eind december 2004 tegenover […] eind september 2004). In de drie gevallen zijn voor 2005 positieve marges geschat (respectievelijk […], […] en […] miljoen euro). De deskundige geeft toelichtingen bij de opmerkingen van het bestuur van Alitalia hierover, dat verklaart dat deze routes aan een zware concurrentie zijn blootgesteld, ook van low cost luchtvaartmaatschappijen, en dat de variabele kosten hoog liggen gezien de lengte van het traject. Ten slotte hebben deze routes, zoals algemeen aangegeven, bijzonder te lijden gehad onder de terugval van Alitalia in het najaar 2004: de RATK (opbrengst per aangeboden tonkilometer) was in oktober 2004 gedaald met 14,2 % ten opzichte van de voorgaande maanden. De hachelijke financiële situatie van de maatschappij, die tot een zeker verlies aan vertrouwen bij de klanten heeft geleid, heeft zich dan ook duidelijk laten gevoelen op deze nieuwe routes in Noord-Europa, waar meer inspanningen moesten worden geleverd om nieuwe klanten te werven. De deskundige merkt echter ook op dat de door Alitalia verstrekte gegevens wijzen op een positieve feeder value voor deze routes; dit is de bijdrage in termen van incrementele opbrengst die passagiers van deze routes leveren aan andere vluchten van Alitalia wanneer zij doorreizen naar andere bestemmingen, in overeenstemming met de door de maatschappij ontwikkelde „hub-strategie”. Voor het boekjaar 2004 bedraagt deze feeder value respectievelijk […], […] en […] miljoen euro (45); over het geheel genomen zou de exploitatie van de nieuwe Scandinavische route van Alitalia dus rendabel blijven. |
|
(126) |
De route die eind december 2004 een directe geraamde marge van nul had, is Fiumicino-Zürich (tegenover […] miljoen euro eind september 2004 en […] miljoen euro zoals voorzien in de balans 2005). De route wordt gekenmerkt door een zware concurrentiedruk van Swiss die 4 dagelijkse verbindingen exploiteert tegenover 1 bij Alitalia. De route genereert niettemin een positieve feeder value ([…] miljoen euro) in 2004. |
|
(127) |
Analoog hiermee zou de route waarvoor de directe marge voor 2005 op nul is geschat (Malpensa-Birmingham) een feeder value van […] miljoen euro genereren, wat een positief netto-effect op de resultaten van de maatschappij heeft. |
V.2.3. Conclusies met betrekking tot de analyse van de op de nieuwe, in de zomer 2004 geopende routes toegepaste prijzen
|
(128) |
De deskundige heeft diverse analyses en controles verricht met betrekking tot de nieuwe, in de zomer 2004 geopende routes. Hij licht de complexe situatie van de tarifering in de luchtvaartsector toe: deze complexiteit heeft te maken met het grote aantal promotieaanbiedingen, van doorgaans één maand, gekoppeld aan een aantal voorschriften inzake het minimum- en/of maximumverblijf, met mogelijke veranderingen van reistijd en -dag en terugbetalingen van tickets, alsook met het effect van de boekingsdata; de interessantste promotietarieven blijken slechts op een beperkt aantal plaatsen per vlucht te worden toegepast. De deskundige heeft gelet op het beperkte aantal gevallen van price leadership geconcludeerd niet op een situatie te zijn gestuit waaruit moet worden opgemaakt dat de verbintenissen van Alitalia om geen afbraakprijzen op deze nieuwe routes toe te passen, niet zijn nagekomen. |
|
(129) |
De tests waren gebaseerd op enerzijds de door Alitalia verstrekte en door de deskundige gecontroleerde documentatie, en anderzijds de tests die de deskundige op eigen initiatief had verricht in het boekingssysteem (CRS) Galileo en op de internetsite van Alitalia. |
V.2.3.1. Tests op basis van de door Alitalia verstrekte gegevens
|
(130) |
Voor elke in de zomer 2004 geopende route zijn zowel bij de opening ervan als in maart 2005 tests verricht; ze hadden betrekking op prijzen heen en terug, zowel vanuit Italië als vanuit de betrokken buitenlandse stad. Om een duidelijk idee te geven van de door de klant betaalde eindprijs is in de door Alitalia en de concurrenten opgegeven prijzen de surcharge cost (SC) doorberekend; die is bedoeld om de extra kosten voor kerosine en de extra verzekeringskosten te dekken en kan per onderneming aanzienlijk verschillen. Hieronder volgt een overzicht van de prijzen:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(131) |
Op de 12 in de zomer 2004 geopende routes (24 tests) is er bij opening slechts 1 waar het tarief van Alitalia, inclusief SC, 25 euro lager ligt dan bij de concurrent Swiss. Volgens Alitalia heeft dit prijsverschil te maken met het kleinere aantal verbindingen (slechts 1 tegenover 4 bij zijn concurrent). |
|
(132) |
Voor diezelfde 12 routes (24 tests) ligt in maart geen enkel tarief van Alitalia, inclusief SC, nog lager dan dat van de interessantste concurrent. In het geval van de verbinding Zürich-Fiumicino ligt de door de klant van Alitalia betaalde eindprijs momenteel hoger dan het door Swiss gehanteerde tarief. |
|
(133) |
Op de 11 in de winter 2004 geopende routes (22 tests) zijn er 3 met bestemming Italië (Timisoara en Shangaï — Malpensa, Thessaloniki — Fiumicino) waar bij de opening van de route het tarief van Alitalia, inclusief SC, lager ligt dan dat van de concurrent;
|
|
(134) |
Voor diezelfde 11 routes (22 tests) ligt in twee van de bovenstaande vluchten met bestemming Italië (Timisoara en Shangaï — Malpensa), plus op de verbinding Malpensa-Zagreb, het tarief van Alitalia, inclusief SC, in maart 2004 lager dan dat van de concurrent. Volgens de deskundige verklaart het bestuur van Alitalia dit verschil door promotietarieven van beperkte duur die samengaan met een verhoging van de frequentie.
|
|
(135) |
Voor de twee in de zomer 2005 geopende routes (Malpensa-Krakau en Sarajevo — 4 tests) zijn de tarieven van Alitalia altijd hoger of gelijk aan die van de concurrenten. |
V.2.3.2. Tests op initiatief van de deskundige
|
(136) |
De deskundige heeft met betrekking tot deze nieuwe routes rechtstreeks via Galileo ongeveer 110 extra tests over verschillende periodes verricht; over het algemeen hebben de tests de eerder door Alitalia verstrekte gegevens bevestigd. De deskundige is evenwel van oordeel dat drie gevallen, die op basis van verschillende criteria zijn bestudeerd, een tariefvoordeel hadden kunnen genereren. |
|
(137) |
Het eerste geval betreft Sint-Petersburg-Malpensa, waarvoor Alitalia in november 2004 en januari 2005 profiteerde van een tariefvoordeel van 13 euro ten opzichte van CSA, wanneer men Air France als concurrent buiten beschouwing laat vanwege zijn joint venture overeenkomst; eerder had Alitalia Air France al opgegeven als referentieconcurrent. De deskundige merkt evenwel op dat dit prijsverschil niet langer bestaat. |
|
(138) |
Het tweede geval betreft de verbinding Timisoara-Malpensa, waarvoor het verschil bij de opening van de lijn ten opzichte van Austrian Airlines (OS) op 128 euro was becijferd. De deskundige merkt evenwel op dat Alitalia van 15 oktober tot en met 30 november 2004 een tarief van 149 euro voorstelde, inclusief SC, d.w.z. een verschil van 229 euro ten opzichte van OS. Hij herinnert er echter aan dat Carpatair sinds september 2004 een tarief heen en terug op Timisoara-Orio al Serio van 140 euro aanbiedt (bevestigd in februari 2005). |
|
(139) |
Het laatste geval betreft de verbinding Valencia-Fiumicino, waarvoor Alitalia in november 2004 een promotietarief van 69 euro had voorgesteld, dat door de deskundige in aanmerking was genomen, terwijl Alitalia bij de vergelijkingen was uitgegaan van een tarief van 101 euro; Alitalia profiteerde in de betrokken maand van een tariefvoordeel van 22 euro, inclusief SC; zoals hierboven aangegeven is er echter niet langer een verschil. |
|
(140) |
Tot slot heeft de deskundige begin april 2005 op verzoek van de Commissie tests uitgevoerd om na te gaan of de door Alitalia via Galileo van 17 tot en met 22 maart aangeboden prijzen (basis voor de voorgaande tests) en die welke rechtstreeks op de internetsite worden aangeboden, coherent waren. Slechts in twee gevallen (Rome-Boston en Milaan-Washington) was er een verschil van 10 euro, terwijl de andere prijzen bevestigd zijn. Het bestuur van Alitalia had te kennen gegeven dat het ondernemingsbeleid erin bestond geen verschillende prijzen toe te passen naar gelang van het verkoopkanaal en gezien het beperkte aantal geconstateerde verschillen heeft de deskundige deze toegeschreven aan het verschil in tijdstip tussen de twee controles. |
V.2.4. Opmerkingen met betrekking tot het gebruik van de door de reddingssteun gegarandeerde lening
|
(141) |
De deskundige heeft met de hulp van Alitalia de situatie van de door de reddingssteun gegarandeerde lening onderzocht, en met name het gebruik ervan in 2004, het gebruik ervan in het eerste kwartaal 2005 en de voor eind 2005 verwachte kassituatie. |
V.2.4.1. Algemene opmerkingen over het overbruggingskrediet en de liquiditeiten
|
(142) |
De deskundige herinnert eraan, zoals aangegeven in het besluit inzake reddingssteun, dat de voor de reddingssteun gebruikte ramingen betreffende de liquiditeiten grotendeels uit gegevens over het vierde kwartaal 2003 en het eerste kwartaal 2004 stamden. Op het moment van dat besluit bevond de maatschappij zich in een impasse omdat het ondernemingsplan 2004-2006 dat ten uitvoer moest worden gelegd was vastgelopen op verzet van de vakbonden tegen de geplande maatregelen. Dit heeft in februari 2004 geleid tot het ontslag van de afgevaardigd bestuurder en de benoeming van een vervanger, en de tenuitvoerlegging van een nieuw plan in september-oktober 2004. |
|
(143) |
Voorts wijst de deskundige erop dat het met de Dresdner Bank op 11 oktober 2004 ondertekende contract voor een lening van 400 miljoen euro volgde op het op 8 oktober 2004 door het ministerie van Financiën ondertekende garantiebesluit. De deskundige herinnert eraan dat de toezichthoudende instantie (collegio sindacale) van de maatschappij de activering van de lening had gekoppeld aan een vergadering van de aandeelhouders om te beslissen over de herkapitalisatie van de maatschappij. De vergadering, waarop besloten is tot een kapitaalverhoging voor maximaal 1,2 miljard euro, heeft plaatsgevonden op 15 december 2004. Vóór die datum verkeerde AZ bijgevolg niet in de mogelijkheid om het overbruggingskrediet te gebruiken. Anderzijds heeft de Dresdner Bank AZ er bij brief van 14 januari 2005 aan herinnerd dat de lening uiterlijk op 31 maart 2005 moest worden opgenomen. |
|
(144) |
De deskundige heeft onderzocht of de in het kader van de onderhavige procedure gepresenteerde kaspositie overeenkomt met die welke maandelijks door de maatschappij wordt bekendgemaakt zoals vereist door de Consob (46). De deskundige heeft bevestigd dat de voor de controle gepresenteerde situatie overeenstemt met de op de valutadatum daadwerkelijk beschikbare middelen op bankrekeningen van de groep Alitalia. De maandelijkse situatie van de Consob wordt echter berekend op de boekhoudkundige datum en omvat financiële korte-termijnkredieten, inclusief kredieten aan in vereffening gestelde Italiaanse maatschappijen (zoals Sisam), of aan maatschappijen die voor het kasbeheer buiten beschouwing zijn gelaten (zoals Aviofin) en de niet-aanwendbare middelen bij een verzekeringsmakelaar, Alinsurance, bij Amerikaanse reisagentschappen die voor het kasbeheer buiten beschouwing zijn gelaten en bij maatschappijen in landen die over een controlesysteem voor financiële transfers naar het buitenland beschikken (Libië, Iran, Nigeria, enz.). Het totaal van deze posten bedraagt 22-25 miljoen euro; ze verhogen de financiële middelen en korte-termijnkredieten die overeenkomstig de voorschriften van de Consob zijn gepresenteerd, zonder beschikbare middelen te vormen. |
V.2.4.2. Gebruik van het overbruggingskrediet in 2004
|
(145) |
In het vierde kwartaal 2004 bedroeg de cashflow, exclusief de schommelingen in de behoefte aan bedrijfskapitaal en investeringen (cashflow exploitatie en investeringen), hierna als „cashflow” aangegeven, - 54 miljoen euro tegenover - 187 miljoen euro zoals geraamd in juli 2004; deze verbetering van 133 miljoen euro kwam voor 80 miljoen euro (47) voort uit de verbetering van het operationele beheer ten opzichte van het boekjaar 2003, waarvan is uitgegaan voor de berekening van de steun, voor 20 miljoen euro uit fiscale terugbetalingen 1993-1994 door de staat, voor 20 miljoen euro uit geplande, doch wegens geschillen niet verrichte betalingen aan luchthavenleveranciers en voor 4 miljoen euro uit een bijdrage (48) voor de bouw van een hangar door het filiaal Atitech op de luchthaven van Napels. Het minder negatieve saldo (voor 53 miljoen euro (49)) is voorts toe te schrijven aan de geringere investeringsbehoefte; zo heeft Alitalia bijvoorbeeld naast het afzien van een aantal geplande investeringen in november 2004 één van de vijf geplande sale/leaseback-operaties met MD 11-vliegtuigen voor een bedrag van 17 miljoen euro uitgevoerd. Na de terugbetaling van de vervallen financiële schulden, namelijk 49 miljoen euro, konden de kasbehoeften van 103 miljoen euro voor dat kwartaal worden gedekt dankzij een opneming voor 100 miljoen euro van het overbruggingskrediet na 15.12.2004. |
V.2.4.3. Gebruik van het overbruggingskrediet in het eerste kwartaal 2005
|
(146) |
In het eerste kwartaal 2005 bedroeg de cashflow uitgaande van een initiële kaspositie van 66 miljoen euro per 31 december 2004 70 miljoen euro, in plaats van - 195 miljoen euro zoals geraamd in juli 2004; deze verbetering van 125 miljoen euro komt voor ongeveer 60 miljoen euro voort uit de gestage verbetering van het operationele beheer ten opzichte van de prognose waarvan is uitgegaan voor de berekening van de steun; het cijfer is voorts te danken aan het feit dat de opbrengst per eenheid minder sterk was gedaald dan verwacht, alsook aan een hogere bezettingsgraad (load factor). De minder negatieve cashflow heeft voor 60 miljoen euro ook te maken met de aanhoudende vermindering van de investeringskosten: dit is het effect van twee andere van de vijf geplande sale/leaseback-operaties met MD 11-vliegtuigen, de verkoop van 3 Piper voor 30 miljoen euro, de overdracht van aandelen voor 10 miljoen euro en de inkrimping van het investeringsprogramma met 20 miljoen euro. De totale financiële behoefte van het kwartaal bedraagt derhalve ongeveer 105 miljoen euro, inclusief de terugbetaling van 35 miljoen euro van vervallen financiële schulden; het overbruggingskrediet is evenwel geactiveerd voor de resterende 300 miljoen euro (55 miljoen euro in februari en 245 miljoen euro in maart), wat per 31.3.2005 262 miljoen euro aan beschikbare middelen heeft gegenereerd. |
V.2.4.4. Tegen eind 2005 verwachte kaspositie
|
(147) |
Op korte termijn wijzen de door de deskundige verstrekte ramingen voor Alitalia slechts op een lichte achteruitgang van de kaspositie, die per 31 mei 2005 212 miljoen euro zou bedragen; het effect van het betere beheer en de geringere investeringen, evenals de vierde sale/leaseback-operatie met een MD11-vliegtuig, zullen vruchten blijven afwerpen. Verwacht wordt dat de zal kaspositie, exclusief het effect van de eventuele herkapitalisatie, eind 2005 zal zijn gehalveerd en nog slechts […] miljoen euro zal bedragen. |
|
(148) |
De deskundige verwijst naar één van de door Alitalia aangevoerde rechtvaardigingen in verband met het gebruik van de gehele lening per 31.3.2005, namelijk dat de middelen uiterlijk op 31.3.2005 moesten worden opgenomen, zoals gepreciseerd door de Dresdner Bank. Voorts wijst hij op één van de voor deze ramingen gebruikte hypothesen, namelijk die van oktober 2004, van een omrekeningskoers EUR/USD van 1,27 en een prijs van 41 USD voor een vat Brent. Gelet op de huidige prijs van 55 tot 57 USD is deze hypothese niet realistisch. In de ramingen van de deskundige, die afkomstig zijn van drie marktdeelnemers (BP Riskmanager, Shell Trading en Macquarie Energy) wordt uitgegaan van een cijfer van 54 tot 58 USD tegen eind 2005. Het negatieve effect op de rekeningen van Alitalia is met een prijs van 55 USD per vat en een op 1,27 gehandhaafde omrekeningskoers berekend op ongeveer […] miljoen euro tegen het eind van het jaar (50), dus ongeveer […] miljoen euro voor het kwartaal april — juni. Dit bewijst dat de huidige raming van de cashflow van Alitalia in grote mate is blootgesteld aan deze veranderlijkheid. Deze is des te groter omdat Alitalia in het najaar 2004, op het moment van de vaststelling van deze ramingen en gezien de financiële situatie, geen operaties ter dekking van het wisselkoers- en brandstofprijsrisico kon uitvoeren en elke verslechtering van de situatie bijgevolg van invloed zou zijn op de rekeningen; momenteel zou de dekkingsoperatie zich ertoe beperken de koers te stabiliseren op 55 USD en dit verlies dus concretiseren. |
VI. OPMERKINGEN VAN DE COMMISSIE MET BETREKKING TOT HET BEWEERDE MISBRUIK VAN DE REDDINGSSTEUN
|
(149) |
De Commissie herinnert er overeenkomstig haar besluit tot inleiding van de procedure van januari 2005 aan dat de onderhavige beschikking is bedoeld om te beoordelen of de door Italië aangemelde maatregelen voor de herkapitalisatie van AZ Fly en AZ Services als staatssteun moeten worden aangemerkt. Hoewel de procedure geen betrekking heeft op de nakoming van de door Italië in het kader van de reddingssteun aangegane verbintenissen en de desbreffende gebruiksvoorwaarden, had de Commissie, gelet op de opmerkingen van de belanghebbende derden, deze evenwel de mogelijkheid willen laten opmerkingen hierover te formuleren. Op basis van deze elementen en met het oog op de grootst mogelijke transparantie licht de Commissie in dit deel haar voorafgaande analyse van de kwestie toe. Voor Alitalia blijven hoe dan ook dezelfde voorwaarden en verbintenissen gelden zolang het overbruggingskrediet niet is terugbetaald of de hiervoor toegekende staatsgarantie niet is geannuleerd; het onderhavige deel loopt derhalve niet vooruit op de definitieve beoordeling van de Commissie in dit verband, noch op de in artikel 88, lid 2, geboden mogelijkheid voor de Commissie om zich rechtstreeks tot het Hof van Justitie te wenden of een procedure in te leiden voor misbruik van de reddingssteun indien zij later van oordeel zou zijn dat er redenen zijn die twijfels hieromtrent rechtvaardigen. De Commissie herinnert eraan dat één van de belangrijkste voorwaarden voor de toekenning van reddingssteun is dat er geen ernstige negatieve gevolgen voor de andere lidstaten mogen zijn. Zoals aangegeven in het besluit inzake reddingssteun zijn de Italiaanse autoriteiten verbintenissen aangegaan met betrekking tot de ontwikkeling van de capaciteit van de luchtvaartmaatschappij en het afzien van afbraakprijzen op de nieuwe routes. Deze twee aspecten worden in de punten 150 tot en met 172 verder uitgediept. |
VI.1. Opmerkingen met betrekking tot het afzien van nieuwe investeringen en de capaciteit
|
(150) |
De Commissie neemt nota van de conclusies van de door haar aangewezen deskundige, die bevestigt dat Alitalia op de datum van zijn verslag van april 2005 de vloot niet had uitgebreid met nieuwe vliegtuigen waarvoor de maatschappij niet vóór 31 december 2002 tot de aankoop had besloten. Met name in antwoord op de opmerkingen van derden herinnert zij eraan dat het besluit van 16 februari 2004 van de raad van bestuur van Alitalia, zoals aangegeven in het besluit tot inleiding van de procedure (51), alleen betrekking had op de voorwaarden voor de financiering van vliegtuigen waarvoor vóór 31 december 2002 tot de aankoop was besloten. De Commissie merkt op dat de betrokken vloot toebehoort aan de hele groep Alitalia, inclusief Alitalia Express. |
|
(151) |
De Commissie is derhalve van mening tot er dusver geen elementen zijn die tot de conclusie leiden dat deze in het besluit inzake reddingssteun opgenomen verbintenis niet is nagekomen. |
|
(152) |
Los van de inhoud van het besluit waarbij de reddingssteun in termen van capaciteit wordt toegestaan, die, zoals nu bevestigd, correct in acht is genomen, neemt de Commissie ook nota van de door Italië verstrekte toelichtingen over algemenere begrippen met betrekking tot capaciteit; met betrekking tot de vloot stelt zij vast dat geen nieuwe investeringen hebben plaatsgevonden, en dat zij in 2005 zelfs met 4 eenheden zou worden ingekrompen. Het aanbod in termen van aangeboden tonkilometers, dat heeft geleid tot de door de concurrenten vastgestelde toename van het aantal verbindingen en zitplaatsen tussen de zomer 2004 en de zomer 2005, is derhalve uitsluitend toe te schrijven aan de verhoging van de productiviteit door een verhoogde dagelijkse inzet van de bestaande vloot. Zo komt de toename van het aanbod met ongeveer 15 %, zoals in detail uiteengezet door de Italiaanse autoriteiten, overeen met de door de concurrenten geconstateerde toename. De capaciteit kan ook beter worden benut dankzij de aanzienlijk hogere inzet van de vliegtuigen. |
|
(153) |
De Commissie merkt evenwel op dat in het besluit inzake reddingssteun reeds nota was genomen van de opening van nieuwe routes (52) en deze ook was toegestaan omdat de capaciteit onveranderd bleef en het routes betrof die nog niet geëxploiteerd werden of die betrekking hadden op een monopoliesituatie. In het onderhavige geval moest de maatschappij in de mogelijkheid worden gesteld gebruik te maken van de nieuwe middelen die beschikbaar waren geworden door de betere rotatie van de bestaande vloot en het gelijkblijvende aantal beschikbare zitplaatsen; dit verklaart, zoals hierboven aangegeven, de genoteerde verhogingen per aangeboden tonkilometers of per aangeboden zitplaats. |
|
(154) |
De Commissie is in het licht van de elementen waarover zij momenteel beschikt dan ook van oordeel dat de geconstateerde ontwikkelingen met betrekking tot de frequenties en de nieuw geopende routes niet strijdig zijn met de reddingssteun van juli 2004. |
VI.2. Conclusies met betrekking tot de analyse van de rentabiliteit van de nieuwe, in de zomer 2004 geopende routes
|
(155) |
Op basis van de door de deskundige verstrekte gegevens kon de Commissie bevestiging krijgen dat alle in de zomer 2004 geopende routes een positieve economische ontwikkeling te zien geven, in het merendeel van de gevallen op het vlak van hun individuele financiële bijdrage en in alle gevallen wat de feeder value betreft, d.w.z. de extra brutomarge die door deze routes op het overige net van de maatschappij wordt gegenereerd. De Commissie acht het gerechtvaardigd rekening te houden met de feeder value, vooral in het geval van een maatschappij die een „hub-strategie” volgt, aangezien deze extra inbreng niet zou hebben bestaan indien deze routes niet waren geopend. Bijgevolg lijken alle routes, inclusief het nieuwe Scandinavische net, een positieve bijdrage te leveren, wat in overeenstemming is met het besluit inzake reddingssteun. |
|
(156) |
Voorts merkt de Commissie op dat de opmerkingen van derden met betrekking tot de verbinding Sint-Petersburg — Milaan, die volgens de concurrenten verlieslatend is, lijken te worden ontkracht door de verstrekte cijfers: de route, die in de winter 2004-2005 is geopend, zou in 2005 naar schatting een positieve directe brutomarge hebben van […] miljoen euro, waarbij de feeder value zelfs buiten beschouwing is gelaten, en zou derhalve […] % aan opbrengsten genereren, wat haar tot één van de rendabelste nieuwe routes maakt. |
VI.3. Conclusies met betrekking tot de analyse van de op de nieuwe, in de zomer 2004 geopende routes toegepaste prijzen
|
(157) |
De Commissie wijst erop dat het bestaan van afbraakprijzen in de eerste plaats wordt gekenmerkt door een situatie waarin de variabele marginale kosten niet kunnen worden gedekt door de variabele marginale opbrengst, wat dus een verlies genereert. Deze kwestie, die in de punten 155-156 verder wordt uitgediept, vereist een complexe en diepgaande analyse van de rekeningen van de maatschappij, waartoe de belanghebbende derden niet in staat zouden zijn. Daarom was de Commissie, zoals aangegeven in het besluit tot inleiding van de procedure, van oordeel dat een eenvoudiger vergelijking van de door Alitalia gehanteerde tarieven met die van de concurrerende maatschappijen (het bestaan van een price leadership) een eerste indicatie had kunnen geven van het bestaan van situaties die tot afbraakprijzen kunnen leiden. |
|
(158) |
Op basis van de verrichte tests heeft de Commissie vastgesteld dat ondanks een aantal gevallen van price leadership de op de betrokken routes toegepaste prijzen geen afbraakprijzen lijken te zijn. Zoals reeds gepreciseerd kennen de nieuwe routes namelijk een positieve economische ontwikkeling en behoort het merendeel van de betrokken routes volgens de prognoses voor 2005 juist tot de rendabelste: Sint-Petersburg-Malpensa, zoals reeds eerder aangegeven, Malpensa-Zagreb, met een directe brutomarge van […] %, en Thessaloniki-Rome met bijna […] %. De verbindingen Rome-Zürich en Timisoara-Malpensa, met een marge van […] elk, en Rome-Valencia, met […] %, boeken iets minder positieve resultaten. |
|
(159) |
De Commissie is in dit stadium dan ook van oordeel dat het in de talrijke tests vastgestelde aantal gevallen van price leadership en de beperkte draagwijdte en duur daarvan niet wijzen op het bestaan van een bewust beleid op dit gebied, doch dat dit veeleer inherent is aan de structuur van de luchtvaarttarieven, het aantal en de constante aanpassing ervan. Bovendien is deze situatie, zoals blijkt uit de bovenstaande analyse van de op de nieuwe routes gecreëerde marge, niet van invloed geweest op de rentabiliteit van Alitalia; het tegendeel is waar: de situatie van de nieuwe routes is positief, dus de variabele marginale opbrengst ervan voor de maatschappij ligt hoger dan de variabele marginale kosten, wat bevestigt dat niet met afbraakprijzen wordt gewerkt. |
|
(160) |
In het licht van de elementen waarover de Commissie momenteel beschikt, is zij dan ook van oordeel dat de geconstateerde ontwikkelingen met betrekking tot de rentabiliteit van de nieuwe routes en de erop toegepaste tarieven niet strijdig zijn met de reddingssteun van juli 2004. |
VI.4. Opmerkingen met betrekking tot het gebruik van de door de reddingssteun gegarandeerde lening
|
(161) |
Op basis van de door de belanghebbende derden en Italië verstrekte opmerkingen, en vooral de conclusies van de door de Commissie aangewezen deskundige en de momenteel beschikbare gegevens, merkt de Commissie op dat de kaspositie van Alitalia momenteel gunstiger is dan werd verwacht op het moment van de goedkeuring van de reddingssteun. |
|
(162) |
Dit heeft vooral te maken met een betere beheersing van de operatieve kosten en het zoeken naar alternatieve financieringen, zoals bijvoorbeeld de genoemde sale/leaseback-operaties voor vliegtuigen. Uit de situatie blijkt voorts de inbreng van de nieuwe routes in de resultaten van de maatschappij, dankzij de positieve marge die zij, zoals hierboven aangegeven, genereren. De Commissie preciseert ten overstaan van de belanghebbende derden dat de aankoop van kerosine of de betaling van de lonen onder de normale kosten van een luchtvaartmaatschappij vallen en van invloed zijn op de cashflow of de exploitatiekasstroom die wordt gebruikt voor de vaststelling van de steun. |
|
(163) |
Over het geheel genomen kan de Commissie zich alleen maar positief uitlaten over het feit dat een onderneming die zich genoopt ziet haar financiële situatie te herstellen, probeert haar financiële behoeften te verminderen ten gunste van de exploitatie en de geloofwaardigheid ten opzichte van nieuwe investeerders, en alternatieve financieringen te vinden. De Commissie merkt voorts op dat dankzij het dubbele effect van de beperking van de investeringen en het zoeken naar alternatieve lange-termijnfinancieringen de kritiek met betrekking tot de financiering van de vloot uit de reddingssteun en dus ook het gebruik ervan voor een doel dat niet in overeenstemming is met het besluit tot goedkeuring ervan, kan worden ontzenuwd. |
|
(164) |
In dit verband merkt de Commissie op dat het laattijdige gebruik van de reddingssteun, vanaf 15 december 2004, door de toezichthoudende instantie (collegio sindacale) precies gekoppeld was aan de inleiding van de herkapitalisatieprocedure, om te vermijden dat de onderneming uitzichtloos in de schulden raakt; ook het progressieve gebruik van de steun kan juist worden beschouwd als een indicatie voor een goed beheer. Uit de fasering van het gebruik van de financieringen blijkt voorts dat de ontwikkeling van de nieuwe routes, aangezien dit gebeurt met een constante, bestaande capaciteit en een positieve marge zoals reeds eerder aangegeven, geen negatief effect heeft gehad op de kaspositie van de maatschappij ten opzichte van de prognoses; integendeel, het heeft bijgedragen tot de versterking ervan. Op diezelfde wijze zouden de toekomstige kosten van de herstructureringsmaatregelen, vooral in termen van een personeelsinkrimping, gedekt zijn tot en met 30 juni 2005 en laat het effect ervan op de kaspositie zich slechts geleidelijk aan gevoelen, naarmate het overtollige personeel daadwerkelijk vertrekt en wordt uitbetaald. |
|
(165) |
De liquiditeiten van de groep Alitalia bedragen op 31 maart 2005 dan ook 262 miljoen euro, dat is ongeveer 200 miljoen euro meer dan op 30 september 2004 (destijds ongeveer 60 miljoen euro) (53). Zoals aangegeven door de deskundige in punt 147 merkt de Commissie op dat dit cijfer tegen uiterlijk 31 mei met ongeveer 50 miljoen euro zou zijn teruggelopen, de gunstigste datum voor de afronding van de procedure betreffende het overeenkomstig de communautaire richtsnoeren ingediende herstructureringsplan. De Commissie wijst erop dat deze liquiditeiten ten belope van 262 miljoen euro niet eens 6 % van de jaarlijkse omzet uitmaken en bijgevolg ver onder de eerder door de onderneming genoteerde cijfers blijven (ongeveer 500 miljoen euro eind 2003, d.i. gemiddeld 17 % van de belangrijkste Europese ondernemingen op die datum, een percentage dat voor Alitalia zou overeenkomen met 700 miljoen euro). De kaspositie van Alitalia blijft derhalve kritiek, zowel in brutocijfers als ten opzichte van de belangrijkste concurrenten. Voorts merkt de Commissie ceteris paribus, d.w.z. rekening houdend met de door Alitalia in de afgelopen maanden geleverde inspanningen, doch zonder de reddingssteun, op dat de kaspositie van de onderneming per 31 maart negatief zou zijn (ongeveer - 140 miljoen euro: 262-400 miljoen euro) en eind mei op - 190 miljoen euro zou uitkomen. De Commissie moet bijgevolg vaststellen dat de maatschappij zonder de steun zeker een negatieve kaspositie had gehad en dus insolvent was geweest, reeds vanaf eind december 2004 (54). Volgens de Commissie wijst het gedrag van de onderneming met betrekking tot het gebruik van het overbruggingskrediet niet op misbruik van de reddingssteun. |
|
(166) |
Voorts preciseert de Commissie dat de beoordeling van de noodzaak van de steun moest plaatsvinden op het moment van de goedkeuring van het besluit en op basis van de op dat tijdstip beschikbare gegevens; dit is inderdaad gebeurd in juli 2004. De Commissie merkt op dat veel van de over het beheer van Alitalia bekende gegevens grote ongerustheid deden ontstaan over de ontwikkeling van de kaspositie vanaf de zomer 2004. De Commissie verwijst bijvoorbeeld naar de voortijdige opzegging van een garantiecontract begin 2004 door de Royal Bank of Scotland, zoals aangegeven door de deskundige, voor een bedrag van 34 miljoen euro; voorts verwijst zij naar de door Italië verstrekte documenten van derden waaruit blijkt dat belangrijke leveranciers van de onderneming op het gebied van leasing, brandstof of marktdeelnemers voor verkoop per kredietkaart verlangden dat extra monetaire reserves werden aangelegd en eventueel ook zekerheden werden gesteld als voorwaarde voor de voortzetting van de commerciële betrekkingen. Hieruit blijkt duidelijk de negatieve houding van de markt ten overstaan van Alitalia op dat moment, en de beoordeling daarvan door het bestuur. De Commissie had verder in het besluit inzake reddingssteun geaccepteerd dat bij de berekening van de steun een bedrag van 40 miljoen euro voor risico's in aanmerking wordt genomen (55). |
|
(167) |
De Commissie wijst er voorts op dat de risico's niet verdwenen zijn. De economische prognoses voor het voorjaar 2005 (56), die door de Commissie zijn gepubliceerd op 4 april 2005, voorzagen in een prijs per vat van 50,9 USD en een omrekeningskoers EUR/USD van 1,31; op basis hiervan zouden de herberekende jaarlijkse brandstofkosten voor 2005 ongeveer 625 miljoen euro bedragen, met een meerkost van ongeveer 156 miljoen euro op jaarbasis en 40 miljoen euro over een kwartaal. |
|
(168) |
Zelfs rekening houdend met de momenteel en voor de toekomst beschikbare gegevens vindt de Commissie, gelet op het feit dat de kaspositie zonder lening negatief zou zijn geweest en gelet op de aan de petroleumprijs verbonden risico's, het toegekende bedrag nog steeds gerechtvaardigd in het licht van de toen heersende onzekerheden. Hiermee wordt bevestigd dat de Commissie rechtmatig kon oordelen dat destijds, en zonder dat haar oordeel was beïnvloed door latere feiten, het toegestane bedrag van 400 miljoen euro adequaat was. |
|
(169) |
Op basis van deze analyse is de Commissie enerzijds van oordeel dat het besluit inzake reddingssteun volledig gerechtvaardigd was, en anderzijds dat er in dit stadium geen enkel misbruik van de reddingssteun is geweest. Integendeel, bevestigd wordt dat de steun om de onderneming draaiende te houden gedurende de beperkte periode waarop de goedkeuring betrekking heeft, noodzakelijk was en haar in de mogelijkheid heeft gesteld een economisch en financieel ondernemingsplan op te stellen dat op de instemming van de sociale partners kon rekenen, om zo de rentabiliteit van de onderneming op lange termijn te garanderen. |
|
(170) |
De Commissie heeft er Italië evenwel aan herinnerd dat de aangegane verbintenissen voor de hele periode van de tenuitvoerlegging van de reddingssteun gelden; Italië zal er bijgevolg verder nauwlettend op moeten toezien dat de voorwaarden voor de goedkeuring van deze steun worden nageleefd en vooral dat Alitalia afziet van elke praktijk van afbraakprijzen op alle nieuwe in het zomerseizoen 2004 geopende routes. Italië blijft met name verplicht de Commissie in het bezit te stellen van de periodieke verslagen zoals vastgesteld in het besluit inzake reddingssteun, die haar in de mogelijkheid stellen de nakoming van de aangegane verbintenissen te beoordelen. Wat de terugbetaling van de door de reddingssteun gegarandeerde lening betreft, neemt de Commissie nota van de hierboven vermelde verbintenis van Italië dat deze plaats zal vinden binnen acht werkdagen na de herkapitalisatie van AZ Fly en in ieder geval vóór 31 december 2005. De Commissie meent dat de uitvoeringsdatum samenvalt met de dag waarop de desbetreffende middelen aan de onderneming worden overgemaakt. De terugbetaling is de verantwoordelijkheid van de steunbegunstigde, Alitalia, en in het onderhavige geval de onderneming die de luchtvervoersactiviteiten overneemt, dus AZ Fly, die er de juridische opvolger van zal zijn en, zoals reeds aangegeven, bijna de gehele schuldenlast op zich zal nemen. De Commissie zal uiteraard blijven toezien op de correcte tenuitvoerlegging van de reddingssteun in het kader van haar algemene bevoegdheid op het gebied van controle op staatssteun. |
|
(171) |
De Commissie is voorts van oordeel dat de door de Italiaanse autoriteiten aangegane verbintenis om de staatsparticipatie in het kapitaal van Alitalia binnen maximaal twaalf maanden tot een minderheidsaandeel te maken, effectief alleen voor AZ Fly geldt. Deze maatschappij zal de rechtspersoonlijkheid van Alitalia behouden en de schulden bijna geheel op zich nemen, met name de obligatieschuld, de schulden die zijn gegarandeerd door reële zekerheden in de vorm van vliegtuigen en de door de reddingssteun gegarandeerde lening; de begunstigde van de reddingssteun is dus gebonden aan de in het kader daarvan aangegane verbintenis om de staatsparticipatie binnen een jaar tot een minderheidsaandeel te maken. De Commissie merkt op dat de aangemelde maatregelen ook bedoeld zijn om deze verbintenis te kunnen nakomen. |
|
(172) |
De Commissie gaat er ten slotte van uit dat de maatschappij in deze context van een toekomstige herkapitalisering van de luchtvaartmaatschappij AZ Fly en de diepgaande analyse van de financiële vooruitzichten van de maatschappij waartoe potentiële investeerders zeker zullen overgaan, ertoe zal worden aangezet het voorgelegde ondernemingsplan nauwgezet na te leven; de Commissie herinnert er in dit verband aan dat het plan voor de periode 2005-2006 voorziet in een heropleving door het garanderen van continuïteit van de exploitatie en een spoedig herstel van het evenwicht vanaf 2006, en niet door een expansie ten koste van deze doelstellingen door bijvoorbeeld een prijzenoorlog. |
VII. BEOORDELING VAN HET BESTAAN VAN STEUN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 87, LID 1, VAN HET EG-VERDRAG
|
(173) |
De Commisssie herinnert eraan dat deze eindbeschikking betrekking heeft op de twee door Italië aangemelde herkapitalisaties, waarvoor de formele onderzoeksprocedure is ingeleid op 19 januari 2005, en met name op de staatsparticipatie in de herkapitalisatie van AZ Fly, voor maximaal 1,2 miljard euro enerzijds, en de door de overheidsholding Fintecna geplande kapitaalverhoging van AZ Services met 216 miljoen euro anderzijds. |
|
(174) |
Anderzijds merkt de Commissie op dat het bij de steunmaatregelen „casse integrazione” en „trattamento di mobilità” (werkloosheidsregelingen) als bedoeld in de punten 18 en 19 van het besluit tot inleiding van de procedure gaat om de uitbreiding tot de luchtvervoerssector van in het Italiaanse recht reeds bestaande maatregelen die in voorkomend geval als zodanig moeten worden beoordeeld voor alle betrokken activiteitensectoren. Noch de aanmelding, noch het besluit tot inleiding van de procedure zelf, met name de punten 51 tot en met 66 en punt 72, hadden betrekking op deze maatregelen. De onderhavige beschikking loopt bijgevolg niet vooruit op het standpunt van de Commissie met betrekking tot de algemene beoordeling van deze maatregelen van horizontale aard in het licht van de bepalingen inzake staatssteun. Voorts merkt de Commissie op dat deze maatregelen samenhangen met de op de staat als publieke autoriteit rustende verplichtingen en het functioneren van het nationale sociale-zekerheidsstelsel. Aangezien deze maatregelen niets te maken hebben met de in de onderhavige beschikking geanalyseerde kapitaalinbreng, moeten zij niet in de beoordeling daarvan worden opgenomen. |
|
(175) |
Op grond van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag en artikel 61, lid 1, van de EER-Overeenkomst zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met het Verdrag of de Overeenkomst, voorzover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten of tussen de contracterende partijen vervalst. |
VII.1. Staatsmiddelen
|
(176) |
De Commissie verwijst naar de analyse in punt 63 van het besluit tot inleiding van de procedure betreffende de overdracht van staatsmiddelen aan Alitalia. Noch de belanghebbende partijen, noch de Italiaanse autoriteiten hebben bezwaar gemaakt tegen deze analyse. De Commissie merkt met name op dat de door Italië verstrekte preciseringen met betrekking tot de historiek van de betrekkingen tussen IRI en de staat, alsook de gevolgen daarvan voor Fintecna, slechts bedoeld waren om duidelijkheid te verschaffen en er helemaal niet op gericht waren te betwisten dat de door Fintecna ingebrachte middelen staatsmiddelen zijn of dat de betrokken operaties aan de staat zijn toe te schrijven. |
VII.2. Invloed op het communautaire handelsverkeer en de concurrentie
|
(177) |
Noch de belanghebbende partijen, noch Italië hebben de beoordeling van de Commissie in punt 64 van het besluit tot inleiding van de procedure met betrekking tot de invloed op het handelsverkeer tussen de lidstaten en de gevolgen voor de concurrentie betwist; de Commissie bevestigt deze beoordeling. Zij herinnert eraan dat in de sector luchtvervoerdiensten in Europa een hevige concurrentie heerst sinds de inwerkingtreding van de derde fase van de liberalisering van het luchtvaartverkeer („derde pakket”) op 1 januari 1993 (57). |
|
(178) |
Met betrekking tot de aan de Commissie gerichte verwijzingen naar de goedkeuringstermijnen voor de eindbeschikking merkt de Commissie op dat zij zich terdege bewust is van wat er voor Alitalia op het spel staat, maar dat zij er door de hevige concurrentie op de luchtvervoersmarkt toe genoopt is de situatie bijzonder nauwgezet te onderzoeken. Volgens de Commissie heeft Italië niet aangetoond dat er risico's voor de voortzetting van het beheer van de maatschappij zouden zijn geweest indien haar besluit niet vóór eind mei 2005 was goedgekeurd. Tot slot stelt de Commissie bijvoorbeeld vast dat het herziene plan 2005-2008, dat door de raad van bestuur van de maatschappij is goedgekeurd op 14 april 2005, haar pas op 22 april is toegezonden, wat niet bevorderlijk was voor een nog sneller onderzoek van het dossier. |
VII.3. Specificiteit
|
(179) |
In artikel 87, lid 1, van het Verdrag worden „steunmaatregelen van de staten” gedefinieerd als maatregelen die „bepaalde ondernemingen of bepaalde producties” begunstigen. In het onderhavige geval stelt de Commissie vast dat de betrokken maatregelen zowel in het geval van het aandeel van de staat in de herkapitalisatie van AZ Fly als in het geval van de participatie van de overheidsholding Fintecna in het kapitaal van AZ Services uitsluitend voor deze twee ondernemingen zijn bestemd. |
VII.4. Bestaan van een voordeel voor de begunstigde onderneming
|
(180) |
Zoals aangegeven in het besluit tot inleiding van de procedure bestaat de beoordeling in een afzonderlijk onderzoek van de twee hierboven beschreven operaties die betrekking hebben op twee afzonderlijke maatschappijen die op verschillende markten opereren. |
|
(181) |
De Commissie stelt in dit verband vast dat de scheiding tussen de luchtvervoersactiviteiten (AZ Fly) en de grondactiviteiten (AZ Services) van Alitalia geen bijzonderheid is van deze onderneming (58). In het onderhavige geval heeft de adviserende bank van Alitalia, Mediobanca, inderdaad vastgesteld dat AZ Fly zich dankzij deze deconsolidatie zou kunnen concentreren op investeerders die geïnteresseerd zijn in de luchtvaartsector vanwege de huidige korting op nieuwe aandelen en de mogelijke toekomstige meerwaarden; zoals reeds vastgesteld in het besluit tot inleiding van de procedure zal dit de maatschappij bovendien in de mogelijkheid stellen om een deel van haar momenteel vaste beheerskosten variabel te maken door onderhouds- en afhandelingscontracten enz. te sluiten, wat bijzonder interessant zou zijn in het geval van een ongunstige economische conjunctuur. Bovendien zou de scheiding van AZ Services volgens Mediobanca nieuwe perspectieven bieden op het gebied van activiteiten en groei, wat voor een maatschappij die volledig aan een luchtvervoerder toebehoort, moeilijker zou liggen. Bepaalde activiteiten zouden ook op meer belangstelling van industriële of financiële marktdeelnemers kunnen rekenen, die zich wel verder willen ontwikkelen, maar niet buiten hun activiteitensfeer. |
|
(182) |
Voorts merkt de Commissie op dat deze scheiding van activiteiten en de boekhoudkundige en financiële implicaties daarvan op transparante wijze heeft plaatsgevonden. Het aan de investeerders voorgelegde ondernemingsplan heeft bijvoorbeeld betrekking op de twee aspecten: met betrekking tot AZ Fly preciseert de Commissie dat deze onderneming de schuldenlast van Alitalia bijna geheel op zich zal nemen, inclusief de terugbetaling van de lening in het kader van de reddingssteun voor de periode 2005-2006; met betrekking tot AZ Services worden in het plan gedetailleerde toelichtingen gegeven bij de scheiding van de activiteiten, de waardering van de initiële bijdrage van AZ Fly (zoals recentelijk op de internetsite van Alitalia gepresenteerd overigens), de geplande deelneming van Fintecna in het kapitaal en de desbetreffende voorwaarden, mede via preferente aandelen. De Commissie is dan ook van oordeel dat de benaderde investeerders zich een deskundig oordeel hebben kunnen vormen over de activiteiten waarin ze zouden kunnen investeren, alsook over de geschatte rentabiliteit van elke activiteit en hun toekomstige betrekkingen. |
|
(183) |
Tot slot herinnert de Commissie eraan, zoals aangegeven in haar besluit tot inleiding van de procedure, dat alleen aan de hand van het principe van de particuliere investeerder in een markteconomie kan worden nagegaan of er sprake is van een onrechtmatig voordeel uit de twee herkapitalisaties. Zij wijst erop dat deze kwestie los staat van de beoordeling van de reddingssteun. Die betrof namelijk alleen de toekenning van een kaskrediet op korte termijn, voor een zeer gering bedrag (met name vergeleken bij de korte-termijnverplichtingen van de onderneming, de gebruikelijke hoogte van de liquiditeiten van vergelijkbare luchtvaartmaatschappijen of de totale balans van de onderneming), dat voor het overige deel bestond uit een door de Dresdner Bank verstrekte banklening en gewoon was gedekt door een staatsgarantie, en was bedoeld om een liquiditeitscrisis op korte termijn af te wenden die tot insolventie van de onderneming had kunnen leiden. Het oordeel van de investeerders (en van de banken die garant staan voor de marktoperatie) bij de herkapitalisaties (operaties die permanente middelen genereren voor de betrokken ondernemingen) daarentegen is gebaseerd op een economische beoordeling van de rentabiliteit op middellange en lange termijn en de intrinsieke rentabiliteit van de activiteiten van de maatschappij; hun doelstelling is de door de bedrijfsresultaten of de gegenereerde meerwaarde gegarandeerde toekomstige rentabiliteit van de onderneming, die afhankelijk is van de geloofwaardigheid die zij hechten aan het ondernemingsplan, de geplande bedrijfseconomische en commerciële strategieën en het beheer van de onderneming. De Commissie merkt voorts op dat de door de Italiaanse autoriteiten aangegane verbintenis dat Alitalia de reddingssteun onmiddellijk na de herkapitalisatie terugbetaalt, inhoudt dat de corresponderende 400 miljoen euro aan liquiditeiten vroegtijdig uit de activa van de onderneming worden gehaald. |
VII.4.1. Beoordeling van de herkapitalisatie van AZ Fly
|
(184) |
Wat de herkapitalisatie met gelijktijdige participatie van de staat en particuliere investeerders betreft, lijdt het in de eerste plaats geen twijfel dat het bij de betrokken kapitaalinbreng om staatsmiddelen in de zin van het verdrag gaat, aangezien de middelen afkomstig zijn van de Italiaanse schatkist. Bovendien is het besluit om te participeren in de herkapitalisatie en er zich tevens toe te verbinden het optierecht, ten minste gedeeltelijk, uit te oefenen, genomen door het Italiaanse ministerie van Economische zaken en Financiën. |
VII.4.1.1. Algemene opmerkingen
|
(185) |
In het verdrag is het beginsel van neutraliteit ten aanzien van het eigendomsrecht in de lidstaten neergelegd (artikelen 295 en 125 van de EER-overeenkomst), alsook het beginsel van de gelijke behandeling van openbare en particuliere ondernemingen. Krachtens dit beginsel mag de Commissie noch gunstig, noch ongunstig staan tegenover kapitaaltoewijzingen ondernemingen door overheidsinstanties. De Commissie moet derhalve onderzoek doen naar deze kapitaaltoewijzingen aan ondernemingen om de vermijden dat de lidstaten de regels van het verdrag inzake staatssteun schenden. |
|
(186) |
Om vast te stellen of het om staatssteun gaat, is de Commissie door het Hof gemachtigd om haar beoordeling te baseren op het „principe van de investeerder in een markteconomie” zoals is bevestigd door recente rechtspraak (59). Volgens de rechtspraak moet bij de vraag of een kapitaalinjectie staatssteun vormt, rekening worden gehouden met de effectieve mogelijkheden voor de begunstigde onderneming om een equivalente financiering te krijgen via de gewone kapitaalmarkt. Op basis van dit principe is er geen sprake van staatssteun wanneer de kapitaalinjectie plaatsvindt volgens voorwaarden die acceptabel zouden zijn voor een particuliere investeerder die opereert volgens normale marktcriteria (60). |
|
(187) |
Het gedrag van de publieke investeerder wordt vergeleken met het veronderstelde gedrag van een particuliere investeerder, zoals bijvoorbeeld een particuliere holding of een particuliere groep ondernemingen met een algemene of sectoriële structuurpolitiek, die wordt geleid door het uitzicht op rendement op langere termijn (61). Een kapitaalinbreng die nodig is voor het overleven van een onderneming die tijdelijk in moeilijkheden verkeert maar na een herstructurering opnieuw rendabel kan zijn, vormt niet noodzakelijk staatssteun wanneer een particuliere investeerder zich op dezelfde wijze zou gedragen. |
|
(188) |
Een kapitaalinbreng uit overheidsmiddelen vormt volgens de Commissie bijgevolg geen staatssteun wanneer particuliere aandeelhouders ten minste in verhouding tot hun aandelen en volgens dezelfde voorwaarden als de publieke investeerder participeren en de deelneming van de particuliere investeerders een aanzienlijk economisch belang vertegenwoordigt. Deze op de combinatie van publieke en particuliere kapitaalinjecties gebaseerde aanpak is ook consequent gevolgd door het Hof van Justitie en de Gerecht van eerste aanleg (62). |
VII.4.1.2. Toepassing op het onderhavige geval
|
(189) |
Bij de scheiding van AZ Fly en AZ Services gaat het volgens de Commissie, in tegenstelling tot andere gevallen waartegen zij bezwaar had gemaakt, niet om een opsplitsing die bedoeld is om een overheidsbedrijf op te zadelen met de geaccumuleerde schulden terwijl de echte economische activiteit wordt overgedragen aan de particuliere sector. Integendeel, in overeenstemming met de juridische en economische situatie van de onderneming blijft bijna de gehele schuldenlast, d.w.z. obligatieschuld en de door reële garanties op de vloot gedekte leningen, zoals de lening in het kader van de reddingssteun, effectief ten laste van Alitalia, omgedoopt tot AZ Fly, dat het merendeel van de huidige activiteiten van de maatschappij zal voortzetten. De Commissie neemt in dit verband nota van de verbintenis van Italië ten aanzien van de vervroegde terugbetaling van de lening (binnen acht werkdagen na de herkapitalisatie van AZ Fly, wanneer de corresponderende middelen aan de onderneming worden verstrekt, en hoe dan ook vóór 31 december 2005). |
|
(190) |
Met betrekking tot de door Italië aangemelde herkapitalisatie van AZ Fly merkt de Commissie op dat de particuliere aandeelhouders in realiteit bovenproportioneel ten opzichte van het aantal aandelen in handen van dergelijke aandeelhouders (momenteel 38 %) en volgens dezelfde voorwaarden als de publieke aandeelhouder in de operatie zullen participeren. De verbintenis van de Italiaanse staat om zijn participatie te beperken tot 49,9 % van het maatschappelijk kapitaal was voor de Deutsche Bank aanleiding om, eventueel in samenwerking met een andere financiële instelling, de toezegging van de particuliere investeerders de garanderen tot maximaal 650 miljoen euro, dat is ongeveer 54 % van de geplande maximale herkapitalisatie. Het aandeel van de particuliere investeerders in de kapitaalverhoging zal bijgevolg het grootst zijn zodat de overheidsparticipatie minder dan 50 % zal bedragen. In de toezeggingsbrief van Italië wordt voorts gepreciseerd dat de staat de aandelen zal aankopen tegen dezelfde waarde, die gezamenlijk door AZ Fly en de Deutsche Bank zal worden vastgesteld, en tegen dezelfde marktvoorwaarden als de particuliere investeerders. |
|
(191) |
De goede afloop van de operatie wordt dus gegarandeerd door de Deutsche Bank, een technisch bevoegd professioneel marktdeelnemer, die een risico-evaluatie heeft verricht van de hypothese waarin op een deel van de aandelen niet wordt ingetekend. In dit verband heeft de Commissie op 19 april 2005 een kopie van de toezeggingsbrief van de Deutsche Bank aan Alitalia toegezonden, waarbij de financiële instelling accepteert een contract te sluiten om de goede afloop van de herkapitalisatie te (laten) garanderen. Deze praktijk is in overeenstemming met die welke de Commissie in 2002 had goedgekeurd in het kader van de vorige herkapitalisatie van Alitalia. Het definitieve garantiecontract zal worden getekend wanneer is nagegaan of de in de punten 195 en 196 aangegeven voorwaarden zijn vervuld en vormt de definitieve concrete toezegging van de Deutsche Bank om financiële instrumenten voor de operatie beschikbaar te stellen of in te tekenen of te laten intekenen op de uitgegeven aandelen. De Commissie neemt nota van de precisering van de Italiaanse autoriteiten dat dit voorlopig contract onder voorbehoud van met name de vervulling van de voorwaarden voor alle partijen reeds volledig rechtsgeldig is. |
|
(192) |
In de toezeggingsbrief van de Deutsche Bank is gespecificeerd dat het definitieve garantiecontract zal worden getekend tegen het begin van de aanbiedingsperiode en dat het de clausules en overeenkomsten zal bevatten die volgens de beste nationale en internationale praktijk gebruikelijk zijn voor dit soort contracten. De Deutsche Bank, eventueel samen met een andere financiële instelling, verbindt er zich voorts toe om bij de garantie andere financiële instellingen te betrekken zodat een echt garantieconsortium wordt gevormd. De interventie van deze banken is bepalend voor het welslagen van de operatie, met name gelet op de structuur van het aandeelhouderschap van Alitalia. Het kapitaal in handen van de particuliere aandeelhouders is namelijk sterk versnipperd, zodat er momenteel geen enkele particuliere institutionele aandeelhouder is die een economische analyse van de operatie had kunnen verrichten en er zich vooraf had kunnen toe verbinden te participeren, zoals de staat dit heeft gedaan. |
|
(193) |
De Commissie erkent dat maatschappijen met een sterk gefragmenteerd aandeelhouderschap een beroep moeten doen op één of meer banken die de goede afloop van de operatie moeten garanderen, willen zij de kapitaalverhoging op de markt tot een goed einde brengen. Alleen gekwalificeerde financiële bemiddelaars kunnen zich dankzij hun grondige kennis van de financiële markten en de gezochte beleggingsvormen, en op basis van een diepgaande studie van de geplande operatie, verbinden tot het plaatsen van nieuw uitgegeven aandelen bij particuliere investeerders wanneer zij de operatie redelijk en aantrekkelijk achten voor bepaalde geldschieters. Bij Alitalia is deze fragmentering van het aandeelhouderschap heel duidelijk: geen enkele particuliere aandeelhouder heeft meer dan 3 % van de aandelen in handen; de enige relatief aanzienlijke participatie is die van Air France, met bijna 2 % van het kapitaal. |
|
(194) |
Voor de presentatie van haar aanbod heeft de Deutsche Bank een evaluatie verricht van de strategie en het verwachte toekomstige rendement van de maatschappij. Voorts wil zij alvorens het definitieve contract te tekenen een due-diligenceonderzoek verrichten, wat verplicht is voor alle investeerders alvorens de operatie van start te laten gaan. Zo omringt de bankier zich met alle garanties en zekerheden waarmee hij zijn aanbod kan aanpassen aan de aangegane risico's. Opgemerkt zij dat deze bank geen enkele band heeft met de Italiaanse economie, noch op het vlak van het bestuur, noch op het vlak van de aandelencontrole, en dat zij noch direct, noch indirect, door de betrokken lidstaat wordt gecontroleerd. |
|
(195) |
De aan de sluiting van het definitieve garantiecontract gekoppelde voorwaarden kunnen in twee groepen worden ingedeeld. De eerste omvat relatief gebruikelijke elementen die niet rechtstreeks van invloed zijn op de beoordeling door de Commissie, doch alleen op de effectieve realisatie daarvan. Het betreft onder andere de volgende voorwaarden:
|
|
(196) |
De in de toezeggingsbrief van de Deutsche Bank opgenomen voorwaarden, die de tweede groep vormen, kunnen wel van invloed zijn op de beoordeling van de operatie door de Commissie en moeten dus in detail worden bekeken. Het betreft:
|
|
(197) |
In de eerste plaats hebben de Deutsche Bank en AZ Fly met betrekking tot de intekenprijs voor nieuwe aandelen besloten dat de prijs of de prijsrange voor de uitgifte van de aandelen gezamenlijk zal worden vastgesteld, in overeenstemming met de marktpraktijken en afhankelijk van de beursomstandigheden op het moment waarop de operatie van start gaat. Het verschil tussen deze prijs en de theoretische prijs na aftrek van de waarde van het intekenrecht zal ten minste […] % bedragen. De Italiaanse autoriteiten hebben door de bank verstrekte referentiegegevens overgelegd, aan de hand waarvan de Commissie zich ervan kon verzekeren dat een dergelijk prijsverschil in overeenstemming was met de marktpraktijken die sinds 2003 worden toegepast door diverse Europese maatschappijen (met name die welke worden geherstructureerd) die zijn overgegaan tot een herkapitalisatie voor een aanzienlijk deel van hun aandelenkapitaal of van de waarde in termen van het dagelijks op de beurs verhandelde volume. De Commissie is derhalve van oordeel dat dit aspect geen bijzondere moeilijkheden inhoudt. Dit geldt natuurlijk alleen op voorwaarde dat op alle uitgegeven aandelen door de diverse investeerders effectief tegen dezelfde prijs wordt ingeschreven, ongeacht of het om de staat, de Deutsche Bank of andere potentiële investeerders gaat. Italië heeft de Commissie effectief bevestigd dat voor alle beleggers één enkele prijs zal worden toegepast en dat geen enkele specifieke korting aan de garant, in dit geval de Deutsche Bank, zal worden verleend. |
|
(198) |
De vergoeding van de banken via provisies is gebaseerd op de waarde van het aandeel in de operatie waarop de markt heeft ingetekend en bedraagt […] % voor de reserveringsprovisie en […] % voor de beheers- en garantieprovisie, in totaal [ongeveer 5 %] van het gegarandeerde bedrag. De Commissie heeft geconstateerd dat de hoogte van deze provisies in overeenstemming is met de marktpraktijken op de belangrijkste Europese beurzen ter garandering van de goede afloop van dergelijke beleggingsoperaties op de markt. Zij merkt op dat het hoogste niveau ten opzichte van de herkapitalisatie van 2002, dat weliswaar nog steeds in overeenstemming is met de gangbare niveaus, kan worden verklaard door de aard van de operatie (in 2002 betrof het de uitgifte van aandelen en obligaties, waarbij het risico kleiner is, terwijl de operatie van 2004 uitsluitend betrekking heeft op de uitgifte van aandelen) en door het feit dat het te garanderen aandeel een meerderheidsaandeel betreft, terwijl het in 2002 38 % bedroeg. De Commissie concludeert dat de tussen Alitalia en Deutsche Bank overeengekomen transactie in overeenstemming is met de marktvoorwaarden voor dit soort operaties en niet leidt tot een vermindering van de door de banken betaalde prijs voor de aandelen waarop ze worden verzocht in te tekenen. De aan de banken betaalde provisies hebben dus niet tot gevolg dat zij tegen gunstiger voorwaarden dan de staat of de andere aandeelhouders kunnen participeren. |
|
(199) |
In de derde plaats onderstreept de Commissie met betrekking tot de participatie van de staat dat de formele verbintenis van de Italiaanse autoriteiten om niet in te tekenen op hun aandeel in de kapitaalverhoging van Alitalia zolang de Deutsche Bank, samen met de eventuele andere deelnemende banken, geen formele verbintenis is aangegaan, een essentieel en doorslaggevend element is dat de gelijktijdige participatie van publieke en particuliere aandeelhouders garandeert. De staat zal slechts participeren in de kapitaalverhoging wanneer er een „formele verbintenis van een particuliere investeerder is om kapitaal met een reële economische waarde in te brengen” (63). Via deze operatie kan de particuliere markt in aanzienlijke mate en zelfs voor een meerderheidsaandeel (54 %) intekenen op nieuw uitgegeven aandelen van Alitalia tegen dezelfde voorwaarden als de publieke aandeelhouder, aangezien de prijs van de aandelen identiek is en de aan elk aandeel verbonden rechten voor alle aandeelhouders gelijk zijn. De Commissie gaat er in dit verband van uit dat er geen nevenovereenkomsten of impliciete overeenkomsten bestaan krachtens welke de Italiaanse staat de banken kan ontheffen van hun verplichting wanneer de markt niet in toereikende mate heeft ingetekend op de voor de herkapitalisatie aangeboden aandelen. |
|
(200) |
De Commissie neemt voorts nota van de door de Italiaanse autoriteiten aangegane verbintenis om de Commissie in het bezit te stellen van de definitieve overeenkomsten met de banken (die de bovengenoemde formele en onvoorwaardelijke verbintenissen ten aanzien van de intekening bevatten) onmiddellijk nadat deze zijn gesloten en voordat de overheid heeft ingetekend op de kapitaalverhoging. Een tweede door de Italiaanse autoriteiten aangegane verbintenis bestaat erin om na afloop van de operatie een informatieverslag te doen toekomen over de omvang van de effectieve inschrijving op de vorengenoemde kapitaalverhoging. De Commissie zal de grootste aandacht besteden aan de strikte nakoming van de bovengenoemde door Italië aangegane verbintenissen, teneinde er zich van te kunnen verzekeren dat het bepaalde in de onderhavige beschikking correct wordt nageleefd. |
|
(201) |
De Commissie onderstreept in dit verband het belang van het aan de investeerders voorgelegde ondernemingsplan 2005-2008 van Alitalia, inclusief de herziene versie van april 2005, dat voorziet in een „herstelfase” in 2005-2006, gevolgd door een verdere ontwikkeling van de maatschappij. Op basis van de analyse van dit ondernemingsplan heeft de Deutsche Bank zich ertoe verbonden de participatie van een meerderheid van particuliere aandeelhouders in de geplande herkapitalisatie te garanderen. |
|
(202) |
De Commissie verwijst hierbij naar de in het besluit tot inleiding van de procedure verstrekte gegevens met betrekking tot dit plan. De maatregelen in het kader van het herstructureringsplan van AZ Fly zouden eind 2005 moeten resulteren in een verhoging van de aangeboden tonkilometers met […] %, samen met een verhoging van de bezettingsgraad (load factor) met […] en van de marge per eenheid (yield) met […] %. In het eerste kwartaal 2005, waarvoor de rekeningen zijn overgelegd op 12 mei, werd voor de aangeboden tonkilometers een verhoging met 13,9 % genoteerd, en was de load factor reeds toegenomen met 0,2 %. Over het geheel genomen is de omzet van het kwartaal met 9 % of 77 miljoen euro gestegen ten opzichte van 2004, terwijl de kosten slechts met 36 miljoen euro of 5 % zijn toegenomen; zelfs de exploitatiekosten zijn gedaald, althans wanneer men de brandstofkosten, die zijn gestegen met 45 miljoen euro, buiten beschouwing laat; het exploitatieverlies is bijgevolg beperkt tot 120 miljoen euro tegenover 190 miljoen euro in 2004. Het verlies voor het hele jaar 2005 is geschat op 100 miljoen euro; voor de daaropvolgende 9 maanden wordt dus een winst verwacht. Het gemiddelde aantal werknemers voor dat trimester (19 075) is verminderd met 1 617, waarvan 2/3 grondpersoneel; zo worden de met de vakbonden overeengekomen herstructureringsmaatregelen in praktijk gebracht. |
|
(203) |
In het algemeen voorziet het plan tegen 2008 in een jaarlijkse verbetering van de bedrijfsresultaten met 1 miljard euro (waarvan 200 miljoen euro dankzij de verhoging van de load factor en ongeveer 770 miljoen euro dankzij de maatregelen in het kader van het plan); de significantste verbeteringen zouden te danken zijn aan besparingen op het vlak van de aankoop en de beperking van de commerciële kosten en de personeelsuitgaven (~ […] miljoen euro elk). |
|
(204) |
Wat de financiële resultaten betreft, kunnen de gegevens voor het boekjaar 2004 en die van de daaropvolgende boekjaren vanwege de afscheiding van AZ Services niet met elkaar worden vergeleken; Na een klein verlies in 2005 wat betreft het financiële resultaat vóór belastingen en uitzonderlijke financiële lasten („operatief resultaat”) wordt voor het boekjaar 2008 niettemin een marge van […] % verwacht. (Ter herinnering: voor 2004 was voor dezelfde posten op 26 mei 2005 een marge van - 10,1 % bekendgemaakt). |
|
(205) |
De Commissie wijst erop dat zij zich in het geval van een hoogst gekwalificeerde particuliere investeerder die tegelijk met de staat opereert niet hoeft uit te spreken over de rentabiliteit van de operatie. In het licht van de door de Italiaanse autoriteiten aangegane verbintenis concludeert de Commissie dat de uitoefening van het optierecht door de aandeelhouders, en de uitvoeringsgarantie door de Deutsche Bank, in overeenstemming zijn met de in de Gemeenschap op het gebied van herkapitalisatie geldende praktijk en dus kunnen worden gelijkgesteld met een operatie van een particuliere investeerder die handelt volgens een marktlogica, wat bovendien aantoont dat de herkapitalisatie reële marktperspectieven biedt. Gelet op al deze omstandigheden besluit de Commissie dat de door de staat aangemelde investering voor maximaal 46 % van ongeveer 1,2 miljard euro in overeenstemming is met het gedrag van een particuliere investeerder in een markteconomie en bijgevolg geen staatssteun vormt. |
|
(206) |
De Commissie zal evenwel de voorwaarden preciseren waaraan de onderhavige beschikking is gekoppeld, d.w.z. in de eerste plaats de ondertekening van een formele verbintenis zonder reserves door de Deutsche Bank en eventueel ook andere financiële instellingen, met uitzondering van de gebruikelijke voorwaarden in verband met gevallen van overmacht, oorlogsdaden, terrorisme en dergelijke meer, en na een aantal due diligence analyses en een overeenkomst over de prijs. Een verdere voorwaarde is dat de staat intekent op de aandelen met dezelfde rechten, tegen dezelfde voorwaarden, dezelfde prijs en volgens hetzelfde ritme als de particuliere investeerders, zonder afbreuk te doen aan het tijdschema voor het stellen van de uitvoeringsgarantie door de Deutsche Bank en eventueel andere borgstaande banken. Bovendien mag de operatie niet vergezeld gaan van nevenovereenkomsten of impliciete overeenkomsten op grond waarvan de Italiaanse staat de banken kan ontheffen van hun verplichting wanneer de markt niet in toereikende mate heeft ingetekend op de voor de herkapitalisatie aangeboden aandelen of deze banken een korting op de uitgifteprijs kunnen toekennen. |
VII.4.2. Beoordeling van de herkapitalisatie van AZ Services
|
(207) |
Met betrekking tot het onderzoek van de door de overheidsholding Fintecna geplande participatie voor 216 miljoen euro in het kapitaal van de onderneming AZ Services in de periode 2005-2007, neemt de Commissie in de eerste plaats nota van de gemeenrechtelijke status van Fintecna en van het feit dat er geen bijzondere of algemene garanties van de staat ten gunste van Fintecna zijn. Voorts merkt de Commissie op dat de gunstige kassituatie van Fintecna (zoals aangegeven in punt 33 van het besluit tot inleiding van de procedure) niet is toe te schrijven aan een voorkeursbehandeling door de schatkist; integendeel, in de komende maanden moet de lening van 788 miljoen euro, die door ex-IRI in 2000 was toegekend aan de staat en in 2003 door Fintecna was bevestigd, nog aan deze laatste worden terugbetaald. Deze operaties zijn overigens op transparante wijze in de jaarrekeningen van Fintecna aangegeven. |
|
(208) |
De Commissie heeft de diverse verslagen van de belanghebbenden nauwkeurig bestudeerd, d.w.z. het verslag van Mediobanca voor Alitalia, dat van Citigroup voor Fintecna en in het bijzonder dat van haar eigen deskundige, Ernst & Young. Zij merkt op dat deze geen elementen bevatten die twijfels doen rijzen over de door Mediobanca toegepaste evaluatiemethode die, uitgaande van de investering van Fintecna voor 216 miljoen euro in de geplande vorm, uitkomt op een eindwaarde, exclusief de cashflow, van 355 miljoen euro in 2008, wat een IRR van 25,3 % geeft. Anders berekend zou de contante nettowaarde (NPV) van de door Fintecna voor 2005-2007 geplande investering, rekening houdend met dezelfde eindwaarde in 2008 en omgerekend tegen de kapitaalkosten ((10,2 %), positief zijn en op 81 miljoen euro uitkomen; de operatie blijkt dus een significante waardevermeerdering voor Fintecna op te leveren. |
|
(209) |
Aangezien deze rentabiliteit nauw samenhangt met het gebruik van de preferente aandelen in handen van Fintecna (voor 118 miljoen euro van de totale kapitaalinbreng van 216 miljoen euro) merkt de Commissie naar aanleiding van de conclusies van de deskundige op dat dit instrument binnen de door de Italiaanse wet vastgestelde grenzen zou worden gebruikt. De Commissie stelt vast dat het bestaan van een voorkeursrecht met betrekking tot het rendement de beperkte stemrechten op de algemene vergaderingen compenseert. Zo zal Fintecna met 69,7 % van de aandelen slechts over 51 % van de gewone stemrechten beschikken. Voorts neemt de Commissie nota van de door de deskundige verstrekte gegevens betreffende Italiaanse particuliere groepen en van de door de Italiaanse autoriteiten verstrekte gegevens betreffende andere Europese maatschappijen, aan de hand waarvan wordt aangetoond dat het gebruik van dit soort aandelen ook voor aanzienlijke delen van het aandelenkapitaal wijdverspreid is en geen bijzondere bezwaren oproept. Tot slot merkt de Commissie op dat slechts één investeerder, in dit geval de overheidsholding Fintecna, is benaderd om te participeren in de kapitaalverhoging van AZ Services en dat het probleem van de beoordeling van de gelijktijdigheid bijgevolg niet aan de orde is. |
|
(210) |
De Commissie wijst er voorts op dat de deskundige de methode en de resultaten van de door Mediobanca en Citigroup verrichte evaluaties met elkaar heeft vergeleken. Deze twee instellingen zijn uitgegaan van verschillende benaderingen: Mediobanca van een algemene benadering op basis van de kapitalisatie van de cashflow 2008, en Citigroup van market multiples van de EBITDA 2008 per activiteitensector, in voorkomend geval met toepassing van verlagingscoëfficiënten; hierdoor krijgt men een bijkomende bevestiging van de waarde van het bedrijf. Het door Citigroup (consulent van de investeerder) verwachte resultaat kwam volgens deze methode hoger uit dan dat van de consulent van Alitalia, dat is gebruikt voor deze studie (64). |
|
(211) |
In de controle van de beoordeling waarbij, op basis van op dit gebied gangbare methoden, de benadering van Citigroup per activiteit en met EBITDA multiples wordt gecombineerd met een waardering van het vermogen op basis van de vaste activa voor alleen het onderhoud, komt de deskundige voor de aangemelde investeringswaarde uit op een minimumwaarde van 28,2 %, die dus hoger ligt dan de door Mediobanca berekende waarde. |
|
(212) |
Voorts heeft de deskundige een sensibiliteitsanalyse verricht waaruit blijkt dat het basiselement de kapitaalkosten zijn, die in de onderzochte scenario's als correct worden beschouwd. De Commissie heeft geconstateerd dat de hierboven gedetailleerde kapitaalkosten van 10,2 % overeenkomen met een beta levered van 0,88, wat vergelijkbaar is met die van de als referentie gebruikte genoteerde ondernemingen. De schuldenlast van AZ Services, die slechts op 16 % van de financiële behoeften is geschat, aangezien het saldo door eigen middelen wordt gedekt, ligt aan de lage kant; de Commissie heeft derhalve verzocht na te gaan wat het effect zou zijn van een betacoëfficiënt van 1, zoals die van de referentieondernemingen, zonder verlaging in verband met de geringe schuldenlast van AZ Services; in dat geval zouden de kapitaalkosten 10,75 % bedragen en zou de NPV voor Fintecna nog steeds ruimschoots positief zijn (+52 miljoen euro). |
|
(213) |
Uitgaande van de hoogste, in vergelijkbare ondernemingen toegepaste betacoëfficiënt, namelijk 1,32, en zonder dat deze wordt verlaagd, ondanks de geringe schuldenlast van AZ Services, zouden de kapitaalkosten oplopen tot 12,2 % en zou de eindwaarde voor Fintecna, omgerekend op basis van deze kapitaalkosten, nog altijd een waardeverhoging in NPV van 19 miljoen euro voor Fintecna genereren. |
|
(214) |
Op basis van het strengste scenario ten slotte moet worden uitgegaan van kapitaalkosten van 13,27 % om een NPV in evenwicht te bereiken (stress test); dit is een scenario waarin de geschatte inkomsten en uitgaven elkaar opheffen, m.a.w. de grens voor de rentabiliteit van de investering. Deze kosten komen overeen met een equity beta coëfficiënt van 1,56 en een beta levered van 1,73 zoals die voor dergelijke waarderingen wordt gebruikt rekening houdend met de geringe schuldenlast van AZ Services. Deze coëfficiënt ligt aanzienlijk hoger dan die van de concurrenten in de analyse van de deskundige van de Commissie. Zij is derhalve van oordeel dat de drempelwaarde waarbij de investering van Fintecna niet langer rendabel zou zijn op een dusdanig niveau ligt dat dit risico uiterst onwaarschijnlijk is. |
|
(215) |
Met betrekking tot de scenario's waarover Alitalia en Fintecna nog overeenstemming moeten bereiken en waarvoor de Commissie de deskundige uitdrukkelijk om een effectbeoordeling heeft verzocht, stelt de Commissie vast dat de dekking van de eventuele meerkosten van de herstructurering van AZ Services door AZ Fly en de toepassing van een eventuele premie voor AZ Fly in geval van welslagen van het plan voor AZ Services correct in aanmerking zijn genomen bij de evaluatie en niet tot een vermindering van de IRR voor Fintecna leiden. |
|
(216) |
Hetzelfde geldt voor de eventuele retrocessie van de gegenereerde meerwaarden uit de overdrachten door AZ Services aan AZ Fly, voor zover die geen betrekking heeft op realisaties van meerwaarden die niet leiden tot een daling van de rentabiliteit van de investering van Fintecna in AZ Services, exclusief kasmiddelen, tot onder een IRR van 25 %. De Commissie neemt in dit verband nota van de tussen de partijen overeengekomen verdeling op grond waarvan het deel van de door Fintecna behaalde rentabiliteit dat hoger ligt dan de in het ondernemingsplan geschatte IRR van 25 %, voor […] % van het deel dat hierboven ligt, aan Alitalia zal worden overgedragen. De Commissie is van oordeel dat deze verdeling, die slechts betrekking heeft op het deel van de rentabiliteit dat boven de doelstelling van deze beschikking ligt, niet van invloed is op haar analyse. Volgens haar is de door Fintecna als investeerder in risicokapitaal beoogde rentabiliteit duidelijk afgebakend:
|
|
(217) |
Fintecna gedraagt zich in het onderhavige geval dus wel degelijk als een rationele investeerder in risicokapitaal, die zijn risico tracht te beperken en een precieze rentabiliteitsdoelstelling heeft die zijn investeringsbeslissing rechtvaardigt. |
|
(218) |
De deskundige is op verzoek van de diensten van de Commissie ook nagegaan of de toekomstige contractuele betrekkingen tussen AZ Fly, als klant, en AZ Services, als leverancier, van invloed zijn op de toekomstige evaluatie van deze laatste. De Commissie verwijst naar de uitvoerige beschrijving van de analyses, waarin op basis van de verrichte controles wordt geconcludeerd dat er geen redenen zijn om te betwijfelen dat deze toekomstige betrekkingen op marktprijzen gebaseerd zullen zijn. |
|
(219) |
De Commissie wenst evenwel haar analyse van de bevindingen van haar deskundige op een aantal punten te preciseren: de marktreferenties die in het plan zijn gebruikt voor de schatting van de facturering van de onderhouds- en grondactiviteiten zijn gecorrigeerd aan de hand van een korting van slechts […] % in plaats van […] % voor eerstgenoemde en een extra marge van […] % voor laatstgenoemde. In een aantal gevallen werden deze correcties gerechtvaardigd door bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld dat er geen lange-termijnverbintenissen voor volumes waren. Gelet op de nauwe band, zowel nu als in de toekomst, tussen de twee ondernemingen zou deze uitleg ontoereikend kunnen worden geacht. De margeverschillen genereren tegen 2008 een verhoging van de EBITDA met respectievelijk […] en […] miljoen euro, wat in totaal ongeveer […] miljoen euro geeft, dus een aanzienlijke winst voor AZ Services. |
|
(220) |
De Commissie neemt evenwel ook nota van de vaststellingen van de deskundige en van Italië in dit verband, volgens welke deze extra marge de facto zou worden geannuleerd en zelfs negatief zou zijn in termen van bedrijfsresultaten van AZ Services, vanwege de reservering voor de aan AZ Fly te betalen premie ingeval de doelstellingen van het plan volledig worden bereikt. Deze reservering bedraagt in totaal […] miljoen euro, waarvan […] miljoen euro toe te rekenen aan het boekjaar 2008, het referentiejaar voor de beoordeling. |
|
(221) |
Deze dubbele hypothese berust op de volgende logica: indien AZ Services 100 % van zijn in het plan vastgestelde doelstellingen inzake efficiëntie haalt, zal de door Fintecna verrichte evaluatie correct zijn en de extra marge in de periode 2005-2008 ongegrond zijn en opnieuw aan AZ Fly moeten worden toegewezen; dit is de hypothese die in het plan in aanmerking is genomen en is vertaald in financiële termen. Indien daarentegen de ontwikkelings- en besparingsmaatregelen die zijn vastgesteld, overeengekomen en aangevangen door het huidige bestuur (van Alitalia), en die dus in zekere mate als dusdanig zijn „verkocht” aan Fintecna, de nagestreefde doelstellingen niet volledig zullen bereiken, dan zal Fintecna een extra belasting ondervinden in de rekeningen van AZ Services waarvoor het zich de mogelijkheid voorbehoudt deze te compenseren door de verlaging van de korting of de marge met […] %. Voor de Commissie is deze overeenkomst, die de evaluatie van AZ Services niet kunstmatig vervalst, een normale overeenkomst tussen oude en nieuwe aandeelhouders die samen moeten participeren in het kapitaal van een onderneming en bovendien een relatie klant-leverancier moeten beheren; een dergelijke overeenkomst lokt bij beide marktdeelnemers een „win-win”-houding uit en moet derhalve als positief worden beschouwd. |
|
(222) |
De Commissie preciseert in dit verband dat de analyse van het ondernemingsplan en de conclusies die zij daaruit trekt, afhankelijk zijn van een strikte inachtneming van de gepresenteerde berekeningshypothesen; de percentages, de duur en de voorwaarden van de aan AZ Fly in geval van welslagen van het plan te betalen efficiëntiepremie enerzijds, en in het bijzonder het maximumpercentage van […] % van de inkomsten, de verlaging van de korting van […] % tot […] % voor het onderhoud en de extra marge van […] % voor de grondafhandelingsdiensten anderzijds, mogen niet van invloed zijn op de resultaten van het ondernemingsplan van AZ Services en zullen dus onderling in overeenstemming moeten blijven tot 2008 of tot Fintecna volledig uit het kapitaal van AZ Services stapt, mocht dit eerder het geval zijn. |
|
(223) |
Voorts verwijst de Commissie naar punt 36 van het besluit tot inleiding van de procedure, waarin het plan 2005-2008 van AZ Services wordt beschreven en waarop de onderhavige beoordeling is gebaseerd; in het plan werd geen extreme stijging van de facturering verwacht (van 956 miljoen euro in 2004 tot 1076 miljoen euro in 2008, d.w.z. een toename met 12,5 % in 5 jaar), wat niet wijst op een hoge onmiddellijke rentabiliteit: na een daling van de EBITDA in 2005, zou de waarde in 2006 weer positief worden en pas in 2008 zou een duidelijk positief nettoresultaat worden geboekt. |
|
(224) |
De Commissie is derhalve van oordeel dat het voorgelegde plan een serieus ondernemingsplan is, dat door beide partijen, en met name door hun consulenten Mediobanca en Citigroup als veeleisend wordt beschouwd; het impliceert de voortzetting van de activiteiten van AZ Fly, de belangrijkste klant van AZ Services, alsook het succes van de met de vakbondsorganisaties overeengekomen besparingsmaatregelen op het vlak van de aankoop- en personeelskosten, die in totaal 600 miljoen euro bedroegen tijdens de looptijd van het plan en de basis vormen van de aan AZ Fly verschuldigde premie in geval van welslagen. |
|
(225) |
Afsluitend oordeelt de Commissie op basis van haar analyse dat het om een degelijk plan gaat, dat aandachtig is bestudeerd door de partijen, hun consulenten en hun deskundige. De investering van Fintecna in AZ Services ter hoogte van 216 miljoen euro stemt derhalve overeen met het gedrag van een rationeel handelend investeerder in een markteconomie en vormt bijgevolg geen staatssteun. De Commissie zal evenwel de voorwaarden preciseren waaraan de onderhavige beschikking is gekoppeld. |
|
(226) |
Deze voorwaarden houden de inachtneming van de volgende berekeningsparameters in: de meerwaarde die op basis van de contractuele bepalingen opnieuw aan AZ Fly zou moeten worden toegewezen, zal pas worden overgedragen wanneer alle overdrachten hebben plaatsgevonden, dus op 31 december 2008, volgens de verrichte evaluatie, en in beide gevallen uitsluitend voor het gedeelte bovenop de verwachte IRR van Fintecna van 25 %. |
|
(227) |
Voorts wijst de Commissie erop dat de voor de investering van Fintecna in AZ Fly vastgestelde voorwaarden acceptabel zijn voor een rationeel handelend investeerder, aangezien de verbintenis van de Deutsche Bank om in te staan voor de goede afloop van de herakapitalisatie van AZ Fly is aangegaan met volledige kennis van het ondernemingsplan van beide ondernemingen, AZ Fly en AZ Services, en met name van de investeringsvoorwaarden van Fintecna. |
VIII. CONCLUSIES
|
228. |
De Commissie constateert dat de geplande herkapitalisatie van AZ Fly (de nieuwe naam van Alitalia) en de geplande investering door Fintecna in AZ Services, overeenkomstig de precieze door de Italiaanse autoriteiten aangemelde en in de onderhavige beschikking geanalyseerde bepalingen, geen staatssteun vormen. De Commissie kan derhalve haar goedkeuring hechten aan de bepalingen inzake deze herkapitalisaties, die gekoppeld blijven aan de onderstaande voorwaarden, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
1. Het door de Italiaanse staat aangemelde deel van de herkapitalisatie van Alitalia (AZ Fly) voor maximaal 46 % van 1,2 miljard euro, d.w.z. ongeveer 550 miljoen euro, vormt geen staatssteun.
2. Op grond van het principe van de particuliere investeerder in een markteconomie mag de in lid 1 bedoelde operatie slechts plaatsvinden met inachtneming van de volgende voorwaarden:
|
a) |
de herkapitalisatie vindt slechts plaats nadat de Deutsche Bank, eventueel samen met andere financiële instellingen, een formele verbintenis zonder reserves heeft ondertekend waarbij zij de goede afloop garandeert, met uitzondering van de gebruikelijke voorwaarden in verband met gevallen van overmacht, oorlogsdaden, terrorisme en dergelijke meer; |
|
b) |
de participatie van de staat wordt slechts toegestaan op voorwaarde dat op de nieuwe aandelen wordt ingetekend met dezelfde rechten, tegen dezelfde voorwaarden, tegen dezelfde prijs en volgens hetzelfde ritme als die welke gelden voor de particuliere investeerders, zonder afbreuk te doen aan het tijdschema voor het stellen van de uitvoeringsgarantie door de Deutsche Bank en eventueel andere borgstaande banken; |
|
c) |
de operatie mag niet vergezeld gaan van nevenovereenkomsten of impliciete overeenkomsten op grond waarvan de Italiaanse staat de banken kan ontheffen van hun verplichting wanneer de markt niet in toereikende mate heeft ingetekend op de voor de herkapitalisatie aangeboden aandelen of deze banken een korting op de uitgifteprijs kan toekennen. |
Artikel 2
1. De door de Italiaanse staat aangemelde investering door de overheidsholding Fintecna in de maatschappij AZ Services ten belope van 216 miljoen euro vormt geen staatssteun.
Op grond van het principe van de particuliere investeerder in een markteconomie die is gebaseerd op de analyse van de levensvatbaarheid van het bij de Commissie ingediende ondernemingsplan, mag de investering slechts plaatsvinden als aan de voorwaarde van lid 2 is voldaan.
2. De contractueel aan AZ Fly toe te wijzen meerwaarde wordt uitsluitend voor het deel bovenop de voor de investering door Fintecna verwachte IRR van 25 % aan deze maatschappij overgedragen:
|
a) |
wanneer alle geplande overdrachten hebben plaatsgevonden, of |
|
b) |
in ieder geval uiterlijk op 31 december 2008 en overeenkomstig de evaluatie van het rendementspercentage. |
Artikel 3
Italië verstrekt de Commissie alle verslagen en documenten die haar in staat stellen na te gaan:
|
a) |
of is voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 1 en 2 wat betreft de participatie door zowel de Italiaanse staat als Fintecna en derden, en met name de definitieve met de banken gesloten overeenkomsten en de verslagen betreffende de intekeningen in het kader van de kapitaalverhogingen; |
|
b) |
of de verbintenis om het overbruggingskrediet terug te betalen binnen acht dagen na de herkapitalisatie van AZ Fly, en in ieder geval uiterlijk op 31 december 2005, is nagekomen. |
Artikel 4
Italië deelt de Commissie binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van deze beschikking mee welke maatregelen het heeft genomen om hieraan te voldoen.
Artikel 5
De onderhavige beschikking is gericht tot de Italiaanse Republiek.
Gedaan te Brussel, 7 juni 2005
Voor de Commissie
Jacques BARROT
Vice-voorzitter
(1) PB C 44 van 19.2.2005, blz. 10.
(2) Zie voetnoot 1.
(3) De vereniging van low cost luchtvaartmaatschappijen ELFAA heeft haar opmerkingen op 22 maart 2005 ingediend.
(4) PB C 125 van 24.5.2005, blz. 7.
(5) Beschikking 96/278/EG van de Commissie van 31 januari 1996 betreffende de herkapitalisatie van Iberia. (PB L 104 van 27.4.1996, blz. 25).
(6) PB L 240 van 24.8.1992, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).
(7) PB L 75 van 22.3.2005, blz. 53.
(8) De vergadering van de raad van bestuur is uiteindelijk verschoven naar 26 mei 2005.
(*1) De tekens tussen haakjes verwijzen naar bedrijfsgeheimen of vertrouwelijke gegevens die geschrapt zijn.
(9) De TERP (theorical ex right price) is een gewogen gemiddelde van de referentiebeurskoers en de uitgifteprijs van de nieuwe aandelen. De houder van een aandeel ontvangt een preferentieel inschrijvingsrecht waarvan de theoretische waarde bij uitoefening het verschil is tussen de referentiekoers en de TERP, en dat de oude aandeelhouders garandeert dat de operatie neutraal is.
(10) Swiss Life Holding, Ahold, ABB, Royal & Sun Alliance, Heidelberg Cement, Allianz.
(*2) De precieze gegevens zijn geschrapt en vervangen door deze vermelding.
(11) Fastweb, Rhodia, Hagemeyer, SGL Carbon, Scor.
(12) Via de Permanente Vertegenwoordiging van Italië bij de EU aan de Commissie toegezonden brief.
(13) De Commissie wijst erop dat het een vermindering tot minder dan 50 % van het aandeel van de staat in het kapitaal van Alitalia betreft en dat de door de Italiaanse autoriteiten gebruikte term „privatisering” niet vooruitloopt op een eventuele definitie van de onderneming in de zin van artikel 2 van Richtlijn 80/723/EEG van de Commissie van 25 juni 1980 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven (PB L 195 van 29.7.1980, blz. 35).
(14) Zie punten 28 en 59.
(15) In dit verband wordt verwezen naar Beschikking 94/662/EG van de Commissie betreffende de kapitaalverhoging van Air France (PB L 258 van 6.10.1994, blz. 26).
(16) EBITDAR (Earning Before Interest Taxes Depreciation Amortization and Rentals) is een marge die wordt gebruikt voor de vaststelling van de rentabiliteit van de luchtvaartmaatschappij vóór interesten, belastingen, afschrijvingen en leasing.
(17) De overdracht is op 29.4.2005 aangekondigd op de website van Alitalia met gedetailleerde gegevens over de netto-inbreng en gaat in op 1 mei 2005.
(18) Punt 35, laatste streepje, van het besluit tot inleiding van de procedure.
(19) Percentage van het interne rendement of TRI.
(20) In het herziene plan is deze waarde vastgesteld op […] miljoen euro; zie punt 109.
(21) van […] tot […] voor vliegtuigen voor de korte en middellange afstand; van […] tot […] voor vliegtuigen op de lange afstand.
(22) Opgemerkt zij dat Italië voor Fiumicino-Stockholm een feeder value opgeeft die […] miljoen EUR hoger ligt dan de door Ernst & Young opgegeven waarde, waardoor de route positief zou worden. Italië rechtvaardigt dit verschil (zie conclusies van de deskundige) door de sterke groei van de verbindingen in de winter 2004-2005.
(23) Italië noemt het voorbeeld van Austrian Airlines (OS), dat in de winter 2004 de route Wenen-Varna heeft geopend met een promotieprijs van 299 euro in Oostenrijk, zonder vermelding van de geldigheidsperiode, tegenover een tarief van 399 euro van zijn concurrent Bulgarian; de geldigheidsduur is pas op 29 maart 2005 vastgesteld. Voorts heeft OS op 9 april 2005 een tarief van 249 euro voor Wenen-Torino gelanceerd, tegenover 299 euro bij Alitalia.
(24) PB L 14 van 22.1.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 793/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 138 van 30.4.2004, blz. 50).
(25) Zie voetnoot 6.
(26) De opmerkingen van Italië zijn voor zover nodig in de onderhavige tekst opgenomen.
(27) Punt 61 van het besluit tot inleiding van de procedure.
(28) Punten 49 en 65 van het besluit tot inleiding van de procedure.
(29) Punt 72 van het besluit tot inleiding van de procedure.
(30) Earnings before interests and taxes.
(31) Earnings before interests, taxes, depreciation and amortization.
(32) Zie voetnoot 19.
(33) Preferente aandelen in de zin van artikel 2348 van het Italiaanse burgerlijk wetboek zijn aandelen die een beperkt stemrecht geven op de buitengewone algemene vergaderingen en bij besluiten over de verdeling van de exploitatiewinst. Zij verlenen de aandeelhouder wel voorrang bij de uitbetaling ten opzichte van houders van gewone aandelen, alsook bij de winstverdeling.
(34) De eindwaarde is berekend op basis van de voor 2008 geschatte financiële stroom van het betrokken bedrijf; de waarde is aangepast met toepassing van een duurzaam groeipercentage van 2 % per jaar — in overeenstemming met de hypothese van een inflatie op middellange termijn — wat coherent wordt geacht met de mogelijkheden voor een verbetering van de efficiëntie door Fintecna — en van een percentage van 10,2 % per jaar voor de kapitaalkosten, wat in overeenstemming met het marktgemiddelde wordt geacht.
(35) Het gaat om maatschappijen die werkzaam zijn in de sectoren onderhoud zoals BBA Group plc, Goodrich Corp, Singapore Technologies Engineering, Hong Kong Aircraft Engineering, grondafhandelingsdiensten zoals Fraport AG, informatica- en gedeelde diensten zoals Electronic Data Systems Corp, Computer Sciences Corp, Cap Gemini SA, Indras Sistemas SA, Atos Origin, TietoEnator OYJ.
(36) Opgemerkt zij dat de eindwaarden, die bijna altijd hoger liggen dan de door Mediobanca berekende waarden, niet rechtstreeks vergelijkbaar zijn omdat het door Citigroup gebruikte model toenemende kapitaalverhogingen omvat: om een identieke IRR te verkrijgen, moet de eindwaarde dus hoger liggen.
(37) Tegenover de geplande jaarlijkse stroom van 35,6 miljoen euro zou een genormaliseerde stroom van 32,6 miljoen euro in 2008 bijvoorbeeld een eindwaarde voor Fintecna van 329 miljoen euro opleveren.
NB: de Commissie wijst erop dat de waardering van de onderhoudsactiviteit door de deskundige, uitgaande van de vaste activa 2008, een waarde geeft van 3,8 maal de EBITDA 2008; dit is minder dan de door Citigroup voor die activiteit toegepaste multiples (van 4,5 tot 5,5).
(39) Punten 35 en 59 van het besluit tot inleiding van de procedure.
(40) In het onderhavige geval, zoals reeds aangegeven in punt 38 van het besluit tot inleiding van de procedure, zullen de preferente aandelen in 2008 maximaal 38 % van het maatschappelijk kapitaal uitmaken. Voor preferente aandelen geldt slechts een stemrecht op de buitengewone algemene vergaderingen en voor besluiten van gewone algemene vergaderingen over de winstverdeling.
(41) Voor ICT en gedeelde diensten zijn in de omzet de dienstverleningen voor intern gebruik van AZ Services, van respectievelijk […] en […] miljoen euro niet inbegrepen; in het geval van overdracht aan derden moeten deze echter wel in aanmerking worden genomen.
(42) MRO Market Forecast initiative — Component Maintenance Forecast 2003-2013 van 16 december 2003.
(43) Bijvoorbeeld in Bologna voor Palermo, Catania, Cagliari, in Malpensa voor Fiumicino, in Genève voor London, in Düsseldorf voor Brussel, Frankfurt en Athene.
(44) Napels bijvoorbeeld.
(45) Bij de berekening van deze waarde van […] miljoen euro is geen rekening gehouden met de eventuele betere resultaten in de winter 2004, zoals beweerd door Alitalia.
(46) Commissione Nazionale per le Società e la Borsa: een Italiaanse controledienst voor de beursmarkten.
(47) Cashflow van - 60 miljoen euro tegenover de geraamde - 140 miljoen euro.
(48) Bron: Wet 488/92, door de Commissie goedgekeurd als regionale staatssteunregeling op 2 augustus 2000 (nr. N 715/99). De regeling, die afloopt op 31 december 2006, geldt niet voor de vervoerssector, maar Atitech, filiaal van Alitalia, is een maatschappij met als maatschappelijk doel onderhoud in de luchtvaartsector; de steun is door de maatschappij aangevraagd in december 2000 en in 2001 geaccepteerd; de werkzaamheden zijn in december 2003 voltooid en in september 2004 is om de betaling van de steun verzocht.
(49) Cashflow van + 6 miljoen euro tegenover de geraamde - 47 miljoen euro.
(50) Met jaarlijkse brandstofkosten die stijgen van 469 tot 711 miljoen euro.
(51) Punt 48 van het besluit tot inleiding van de procedure.
(52) Punt 37 van het besluit inzake reddingssteun.
(53) Aan de Consob op 29 oktober 2004 voorgelegde situatie: 83 miljoen euro, minus 22-25 miljoen euro niet-beschikbare middelen zoals vastgesteld door de deskundige.
(54) De aan de Consob op 31 januari 2005 voorgelegde situatie met betrekking tot 31 december 2004 gaf „beschikbare middelen en financiële kredieten op korte termijn” te zien voor 91 miljoen euro, of, na aftrek van ongeveer 25 miljoen euro voor niet-beschikbare middelen zoals aangegeven door de deskundige (zie punt 144), voor ongeveer 66 miljoen euro, ondanks het gebruik van een eerste tranche van 100 miljoen euro van het overbruggingskrediet; zonder dit krediet zou de kaspositie negatief zijn geweest.
(55) Punt 16 van het besluit inzake reddingssteun.
(56) http://europa.eu.int/comm/economy_finance/publications/european_economy/2005/ee205en.pdf
(57) Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de verlening van exploitatievergunningen aan luchtvaartmaatschappijen (PB L 240 van 24.8.1992, blz. 1), Verordening (EEG) nr. 2408/92 (zie voetnoot 6) en Verordening (EEG) nr. 2409/92 van de Raad van 23 juli 1992 inzake tarieven voor luchtdiensten (PB L 240 van 24.8.1992, blz. 15).
(58) In de afgelopen jaren heeft BMI British Midland zijn grondactiviteiten bijvoorbeeld overgedragen aan Go-Ahead en Aviance in het leven geroepen, TAP heeft de zijne overgedragen aan Globalia, Lufthansa heeft zijn filiaal Globeground overgedragen aan Penauille Polyservices.
(59) Zie arrest van het Hof van 16 mei 2002 in Zaak C-482/99, Franse Republiek tegen Commissie (Stardust), Jurispr. 2002, blz. I-4397. Zie ook de conclusies van advocaat-generaal Geelhoed, gepresenteerd op 27 september 2001 in de gevoegde zaken C-328/99 en C-399/00, Italiaanse Republiek en SIM 2 Multimedia SpA tegen Commissie, Jurispr. 2003, blz. I-04035.
(60) Mededeling van de Commissie inzake de toepassing van de artikelen 92 en 93 van het EG-Verdrag op de deelneming van overheidsinstanties in het kapitaal van ondernemingen — Bulletin van de Europese Gemeenschappen 9-1984; Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, gevoegde zaken 296 en 318/82, Nederland en Leeuwarder Papierwarenfabriek BV tegen Commissie, Jurispr. 1985, blz. 809, rechtsoverweging 17; toepassing van de artikelen 92 en 93 van het EG-Verdrag en artikel 61 van de EER-Overeenkomst op steunmaatregelen van de staten in de luchtvaartsector, punten 25 en 26.
(61) Arrest van het Hof van 21 maart 1991 in Zaak C-305/89, Italiaanse Republiek tegen Commissie („Alfa Romeo”), Jurispr. blz. I-1603, rechtsoverweging 20.
(62) Zie arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 12 december 2000 in Zaak T-296/97 Alitalia tegen Commissie, Jurispr. 2000, blz. II-3871, rechtsoverweging 81.
(63) Zie voetnoot 59.
(64) De Commissie merkt voorts op dat de consulent van Fintecna, Citigroup, diverse scenario's heeft geanalyseerd, met een steeds lagere mate van verwezenlijking van de doelstellingen van het plan, die naar gelang van de toegepaste methode een aanpassing à la hausse inhielden van de investering van Fintecna tot boven het aangemelde bedrag, en die de gevolgen van deze situatie voor de rentabiliteit van Fintecna inschatten; de mediaanwaarde van deze vier scenario's, waarvan 3 ongunstiger uitvallen dan het basisscenario, genereert toch nog een IRR tussen 18,7 en 27,1 %, afhankelijk van de EBITDA multiple, ondanks het feit dat het geïnvesteerde kapitaal veel hoger ligt. Alleen uitgaande van het negatiefste scenario, op basis waarvan slechts 60 % van de doelstellingen ten aanzien van de efficiëntie en 85 % van de doelstellingen ten aanzien van de verhoging van de omzet wordt bereikt, in combinatie met de lagere waarden van de EBITDA multiples voor de verschillende activiteiten, wordt een rentabiliteit van slechts 9,1 % verkregen, wat grosso modo overeenkomt met de kapitaalkosten van AZ Services, terwijl die van Fintecna 1 punt lager is geschat. De deskundige merkt voorts op dat Citigroup logischerwijs ook de kaspositie aan het eind van de periode in de berekening had moeten opnemen, wat een gunstiger resultaat zou hebben opgeleverd.