|
26.5.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 132/1 |
VERORDENING (EG) Nr. 785/2005 VAN DE RAAD
van 23 mei 2005
tot beëindiging van het tussentijdse onderzoek naar de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op silicium uit de Volksrepubliek China
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name op artikel 11, lid 3, en artikel 22, onder c),
Gelet op het voorstel dat de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité heeft ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
1. Thans geldende maatregelen
|
(1) |
In maart 2004 heeft de Raad, na een onderzoek bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen, bij Verordening (EG) nr. 398/2004 (2) een definitief antidumpingrecht ingesteld op silicium uit de Volksrepubliek China („China”). Dit recht, dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Gemeenschap vóór inklaring, bedraagt 49 %. |
2. Opening van het heronderzoek
|
(2) |
Op 20 maart 2004 heeft de Commissie, met een bericht (3) in het Publicatieblad van de Europese Unie, de inleiding aangekondigd van een tussentijdse procedure voor de eventuele herziening van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op silicium uit China ingevolge artikel 11, lid 3 en artikel 22 onder c), van de basisverordening. |
|
(3) |
De tussentijdse herzieningsprocedure werd geopend op initiatief van de Commissie en had ten doel na te gaan of de antidumpingmaatregelen ten gevolge van de uitbreiding van de Europese Unie in mei 2004 („de uitbreiding”) — rekening houdend met het aspect „belang van de Gemeenschap” — moesten worden aangepast om te voorkomen dat belanghebbenden, waaronder verwerkende bedrijven, distributeurs en consumenten van het betrokken product, hierdoor plotseling een groot nadeel zouden ondervinden. |
3. Betrokken product
|
(4) |
Het onderzoek had betrekking op hetzelfde product als de antidumpingprocedure die tot de instelling van de thans geldende antidumpingmaatregelen heeft geleid, namelijk silicium, ingedeeld onder GN-code 2804 69 00 (met een siliciumgehalte van minder dan 99,99 gewichtsprocenten). Silicium met een hogere zuiverheid, d.w.z. met een siliciumgehalte van ten minste 99,99 gewichtsprocenten, dat doorgaans wordt gebruikt bij de productie van elektronische halfgeleiders, is ingedeeld onder een andere GN-code en valt buiten deze procedure. |
4. Onderzoek
|
(5) |
De Commissie heeft de haar bekende importeurs, verwerkende bedrijven en de Chinese exporteurs en hun organisaties van de inleiding van de herzieningsprocedure in kennis gesteld alsmede hun organisaties, de vertegenwoordigers van China en de EG-producenten. Belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om hun standpunt binnen de bij het bericht van inleiding vastgestelde termijn schriftelijk bekend te maken en te verzoeken te worden gehoord. |
|
(6) |
De China Chamber of Commerce of Metals, Minerals & Chemicals Importers & Exporters (CCCMC), de organisatie van EG-producenten („Euroalliages”), handelaren/importeurs, de autoriteiten van sommige, op 1 mei 2004 tot de Europese Unie toegetreden lidstaten („de EU-10”) en siliciumverwerkende bedrijven in de EU-10 hebben hun standpunt schriftelijk bekendgemaakt. Alle partijen die binnen de termijn verzochten te worden gehoord en konden aantonen dat er bijzondere redenen waren om hen te horen, werden gehoord. |
|
(7) |
De Commissie heeft alle gegevens die zij nodig had om vast te stellen of de thans geldende maatregelen nog passend waren, verzameld en gecontroleerd. |
B. RESULTATEN EN BEËINDIGING VAN HET TUSSENTIJDSE ONDERZOEK
1. Invoer van silicium uit China in de EU-10
|
(8) |
Volgens Eurostat is de invoer van silicium uit China in de EU-10 in 2001 en 2002 gemiddeld met ongeveer 13 % per jaar gestegen. In 2003 steeg de invoer met ongeveer 54 % ten gevolge van de aanzienlijke stijging in de periode oktober-december. |
|
(9) |
Bovendien vond, net vóór de uitbreiding, d.w.z. in de periode januari-april 2004 een abnormale stijging van de invoer plaats, namelijk met ongeveer 120 % ten opzichte van dezelfde periode van het voorgaande jaar. |
|
(10) |
Voorts is bij het onderzoek gebleken dat de invoer van silicium uit China in de EU-10 na de uitbreiding is gedaald. Deze daling zou verklaard kunnen worden door de abnormale stijging van de invoer vóór de uitbreiding. |
|
(11) |
Bovendien blijkt uit de statistieken over de invoer in de EU-10 over de periode na de uitbreiding dat de daling van de invoer uit China samenviel met een progressieve stijging van de invoer uit Noorwegen, Brazilië en van de 15 lidstaten waaruit de Europese Unie vóór de uitbreiding bestond („de EU-15”). |
2. Verbruik van silicium in de EU-10
|
(12) |
Het verbruik van silicium in de EU-10 werd vastgesteld aan de hand van de totale invoer minus de totale uitvoer. Er werd geen melding gemaakt van siliciumproductie in de EU-10. |
|
(13) |
Rekening houdend met de abnormale stijging van de invoer uit China vóór de uitbreiding werd het nodig geacht enige correcties aan te brengen op de invoercijfers over 2003 en 2004 om de omvang van de invoer vast te stellen die, indien de uitbreiding niet had plaatsgevonden, in deze periode normaal zou zijn geweest. |
|
(14) |
In dat verband werd vastgesteld dat de jaarlijkse stijging van de invoer uit China in 2001 en 2002 13 % bedroeg. Op grond hiervan werd een normale invoer uit China voor 2003 en 2004 vastgesteld door het invoervolume van de voorgaande jaren met 13 % te verhogen om het invoervolume te verkrijgen dat naar verwachting, indien geen uitbreiding had plaatsgevonden, in die jaren zou zijn bereikt. |
|
(15) |
Volgens dezelfde methode werd de uitvoer uit de EU-10 in 2004 geraamd door aan de totale uitvoer in 2003 80 % toe te voegen, daar dit de gemiddelde jaarlijkse stijging was geweest van de uitvoer in 2002 en 2003. Tabel 1 Verbruik van silicium in de EU-10
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(16) |
Gelet op het bovenstaande werd vastgesteld dat het verbruik in de EU-10 ongeveer 6 % bedraagt van het verbruik in de EU-15, zoals geraamd in het kader van het laatste onderzoek bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van silicium uit China in Verordening (EG) nr. 398/2004. |
3. Andere aanbieders die aan de vraag in de EU-10 kunnen voldoen
|
(17) |
Bij het onderzoek bleek dat er voldoende andere aanbieders van het betrokken product dan China zijn die aan de vraag in de EU-10 kunnen voldoen, zelfs indien de invoer uit China, door de uitbreiding van het antidumpingrecht van de EU-15 tot de EU-10, volledig zou wegvallen of zou afnemen. |
|
(18) |
18 000 ton silicium kunnen eventueel uit de EU-15 worden geleverd. Dit bleek bij het meest recente onderzoek bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van silicium uit China, waarbij werd vastgesteld dat de siliciumproductie in de EU-15 in 2001 ongeveer 148 000 ton bedroeg. In het kader van hetzelfde onderzoek werd vastgesteld dat de productiecapaciteit in de EU-15 ongeveer 166 000 ton bedroeg, zodat de overcapaciteit ongeveer 18 000 ton bedroeg. |
|
(19) |
Bovendien zijn er andere mogelijke leveranciers van silicium (die niet aan antidumpingrechten onderworpen zijn), onder meer Noorwegen (dat een overcapaciteit van 18 000 ton heeft), Brazilië, Canada en de Verenigde Staten. |
|
(20) |
Zoals in overweging 11 vermeld, werd in de periode na de uitbreiding, d.w.z. de periode mei-november 2004, waarvoor Eurostat over betrouwbare gegevens beschikt, vastgesteld dat de invoer in de EU-10 uit andere landen, met name Noorwegen en Brazilië, alsmede de invoer uit de EU-15 geleidelijk is gestegen. De invoer uit de EU-15, Noorwegen en Brazilië nam respectievelijk toe met een factor 4, 5 en 6 in vergelijking met dezelfde periode in 2003. Tabel 2 Invoer in de EU-10 uit Noorwegen, Brazilië en de EU-15
|
||||||||||||||||
|
(21) |
Gezien het bovenstaande is er geen dwingende reden om aan te nemen dat er op de markt van de EU-10 een tekort zal ontstaan aan silicium. |
4. Weerslag op de kosten
|
(22) |
Diverse belanghebbenden beweerden dat silicium een halffabrikaat is dat slechts wordt gebruikt door een handvol verwerkende bedrijven in de nieuwe lidstaten, met name voor de vervaardiging van legeringen van secundair aluminium. |
|
(23) |
Producenten van aluminium in de EU-10 hebben bevestigd dat de gemiddelde hoeveelheid silicium die bij de productie van legeringen van secundair aluminium wordt verbruikt, varieert van 3 % tot 13,5 %. |
|
(24) |
Uit het onderzoek is gebleken dat een hogere siliciumprijs in de EU-10 of de overschakeling op andere leveranciers waarschijnlijk slechts geringe gevolgen zal hebben voor de productiekosten van de verwerkende bedrijven in de EU-10. |
|
(25) |
Rekening houdend met het bovenvermelde siliciumverbruik bij de productie van legeringen van secundair aluminium en met het antidumpingrecht op silicium uit China, namelijk 49 %, zouden de kosten die hierdoor voor de producenten van legeringen van secundair aluminium ontstaan slechts 1,47 % tot 6,6 % van de totale productiekosten van legeringen van secundair aluminium bedragen. |
|
(26) |
Sommige belanghebbenden wezen erop dat door de uitbreiding van de antidumpingmaatregelen tot de invoer in de EU-10 andere leveringsbronnen van silicium waren gezocht, maar dat de levering uit die andere bronnen tot een stijging van de prijzen van silicium met ongeveer 34 % hadden geleid. De invloed op de kosten van de producenten van legeringen van secundair aluminium zouden dan zelfs nog minder zijn, namelijk van 1 % tot 4,6 % van de totale productiekosten van legeringen van secundair aluminium. |
5. Opmerkingen van belanghebbenden
|
(27) |
Verschillende importeurs en verwerkende bedrijven voerden aan dat in de EU-10 een tekort aan silicium zal ontstaan. Zoals echter reeds vermeld in de overwegingen 11, 19 en 20 is de invoer van silicium uit China in de EU-10 na de uitbreiding geleidelijk vervangen door de invoer van silicium uit de EU-15, Noorwegen en Brazilië. Er is derhalve geen reden om aan te nemen dat er in de EU-10 een tekort aan silicium zal ontstaan. |
|
(28) |
Een van de verwerkende bedrijven in de EU-10 en de Slowaakse en Sloveense autoriteiten voerden aan dat silicium uit andere landen van een andere kwaliteit is dan silicium uit China. In dit verband wordt erop gewezen dat in Verordening (EG) nr. 398/2004 tot beëindiging van het tussentijdse onderzoek bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van silicium uit China werd gesteld dat silicium uit China, uit Noorwegen en silicium dat in de Europese Gemeenschap door EG-producenten wordt vervaardigd dezelfde fysische en chemische basiskenmerken hebben en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt. Derhalve worden deze producten beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4 van de basisverordening. Er moesten geen correcties voor kwaliteitsverschillen worden toegepast. Derhalve is er geen reden om aan te nemen dat silicium uit bovenvermelde landen dat ter vervanging van silicium uit China in de EU-10 wordt ingevoerd, van een andere kwaliteit is. Bovendien blijkt uit de stijging van de invoer uit andere landen — zie de overwegingen 11, 19 en 20 van deze verordening — dat de producten onderling verwisselbaar zijn. |
|
(29) |
Hetzelfde verwerkende bedrijf voerde ook aan dat de gevolgen voor de kosten van de producenten van legeringen van secundair aluminium niet verwaarloosbaar waren, gezien de lage winstmarges in deze sector. Er wordt aan herinnerd dat in de overwegingen 25 en 26 geconcludeerd werd dat de uitbreiding van de antidumpingmaatregelen slechts geringe gevolgen zal hebben voor de bedrijven in de EU-10 die silicium verwerken: de totale kosten van de producenten van legeringen van secundair aluminium zullen ten hoogste met 6,6 % stijgen. Dit was geen voldoende dwingende reden om de huidige maatregelen te wijzigen en overgangsmaatregelen in te voeren. Deze gevolgen waren immers niet aanmerkelijk verschillend van de gevolgen die verwacht werden bij het onderzoek dat in 2004 tot de instelling van de definitieve antidumpingmaatregelen heeft geleid voor de EU-15. Ook toen werd geconcludeerd dat de maatregelen geen aanmerkelijke gevolgen voor de verwerkende bedrijven zouden hebben. |
6. Conclusie
|
(30) |
Gezien de geringe gevolgen van het antidumpingrecht voor de productiekosten van legeringen van secundair aluminium in de EU-10 en het feit dat de EU-10 het betrokken product uit andere bronnen kan betrekken, wordt geconcludeerd dat de uitbreiding van de huidige, voor de EU-15 geldende maatregelen tot de EU-10 waarschijnlijk geen plotselinge en buitengewoon nadelige gevolgen voor de belanghebbenden zal hebben, waaronder bedrijven die het betrokken product verwerken, distributeurs en de consument. Overgangsmaatregelen zijn derhalve niet gerechtvaardigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De tussentijdse procedure voor de eventuele herziening van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op silicium uit China die werd ingeleid overeenkomstig artikel 11, lid 3, en artikel 22 onder c), van Verordening (EG) nr. 384/96 wordt beëindigd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 mei 2005.
Voor de Raad
De voorzitter
J.-L. SCHILTZ
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(2) PB L 66 van 4.3.2004, blz. 15.
(3) PB C 70 van 20.3.2004, blz. 15.