13.8.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 211/11


VERORDENING (EG) Nr. 1336/2005 VAN DE COMMISSIE

van 12 augustus 2005

tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name op artikel 13, tweede streepje,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 392/2004 van de Raad (2) geldt het bij artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 vastgestelde controlesysteem voor de activiteiten van alle marktdeelnemers in de hele sector van de productie, de bereiding en het in de handel brengen van de betrokken producten.

(2)

Voor een adequaat toezicht op alle in artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 bedoelde categorieën van marktdeelnemers moet de werkingssfeer van de algemene bepalingen in bijlage III bij die verordening worden uitgebreid.

(3)

Het is passend de frequentie van steekproefcontroles af te stemmen op het risico dat Verordening (EEG) nr. 2092/91 niet wordt nageleefd.

(4)

Bijlage III bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 opgerichte comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage III bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 augustus 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)   PB L 198 van 22.7.1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2254/2004 van de Commissie (PB L 385 van 29.12.2004, blz. 20).

(2)   PB L 65 van 3.3.2004, blz. 1.


BIJLAGE

Bijlage III bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Na de titel wordt de volgende tekst ingevoegd:

„De in deze bijlage opgenomen algemene bepalingen gelden voor alle in artikel 8, lid 1, bedoelde marktdeelnemers voorzover die bepalingen betrekking hebben op de door de betrokken marktdeelnemer uitgevoerde activiteiten.

Ter aanvulling van de algemene bepalingen gelden de specifieke bepalingen voor die marktdeelnemers die de in de titel van elke onderafdeling vermelde activiteiten uitvoeren.”

2.

De algemene bepalingen worden als volgt gewijzigd:

a)

De punten 3 tot en met 6 worden vervangen door:

„3.   Eerste controle

Bij het begin van de toepassing van de controle zorgt de verantwoordelijke marktdeelnemer voor:

een volledige beschrijving van de eenheid en/of de bedrijfsruimten en/of de activiteit;

de vaststelling van alle concrete maatregelen die op het niveau van de eenheid en/of de bedrijfsruimten en/of de activiteit moeten worden genomen om de naleving van de bepalingen van deze verordening, en in het bijzonder van de in deze bijlage vastgestelde eisen, te waarborgen;

de vaststelling van de voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen om het risico op verontreiniging met niet-toegestane producten of stoffen te verkleinen, en van de reinigingsmaatregelen die in de opslagruimten en in de hele productieketen van de marktdeelnemer moeten worden genomen.

Als dat dienstig is, mogen de betrokken beschrijving en maatregelen deel uitmaken van een door de marktdeelnemer opgezet kwaliteitssysteem.

De betrokken beschrijving en maatregelen moeten worden opgenomen in een verklaring die door de verantwoordelijke marktdeelnemer wordt ondertekend.

Deze verklaring moet tevens de verbintenis van de marktdeelnemer bevatten om:

de handelingen in overeenstemming met de artikelen 5, 6, 6 bis en in voorkomend geval 11 van de onderhavige verordening en/of met Verordening (EG) nr. 223/2003 te verrichten,

in geval van een overtreding of onregelmatigheid de toepassing van de in artikel 9, lid 9, en in voorkomend geval artikel 10, lid 3, van de onderhavige verordening bedoelde maatregelen te aanvaarden en

bereid te zijn de kopers van het product schriftelijk te informeren teneinde te garanderen dat de aanduidingen betreffende de biologische productiemethode van de betrokken productie worden verwijderd.

Deze verklaring moet worden geverifieerd door de controleorganisatie of instantie, die een verslag opstelt waarin de eventuele tekortkomingen en punten waarop de onderhavige verordening niet wordt nageleefd, worden vermeld. De marktdeelnemer moet dit verslag mede ondertekenen en de nodige correctiemaatregelen nemen.

4.   Mededelingen

De verantwoordelijke marktdeelnemer moet de controleorganisatie of instantie tijdig in kennis stellen van elke wijziging van de beschrijving of de maatregelen als bedoeld in punt 3 en in de bepalingen betreffende de eerste controle die zijn opgenomen in de afdelingen A, B, C, D en E van de specifieke bepalingen van deze bijlage.

5.   Controlebezoeken

Bij alle marktdeelnemers moet de controleorganisatie of -instantie ten minste éénmaal per jaar een volledige fysieke controle uitvoeren. De controleorganisatie of -instantie mag monsters nemen voor onderzoek op krachtens deze verordening niet toegestane producten of voor controle op productietechnieken die niet in overeenstemming zijn met deze verordening. Er mogen ook monsters worden genomen en geanalyseerd voor het opsporen van een mogelijke verontreiniging met niet-toegestane producten. Een dergelijke analyse moet evenwel worden uitgevoerd wanneer wordt vermoed dat een niet-toegestaan product is gebruikt. Na elk bezoek moet een controleverslag worden opgesteld, dat wordt medeondertekend door degene die verantwoordelijk is voor de eenheid, of door diens vertegenwoordiger.

Bovendien legt de controleorganisatie of -instantie bezoeken voor steekproefcontroles af die al dan niet worden aangekondigd en die zijn gebaseerd op een algemene evaluatie van het risico dat de onderhavige verordening en Verordening (EG) nr. 223/2003 niet worden nageleefd, waarbij ten minste rekening wordt gehouden met de resultaten van de eerdere controles, met de hoeveelheid van de betrokken producten en met het risico op verwisseling van producten.

6.   Administratie

In de eenheid of de bedrijfsruimten moeten een voorraadboekhouding en een financiële boekhouding worden bijgehouden die de marktdeelnemer en de controleorganisatie of -instantie in staat stellen om de volgende gegevens na te gaan:

de leverancier en, wanneer het iemand anders betreft, de verkoper of de exporteur van de producten;

de aard en de hoeveelheden van de in artikel 1 bedoelde producten die aan de eenheid zijn geleverd, en, in voorkomend geval, de aard en de hoeveelheden van alle aangekochte materialen en het gebruik daarvan, alsmede, in voorkomend geval, de samenstelling van de mengvoeders;

de aard en de hoeveelheden van de in artikel 1 bedoelde producten die in de bedrijfsruimten zijn opgeslagen;

de aard, de hoeveelheden en de geadresseerden en, als dat anderen zijn, de kopers, niet de eindconsumenten zijnde, van alle in artikel 1 bedoelde producten die de eenheid dan wel de bedrijfsruimten of opslagfaciliteiten van de eerste geadresseerde hebben verlaten;

in het geval van marktdeelnemers die de betrokken producten niet opslaan of fysiek hanteren, de aard en de hoeveelheden van de in artikel 1 bedoelde producten die zijn gekocht en verkocht, en de leveranciers en, als dat anderen zijn, de verkopers of de exporteurs en de kopers en, als dat anderen zijn, de geadresseerden.

De administratie moet ook de resultaten van de verificatie bij de ontvangst van de producten en alle andere gegevens die de controleorganisatie of –instantie voor een behoorlijke controle nodig heeft, bevatten.

De gegevens in de administratie moeten met passende bewijsstukken worden gestaafd.

Uit de administratie moet blijken dat de aangevoerde en de afgevoerde hoeveelheden in evenwicht zijn.”.

b)

De titel van punt 7 wordt vervangen door:

„7.   Verpakking van producten en vervoer ervan naar andere marktdeelnemers of eenheden”

c)

Na punt 7 wordt het volgende punt 7 bis ingevoegd:

„7 bis.   Ontvangst van producten die afkomstig zijn van andere eenheden en andere marktdeelnemers

Bij ontvangst van een in artikel 1 bedoeld product verifieert de marktdeelnemer de afsluiting van de verpakking of recipiënt/container wanneer deze is vereist, en de aanwezigheid van de in punt 7 bedoelde aanduidingen. De marktdeelnemer verifieert of de gegevens op het in punt 7 bedoelde etiket overeenstemmen met de gegevens in de begeleidende documenten. De uitkomst van deze verificaties wordt expliciet genoteerd in de in punt 6 bedoelde administratie.”.

d)

Punt 8 wordt vervangen door:

„8.   Opslag van de producten

De ruimten voor de opslag van de producten moeten zo worden beheerd dat identificatie van de partijen wordt gegarandeerd en dat elke vermenging met of verontreiniging door producten en/of stoffen die niet aan het bepaalde in deze verordening voldoen, wordt voorkomen. De in artikel 1 bedoelde producten moeten te allen tijde duidelijk kunnen worden geïdentificeerd.”

3.

De specifieke bepalingen worden als volgt gewijzigd:

a)

In afdeling A wordt de zesde alinea geschrapt.

b)

Afdeling B wordt vervangen door:

„B.   Eenheden voor de bereiding van plantaardige en dierlijke producten en levensmiddelen die plantaardige en dierlijke producten bevatten

Deze afdeling geldt voor alle eenheden die bij de bereiding als omschreven in artikel 4, lid 3, van producten als bedoeld in artikel 1, lid 1, zijn betrokken voor eigen rekening of voor rekening van een derde, waaronder met name ook:

de eenheden die zijn betrokken bij het verpakken en/of herverpakken van dergelijke producten;

de eenheden die zijn betrokken bij het etiketteren en/of heretiketteren van dergelijke producten.

1.   Eerste controle

De in punt 3 van de algemene bepalingen van deze bijlage bedoelde volledige beschrijving van de eenheid moet een opgave bevatten van de installaties die worden gebruikt om de landbouwproducten in ontvangst te nemen, te verwerken, te verpakken, te etiketteren en vóór en na de behandelingen ervan op te slaan, alsmede van de methoden voor het vervoer van de producten.

2.   Eenheden voor bereiding die ook niet biologisch geproduceerde producten behandelen

Wanneer in de betrokken eenheid voor bereiding ook niet onder artikel 1 vallende producten worden bereid, verpakt of opgeslagen:

moet de eenheid binnen haar gebouwen over fysiek of in de tijd gescheiden ruimten voor de opslag van de in artikel 1 bedoelde producten vóór en na de behandelingen beschikken;

moeten de behandelingen zonder onderbreking voor de volledige partij worden verricht en fysiek of in de tijd gescheiden worden gehouden van soortgelijke behandelingen voor niet onder artikel 1 vallende producten;

moeten die behandelingen, indien zij niet op geregelde tijdstippen of op een vastgestelde dag worden verricht, van tevoren worden gemeld met inachtneming van een daartoe met de controleorganisatie of -instantie overeengekomen termijn;

moeten alle maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de partijen kunnen worden geïdentificeerd, en om vermenging of verwisseling met producten die niet overeenkomstig de bij deze verordening vastgestelde regels zijn verkregen, te voorkomen;

mogen behandelingen van producten overeenkomstig de bij deze verordening vastgestelde regels slechts na reiniging van de productie-installaties worden uitgevoerd. Er moet worden gecontroleerd of en genoteerd dat de reinigingsmaatregelen doeltreffend zijn.

3.   Verpakking van producten en vervoer ervan naar eenheden voor bereiding

Van biologische landbouw afkomstige melk, eieren en eiproducten moeten onafhankelijk van niet overeenkomstig deze verordening geproduceerde producten worden opgehaald. In afwijking hiervan kan, na voorafgaande goedkeuring door de controleorganisatie of –instantie, gelijktijdige ophaling plaatsvinden wanneer passende maatregelen worden genomen om elke mogelijke vermenging of verwisseling met niet overeenkomstig deze verordening geproduceerde producten te voorkomen en om de identificatie van de overeenkomstig deze verordening geproduceerde producten te garanderen. De marktdeelnemer houdt de gegevens over de dagen en uren waarop en de route waarlangs is opgehaald en de datum en het tijdstip van ontvangst van de producten ter beschikking van de controleorganisatie of -instantie.”

c)

In afdeling E wordt punt 6 geschrapt.