|
8.2.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 34/43 |
AANBEVELING VAN DE COMMISSIE
van 4 februari 2005
betreffende het verdere onderzoek naar gehalten aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen in bepaalde levensmiddelen
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 256)
(Voor de EER relevante tekst)
(2005/108/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 211, tweede streepje,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EG) nr. 466/2001 (1) van de Commissie stelt maximumgehalten aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), in het bijzonder benzo(a)pyreen, in bepaalde levensmiddelen vast. Met het oog op de resterende onzekerheden betreffende de gehalten aan carcinogene PAK's in levensmiddelen bepaalt de verordening dat de maatregelen uiterlijk op 1 april 2007 opnieuw moeten worden bezien. Ter onderbouwing van deze herziening is informatie noodzakelijk. |
|
(2) |
Het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding kwam in zijn advies van 4 december 2002 tot de conclusie dat een aantal polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) genotoxische carcinogenen zijn. Gezien de niet-drempeleffecten van genotoxische stoffen moeten de PAK-gehalten in levensmiddelen zo laag worden gehouden als redelijkerwijs mogelijk is. Het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding concludeerde dat benzo(a)pyreen gebruikt kan worden als merkstof voor het vóórkomen en het effect van in de bijlage vermelde carcinogene PAK’s in levensmiddelen. Verdere analyses van de relatieve aandelen van deze PAK’s in levensmiddelen zijn nodig met het oog op een toekomstige evaluatie van de geschiktheid van benzo(a)pyreen als merkstof. Er zijn methoden beschikbaar om op meer PAK’s tegelijk te testen. |
|
(3) |
PAK’s kunnen zich tijdens het verhitten en drogen in levensmiddelen vormen wanneer verbrandingsproducten rechtstreeks in aanraking kunnen komen met het levensmiddel. Indien hoge gehalten aan PAK’s in levensmiddelen worden vastgesteld, dienen de productie- en bewerkingsmethoden te worden onderzocht Zo kunnen bijvoorbeeld procédés als direct op het vuur drogen en verhitten, die bijvoorbeeld worden toegepast bij de fabricage van spijsoliën, zoals de olie uit afval van olijven, tot hoge PAK-concentraties leiden. Tijdens de raffinage van oliën kan benzo(a)pyreen met behulp van actieve koolstof worden verwijderd, maar of alle PAK’s in kwestie zich tijdens de raffinage daadwerkelijk laten verwijderen, is onduidelijk. Er moeten productie- en bewerkingsmethoden worden toegepast die de initiële verontreiniging van ruwe oliën met PAK’s voorkomen, |
BEVEELT AAN DAT DE LIDSTATEN:
|
1) |
De gehalten aan benzo(a)pyreen en andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) onderzoeken, met name de in de bijlage (2) vermelde, door het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding als carcinogeen aangemerkte PAK’s. De relatieve aandelen van deze PAK’s in de in Verordening (EG) nr. 208/2005 genoemde levensmiddelen beoordelen. Eveneens de gehalten aan PAK’s in andere levensmiddelen die hoge PAK-concentraties kunnen bevatten, zoals gedroogde vruchten en voedingssupplementen, onderzoeken. Het gehalte aan iedere in afzonderlijke monsters van specifieke levensmiddelen gemeten PAK, bijvoorbeeld de respectieve PAK-gehalten gemeten in ieder afzonderlijk monster van olie uit afval van olijven, zonnebloemolie, gerookte vis (met de naam van de soort) of gerookte ham, enz., dient te worden gemeld. De ruwe gegevens zullen door de Commissie worden verzameld en voorgelegd. De resultaten van het onderzoek uiterlijk op 31 oktober 2006 aan de Commissie mededelen ten behoeve van een evaluatie van de maximumgehalten en de verdere geschiktheid van benzo(a)pyreen als merkstof uiterlijk op 1 april 2007. |
|
2) |
De voor spijsoliën en vetten gebruikte productie- en bewerkingsmethoden onderzoeken. In gevallen waarin oliën en vetten worden vervaardigd met gebruikmaking van methoden, zoals direct op het vuur drogen en verhitten, die de ruwe oliën of vetten sterk met PAK’s kunnen verontreinigen, in samenwerking met de producenten onderzoeken of er alternatieve of geoptimaliseerde methoden bestaan om de gehalten te verminderen. De Commissie uiterlijk op 31 oktober 2006 verslag uitbrengen van de bevindingen en de voortgang wat betreft het vermijden van methoden die verontreiniging kunnen veroorzaken. |
|
3) |
De voor het roken en drogen van levensmiddelen gebruikte productie- en bewerkingsmethoden onderzoeken. In gevallen waarin methoden worden gebruikt die een sterke verontreiniging met PAK’s kunnen veroorzaken, in samenwerking met de producenten onderzoeken of er alternatieve of geoptimaliseerde methoden bestaan om de gehalten te verminderen. De Commissie uiterlijk op 31 oktober 2006 verslag uitbrengen van de bevindingen en de voortgang wat betreft het vermijden van methoden die verontreiniging kunnen veroorzaken. |
|
4) |
Onderzoeken of er PAK’s in cacaoboter aanwezig zijn en hoe dit voorkomen kan worden. Uiterlijk op 31 oktober 2006 aan de Commissie verslag uitbrengen van de bevindingen. Er is informatie nodig over de gehalten aan benzo(a)pyreen en andere PAK’s in cacaoboter, over de oorzaken van deze mogelijke verontreiniging en over eventuele mogelijkheden om de verontreiniging te verminderen. Deze informatie zal worden gebruikt ten behoeve van een evaluatie van de thans in Verordening (EG) nr. 208/2005 opgenomen afwijking voor cacaoboter. |
|
5) |
Gegevens van eventueel ander onderzoek naar milieu-oorzaken van PAK-verontreiniging in levensmiddelen verstrekken. |
Gedaan te Brussel, 4 februari 2005.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 77 van 16.3.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 208/2005 (zie bladzijde 3 van dit Publicatieblad).
(2) Nieuwe informatie over andere PAK’s dan de door het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding genoemde PAK’s wordt op prijs gesteld, indien deze van belang is voor de volksgezondheid.
BIJLAGE
Door het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding als carcinogeen aangemerkte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) (1), waarvan de relatieve gehalten in bepaalde levensmiddelen verder moeten worden onderzocht:
|
|
benz(a)anthraceen |
|
|
benzo(b)fluorantheen |
|
|
benzo(j)fluorantheen |
|
|
benzo(k)fluorantheen |
|
|
benzo(g,h,i)peryleen |
|
|
benzo(a)pyreen |
|
|
chryseen |
|
|
cyclopenta(c,d)pyreen |
|
|
dibenz(a,h)anthraceen |
|
|
dibenzo(a,e)pyreen |
|
|
dibenzo(a,h)pyreen |
|
|
dibenzo(a,i)pyreen |
|
|
dibenzo(a,l)pyreen |
|
|
indeno(1,2,3-cd)pyreen |
|
|
5-methylchryseen |