24.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 164/37


RICHTLIJN 2005/43/EG VAN DE COMMISSIE

van 23 juni 2005

tot wijziging van de bijlagen bij Richtlijn 68/193/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 68/193/EEG van de Raad van 9 april 1968 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken (1), en met name op artikel 2, lid 1, punt DA, onder c), artikel 8, lid 2, artikel 10, lid 3, en artikel 17 bis,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 68/193/EEG stelt communautaire bepalingen vast betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken binnen de Gemeenschap. De richtlijn vermeldt de voorwaarden waaraan met betrekking tot het gewas, het teeltmateriaal, de verpakking en het etiket voldaan moet worden.

(2)

De verbeterde teelttechnologie maakt het mogelijk dat overeenkomstig die technologie geproduceerde planten in de handel worden gebracht in potten, kisten of kartonnen dozen naast de traditionele bundels.

(3)

Wanneer de lidstaten eisen dat elke levering van op hun grondgebied geproduceerd materiaal ook vergezeld gaat van een uniform document, moet aan de voorwaarden betreffende dit begeleidend document worden voldaan.

(4)

Bepaalde voorwaarden met betrekking tot het teeltmateriaal en de samenstelling van de verpakking zijn niet van toepassing op teeltmateriaal dat volgens de nieuwe productiemethoden wordt geteeld.

(5)

Bijlage I bij Richtlijn 68/193/EEG vermeldt de voorwaarden waaraan met betrekking tot het gewas moet worden voldaan. Die bijlage moet een verwijzing bevatten naar de categorie en het type teeltmateriaal, een nieuwe positieve lijst van schadelijke organismen waarop gecontroleerd moet worden en de methodologie voor de inspectie en controle van het gewas.

(6)

Bijlage II bij Richtlijn 68/193/EEG vermeldt de voorwaarden waaraan met betrekking tot het teeltmateriaal moet worden voldaan. Die bijlage moet een verwijzing bevatten naar het ras en, in voorkomend geval, de kloon voor elke categorie en elk type teeltmateriaal wat de echtheid en zuiverheid betreft, de methodologie voor de inspectie van het teeltmateriaal en de sortering van de typen teeltmateriaal.

(7)

Bijlage III bij Richtlijn 68/193/EEG vermeldt de voorwaarden waaraan met betrekking tot de verpakking moet worden voldaan. Die bijlage moet een verwijzing naar het type teeltmateriaal wat betreft het aantal stuks per verpakkingseenheid bevatten.

(8)

Bijlage IV bij Richtlijn 68/193/EEG vermeldt de voorwaarden waaraan met betrekking tot het etiket en het begeleidend document moet worden voldaan. Die bijlage moet alle krachtens artikel 10 van Richtlijn 68/193/EEG vereiste informatie betreffende het teeltmateriaal bevatten.

(9)

De groeicyclus van teeltmateriaal voor wijnstokken duurt verscheidene jaren en daarom is de voor inspectie en controle benodigde tijd betrekkelijk lang. Een snelle invoering van nieuwe voorwaarden zou kunnen leiden tot een tekort aan teeltmateriaal dat aan de nieuwe eisen voldoet. Daarom is het wenselijk voor bestaand teeltmateriaal te voorzien in een overgangsperiode wat de nieuwe voorwaarden in de bijlagen I, II en IV betreft.

(10)

Richtlijn 68/193/EEG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I tot en met IV bij Richtlijn 68/193/EEG worden vervangen door respectievelijk de bijlagen I tot en met IV bij deze richtlijn.

Artikel 2

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 31 juli 2006 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 augustus 2006.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 23 juni 2005.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)   PB L 93 van 17.4.1968, blz. 15. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1).


BIJLAGE I

VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT HET GEWAS

1.   Het gewas is rasecht en raszuiver en, zo nodig, ook wat de kloon betreft.

2.   De teeltomstandigheden en de ontwikkeling van het gewas maken een voldoende controle van de echtheid en zuiverheid van het gewas ten aanzien van het ras en, zo nodig, de kloon alsook de gezondheidstoestand ervan mogelijk.

3.   Er zijn voldoende waarborgen dat de grond of, zo nodig, het voedingssubstraat niet besmet is met schadelijke organismen of de vectoren ervan, met name nematoden die virusziekten overbrengen. De moederplanten en de kweekwijnstokken worden op passende wijze geplaatst om ieder risico van besmetting door schadelijke organismen te vermijden.

4.   De aanwezigheid van schadelijke organismen die de waarde van het teeltmateriaal nadelig beïnvloeden, is zoveel mogelijk beperkt.

5.   Met name voor de volgende schadelijke organismen, zoals bedoeld onder a), b) en c), gelden de in de punten 5.1 tot en met 5.5 vermelde voorwaarden, behoudens punt 5.6:

a)

het complex van besmettelijke degeneratie: grapevine fanleaf virus (GFLV), Arabis mosaic virus (ArMV);

b)

grapevine leafroll disease: grapevine leafroll-associated virus 1 (GLRaV-1) en grapevine leafroll-associated virus 3 (GLRaV-3);

c)

grapevine fleck virus (GFkV) (alleen voor wijnstokdelen onder de grond).

5.1.   De voor de teelt van oorspronkelijk teeltmateriaal bestemde moederplanten zijn bij een officiële inspectie vrij bevonden van de in punt 5, onder a), b) en c), genoemde schadelijke organismen. Deze inspectie berust op de resultaten van fytosanitaire controles met behulp van indicatorplanten of een internationaal aanvaarde equivalente testmethode die verwijst naar alle planten. Deze controles worden bevestigd door de resultaten van fytosanitaire controles die elke vijf jaar bij alle planten op de in punt 5, onder a) en b), vermelde organismen worden uitgevoerd.

Geïnfecteerde planten moeten worden vernietigd. De redenen voor aan de bovengenoemde schadelijke organismen of andere factoren toegeschreven mislukkingen worden geregistreerd in het bestand met gegevens over de moederplanten.

5.2.   De voor de teelt van basisteeltmateriaal bestemde moederplanten zijn bij een officiële inspectie vrij bevonden van de in punt 5, onder a) en b), genoemde schadelijke organismen. Deze inspectie berust op de resultaten van fytosanitaire controles bij alle planten. Deze controles worden minimaal elke zes jaar uitgevoerd, te beginnen bij driejarige moederplanten.

Wanneer officiële jaarlijkse veldkeuringen op alle planten worden uitgevoerd, worden de fytosanitaire controles minimaal elke zes jaar uitgevoerd, te beginnen bij zesjarige moederplanten.

Geïnfecteerde planten moeten worden vernietigd. De redenen voor aan de bovengenoemde schadelijke organismen of andere factoren toegeschreven mislukkingen worden geregistreerd in het bestand met gegevens over de moederplanten.

5.3.   De voor de teelt van gecertificeerd teeltmateriaal bestemde moederplanten zijn bij een officiële inspectie vrij bevonden van alle in punt 5, onder a) en b), genoemde schadelijke organismen. Deze inspectie berust op de resultaten van fytosanitaire controles die steekproefsgewijs worden uitgevoerd volgens analysemethoden/controleprocedures die voldoen aan algemeen aanvaarde en gestandaardiseerde normen. Deze controles worden minimaal elke tien jaar uitgevoerd, te beginnen bij vijfjarige moederplanten.

Wanneer officiële jaarlijkse veldkeuringen op alle planten worden uitgevoerd, worden de fytosanitaire controles minimaal elke tien jaar uitgevoerd, te beginnen bij tienjarige moederplanten.

Het aan de in punt 5, onder a) en b), genoemde schadelijke organismen toe te schrijven percentage mislukkingen bij moederplanten mag niet groter zijn dan 5. Geïnfecteerde planten moeten worden vernietigd. De redenen voor aan de bovengenoemde schadelijke organismen of andere factoren toegeschreven mislukkingen worden geregistreerd in het bestand met gegevens over de moederplanten.

5.4.   Bij voor de teelt van standaardteeltmateriaal bestemde moederplanten mag het aan de in punt 5, onder a) en b), genoemde schadelijke organismen toe te schrijven percentage mislukkingen niet groter zijn dan 10. Geïnfecteerde planten mogen niet voor de teelt worden gebruikt. De redenen voor aan de bovengenoemde schadelijke organismen of andere factoren toegeschreven mislukkingen worden geregistreerd in het bestand met gegevens over de moederplanten.

5.5.   De kweekwijnstokken zijn vrij bevonden van de in punt 5, onder a) en b), genoemde schadelijke organismen bij een jaarlijkse officiële veldkeuring, gebaseerd op visuele methoden en, zo nodig, aangevuld met passende controles en/of een tweede veldkeuring.

5.6.   

a)

De lidstaten kunnen besluiten om de punten 5.1 en 5.2 pas vanaf 31 juli 2011 toe te passen ten aanzien van moederplanten die op de datum van de inwerkingtreding van Richtlijn 2005/43/EG van de Commissie (*1) al werden gebruikt voor de productie van oorspronkelijk teeltmateriaal of basisteeltmateriaal.

b)

De lidstaten kunnen besluiten om punt 5.3 pas vanaf 31 juli 2012 toe te passen ten aanzien van moederplanten die op de datum van de inwerkingtreding van Richtlijn 2005/43/EG al werden gebruikt voor de productie van gecertificeerd teeltmateriaal.

c)

Wanneer de lidstaten besluiten om de punten 5.1 en 5.2 of punt 5.3 niet toe te passen, zoals beschreven onder a) of b), passen zij in plaats daarvan de volgende regels toe.

Op percelen die bestemd zijn voor de productie van oorspronkelijk teeltmateriaal en basisteeltmateriaal moeten schadelijke virussen, met name grapevine fanleaf en leafroll, worden verwijderd. De percelen die bestemd zijn voor de productie van teeltmateriaal van de andere categorieën, moeten vrijgehouden worden van planten die symptomen van schadelijke virussen vertonen.

6.   De kweekwijnstokken worden niet in een wijngaard of tussen moederplanten geplaatst. De afstand tot een wijngaard of moederplanten bedraagt minimaal 3 m.

7.   Het voor de kweek van delen van de wijnstok onder de grond bestemd voor de veredeling, entrijs, blindhout, wijnstokken met wortels en entwijnstokken gebruikte teeltmateriaal, is afkomstig van moederplanten die zijn geïnspecteerd en goedgekeurd.

8.   Onverminderd de in punt 5 vermelde officiële inspectie wordt minimaal één officiële veldkeuring uitgevoerd. Aanvullende veldkeuringen worden uitgevoerd bij geschillen over zaken die kunnen worden beslecht zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van het teeltmateriaal.


(*1)   PB L 164 van 24.6.2005, blz. 37.


BIJLAGE II

VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT HET TEELTMATERIAAL

I.   ALGEMENE VOORWAARDEN

1.

Het teeltmateriaal is rasecht en raszuiver en zo nodig zuiver wat de kloon betreft; bij het in de handel brengen van het standaardteeltmateriaal is een tolerantie van 1 % toegestaan.

2.

Het teeltmateriaal is voor ten minste 96 % mechanisch zuiver.

Als mechanisch onzuiver wordt beschouwd:

(a)

teeltmateriaal dat geheel of gedeeltelijk verdord is, zelfs wanneer het na uitdrogen in water gedompeld is;

(b)

vernield, kromgegroeid of beschadigd teeltmateriaal, met name door hagel of vorst beschadigd teeltmateriaal, en ineengedrukt of gebroken teeltmateriaal;

(c)

materiaal dat niet voldoet aan de eisen van onderdeel III.

3.

De stekken vertonen voldoende houtvorming.

4.

De aanwezigheid van schadelijke organismen die de waarde van het teeltmateriaal nadelig beïnvloeden, is zoveel mogelijk beperkt.

Teeltmateriaal met duidelijke tekenen of symptomen die toe te schrijven zijn aan schadelijke organismen die niet doeltreffend kunnen worden behandeld, wordt vernietigd.

II.   BIJZONDERE VOORWAARDEN

1.   Entwijnstokken

Entwijnstokken die uit een combinatie van dezelfde categorie van teeltmateriaal bestaan, worden in deze categorie ingedeeld.

Entwijnstokken die uit een combinatie van verschillende categorieën teeltmateriaal bestaan, worden in de laagste van deze categorieën ingedeeld

2.   Tijdelijke afwijking

De lidstaten kunnen besluiten om de bepalingen van punt 1 pas vanaf 31 juli 2010 toe te passen ten aanzien van entwijnstokken, bestaande uit oorspronkelijk teeltmateriaal dat op basisteeltmateriaal is geënt. Wanneer de lidstaten besluiten om punt 1 niet toe te passen, passen zij in plaats daarvan de volgende regel toe.

Entwijnstokken, bestaande uit oorspronkelijk teeltmateriaal dat op basisteeltmateriaal is geënt, worden ingedeeld als oorspronkelijk teeltmateriaal.

III.   SORTERING

1.   Delen van de wijnstok onder de grond bestemd voor de veredeling, blindhout en entrijs

Middellijn

De grootste middellijn van de dwarsdoorsnede wordt gemeten. Dit geldt niet voor de loten.

(a)

Delen van de wijnstok onder de grond bestemd voor de veredeling en entrijs:

(aa)

Middellijn aan het zwakkere einde: 6,5 tot 12 mm;

(ab)

Maximale middellijn aan het sterkere einde: 15 mm, behalve wanneer het entrijs voor enting ter plaatse betreft.

(b)

Blindhout

 

Minimum top diameter: 3,5 mm.

2.   Wijnstokken met wortels

A.   Middellijn

De middellijn, gemeten in het midden van het stengellid onder de bovenste loot en over de langste as, bedraagt ten minste 5 mm. Dit geldt niet voor wijnstokken verkregen uit loten.

B.   Lengte

De lengte vanaf het laagste punt waaruit wortels groeien tot het begin van de bovenste loot bedraagt ten minste:

(a)

30 cm voor wijnstokken bestemd voor veredeling; bij voor Sicilië bestemde wijnstokken bedraagt deze lengte echter 20 cm;

(b)

20 cm voor andere wijnstokken.

Dit geldt niet voor wijnstokken verkregen uit loten.

C.   Wortels

Iedere plant heeft ten minste drie goed ontwikkelde en behoorlijk verdeelde wortels. Ras 420 A hoeft echter slechts twee goed ontwikkelde wortels te hebben, mits zij tegenover elkaar staan.

D.   Hiel

De snede is ver genoeg onder het diafragma aangebracht om dit niet te beschadigen, maar niet verder dan 1 cm eronder.

3.   Entwijnstokken

A.   Lengte

De stam is ten minste 20 cm lang.

Dit geldt niet voor entwijnstokken verkregen uit loten.

B.   Wortels

Iedere plant heeft ten minste drie goed ontwikkelde en behoorlijk verdeelde wortels. Ras 420 A hoeft echter slechts twee goed ontwikkelde wortels te hebben, mits zij tegenover elkaar staan.

C.   Entingsplaats

Iedere plant heeft een toereikende, regelmatige en stevige entingsplaats.

D.   Hiel

De snede is ver genoeg onder het diafragma aangebracht om dit niet te beschadigen, maar niet verder dan 1 cm eronder.


BIJLAGE III

VERPAKKING

Samenstelling van verpakkingen of bundels

1. Type

2. Aantal planten

3. Maximale hoeveelheid

1.

Entwijnstokken

25, 50, 100 of een veelvoud van 100

500

2.

Wijnstokken met wortels

50, 100 of een veelvoud van 100

500

3.

Entrijs

 

 

Met ten minste vijf bruikbare ogen

100 of 200

200

Met één bruikbaar oog

500 of een veelvoud van 500

5 000

4.

Delen van de wijnstok onder de grond, bestemd voor de veredeling

100 of een veelvoud van 100

1 000

5.

Blindhout

100 of een veelvoud van 100

500

BIJZONDERE VOORWAARDEN

 I.   Kleine hoeveelheden

Zo nodig mag de grootte (aantal planten) van verpakkingen en bundels van alle types en categorieën van het in kolom 1 in de tabel vermelde teeltmateriaal kleiner zijn dan de in kolom 2 vermelde minimale hoeveelheden.

II.   Wijnstokken met wortels in substraat in potten, kisten en kartonnen dozen

De bepalingen in verband met het aantal planten en de maximale hoeveelheid zijn niet van toepassing.


BIJLAGE IV

IDENTIFICATIE

A.   ETIKET

 I.   Vereiste informatie

 1.

EG-norm.

 2.

Land van productie.

 3.

Keurings- of controledienst en lidstaat (initialen toegestaan).

 4.

Naam en adres van de voor de sluiting verantwoordelijke persoon of diens identificatienummer.

 5.

Soort.

 6.

Type materiaal.

 7.

Categorie.

 8.

Ras en, in voorkomend geval, kloon. Voor entwijnstokken heeft deze aanduiding betrekking op de wijnstokdelen onder de grond en het entrijs.

 9.

Referentienummer van de partij.

10.

Hoeveelheid.

11.

Lengte — Slechts bij delen van de wijnstok onder de grond, bestemd voor de veredeling: de minimumlengte van de delen van de betrokken partij.

12.

Oogstjaar.

 II.   Minimumvoorwaarden

Het etiket voldoet aan de volgende eisen:

1.

Het etiket wordt in duidelijk leesbare en onuitwisbare letters gedrukt;

2.

Het etiket wordt op een duidelijk zichtbare plaats aangebracht;

3.

De in onderdeel I vermelde informatie mag in geen geval door andere aanduidingen of afbeeldingen zijn verborgen, bedekt of gescheiden;

4.

De in onderdeel I vermelde informatie moet in hetzelfde gezichtsveld staan.

III.   Afwijking wat kleine hoeveelheden voor de eindgebruiker betreft

1.   Meer dan één eenheid

De vereiste informatie voor het etiket in onderdeel I, punt 10, luidt: „Precieze aantal eenheden per verpakking of bundel”.

2.   Slechts één eenheid

De volgende in onderdeel I vermelde informatie wordt niet vereist:

Type materiaal

Categorie

Referentienummer van de partij

Hoeveelheid

Lengte voor delen van de wijnstok onder de grond, bestemd voor de veredeling

Oogstjaar.

IV.   Afwijking wat wijnstokken in potten, kisten of kartonnen dozen betreft

Voor wijnstokken met wortels in substraat in potten, kisten en kartonnen dozen, waarbij de verpakkingen van dergelijk materiaal wegens de samenstelling daarvan niet aan de eisen in verband met de sluiting (waaronder de etikettering) kunnen voldoen:

a)

wordt het teeltmateriaal gescheiden gehouden in partijen die naar behoren worden aangeduid volgens ras en, in voorkomend geval, volgens kloon en volgens aantal planten;

b)

is het officiële etiket niet verplicht;

c)

gaat het teeltmateriaal vergezeld van een begeleidend document, zoals vastgesteld in deel B.

B.   BEGELEIDEND DOCUMENT

 I.   Voorwaarden waaraan moet worden voldaan

Wanneer de lidstaten voorschrijven dat een begeleidend document moet worden afgegeven:

a)

wordt het document afgegeven in ten minste twee exemplaren (afzender en ontvanger);

b)

vergezelt het document (exemplaar van de ontvanger) de levering vanaf de plaats van de afzender tot de plaats van de ontvanger;

c)

verstrekt het document alle informatie, zoals bedoeld in onderdeel II, betreffende de afzonderlijke partijen van de levering;

d)

wordt het document gedurende ten minste één jaar bewaard en ter beschikking gehouden van de officiële controleautoriteit.

II.   Lijst van te verstrekken informatie

 1.

EG-norm.

 2.

Land van productie.

 3.

Keurings- of controledienst en lidstaat (initialen toegestaan).

 4.

Volgnummer.

 5.

Afzender (adres, registratienummer).

 6.

Ontvanger (adres).

 7.

Soort.

 8.

Type(s) materiaal.

 9.

Categorie(en).

10.

Ras(sen) en, in voorkomend geval, klo(o)n(en). Voor entwijnstokken heeft deze aanduiding betrekking op de wijnstokdelen onder de grond en het entrijs.

11.

Aantal stuks per partij.

12.

Totaal aantal partijen.

13.

Leveringsdatum.