|
24.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 342/72 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 1 oktober 2003
over door Duitsland aan Jahnke Stahlbau GmbH, Halle, verleende staatssteun
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 3375)
(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
(Voor de EER relevante tekst)
(2005/940/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,
Gelet op de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),
Na de belanghebbenden, overeenkomstig de hierboven genoemde artikelen, te hebben verzocht opmerkingen te maken (1),
Overwegende hetgeen volgt:
I. PROCEDURE
|
(1) |
Bij schrijven van 30 december 1999 heeft Duitsland een aantal ten gunste van Jahnke Stahlbau GmbH, Halle, (hierna „Jahnke” genoemd) getroffen steunmaatregelen aan de Commissie meegedeeld. Het dossier is geregistreerd onder het nummer NN 9/2000. |
|
(2) |
Bij schrijven van 2 maart 2001 heeft de Commissie Duitsland in kennis gesteld van haar besluit om ten aanzien van deze steun en de aangemelde verkoop van activa een procedure op grond van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag in te leiden. Dit besluit van de Commissie is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (2). De Commissie heeft de belanghebbenden verzocht hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregel te maken. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (3) heeft de Commissie Duitsland verzocht om gegevens op basis waarvan zij zou kunnen nagaan of op grond van een goedgekeurde steunregeling een consolidatielening van de deelstaat Saksen-Anhalt is verstrekt. |
|
(4) |
De Commissie heeft geen standpunten van andere belanghebbenden ontvangen. |
|
(5) |
Op 17 mei 2001, 22 november 2002 en 17 januari 2003 heeft Duitsland zijn opmerkingen over het inleiden van de procedure overgelegd. |
|
(6) |
Op 17 januari 2003 heeft Duitsland de Commissie meegedeeld dat Jahnke een insolventieprocedure heeft aangevraagd. Op 31 juli 2003 vernam de Commissie van Duitsland dat deze insolventieprocedure in februari 2003 was ingeleid. |
II. BESCHRIJVING
|
(7) |
Het staalbouwbedrijf Jahnke is gevestigd in Halle (Saksen-Anhalt), een steungebied overeenkomstig artikel 87, lid 3, onder a), van het EG-Verdrag. |
1. Ontwikkeling
|
(8) |
Jahnke is op 12 november 1999 opgericht door Bernd Jahnke, directeur van het staalbouwbedrijf Jahnke Stahlbau GmbH Lenzen (hierna „Jahnke Lenzen” genoemd), met als doel de activa van HAMESTA Steel GmbH (hierna „HAMESTA” genoemd), een bedrijf dat in mei 1999 het faillissement heeft aangevraagd, over te nemen. HAMESTA was de opvolger van „Hallische Metall- und Stahlbau GmbH i.Gv.”, een bedrijf dat sinds 1998 in staat van faillissement verkeerde. „Hallische Metall- und Stahlbau GmbH” werd in 1995 door de Treuhand ten gunste van Thuringia AG geprivatiseerd. Deze privatisering ging gepaard met de verlening van rechtmatige steun ten bedrage van circa 37 miljoen EUR. |
|
(9) |
In november 1999 deelde de curator van HAMESTA aan de heer Jahnke mee dat hij de activa van HAMESTA alleen met toestemming van de vergadering van crediteuren kon verkopen. Met het oog op een latere verkoop stelde hij in het vooruitzicht dat Jahnke de activa zou mogen gebruiken tegen een vanaf 1 januari 2000 te betalen maandelijkse vergoeding van 13 000 EUR. |
|
(10) |
Op 3 februari 2001 werd de ontwerp-overnameovereenkomst tussen de curator en de heer Jahnke opgesteld, op grond waarvan de investeerder de activa voor een verkoopprijs van circa 2,5 miljoen EUR zou kunnen kopen. In de tussentijd had de vergadering van crediteuren evenwel besloten de overnameovereenkomst niet om te zetten en in de plaats daarvan de activa openbaar te verkopen. De overnameovereenkomst is bijgevolg niet gewaarmerkt en blijft zonder uitwerking. |
|
(11) |
In mei 2000 sloten de curator en de heer Jahnke voor een maandelijkse huurprijs van circa 11 300 EUR een nieuwe huurovereenkomst met onbeperkte looptijd en een na één jaar ingaande opzeggingstermijn van zes maanden. |
|
(12) |
In november 2002 heeft Duitsland de Commissie meegedeeld dat Jahnke met het oog op het behoud van de activa van plan was eerst de hypotheek op onroerend goed van twee HAMESTA-crediteuren over te nemen om zo zijn positie als koper veilig te stellen. Hiertoe heeft Jahnke tegen betaling van 1,54 miljoen EUR een overeenkomst tot overname van de hypotheek op onroerend goed gesloten met de twee crediteuren. |
|
(13) |
Volgens Duitsland zijn de activa van HAMESTA niet openbaar verkocht. Jahnke is nog steeds betrokken in een insolventieprocedure. De openbare verkoop van de activa van HAMESTA was oorspronkelijk gepland voor 2002, maar werd later verschoven naar eind 2003. De insolventieprocedure tegen Jahnke zal niet vóór medio 2004 worden afgesloten. |
|
(14) |
In maart 2001 bedroeg de omzet van Jahnke (ongeveer 80 werknemers) ongeveer 5 miljoen EUR (in 2000 circa 2 miljoen EUR) en het bedrijfsresultaat ongeveer 18 000 EUR (in 2000 circa 100 000 EUR). Jahnke Lenzen haalde in 2001 een omzet van 3,3 miljoen EUR (in 2000 ongeveer 4,4 miljoen EUR) en een bedrijfsresultaat van ongeveer 21 000 EUR (in 2000 circa 71 000 EUR). Bij Jahnke Lenzen werken ongeveer 40 mensen. |
2. Steunmaatregelen
|
(15) |
De gegevens over de voor de herstructurering voorgestelde kosten en financiële middelen zijn aanzienlijk veranderd ten opzichte van de informatie die in 1999 en 2000 door de Commissie zijn overgelegd. Volgens een schrijven van 4 september 2000 zien de financieringsbehoeften er als volgt uit:
|
||||||||||||||||||||||||||||||
Koopprijs voor de activa van maximaal 2,5 miljoen EUR
|
(16) |
De koopprijs voor de activa zou worden gefinancierd met een banklening van 2,5 miljoen EUR, waarvan 80 % moest worden gegarandeerd middels een door de deelstaat Saksen-Anhalt gestelde zekerheid. De resterende 20 % zou worden gegarandeerd middels een hypotheek op onroerend goed en vermogen. |
|
(17) |
Saksen-Anhalt zou de zekerheid stellen op grond van een goedgekeurde zekerheidsregeling (4). Eén van de voorwaarden van de regeling is dat wordt voldaan aan de richtsnoeren van de Commissie inzake reddings- en herstructureringssteun voor ondernemingen in moeilijkheden (5) (hierna „de richtsnoeren” genoemd). |
|
(18) |
Volgens Duitsland is noch de zekerheid, noch de banklening voor de koop van de activa verstrekt. |
Financiering van de aanloopmaatregelen
|
(19) |
Om de aanloopkosten te kunnen financieren, had Jahnke een werkkapitaal van 1,08 miljoen EUR nodig, met name voor de financiering van opdrachten en als krediet op de lopende rekening. Hiertoe leverden de investeerder, de „Bundesanstalt für vereinigungsbedingte Sonderaufgaben” (hierna „BvS” genoemd) en de deelstaat Saksen-Anhalt een bijdrage in de vorm van, respectievelijk, een bedrag van 260 000 EUR, twee leningen van samen 560 000 EUR en een lening van 260 000 EUR (6). |
|
(20) |
Indien de Commissie daarmee instemt, worden de leningen van de BvS omgezet in subsidies. |
|
(21) |
Het werkkapitaal was nodig voor onderhoudsmaatregelen, de gedeeltelijke betaling van uitstaande vorderingen en de financiering van opdrachten. Volgens de Duitse autoriteiten is het in de staalbouwsector gebruikelijk dat een bank zich van meet af borg stelt voor 10 % van de waarde van een opdracht. Na afloop van de werkzaamheden en bij oplevering kan de klant aanspraak maken op een garantie ten bedrage van 5 % voor een periode van twee tot vijf jaar. |
3. Het herstructureringsplan
|
(22) |
Volgens Duitsland is het herstructureringsplan van de investeerder vooral gebaseerd op de door hem verworven knowhow, de invoering van efficiënte controles en de versterking van de bedrijfsvoering, het afbouwen van administratieve werkzaamheden, de herstructurering van bedrijfsonderdelen en een toenemend gebruik van het distributienetwerk van Jahnke Lenzen. De herstructurering zou plaatsvinden tussen 1 december 1999 en 30 november 2002. |
|
(23) |
Overeenkomstig het herstructureringsplan zou de omzet/het bedrijfsresultaat in 2000 circa 8 miljoen EUR/250 000 EUR bedragen, in 2001 9 miljoen EUR/600 000 EUR en in 2002 10 miljoen EUR/600 000 EUR. In 2000 bedroeg de omzet/het bedrijfsresultaat in werkelijkheid 2 miljoen EUR/100 000 EUR en in 2001 5 miljoen EUR/15 000 EUR. |
|
(24) |
Het herstructureringsplan bestond volgens Duitsland in de onderstaande elementen. |
Bedrijfsvoering en personeel
|
(25) |
Volgens Duitsland is de insolventie van HAMESTA ten dele te wijten aan tekortkomingen in de bedrijfsvoering. Het teveel aan personeel in zowel de productie- als de kaderafdeling van HAMESTA heeft geleid tot hoge kosten en een onefficiënte bedrijfsvoering. |
|
(26) |
Het personeelsbestand werd beperkt tot 80 mensen, waarvan er 45 in de productieafdeling werken. De bedrijfsleiding werd drastisch afgeslankt. Naast de vaste personeelsleden heeft het bedrijf twee externe adviseurs, een jurist en een bedrijfsadviseur in dienst voor taken die vroeger in het bedrijf zelf werden verricht. |
Controle
|
(27) |
Volgens Duitsland ging HAMESTA in het verleden weinig professioneel te werk bij de afwikkeling van opdrachten. Als er in het kader van het contract extra prestaties werden geleverd, werden deze soms niet in aanmerking genomen, en dus ook niet doorgerekend aan de klant. Hierdoor werden de kosten voor de opdracht fout in rekening gebracht. |
|
(28) |
In het kader van de herstructurering werd in december 1999 een bedrijfsvoeringsplan met voorschriften inzake het formuleren, bijsturen en vervullen van bedrijfsdoelstellingen ingevoerd dat gebaseerd is op moderne software voor boekhouding en bedrijfsplanning. Met behulp hiervan kunnen de op een bepaald moment verwerkte opdrachten nu precies worden becijferd. |
Productie en efficiëntere fabricage
|
(29) |
Een magazijnbeheersysteem moet het mogelijk maken de voorraden nauwkeurig te inventariseren en te beheren. Om snijafval en knipverliezen te voorkomen, moet Jahnke het staal rechtstreeks bij de staalfabriek kopen. Volgens het plan moet het staal in de staalfabriek in de voor de opdracht vereiste afmetingen worden gesneden en over de privéspoorverbinding aan Jahnke worden geleverd. |
Reorganisatie van de bedrijfsonderdelen
|
(30) |
Jahnke moet zijn klantenbestand uitbreiden door actief te worden op nieuwe, meer rendabele bedrijfsgebieden. Waar HAMESTA in korte tijd zo veel mogelijk staal wilde verwerken, daar staat bij Jahnke de productie van hoogwaardige, complexe staalconstructies voorop. |
|
(31) |
In tegenstelling tot HAMESTA, dat niet in een specifieke staalbouwsector gespecialiseerd was, heeft Jahnke een gamma van hoogwaardige producten ontwikkeld. In samenwerking met een architect heeft de bedrijfsleiding een breed assortiment van stalen halconstructies ontwikkeld waarin glas- en houtelementen zijn verwerkt. Om kopers de kans te bieden bij één bedrijf een sleutelklare hal te kopen, werd in 1998 in samenwerking met Jahnke Lenzen de bouwonderneming „Jahnke Bau GmbH” opgericht, die onder meer het leggen van de betonfundering op zich neemt. |
Marketing en distributie
|
(32) |
Jahnke moet in het bestaande distributiesysteem van Jahnke Lenzen worden geïntegreerd. Bovendien moet de markt systematisch worden bewerkt. Volgens Duitsland kan Jahnke al bogen op een vast klantenbestand, waaronder bekende bedrijven die Jahnke als een gekwalificeerd en betrouwbaar leverancier beschouwen en hun handel met het bedrijf willen uitbreiden. |
4. Marktanalyse
|
(33) |
Jahnke is actief in de staalbouwsector (Nace-indeling 1 28.1). |
|
(34) |
Jahnke is vooral aanwezig op de Duitse markt, waar het bedrijf een aandeel van circa 0,3 % heeft. Het marktaandeel op de Europese markt bedraagt minder dan 0,01 %. Volgens de Duitse autoriteiten heeft Jahnke tot dusver maar één leveringscontract (ter hoogte van 154 000 EUR) voor de Europese markt. |
|
(35) |
Volgens de gegevens van Duitsland is er geen sprake van overtollige productiecapaciteit, noch op de Duitse markt (waar de capaciteit in West-Duitsland en in Oost-Duitsland voor respectievelijk circa 80 % en 90 % wordt benut), noch op de markt van de Gemeenschap. |
|
(36) |
Jahnke heeft sinds 1990 zijn capaciteit continu verminderd en een aantal activiteiten afgestoten om zijn kostenstructuur te verbeteren. Bovendien heeft het bedrijf in 1991 zijn personeelsbestand beperkt van 650 tot 80. De steun heeft niet tot doel de begunstigde de mogelijkheid te bieden zijn productiecapaciteit uit te breiden, maar wel met name zijn aanloopkosten te financieren. |
5. Inleiding van de onderzoeksprocedure
|
(37) |
Bij schrijven van 28 februari 2001 heeft de Commissie Duitsland meegedeeld dat zij besloten heeft om overeenkomstig artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag een procedure in te leiden vanwege de onduidelijkheid die met betrekking tot de onderstaande punten blijft bestaan:
|
|
(38) |
De Commissie heeft de Duitse autoriteiten verzocht overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 659/1999 de vereiste gegevens te verstrekken, zodat zij kan nagaan of Saksen-Anhalt de consolidatielening overeenkomstig de criteria van de desbetreffende steunregeling heeft verstrekt. |
III. STANDPUNT VAN DUITSLAND
|
(39) |
In zijn reactie op de inleiding van de onderzoeksprocedure voert Duitsland aan dat een brief d.d. 30 november 1999 van de curator van HAMESTA aan de heer Jahnke moet worden beschouwd als een overnameovereenkomst en dat Jahnke bijgevolg valt onder de in voetnoot 10 van de richtsnoeren vastgestelde uitzondering op het algemene verbod op de toekenning van herstructureringssteun aan pas opgerichte ondernemingen. De Duitse autoriteiten wijzen er voorts op dat Jahnke al tussen 2000 en 2002 de voorraden van HAMESTA heeft overgenomen en circa 237 000 EUR in herstellingen heeft geïnvesteerd. |
|
(40) |
Duitsland blijft erbij dat het herstructureringsplan geschikt was om de levensvatbaarheid van Jahnke op lange termijn te herstellen, zonder dat de concurrentie daarbij buitensporig zou worden verstoord. |
|
(41) |
De Duitse autoriteiten hebben bovendien aanvullende gegevens overgelegd over de toepassing van de regeling, op grond waarvan de deelstaat Saksen-Anhalt de consolidatielening zou hebben verstrekt. Zij zijn van mening dat bij het verstrekken van de lening alle voorwaarden die in die regeling zijn vastgesteld, in acht zijn genomen. |
|
(42) |
Duitsland heeft de Commissie eraan herinnerd dat er precedenten bestaan voor de goedkeuring van herstructureringssteun aan pas opgerichte ondernemingen en verwijst in dit verband naar de beschikking van de Commissie van 2 augustus 2000 over steun ten gunste van Homatec Industrietechnik GmbH (HOMATEC) en Ambau Stahl- und Anlagenbau GmbH (AMBAU) (7). |
|
(43) |
In januari en juli 2003 heeft Duitsland de Commissie meegedeeld dat Jahnke een insolventieprocedure heeft aangevraagd en dat die ten minste tot medio 2004 zou duren. |
IV. BEOORDELING VAN DE STEUN
1. Staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag
|
(44) |
Krachtens artikel 87, lid 1, van het Verdrag zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt. Overeenkomstig de jurisprudentie van de Europese gerechtshoven is voldaan aan het criterium van de ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer als de begunstigde onderneming een economische activiteit uitoefent die de handel tussen lidstaten beïnvloedt. |
|
(45) |
Jahnke heeft van de BvS twee leningen van samen 560 000 EUR ontvangen en van Saksen-Anhalt een consolidatielening van 260 000 EUR. De deelstaat was bereid tot de verstrekking van een aanvullende zekerheid voor een banklening, ter financiering van de verkoopprijs van de activa. Deze maatregelen bezorgen Jahnke voordelen op de financiële markt, die een bedrijf met vergelijkbare economische problemen er niet zou hebben gekregen. |
|
(46) |
De deelstaat Saksen-Anhalt is een territoriale openbare eenheid en de BvS is eveneens een openbare instantie wier activiteiten met staatsmiddelen worden bekostigd. De BvS treedt op als een publiekrechtelijke instantie die statutair ertoe verplicht is de ondernemingen die zij onder haar hoede heeft, voor de overheid in het openbaar belang te privatiseren. Derhalve is de staat medeverantwoordelijk voor de maatregelen die door de BvS worden getroffen. |
|
(47) |
De desbetreffende maatregelen worden met staatsmiddelen ten gunste van een bepaalde onderneming bekostigd, met als gevolg dat de kosten die deze onderneming normaliter voor haar herstructureringsplannen zou moeten betalen, dalen. Jahnke, de begunstigde onderneming, is actief in de staalbouw en vervaardigt producten die tussen lidstaten worden verhandeld. Deze steunmaatregel dreigt de concurrentie te vervalsen en valt derhalve onder het toepassingsgebied van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag. |
|
(48) |
Krachtens artikel 87, lid 2 of lid 3, van het EG-Verdrag kan een uitzondering op het in artikel 87, lid 1, bedoelde verbod worden toegestaan. |
|
(49) |
Duitsland heeft niet aangevoerd dat de steun op grond van artikel 87, lid 2, van het Verdrag dient te worden goedgekeurd. Die bepaling is duidelijk niet van toepassing. |
|
(50) |
Artikel 87, lid 3, van het EG-Verdrag staat de Commissie toe om onder bepaalde omstandigheden haar goedkeuring aan staatssteunmaatregelen te hechten en komt voor dit geval wel in aanmerking. De onder b), d) en e), van dat artikel vastgestelde uitzonderingsbepalingen zijn in dit geval niet aangehaald en inderdaad niet relevant. Krachtens het bepaalde onder a) kan staatssteun ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst, door de Commissie worden goedgekeurd. Saksen-Anhalt is zo een streek. In dit geval is de steun echter vooral gericht op de ontwikkeling van een bepaalde economische sector, en niet van een bepaalde streek. Bijgevolg moet de steun voor de herstructurering van dit bedrijf overeenkomstig het ingediende herstructureringsplan, worden getoetst aan het bepaalde onder c) en niet aan het bepaalde onder a) van artikel 87, lid 3, van het EG-Verdrag. |
|
(51) |
Jahnke is een KMO in de zin van Aanbeveling 96/280/EG van de Commissie van 3 april 1996 betreffende de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen (8). |
2. Steunverlening in het kader van een goedgekeurde regeling
|
(52) |
De Commissie heeft in haar besluit tot inleiding van de onderzoeksprocedure vastgesteld dat Saksen-Anhalt voornemens was een leningszekerheid te stellen overeenkomstig de desbetreffende, voor die deelstaat geldende richtsnoeren (9); deze regeling is door de Commissie goedgekeurd onder nr. N 413/91 (hierna „zekerheidsregeling” genoemd). Met deze zekerheid van 2 miljoen EUR zou 80 % van een lening ter waarde van 2,5 miljoen EUR worden gedekt. |
|
(53) |
Bovendien heeft Saksen-Anhalt een consolidatielening ten bedrage van 260 000 EUR verstrekt. Volgens Duitsland is dat gebeurd op grond van de richtsnoeren over de verstrekking van consolidatieleningen aan KMO’s in de deelstaat Saksen-Anhalt, die de Commissie eveneens heeft goedgekeurd, onder nr. N 452/97 (hierna „tweede regeling” genoemd). |
|
(54) |
In het kader van beide regelingen is de verlening van de steun aan bepaalde voorwaarden gekoppeld. Herstructureringssteun mag bijvoorbeeld alleen worden toegekend, indien de begunstigde onderneming aan de hand van het herstructureringsplan op lange termijn weer levensvatbaar kan worden. Bovendien moet de begunstigde een aanzienlijk bedrag zelf inbrengen en moet het steunbedrag overeenstemmen met het minimum dat nodig is om de concurrentiekracht van de begunstigde op het vroegere niveau te brengen. Investeringssteun voor pas opgerichte ondernemingen is krachtens beide regelingen verboden. |
|
(55) |
Met betrekking tot de door Saksen-Anhalt verstrekt consolidatielening heeft de Commissie overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 659/1999 om meer gegevens verzocht om na te gaan of deze maatregel aan alle voorwaarden van de tweede regeling voldoet. |
|
(56) |
Wat de geplande zekerheid betreft, betwijfelt de Commissie of alle voorwaarden van de zekerheidsregeling in acht zijn genomen (herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn, geen steun voor initiële investeringen in een pas opgerichte onderneming). De Commissie beschouwt deze zekerheid derhalve als ad-hocsteun. |
|
(57) |
Duitsland heeft als reactie op het verzoek om informatie en het besluit tot inleiding van de onderzoeksprocedure geantwoord dat beide maatregelen in overeenstemming zijn/zouden zijn met de bepalingen van de geldende regeling. |
|
(58) |
In het licht van de redenen die in punt 3 worden uiteengezet, is de Commissie van mening dat het ingediende herstructureringsplan niet voldoet aan het in de richtsnoeren vastgestelde levensvatbaarheidscriterium en dat Jahnke niet in aanmerking komt voor herstructureringssteun. Bijgevolg is/zou de toekenning van de lening en de zekerheid van de deelstaat Saksen-Anhalt niet in overeenstemming (zijn) met de in de geldende regeling vastgestelde bepalingen. |
|
(59) |
Aangezien geen van beide steunmaatregelen voldoet aan de bepalingen van de geldende steunregeling, moeten ze als ad-hocsteun worden aangemerkt. |
|
(60) |
Dit brengt het totaal van de in het kader van deze beschikking te beoordelen ad-hocsteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag op 2,82 miljoen EUR. |
3. Herstructureringssteun aan Jahnke
|
(61) |
In de communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (10) heeft de Commissie de verschillende criteria voor de beoordeling van herstructureringssteun vastgesteld. |
Subsidiabiliteit
|
(62) |
Overeenkomstig punt 3.2.2 van de richtsnoeren komt een pas opgerichte onderneming niet in aanmerking voor reddings- of herstructureringssteun, zelfs niet wanneer haar aanvankelijke financiële positie onzeker is. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een nieuwe onderneming ontstaat uit de liquidatie van de overgenomen onderneming of wanneer zij de activa van die onderneming overneemt. De enige uitzonderingen op die regel zijn gevallen die de BvS in het kader van haar privatiseringsopdracht in behandeling heeft of vergelijkbare, in de nieuwe deelstaten voorkomende gevallen, waarbij tot en met 31 december 1999 ondernemingen uit een liquidatie zijn ontstaan of activa hebben overgenomen. |
|
(63) |
De Commissie heeft in haar besluit tot inleiding van de onderzoeksprocedure vastgesteld dat Jahnke, dat op november 1999 is geregistreerd, een pas opgerichte onderneming is. In dat besluit betwijfelt de Commissie of Jahnke valt onder de uitzondering op het algemene verbod op de toekenning van herstructureringssteun aan pas opgerichte ondernemingen, omdat de activa van HAMESTA niet geliquideerd zijn en Jahnke deze in feite evenmin heeft overgenomen aangezien de vergadering van crediteuren besloten heeft de activa van Jahnke Halle niet te verkopen, maar in een openbare verkoop aan te bieden. |
|
(64) |
Duitsland heeft daarop geantwoord dat een brief d.d. 30 november 1999 van de curator van HAMESTA aan de heer Jahnke moet worden beschouwd als een overnameovereenkomst. In dat schrijven stelt de curator in het vooruitzicht dat Jahnke de activa kan gebruiken tot ze worden verkocht. De Duitse autoriteiten wijzen erop dat Jahnke sinds december 1999 de bedrijfsvoering van HAMESTA heeft overgenomen en dat de heer Jahnke en zijn bedrijf Jahnke Lenzen verplichtingen zijn aangegaan. |
|
(65) |
Duitsland herinnert er bovendien aan dat de Commissie reeds eerder toestemming heeft gegeven voor de verlening van steun aan pas opgerichte ondernemingen, met name in het kader van de dossiers HOMATEC en AMBAU. |
|
(66) |
Volgens de Duitse autoriteiten is de overname van de activa van HAMESTA door Jahnke als volgt verlopen. |
|
(67) |
Op 30 november 1999 heeft de curator aan de heer Jahnke meegedeeld dat hij van plan was de activa aan Jahnke te verkopen, op voorwaarde dat de vergadering van crediteuren daarmee zou instemmen. In de tussentijd zou de heer Jahnke, met toestemming van de andere huurder van de activa, de activa kunnen gebruiken voor een na 1 januari 2000 te betalen bedrag van circa 13 000 EUR. |
|
(68) |
In februari 2000 werd de ontwerp-verkoopovereenkomst opgesteld. Achteraf bleek echter dat de vergadering van de crediteuren van HAMESTA deze verkoopovereenkomst niet zou goedkeuren, maar er de voorkeur aan gaf de activa in een openbare verkoop aan te bieden. Daarop werd in mei 2000 een nieuwe huurovereenkomst met onbeperkte looptijd ondertekend. |
|
(69) |
Voor de openbare verkoop van de activa stelde Duitsland eerst het jaar 2002 voor, later het jaar 2003. Om te garanderen dat Jahnke de activa op deze openbare verkoop zou kunnen verwerven, moest het bedrijf eerst de hypotheek op het onroerend goed kopen van de crediteuren van HAMESTA en vervolgens de activa aanschaffen. |
|
(70) |
Jahnke nam vervolgens de voorraden van HAMESTA over voor een koopprijs van 76 694 EUR en investeerde van 2000 tot 2002 circa 237 000 EUR in herstellingen aan de activa. |
|
(71) |
De curator van HAMESTA deelde Jahnke bij schrijven van 30 november 1999 mee dat hij van plan was de activa van HAMESTA voor 2,5 miljoen EUR aan Jahnke te verkopen, op voorwaarde dat de vergadering van crediteuren daarmee instemde. Op dat moment waren de activa tot uiterlijk 31 maart 2000 aan een andere partij verhuurd. Bovendien bood de curator de heer Jahnke de mogelijkheid aan om, in overeenstemming met de huurder, gebruik te maken van de activa voor een na 1 januari 2000 te betalen bedrag van circa 13 000 EUR. |
|
(72) |
De verkoopovereenkomst die in februari 2000 tussen de curator en Jahnke werd gesloten, is zonder uitwerking gebleven, omdat de vergadering van crediteuren van HAMESTA er de voorkeur aan gaf de activa in een openbare verkoop aan te bieden. |
|
(73) |
In mei 2000 sloten de curator en Jahnke een nieuwe huurovereenkomst, die na afloop van een jaar met een termijn van zes maanden kon worden opgezegd. De overeenkomst zou aflopen aan het einde van de voor HAMESTA geldende curatele. |
|
(74) |
Volgens de Commissie komt uit het schrijven van 30 november 1999 niet ondubbelzinnig naar voren dat de curator zich tot de definitieve overname van de activa door Jahnke heeft verbonden. Hij heeft de heer Jahnke enkel de mogelijkheid aangeboden om in overeenstemming met de huurder de activa voor onbepaalde tijd te gebruiken. De heer Jahnke zou de activa mogen gebruiken tot de curator de overeenkomst binnen de wettelijke termijn zou beëindigen. |
|
(75) |
Blijkbaar kon de curator in november 1999 geen langetermijnverbintenis voor de overname van de activa aangaan, omdat hij daarvoor geen toestemming had van de vergadering van crediteuren. In februari 2000 werd duidelijk dat de vergadering van crediteuren de voorkeur gaf aan een openbare verkoop van de activa boven een rechtstreekse verkoop aan Jahnke. |
|
(76) |
De geplande openbare verkoop van de activa van HAMESRA heeft tot dusver niet plaatsgevonden. Volgens de Duitse autoriteiten moet met het oog op de voor eind 2003 geplande openbare verkoop de waarde van de activa opnieuw worden vastgesteld. De Commissie kan er derhalve niet vanuit gaan dat Jahnke in staat zal zijn de activa te kopen of op lange termijn te gebruiken. |
|
(77) |
Het onderhavige geval verschilt van de gevallen HOMATEC en AMBAU, die vielen onder de in 1994 vastgestelde communautaire kaderregeling voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (11). Vanwege de uitzonderlijke omstandigheden in de nieuwe deelstaten heeft de Commissie overeenkomstig de richtsnoeren van 1994 toestemming gegeven voor de toekenning van herstructureringssteun aan pas opgerichte ondernemingen in de vorm van „Auffanglösungen” (afsplitsingsconstructies) (12). Aangezien in de gevallen HOMATEC en AMBAU sprake was van afsplitsingsconstructies die voldeden aan de in de richtsnoeren van 1994 vastgestelde criteria, kon de Commissie het licht op groen zetten voor de toekenning van herstructureringssteun aan deze twee bedrijven. |
|
(78) |
Voor het onderhavige geval gelden echter de richtsnoeren van 1999, krachtens welke de toepassing van de afsplitsingsconstructies beperkt wordt tot de gevallen die vóór 31 december 1999 zijn behandeld. Een technisch verschil tussen dit en de twee andere gevallen is bovendien dat Jahnke de activiteiten van HAMESTA niet op lange termijn heeft overgenomen, maar enkel op basis van een aanbod van de curator om de activa tot het einde van de curatele periode te gebruiken. Aangezien het onderhavige geval aan de hand van de nieuwe, strengere richtsnoeren moet worden getoetst, is de Commissie ertoe verplicht andere normen te hanteren dan voor HOMATEC en AMBAU. |
|
(79) |
Om de hierboven toegelichte redenen kan de Commissie er niet vanuit gaan dat Jahnke voldoet aan de voorwaarden om vrijgesteld te worden van het algemene verbod op de toekenning van herstructureringssteun aan pas opgerichte bedrijven. |
|
(80) |
Volgens de Commissie volstaan deze opmerkingen inzake het verbod op de toekenning van herstructureringssteun om te concluderen dat de steun niet voldoet aan de voorwaarden om artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag op dit geval toe te passen. Om na te gaan of de maatregelen voldoen aan de overige criteria van de goedgekeurde steunregelingen, heeft de Commissie de andere, voor dit geval geldende criteria van de richtsnoeren onderzocht. |
Herstel van de levensvatbaarheid
|
(81) |
Overeenkomstig de richtsnoeren moet het herstructureringsplan dienen om de gezondheid en de levensvatbaarheid van de onderneming op lange termijn binnen een redelijk tijdsbestek te herstellen op grond van realistische veronderstellingen betreffende de toekomstige bedrijfsomstandigheden. Om aan het levensvatbaarheidscriterium te voldoen, moet het herstructureringsplan de onderneming in staat stellen alle kosten, incl. afschrijvingen en rentelasten, te betalen en een minimumrendement op investeringen te behalen, zodat het bedrijf na de herstructurering geen aanvullende steun meer nodig heeft en de concurrentie op de markt op eigen kracht aankan. |
|
(82) |
De Commissie heeft in haar besluit tot inleiding van de onderzoeksprocedure vastgesteld dat het hoofdbestanddeel van het herstructureringsplan bestaat in de samenwerking met Jahnke Lenzen. De Commissie heeft in dat verband opgemerkt dat zij een herstructureringsplan niet kan goedkeuren wanneer de begunstigde van de steun niet in elk geval in staat is de herstructureringsmaatregelen zelf toe te passen. Bovendien betwijfelde de Commissie of de investeerder over voldoende financiële middelen beschikt om de activa aan te kopen. Aangezien de herstructurering in november 2002 zou aflopen, maar de openbare verkoop pas tussen maart en september 2002 zou plaatsvinden, vroeg de Commissie zich af of het herstructureringsplan zou volstaan om de levensvatbaarheid van Jahnke op lange termijn overeenkomstig de richtsnoeren te herstellen. |
|
(83) |
Uit de beschikbare gegevens blijkt dat Jahnke tot dusver de activa van HAMESTA niet definitief heeft kunnen kopen. Dit feit alleen al bevestigt dat de onderneming niet levensvatbaar is. Om de onderstaande redenen lijkt het nauwelijks mogelijk dat Jahnke hiertoe in de toekomst wel in staat zou zijn:
|
|
(84) |
De achilleshiel van het herstructureringsplan is echter dat op geen enkel moment de financiële garanties voorhanden waren om de overname van de activa — de beslissende factor voor de toepassing van het plan — te verzekeren. Uit de gegevens die na het besluit tot inleiding van de procedure zijn overgelegd, kan niet worden geconcludeerd dat de betrokken bank op een gegeven moment een formele verbintenis is aangegaan. Uit de gegevens valt evenmin op te maken dat de investeerder de ontbrekende gelden had kunnen betalen uit zijn eigen middelen — die immers reeds voor de financiering van de aanloopmaatregelen waren gebruikt — of uit de geplande resterende opbrengst van de onderneming, die eveneens ontoereikend zou zijn geweest. |
|
(85) |
Voorts zijn de twijfels van de Commissie bevestigd door het feit dat de daadwerkelijke resultaten van Jahnke de verwachtingen niet hebben ingelost. Terwijl in het herstructureringsplan werd uitgegaan van een bedrijfsresultaat van 250 000 EUR in 2000 en van 600 000 EUR in 2001, is in die jaren in werkelijkheid een resultaat geboekt van respectievelijk 100 000 en 15 000 EUR. |
|
(86) |
De Commissie kan er niet vanuit gaan dat het herstructureringsplan is gebaseerd op realistische veronderstellingen en dat de levensvatbaarheid van Jahnke op lange termijn binnen een redelijk tijdsbestek kan worden hersteld. |
Concurrentievervalsing
|
(87) |
Het herstructureringsplan moet voorzien in maatregelen om eventuele nadelige gevolgen voor concurrenten te compenseren, aangezien de steun anders het gemeenschappelijk belang zou schaden en niet in aanmerking komt voor een vrijstelling op grond van artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag. |
|
(88) |
Dit houdt in dat het plan een merkbare bijdrage tot de herstructurering van de met de relevante communautaire markt overeenstemmende bedrijfssector moet leveren, die in verhouding staat tot de steun die het bedrijf heeft ontvangen en die de vorm dient aan te nemen van een definitieve capaciteitsvermindering of -stopzetting wanneer het betrokken bedrijf actief is op een communautaire markt die op basis van een objectieve beoordeling van vraag en aanbod wordt gekenmerkt door een structureel overschot aan productiecapaciteit. Wanneer geen sprake is van een capaciteitsoverschot dringt de Commissie er normaliter niet op aan dat de capaciteit als tegenprestatie voor de steunverlening wordt verminderd. |
|
(89) |
Duitsland heeft aan de Commissie gegevens over de situatie op de staalbouwmarkt overgelegd waaruit blijkt dat geen sprake is van overtollige productiecapaciteit op de Duitse markt, waar Jahnke het grootste deel van zijn producten afzet en een marktaandeel van minder dan 1 % heeft, noch op de Europese markt, waar het marktaandeel van Jahnke minder dan 0,001 % bedraagt. |
|
(90) |
Aangezien Jahnke een KMO is en het herstructureringsplan niet voorziet in een uitbreiding van de productiecapaciteit, is naar mening van de Commissie aan het desbetreffende criterium van de richtsnoeren voldaan. |
Zijn de steunmaatregelen passend in verhouding tot de herstructureringskosten en de voordelen?
|
(91) |
Het bedrag en de intensiteit van de steun moeten tot het voor de uitvoering van de herstructurering strikt noodzakelijke minimum worden beperkt en moeten zich, volgens de beoordeling van de Commissie, passend verhouden tot de verwachte voordelen. Daarom moet de investeerder uit zijn eigen middelen een merkbare bijdrage tot de herstructureringskosten leveren. |
|
(92) |
Volgens de door Duitsland overgelegde gegevens heeft de investeerder zelf een bedrag ter waarde van 21 % van de totale kosten ingebracht. Aangezien Jahnke een KMO is, kan de Commissie de steun aan de hand van minder strenge criteria beoordelen. Tegen die achtergrond beschouwt de Commissie de door de investeerder uit eigen middelen ingebrachte som als een passend bedrag. |
V. CONCLUSIE
|
(93) |
Hoewel de Commissie naar aanleiding van de hierboven uiteengezette argumenten geen twijfels meer heeft over onredelijke concurrentievervalsing of het passende karakter van de steun, blijft zij van mening dat niet voldaan is aan de in het herstructureringssnoeren vastgestelde criteria inzake de subsidiabiliteit en de levensvatbaarheid. Bijgevolg moet de steun als onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd. |
|
(94) |
De Commissie stelt vast dat de Bondsrepubliek Duitsland bij de toekenning van een steunbedrag van circa 820 000 EUR in strijd met artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag heeft gehandeld. |
|
(95) |
De onrechtmatig toegekende steun (twee leningen van de BvS ter hoogte van 560 000 EUR en een lening van de deelstaat Saksen-Anhalt ter hoogte van 260 000 EUR) moet teruggevorderd worden van de ontvanger, indien dat niet al gebeurd is. |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De door Duitsland aan Jahnke Stahlbau GmbH toegekende steunbedragen van 560 000 EUR (in de vorm van twee leningen van de BvS) en 260 000 EUR (in de vorm van een lening van de deelstaat Saksen-Anhalt) zijn onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.
Artikel 2
Het door Duitsland aan Jahnke Stahlbau GmbH toegekende steunbedrag van 2 000 000 EUR (in de vorm van een door de deelstaat Saksen-Anhalt gestelde zekerheid ) is onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt.
Artikel 3
1. Duitsland neemt alle noodzakelijke maatregelen om de in artikel 1 genoemde onrechtmatig beschikbaar gestelde steun van de ontvanger terug te vorderen.
2. De terugvordering van de steun vindt plaats volgens de procedures van het nationale recht, voorzover deze procedures een onverwijlde en daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de onderhavige beschikking mogelijk maken. De terug te vorderen steun omvat rente vanaf de datum waarop de steun ter beschikking van de ontvanger is gesteld, tot de datum van de daadwerkelijke terugbetaling ervan. De rente wordt bepaald op basis van het percentage dat wordt gebruikt voor de berekening van het subsidie-equivalent voor regionale steunregelingen.
Artikel 4
Duitsland deelt de Commissie binnen twee maanden na kennisgeving van deze beschikking mee welke maatregelen het heeft genomen om aan de beschikking te voldoen.
Artikel 5
Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.
Gedaan te Brussel, 1 oktober 2003.
Voor de Commissie
Mario MONTI
Lid van de Commissie
(1) PB C 160 van 2.6.2001, blz. 2.
(2) Zie voetnoot 1.
(3) PB L 83 van 27.3.1999, blz. 1.
(4) Bij ministerieel besluit van 4.4.2000 goedgekeurde zekerheidsrichtlijn voor de deelstaat Saksen-Anhalt („Bürgschaftsrichtlinie des Landes Sachsen-Anhalt EdErl vom 4.4.2000 ”, N 413/91; E 5/94; E 8/01).
(5) PB C 288 van 9.10.1999, blz. 2.
(6) Op grond van de richtlijn voor de verstrekking van consolidatieleningen aan kleine en middelgrote ondernemingen in Saksen-Anhalt, een door de Commissie goedgekeurde steunregeling (Nr. 452/97).
(7) HOMATEC: Beschikking van 12 juli 2002 (PB C 310 van 13.12.2002, blz. 22); AMBAU: Beschikking 2003/261/EG van de Commissie (PB L 103 van 24.4.2003, blz. 51).
(8) PB L 107 van 30.4.1996, blz. 4. Zie ook de bijlage, artikel 11, leden 1 en 6.
(9) Deze zekerheidsrichtlijn is aan de onderhavige richtsnoeren op 3 maart 2001 aangepast bij Besluit van het Ministerie van Financiën van 4 april 2000.
(10) PB C 288 van 9.10.1999, blz. 2. Deze richtsnoeren zijn van toepassing, aangezien een gedeelte van de steun na de bekendmaking ervan is toegekend (zie punt 101 van de richtsnoeren).
(11) PB C 386 van 23.12.1994, blz. 12.
(12) Nieuwe ondernemingen die als gevolg van faillissementsprocedures zijn opgericht en de activiteiten van het failliete bedrijf overnemen.