|
5.4.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 82/27 |
ADVIES VAN DE RAAD
van 14 maart 2006
over het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Nederland, 2005-2008
(2006/C 82/07)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (1), en met name op artikel 5, lid 3,
Gezien de aanbeveling van de Commissie,
Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité,
BRENGT HET VOLGENDE ADVIES UIT:
|
(1) |
Op 14 maart 2006 heeft de Raad het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van Nederland voor de periode 2005-2008 behandeld. |
|
(2) |
Na een uitbundige BBP-groei in de tweede helft van de jaren negentig van gemiddeld 3
|
|
(3) |
In zijn advies van 18 januari 2005 over het vorige geactualiseerde stabiliteitsprogramma over de periode 2004-2007 heeft de Raad er bij Nederland op aangedrongen het tekort in 2005 onder de 3 % van het BBP te brengen en gezien het procyclische risico en de vergrijzingsproblemen de noodzakelijke maatregelen te nemen om een vrijwel evenwichtige begrotingssituatie tot stand te brengen. |
|
(4) |
Wat de uitvoering van de begroting in 2005 betreft, zal het overheidstekort volgens de actualisering van december 2005 teruglopen tot 1,2 % van het BBP, tegen een tekortdoelstelling van 2,6 % van het BBP in het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van november 2004 en een tekortprojectie van 1,8 % van het BBP in de najaarsprognoses 2005 van de diensten van de Commissie. De verbetering is grotendeels te danken aan inkomstenmeevallers, voornamelijk als gevolg van de hogere gasprijzen en hogere dividendontvangsten en ontvangsten uit BTW en vennootschapsbelasting. Volgens de meest recente bij de Tweede Kamer ingediende ramingen zal het tekort over 2005 waarschijnlijk zelfs uitkomen op zo'n
|
|
(5) |
Het geactualiseerde Nederlandse stabiliteitsprogramma van december 2005, dat betrekking heeft op de periode 2005-2008, is bij de Commissie ingediend op 22 december 2005 (d.w.z. drie weken na de termijn die in de gedragscode is vastgesteld). Volgens de autoriteiten is het laat ingediend omdat ze met nieuwe economische projecties en eventuele aanvullende besluitvorming rekening wilden houden. Het programma volgt in grote lijnen de in de nieuwe gedragscode aangegeven modelstructuur voor stabiliteits- en convergentieprogramma's (2). |
|
(6) |
In het programma wordt ervan uitgegaan dat de reële BBP-groei zal aantrekken van naar schatting
|
|
(7) |
De voornaamste strategische doelstelling van de autoriteiten is om gezonde openbare financiën te realiseren en daarmee een duurzame economische groei te bevorderen en de kosten van de vergrijzing op te vangen. Na de omvangrijke consolidatie in 2004 en 2005 wordt in het geactualiseerde stabiliteitsprogramma 2005 ervan uitgegaan dat het overheidstekort in 2006 oploopt naar 1,5 % en zich daarna stabiliseert op circa 1,1 % van het BBP en dat het primaire overschot een vergelijkbaar patroon volgt. In het vorige programma werd er nog van uitgegaan dat het tekort geleidelijk zou worden afgebouwd, maar in de nieuwe actualisering wordt het meevallende tekort van 1,2 % van het BBP over 2005 in aanmerking genomen en wordt er gerekend op een brede stabilisatie op dit niveau (met uitzondering van 2006, dat een verslechtering te zien geeft), terwijl het macro-economische scenario vanaf 2006 min of meer hetzelfde blijft. |
|
(8) |
Afgaande op de berekeningen die de diensten van de Commissie volgens de algemeen aanvaarde methode op basis van het programma hebben verricht, zal het structurele saldo nadat het eerst nog als gevolg van omvangrijke aanpassingen overeenkomstig het stabiliteits- en groeipact sterk was verbeterd, namelijk van -2
|
|
(9) |
De risico's die aan de begrotingsstrategie verbonden zijn, lijken elkaar min of meer in evenwicht te houden en het begrotingsresultaat kan na 2006 zelfs iets meevallen. Enerzijds wijzen de actuele indicatoren op een sterk aantrekkende economische bedrijvigheid, zal het tekort over 2005 naar verwachting fors lager uitkomen en is er voor de jaren na 2006 sprake van een opwaarts risico voor de budgettaire projecties in het programma als de olieprijs hoger blijkt uit te vallen dan in het programma wordt aangenomen, aangezien de begroting dan zal profiteren van hogere gasbaten en de groeivoorspelling al is afgestemd op een hogere olieprijs. Anderzijds kunnen een aantal meevallers in 2005 ook in negatieve zin doorwerken. Voorts is nog niet duidelijk of de verwachte besparingen op de begroting als gevolg van de hervormingen in het zorg- en in het sociale-zekerheidsstelsel die begin 2006 van kracht zijn geworden, volledig gerealiseerd zullen worden omdat de gedragseffecten van de hervormingen nog niet goed kunnen worden overzien. |
|
(10) |
In het licht van bovenstaande risicobeoordeling lijkt de in het programma uitgestippelde begrotingsstrategie te volstaan om de MTD van het programma in de gehele programmaperiode vast te houden. Het verwachte structurele saldo daalt en blijft elk jaar binnen de in het programma vermelde MTD-bandbreedte. Het is ook beter dan de minimumbenchmark van een structureel tekort van rond de 1 % van het BBP, dat een veiligheidsmarge biedt die ruim genoeg is om te voorkomen dat de drempel van 3 % bij conjuncturele tegenwind wordt overschreden. Ondanks het solide economische herstel verslechtert het structurele tekort in 2006 met
|
|
(11) |
Het programma gaat ervan uit dat de overheidsschuld zich in 2006 min of meer stabiliseert op 54,5 % van het BBP en daarna geleidelijk terugloopt tot rond de 53 % in 2008. Deze projecties sluiten zeer nauw aan bij die van de diensten van de Commissie. De risico's voor de schuldprognoses vloeien met name voort uit de aan de tekortprojecties verbonden risico's, die elkaar zoals hierboven aangegeven, min of meer in evenwicht lijken te houden. |
|
(12) |
Wat de houdbaarheid van de openbare financiën betreft, lijkt Nederland een middelgroot risico te lopen gezien de verwachte budgettaire lasten van de vergrijzing. De huidige schuld ligt onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het BBP en mede dankzij de recente verbetering van de begrotingssituatie in Nederland zijn de risico's voor de houdbaarheid op lange termijn afgenomen. Ook zullen de recente WAO-hervormingen een matigende invloed uitoefenen op de overheidsuitgaven op lange termijn. De verwachte toekomstige stijging van de ontvangsten, die met name te danken is aan een uitgestelde belastingheffing op pensioenen, is echter zelfs bij volledige inaanmerkingneming ervan niet toereikend om de stijging van de overheidsuitgaven op lange termijn teniet te doen. Daarom is mogelijk een verdere budgettaire consolidatie noodzakelijk om de gevolgen van de vergrijzing volledig op te vangen. |
|
(13) |
De voorgenomen maatregelen op het gebied van de openbare financiën zijn grotendeels in overeenstemming met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid die in de geïntegreerde richtsnoeren voor de periode 2005-2008 zijn opgenomen. Met name stroken ze met het geïntegreerde richtsnoer voor de waarborging van de economische stabiliteit omdat de budgettaire MTD in de gehele economische cyclus wordt vastgehouden. Gezien de verwachte lasten die de vergrijzing met zich brengt, is het programma ook in overeenstemming met het geïntegreerde richtsnoer voor de waarborging van een duurzame economische ontwikkeling. |
|
(14) |
Het nationale hervormingsprogramma van Nederland, dat op 14 oktober 2005 in het kader van de hernieuwde strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid is ingediend, noemt als speerpunten: een hoger arbeidsaanbod, een snellere groei van de arbeidsproductiviteit door bevordering van O&O en innovatie, alsmede een beter prijsconcurrentievermogen door de arbeidskosten in de hand te houden. Van de bevordering van O&O en innovatie wordt verwacht dat deze aanzienlijke gevolgen zal hebben voor de openbare financiën. Gezien de beperkte informatie, met name over het tijdpad van de structurele hervormingen op deze gebieden, kan evenwel moeilijk worden nagegaan of de maatregelen in het nationale hervormingsprogramma volledig tot uiting komen in de budgettaire projecties van het stabiliteitsprogramma. De in het stabiliteitsprogramma opgenomen maatregelen op het gebied van de openbare financiën lijken grotendeels aan te sluiten bij de in het kader van het nationale hervormingsprogramma voorgenomen acties. |
In het licht van de bovenstaande evaluatie constateert de Raad met instemming dat de Nederlandse regering haar best heeft gedaan om het tekort na de snelle correctie van het buitensporige tekort, in 2005 nog verder terug te dringen onder de referentiewaarde van 3 % van het BBP, en dat de autoriteiten de MTD over de gehele programmaperiode willen vasthouden. Mede gezien de meevallende resultaten over 2005 dringt de Raad er bij Nederland op aan in 2006 en daarna een solide begrotingssituatie te handhaven.
Vergelijking van de belangrijkste macro-economische en budgettaire prognoses
|
|
2004 |
2005 |
2006 |
2007 |
2008 |
|
|
Reëel BBP (Verandering in %) |
SP dec 2005 (3) |
1,7 |
0,75 |
2,5 |
2,5 |
2,25 |
|
COM nov 2005 |
1,7 |
0,5 |
2,0 |
2,4 |
n.b. |
|
|
SP nov 2004 |
1,25 |
1,5 |
2,5 |
2,5 |
n.b. |
|
|
HICP-inflatie (%) |
SP dec 2005 |
1,4 |
1,5 |
1,5 |
1,1 |
n.b. |
|
COM nov 2005 |
1,4 |
1,7 |
2,0 |
1,9 |
n.b. |
|
|
SP nov 2004 |
1,25 |
1,25 |
1,5 |
1,5 |
n.b. |
|
|
Output gap (% van het potentiële BBP) |
SP dec 2005 (4) |
– 1,5 |
– 2,3 |
– 1,5 |
– 1,1 |
– 0,9 |
|
COM nov 2005 (6) |
– 1,3 |
– 2,2 |
– 1,9 |
– 1,4 |
n.b. |
|
|
SP nov 2004 |
– 2,1 |
– 2,2 |
– 1,5 |
– 0,9 |
n.b. |
|
|
Overheidssaldo (% van het BBP) |
SP dec 2005 |
– 2,1 |
– 1,2 |
– 1,5 |
– 1,2 |
– 1,1 |
|
COM nov 2005 |
– 2,1 |
– 1,8 |
– 1,9 |
– 1,5 |
n.b. |
|
|
SP nov 2004 |
– 3,0 |
– 2,6 |
– 2,1 |
– 1,9 |
n.b. |
|
|
Primair saldo (% van het BBP) |
SP dec 2005 |
0,6 |
1,4 |
1,1 |
1,4 |
1,5 |
|
COM nov 2005 |
0,5 |
0,7 |
0,6 |
1,0 |
n.b. |
|
|
SP nov 2004 |
– 0,1 |
0,3 |
0,7 |
0,8 |
n.b. |
|
|
Conjunctuurgezuiverd saldo = structureel saldo (5) (% van het BBP) |
SP dec 2005 (4) |
– 1,3 |
0,0 |
– 0,7 |
– 0,6 |
– 0,6 |
|
COM nov 2005 |
– 1,4 |
– 0,6 |
– 0,8 |
– 0,7 |
n.b. |
|
|
SP nov 2004 |
– 1,6 |
– 1,2 |
– 1,2 |
– 1,3 |
n.b. |
|
|
Bruto overheidsschuld (% van het BBP) |
SP dec 2005 |
53,1 |
54,4 |
54,5 |
53,9 |
53,1 |
|
COM nov 2005 |
53,1 |
54,0 |
54,2 |
53,8 |
n.b. |
|
|
SP nov 2004 |
56,3 |
58,1 |
58,6 |
58,3 |
n.b. |
|
|
Stabiliteitsprogramma (SP); economische najaarsprognoses 2005 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie. |
||||||
(1) PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1055/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 1). Alle documenten waarnaar in deze tekst wordt verwezen, kunnen worden geraadpleegd op:
http://europa.eu.int/comm/economy_finance/about/activities/sgp/main_en.htm.
(2) Sommige hoofdstukken (algemeen beleidskader) ontbreken, andere (kwaliteit van de overheidsfinanciën, structurele hervormingen) zijn onvolledig. In het programma ontbreken bepaalde verplichte gegevens over de basisaannames. De Nederlandse autoriteiten hebben deze later alsnog verstrekt. De in de nieuwe gedragscode genoemde facultatieve gegevens ontbreken voor een belangrijk deel.
(3) Voor verdere berekeningen zijn de desbetreffende puntschattingen gebruikt.
(4) Berekeningen van de diensten van de Commissie op basis van de in het programma voorkomende informatie.
(5) Omdat het programma geen eenmalige en andere tijdelijke maatregelen bevat, is het conjunctuurgezuiverde saldo gelijk aan het structurele saldo.
(6) Op basis van een geraamde potentiële groei van achtereenvolgens 1,5%, 1,6%, 1,7% en 1,8% in de periode 2004-2007.
Bronnen:
Stabiliteitsprogramma (SP); economische najaarsprognoses 2005 van de diensten van de Commissie (COM); berekeningen van de diensten van de Commissie.